5. Raadsvoordracht
Tekst van het document
Nummer < automatisch > Directie
< automatisch >
Voordracht voor de Raadsvergadering van 1 december 2021
Portefeuille Agendapunt Datum besluit
Energietransitie < automatisch > College van B en W 26 oktober 2021 Onderwerp Instemmen met het verlenen van financiële dekking uit het Klimaatfonds voor subsidies voor het aardgasvrij maken van bedrijven en maatschappelijke organisaties en de Banne Noord De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1.
2.
Kennis te nemen van het collegebesluit om, onder voorbehoud van verlenen van financiële dekking door de gemeenteraad, vast te stellen het ‘Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen’ in bijlage 1, waarvan de hoofdpunten zijn: a. Een wijziging van hoofdstuk 2 van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij die een stadsbrede aardgasvrij subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties introduceert, waarvan de belangrijkste kenmerken zijn: i. Een subsidieplafond dat aanvankelijk bepaald is op €500.000,-, maar dat op basis van een tussentijdse evaluatie door het college op €1.000.000,- kan worden gesteld; ii. Een subsidie voor het omzetten van de ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije en het afsluiten van het aardgas met een algemeen maximum van €3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas en de volgende specifieke maxima: 1. voor maatschappelijke organisaties 50% van de kosten tot maximaal €60.000,- subsidie per verblijfsobject; 2. voor bedrijven 25% van de kosten tot maximaal €30.000 subsidie per verblijfsobject; iii. Een subsidie voor 50% van de meerkosten voor het vervangen van een aardgas verbruikend bedrijfsmiddel met een aardgasvrij bedrijfsmiddel tot een maximum van €1000,-; iv. tot 31 december 2022 aanvragen; v. de doelgroep betreft vastgoedeigenaren; b.
De toevoeging van het gebiedsgericht hoofdstuk 3c aan de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij met de volgende kenmerken: i. werkingsgebied: Banne Noord ii. aardgasvrij streefdatum: 31 december 2031 iii. de subsidiabele activiteiten en maximale bedragen per woning bedragen: €3.750,- vervanging ruimteverwarming en tapwaterinstallatie, €500,- vervanging van de kookvoorziening en de door de netbeheerder in rekening gebracht kosten voor het verwijderen gasmeter; iv. een plafond voor subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk op €743.750,gedurende de looptijd van de regeling, dat aansluit bij de eerste fase van het Buurt UitvoeringsPlan in bijlage 2; v. tot 31 december 2025 aanvragen; vi. de doelgroepen zijn eigenaren en huurders; c. De wijziging van de naam van Subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam naar Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen d. Een verbetering van de toegankelijkheid van de subsidieregeling voor huurders. Kennis te nemen van het collegebesluit om de Banne Noord, zoals gedefinieerd in de
3.
4.
gebiedsbepaling in bijlage 2, aan te wijzen als een gebied waar voor de aardgasnetbeheerder geen aansluitplicht meer geldt, omdat zich in het gebied een alternatieve energie-infrastructuur gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. Dit onder voorbehoud van verlenen van financiële dekking van de gebiedsgerichte subsidie voor de eerste fase van het aardgasvrij maken van de Banne Noord door de gemeenteraad, zoals omschreven in beslispunt 4. In te stemmen met het onttrekken van € 1.042.500,- uit het Klimaatfonds als dekking van de subsidie en de uitvoeringslasten voor de stadsbrede subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties uit beslispunt 1, onder a en zoals onderbouwd in het bestedingsvoorstel in bijlage 3. In te stemmen met het onttrekken van € 753.750,- uit het Klimaatfonds als dekking van de subsidie en de uitvoeringslasten voor het gebiedsgerichte hoofdstuk voor het aardgasvrij maken van de eerste fase van de Banne Noord uit beslispunt 1, onder b en zoals onderbouwd in het buurtuitvoeringsplan in bijlage 4.
Artikel 160 Gemeentewet, eerste lid, onder a en b: Het college is bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Artikel 169 Gemeentewet: 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Artikel 189, eerste lid jo artikel 212, eerste lid van de gemeentewet en artikel 6, eerste lid van de financiële verordening gemeente Amsterdam. Voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen, die hij naar verwachting kan aanwenden. De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vast, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. De raad autoriseert dat met het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging Artikel 21 sub c van de Financiële verordening gemeente Amsterdam.
