5. procesbeschrijving Mini-Burgerberaad
Tekst van het document
Bijlage 5 voorbereiding en uitvoering mini-burgerberaad duurzaamheid Het proces deel 1: voorbereiding Mandaat Het college van B&W heeft op 7 september 2021 besloten om de aanbevelingen uit het miniburgerberaad, die binnen de randvoorwaarden van het mini-burgerberaad worden aangeboden, over te nemen en aan de raad voor te leggen. De randvoorwaarden zijn verder uitgewerkt en er is vanuit het college steun toegezegd voor het mini-burgerberaad om vanuit een ja-mits houding mee te denken over maatregelen die door de deelnemers geopperd worden. De randvoorwaarden voor het mini-burgerberaad zijn als volgt: 1. Passend binnen vastgesteld beleid van de gemeenteraad Hierbij is het uitgangspunt dat de routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 de 0-lijn vormt en dat maatregelen uit het mini-burgerberaad moeten passen bij de doelstellingen van de gemeenteraad op het gebied van duurzaamheid. 2. Aanbevelingen moeten gaan over beleid en domeinen waar de gemeente over gaat Hierbij is het uitgangspunt dat het past bij de verschillende rollen die de gemeente heeft. Daarvoor zijn de NSOB-rollen van de overheid de leidraad. 3.
Het moet passen binnen het budget Het uitgangspunt is dat maatregelen een financieel realistisch karakter moeten hebben binnen veranderende toekomstige financiële kaders vanuit de gemeentebegroting, mogelijke business cases of financieringsmogelijkheden vanuit Rijk of EU. 4. 75% van de deelnemers moet de maatregel ondersteunen Op maatregelniveau wordt gestemd, daar waar mensen “nee” stemmen willen we de “nee” begrijpen en het “waarom” achterhalen. Deelnemers mini-burgerberaad Vanaf 2 oktober 2021 ontvingen 2.311 bewoners van Amsterdam, en een aantal uit Weesp, een uitnodiging om zich aan te melden voor het mini-burgerberaad. Deze 2.311 bewoners zijn door Bureau Onderzoek Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam willekeurig geselecteerd. Uit ervaring weten we dat sommige groepen minder gemakkelijk reageren dan andere. Daarom stuurden we tot twee keer zoveel uitnodigingen naar mensen in de leeftijdscategorie 16-30 jaar en naar mensen in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord, zodat we een zo accuraat mogelijke afspiegeling van de Amsterdamse bevolking zouden krijgen. We ontvingen 240 aanmeldingen (meer dan 10% respons), dat is meer dan de verwachte 2 tot 8%. Omdat meer dan 100 mensen zich aanmeldden is er een tweede keer geloot. Ook daarbij onderscheidden we dezelfde categorieën. Er waren op 1 november 100 deelnemers.
In de loop van het burgerberaad zijn er in totaal 19 deelnemers afgevallen. Een deel is, ondanks aanmelding en bevestiging, niet op komen dagen, een aantal kon uiteindelijk toch niet alle dagen deelnemen en er zijn mensen afgevallen i.v.m. ziekte en de aangescherpte coronamaatregelen gedurende het proces. Uiteindelijk hebben 80 deelnemers uit de groep van 100 het proces doorlopen. Samenstelling van de deelnemersgroep Onderzoekers van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hebben de volgende eerste voorlopige reflectie opgesteld over de samenstelling van de deelnemersgroep: “Deelnemers zijn afkomstig uit alle stadsdelen en Weesp. Er is in grote lijnen sprake van een evenredige deelname van burgers uit alle stadsdelen en Weesp. Kleine verschillen zijn te vinden bij de stadsdelen Zuidoost (- 5%), West (Westpoort) (- 6%) en het Centrum (-6%). Deze stadsdelen zijn dus iets minder goed vertegenwoordigd in het burgerberaad. Er hebben burgers van verschillende leeftijden deelgenomen aan het burgerberaad. De uitkomsten van de survey laten
zien dat het percentage deelnemers per leeftijdscategorie overeen komt met het percentage deelnemers per leeftijdscategorie in de gemeente Amsterdam. Er hebben burgers deelgenomen met een verschillende opleidingsniveau. Verreweg het grootste deel (87%) van de deelnemers is hoger opgeleid (HBO of WO). Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan het opleidingsniveau in de gemeente Amsterdam (48% hoger opgeleid). Inwoners met een laag of middelbaar opleidingsniveau zijn minder vaak ingegaan op de uitnodiging voor deelname aan het burgerberaad.” De HvA trekt vooralsnog de volgende conclusie op gebied van de samenstelling van de deelnemersgroep: “De eerste inzichten van het onderzoek met betrekking tot de samenstelling van de deelnemersgroep aan het mini-burgerberaad laten zien dat de gemeente, met inachtneming van de beperkingen rond deze participatievorm, door het toepassen van loting een nieuwe groep burgers heeft bereikt om mee te denken over het beleid. Voor het merendeel van de deelnemers geldt dat zij betrokken zijn bij het klimaatvraagstuk, maar zonder veel voorkennis van het klimaatbeleid van de gemeente starten aan het mini-burgerberaad. Aan de zes bijeenkomsten van het mini-burgerberaad hebben burgers uit verschillende stadsdelen en van verschillende leeftijden deelgenomen.
