5. Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan part tech herz Havenstraatterrein Anoniem.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
15 augustus 2023
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
3
2.
Samenvatting en beantwoording zienswijzen
4
Reclamant 1 Reclamant 2 Reclamant 3 - Belangenvereniging Gebruikers van het Industrieterrein Haarlemmermeerstation
4 7 9
Bijlagen: zienswijzen (integraal, maar geanonimiseerd)
2
15
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
1.
Inleiding
Het ontwerpbestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ heeft van 22 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Hiertoe heeft op 21 juni 2023 een publicatie plaatsgevonden. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Er zijn drie zienswijzen ingediend. Deze zijn tijdig ingediend en kunnen in beschouwing worden genomen. In de voorliggende nota worden de zienswijzen na een korte samenvatting inhoudelijk beantwoord. De zienswijzen zijn integraal, maar geanonimiseerd als bijlagen bij deze nota opgenomen. Voorliggende nota maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.
3
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
2.
Samenvatting en beantwoording zienswijzen
Reclamant 1 1.1
Reclamant meent dat huidige en toekomstige belanghebbenden onvoldoende zijn betrokken bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan. Het is onvoldoende duidelijk wat de technische herziening exact inhoudt en wat moet worden verstaan onder “specifieke vorm van wonen”. Hoe anders is dit dan het begrip “wonen”, zoals genoemd in de toelichting onder de noemer “wonen op begane grond”? Antwoord: Het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals volgt uit artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening. In overeenstemming met deze procedure is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. Er is dan ook aan de wettelijke eisen voor vaststelling van een bestemmingsplan voldaan. Los van deze wettelijke eisen, is vanwege de technische aard van deze partiële herziening verder niet ingezet op een grotere betrokkenheid van de omgeving. De technische aard van deze partiële herziening houdt verband met het herstellen van fouten op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein.
Op vier plekken op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein is per abuis aangegeven dat daar niet gewoond mag worden, terwijl het programma voor het Havenstraatterrein altijd heeft voorzien in de mogelijkheid van wonen op die plekken en het dus altijd de bedoeling is geweest dat op deze plekken wel kan worden gewoond. Dat kan als volgt toegelicht worden. Uitgangspunt van het bestemmingsplan Havenstraatterrein is dat er binnen de bestemming Gemengd - naast andere functies als bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende en maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca - gewoond mag worden. Op een aantal plekken is een beperking voor de woonfunctie aangebracht. Daartoe dient de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen’. Op de drie plekken waar de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten wonen op beganegrond’ (hetgeen wil zeggen: wonen uitsluitend toegestaan vanaf de tweede bouwlaag) in deze partiële technische herziening is opgenomen, is op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein per abuis de functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’ (hetgeen wil zeggen: wonen niet toegestaan) opgenomen. Het was echter altijd al de bedoeling dat ter plaatse vanaf de tweede bouwlaag kan worden gewoond.
De functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’ is met deze partiële technische herziening vervangen door de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten wonen op beganegrond’, waardoor wonen vanaf de tweede bouwlaag, overeenkomstig het programma, mogelijk wordt. Op de plek waar de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond - te verwijderen' in deze partiële technische herziening is opgenomen, is op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein per abuis de functieaanduiding 4
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond' opgenomen. Beoogd is echter altijd geweest om ook op de begane grond een woonfunctie mogelijk te maken. De functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond' is met deze partiële technische herziening vervangen door de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond - te verwijderen'. Hierdoor is wonen op die plek - naast andere functies als bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende en maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca - mogelijk. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 1.2
Reclamant meent dat woon- en bedrijfsfuncties met kennelijk een pennenstreek zijn te verwisselen, hetgeen weliswaar kan worden verdedigd met het argument dat het een ambtelijke vergissing betreft, maar weinig vertrouwen wekt in de zorgvuldigheid waarmee het Bestemmingsplan door de Deelraad Zuid en daaropvolgend de Gemeenteraad behandeld is. De fouten betreffende woon- en bedrijfsfuncties (dan wel betreffende het begrip “specifieke vorm van wonen”) staan blijkbaar al sinds de opstelling van het Ontwerpbestemmingsplan in 2015 (!) in de tekst en zijn nooit opgemerkt! Belanghebbenden eisen daarom een uitgebreid onderzoek naar de functionaliteit van de verdeling van woon- en bedrijfsfuncties in dit nu ter visie liggende Ontwerpbestemmingsplan. Antwoord: Zoals aangegeven in de beantwoording onder 1.1, heeft altijd al in het programma gestaan dat op de desbetreffende plekken gewoond mag worden en was dit ook zo opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein. Het uitgangspunt is dan ook altijd geweest dat ter plaatse gewoond mag worden. Bij het verwerken van de wijzigingen van ontwerpbestemmingsplan naar het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn onbedoeld ook wijzigingen aangebracht, waardoor wonen op vier plekken niet meer mogelijk was.
