CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Nota van Beantwoording Zienswijzen.pdf

RAAD 12 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – actualisatie 2025 (VN2025-012779)12.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De stippellijn langs Belgiëplein en Kasterleepark dient alleen als indicatieve verbeelding van een verbeterd OV-netwerk na eventuele realisatie van de verlengde Noord/Zuidlijn. Wanneer hier nieuwe metrostations worden opgeleverd, zijn goede aansluitingen op de rest van Nieuw-West zeer logisch en wenselijk. De manier waarop en de precieze tracés staan nog open. Omdat een omgevingsvisie transparant moet zijn over

Agrarische sector

2348-5706

LTO Noord vraagt om meer aandacht voor de agrarische sector in de geactualiseerde Omgevingsvisie. Waar in de visie van Weesp nog een duidelijke plek voor landbouw is, komt het agrarische in de nieuwe visie nauwelijks aan bod. Maak daarom een aparte landbouwparagraaf, zoals in andere stedelijke omgevingsvisies gebruikelijk is. Betracht meer nuance in de visie op bodemdaling. Het enkel benoemen van waterpeilverhoging als oplossing is te stellig, omdat er nog onderzoek loopt naar meerdere alternatieven. Dat de agrarische sector moet afstappen van kostprijsstrategie en zich meer op de lokale markt moet richten is een onterecht negatieve suggestie. Veranderingen in de keten vereisen een bredere maatschappelijke aanpak. Geef de agrarische sector een volwaardige plek in de visie en betrek hen actief bij het verdere beleidsproces.

voorziene ontwikkelingen op termijn, achten wij het van belang dat deze stippellijn zichtbaar blijft op de kaart. De omgevingsvisie besteedde al aandacht aan de Amsterdamse ambities op het terrein van de agrarische sector, maar onder meer naar aanleiding van uw zienswijze voegt de gemeente woorden toe over de rol van Amsterdamse agrariërs en de opgaven waarvoor zij staan. Deze zijn verwerkt in het onderdeel Landschap, recreatie en landbouw. De Amsterdamse ambities op het gebied van landbouw zijn op verschillende plekken van de omgevingsvisie terug te vinden en richten zich onder meer op de bevordering van kringlooplandbouw. De nadruk ligt daarbij op het buitengebied van Amsterdam-Noord. Vanuit de geïntegreerde Omgevingsvisie Weesp is nu opgenomen dat in Weesp vooral wordt ingezet op multifunctionele landbouw, omdat de keuze voor kringlooplandbouw hier niet eerder was gemaakt. In Weesp kiezen we voor landbouw die naast voedselproductie andere functies vervult, zoals recreatie en natuurbeheer. De gemeente Amsterdam zal de komende jaren het gesprek aangaan met agrariërs in het buitengebied, om voor de volgende actualisatie van de omgevingsvisie een helderder en toekomstbestendig landbouwperspectief te kunnen opstellen, dat in een specifieke paragraaf tot uitdrukking zal komen.

Amsterdam heeft de ambitie om bodemdaling zoveel mogelijk te beperken en negatieve effecten hiervan te verminderen of te voorkomen, een urgente opgave die vooral speelt in veenweidegebieden. In de omgevingsvisie wordt het ontwateren van veengronden benoemd als een belangrijke oorzaak van bodemdaling. In het onderdeel Robuust maaiveldniveau en bodemdaling wordt het verhogen van het

Weesp

2646-1356

Buurtplatform Leeuw&Sluis brengt de volgende punten onder de aandacht: 1. De actualisatie lijkt vooral Amsterdamse keuzes te volgen zonder echte integratie met de Weesper visie. Doordat de oorspronkelijke Weesper uitgangspunten ontbreken in het vergelijkingsdocument, is niet duidelijk hoe beslissingen tot stand zijn gekomen. 2. De Amsterdamse woonmilieus sluiten niet aan bij de ruim opgezette, groene wijken van Weesp. Een nieuw woonmilieu is nodig om dit te erkennen; anders ontstaat ruimte voor stedelijker bouw dan de Weesper visie toestond. 3. De hoofdgroenstructuur negeert Weespersluis grotendeels, waardoor waardevol groen onbeschermd blijft. Deze wijk zou als blauw-groene hotspot erkend moeten worden. 4. De visie spreekt te vrijblijvend over voorzieningen, terwijl Weespersluis juist dringend behoefte heeft aan sportvelden,

