5. Nota van beantwoording zienswijzen Kavel 124II geanonimiseerd
Tekst van het document
Geanonimiseerd
Nota van Beantwoording zienswijzen
bestemmingsplan “ IJburg 1e fase Kavel 124 II ”
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan “Kavel 124 II, IJburg 1e fase” met de daarop betrekking hebbende stukken ter inzage gelegen. Hiertoe heeft op 10 juni 2020 een publicatie plaatsgevonden in de digitale Staatscourant en op de website van de gemeente Amsterdam.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 11 juni 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen voor een ieder bij het stadsdeel Oost en was tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de termijn van terinzagelegging kon een ieder een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam.
Ten aanzien van het ontwerpplan zijn de volgende zienswijzen kenbaar gemaakt: 1. Waternet, Afd. Waterplannen en Besturing 2.
/ bestemmingsplan "lJburg 1e fase kavel 124 II"
3. De heer 4. De heer
In deze nota worden de zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan eerst kort samengevat en daarna beantwoord. Deze nota, met de daarbij behorende bijlagen, maakt integraal onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over het bestemmingsplan. Als zienswijzen tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan hebben geleid, dan is dat in de beantwoording van de zienswijze vermeld.
De wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan worden beschreven in een aparte Nota van Wijzigingen behorende bij de raadsvoordracht tot (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan.
2
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Beantwoording van de reacties
1.
Waternet, Afd. Waterplannen en Besturing
a. Vorig jaar is ook de Bouwenvelop voor 124-II beoordeeld. Uit de tekeningen is destijds opgemerkt dat er dwarsverbindingen (bruggen) komen tussen de steigers. In verband met het onderhoud dat in de toekomst door Waternet moet worden uitgevoerd is dat niet gewenst.
b. Op het steigereiland is geen zomer en winterpeil maar een flexpeil van NAP 0 tot -0,6 m. Daarbij moet men rekening houden met de nutsvoorzieningen die dit flexpeil aankunnen. In de regels is aangegeven dat er een maximale diepte t.a.v. het waterpeil geldt van 1,5 m. Dat is prima en volgens afspraak maar daarbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat het peil kan fluctueren. Wellicht moet daarover iets in de regels worden opgenomen.
Reactie burgemeester en wethouders: Ad a: Deze verbindingen zijn noodzakelijk omdat in het kader van de brandveiligheid sprake moet zijn van voldoende vluchtwegen. De bruggen worden echter doorvaarbaar uitgevoerd, zodat deze geen beperking vormen voor het beheer en onderhoud.
Ad b: Dit betreft een belangrijk punt en er zal ook zeker bij de uitgifte van de kavels aandacht aan worden besteed. Bij de aanleg van de nutsvoorzieningen wordt er rekening mee gehouden.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan te wijzigen.
2.
/ bestemmingsplan "lJburg 1e fase kavel 124 II"
Labré Advocaten heeft namens de bewoners van een groot aantal woningen aan de een zienswijze ingediend. Daarin wordt aangegeven dat de bewoners zich niet kunnen vinden in de toegestane bouwhoogte van de voorziene waterwoningen. Evenmin kunnen zij zich vinden in de afstand van de voorziene waterwoningen tot hun woningen en
3
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
vinden zij het bezwaarlijk dat het ontwerpbestemmingsplan niet voorziet in een minimale afstand tussen de voorziene waterwoningen.
a. Bouwhoogte waterwoningen Op basis van het geldende bestemmingsplan “IJburg 1e fase CS” zijn, met toepassing van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, waterwoningen toegestaan tot een hoogte van 7,5 meter, waarvan 6 meter boven de waterlijn. Op grond van het ontwerpbestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II” kunnen ter plaatse waterwoningen worden gebouwd met een maximale hoogte van 7,5 meter boven de waterlijn. Met toepassing van de binnenplanse algemene afwijkingsregels in artikel 9 kan de maximale bouwhoogte met maximaal twee meter worden overschreden. Dit leidt tot een - met toepassing van die binnenplanse afwijkingsregel – maximum bouwhoogte van 9,5 meter boven de waterlijn tot een te grote toename van de maximum bouwhoogte. Reclamanten verwachten hierdoor een beperking van hun uitzicht en tot onwenselijke schaduwwerking. Gesteld wordt dat dit laatste ook niet is onderzocht. Reclamanten zijn van mening dat een verhoging van de bouwhoogte met een extra bouwlaag ten opzichte van het vigerende plan, dusdanig ingrijpend is dat deze niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Reactie burgemeester en wethouders: Met het bestemmingsplan wordt inderdaad een grotere bouwhoogte mogelijk gemaakt dan in het ter plaatse nu geldende bestemmingsplan is toegestaan. De behoefte daaraan ten behoeve van de ontwikkeling van de betreffende waterkavel is ook de directe aanleiding voor het nieuwe bestemmingsplan. Met het nieuwe bestemmingsplan willen we eenzelfde bouwhoogte mogelijk maken als binnen kavel 124 I van toepassing is. Daar zijn de waterwoningen al gerealiseerd en Kavel 124 II moet eenzelfde uitstraling gaan krijgen.
