CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5.Meerjarenbegroting ODNZKG 2025-2028.pdf

RAAD 27 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze indienen ten aanzien van de eindrapportage 2023 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, het voorstel 1ste begrotingswijziging OD NZKG 2024 en de ontwerp meerjarenbegroting OD NZKG 2025-2028. (VN2024-005869)23.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Meerjarenbegroting 2025-2028

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Meerjarenbegroting 2025-2028

Maart 2024

Ebbehout 31 1507 EA Zaandam

www.odnzkg.nl

Pagina 2 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................................................... 5

2

Ontwikkelingen ....................................................................................................................................8

2.1

Speerpunten ................................................................................................................................................... 8

2.2

Ontwikkeling omzet ..................................................................................................................................... 10

3

Programmabegroting 2025 .................................................................................................................. 11

3.1

Producten ..................................................................................................................................................... 11

3.2

Capaciteit ..................................................................................................................................................... 12

3.3

Programma Bouw......................................................................................................................................... 13

3.4

Programma Bodem ..................................................................................................................................... 15

3.5

Programma Milieu & Seveso ......................................................................................................................... 18

3.6

Tata Steel ..................................................................................................................................................... 24

3.7

Programma Randvoorwaardelijk ................................................................................................................. 26

3.8

Programma Bedrijfsvoering .......................................................................................................................... 30

4

Financiële begroting ............................................................................................................................ 34

4.1

Resultaatmodel ............................................................................................................................................ 34

4.2

Toelichting bij de meerjarenbegroting en financiële positie .......................................................................... 35

4.3

Weerstandsvermogen en risicobeheersing.....................................................................................................37

4.4

Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................................................... 44

4.5

Financiering .................................................................................................................................................. 45

4.6

Bedrijfsvoering ............................................................................................................................................. 45

5

Bijlagen .............................................................................................................................................. 48

5.1

Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten ................................................................... 48

5.2

Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer ................................................................................................. 49

5.3

Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s ................................................................................................... 49

5.4

Meerjarig overzicht van de risico’s ................................................................................................................ 50

5.5

Overzicht rente, afschrijvingen, EMU-saldo en Vennootschapsbelasting ...................................................... 51

5.6

Geprognotiseerde balans .............................................................................................................................. 53

Pagina 3 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

5.7

Verklaring kengetallen .................................................................................................................................. 55

5.8

Financiële ontwikkelingen ............................................................................................................................ 56

Pagina 4 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

1 Inleiding De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving: zo luidt onze missie. Onze kernwaarden onafhankelijkheid en deskundigheid helpen ons deze missie uit te kunnen voeren in een dynamisch werkgebied met veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen. We weten wat er speelt in ons werkgebied. We vertalen beleidsmatige opgaven van gemeenten en provincies naar de praktijk van de bedrijven, en voeden vice versa de beleidsmakers met onze ervaring in de uitvoeringspraktijk. Koers We richten onze organisatie nu ruim twee jaar op onze bestuurlijk gedragen strategische werkagenda voor de OD NZKG. Bij keuzes en prioritering in de uitvoering hebben we daarmee de focus op de klimaatopgave, milieu gerelateerde gezondheid en transformatiegebieden. Hierbij helpt het ons dat we de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 opgavegericht hebben ingestoken, waarbij de doelen van de Omgevingswet als vertrekpunt dienen. We prioriteren aan de hand van impactanalyses op zaken waar we het meest kunnen bereiken op de opgaven in de leefomgeving. De komende jaren zal de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie meer en meer impact krijgen op de uitvoeringspraktijk van de OD NZKG en de andere omgevingsdiensten in Noord-Holland met ons.

Arbeidsmarkt De schaarse capaciteit én snelheid waarmee veranderingen op ons blijven afkomen, vragen daarbij om scherpe keuzes: waarop behouden we onze inzet op het bestaande kwaliteitsniveau, waar wordt ons gevraagd te intensiveren en innoveren, en wat kunnen we niet doen? Allereerst is daar de blijvende krappe arbeids- en inhuurmarkt die zich in alle sectoren en dus ook de onze laat voelen. De hoeveelheid werk zal de komende periode per saldo blijven toenemen, maar vraagt soms andere expertise en daarmee wendbaarheid van de OD NZKG. De toenemende mogelijkheden van inzet van kunstmatige intelligentie in ons werk zijn een kans, vragen om flexibiliteit en soms andere competenties. Omwille van autonome ontwikkelingen en beleidswensen van onze opdrachtvers blijven we onverminderd middelen reserveren voor verhoogde inzet op werving en selectie naast het binden en boeien van huidige medewerkers en het toekomstbestendig houden van de organisatie. Beheerste groei in 2025 Met de doorontwikkeling van geschetste opgaven zien we een groei die tegen de grenzen van de absorptiecapaciteit van de organisatie aanloopt. Onze ambities voor 2025 moeten passen binnen het beschikbare budget dat is opgenomen in de bestuurlijk vastgestelde Meerjarenbegroting 2024-2027 en binnen de mogelijkheden die er zijn in de huidige arbeids- en inhuurmarkt.