waterpeil genoemd als een mogelijke oplossingsrichting om bodemdaling te beperken. De visie kiest bewust niet voor een eenzijdige inzet op peilverhoging, maar benadrukt het belang van effectmeting en nader onderzoek naar de haalbaarheid. Belangrijk is het beperken of voorkomen van bodemoxidatie, rekening houdend met de totale uitstoot van broeikasgassen. Op dit moment zijn er in deze problematiek geen makkelijke en goedkope maatregelen voorhanden. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI), zoals verwoord in het rapport Stop bodemdaling in veenweidegebieden: Het Groene Hart als voorbeeld (september 2020), acht het huidige gebruik van het Nederlandse veenweidegebied echter niet houdbaar. In dialoog met de landbouwsector willen we de komende tijd daarom op zoek naar (nog) duidelijker keuzes en oplossingen om onzekerheid bij boeren en waterschappen te verminderen. 1. Een van de voornaamste aanleidingen om de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 te actualiseren was de integratie van stadsgebied Weesp. Hiervoor is de Omgevingsvisie Weesp 2050 als uitgangspunt genomen. Van alle paragrafen in de omgevingsvisie Weesp is gekeken of dit aansluiting vond bij de waarden en ambities van die van Amsterdam. Zo ja, dan is bekeken of Weesp in deze teksten expliciet moest worden genoemd.

Specifieke Weesper opgaven of ambities zijn opgenomen in de nieuwe paragraaf over het stadsgebied in hoofdstuk 8. Deze werkwijze is in oktober 2024 door het projectteam besproken met het Dagelijks Bestuur van stadsgebied Weesp en uitvoering ging in nauwe samenwerking met ambtenaren van het stadsgebied. De resultaten van de integratie zijn voor de zomer van 2025 gedeeld met de portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening van het stadsgebied. We hebben in de procedure formeel advies gevraagd aan het Dagelijks Bestuur van het stadsgebied. De

scholen en zorg. Dit vraagt harde normen en duidelijke tijdslijnen in plaats van inspanningsverplichtingen. 5. Er is onvoldoende aandacht voor ecologie in Weesp. Groene oevers, extra bomen tegen hittestress en ecologische integratie in de stedenbouw zouden expliciet opgenomen moeten worden, maar de huidige kaarten zijn te globaal. 6. Het deel over Amsterdam is concreet en uitgebreid, maar het Weesper stuk blijft vaag en bevat onrealistische ideeën zoals een tweede station, terwijl bestaande problemen zoals de spooronderdoorgang al lang niet opgelost worden. 7. De beoordeling van het OV klopt niet: in Weespersluis zijn geen verbindingen en fietsverbindingen richting Amsterdam zijn onveilig en slecht verlicht. Dit vraagt een herziening. 8. De tekst bevat achterhaalde informatie, zoals de verwijzing naar een ontsluitingsweg die al door de Waterlinie is vervangen. 9. De Bloemendalerpolder wordt niet genoemd bij bodemdaling, terwijl dit gebied als bebouwde polder juist belangrijk is voor toekomstbestendig bouwen en waterbeheer. 10. De visie noemt ‘Samen stadmaken’ en ‘open ontwerpen’, maar maakt niet concreet hoe bewoners van Weespersluis daadwerkelijk kunnen meedoen in de inrichting van hun leefomgeving.