Dat is met deze partiële technische herziening hersteld, hetgeen in de beantwoording onder 1.1 nader is toegelicht. Ook de verschillende onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn altijd uitgegaan van het programma waarin ter plaatse kon worden gewoond, zodat de ruimtelijke effecten van wonen op de desbetreffende plekken zijn beoordeeld. Nu met deze partiële technische herziening van het bestemmingsplan het al jaren beoogde programma van het project Havenstraatterrein gerealiseerd kan worden, dat ten grondslag heeft gelegen aan het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Havenstraatterrein, is het door reclamant bepleite onderzoek niet nodig. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
1.3
Reclamant is van mening dat het effect van de voorgestelde herzieningen onvoldoende is onderzocht. Daarnaast vreest hij dat bij de voorgestelde herzieningen een disbalans kan ontstaan met betrekking tot andere noodzakelijke voorzieningen zoals winkels en andere dienstverlening. In dit verband vraagt reclamant zich af: * is het mogelijk dat de geluidsoverlast (van tramremise en vliegverkeer) voor de woonfunctie minder is in het huidige plan dan na de ‘correcties’ die men nu wil doorvoeren?
5
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ * is het mogelijk dat het aan- en afvoerend verkeer voor de bedrijfsvestigingen in het Bestemmingsplan in de huidige vorm minder overlast geeft voor de woonfunctie en de school dan na de geplande correcties’? Antwoord: Zoals in de reactie onder 1.1 toegelicht, is het uitgangspunt voor het Havenstraatterrein altijd geweest dat op de onderdelen van het plangebied waarop deze partiële technische herziening ziet, kan worden gewoond. Per abuis is dit echter niet in het bestemmingsplan Havenstraatterrein opgenomen. De wijzigingen in deze partiële technische herziening behoren dan ook tot de planvorming, zoals deze al beschreven is in de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein. De onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn verricht, gaan dan ook uit van het totale (maximale) programma, derhalve inclusief de onderdelen die deel uitmaken van deze partiële technische herziening.
Een voorbeeld hiervan is het besluit hogere waarden Wet geluidhinder bestemmingsplan Havenstraatterrein (bijlage 11 bij de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein) en de uitgevoerde akoestische onderzoeken (bijlagen 7, 8 en 9 bij de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein), waaruit blijkt dat uitgegaan is van (de mogelijkheid van) woningen op de plekken die in deze partiële technische herziening zijn opgenomen. Deze partiële technische herziening leidt dan ook niet tot een ander onderzoeksresultaat, omdat in de onderzoeken ten behoeve van het bestemmingsplan Havenstraatterrein al is uitgegaan van woonfuncties op de plekken waarop deze technische herziening ziet. De ruimtelijke effecten van de woonfuncties op de desbetreffende plekken zijn dus reeds beoordeeld en aanvaardbaar bevonden. De in het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein uitgevoerde onderzoeken hebben uitgewezen dat er, uitgaande van het maximaal benutten van het beoogde programma, dus inclusief de mogelijkheid van maximaal 750 woningen die onder andere op de vier plekken uit deze partiële technische herziening gerealiseerd kunnen worden, sprake is van een goed woon- en leefklimaat en daarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1.4
Reclamant vraagt hoe het te verklaren is dat eerdere, aanzienlijk ingrijpender wijzigingen in het Bestemmingsplan, dat inmiddels al acht jaar gelden vorm werd gegeven, ondanks nadrukkelijke verzoeken van de belanghebbenden na 2015 nooit meer ter visie werd gelegd, terwijl dat nu wèl gebeurt, wanneer het volgens de gemeente slechts gaat om het herstel van enkele ‘ambtelijke vergissingen’. Belanghebbenden, omwonenden zowel als directbetrokkenen, voelen zich hierdoor gepasseerd, niet gehoord en geminacht. Zij eisen een verklaring van deze handelwijze door de gemeente. Antwoord: Het project kent een lange voorgeschiedenis. Reeds in de op 11 februari 2011 vastgestelde Structuurvisie Amsterdam 2040 is ingezet op de transformatie van het Havenstraatterrein naar een hoogwaardig gemengd woon-werkgebied. In het kader van het concept Investeringsbesluit en het voorontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein heeft uitgebreid inspraak plaatsgevonden. De wijzigingen naar aanleiding van de inspraak zijn vervolgens verwerkt in het vastgestelde Investeringsbesluit en het ontwerpbestemmingsplan dat in 2015 ter inzage gelegd is. Op 14 maart 2018 is het bestemmingsplan "Havenstraatterrein" vastgesteld. Dat bestemmingsplan is op 27 maart 6