We gaan in 2024 met onze opdrachtgevers het gesprek aan hoe we de ambities 2025 gaan realiseren binnen de beschikbare middelen en capaciteit. Het betreft hier bijstellingen in kwantiteit, onze dienstverlening blijven wij leveren op het vastgestelde uitvoeringsniveau. Dit zullen we uiteindelijk verwerken in de uitvoeringsovereenkomst 2025. Robuuste OD NZKG In het lopende Interbestuurlijk Programma Versterking van het VTH-stelsel (vervolg op de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen) wordt onder meer gewerkt aan een landelijke financieringsmethodiek en aan robuuste Omgevingsdiensten voor heel Nederland. Criteria daarvoor zijn onder andere weerstandvermogen, voldoen aan de kwaliteitscriteria, een minimale omvang van het basistakenpakket Milieu en normen voor het innovatie en het opleidingsbudget. Nu het normcriterium van 3% van de begroting voor opleiding per 1-1-2024 voor de OD NZKG vanaf 2024 een structureel karakter krijgt, is definitief aan alle criteria voldaan. In de VTH-uitvoeringsopgave blijven we inzetten op efficiënter en meer risicogericht werken en we bundelen onze krachten zo veel als mogelijk met ketenpartners in de regio, met andere Seveso-omgevingsdiensten en binnen ODNL.

Pagina 5 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Samenwerking in Noord Holland In de Noord-Hollandse regio voeren we met OD NHN, OD IJmond en OFGV actief het gesprek over wat nodig is om te komen tot adequate VTH-taakuitvoering in relatie tot de opgaven in de hele provincie Noord-Holland. Vanzelfsprekend is dat we het primaire proces rondom VTH dagelijks goed blijven uitvoeren en geven we de grote maatschappelijke opgaven richting. Parallel hieraan wordt onze inzet op specifieke doelen zichtbaar. Zoals bijvoorbeeld in 2023 het algemene kader voor een regionale VTH-strategie door de vier OD- besturen is vastgesteld, zodat we zo veel mogelijk één strategie hebben voor heel Noord Holland.. Hiermee illustreren we de samenwerking die de commissie Van Aartsen heeft aanbevolen, zoals ook de uitvoering van een bredere regionale samenwerkingsagenda 2022-2024 op inhoudelijke dossiers laat zien (bijvoorbeeld ketentoezicht, datagedreven werken, bodemtaken etc.). Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ingevoerd. Inmiddels blijken in de praktijk de voorspelde extra benodigde werkzaamheden bij OD NZKG. De hausse aan vergunningaanvragen onder het oude recht van eind 2023 zet de werkprocessen onder druk. De grote hoeveelheid zal invloed hebben op doorlooptijden van deze aanvragen, maar ook op nieuwe aanvragen.

Het toezicht op deze aanvragen zal gedeeltelijk ook nog plaatsvinden in 2025. Ook bezwaar en beroep van deze aanvragen zal nog doorlopen. Oude en nieuwe procedures zullen volgens het overgangsrecht nog jarenlang naast elkaar lopen. Onder meer het beheren van twee sets bekendmakingen en ook het toezicht houden en handhaven onder twee regimes kost extra tijd. Ons huidig zaaksysteem is correct aangesloten op het landelijke Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO) en we ontvangen daaruit nieuwe aanvragen en meldingen. Eind 2024 gaan we over op een nieuw zaaksysteem, daarbij is te verwachten dat in 2025 nog aanpassingen nodig zijn. Onder de Omgevingswet kunnen (na 20 jaar) weer leges worden opgelegd bij milieuvergunningen en alle opdrachtgevers kiezen daarvoor. Het inregelen daarvan vergt extra inspanningen. Er is nog geen praktijkervaring met de nieuwe procedures, dus allicht zullen de nieuwe legesverordeningen in de komende jaren nog aanpassing behoeven. In de meerjarenbegroting 2024-2027 was geraamd dat de extra benodigde inzet in het eerste jaar na inwerkingtreding, zeker 5% van onze capaciteit zal vergen (in 2024 € 1,9 mln). Voor 2025 is € 1,4 mln. opgenomen en deze extra inzet wordt in 2026 en 2027 afgebouwd naar nul. Financiële uitdagingen We valideren onze kengetallen pas als we meer zicht en ervaring hebben op de gevolgen van de Omgevingswet op ons werk.

In deze meerjarenbegroting zijn – na het besluit over de kadernota 2025 – alle taken gekwantificeerd en als begrotingswijziging meegenomen. In de bijlagen van de begroting wordt duidelijk dat dit veel impact heeft voor onze opdrachtgevers. Hiermee zijn we richting onze opdrachtgevers transparant over wat er naar ons inzicht nodig is en om specifiek financiële mogelijkheden te onderzoeken in het begrotingsproces van de eigen gemeente of provincie. Daarnaast vormt het een basis om al voor de zomer 2024 onze gesprekken te starten met de opdrachtgevers voor een verdere vertaling in de afspraken voor de UVO’s 2025. Een en ander kan leiden tot het maken van afgestemde keuzes per opdrachtgever die gaan leiden tot een herprioritering van taken en doelen. Desalniettemin blijven de ambities overeind om kunnen bijdragen aan de regionale opgave.

Pagina 6 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Tata Steel De dynamiek en de maatschappelijke en politieke aandacht in het Tata Steel dossier blijft onverminderd groot. Omdat Tata Steel een waterstofroute loopt (Groen Staal), zetten we als dienst vol in met een uitgebreid programma daarop, naast uiteraard de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving op de bestaande installaties. Gezien de veroudering van het complex en de op onderdelen strenger wordende wet- en regelgeving is intensivering gerechtvaardigd. De opdracht van de Provincie Noord Holland neemt jaarlijks met de hoeveelheid werk navenant toe. De verwachting is dat de opdracht van de Provincie Noord Holland jaarlijks ongeveer toeneemt met 15% qua benodigde inzet. Momenteel draagt ook het Rijk hierbij aan toe d.m.v. rijksgelden in de vorm van een specifieke uitkering voor de genoemde waterstofroute. Voor deze waterstofroute is voor de komende jaren €5,0m per jaar gevraagd, waarbij het Rijk een bijdrage blijft leveren. Dit dossier is voor de OD NZKG arbeidsmarkt- en begrotingstechnisch een serieuze uitdaging (15% van de totale begroting) en te maken keuzes zijn beeldbepalend. We blijven hier de komende jaren vol op in zetten. Tot slot We groeien en we vernieuwen continu, sturen bij en agenderen waar nodig.