actualisatie is vervolgens in een technische sessie besproken in de Bestuurscommissie van Weesp, gevolgd door drie overleggen bij de vergaderingen van de Bestuurscommissie en een aanvullende sessie om het advies te bespreken. Tijdens deze overleggen zijn door leden van de Bestuurscommissie meerdere aandachtspunten meegegeven, die we deels hebben verwerkt. Al met al: het college hoopt dat deze toelichting wat betreft het integratieproces helpt. 2. De stad Amsterdam en de stad Weesp kennen beide gebieden met laagbouw, veel groen en een ruime opzet. De verschillen tussen bijvoorbeeld Weespersluis, Aetsveld, Nieuwendam, Kantershof en De Aker zijn niet zo groot. Deze gebieden zijn gemarkeerd in een lichtgele kleur op de omgevingsvisiekaart, die staat voor een luw gebied. 3. In hoofdstuk 16.3 van de geactualiseerde OVA wordt uitgelegd waarom er geen nieuwe locaties in het beleidskader Hoofdgroenstructuur staan: "In juni 2024 is een referendum gehouden over een voorstel voor nieuw Hoofdgroenstructuurbeleid. Omdat een meerderheid tegen het nieuwe beleid heeft gestemd, heeft de raad het voorstel voor het nieuwe beleid verworpen en een motie aangenomen waarin verzocht wordt om een burgerberaad te organiseren over 'rigoureus vergroenen in een groeiende stad'.

De uitkomsten van het burgerberaad (2025) zijn bepalend voor actualisatie van het beleidskader Hoofdgroenstructuur." Stadsgebied Weesp wordt onderdeel van een eventuele nieuwe Hoofdgroenstructuur. Dit moet nu dus wachten op het Burgerberaad. Dit betekent echter niet dat het Weesper groen vogelvrij is: bij het juridisch afwegen van keuzes wordt bestaand Weesper groenbeleid gehanteerd. Onder het toetsingskader van de Hoofdgroenstructuur ligt bovendien altijd het bestemmingsplan/omgevingsplan als basis. 4. De omgevingsvisie is niet de plek waar harde normen en

tijdslijnen voor de realisatie van voorzieningen worden opgenomen. In de geactualiseerde omgevingsvisie is al veel meer aandacht voor het voorzieningenniveau in Weespersluis en Weesp dan in de Omgevingsvisie Weesp 2050. De sterke groei van Weesp, die veel groter bleek dan de gemeente Weesp had verwacht, legt een hoge druk op het voorzieningenniveau. Het college erkent dat hier de komende jaren aan gewerkt moet worden. 5. In de beleidsagenda van de omgevingsvisie (hoofdstuk 11 tot en met 18) wordt uitgebreid stilgestaan bij opgaven die gelden voor de hele gemeente, ook voor Weesp, ook voor ecologie en klimaatadaptatie. Deze opgaven zijn niet per stadsdeel of stadsgebied expliciet gemaakt. De ambities van de gemeente Amsterdam zijn voor deze thema’s grotendeels in lijn met de ambities die ook de omgevingsvisie Weesp kende en zijn daarom niet overgeheveld naar de paragraaf over het stadsgebied in hoofdstuk 8. Wat ecologie en klimaatadaptie betreft verwijzen we naar hoofdstukken Leefbaar Amsterdam en Duurzaam Amsterdam. 6. Juist voor stadsgebied Weesp zijn opgaven relatief concreet omschreven ten opzichte van de stadsdelen. Als gevolg van het integreren van de Omgevingsvisie Weesp 2050 kent de paragraaf voor het stadsgebied Weesp een vrij hoog detailniveau. Een onderdoorgang van het spoor blijft een streven, zoals ook in de Omgevingsvisie Weesp 2050 stond.

Een mogelijk tweede station is geen proefballon: dit komt voort uit de Omgevingsvisie Weesp 2050 (pagina 136). Daarnaast kende de kaart ‘Netwerk openbaar vervoer’ in hoofdstuk 7 al de nieuwe hov-verbinding IJburg - station Weesp. Wel zijn andere ov-lijnen op uw attenderen aan de kaart toegevoegd. 7. In de paragraaf over stadsgebied Weesp is niet benoemd dat er nu goede ov-verbindingen zijn. Het klopt dat met