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd. Reden hiervoor was dat de bestaande legale historische tramlijn en de daarbij behorende functies geen positieve bestemming hadden gekregen. Naar aanleiding van die uitspraak is het bestemmingsplan Havenstraatterrein op 23 december 2021 opnieuw vastgesteld, zonder eerst opnieuw een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Bij vernietiging van een bestemmingsplan mag bij het nemen van een nieuw besluit teruggevallen worden op de procedure die aan het vernietigde besluit ten grondslag lag. In dit geval betrof dat het ontwerpbestemmingsplan dat in 2015 ter inzage heeft gelegen. Hierbij heeft een rol gespeeld dat de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan uit 2015 naar aard en omvang dusdanig waren dat deze niet leiden tot een wezenlijk ander bestemmingsplan. Dit is in overeenstemming met de jurisprudentie, hetgeen de Afdeling ook bevestigd heeft in haar uitspraak van 8 februari 2023 over het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Havenstraatterrein.
Daarbij komt dat gelet op de grote woningnood die op nationaal niveau- maar zeker ook in Amsterdam - speelt, er groot belang is bij het zo snel mogelijk kunnen ontwikkelen van het Havenstraatterrein waarin maximaal 750 woningen kunnen worden gerealiseerd. Aan deze partiële technische herziening lag, in tegenstelling tot het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan, nog geen ontwerpbestemmingsplan ten grondslag, terwijl dit wettelijk vereist is. Om die reden is voor deze partiële technische herziening een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Reclamant 2 2.1
Reclamant meent dat huidige en toekomstige belanghebbenden onvoldoende zijn betrokken bij de voorbereiding van het ontwerpbestemmingsplan. Het is onvoldoende duidelijk wat de technische herziening exact inhoudt en wat moet worden verstaan onder “specifieke vorm van wonen”. Dit klinkt anders dan het “wonen”, zoals het in de toelichting onder de noemer “wonen op begane grond” wordt omschreven. Antwoord: Voor de beantwoording hiervan wordt verwezen naar de beantwoording onder 1.1. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2.2
Reclamant brengt naar voren dat het opmerkelijk is dat een fout zoals deze kan worden gemaakt en niet wordt opgemerkt in het hele proces van ontwikkeling en de discussie over het bestemmingsplan en ook niet toen het plan werd goedgekeurd door de Gemeenteraad en het college van bestuur. De fouten betreffende woon- en bedrijfsfuncties (dan wel betreffende het begrip “specifieke vorm van wonen”) staan blijkbaar al sinds de opstelling van het Ontwerpbestemmingsplan in 2015 in de tekst en zijn nooit opgemerkt! De kans dat er meer van dit soort “vergissingen” in het bestemmingsplan staan, lijkt hierdoor aannemelijk. Zo blijkt het ook dat er ineens twee nota's van beantwoording van zienswijzen zijn. De nota die iedereen die een zienswijze heeft ingediend in oktober 2015 heeft ontvangen en een nieuwere gedateerd 24 september 2021 die niemand die een zienswijze heeft ingediend heeft gezien of heeft ontvangen. In de twee nota's staan heel andere antwoorden op de zienswijzen, met name over de twee hoogteaccenten. Zover reclamant 7
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ kan nagaan heeft niemand van de inbrengers van de zienswijzen een bericht ontvangen dat hun zienswijzen, in tegenstelling tot antwoorden in de nota uit 2018 toch zijn gehonoreerd of tot veranderingen hebben geleid, zoals blijkt uit de nota uit 2021. Dit is volgens reclamant ook een serieuze fout die niet geoorloofd is en ook juridisch aanvechtbaar is. Naar aanleiding van deze “ambtelijke fout” en het voorbeeld dat reclamant hierboven heeft genoemd, waar buiten de officiële procedures om een nieuwe nota van beantwoording wordt toegevoegd, op een datum net voordat een aangepast bestemmingsplan wordt ingediend, lijkt het reclamant wenselijk dat het hele bestemmingsplan nog een keer wordt nagezien op dit soort fouten, die in een later stadium tot grote problemen kunnen leiden. Antwoord: Zoals ook in de beantwoording onder 1.2 staat, heeft altijd al in het programma gestaan dat de onderdelen van het plan waarop deze partiële technische herziening ziet, gewoond mag worden. Dit was ook zo opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan Havenstraatterrein.