Het college stelt regels vast gericht op: Lid c: de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van toegewezen budgetten en investeringskredieten. Artikel 10, lid 7 gaswet j.o. artikel 10 lid 6, onderdeel a gaswet Een netbeheerder heeft niet de taak om een ieder, die verzoekt om een gasaansluiting, die een doorlaatwaarde heeft van ten hoogste 40 m3(n) per uur, te voorzien van deze aansluiting op plaatsen waar een gastransportnet aanwezig is, indien een college van burgemeester en wethouders het gebied hebben aangewezen als gebied waar zich een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet, of een andere energie-infrastructuur bevindt of gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. Artikel 3, tweede lid, ASA 2013: Het college kan, binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders, nadere regels vaststellen met betrekking tot: a. de inhoud van de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt; b. degenen die voor subsidie in aanmerking komen;
c. de gegevens en stukken die bij de aanvraag moeten worden overgelegd alsmede de termijn waarbinnen de aanvraag moet worden ingediend; […] f. de criteria voor subsidieverlening en de voorwaarden en verplichtingen die aan de subsidie kunnen worden verbonden; g. de weigeringsgronden; […] i. de vaststelling van de subsidie alsmede de gegevens en stukken die bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie moeten worden overgelegd Bestuurlijke achtergrond
In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ wordt uitgesproken dat Amsterdam in 2040 aardgasvrij moet zijn. Deze ambitie is uitgewerkt in de op 14 december 2016 vastgestelde ‘Strategie naar een Stad zonder Aardgas’ en maakt onderdeel uit van de op 3 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Uitvoering aan deze ambitie word onder andere gegeven met de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij. Dit is de gebiedsgerichte opvolger van de vervallen subsidieregeling Amsterdam Aardgasvrij. De gebiedsgerichte subsidieregeling is op 19 november 2019 door het college vastgesteld en op 31 december 2019 in werking getreden, nadat de raad ingestemd heeft met de financiering van een stadsbreed hoofdstuk en een gebiedsgericht hoofdstuk voor de Wildemanbuurt. Op 2 juni 2020 heeft het college besloten om twee gebiedsgericht hoofdstuk toe te voegen voor respectievelijk de Bernard Loderbuurt en de Reimerswaalbuurt. Deze laatste twee hoofdstukken zijn op 10 juni 2020 in werking getreden, nadat de raad ingestemd heeft met de financiering van deze hoofdstukken. Dekking van alle voorgenoemde hoofdstukken van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij komt uit het Klimaatfonds.
Het Klimaatfonds is op 13 februari 2019 door de raad ingerichte bestemmingsreserve die als doel heeft om “passend bij de gemeentelijke rolopvatting ondersteunen van investeringen in de stad die bijdragen aan een rechtvaardige transitie naar een klimaatneutraal en aardgasvrij Amsterdam”. Onderbouwing besluit
Ad 1 Kennis te nemen van het collegebesluit om, onder voorbehoud van verlenen van financiële dekking door de gemeenteraad, vast te stellen het ‘Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen’ in bijlage 1, waarvan de hoofdpunten zijn: Met dit besluit neemt de raad kennis van een het collegebesluit om de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij uitvoerig te wijzigen. Belangrijk is daarbij dat wijzigingsbesluit voorwaardelijk is vastgesteld en de voorwaarde is dat de raad instemt met de dekking van de met dit besluit gemoeide kosten uit het Klimaatfonds. De besluiten van de raad met nummers 3 en 4 zien op deze dekking. Het besluit krijgt geen rechtskracht als deze raadsbesluiten niet genomen worden. De belangrijkste wijzigingen worden toegelicht bij de onderdelen a tot en met d van dit besluitpunt. Het wijzigingsbesluit bevat ook een aantal wijzigingen van een meer technisch juridische aard. Deze wijzigingen hebben een uiterst beperkte invloed hebben op de werking van de regeling voor de burger, maar herzien juist de juridische ‘structuur’ van de subsidieregeling, zodat er meer ‘ruimte’ ontstaat om andere zaken dan het aardgasvrij maken van gebouwen te subsidiëren. Deze ‘ruimte’ spreekt uit de naamswijziging die bij onderdeel c genoemd wordt.
