CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Memo OIS energiearmoede 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Klimaatrapportage 2022 en Eindrapportage VliegwielmiddelenNr. VN2022-0185743.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Energiearmoede in Amsterdam 2021 Factsheet | maart 2022 Wanneer huishoudens meer dan 10% van hun inkomen kwijt zijn aan energielasten, wordt er gesproken van energiearmoede. In 2021 gold dit voor ongeveer 43 duizend huishoudens in Amsterdam (9%). Het gaat vooral om de laagste inkomensgroep, van alle huishoudens in energiearmoede had 92% een inkomen tot de huurtoeslaggrens. Dit blijkt uit de resultaten van de enquête Wonen in Amsterdam 2021 (WiA1). Deze factsheet gaat in op de energielasten van verschillende groepen huishoudens, met een focus op de laagste inkomensgroep. Na de dataverzameling van WiA (in april en mei 2021) zijn de energieprijzen sterk gestegen. Het effect hiervan is nog niet in de cijfers terug te zien en laat zich moeilijk inschatten. De eerste paragraaf gaat in op deze recente ontwikkelingen.

Zeldzaam sterke stijging energieprijzen vanaf zomer 2021 Vanaf de zomer van 2021 zijn de energieprijzen sterk gestegen. Dit kwam vooral door de wereldwijd toegenomen vraag naar olie en gas als gevolg van het economisch herstel na de coronapandemie. Als gevolg van de Russische inval in Oekraïne stegen de energieprijzen in de eerste maanden van 2022 nog verder. Het vervolg van de prijsontwikkeling is mede door deze laatste component zeer onzeker, stelt het Centraal Planbureau in de ramingen van maart 20222. Zeker is wel dat bij de huidige hoge energieprijzen de energierekening de komende tijd voor steeds meer Amsterdammers hoger zal uitvallen. Wanneer en in welke mate huishoudens de prijsstijging zullen merken verschilt wel sterk. Het energieverbruik wordt onder andere beïnvloed door woonoppervlak, huishoudensgrootte, woningtype (appartement of eengezinswoning), bouwjaar en het energielabel3. Daarnaast is het tarief dat huishoudens voor hun verbruik betalen afhankelijk van het soort contract, de contractduur en het moment van afsluiten. Een huishouden dat begin 2021 het tarief van dat moment voor meerdere jaren heeft vastgezet ziet de hogere prijzen bijvoorbeeld nog niet terug.

De consumentenprijsindex energie van het CBS (figuur 1) geeft inzicht in de maandelijkse prijsveranderingen van energiecontracten zoals deze door leveranciers worden aangeboden (dus niet in de daadwerkelijke lasten van huishoudens in die maand, die verschillen door de verschillende momenten waarop huishoudens een contract hebben afgesloten). 2015 consumentenprijsindex = 100 Figuur 1. Ontwikkeling energie, 2017-2021 (2015 = 100) 200 200

2017

2015 = 100

180

2018

160

2019

150

140

2020

120

2021

100 80

jan

100 feb

dataverzameling WiA mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Bron: CBS, bewerking OIS 1

december

november

oktober

2020

september

augustus

2019

juli

juni

2018

mei

april

maart

2017

februari

januari

De WiA-enquête wordt elke twee jaar onder ongeveer 17.000 Amsterdamse huishoudens afgenomen. 50 CPB (2022): Centraal Economisch Plan, raming maart 2022 3 OIS (2020): Energiearmoede in Amsterdam 2019 2

2021

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

De figuur laat zien dat de prijzen in januari vaak het meest veranderen. Netbeheerders en leveranciers passen dan hun prijzen aan en de overheid wijzigt de belastingtarieven. Ook wordt duidelijk hoe zeldzaam sterk de prijsstijging in de tweede helft van 2021 is. In de eerste helft van dat jaar lagen de prijzen nog een stuk lager dan in het relatief dure jaar 2019. Effect van de recente prijsstijgingen Er is geen landelijke registratie van de door huishoudens afgesloten energiecontracten, waardoor niet bekend is hoeveel huishoudens wanneer welk contract hebben afgesloten4. Dit maakt het moeilijk om het gevolg van de prijsstijgingen op de energielasten van huishoudens direct door te rekenen. Het CBS berekende wel hoe de energielasten zouden stijgen ten opzichte van een jaar eerder als iedereen de marktprijzen van januari 2022 zou betalen en het verbruik gelijk blijft. De energielasten nemen dan sterker toe naarmate huishoudens uit meerdere personen bestaan, groter wonen, in een oudere woning wonen en in een eengezinswoning wonen. Een meerpersoonshuishouden in een oude, grote vrijstaande woning zou op jaarbasis bijna 96% meer kwijt zou zijn. Maar ook aan de andere kant van het spectrum is het effect groot. Een eenpersoonshuishouden in een nieuw, klein appartement betaalt 70% meer dan bij het prijsniveau van januari 2021.