De vraagstelling, de aard van het onderwerp en gevraagde inzet (tijd en capaciteit) hebben waarschijnlijk geleid tot de oververtegenwoordiging van met name hoger opgeleide Amsterdammers. Deelnemers waren met name burgers met (vanzelfsprekend) een grotere betrokkenheid bij het klimaatvraagstuk van de gemeente dan de gemiddelde Amsterdammer. Deze groep is tot een gedragen advies gekomen over extra maatregelen voor de reductie van CO2 uitstoot. Gelet op (1) de doelstelling van het mini-burgerberaad, namelijk het formuleren van een advies aan de gemeente Amsterdam over CO2 reductie, (2) de opzet en de korte doorlooptijd van het mini-burgerberaad, (3) de vraagstelling en (4) het vraagstuk, lijkt de samenstelling van de deelnemersgroep – met een relatief grote groep hoog opgeleide burgers - een logisch resultaat daarvan. Tegelijkertijd bestaat de groep die zich heeft aangemeld voor het mini-burgerberaad voor 90% uit burgers die nog niet eerder deelnamen aan een door de gemeente geïnitieerd participatieproces. De gemeente lijkt er door de opzet van het mini-burgerberaad dus in geslaagd om ruimte te bieden aan de inbreng van een nieuwe groep burgers.
Deze samenstelling van de deelnemersgroep (relatief hoog opgeleid en betrokken bij de klimaatproblematiek) hoeft in zichzelf geen belemmering te vormen voor een effectief participatieproces of de legitimiteit van de uitkomsten als zodanig. De voorstellen voor extra klimaatmaatregelen die de uitkomst zijn van het mini-burgerberaad zijn een advies aan het college van B&W. De gemeenteraad, democratisch gekozen door alle Amsterdammers, neemt uiteindelijk het besluit over dit advies.” Voor de volledige voorlopige reflectie vanuit de HvA verwijs ik u naar bijlagen 2 en 3 bij deze raadsinformatiebrief. Het proces deel 2: uitvoering mini-burgerberaad Op 1 november 2021 heeft wethouder Van Doorninck namens het college van B&W de volgende vraag aan het mini-burgerberaad voorgelegd: “Amsterdam wil de uitstoot van CO₂ in 2030 met 55% verlagen ten opzichte van 1990. Met de huidige maatregelen is dat doel nog niet binnen bereik. De prognose is dat een verlaging van 37% wordt gehaald. Daarom aan u de vraag: help ons door maatregelen te bedenken om de doelstellingen te halen.”
Daarna is het mini-burgerberaad volledig overgedragen aan de deelnemers van het miniburgerberaad, onder voorzitterschap van Alex Brenninkmeijer, met ondersteuning. De gemeente heeft een faciliterende rol gehad voor de locatie, online ondersteuning, catering, beveiliging, gezondheidsmaatregelen m.b.t. corona en notulering. Voorzitterschap Het voorzitterschap van het burgerberaad is ingevuld door Alex Brenninkmeijer. Hij was voorzitter van de adviescommissie ‘Betrokkenheid bij het klimaatbeleid’. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzocht deze commissie onder meer of burgerfora een rol kunnen spelen bij het verbeteren van de betrokkenheid van burgers bij het klimaatbeleid. Daarnaast is hij lid van de Europese Rekenkamer en faculteitshoogleraar Institutionele Aspecten van de Rechtsstaat aan de Universiteit van Utrecht. Van 2005 tot 2014 was hij de Nationale Ombudsman in Nederland. De voorzitter en het burgerberaad zelf zijn ondersteund door procesbegeleiders en een technisch bureau voor inhoudelijke ondersteuning (Berenschot). Communicatie mini-burgerberaad Voor communicatie over het mini-burgerberaad zijn gemeentekanalen ingezet zoals amsterdam.nl en social media.
De webpagina www.amsterdam.nl/miniburgerberaad is voor, tijdens en na het burgerberaad de centrale plek waar zoveel mogelijk beschikbare informatie te vinden is, zoals bijvoorbeeld een videoverslag van de voorzitter na elke bijeenkomst, presentaties van de gastsprekers en resultaten van de sessies gedeeld door het mini-burgerberaad. Ook het eindrapport dat op 15 november 2021 door het mini-burgerberaad is aangeboden aan wethouder Van Doorninck is integraal op de genoemde webpagina te zien. Er is daarmee maximale transparantie geweest over het proces met oog en zorg voor de deelnemers. Het rapport is op 15 december 2021 via een raadsadres door de voorzitter van het mini-burgerberaad, de heer Brenninkmeijer, aangeboden aan de gemeenteraad van Amsterdam. U treft het rapport ook als bijlage bij deze raadsinformatiebrief aan. Daarnaast zijn tijdens het proces journalisten van de Volkskrant, Het Parool en een cameraploeg van Nieuwsuur aanwezig geweest om het proces te volgen. Op 1 november 2021 tijdens de startbijeenkomst is dit eerst afgestemd met de deelnemers. Op 16 november hebben de Volkskrant, Het Parool en Nieuwsuur aandacht besteed aan het mini-burgerberaad. Ook andere media hebben over het mini-burgerberaad bericht. Open oproep expertise delen Op 15 oktober 2021 is een open oproep gedaan om informatie over de opgave met het miniburgerberaad te delen.