Om een en ander duidelijk in beeld te brengen is onderstaand een overzicht van de geldende bestemmingsplannen opgenomen. Links zijn de bestemmingsplannen afgebeeld die daar op dit moment gelden. In feite hebben we te maken met drie bestemmingsplannen die van toepassing zijn op de omgeving van het plangebied. Rechts is het nieuwe bestemmingsplan afgebeeld.
4
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Hieronder is in een tabel opgenomen met daarin de maximale bouwhoogte opgenomen die op basis van elk bestemmingsplan zijn toegestaan. Het gaat dan om de maximum bouwhoogten voor waterwoningen op basis van het nu geldende bestemmingsplan (IJburg 1e fase CS), het voor de op kavel 124 I al gebouwde waterwoningen geldende bestemmingsplan (IJburg 1e fase) en het nieuwe bestemmingsplan (ontwerpbestemmingsplan Kavel 124 II).
IJburg 1e fase CS (Centrale Stad) Bouwhoogte 6 meter (met binnenplanse afwijking 7,5 meter) Hoogte boven waterpeil 4,5 meter (met binnenplanse afwijking 6 meter)
IJburg 1e fase Bouwhoogte 7,5 meter (met binnenplanse afwijking 8,5 meter) Hoogte boven waterpeil 7,5 meter (met binnenplanse afwijking 8,5 meter) Aanvullende afwijkingsmogelijkheid: tot 11,5 meter (+3 m) t.b.v. een dakopbouw
IJburg 1e fase Kavel 124 II (ontwerpbestemmingsplan) Bouwhoogte 7,5 meter (met binnenplanse afwijking 9,5 meter) Hoogte boven waterpeil 7,5 meter (met binnenplanse afwijking 9,5 meter)
Met reclamanten zijn burgemeester en wethouders het eens dat er ten opzichte van het ter plaatse nu geldende bestemmingsplan een substantiële toename ontstaat van de maximum bouwhoogte. Zeker als de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid daarbij wordt betrokken. Zoals gesteld, is het de bedoeling qua uitstraling en volume aan te sluiten op de al op kavel 124 I gebouwde waterwoningen.
5
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Burgemeester en wethouders stellen dat daar een stedenbouwkundig gewenst beeld is gerealiseerd en zijn ook van mening dat een vergelijkbaar bouwvolume op kavel 124 II goed zou passen en ook daar niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van het woongenot voor de omgeving. Niet met zekerheid kan dat worden uitgesloten in het geval de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt toegepast. Een bouwhoogte van 9,5 meter wordt ook niet voor elke woning wenselijk geacht. Met het oog op variatie kan een grotere bouwhoogte bij enkele woningen van toegevoegde waarde zijn voor de stedenbouwkundige kwaliteit. Om die reden is dit ook als afwijkingsmogelijkheid opgenomen en niet als vastgelegde regel.
Hoewel de aanwezigheid van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid betekent dat de gemeente de afwijking in principe planologisch aanvaardbaar acht, betekent dit niet dat burgemeester en wethouders ook altijd verplicht zijn om van die bevoegdheid gebruik te maken. Volgens vaste rechtspraak hebben burgemeester en wethouders bij deze beslissing beoordelingsvrijheid. Hierbij wegen burgemeester en wethouders factoren mee die bepalen of nog sprake is van een goede ruimtelijke ordening en er geen onevenredige aantasting ontstaat van belangen. Door een afwijkingsbevoegdheid op te nemen wordt juist bedoeld dat die extra hoogte niet overal is gewenst. Met de afwijkingsmogelijkheid krijgen burgemeester en wethouders een discretionaire bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Bij daadwerkelijke toepassing van deze bevoegdheid worden dan de in geding zijnde belangen afgewogen. In dit geval wordt dan bekeken welke impact een concreet aangevraagd bouwplan, waarbij gebruik zou moeten worden gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid, heeft op de omgeving. Dan vindt ook bijvoorbeeld een nieuwe zonnestudie plaats wanneer dat relevant is voor de bepaling of sprake is van aantasting van belangen van derden.