TNO5 schatte de toename van het aandeel huishoudens in energiearmoede bij de gasprijzen van eind 2021 al op 2 procentpunt. In middelgrote en grote steden als Amsterdam zou deze toename bovendien groter zijn door een groter aandeel lage inkomens. De gestegen energielasten komen bovenop de hogere kosten op andere domeinen van het levensonderhoud (zorg, boodschappen, wonen), die deels ook weer door hogere energieprijzen veroorzaakt worden. Het CPB raamt de inflatie in 2022 tussen de 3% en 6%. Dit brengt vooral de laagste inkomensgroep in financiële problemen. CPB geeft aan dat gericht compensatiebeleid van gemeenten effectiever is om de energielastenschok voor de laagste inkomens op te vangen dan een algehele verlaging van de energiebelasting. Energiearmoede in Amsterdam De energielasten van Amsterdamse huishoudens die hierna beschrijven worden zijn door huishoudens gerapporteerd in de enquête Wonen in Amsterdam, die is uitgevoerd in april en mei van 2017, 2019 en 2021 (figuur 1). In de cijfers over 2021 zijn de recente prijsstijgingen dus nog niet terug te zien. Wel geven de cijfers meer inzicht in de energielasten en woonsituatie van verschillende groepen en het risico dat vooral de laagste inkomensgroep loopt op (te) hoge energielasten. Het nieuwe stadsgebied Weesp is nog niet meegenomen in dit onderzoek, dit zal in toekomstige onderzoeken wel gebeuren. 4 5

CBS (2022): CBS onderzoekt verfijning methode voor berekening energieprijzen TNO (2021): Over het effect van hoge gasprijzen op energiearmoede

2

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Voorjaar 2021: 43.000 huishoudens in energiearmoede Als gevolg een van lagere energieprijs waren de energielasten van Amsterdamse huishoudens in het voorjaar van 2021 lager dan twee jaar daarvoor. In 2019 waren huishoudens gemiddeld 120 euro per maand kwijt aan energielasten, in 2021 was dat 116 euro. Daarmee ging 5% van het maandinkomen op aan energiekosten (de energiequote). Negen procent van alle huishoudens was 10% of meer van het huishoudensinkomen kwijt aan energielasten. Bij deze groep spreken we van energiearmoede. Het ging om ongeveer 43.000 huishoudens. Tabel 2. Gemiddelde energierekening, energiequote en aandeel huishoudens met hoge energiequote, 2017-2021 gemiddelde energierekening (€)

energiequote %

2017

110

5,5

2019 2021

120 116

5,5 5,0

hh met energiequote ≥ 10% % aantal 49.000 11 53.000

11 9

43.000

Bron: Wonen in Amsterdam

Energiearmoede komt voor bij een op drie huishoudens in laagste inkomensgroep In absolute zin hebben huishoudens met hogere inkomens een hogere maandelijkse energierekening (tabel 3). Maar relatief aan het inkomen zijn de energielasten veel hoger voor de laagste inkomens. Huishoudens in de laagste inkomensgroep, met een inkomen tot de huurtoeslaggrens, waren in 2021 gemiddeld 9% van het inkomen kwijt aan energie. Bij ongeveer drie op de tien (28%) huishoudens in deze groep was in 2021 sprake van energiearmoede. Bij hogere inkomens komt energiearmoede veel minder voor. Dit wordt extra duidelijk als we kijken naar welk deel van de huishoudens in energiearmoede tot de verschillende inkomensgroepen behoort: van alle huishoudens in energiearmoede heeft 92% een inkomen tot de huurtoeslaggrens. Tabel 3. Gemiddelde energierekening, energiequote, en aandeel huishoudens met hoge energiequote naar inkomensklasse, 2017-2021 huishoudens met energierekening (€) energiequote (%) energiequote ≥ 10% (%) 2017 2019 2021 2017 2019 2021 2017 2019 2021 lage inkomens tot huurtoeslaggrens inkomens vanaf pot.hts-groep t/m € 40.024 lage middeninkomens € 40.024- €50.030 middeninkomens (€50.030-€60.036) hogere inkomens (€60.036 - €80.048) hoogste inkomens (vanaf €80.048) totaal