Bij het verwerken van de wijzigingen van ontwerpbestemmingsplan naar het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn per abuis en daarmee onbedoeld ook wijzigingen aangebracht waardoor wonen op vier plekken niet meer mogelijk was. Dat is met deze partiële technische herziening hersteld. Dat er twee nota’s van beantwoording zienswijzen zijn opgesteld bij het bestemmingsplan Havenstraatterrein, is een aspect dat in de procedure van deze partiële herziening geen rol speelt. Dit neemt echter niet weg dat dit goed te verklaren en in overeenstemming met de wettelijke eisen is. Bij de beantwoording onder 1.4 is het hele proces op hoofdlijnen beschreven. Daaruit blijkt dat er in 2015 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Daarover zijn zienswijzen ingebracht, die betrokken zijn bij de besluitvorming over de vaststelling van het bestemmingsplan uit 2018. Nu dat besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2019 vernietigd is, is er in 2021 opnieuw een besluit genomen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Bij dat besluit zijn de zienswijzen die ingediend zijn over het ontwerpbestemmingsplan uit 2015 opnieuw beoordeeld. Er kon niet volstaan worden met dezelfde beantwoording van de zienswijzen als in 2018, omdat er een aantal wijzigingen (waaronder het verwijderen van de hoogte accenten) waren aangebracht.
Om die reden zijn de zienswijzen opnieuw beoordeeld en heeft dit geleid tot een deels andere beantwoording van de zienswijzen in 2021. Beide nota’s van beantwoording zienswijzen zijn overigens in 2018 en 2022 naar alle reclamanten gestuurd. Verder wordt opgemerkt dat bij het constateren van de eerdergenoemde abusievelijk opgenomen functieaanduidingen op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein, het hele bestemmingsplan Havenstraatterrein nog een keer gecontroleerd is. Deze partiële technische herziening herstelt dan ook de abusievelijk opgenomen functieaanduidingen op vier plekken van de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein, die uit deze controle naar voren zijn gekomen. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
8
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ Reclamant 3 (SwitchLegal Advocaten B.V., Singel 117, 1012 VH Amsterdam, namens de Belangenvereniging Gebruikers van het Industrieterrein Haarlemmermeerstation) 3.1
Reclamant is van mening dat sprake is van een aanzienlijke verslechtering aangezien de ondernemers voor hun inkomen afhankelijk zijn van de bedrijven die zij sinds jaar en dag voeren aan het Havenstraatterrein. De wijziging in het bestemmingsplan die nu ter inzage ligt betreft het omzetten van bedrijfsbestemming naar woonbestemming van vier plekken. Dit betekent dat de kans dat cliënten met hun onderneming kunnen terugkeren aan het Havenstraatterrein aanzienlijk vermindert. Omdat de ondernemers voor hun klantenkring afhankelijk zijn van het omliggende gebied is terugkeer aan het Havenstraatterrein belangrijk. Terugkeer op ongeveer dezelfde plek betekent zo min mogelijk wijzigen in de bedrijfsvoering zodat zij een zo groot mogelijke kans op overleven hebben. Antwoord: Er is voor de ondernemers geen sprake van een aanzienlijke verslechtering. De partiële technische herziening leidt niet tot het omzetten van een bedrijfs- naar een woonbestemming. Op alle plekken van deze partiële technische herziening geldt de bestemming Gemengd. Uitgangspunt is dat er binnen deze bestemming diverse functies mogelijk zijn: wonen, bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende en maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca. In het bestemmingsplan Havenstraatterrein is de gemengde bestemming nader ingevuld met functieaanduidingen.