Hoewel naar het inzicht van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan getuigt van een goede ruimtelijke ordening, is evenwel naar aanleiding van de zienswijze nog eens goed gekeken naar de wenselijkheid van die extra bouwhoogte, die met de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid was te bewerkstelligen. Bekeken is of hierin reclamanten enigszins tegemoet kan worden gekomen. Gelet op de mogelijke invloed op de omgeving en het gewenste stedenbouwkundig beeld, waarbij een bouwvolume van maximaal 3 bouwlagen passend is, wordt besloten de afwijkingsmogelijkheid uit het ontwerpbestemmingsplan te schrappen. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt dan een maximum bouwhoogte opgenomen van 7,5 meter boven waterpeil, zonder mogelijkheid om daarvan nog eens binnenplans af te wijken.
6
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Ja, de afwijkingsmogelijkheid op grond van artikel 9 lid c wordt geschrapt.
b. Omissie in zonnestudie Er is in de zonnestudie geen rekening gehouden met toepassing van de algemene afwijkingsmogelijkheid op basis waarvan de waterwoningen tot 9,5 meter boven waterpeil kunnen worden gerealiseerd. Daardoor is het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het ontwerpbestemmingsplan is daardoor in strijd met artikel 3:2 en met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Reclamanten verzoeken om een aanvullende zonnestudie op basis van een bouwhoogte van 9,5 meter.
Reactie burgemeester en wethouders: Zoals ook bij de beantwoording onder a is aangegeven, is een zonnestudie naar de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden niet noodzakelijk. De extra bouwhoogte is alleen met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid toe te laten. Aan toepassing van die afwijkingsmogelijkheid gaat een verplichte belangenafweging vooraf. Aan de hand van een dan ingediend concreet bouwplan wordt bepaald in welke mate de omgeving daar impact van ervaart. Op grond van artikel 2.12, lid 1 van de Wabo kan de binnenplanse afwijking uitsluitend worden toegepast indien de te vergunnen activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Om dat vast te kunnen stellen is afhankelijk van het te vergunnen plan op dat moment een zonnestudie van dat concrete bouwplan noodzakelijk. Het is niet opportuun dit reeds in de bestemmingsplanprocedure uit te laten voeren, omdat er dan nog geen sprake is van een concreet te vergunnen bouwplan. Vanuit de gemeente is die extra hoogte als afwijkingsbevoegdheid opgenomen om in delen van het plangebied te kunnen afwijken, maar niet overal. Omdat de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid alleen toegepast kan worden nadat is aangetoond dat voldaan wordt aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening is er naar de mening van burgemeester en wethouders geen sprake van een onzorgvuldig voorbereid ontwerpbestemmingsplan.
Nu besloten is om de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid te schrappen, lijkt dit punt van reclamanten overigens niet meer aan de orde.
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Nee.
7
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
c. Afstand van waterwoningen tot woningen cliënten De bezwaren van reclamanten tegen de gestegen maximale hoogte van de waterwoningen hangen samen met de geringe afstand tot hun woningen/percelen. De voorziene bouwkavels bevinden zich op een afstand van 17 meter tot de woningen en nog korter tot de perceelgrenzen. De vergrote bouwhoogte op deze korte afstand van hun woningen zorgt voor een ernstige verstoring van hun woon- en leefgenot. Als gevolg van de korte afstand komt ook de privacy van reclamanten in het geding. Voorgesteld wordt een afstand van minimaal 25 meter in acht te nemen.
Reactie van burgemeester en wethouders: Met het nieuwe bestemmingsplan komen de waterwoningen niet dichter bij de percelen van reclamanten dan aan reclamanten bij aankoop van hun perceel is aangegeven en vastgelegd is in hun kavelpaspoort. Ook verschilt deze afstand niet met hoe het in het nu geldende bestemmingsplan is vastgelegd. Zeker nu ook de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor verhoging van de maximum bouwhoogte wordt geschrapt, zien burgemeester en wethouder geen aanleiding vanwege een hogere maximum bouwhoogte de afstand tussen de woningen te vergroten. Zoals uit de zonnestudie blijkt is er geen sprake van substantiële hinder in de vorm van schaduwval. Ook voor wat betreft privacy is er naar de mening van burgemeester en wethouders geen sprake van een onevenredige aantasting als gevolg van de extra hoogte. Gelet op de aard van de woningen, aan het water, ontstaat er als gevolg van een extra hoogte van tegenoverliggende woningen geen veel grotere inbreuk op privacy dan zonder die extra hoogte het geval was. Die openheid door met name ook de positionering aan en in het water is kenmerkend voor de buurt en maakt deze ook uniek en bijzonder om in te wonen. Er mag vanuit worden gegaan dat dit onderdeel is van de afweging die iedereen heeft gemaakt voordat besloten is om in de buurt te gaan wonen.