100 95 105 112 116 129 110

108 103 114 124 123 140 120

106 102 106 112 121 136 116

9 5 4 4 3 3 5

10 5 5 4 4 3 5

9 5 4 4 3 2 5

31 3 1 2 0 0 11

37 3 3 2 1 1 11

28 3 0 1 0 0 9

Bron: Wonen in Amsterdam

3

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Risicogroep gegroeid: Kleine toename aandeel lage inkomens Er zijn in 2021 iets meer huishoudens met een laag inkomen dan in 2019. Het aandeel huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens steeg van 29% naar 30% (figuur 4). Ook de groep daarboven (met een inkomen tot de sociale huurgrens) groeide in omvang (van 18% naar 19%). Demografische ontwikkelingen spelen een rol: door vergrijzing groeit het aandeel oudere huishoudens en zij gaan bij pensionering vaak achteruit in inkomen. Ook de coronacrisis heeft voor een deel van de huishoudens financiële consequenties gehad. De afgenomen energiearmoede-problematiek kwam dus niet door een verbeterde inkomenspositie van huishoudens, maar door de lagere energielasten. Hiermee komt de recente stijging van de energieprijzen op een moment dat de groep die hier vooral kwetsbaar voor is groter is dan twee jaar geleden. Vanaf pagina 7 wordt verder in gegaan op de relatieve energielasten van deze laagste inkomensgroep. In stadsdeel Zuidoost wonen de meeste lage inkomens. Hier heeft in 2021 44% van de huishoudens een inkomen tot de huurtoeslaggrens. In tegenstelling tot de stedelijke trend is dit aandeel sinds 2019 wel afgenomen. Dat geldt ook voor Noord, waar na Zuidoost de meeste lage inkomens wonen (35% tot de huurtoeslaggrens). In Nieuw-West is het aandeel vergelijkbaar en de afgelopen twee jaar toegenomen (van 32% naar 34%).

In Centrum (25% naar 28%) en Zuid (22% naar 24%) steeg het aandeel laagste inkomens relatief hard, maar ligt het aandeel nog wel onder het stedelijk gemiddelde van 30%. Figuur 4. Inkomen van Amsterdamse huishoudens, 2017-2021 Totaal 2017

33

2019

29

18

6

3

7

8

28

2021

30

19

4 3

8

10

27

0

16

20

6

4

40

10

7

25

60

%

80

100

Per stadsdeel, 2019-2021 Centrum 2019 2021

25 lage inkomens tot 18 huurtoeslaggrens 6 3 8 8 28 inkomens vanaf pot.hts-groep 19 3tot3 €40.024 8 (EU-grens) 9

32

EU-grens28 laagste middeninkomens 18 6 3 €44.635 8 * 9

28

West 2019

lagere middeninkomens €44.655- €50.030 29 19 4 3 7 10 middeninkomens (€50.030-1,5x modaal) 32 21 6 3 7 hogere middeninkomens (1,5x modaal - 2x modaal) 34 20modaal) 4 4 8 hogere inkomens (vanaf 2x

2021 Nieuw-West 2019 2021 Zuid 2019

22

2021

24

17

Oost 2019

28

2021

27

6 19

3

7

3 2

7

17

4 2

Noord 2019

35

17

2021

35

21

7

9

32

10 6

34

4

10

9

19

4 2

9

10

20

5

44

21

4 2

inkomens vanaf htsgroep tot €40.024

laagste middeninkomens (€40.024 €44.655)

lagere middeninkomens (€44.655€50.030)

19

8

20

lage inkomens tot huurtoeslaggrens 1)

11

34

46

40

21

11

2021

20

9

38

Zuidoost 2019

0

29

8

6 2

15

29

3

5 8

60

middeninkomens (€50.030€60.036)

7

14 9

12

80

hogere inkomens (€60.036 €80.048)