Verder worden enkele begrippen gewijzigd, zodat beter aangesloten bij de terminologie in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en worden een aantal tijdelijke bepalingen die geen werking meer hebben verwijderd of zo nodig aangepast. Ad 1, onderdeel a Een wijziging van hoofdstuk 2 van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij die een
stadsbrede aardgasvrij subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties introduceert Artikel VI van het wijzigingsbesluit, bijlage 1, ziet op een uitbreiding van het stadsbrede aardgasvrij hoofdstuk. Na de wijziging is er ook een stadsbrede subsidie voor het aardgasvrij maken van bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed. De gemeente Amsterdam heeft in het verleden al een subsidie voor het aardgasvrij maken van maatschappelijk vastgoed gegeven met die subsidie zijn een school, een kinderdagverblijf, een rugbyclub en een moskee gesubsidieerd. Nieuw is de aardgasvrij subsidie voor bedrijven. De hoogte van de maximale subsidiebedragen voor bedrijven en maatschappelijke organisaties (voortaan: B&MO) is zodanig bepaald dat een vergelijkbaar subsidiebedrag per vermeden kg CO2 uitstoot wordt gegeven aan de stadsbrede aardgasvrij subsidie die voor woningen. De belangrijkste kenmerken van deze subsidie worden bij subonderdelen i tot en v toegelicht. Ad 1, onderdeel a, subsonderdeel i Een subsidieplafond dat aanvankelijk bepaald is op €500.000,-, maar dat op basis van een tussentijdse evaluatie door het college op €1.000.000,- kan worden gesteld; Het subsidieplafond wordt aanvankelijk bepaald op € 500.000,-. Dit zonder twijfel is een klein bedrag in vergelijking met de enorme opgave van het aardgasvrij te maken bedrijven en maatschappelijke organisaties.
Tegelijkertijd is de ervaring met het subsidiëren van dergelijke organisaties beperkt. Daarom wordt gekozen voor een terughoudende aanpak. Het bestedingsvoorstel aan de raad voorziet in een maximale onttrekking aan het Klimaatfonds van € 1.000.000,-. Mocht blijken dat er veel animo voor de regeling is en uit evaluatie blijken dat de regeling naar behoren functioneerd, dan kan het college zonder tussenkomst van de raad besluiten om het plafond verder te verhogen. Mocht blijken dat de regeling weinig animo bij deze Amsterdamse organisaties losmaakt of niet goed functioneerd, dan kan de nog niet aangesproken € 500.000,-, maar wel geoormerkte geld op een later moment opnieuw voor een ander doeleind geoormerkt worden. Ad 1, onderdeel a, subonderdeel ii Een subsidie voor het omzetten van de ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije en het afsluiten van het aardgas met een algemeen maximum van €3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas en de volgende specifieke maxima: 1. voor maatschappelijke organisaties 50% van de kosten tot maximaal €60.000,- subsidie per verblijfsobject; 2. voor bedrijven 25% van de kosten tot maximaal €30.000 subsidie per verblijfsobject; Dit subonderdeel van het besluit beschrijft wat een aanvrager moet doen om in aanmerking te komen voor de subsidie.