8
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Nee.
d. Onderlinge afstand waterwoningen Het ontwerpbestemmingsplan lijkt niet te voorzien in een minimale onderlinge afstand tussen de waterwoningen. In het bestemmingsplan IJburg le fase CS is in artikel 11.2 onder d bepaald dat de onderlinge afstand van waterwoningen en woonboten minimaal 5 meter bedraagt. Cliënten pleiten voor het opnemen van een minimale afstand tussen waterwoningen (en woonboten). Op die manier blijven 'doorkijkjes' bestaan en ontstaat geen massale gevelwand, althans een minder massale.
Reactie van burgemeester en wethouders: In bestemmingsplan “IJburg 1e fase CS” is inderdaad een regel opgenomen op basis waarvan een onderlinge afstand in acht moet worden genomen van 5 meter. De reden van het opnemen van die regel is hoofdzakelijk gelegen in de brandveiligheid. Omdat de brandveiligheid ook met voorschriften op basis van het Bouwbesluit is geregeld, is dit echter los gelaten. Dit om ontwikkelaars voor kavel 124
9
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
II ook de mogelijkheid te geven de brandveiligheid met andere maatregelen dan onderlinge afstand te borgen. Er zijn namelijk meerdere maatregelen te treffen om te zorgen voor een brandveilige situatie. Een bijkomend effect van de verplichte onderlinge afstand is de lucht en openheid die ermee in het plan ontstaat. Burgemeester en wethouders begrijpen ook dat voor reclamanten een onderlinge afstand tussen de tegenover gelegen waterwoningen een bijdrage levert aan een vergroot woongenot. Doorkijkjes en meer open gevelwand zorgen daarmee voor een vanuit het zichtpunt van reclamanten mogelijk fraaier stedenbouwkundig beeld. Ook kan die openheid er wellicht voor zorgen dat de afstand tot de waterwoningen als groter wordt ervaren. Burgemeester en wethouders zijn in dat licht ook bereid om het ontwerp te wijzigen door de regel van een verplichte onderlinge afstand van 5 meter op te nemen, conform ook het bestemmingsplan “IJburg 1e fase”.
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Ja. Een regel wordt toegevoegd waarmee een minimale onderlinge afstand van 5 meter wordt geregeld.
e. Planschade Reclamanten zijn van mening dat als gevolg van verlies van uitzicht als gevolg van de vergrote bouwhoogte, alsmede het verlies van privacy, waardeverlies van de woningen zal ontstaan. Naar de mening van reclamanten is het standpunt van de gemeente dat geen sprake is van voor tegemoetkoming in aanmerking komende planschade onjuist. Het is immers op grond van het vigerende bestemmingsplan IJburg le fase CS niet mogelijk om waterwoningen te bouwen met een hoogte van meer dan 4,5 meter boven de waterlijn, terwijl in het Ontwerp een maximale bouwhoogte van 7,5 meter boven de waterlijn toegestaan (binnenplanse afwijking niet meegerekend). Daarbij dient ter zake van planschade in aanmerking te worden genomen dat een in een bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheid bij de maximale invulling van dat bestemmingsplan buiten beschouwing moet worden gelaten (ABRvS van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582, 1.0. 2.8).
Reactie van burgemeester en wethouders: Bij de opzet van het plan is getracht planschade te voorkomen en is naar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake van een ruimtelijke regeling die niet hoeft te leiden tot een onevenredige aantasting van het woongenot of een beperking van de gebruiksmogelijkheden. Ter voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure heeft een analyse van het planschaderisico plaats
10
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
gevonden. Daaruit blijkt dat enige benadeling weliswaar plaats zou kunnen vinden, maar dat ten tijde van aankoop van de percelen door reclamanten voorzienbaar was dat de hoogte kon worden opgetrokken naar 6 meter en dat de mogelijke waardevermindering als gevolg van een wijziging naar 7.5 meter ruim binnen de drempel van het Normaal Maatschappelijk Risico blijft. Voor zover reclamanten van mening zijn dat sprake is van planschade dan bestaat de mogelijkheid om via een afzonderlijke procedure (artikel 6.1 Wro die los staat van de bestemmingsplanprocedure), een verzoek tot planschade in te dienen op basis van het vastgestelde bestemmingsplan.
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Nee.
3. Reclamant wijst op de natuurwaarde van het plangebied als gevolg van het niet benutten van de bestaande planologische mogelijkheden. Reclamant heeft waargenomen dat ter plaatse een waardevolle biotoop is ontstaan en verzoekt de gemeente om deze biotoop niet te verstoren. Reclamant stelt voor om als alternatief hier kleinere steigers te realiseren voor woonboten/-schepen, waarmee de natuurkwaliteit behouden kan blijven.