In de indringende context van onder meer de klimaatopgave, de stikstofcrisis en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid, bodem en bouw doet ons werk er meer toe dan ooit. Het vraagt om een robuuste dienst die deskundig en onafhankelijk haar werk kan doen in een in alle opzichten uitdagend werkveld. Dat is het werk waar we trots op zijn.

Loes De Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Pagina 7 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2 Ontwikkelingen 2.1

Speerpunten

In de meerjarenbegroting 2025-2028 kijken we vooruit op de pijlers uit de strategische agenda 2022-2024. De OD NZKZG heeft haar inzet op de speerpunten reeds versterkt op deze thema’s. Blijvende intensivering zal hierop nodig zijn. Daarbij verwachten we dat de thema’s water en bodem de komende jaren een prominentere plek in de landelijke, regionale en lokale opgaves zullen innemen. 1. Inhoudelijke opgaven: klimaat, milieugerelateerde gezondheid, en transformatiegebieden Klimaat Er is veel aandacht voor het terugdringen van het energiegebruik en het gebruik van schaarse primaire grondstoffen. De Omgevingsdienst NZKG benut in de vergunningverlening de wettelijke ruimte om te komen tot energiebesparing, benutten van bronnen voor hernieuwbare energie, besparing op gebruik van primaire grondstoffen en hergebruik van grondstoffen in de keten en voorkomen van afval door bedrijven en (vastgoed)ontwikkelaars. Dit doet de ODNZKG bijvoorbeeld door met het stellen van voorschriften in vergunningen aan te sturen op procesinnovatie bij industriële bedrijven. Grote stappen zijn gezet in het terugdringen van energieverspilling bij bedrijven. Eerste stappen zijn ook gezet op het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen en het benutten van mogelijkheden voor hernieuwbare energie bij de industrie.

De industrie blijft een belangrijke doelgroep waar we verwachten grote impact te realiseren. Daarnaast zal de komende jaren een versterking van inzet op thema’s als waterbesparing en benutting van productiewater voor andere doeleinden nodig zijn. Als OD NZKG intensiveren we onze contacten met Waterschappen en samenwerkingsverbanden zoals de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het programmabureau NZKG. Verbetering van milieugerelateerde gezondheid Bedrijven en bewoners bewegen dicht op elkaar in het werkgebied van de OD NZKG. De inzet is gericht op het verbeteren van milieu gerelateerde gezondheid door het verminderen van de negatieve effecten van bedrijfsactiviteiten op de gezondheid van inwoners. Dit kan door bijvoorbeeld bij wettelijke normeringen met bandbreedtes te zorgen dat in de vergunning wordt vastgelegd dat de laagste norm wordt gehanteerd en daarmee de leefomgeving adequaat wordt beschermd. De OD NZKG benut dus bij de uitvoering van de VTH taken de mogelijkheden die de huidige wet- en regelgeving biedt om de effecten van industriële activiteiten die negatieve invloed hebben op de gezondheid van mensen in de omgeving, te minimaliseren.

Pilots worden uitgevoerd om in beeld te brengen wat een realistisch ambitieniveau is, en wat wij van het Rijk en regionale & lokale besturen eventueel extra nodig hebben in beleid en regelgeving om de leefomgeving op basis van de best beschikbare technieken adequaat te kunnen beschermen tegen afwenteling’ van negatieve milieu-effecten op mens en natuur. We zien in de landelijke politiek en in de provinciale en lokale coalitieakkoorden een toenemende aandacht voor het onderwerp milieu gerelateerde gezondheid. Waar nodig agenderen we als OD NZKG samen met ODNL bij beleidsmakers de issues waarop meer of andere wettelijke instrumenten voor een adequate uitvoering van de VTH-taken nodig zijn. Vanuit het thema water verwachten we een intensivering van inzet op het versterken van het terugdringen van schadelijke stoffen in oppervlaktewater en grondwater. Transformatiegebieden De opgaven op het gebied van klimaat en woningbouw brengen een forse transformatieopgave met zich mee. De OD NZKG zet zich in voor een bronaanpak waarbij het accent ligt op het voorkomen van bijvoorbeeld emissies,

Pagina 8 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

waarmee nieuwe ruimte ontstaat voor andere functies. Gebieden – waar voorheen vanuit het oogpunt van milieu geen woningen konden worden gerealiseerd - worden getransformeerd naar woon-werk gebieden. Daarnaast zien we dat door aanleg van de infrastructuur voor de energietransitie, en ook de transitie naar een circulaire economie, er soms milieu en veiligheidscontouren over bestaande woongebieden liggen waardoor complexe vraagstukken ontstaan in transformatiegebieden. Ook zal het bodem-watersysteem een doorslaggevende rol gaan spelen bij de inrichting van Nederland in de besluitvorming over ruimtelijke ordening. Deze punten vragen een intensivering van inzet en daarmee kennis en expertise van de OD NZKG. 2. Versterking van het instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren De OD NZKG is de oren, ogen en neus van de regio. Onze kennis en informatie is onmisbaar voor bestuurders, beleidsmakers en inwoners. Vertrekpunt voor ons werk zijn de beleidskaders voor VTH en de inhoudelijke wet- en regelgeving. Een belangrijke uitdaging is om de uitvoering hier continue goed op aan te laten sluiten. Door het Algemeen Bestuur (AB) van de ODNZKG is in december 2022 het Algemeen Kader ‘Naar een gezamenlijk VTH&A-strategie Noord-Holland’ vastgesteld.