De ruimte- en tapwaterverwarmingsinstallatie in het gebouw moet aardgasvrij gemaakt worden. Verder omschrijft dit subonderdeel de maximale subsidie per zelfstandig verblijfsobject (adres). Voor alle gebouwen geldt een maximum van €3,subsidie per jaarlijkse bespaarde kubieke meter aardgas. Dit maximum borgt de kostenefficiëntie van iedere bestede euro. Voor maatschappelijke organisaties geldt dat ze een twee keer zo groot deel van de kosten gesubsidieerd (50%) kunnen krijgen tot een twee keer zo hoog maximumbedrag (€ 60.000,-) ten op zichte van de bedrijven (respectievelijk 25% en €30.000). De maximumbedrag per verblijfsobject zijn relatief laag, zodat de grootste bedrijven met de grootste gebouwen relatief minder profijt zullen hebben van de subsidie dan het middelgroot- en kleinbedrijf. Aanspraak op deze maximale subsidie kan dus door een maatschappelijke organisatie worden gedaan als er € 120.000,- aan subsidiabele kosten zijn en er 20.000 kubieke meter aardgas per jaar minder verstookt wordt. Voor bedrijven moet er sprake zijn van € 60.000,- aan subsidiabele kosten en tenminste 10.000 kubieke meter verstookt aardgas per jaar. Ad 1, onderdeel a, subonderdeel iii
Een subsidie voor 50% van de meerkosten voor het vervangen van een aardgas verbruikend bedrijfsmiddel met een aardgasvrij bedrijfsmiddel tot een maximum van €1000,-; Er is op dit moment onvoldoende zicht op alle verschillende manieren waarop bedrijven en maatschappelijke organisatie gebruik maken van aardgas, terwijl het aardgasvrij maken van B&MO wel een aanzienlijke extra afschrijving op deze bedrijfsmiddelen zou kunnen vergen. Wij verwachten dat de industriële inzet van gas binnen Amsterdam vooral beperkt blijft tot het havengebied. Het is op dit moment echter moeilijk om te bepalen hoeveel gaspitten in de keukens van restaurants en hotels, hoeveel bakkersovens, shoarmagrills en frituurinstallaties er op gas werken en wat de meerkosten zullen zijn voor een aardgasvrije variant. Gekozen is daarom een bescheiden subsidie van € 1.000,- beschikbaar te stellen die helpt om het verschil in kosten tussen aardgasvrij bedrijfsmiddelen en aardgasverbruikend bedrijfsmiddel dat hetzelfde doet. Aanspraak op deze maximale subsidie kan gedaan worden als er sprake is van € 2.000,- of meer meerkosten. Ad 1, onderdeel a, subonderdeel iv tot 31 december 2022 aanvragen De aanvraagperiode voor deze subsidie is gelijk gesteld met de aanvraagperiode voor de stadsbrede aardgasvrij subsidie voor woningen. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden in principe geweigerd.
Mochten aan het einde van de aanvraagtermijn nog middelen beschikbaar zijn, dan kan het college, de raad vragen om de in het Klimaatfonds geoormerkte middelen langer beschikbaar te stellen en de aanvraagperiode te verlengen. Ad 1, onderdeel a, subonderdeel v de doelgroep betreft vastgoedeigenaren De subsidie voor B&MO richt zich specifiek op de gebouweigenaar en dus niet de huurder. Maatschappelijke organisaties die een gebouw huren worden dus niet of zeer beperkt verantwoordelijkheid geacht voor de verduurzaming van dat gebouw. Reden hiervoor is dat zeggenschap over en verantwoordelijkheid voor de verwarmingsinstallatie in de meeste gevallen bij de pandeigenaar ligt. Voor huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed geldt veel minder huurbescherming. De mogelijkheden om als huurder wettelijk beschermd in te grijpen in het gehuurde om het gebouw aardgasvrij te maken is veel kleiner dan bij woningen. Het aanmoedigen van zakelijke huurders om zelf maatregelen te treffen brengt daarom teveel risico’s voor deze zakelijke huurders met zich mee. Ad 1, onderdeel b De toevoeging van het gebiedsgericht hoofdstuk 3c aan de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij met de volgende kenmerken Artikel VII van het wijzigingsbesluit, in bijlage 1, ziet op de introductie van een gebiedsgericht hoofdstuk voor de Banne Noord.
Dit is het vierde gebiedsgerichte hoofstuk in de subsidieregeling en het komt naast de hoofdstukken voor de Wildemanbuurt, de Bernard Loderbuurt en de Reimerswaalbuurt te staan. Bij de subonderdelen i tot en met iv worden de belangrijkste kenmerken van dit hoofdstuk toegelicht. Ad 1, onderdeel b, subonderdeel i werkingsgebied: Banne Noord Het werkingsgebied van deze gebiedsgericht uitwerking is de Banne Noord in bijlage 2 wordt dit gebied precies gedefinieerd. De grenzen komen praktisch overeen met de grenzen van de CBS-buurt Banne Noord. Bewoners of gebruikers van de Banne Noord kunnen na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk geen aanspraak meer maken op de stadbrede regeling om hun vastgoed aardgasvrij te maken. Ze zijn aangewezen op de specifieke uitwerking voor Banne Noord.