Groen

3365-3441

De Omgevingswet verplicht overheidsinstanties zoals gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen. Deze visie schetst ambities en een toekomstbeeld voor de fysieke leefomgeving en wordt ondersteund door een Omgevingseffectrapportage (OER). De OER analyseert niet alleen milieueffecten, maar ook aspecten zoals gezondheid, veiligheid en

name Weespersluis matig bereikbaar is met het ov. De Omgevingsvisie Weesp 2050 laat op pagina 138 een indicatieve lijn zien voor een nieuwe potentiële busroute. Op basis van uw zienswijze hebben we deze overgenomen op de kaart van het Netwerk openbaar vervoer in hoofdstuk 7. 8. De tekst over de Waterlinie is inderdaad achterhaald. Deze tekst is overgenomen uit de Omgevingsvisie Weesp 2050 en is daarna over het hoofd gezien. We hebben dit aangepast. 9. Na de vaststelling van de ontwerpversie van de geactualiseerde omgevingsvisie zijn de teksten voor bodemdaling aangescherpt. Bodemdaling wordt genoemd als een stedelijke en landelijke opgave. Bodemdaling geldt niet alleen als opgave in de Bloemendalerpolder, maar in heel Amsterdam. De omgevingsvisie spreekt de ambitie uit om negatieve effecten van bodemdaling zoveel als mogelijk te voorkomen. 10. Een omgevingsvisie is niet bedoeld om ambities concreet te maken. Dat doet de gemeente in specifiek beleid, uitwerkingen, allerlei projecten en vooral met mensenwerk. Wat samen stadmaken betreft heeft de gemeente de afgelopen jaren verschillende dingen geregeld die bewoners helpen bij het actief zijn voor hun leefomgeving. Zo is er nu een participatieverordening met daarin opgenomen het buurtplatformrecht.

U was nota bene het eerste buurtplatform dat erkenning kreeg! En dat dingen in de praktijk soms onduidelijk en lastig blijven, is evident: samen stadmaken is vallen en opstaan. De geactualiseerde omgevingsvisie wijzigt niets in het gebied rond de Gaasperplas dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit gebied is ook onderdeel van de Hoofdgroenstructuur (HGS), wat voor een des te steviger beschermingsregime zorgt. Naar verwachting komt het Burgerberaad Groene Stad deze herfst met haar adviezen. Die

sociale effecten. In Amsterdam wordt de OER gebruikt om bredere thema’s in de fysieke leefomgeving te beoordelen, waaronder geluidsoverlast, natuurbehoud en bouwplannen.

zullen een belangrijke rol spelen bij verdere groene keuzes in Amsterdam, waaronder wellicht een geactualiseerde Hoofdgroenstructuur.

Een belangrijk aandachtspunt is de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat cruciaal is voor flora, fauna en bouwbeperkingen. In de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan Amsterdam moet de status van het NNN geborgd blijven. Dit geldt ook voor plannen zoals de herinrichting van het Gaasperpark, waar intensievere recreatie en meer horeca worden overwogen. Bouwactiviteiten in het NNN, zoals op de zuidoever van de Gaasperplas, zijn niet toegestaan. De gemeente moet zich bewust zijn van haar juridische verplichtingen onder nationale en internationale wetgeving, zoals de Verdragen van Bonn, Bern en Aarhus, die natuur en omwonenden beschermen.

Bouwen in het NNN is in principe niet toegestaan, omdat dit netwerk bedoeld is om natuurgebieden te beschermen en te verbinden. Uitzonderingen zijn mogelijk, maar alleen onder strikte voorwaarden. Volgens de Omgevingswet mag er alleen gebouwd worden als er geen alternatieven zijn en als het project van groot openbaar belang is. Daarnaast moet er compensatie plaatsvinden voor de schade aan de natuur. Het 'Toekomstplan Gaasperplas 2021 en verder' spreekt inderdaad over de mogelijke ontwikkeling van recreatie en horeca. Dit zal dus aan deze vereisten moeten voldoen.