Samen met de drie andere Noord-Hollandse omgevingsdiensten (OFGV, OD NHN, OD IJ) hebben wij uitgangspunten voor een gezamenlijke Uitvoering en Handhavingsstrategie opgesteld. Doel is om te komen tot een meer gelijk speelveld voor overheden, burgers en bedrijven. Dat betekent dat gelijke gevallen op gelijke wijze worden behandeld, langs eenzelfde strategie voor het toepassen van vergunningverlening (regulering), toezicht en handhaving (naleving), en adviesverlening door ieder bevoegd gezag in het hele gebied. De afgelopen vier jaren heeft een doorontwikkeling en innovatie plaatsgevonden op tal van thema’s en instrumenten. Hierbij is de focus gelegd op klimaat, gezondheid en transformatie gebieden (Strategische Agenda OD NZKG 2022-2024). Innovatieve methoden van werken zijn geïntroduceerd, zoals cameratoezicht en dronetoezicht. Specialistische teams en programma’s zijn ingezet op het gebied van onder meer duurzaamheid, Circulaire Economie, Informatie & meldingen, datakwaliteit en Groen Staal om beter te kunnen acteren in een veranderende omgeving. Met de BIG-8, de gesloten cyclus beleid-uitvoering, als uitgangspunt hebben we de afgelopen periode door middel van regiotafels de actuele milieuthema’s samen met overheden verkend vanuit het vraagstuk hoe beleid en uitvoering meer in samenhang te brengen.

De strategie is opgavegericht gemaakt, waarbij de doelen van de Omgevingswet als vertrekpunt dienen. Om goed te kunnen prioriteren is de risicoanalyse uitgebreid met een impactanalyse gericht op deze opgaven. De komende jaren zal deze werkwijze meer en meer effect krijgen op de uitvoeringspraktijk van de OD NZKG. Met de implementatie van de BIG-8 verbinden we beleid met de uitvoering en kunnen we er zodoende voor zorgen dat het beleid ook daadwerkelijk het beoogde effect heeft in de praktijk. Door ons werk vanuit de opgaven in te richten zijn we daarnaast in staat de stap van output naar outcome te zetten. 3. Organisatieontwikkeling: wat is er nodig om de opgaven te realiseren? De OD NZKG van nu en morgen. Wij zijn een kennisintensieve, lerende organisatie, met innovatieve en technologische oplossingen om ons handelen nog effectiever te maken. We ontwikkelen en borgen kennis en vaardigheden, waarbij we inspelen op landelijke ontwikkelingen en nieuwe mogelijkheden zoals kunstmatige intelligentie. Onze missie en kernwaarden geven richting aan ons gedrag. Hierbij zetten we in op wendbaarheid, zowel in structuur, sturing, capaciteit als gedrag. We spelen in op een dynamische arbeids- en inhuurmarkt.

We werken maximaal samen met de andere omgevingsdiensten in Nederland, bijvoorbeeld in ODNL-verband op het gebied van opleidingen en kennisdeling, onder het motto “gezamenlijk waar het kan”.

Pagina 9 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

2.2

Ontwikkeling omzet

De UVO 2024 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2025-2028. Vanwege herfasering van autonome ontwikkelingen of beleidswensen vanuit de Meerjarenbegroting 2024-2027 is er in 2025 extra inzet op Altijd Actuele Digitale Vergunningen (AADV) en Water. Administratieve inzet voor de Omgevingswet wordt afgebouwd. De omzet stijgt hiermee met 67k. In 2025 groeit de omzet verder vanwege aanvullende autonome ontwikkelingen of beleidswensen. Dit betreft o.a. inzet voor financiële zekerheid , de meetdienst en Circulaire Economie. Het volledig overzicht is opgenomen in bijlage 5.8. De omzet stijgt hiermee met 3.330k. Conform kaderbrief 2025 zal er een her prioritering plaats vinden om qua groei binnen de kaders van de Meerjarenbegroting 2024-2027 (jaarschijf 2025) te blijven. Hiermee wordt een realistischere groei beoogd. Vanwege de her prioritering daalt de omzet in 2025 met 4.419k. Ook dit is opgenomen in bijlage 5.8. Verwacht wordt deze groei in 2026 alsnog te realiseren. In 2024 ontvangt OD NZKG net als in 2023 SPUK gelden voor het Interbestuurlijk Programma versterking VTH. Er is nog onzekerheid over het vervolg van deze financiering, daarom dalen de baten in 2025 met 435k en in 2026 met 90k naar 0. Daarnaast ontvangt OD NZKG in 2024 SPUK gelden voor de energiebesparingsplicht. Dit loopt tot en met 2026, waarna de SPUK voor zover nu bekend vervalt.

Het restant budget 2022 van deze subsidie mag verdeeld worden over de komende jaren. Om deze reden is het bedrag voor 2025 gelijk gehouden aan 2024 op 1.252k. Het bedrag bouwt af in 2026 naar 676k. Vanuit EZK ontvangt OD NZKG in 2024 een SPUK-uitkering voor groenstaal van 2.382. Deze uitkering is meerjarig opgenomen tot en met 2028. De totale omzet 2025 is circa 2,1 miljoen hoger dan 2024. Dit komt door: • • • •

•

SPUK gelden IBP: 435K lagere baten Indexatie conform kaderbrief: 3.752k hogere baten Autonome ontwikkelingen en beleidswensen: 3.397k hogere baten Herprioritering: 4.419K lagere baten Onttrekking reserve 2024: 150k lagere baten

Grafiek: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln. euro)

Pagina 10 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3 Programmabegroting 2025 De programmabegroting 2025 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma maken we inzichtelijk wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en daarom niet opgenomen in onderstaand tabel. Tabel: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk)

Programma's

Uren 2025 Aandeel

Bouw

153.352

21,5%

Bodem

60.464

8,5%

Milieu & BRZO

391.665

55%

Randvoorwaardelijk

108.584

15%

Totaal

714.064

100%

Inclusief maatw erkuren

3.1

Producten

Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Per werkveld kennen we een categorie outputproducten en een categorie regieproducten. In de uitvoeringsovereenkomsten die afgesproken zijn met de opdrachtgevers is een verdeling output- en regieproduct gemaakt. De verhouding van de producten wordt in de grafiek getoond en vervolgens per programma weegegeven. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin randvoowaardelijke producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de werkpakketten. Voor de overige randvoorwaardelijke producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies (SPUK gelden) en op basis van offertes.