Op de drie plekken waar in deze partiële technische herziening de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond’ is opgenomen, is wonen uitsluitend toegestaan vanaf de tweede bouwlaag. In het bestemmingsplan Havenstraatterrein was op deze drie plekken abusievelijk de functieaanduiding 'wonen uitgesloten' opgenomen, waardoor wonen aldaar helemaal niet toegestaan is. Bedrijvigheid is op die drie plekken op de begane grond toegestaan, maar niet op de verdiepingen. Daar brengt deze partiële technische herziening geen verandering in. Op de ene plek waar in deze partiële technische herziening de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond - te verwijderen' is opgenomen, is de abusievelijk op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein opgenomen functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond' verwijderd, omdat wonen aldaar op de begane grond mogelijk moet zijn. Dit betekent niet dat ter plaatse geen bedrijven meer mogelijk zijn. Het betreft immers een gemengde bestemming, waarvoor op die plek op de begane grond verder geen beperkingen zijn aangebracht ten aanzien van de mogelijk gemaakte functies. In dit verband wordt nog opgemerkt dat de huurders tijdens de planvoorbereiding uitgebreid zijn geïnformeerd.
Reeds in 2008 is aan de huurders op het terrein te kennen gegeven dat de gemeente voornemens is om het Havenstraatterrein te ontwikkelen. De gemeente heeft vanaf 2010 meerdere keren overleg gehad met het bestuur van de Belangenvereniging en met alle leden gezamenlijk. Voor alle huurders geldt dat in het kader van de ontwikkeling van het plangebied de bestaande grondhuurcontracten gefaseerd zijn opgezegd. Indien bedrijven dat willen, worden zij door de gemeente ondersteund bij het vinden van een nieuwe locatie. Bedrijven die passen binnen de beoogde bestemming kunnen mogelijk een ruimte in een van bouwblokken huren. De gemeente gaat echter niet over de toewijzing van bedrijfsruimtes in het plangebied. Over de invulling van de nieuwe bedrijfsruimtes wordt beslist door de toekomstige eigenaren. Wel kan de gemeente bij die eigenaren een aanbeveling doen als dat bedrijf binnen de bestemming past. Dit is ook 9
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ opgenomen onder 8.2 en 8.4 van de Nota van beantwoording zienswijzen Bestemmingsplan ’Havenstraatterrein’, dat als bijlage 27 bij de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein is gevoegd. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.2
Reclamant geeft aan dat de regelgeving intussen veranderd is. Op het nieuwe ontwerpbestemmingsplan is de nieuwe regelgeving van toepassing. Dit betekent dat alsnog rekening kan worden gehouden met de nieuwste normen aangaande bouwprojecten zodat nagegaan dient te worden of het type bouwproject dat binnen het bestemmingsplan past, gerealiseerd kan worden. Dit onderzoek ontbreekt zodat het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig tot stand is gekomen. Antwoord: Beoordeeld is of deze partiële technische herziening voldoet aan de actuele wettelijk eisen. Dat is het geval. Alleen voor stikstofdepositie is een nieuwe berekening uitgevoerd, vanwege een nieuwe versie van de AERIUS-calculator, die na de vaststelling van het bestemmingsplan Havenstraatterrein beschikbaar is gekomen. Andere relevante wijzigingen in wettelijke eisen zijn er niet. Afgezien van de nieuwe stikstofdepositiebeoordeling, was verder onderzoek daarmee niet nodig. Temeer nu de in deze partiële technische herziening opgenomen onderdelen al tot de planvorming behoren, zoals deze beschreven is in de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein. De onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn verricht, gaan dan ook uit van het totale (maximale) programma, derhalve inclusief de onderdelen die deel uitmaken van deze partiële technische herziening.