Bron: Wonen in Amsterdam

% 100

hoogste inkomens (vanaf €80.048) 4

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Energiearmoede komt het vaakst voor in Zuidoost, gevolgd door Noord en Nieuw-West Maandelijkse energielasten Gemiddeld hebben huishoudens de hoogste energielasten in Centrum (€124 per maand), Noord (€123) en Zuid (€121) (figuur 5). Voor Centrum en Zuid hangt dit ermee samen dat er veel oude woningen zijn en relatief veel woningen met een laag energielabel6. In Noord is het verbruik relatief hoog doordat er bovengemiddeld veel grote (eengezins)woningen en grote huishoudens zijn. Het laagst zijn de lasten in West (€104), dit hangt samen met het soort woningbouw. West heeft relatief kleine woningen (57% is kleiner dan 60 m2, t.o.v. 37% gemiddeld) en het betreft vrijwel uitsluitend meergezinswoningen (99%). Tussen 2019 en 2021 namen de energielasten in alle stadsdelen af, gemiddeld met 3%. De afname was het sterkst in West, Nieuw-West en Zuid (-5%). In Noord en Zuidoost daalden de energielasten met 4% en in Oost met 3%. In Centrum namen de energielasten het minst af (1%). Energiearmoede Als gevolg van de afgenomen energielasten nam door de hele stad het aandeel huishoudens met een hoge energiequote (≥ 10%) af, behalve in stadsdeel Centrum. Dit hangt samen met de toename van het aandeel lage inkomens en de beperkte afname van de maandelijkse energielasten.

Hoewel deze is afgenomen, is de energiearmoede problematiek net als in 2019 het grootst in Zuidoost, gevolgd door Nieuw-West (11%) en Noord (11%). Vooral het hoge aandeel lage inkomens in Zuidoost zorgt voor energiearmoede, want de energielasten liggen er rond het stedelijk gemiddelde. In Noord en Nieuw-West zijn minder lage inkomens dan in Zuidoost maar is de energierekening gemiddeld wel hoger. Dit hangt samen met het feit dat hier meer eengezinswoningen en grotere huishoudens zijn. In beide stadsdelen woont 25% van de huishoudens in een eengezinswoning, vergeleken met 13% gemiddeld in de stad. Wijken waar energiearmoede relatief veel voorkomt zijn vaak wijken waar veel huishoudens een laag inkomen hebben (figuur 7). Er zijn tien wijken waar 15% of meer huishoudens een hoge energiequote (≥ 10%) hebben. Het gaat om Osdorp-Midden, Osdorp-Oost, Geuzenveld en Slotervaart-Noord in Nieuw-West. In Centrum gaat het om Burgwallen-Oude Zijde en de Haarlemmerbuurt, in Zuidoost om Bijlmer-Centrum en Nellestein, in Noord om Volewijck en in Oost om de Dapperbuurt.

6

Nog niet alle woningen hebben een energielabel, in totaal ging het in 2021 om 64% van de woningen.

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Figuur 5. Maandelijkse energielasten huishoudens naar stadsdeel, 2017-2021

Figuur 6. Energiearmoede (aandeel huishoudens met energiequote ≥ 10%) naar stadsdeel, 2017-2021

Figuur 7. Energiearmoede (aandeel huishoudens met energiequote ≥ 10%) naar wijk, 2021

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Woonsituatie en energielasten van lage inkomens Vooral voor huishoudens met een laag inkomen is het risico op energiearmoede groot. Onderzoek van OIS in 20207 liet zien dat dit risico nog groter wordt naarmate lage inkomens (in volgorde van de grootte van het effect) een huishouden hebben dat uit meerdere personen bestaat, groter wonen, een minder energiezuinige woning hebben en/of ouder zijn. Figuur 8 laat zien dat er onder de laagste inkomensgroep relatief veel eenoudergezinnen zijn (13% tegenover 8% in totaal). Deze groep loopt een groot risico op energiearmoede omdat zij het verbruik van meerdere personen meestal moeten dragen met een inkomen. Twintig procent van de eenoudergezinnen leeft in energiearmoede, onder eenoudergezinnen in de laagste inkomensgroep is dit liefst 36% (figuur 9). Lage inkomens wonen gemiddeld genomen kleiner. Dit hangt samen met het feit dat het vaker om alleenwonenden gaat. Toch woont ongeveer een op de vijf (21%) lage inkomens in een woning groter dan 80 vierkante meter. Deze groep loopt een groot risico op energiearmoede (figuur 9). Ouderen hebben relatief vaak een laag inkomen en bovendien relatief hoge energielasten. Als gevolg hiervan komt energiearmoede onder deze groep meer voor (figuur 9).