Pagina 11 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.2

Capaciteit

Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte worden 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van 33% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wendbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flex-schil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft. Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.

Pagina 12 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.3

Programma Bouw Baten: 18,1 mln.

Het programma bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en onaanvaardbare risico’s af te vangen, vooral op het gebied van veiligheid en gezondheid. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving op bouw en sloop in realisatie- en gebruiksfase is per bouwactiviteit een toetsingsniveau vastgesteld met een oplopende intensiteit per categorie. Wat gaan we daarvoor doen in 2025 De neerwaartse trend in het bouwwerkveld in 2023 zet zich naar verwachting door in 2024, zij het in mindere mate. Naast de reeds bekende gevolgen van internationale en landelijke ontwikkelingen zoals de stikstofproblematiek, schaarste van bouwmaterialen, arbeidsmarktproblematiek, energiecongestie en de sterk oplopende inflatie zal de komende jaren ook de onbekendheid van de Omgevingswet bijdragen aan stagnatie. We zien dat plannen die nog niet zijn gestart in 2023 nog wel in de planning staan voor 2024 of 2025. Er is nog steeds een grote ambitie op het woningbouwprogramma. De verwachting is dat de hierboven genoemde factoren in 2025 minder invloed hebben en de woningbouwopgaaf dan ook gestart zal zijn. Daarnaast blijft de inzet op complexe dossiers zoals datacenters in relatie tot de energietransitie.

Dit maakt dat er vraag blijft naar de inzet van de OD NZKG op de bouwproducten zoals vergunningverlening, constructief advies en toezicht op de vele bouwwerken die in ons gebied gerealiseerd worden. Ook zien wij een ontwikkeling naar meer complexe bouwprojecten en thema’s zoals Houtbouw, hetgeen van invloed is op de benodigde ervaring en gevraagde tijdsinspanning. Met de ingang van fase 1 van de WKB voor uitsluitend nieuwbouw zal het effect minimaal voor de dossiers bij de ODNZKG. Daarmee schuift het te verwachten effect door naar 2025. De daadwerkelijk benodigde uren zijn afhankelijk van de uitwerking van de wet en met de producten die nu onder deze wet vallen doen wij ervaring op qua inzet. Op zijn vroegst in 2025 komt meer duidelijkheid over het geheel van wegvallende, gewijzigde en nieuwe taken door de invoering van de WKB. Ook houden we rekening met een toename van het aantal aanvragen voorafgaand aan de invoering van de Omgevingswet om nog onder het bestaande regime te worden beoordeeld. 2024 is het eerste jaar dat wij de volledige asbesttaken uitvoeren voor de opdrachtgevers. Op basis van de ervaringen met deze nieuwe taken in 2023 kan een nauwkeurigere raming van de benodigde ureninzet voor 2024 worden gemaakt. Ook op het gebied van energieprestatie gebouwen is de wetgeving vernieuwd (EPBD, Label C) en onder het bouwbesluit gebracht.

Voor beide regelgeving geldt dat de implementatiefase voorbij is en de OD NZKG zich heeft gericht op het toezicht en handhaving. Dit zal ook in 2024 en 2025 worden voortgezet met als doel dat de betrokken bedrijven eind 2025 voldoen aan de betreffende regelgeving. Doorlopende werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen. Daarnaast is de OD NZKG betrokken bij diverse projecten zoals: -

Schiphol Markermeerdijken Zuid-As-Dok HOV ’t Gooi Uithoornlijn Oostlijn

Pagina 13 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Ontwikkelingen 2025, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Alleen voor het onderdeel constructieve veiligheid werken wij nog op het aangepaste risico gestuurde niveau en is het nog onzeker of dit, als gevolg van blijvende krapte op de arbeidsmarkt per 2025 behaald kan worden. De analyse van het kwaliteitsniveau zal direct na de komst en implementatie van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw opnieuw beoordeeld worden. Op basis daarvan kijken we of dat aanleiding geeft tot bespreking met onze opdrachtgevers. Analoog aan de invoering van de Omgevingswet waar een ‘inwerkjaar’ is overeengekomen, is het belangrijk dit ook voor de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vast te stellen en de ervaringen in dat jaar mee te nemen naar de begroting 2025. De verwachting is dat het eerste halfjaar er nog sprake zal zijn van de afronding van werkzaamheden die vallen onder de oude wetgeving.

Pagina 14 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.4

Programma Bodem Baten: 6,8 mln.

Het doel van het programma bodem is de bescherming van de leefomgeving, ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat de OD NZKG toetst en erop toeziet of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals MBA Graven en MBA Saneren onder de Omgevingswet, ook is uitgebreid overgangsrecht Wet bodembescherming van toepassing. Door de komst van de Omgevingswet verandert er veel voor het programma bodem. Naast een verschuiving van opdrachtgeverschap voor een deel van de productie is het beleid, het VTH-instrumentarium en processen hierop aangepast. Wat gaan we daarvoor doen in 2025 In onze dynamische regio is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Dit maakt dat er veel vraag blijft naar onze inzet op bodem. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal ook de komende jaren veel aandacht vragen. De gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn zijn nu ook bevoegd gezag voor de bodemtaken.