De ruimtelijke gevolgen van het totale (maximale) programma zijn hiermee al onderzocht, waaronder de door reclamant genoemde “strenge eisen vanwege de geluids- en overige overlast die wordt veroorzaakt, onder andere vanwege de luchthaven Schiphol”. De resultaten van die onderzoeken zijn nog steeds actueel, zodat hiervoor verwezen wordt naar de toelichting van het bestemmingsplan Havenstraatterrein en de daarbij behorende onderzoeken. In paragraaf 2.4 van de toelichting van deze partiële technische herziening is dat ook beschreven. Reclamant geeft op deze plek in de zienswijze ook niet concreet aan welk onderzoek zodanig verouderd is, dan wel dat zich na de totstandkoming van de al uitgevoerde onderzoeken zodanige ontwikkelingen in het plangebied hebben voorgedaan, dat de besluitvorming hier niet op gebaseerd mag worden. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3.3
Reclamant stelt dat in het ontwerp besluit wezenlijke veranderingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het op 14 september 2015 gepubliceerde ontwerp bestemmingsplan. De ruimte voor bedrijvigheid is in het ontwerp bestemmingsplan aanzienlijk afgenomen ten opzichte van de eerdere ontwerpbestemmingsplannen. Het is niet de eerste keer dat de gemeente belangrijke wijzigingen doorvoert in het ontwerp bestemmingsplan. Immers, de basisschool en het kinderdagverblijf bestonden niet in het eerdere ontwerp bestemmingsplan en zijn er plotseling bij bestemd in het daaropvolgende bestemmingsplan. Verder zijn het kopstation, het rangeerterrein en de tramopslagloodsen 10
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ van de Stichting Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) verdwenen tussen het eerdere ontwerpbestemmingsplan en het definitieve bestemmingsplan en na een procedure bij de Raad van State weer teruggekeerd in het ontwerpbestemmingsplan. Antwoord: De procedure van het in 2021 vastgestelde bestemmingsplan Havenstraatterrein en wijzigingen die zich gedurende die procedure hebben voorgedaan, staan niet ter discussie bij deze partiële technische herziening. Omdat geconstateerd is dat er op de verbeelding van het bestemmingsplan Havenstraatterrein op vier plekken een verkeerde functieaanduiding is opgenomen, is de procedure van deze partiële technische herziening gestart. De ruimte voor bedrijvigheid is door deze partiële technische herziening niet afgenomen. In de beantwoording onder 3.1 is dit geduid en is aangegeven dat er geen sprake is van een aanzienlijke verslechtering voor de ondernemers. Als deze partiële technische herziening niet in gang was gezet, zou zich de onaanvaardbare situatie hebben voorgedaan dat op de drie plekken met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond’ op de verdiepingen geen realistische invulling van functies mogelijk zou zijn geweest.
Andere hoofdfuncties als bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende en maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca zijn op die plekken volgens de gemengde bestemming van artikel 3 uit het bestemmingsplan Havenstraatterrein immers uitsluitend in de eerste bouwlaag toegestaan. Dit houdt in dat er op die plekken op de verdiepingen volgens de gemengde bestemming van artikel 3 uit het bestemmingsplan Havenstraatterrein slechts tuinen, terrassen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, verkeersareaal, geluidwerende voorzieningen en nutsvoorzieningen mogelijk zijn. Dergelijke functies zijn echter opgenomen voor het openbaar gebied en niet voor gebouwen. Het is dan ook altijd de bedoeling geweest wonen op genoemde plekken mogelijk te maken. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geen geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.4
Reclamant geeft aan dat de gemeente ten onrechte niet is nagegaan wat de voorgestelde wijziging in het plan voor veranderingen in de verkeersoverlast oplevert. Ten onrechte heeft de gemeente niet getoetst of de stellingen die ten tijde van de uitvoer van het verkeersonderzoek, nog altijd standhouden en of er geen wijzigingen van feiten en omstandigheden zijn die tot zodanige verergering van de verkeersproblematiek leiden dat er een nieuw verkeersonderzoek moet worden uitgevoerd. De gemeente heeft zich er onvoldoende van vergewist dat een aanvaardbare verkeerssituatie en verkeersafwikkeling in en om het plangebied nog steeds kan worden gerealiseerd. Cliënten zijn van oordeel dat de door de gemeente aangedragen verkeerstechnische maatregelen om de problematiek op te lossen die toen al werd gesignaleerd, niet daadwerkelijk worden uitgevoerd terwijl de gemeente daartoe wel de tijd en gelegenheid heeft gehad. Antwoord: Zoals bij de beantwoording onder 3.1 aangegeven, leidt de partiële technische herziening niet tot het omzetten van een bedrijfs- naar een woonbestemming. Op alle plekken van deze partiële technische herziening geldt de bestemming Gemengd. Voor het overgrote deel van deze partiële technische herziening (vlakken met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond’), is wonen uitsluitend toegestaan vanaf de tweede bouwlaag.