Het verschil in energierekening van ouderen met jongere huishoudens kan bijvoorbeeld komen doordat ouderen meer thuis zijn en/of de woning meer verwarmen dan jonge huishoudens. Huishoudens in de laagste inkomensgroep wonen vaker dan gemiddeld in de in minder energiezuinige woningen. Naarmate zij in een zuiniger woning wonen komt energiearmoede minder voor (figuur 9). Figuur 8 Huishoudenstype, woonoppervlak leeftijd en energielabel van huishoudens met inkomen tot de huurtoeslaggrens en alle huishoudens, 2021 inkomens tot hts. grens

65

totaal

11

48 0

inkomens tot hts. grens

40

stel zonder kind

15

totaal

9

80

100

stel met kinderen

overig

60

29

28

0 tot 40m2

%

8

eenoudergezin

35 27

20

10 18

25

20

alleenwonend

13

15

6

19

40

17

60

%

80

100

40 tot 60m2

60 tot 80m2

80 tot 100m2

inkomens tot hts. grens (67% heeft label)

24

17

29

16

7

7

totaal (64% heeft label)

28

24

16

8

8

0

17 20

A inkomens tot hts. grens

40 B

24

totaal

tot 35 jaar

80 E

30

30 0

60 D

C

35 tot 55 jaar

40

60 55 tot 75 jaar

% 100

F/G

38 34

20

100m2 en meer

8 %

30

6

80

100

75 jaar en ouder

Bron: Wonen in Amsterdam

7

OIS (2020): Energiearmoede in Amsterdam 2019

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Figuur 9 Aandeel huishoudens met energiequote ≥ 10% per woonoppervlak, huishoudenstype, leeftijd en energielabel, voor huishoudens met inkomen tot de huurtoeslaggrens en alle huishoudens, 2021

huishoudenstype alleenwonend stel zonder kind eenoudergezin stel met kinderen woonoppervlak tot 40m2 40 tot 60m2 60 tot 80m2 80 tot 100m2 100m2 en meer alle huishoudens

leeftijd tot 35 jaar 35 tot 55 jaar 55 tot 75 jaar 75 jaar en ouder

inkomens tot huurtoeslaggrens

energielabel A B C D E F G 9

totaal 0

10

%

28 20

30

40

50 Bron: Wonen in Amsterdam

8

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Ruimtelijke verschillen in de energielasten van lage inkomens De op de vorige pagina’s beschreven huishoudens- en woningkenmerken die het risico op energiearmoede vergroten komen in verschillende mate voor bij lage inkomens in verschillende delen van de stad. Hierdoor zijn er ruimtelijke verschillen in energiearmoede binnen de groep lage inkomens. Figuur 10 laat bijvoorbeeld zien dat het aandeel laagste inkomens in BijlmerCentrum zeer hoog ligt, op 56% (bovenste kaart). Zij zijn echter gemiddeld relatief weinig kwijt aan energielasten (€95, middelste kaart). Het aandeel huishoudens met energiearmoede in deze groep is 26% (onderste kaart), net onder het gemiddelde van deze inkomensgroep (28%). In Osdorp wonen eveneens relatief veel lage inkomens (43%), en deze huishoudens hebben juist relatief vaak met energiearmoede te maken (37%), hun energielasten zijn hoger en liggen op €118 gemiddeld per maand. Ook in Gaasperdam/Driemond is energiearmoede een relatief groot probleem: 34% van de huishoudens behoort tot de laagste inkomensgroep en van hen kampt 35% met hoge energielasten. De energielasten liggen hier gemiddeld erg hoog (€125).

Colofon Opdrachtgever Programma Amsterdam Klimaatneutraal

Onderzoek en Statistiek (O&S) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam Telefoon: 020 251 0333 Auteur: Feiko de Grip f.de.grip@amsterdam.nl onderzoek.amsterdam.nl

9

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Figuur 10. Aandeel huishoudens met inkomen tot de huurtoeslaggrens, energielasten van deze groep en aandeel huishoudens met energiequote ≥ 10% onder deze groep, naar 22 gebieden, 2021

Bron: Wonen in Amsterdam 10

Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek

Energiearmoede in Amsterdam 2021

Colofon Opdrachtgever Programma Amsterdam Klimaatneutraal

Onderzoek en Statistiek (O&S) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam Telefoon: 020 251 0333 Auteur: Feiko de Grip f.de.grip@amsterdam.nl onderzoek.amsterdam.nl

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605757/1