Reactie van burgemeester en wethouders: Burgemeester en wethouders begrijpen heel goed het zichtpunt van reclamant. Voorliggend ontwerpbestemmingsplan verandert echter niet de bestemming van het plangebied. Dit was de bestemming Wonen en het blijft de bestemming Wonen. Het bestemmingsplan houdt hoofdzakelijk een wijziging van de bouwhoogte in. Dit betekent echter niet dat er geen rekening wordt gehouden met natuurwaarden in het gebied. Met het plan voor Kavel 124 II worden namelijk met een benutting door realisatie van steigers met waterwoningen, juist ook natuurdoelstellingen en ambities nagestreefd, maar dan in een combinatie van wonen, water en natuur. De gemeente streeft bij de ontwikkeling van kavel 124 II onder meer naar een verbetering van de (chemische en biologische) kwaliteit van het binnenwater van Steigereiland. Hieraan wordt in de tenderprocedure aandacht gegeven en deelnemende ontwikkelaars worden gestimuleerd maatregelen in hun plan op te nemen die bijdragen aan een hogere waterkwaliteit. Water met een hoge kwaliteit biedt ruimte aan verschillende waterplanten en diersoorten. Een grotere biodiversiteit in en op het water vergroot de belevingswaarde van het water. De beoogde ontwikkeling gaat dus niet ten koste van de kwaliteit van de natuur ter plaatse. Met zorgvuldig
11
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
beheer en een duurzame ontwikkeling van de woningen, wordt de kwaliteit verbeterd en wordt er ook voor gezorgd dat bewoners van het gebied deze kwaliteiten ook optimaal kunnen ervaren.
Om te bepalen of sprake is van waardevolle en te beschermen flora en fauna ter plaatse heeft een ecologische verkenning plaatsgevonden. Op 15 februari 2022 is door Witteveen en Bos een ecologisch rapport uitgebracht. In het rapport wordt geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling niet ten koste gaat van een waardevolle biotoop. Negatieve effecten op te beschermen plantenen diersoorten zijn op voorhand uit te sluiten. Er is wat dat betreft geen aanleiding om het oorspronkelijk beoogde plan aan te passen naar een kleinere ontwikkeling. Het ecologisch rapport is als bijlage gevoegd bij dit bestemmingsplan (Quickscan natuur: Verondieping Binnenwater Steigereiland, 15 februari 2022 Witteveen + Bos).
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Nee.
4. Reclamant kan zich niet vinden in het ontwerpbestemmingsplan. Het water is nu nog een stukje natuur en hoort bij het maritieme karakter van IJburg. Reclamant is van mening dat deze waarde verloren gaat door in het plangebied zoveel woningen te bouwen.
Reclamant ziet in de bouwhoogte geen verbetering van de buurt. Reclamant verzoekt in dit licht om: 1. Te overwegen om het aantal bij te bouwen steigers van 3 naar 2 te wijzigen, en deze parallel en op dezelfde afstand van de bestaande 2 steigers; 2. Te overwegen om de lengte van de bij te bouwen steigers in te korten; 3. Te overwegen om geen woonboten toe te staan ten behoeve van de algemene leefbaarheid en rust; 4. De hoogte van de bij te bouwen woningen op maximaal 6 meter te stellen
Reactie van burgemeester en wethouders:
12
Gemeente Amsterdam
Maart 2022
Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan “IJburg 1e fase Kavel 124 II
Burgemeester en wethouders hebben begrip voor het standpunt van reclamant. Zoals echter ook uit de beantwoording van de andere reclamanten blijkt, zijn wij van mening dat ook bij de beoogde ontwikkeling van de waterkavel de kwaliteit van de omgeving behouden blijft. Het stedenbouwkundig plan, zoals dit in het verleden ter voorbereiding op ontwikkeling is gemaakt, biedt een veelzijdige en kwalitatieve invulling van de kavel, waarmee ook zorgvuldig wordt omgegaan met alle belangen die hierin spelen. Er is met dit ontwerpbestemmingsplan ook geen sprake van een geheel nieuwe ontwikkeling. Het bestemmingsplan ziet hoofdzakelijk op een aanpassing van de bouwhoogte en die aanpassing, een verhoging van de bouwhoogte van de waterwoningen, leidt naar de mening van burgemeester en wethouders niet tot een nadelig effect op de woon- en leefkwaliteit van de omgeving.
Aanleiding voor aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan? Nee.
13