Vanaf de tweede verdieping waren ter plaatse in het 11
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ bestemmingsplan Havenstraatterrein al geen bedrijven toegestaan. Voor een zeer klein deel van deze partiële technische herziening (vlakje met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen uitgesloten - wonen op beganegrond - te verwijderen'), wordt op de begane grond naast de mogelijkheid van bedrijven, detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening, culturele voorzieningen en horeca ook wonen mogelijk gemaakt. Benadrukt wordt dus nogmaals dat de mogelijkheden om in het Havenstraatgebied bedrijvigheid uit te voeren niet verminderd worden door deze partiële technische herziening. Verder zijn, zoals bij de beantwoording onder 3.2 is aangegeven, alle in het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein uitgevoerde onderzoeken, met uitzondering van het stikstofdepositieonderzoek, nog steeds actueel. Dan is nieuw onderzoek niet nodig. Wel is een nieuw stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. Bij de beantwoording onder 3.2 is ook aangegeven dat bij alle onderzoeken uitgaan is van het maximale programma, derhalve inclusief de onderdelen die deel uitmaken van deze partiële technische herziening. De ruimtelijke gevolgen van het totale (maximale) programma zijn hiermee onderzocht.
Dit blijkt bijvoorbeeld uit paragraaf 2.2 van het Verkeersonderzoek Havenstraatterrein uit 2021. In tabel 2 uit die paragraaf is het hele programma opgenomen, waaronder 750 woningen. De gegevens die in dat onderzoek zijn gebruikt, zijn nog steeds actueel. Alleen het tijdsverloop sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 8 februari 2023, nog los van het feit dat dit slechts 9 maanden geleden is, of het tijdsverloop sinds het verkeersonderzoek uit april 2021, is onvoldoende reden om een onderzoek opnieuw uit te voeren. Volgens vaste jurisprudentie moeten de feiten of omstandigheden in het plangebied dusdanig gewijzigd zijn, dat het onderzoek niet meer bruikbaar is. Dat is hier niet het geval. Reclamant geeft ook niet concreet aan in welke zin het verkeersonderzoek uit 2021 niet meer actueel is. Reclamant geeft in dit kader nog aan dat verkeerstechnische maatregelen, behoudens een paar symbolische maatregelen, niet daadwerkelijk worden uitgevoerd. Allereerst wordt opgemerkt dat het treffen van verkeersmaartregelen volgens vaste jurisprudentie een uitvoeringsaspect betreft dat niet aan de orde kan komen bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ook geoordeeld in haar uitspraak van 8 februari 2023 over het bestemmingsplan Havenstraatterrein.
Dit neemt niet weg dat de gemeente wel degelijk aanpassingen heeft verricht aan de verkeerssituatie in de Havenstraat, het Haarlemmermeercircuit en de Amstelveenseweg. Zo is de oversteekplaats in de Havenstraat aangepast. De bocht voor fietsers vanaf het Haarlemmermeercircuit de Havenstraat in is ruimer en minder haaks. Voor automobilisten is er daardoor beter zicht op de fietsers en voetgangers. Verder is de oversteek aan de noordkant van het circuit veiliger gemaakt met borden en een verkeersdrempel. Ook komen er, naar verwachting begin september 2023, extra kiss en ride plekken aan de Amstelveenseweg om daarmee het aantal auto’s dat de Havenstraat in moet rijden te verminderen. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5
Reclamant stelt dat de gemeente ten onrechte niet heeft onderzocht wat de voorgestelde verandering in het ontwerpplan voor gevolgen heeft voor de parkeerbehoefte in en buiten het plangebied. De gemeente stelt dat de bewoners ondergrondse parkeerplekken krijgen, 12
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ maar licht niet toe hoeveel parkeerplekken per huishouden dit betreft en wat het betekent voor de verkeerstoestroom en de parkeerdruk wanneer er in plaats van bedrijven, nog meer huishoudens komen zodat niet kan worden vastgesteld of de door de gemeente voorgestelde wijziging tot onaanvaardbare parkeeroverlast leidt. Uit de website van de museumtramorganisatie blijkt dat zij nu niet alleen op zondag rijden maar ook op sommige zaterdagen. Het ligt in de rede dat de ritfrequentie in de toekomst nog verder zal toenemen. Dit heeft tot gevolg dat de geluidsoverlast en parkeerdruk is toegenomen en nog verder zal toenemen. Hiermee is door de gemeente nog geen rekening gehouden in de oude verkeersstudie die de gemeente heeft verricht. Antwoord: Zoals bij de beantwoording onder 3.1, 3.2 en 3.4 aangegeven, leidt de partiële technische herziening niet tot het omzetten van een bedrijfs- naar een woonbestemming en is bij alle uitgevoerde onderzoeken uitgegaan van het maximale programma, derhalve inclusief de onderdelen die deel uitmaken van deze partiële technische herziening. De ruimtelijke gevolgen van het totale (maximale) programma zijn hiermee ook onderzocht voor de parkeerbehoefte.