Geluidsoverlast, bijvoorbeeld tijdens festivals, vormt een groot probleem. Het huidige geluidsniveau in parken overschrijdt de normen voor natuurbehoud en verstoort broedende vogels. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet. De gemeente moet bestaande weten regelgeving naleven en deze borgen in de Omgevingsvisie, het actieplan geluid en het evenementenbeleid. Daarnaast moet de gemeente bij al haar beslissingen rekening houden met samenhangende belangen in de fysieke leefomgeving, zoals milieubescherming, natuurbescherming en het tegengaan van klimaatverandering. De Omgevingsverordening Noord-Holland, die het NNN beschermt, moet worden opgenomen in de gemeentelijke plannen. Een ecologische visie van de gemeente, die geen juridische status heeft, kan niet dienen als vervanging van de NNN-

In het nieuwe Evenementenbeleid zijn de locatieprofielen aangepast aan de hand van een participatietraject en advies van specialisten. Hier is rekening gehouden met overlast voor natuur en mens. Dit participatietraject is inmiddels afgerond en het nieuwe Evenementenbeleid geldt vanaf het evenementenseizoen 2027. De gemeente Amsterdam dient zich zoals elke gemeente te houden aan de regelgeving omtrent het NNN. Voor de goede orde: de omgevingsvisie was en is hiermee niet in strijd.

Erotisch Centrum

Erotisch Centrum

3894-6536

5490-1384

status. Plannen die het NNN aantasten, zoals het creëren van een evenemententerrein in het Gaasperpark, zijn in strijd met de Omgevingsverordening en moeten worden voorkomen. Het is begrijpelijk dat er iets moet gebeuren om massatoerisme tegen te gaan, maar als toeristische functies naar andere delen van de stad worden gebracht, zullen die stadsdelen ook last hebben van overlast, zeker als het gaat om drugs en sekswerk. Er is een nieuwe stripclub op de Middenweg die tot veel overlast leidt van toeristen, in een verder rustige woonbuurt. Cluster sekswerk en bedrijven die drugs verkopen daarom rondom het Erotisch Centrum, met versterkte handhaving na 23:00. De locatie van het Erotisch Centrum staat op gespannen voet met de rustige woonomgeving en het nabijgelegen park. De komst van deze functie zal naar verwachting leiden tot een forse toename van verkeersdrukte, overlast en onveiligheid. De buurt ervaart deze effecten al tijdens grote beurzen in de RAI. Het Erotisch Centrum zal de verkeerssituatie, bereikbaarheid en leefbaarheid verder onder druk zetten. Daarnaast bestaan er grote twijfels over de effectiviteit van het Erotisch Centrum als oplossing voor overtoerisme en de werkomstandigheden van sekswerkers op de Wallen. Hoewel er sprake is van het sluiten van 100 ramen op de Wallen, is onduidelijk hoe dit zich verhoudt tot de tijdlijn van de bouw van het Erotisch Centrum.

Er zijn alternatieven denkbaar die de veiligheid en werkomstandigheden van sekswerkers op kortere termijn en met minder maatschappelijke weerstand kunnen verbeteren.

Deze stripclub heeft een vergunning gekregen, die natuurlijk niet zomaar kan worden ingetrokken. Dat er gehandhaafd moet worden op overlast, is evident. Bij veel klachten treedt de gemeente op. Uw suggestie om sekswerk te clusteren rondom het Erotisch Centrum ligt, kijkend naar andere zienswijzen op deze actualisatie, bij veel andere Amsterdammers zeer gevoelig. Het is altijd een puzzel hoe de gemeente ruimte voor dergelijke functies moet organiseren in Amsterdam. Daarom zijn procedures hiervoor zorgvuldig. Een stedelijke voorziening als deze past in principe binnen de omgevingsvisie en binnen het stationskwartier RAI. Na veel onderzoek is deze voorkeurslocatie gekozen voor het Erotisch Centrum. De inspraakperiode van het projectbesluit is achter de rug. Dat besluit wordt aan het einde van 2025 verwacht. De volgende stap is dan een investeringsbesluit, met stedenbouwkundig plan (programma, bereikbaarheid, openbare ruimte, veiligheid) en financiële consequenties (kosten en opbrengsten). Dit zal wederom gepaard gaan met een participatietraject, waar u uw genoemde zorgen kunt bespreken. De omgevingsvisie is niet de plek voor deze discussie; de omgevingsvisie volgt de besluiten van college en raad en doet geen eigen uitspraken over voorlopige locatiekeuze en gekozen proces.