Ad 1, onderdeel b, subsonderdeel ii aardgasvrij streefdatum: 31 december 2031 De streefdatum in dit hoofdstuk heeft als gevolg dat bezitters van meerdere panden in de Banne Noord om in aanmerking te komen voor deze subsidie de intentie op schrift moeten zetten om al dat vastgoed aardgasvrij te maken. De Banne Noord is een Ontwikkelwijk en de geschetste periode van 10 jaar komt overeen met de planning die er voor de verdere ontwikkeling van deze buurt op de rol staat. Lees hierover meer in hoofdstuk 2 van de het buurtuitvoeringsplan in bijlage 4. Ad 1, onderdeel b, subonderdeel iii de subsidiabele activiteiten en maximale bedragen per woning bedragen: €3.750,- vervanging ruimteverwarming en tapwaterinstallatie, €500,- vervanging van de kookvoorziening en de door de netbeheerder in rekening gebracht kosten voor het verwijderen gasmeter De subsidie zal zijn voor het vervangen van de ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie en bedraagt maximaal € 3.750,-. Om in aanmerking te komen voor dit maximumbedrag moet de aanvrager in totaal €10.000,- aan subsidiabele kosten hebben. Dit komt omdat een bedrag van €2500,- in mindering wordt gebracht op de subsidiabele kosten, omdat eigenaren geacht worden zelf de vervangingskosten van een CV-installatie te betalen. Vervolgens is slechts de helft van de resterende kosten subsidiabel.
Ook is er een subsidie voor het vervangen van de kookvoorziening. Deze bedraagt €500,-, maar om daarvoor in aanmerking te komen moet de aanvrager €1.000,- aan subsidiabele kosten hebben. De door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten zijn als gevolg van een recent ministerieel besluit tegenwoordig vrijwel altijd €0,-. Onzeker is of dit besluit bestendigd worden en gezien de lange looptijd van de regeling is de bepaling dat de gemeente deze kosten subsidieert gehandhaafd. De subsidiebedragen zijn gebaseerd op door bewonersvertegenwoordigers opgestelde gebouw specifieke professionele ramingen van de kosten voor ingrepen in deze gebouwen. Lees daar meer over in hoofdstuk 5.2 van het buurtuitvoeringsplan in bijlage 4. Ad 2, onderdeel b, subonderdeel iv de doelgroepen zijn eigenaren en huurders De subsidie voor de Banne Noord is uitsluitend gericht op woningen. Uitvoering gevende aan de motie van de raadsleden Groen (GL) en Van der Berg (PvdA) inzake subsidieregeling aardgasloos met nummer 1642.17 wordt ook in dit hoofdstuk de toegankelijkheid van de subsidie voor huurders geborgd. Daarbij is het streven om de toegankelijkheid van de regeling voor huurders zo gelijk aan de toegankelijkheid voor eigenaren te maken. Lees daarover meer bij de toelichting bij besluitpunt 1, onderdeel d.