De financiering vanuit het Rijk van deze nieuwe bevoegd gezag taken roept tot op heden nog vragen op, de afgesproken monitoring van deze taken is nog steeds in voorbereiding. De provincie is alleen nog bevoegd gezag voor overgangsrecht situaties, Seveso-locaties en grote grondwaterverontreinigingen. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken. Ook wijzigt het basistakenpakket, waardoor bepaalde reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten zijn belegd, en deze nu ook voor Zaanstad worden uitgevoerd. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering. Dit zal leiden tot een grotere geïntegreerde, en daarmee complexere, adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring/ evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Wij verwachten een stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van bodem. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak.

Door de keuze van het Rijk voor een wijziging in de beleidsfasering (van saneren naar beheren) en de warme overdracht van bevoegdheden van de provincie naar gemeenten is voor de bodemadviestaken vooralsnog geen sprake van beleidsneutraliteit. Voor de inbedding van de nieuwe opzet zijn samenwerkingsafspraken gemaakt, onder andere voor het bodembeleid, toevalvondsten, PFAS en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Afstemming hierover, nu nog met drie bevoegde gezagen met veel ervaring, is omgebouwd naar afstemming met acht bevoegde gezagen, waarvan vijf nog zonder ervaring. Die ombouw leidt tot een tijdsintensievere samenwerking. Door regionale samenwerking kunnen we hierin gezamenlijk efficiëntie realiseren.

Pagina 15 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Ontwikkelingen 2025, capaciteit en lasten Zoals hierboven geschetst, zal bij de warme overdracht van taken vooralsnog geen sprake kunnen zijn van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (PFAS, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de vijf bevoegd gezagen geldt - naast de inzet voor een zorgvuldige warme overdracht - eveneens de opbouw en invulling van de rol van het bevoegd gezag (netwerk met gemeente), toevalvondsten, VNG-WEB, beleidsvraagstukken bodemverontreiniging (waaronder diffuus lood, PFAS, ZZS). Voor Zaanstad speelt dat het basistakenpakket uitbreidt, waardoor ook beleidsadvisering toeneemt. Voor het bodeminformatiesysteem NAZCA is in 2021 een Visie BIS onder de OW opgesteld. In 2022 is met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers fase 1a uitgewerkt. Hierin is een strategie uitgewerkt hoe de visie verder volledig kan worden gerealiseerd. Tevens is een invoerprotocol gemaakt, voorbereidingen getroffen voor de aanpassing van de NAZCA-rapportagemodule en het door ontwikkelen van de signaalkaart bodem. In 2023 is doorgewerkt aan fase 1b: het BIS zo compleet mogelijk met kwalitatief juiste bodemdata gevuld te hebben voor de start van de Omgevingswet.

In 2023 is dit gerealiseerd voor de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder Amstel en Uithoorn. De verrijking en kwaliteitsslag van de bodemdata van de gemeente Amsterdam wordt in het 1e kwartaal van 2024 afgerond. Vanaf 2024 is de organisatie van de kwaliteitscontrole op de BIS-data in NAZCA operationeel en is met opdrachtgevers afgesproken dat data centraal door de OD NZKG wordt ingevoerd en gecontroleerd. Vanaf 2025 is de verplichting dat de bodemdata wordt opgenomen in de Basisregistratie Ondergrond en is de bronhouder verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodemdata. Hierover worden in 2024 afspraken gemaakt en testen van aanlevering uitgevoerd. Daarnaast zijn extra middelen benodigd voor het Regionaal Schakel Punt (RSP) Bodem, waarvoor de OD NZKG gezamenlijk met de provincie Noord-Holland de projectleiding verzorgt. Voor 2024 heeft de provincie de financiering hiervan nog op zich genomen. In een bestuurlijke besluitvorming over de structurele voortzetting van het RSP Bodem (nog te plannen in 2024) dient de financiering hiervan voor de komende jaren te worden meegenomen. De voortzetting van het RSP Bodem bestaat onder andere uit het organiseren van het Bodemberaad, het organiseren van webinars, afstemming met omgevingsdiensten en klankbordgroepen en het koppelen van kennisorganisaties aan overheden.

In deze meerjarenbegroting is hiervoor een bedrag opgenomen. Dit is gebaseerd op een inzet van ca. 800 uur per jaar vanaf 2025.

Pagina 16 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Financieel is de overdracht van de bodemtaken vooralsnog budgettair neutraal opgenomen, met uitzondering van Zaanstad en Provincie Noord-Holland, waarvoor extra taken richting OD NZKG komen. Voor de Provincie NoordHolland zal vanaf 2024 het toezicht op spoedlocaties en het toezicht op Seveso-locaties worden uitgevoerd. Hiervoor is een extra inzet van ca. 700 uur op jaarbasis begroot. Zaanstad draagt ca. 1,5-2 fte over voor het uitvoeren van bodemtaken. Door de ruime interpretatie die het Rijk aan het overgangsrecht geeft treedt er verminderde verschuiving in opdrachtgeverschap plaats van PNH naar de nieuw bevoegd gezag gemeenten te weten Haarlemmermeer en de vijf Amstelland gemeenten. De Omgevingsdienst ziet het belang van de circulaire economie en staat achter de ambities. Hergebruik van grond via de grondbank is een goed voorbeeld daarvan. Toch is er ook een risico: het toepassen van circulaire bouwstoffen of andere producten op of in de bodem leidt soms tot achteruitgang van bodemgezondheid. Daarom vindt er de komende periode een herijking van het Amsterdams bodembeleid plaats. In dit verband zal worden beoordeeld wat de inzet van de bodemgezondheidsindex (in ontwikkeling) betekent voor het hergebruik van grond en het bevorderen van de bodemgezondheid binnen de gemeente Amsterdam.