Het participatietraject is als weinig transparant en niet overtuigend ervaren, omdat de indruk werd gewekt dat de locatiekeuze al vaststond en de zorgen van omwonenden onvoldoende werden meegenomen. Er zijn zorgen over een waardedaling van woningen, een aantasting van het gevoel van veiligheid en een negatief effect op het imago van het gebied, wat gevolgen kan hebben voor de aantrekkelijkheid voor expats, werknemers van internationale organisaties en nieuwe bewoners.

Erotisch Centrum

5628-3857

Heroverweeg de huidige locatiekeuze en onderzoek alternatieven die geen directe woonomgeving raken. Doe een onafhankelijke risicoanalyse waarin overlast, verkeersdruk, veiligheid en handhaving integraal worden beoordeeld. Het is essentieel dat omwonenden een duidelijke stem krijgen en daadwerkelijk worden betrokken bij de uiteindelijke besluitvorming. De keuze voor het ontwikkelen van een erotisch centrum dient te worden heroverwogen en gestopt. Er is brede maatschappelijke kritiek op het voornemen. Het verplaatsen van de problemen op de Wallen naar een andere locatie is niet rationeel. Het nu intrekken van het voornemen zou een eventueel mislukken van het plan voorkomen.

Een stedelijke voorziening als deze past in principe binnen de omgevingsvisie en binnen het stationskwartier RAI. Na veel onderzoek is deze voorkeurslocatie gekozen voor het Erotisch Centrum. De inspraakperiode van het projectbesluit is achter de rug. Dat besluit wordt aan het einde van 2025 verwacht. De volgende stap is dan een investeringsbesluit, met stedenbouwkundig plan (programma, bereikbaarheid, openbare ruimte, veiligheid) en financiële consequenties (kosten en opbrengsten). Dit zal wederom gepaard gaan met een participatietraject, waar u uw genoemde zorgen kunt bespreken. De omgevingsvisie is niet de plek voor deze discussie; de omgevingsvisie volgt de besluiten van college en raad en doet geen eigen uitspraken over voorlopige locatiekeuze en gekozen proces.

Erotisch Centrum

8427-3024

Het Erotisch Centrum biedt geen oplossing voor massatoerisme en overlast in de binnenstad, maar creëert juist nieuwe problemen. Het centrum wordt een extra toeristische attractie met miljoenen bezoekers, wat in strijd is met het toerismebeleid van de gemeente. Onderzoek toont aan dat de meeste Wallen-bezoekers niet naar een locatie buiten de binnenstad zullen gaan. Er ontbreekt onderbouwing, adviezen voor kleinschalige oplossingen worden genegeerd, en de beoogde locatie is ongeschikt vanwege bestaande toeristische druk en ruimtelijke beperkingen.

Water

5789-5048

Water

8536-0064

De Omgevingsvisie benoemt diverse onderwerpen met raakvlakken met het areaal en de beheertaken van Rijkswaterstaat, zoals nieuwe bruggen over het IJ, verbindingen naar Zeeburgereiland en IJburg, waterrecreatie en hubs langs het hoofdwegennet. Er lopen gesprekken tussen de gemeente en Rijkswaterstaat over deze onderwerpen, en er wordt verzocht om relevante uitkomsten hiervan door te laten werken in de Omgevingsvisie. Treed bij verdere uitwerking van onderwerpen met raakvlakken met Rijkswaterstaat - zoals ligplaatsen, chartervaart en vervoer over water - in overleg om gezamenlijk mogelijkheden en beperkingen te bepalen. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht benadrukt dat vier belangrijke thema’s nadrukkelijker moeten worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze punten werden al genoemd tijdens de terinzagelegging van de omgevingsvisie in 2021. Het waterschap waarschuwt dat het watersysteem in Amsterdam onder druk staat en zijn grenzen bereikt. Een