De input mocht geen commercieel doel hebben en het moest niet te lang zijn. Alle input die aan deze voorwaarden voldeed is integraal op de website geplaatst. Zo hadden deelnemers, maar ook andere geïnteresseerden hier toegang toe. Er zijn 35 bijdrages aangeleverd door bewoners en organisaties. Deelnemers konden bij aanmelden suggesties doen voor sprekers of informatiemateriaal zoals webpagina’s en artikelen. Deze zijn ook op de website geplaatst. Communicatie deelnemers Met de deelnemers is direct gecommuniceerd via e-mail en telefoon. Zij werden voor, tijdens en na het mini-burgerberaad geïnformeerd over alle praktische zaken. In het vervolgtraject blijven we de deelnemers op de hoogte houden wanneer er besluiten worden genomen of wanneer er ontwikkelingen zijn met de voorstellen. Een aantal maatregelen wordt ook samen verder uitgewerkt met deelnemers als zij daar voor open staan. Eigenaarschap Een van de belangrijkste argumenten om te kiezen voor een mini-burgerberaad gaat over het eigenaarschap van inwoners in de transities op het gebied van duurzaamheid. Het is in het proces
duidelijk geworden dat dat eigenaarschap gevoeld wordt door de deelnemers. Een voorbeeld hierbij is hoe het eindrapport tot stand zou komen. De voorzitter had een voorstel gedaan waarin een deel van het burgerberaad zich niet kon vinden, zij besloten om, samen met de voorzitter en met instemming van de overige deelnemers van het beraad, zelf controle te nemen over het proces om te komen tot het eindrapport van het mini-burgerberaad. Tijdsdruk Vanaf het begin van dit proces was duidelijk dat tijd de beperkende factor zou zijn. Daarom is het ook een mini-burgerberaad. Treffend is dan ook de titel van het eindrapport van het miniburgerberaad: Een mini-burgerberaad over een maxi-vraagstuk. In de tweede week van het proces werd het duidelijk dat een substantieel deel van de deelnemers het gevoel had onder grote tijdsdruk dit proces te moeten doorlopen. Dat resulteerde in discussies en zorgen over de uitwerking van de uitkomsten in het eindrapport. Het mini-burgerberaad heeft ook een voorstel opgeleverd voor het vervolgproces: het instellen van een gelote duurzaamheidsraad om de voorstellen verder mee uit te werken en de uitkomsten van het mini-burgerberaad te volgen en bewaken.
Dat is onderdeel van de maatregel P5 – Ga Groen! Overigens constateren wij dat het niveau van uitwerking van de maatregelen van een dusdanig niveau zijn dat hier prima een vervolgproces voor ingericht kan worden, zoals we dat ook doen met andere potentiele maatregelen om de CO2-reductie van Amsterdam te verlagen. Communicatie vervolgtraject De webpagina amsterdam.nl/miniburgerberaad blijft voorlopig online. Bij besluitvorming en ontwikkelingen rondom de voorstellen wordt per keer bekeken welke doelgroepen hier intern en extern over geïnformeerd moeten worden. Hierbij houden we dezelfde transparantie aan als tot nu toe. Interne communicatie wordt ingezet voor een goede interne borging bij verschillende betrokken directies. Onderzoek en evaluatie Op verzoek van de gemeente Amsterdam voert het lectoraat Psychologie voor een Duurzame Stad van de Hogeschool van Amsterdam onderzoek uit naar het mini-burgerberaad. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de aanpak zoals dat door de gemeente is ontwikkeld en in de ervaringen van deelnemers met het mini-burgerberaad. Het onderzoek richt zich met name op de verwachtingen en ervaringen van deelnemers aan het mini-burgerberaad. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan de gemeente leren van de ervaringen die worden opgedaan met de opzet en uitvoering van een (mini-)burgerberaad.
Uw gemeenteraad heeft in september 2021 het beleidskader participatie vastgesteld waarin het burgerberaad als participatie instrument staat vernoemd. De resultaten van het onderzoek kunnen helpen bij het verbeteren van de aanpak in de toekomst. De inzichten dragen op die manier bij aan de doorontwikkeling van burgerberaden als instrument om burgers te betrekken bij complexe maatschappelijke vraagstukken. Het onderzoek loopt door tot na de bestuurlijke en politieke behandeling van de uitkomsten van het mini-burgerberaad. Het eindrapport zal dan ook in de loop van 2022 beschikbaar komen en met u worden gedeeld.