Met de index kan de grondbank een gerichte indeling van gezonde grondstromen maken als vrijkomende grond niet meer alleen op chemische geschiktheid wordt beoordeeld maar voortaan ook op biologische en fysische eigenschappen. De beleidslijn (2022) van het Rijk “water en bodem sturend” maakt het noodzakelijk dat Rijk, provincies en gemeenten – meer dan nu het geval is - in goede samenwerking met de Omgevingsdienst NZKG als één overheid voortvarend invulling geven om Water en Bodem leidend te laten zijn bij de ruimtelijke keuzes in het kader van de maatschappelijke opgaven zoals de energie- en grondstoffentransitie, klimaatadaptatie en de woningbouwopgave. In ons gebied ervaren we al dat wij tegen de grenzen van ons bodem- en waterstelsel aanlopen. Dit betreft o.a. de kwaliteit van het oppervlaktewater en de beschikbaarheid van drinkwater, naast de kwaliteit van de bodem in brede zin. Dit betreft de chemische kwaliteit maar ook de ecologische waarde en draagkrachtfunctie. Een onvoldoende functionerend bodemsysteem leidt tot economische schade.

Voor het behoud van een vitale en efficiënt geordende bodem is de verwachting dat de inzet van de OD NZKG op bodem en watertaken geïntensiveerd zal moeten worden, naast het continueren van bestaande trajecten zoals met de gemeente Amsterdam zijn of worden doorlopen: gezonde bodem, herijking bodembeleid en de regionale afstemming in het Regio Overleg Bodem NZKG. Inmiddels is ook een strategisch adviseur bodem aangesteld om invulling te geven aan de opgaven en ambities waar de OD met haar partners voor staat.

Pagina 17 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

3.5

Programma Milieu & Seveso Baten: 52,1 mln.

Doel van het programma Milieu & Seveso is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder de Seveso-Richtlijn en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Omgevingswet. We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. De analyses op basis van basisbeelden (per bedrijf) of brancheplannen geven zicht op waar extra inzet noodzakelijk is. Wij inspecteren de Seveso-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Seveso-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Seveso-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s. Bij de uitvoering komt meer aandacht voor samenlevingsgericht werken. Op basis van de uitgangspunten van het programma actualiseren zetten wij in op actuele vergunningen.

Wij verkennen de mogelijkheden om op basis van de meest actuele inzichten over de best beschikbare technieken scherper te vergunnen. Wat gaan we daarvoor doen in 2025 De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor al onze opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de OD NZKG) en een gelijk speelveld voor Seveso-bedrijven in Nederland. De vastgestelde Uitvoering en Handhavingstrategie ODNZKG 2024-2027 biedt hiervoor het strategisch kader. De strategie draagt bij aan een uniforme werkwijze in het werkgebied en geeft richting aan de uitvoering van onze taken. De strategie kent een ontwikkelagenda waar aan uitvoering wordt gegeven. Intensieve samenwerking opdrachtgevers De Omgevingswet en de milieuopgaven maken een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving noodzakelijk. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering, wat zal leiden tot een grotere geïntegreerde en daarmee complexere adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring en evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers.

Stijging adviestaken milieu De komst van de Omgevingswet beoogt decentralisatie van bevoegdheden en een grotere rol voor omwonenden en de private sector. Gelijktijdig zien wij vanuit het Rijk de beweging naar meer centrale sturing vanuit uitvoeringsprogramma’s op basis van ambitieuze milieudoelen. De vertaling naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering hiervan leidt tot een toename naar de vraag om inzet van kennis en expertise en het delen daarvan. De woningbouwopgave levert in combinatie met de duurzaamheidsopgaven ingewikkelde vraagstukken op ten aanzien van het gebruik van de ruimte boven en onder de grond waarbij in toenemende mate milieuexpertise nodig is voor het maken van een afweging. Wij verwachten een algemene stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van milieu. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren.

Pagina 18 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Duurzaamheid Er liggen grote opgaven op het gebied van duurzaamheid. De duurzaamheidsopgaven, die zich richten op het tegengaan van de klimaatveranderingen, het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit en het behoud van een gezonde veilige leefomgeving zijn groot. We lopen tegen de grenzen aan van ons bodem- en waterstelsel en we hebben te maken met toenemende schaarste aan grondstoffen, gas en elektriciteit. De samenleving is steeds kritischer en vraagt actie en transparantie van de overheid en bedrijven met betrekking tot de inzet op de duurzaamheidsopgaven. We bereiden ons voor op de gevolgen van de vele milieu- en beleidsprogramma’s, waaronder de afspraken uit het klimaat- en grondstoffenakkoord, het schone lucht akkoord, het programma Delta aanpak waterkwaliteit, het impulsprogramma Chemische Stoffen, programma Stikstofreductie, Natuurverbetering en de Sevesomeerjarenafspraken en de daaruit voortvloeiende regionale programma’s waaronder de Cluster Energiestrategieën en de Regionale Energiestrategieën. Op basis van de afspraken met opdrachtgevers leggen wij in de uitvoering meer focus op het leveren van een bijdrage aan de energietransitie, transitie naar een circulaire economie en het terugdringen van afwenteling milieueffecten van bedrijfsactiviteiten op het milieu en gezondheid.