Een stedelijke voorziening als deze past in principe binnen de omgevingsvisie en binnen het stationskwartier RAI. Na veel onderzoek is deze voorkeurslocatie gekozen voor het Erotisch Centrum. De inspraakperiode van het projectbesluit is achter de rug. Dat besluit wordt aan het einde van 2025 verwacht. De volgende stap is dan een investeringsbesluit, met stedenbouwkundig plan (programma, bereikbaarheid, openbare ruimte, veiligheid) en financiële consequenties (kosten en opbrengsten). Dit zal wederom gepaard gaan met een participatietraject, waar u uw genoemde zorgen kunt bespreken. De omgevingsvisie is niet de plek voor deze discussie; de omgevingsvisie volgt de besluiten van college en raad en doet geen eigen uitspraken over voorlopige locatiekeuze en gekozen proces. Het college is het met u eens: ruimtelijke ontwikkelingen die uw bevoegdheden raken doen we in overleg met u en uitkomsten daarvan zullen landen in de eerstvolgende (actualisatie van de) omgevingsvisie. Het college heeft haar best gedaan om formele uitkomsten van gezamenlijke processen tot nu toe te laten landen in deze (geactualiseerde) omgevingsvisie.

Het waterschap heeft een bijzondere positie in deze nota, omdat het voor de gemeente deels een ‘interne’ partij is. De door u genoemde punten zijn dan ook eveneens aan de orde gekomen in onderlinge gesprekken.

meer sturende rol van water in de ruimtelijke ordening is nodig. Ook is er het belang van een goede waterkwaliteit voor een aantrekkelijke leefomgeving en de noodzaak om wateren klimaatopgaven beter te integreren met andere stedelijke opgaven. Sinds de vaststelling van de Omgevingsvisie in 2021 is er meer aandacht gekomen voor waterthema’s, zoals via het Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027, klimaatadaptatie, grondwaterneutrale kelders, gebiedsgerichte programma’s en het omgevingsplan. Ook de inspanningen van het Assetteam Water worden gewaardeerd. Met de ontvlechting van Waternet wil het waterschap de samenwerking met de gemeente verder versterken. Neem de vier eerder genoemde aandachtspunten alsnog op in de Omgevingsvisie en integreer de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) als bovengemeentelijk kader. Lozingen van warmte (zoals koelwater en aquathermie), koude (aquathermie) of grondwater (bronnering, bodemenergie en geothermie) kunnen schadelijk zijn voor de aquatische ecologie. Bij gebiedsontwikkelingen moet compensatie voor dergelijke effecten als voorwaarde gelden. Besteed tot slot expliciet aandacht aan de taken rondom gemeentelijk vaarwegbeheer en nautisch beheer, vooral in relatie tot nieuwe ruimtelijke projecten en de overdrachten die daarvoor nodig zijn.

Het college onderschrijft de urgentie van de door u genoemde opgaven, en ook dat die urgentie langzaamaan toeneemt. Op grond van de door u genoemde nota’s en beleidslijnen hebben we verschillende watergerelateerde teksten dan ook aangescherpt. Voor details verwijzen we naar het WAS-WORDT document of de geactualiseerde omgevingsvisietekst zelf. Gezien het evidente belang van uw punten verwachten we weinig maatschappelijke weerstand tegen deze aanscherpingen. Op termijn voorziet het college de noodzaak van scherpere keuzes. Dat wil zeggen: waterbeleid gaat meer en directere gevolgen hebben voor andere keuzes in de omgevingsvisie. Deze zijn, gezien het beperkte karakter van deze actualisatie, nog niet expliciet gemaakt. Ze zijn nu onderdeel van enkele uitwerkingsopgaven; bij een eerstvolgende (actualisatie van de) omgevingsvisie zullen keuzes ongetwijfeld nadrukkelijker op tafel komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16177428/1