Deze partiële technische herziening leidt dan ook niet tot andere gevolgen voor de parkeersituatie dan die in het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein zijn onderzocht. Deze partiële technische herziening heeft betrekking op het herstel van abusievelijk opgenomen functieaanduidingen op plekken die geen verband houden met de museumtram. De museumtram maakt geen onderdeel uit van deze partiële herziening. Wat reclamant naar voren heeft gebracht over de museumtram, kan dan ook geen rol spelen bij de besluitvorming over deze partiële technische herziening. Wel wordt ten overvloede opgemerkt dat in het kader van de besluitvorming over het bestemmingsplan Havenstraatterrein bij het verkeers- als het geluidsonderzoek uitgegaan is van 52 rijdagen per jaar en 96 ritten in de avondperiode per jaar. Die rijdagen zullen niet allemaal op zondag plaatsvinden, omdat er in de wintermaanden niet of nauwelijks gereden wordt. Met het genoemde aantal rijdagen en ritten is een gezonde exploitatie van de museumtram mogelijk. Er is dan ook geen grond voor de vrees van reclamant dat er sprake zal zijn van een hogere geluidsbelasting en een hogere parkeerdruk dan waarvan in de verkeers- en geluidsonderzoeken is uitgegaan. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.6
Reclamant geeft aan dat blijkens documenten die zijn overgelegd in de eerdere procedures de geplande nieuwbouw in een gearceerd gebied ligt waarin bij voorkeur geen woningbouw dient plaats te vinden. Ten onrechte heeft de gemeente geen overweging gewijd aan het besluit om toch in dit gearceerde gebied extra woningbouw te realiseren in plaats van bedrijven. Antwoord: Anders dan reclamant veronderstelt, worden op basis van deze partiële technische herziening de mogelijkheden voor bedrijven niet verminderd ten behoeve van de realisatie van woonfuncties. Hiervoor wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.1. Verder wordt op andere plekken dan deze partiële technische herziening in het bestemmingsplan Havenstraatterrein al wonen mogelijk gemaakt. De rechtmatigheid daarvan is vast komen 13
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’ te staan met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 februari 2023. Zoals bij de beantwoording onder 3.2 is aangegeven, is bij alle onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan Havenstraatterrein uitgegaan van de maximale mogelijkheden van dit bestemmingsplan, waaronder wonen op plekken uit deze partiële technische herziening. Op basis daarvan is ook een besluit hogere waarden Wet geluidhinder genomen vanwege het overschrijden van de voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeersgeluid. Hierbij zijn alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, zodat de akoestische situatie betrokken is bij de afweging om wonen aldaar mogelijk te maken. De feiten en omstandigheden zijn niet anders dan ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan Havenstraatterrein, zodat voor wat betreft het geluidsonderzoek, net zoals bij de andere uitgevoerde onderzoeken, met uitzondering van het stikstofdepositieonderzoek, verwezen kan worden naar de toelichting en de daarbij behorende onderzoeken van het bestemmingsplan Havenstraatterrein. Conclusie: Dit punt van de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
14
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
15
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
16
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
17
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
18
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
19
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
20
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
21
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
22
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
23
Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan ’Partiële technische herziening Havenstraatterrein’
24