Ad 1, onderdeel c De wijziging van de naam van Subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam naar Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen Het college besluit de naam van de regeling van Subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam naar Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen te wijzigingen. De regeling komt zo als gelijke naast de Subsidieregeling duurzame Amsterdamse vervoersmiddelen, duurzame Amsterdamse energie en groen in Amsterdam te staan. De naam van de regeling reflecteert op deze manier de bredere doelen die met deze subsidieregeling gestimuleerd kunnen worden. De regeling gaat nu niet uitsluitend meer over aardgasvrij, maar alle verduurzamingsactiviteiten aan gebouwen passen erbinnen. Het is de bedoeling dat op termijn alle subsidieregelingen die betrekking hebben op de verduurzaming van gebouwen onderdeel van deze regeling gemaakt worden. De verwachting is dat dit de vindbaarheid van de subsidies voor de burger zal vergroten. Ad 1, onderdeel d Een verbetering van de toegankelijkheid van de subsidieregeling voor huurders Naar aanleiding van de motie van de raadsleden Groen (GL) en Van der Berg (PvdA) inzake
subsidieregeling aardgasloos met nummer 1642.17 voorziet de ook de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam op het beschikbaar stellen van subsidie voor huurders. Een huurder van Ymere, mevrouw Zevenhek, heeft de nationale media aandacht weten te krijgen toen zij geen toestemming kreeg van haar verhuurder om haar woning aardgasvrij te maken. Mevrouw Zevenhek is met ondersteuning van het Emil Blaauw proceskostenfonds naar de rechter gegaan om te toetsen of een verhuurder gedwongen kan worden in te stemmen met het installeren van de voor het aardgasvrij maken van de huurwoning benodigde apparatuur door deze installatie aan te merken als een Zelf Aangebracht Voorziening (ZAV)(art. 7:215 BW). De rechter heeft in een tussenvonnis aangegeven dat het waarschijnlijk is dat mevrouw Zevenhek die instemming kan afdwingen. Het heeft er alle schijn van dat deze uitspraak bestendigd zal worden en te generaliseren zal zijn. Dat is goed nieuws voor de huurder die met subsidie zijn woning aardgasvrij wil maken. Om in aanmerking te komen voor de subsidie stelde de subsidieregeling voorheen echter de eis dat de verhuurder verklaart dat hij de woning in de toekomst niet weer aan het aardgas aan zal sluiten. Dat was echter een vereiste dat niet op basis van ZAV-rechtsfiguur afgedwongen kon worden.
Dat kon ertoe leiden dat huurders hun woning niet aardgasvrij konden maken, omdat de verhuurder het onmogelijk maakte om subsidie te krijgen. Besloten is om met deze wijziging deze aanvullende eis uit de subsidieregeling te halen. Het resultaat is een situatie de meer vergelijkbaar is met de situatie geld voor eigenaren die voor hun eigen woning subsidie aanvragen. Een volgende eigenaar kan door de vorige eigenaar moeilijk gedwongen worden om de woning niet opnieuw op het aardgas aan te sluiten. Een verhuurder kan op dezelfde manier niet door een vertrokken huurder gedwongen worden om een huurwoning aardgasvrij te houden. Ad 2 Kennis te nemen van het collegebesluit om de Banne Noord, zoals gedefinieerd in de gebiedsbepaling in bijlage 2, aan te wijzen als een gebied waar voor de aardgasnetbeheerder geen aansluitplicht meer geldt, omdat zich in het gebied een alternatieve energie-infrastructuur gaat bevinden die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. Dit onder voorbehoud van verlenen van financiële dekking van de gebiedsgerichte subsidie voor de eerste fase van het aardgasvrij maken van de Banne Noord door de gemeenteraad, zoals omschreven in beslispunt 4. Met deze aanwijzing regelt het college dat er Liander niet meer tot taak heeft om panden in de Banne Noord van een gasaansluiting te voorzien. Bestaande aansluitingen blijven bestaand en blijven gas geleverd krijgen.
Deze aanwijzing maakt dat het aantal gasaansluiting in de buurt alleen nog maar kan dalen en dat iedere woning aardgasvrij wordt ook aardgasvrij zal blijven. De buurt komt daarmee in een onomkeerbaar proces om aardgasvrij te worden. Belangrijk is daarbij dat deze aanwijzing voorwaardelijk is vastgesteld en de voorwaarde is dat de raad instemt met de dekking van de met de subsidie voor de Banne Noord gemoeide kosten uit het Klimaatfonds. Het besluitpunt 4 van dit besluit ziet op deze dekking. Ad 3 In te stemmen met het onttrekken van € 1.042.500,- uit het klimaatfonds als dekking van de subsidie en de uitvoeringslasten voor de stadsbrede subsidie voor bedrijven en maatschappelijke organisaties uit beslispunt 1, onder a en zoals onderbouwd in het bestedingsvoorstel in bijlage 3. Voorgesteld wordt om de dekking voor het op bedrijven en maatschappelijke organisatie gerichte uitwerking van de subsidieregeling te laten gebeuren door het klimaatfonds. De genoemde €1.042.500,- bestaat uit de €1.000.000,- die maximaal aan subsidie uitgekeerd kan worden en €42.500,- uitvoeringskosten. Een uitgebreide onderbouwing en toelichting op de inpassing in de bestedingskaders van het klimaatfonds voor deze voorgestelde besteding wordt gegeven in bijlage 3. Ad 4 In te stemmen met het onttrekken van € 753.750,- uit het klimaatfonds als dekking van de
subsidie en de uitvoeringslasten voor het gebiedsgerichte hoofdstuk voor het aardgasvrij maken van de eerste fase van de Banne Noord uit beslispunt 1, onder b en zoals onderbouwd in het buurtuitvoeringsplan in bijlage 4. Voorgesteld wordt om de dekking op de Banne Noord gerichte uitwerking van de subsidieregeling te laten gebeuren door het klimaatfonds. De genoemde €753.750,- bestaat uit de €743.750,- die maximaal aan subsidie uitgekeerd kan worden en €10.000,uitvoeringskosten. Een uitgebreide onderbouwing en toelichting op de inpassing in de bestedingskaders van het klimaatfonds voor deze voorgestelde besteding wordt gegeven in bijlage 4.
Financiële onderbouwing
Financiële onderbouwing: Ja Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Investeringssom
€
Rentepercentage
%
Afschrijvingstermijn (jaar) Kapitaallasten
€
Aanvang kapitaallasten MIP nummer
Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten
BATEN
Klimaatfonds
Product
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
1
I
€ 7.500
€ 1.150.000
€ 611.250
€ 27.500
€ 7.500
€ 1.150.000
€ 611.250
€ 27.500
Totaal LASTEN Subsidie bedrijven en maatschappelijke organisaties Uitvoering subsidie bedrijven en maatschappelijke organisaties Subsidie Banne Noord
Product
I/S
Jaar T
Jaar T+1
Jaar T+2
Jaar T+3
1
I
€0
€ 437.500
€ 562.500
€0
2
I
€ 5.000
€ 20.000
€ 17.500
€0
3
I
€0
€ 690.000
€28.750
€ 25.000
Uitvoering subsidie Banne Noord
4
I
Totaal
€ 2.500
€ 2.500
€ 2.500
€ 2.500
€ 7.500
€ 1.150.000
€ 611.250
€ 27.500 I=Incidenteel S=Structureel
Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting: Besluitpunten 1 en 2 vragen om kennisname en hebben slechts indirecte financiële consequenties. Lees daar meer over bij de financiële toelichting bij besluitpunten 3 en 4 Met het nemen van de besluiten bij punten 3 en 4 is aan de voorwaarde die door het college is gesteld om de Wijzigingsregeling vast te stellen (besluitpunt 1) en om de Banne Noord aan te wijzen als een gebied waar geen nieuwe aardgasaansluitingen komen (besluitpunt 2). De financiële consequenties van de vaststelling (en publicatie) van het wijzigingsbesluit worden gedekt door de besluiten bij punten 3 en 4. Een uitgebreide onderbouwing van bij besluitpunten 3 en 4 beoogde onttrekking treft u respectievelijk in bijlagen 3 en 4. Besluitpunten 3 en 4 zien tezamen op een onttrekking van €1.796.250,- uit het Klimaatfonds. Op 9 september 2021 is er, rekening houdend met de geheime risicoreservering voor Middenmeer Noord en de onttrekkingen als gevolg van Uitvoeringsagenda Duurzame Stad, Duurzame Banen, tenminste € 34 miljoen beschikbaar binnen het fonds. Dat is ruim voldoende om de beoogde onttrekkingen te dekken. Conclusie: De financiële consequenties van dit besluit zijn gedekt. Geheimhouding
Niet van toepassing Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
< automatisch >
1.
BEKENDMAKING Wijzigingsbesluit
< automatisch >
2.
Gebiedsbepaling Banne Noord
3.
Bestedingsvoorstel B&MO
4.
Buurt Uitvoeringsplan Banne Noord
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Cor Ligthert, 0626942904, C.Ligthert@amsterdam.nl