Het terugdringen van CO2 uitstoot en emissies van stoffen naar lucht, water en bodem en het terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen is – naast de inzet op externe veiligheid - een steeds grotere rol in de uitvoering gaan spelen. Landelijke programma’s vragen in toenemende mate met betrekking tot deze onderwerpen nieuwe data voor sturing en monitoring, hetgeen leidt tot een toename van de administratieve last. Met de PNH en de gemeente Amsterdam werken wij samen aan het versterken van de inzet op de transitie naar een Circulaire Economie bij de uitvoering van onze VTH taken. Dit doen wij onder meer door een ketengerichte aanpak en het ontwikkelen van nieuwe voorschriften voor vergunningverlening om meer inzicht en grip te krijgen op het gebruik van grondstoffen in de productieprocessen en de mogelijkheden voor een veilig hergebruik in de keten. Dit vraagt een veel grotere inspanning bij vergunningverlening en toezicht dan thans het geval is. De verduurzaming van de industrie en milieuactiviteiten vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Dit geldt in het bijzonder voor activiteiten, die leiden tot vermindering van grondstofgebruik en het opnieuw benutten daarvan om de grondstofketen te sluiten. Het vraagt ook om visievorming hoe om te gaan met de beoordelingsruimte in de uitvoering.

Inzet op het terugdringen van de CO2 uitstoot kunnen leiden tot afwentelingsrisico’s voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dit vraagt om complexe afwegingen in het kader van vergunningverlening. We zetten in opbouwen van multidisciplinaire koplopersgroepen met gespecialiseerde kennis op specifieke opgaven zoals de opgave ZZS, wind op land, waterstofeconomie en verzwaring van het elektriciteitsnet. Daardoor kunnen wij in een vroeg stadium een bijdrage leveren aan regionale samenwerkingsverbanden, waarin afspraken worden gemaakt over de strategieën en prioritaire projecten. De verduurzamingsopgaven zullen ook een toename aan Mer-procedures met zich mee brengen. Dat zien we nu al gebeuren bij projecten voor het opwekken van hernieuwbare energie zoals de windmolenparken. We verwachten dat de vraag nog meer zal toenemen gezien de opgaven genoemd in de CES en RES en de gemeentelijke en provinciale projecten die daaruit voortkomen.

Pagina 19 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Gezondheid In 2023 zijn we in samenwerking met gemeente Amsterdam en de GGD gestart met een verkenning naar de mogelijkheden om nieuw geluidsbeleid op te gaan stellen. De ambitie van Amsterdam is om begin 2025 dit nieuwe beleid gereed te hebben. Met de provincie Noord-Holland wordt ingespeeld op de stikstofproblematiek door onder meer het inzetten van gespecialiseerde kennis natuur en stikstof in de uitvoering en het versterken van de VTH-uitvoering op het gebied van waterkwaliteit door inzet van gespecialiseerde kennis water. Naar verwachting zal ook de uitvoering van de taken op het gebied van waterwetgeving komende jaren een significant grotere rol in de uitvoering gaan krijgen. Sinds 2023 is het team energiebesparing operationeel en zijn we aan de slag gegaan met VTH&A taken voor het Energielabel C bij kantoorgebouwen. De komende jaren gaan we op basis van het regionaal energieakkoord, de SPUK THE gelden (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) en de afspraken met opdrachtgevers meer inzet plegen op energiebesparende maatregelen bij industrie en kantoorgebouwen. Door inzet op een regionaal energieakkoord wordt gestreefd naar een (regionaal) eenduidige inzet van het VTH instrumentarium bij de naleving van wetgeving op het gebied van energiebesparende maatregelen.

Met het vierjarige energiebesparingsakkoord van de provincie Noord-Holland kan het toezicht op energiebesparende maatregelen geïntensiveerd worden. De gevraagde inspanning aan de OD NZKG zal groot zijn en toenemen in relatie tot de huidige werkzaamheden. Voor de VTH-uitvoering van milieutaken worden komende jaren majeure veranderingen verwacht, waarbij de uitvoering complex zal zijn. De opgaven zorgen reeds voor een vergrote druk op het werkveld waarbij de OD NZKG inzet op scherp vergunnen en hiermee o.a. de emissies probeert te verminderen bij industriële bedrijven en inzet op het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen, ZZS, energie en het benutten van nieuwe technologieën die een bijdrage leveren aan de genoemde duurzaamheidsopgaven. Samen met PNH houden wij pilots om het effect van het aangescherpte beleid t.a.v. emissies naar de lucht te evalueren met als doel een scherper beeld te vormen op realistische doelen en noodzakelijke acties om die te behalen. De innovatieve ontwikkelingen waarbij meerdere inrichtingen vanuit de keten betrokken zijn om een andere wijze van werken dan bij de vergunningaanvraag van 1 bedrijf. Dit vraagt onder meer door het projectmatig aanpakken van ontwikkelingen bij bedrijven vanuit een breder perspectief en onderling gerelateerde processen.

Daarnaast zal de OD NZKG als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten in afstemming met de provincies/IPO zich inzetten voor uitvoering van de Meerjarenprogramma Seveso6 2024-2027. Dit programma zal zicht richten op de volgende vijf onderdelen in de VTH-uitvoering en de Seveso-inspecties bij de provinciale bedrijven: 1. Programma Samenwerken als één op het gebied van Toezicht en Handhaving. 2. Programma Samenwerken als één op het gebied van Vergunningverlening. 3. Cluster Samenwerking, Coördinatie en bijdrage Seveso+. 4. Cluster Kwaliteit, Opleiding en Kennisontwikkeling. 5. Cluster Communicatie. Deze vijf clusters en programma’s werken allemaal aan de totstandkoming van een excellente uitvoering van de VTH-taken bij Seveso- en RIE4-bedrijven en de ontwikkeling van een gezamenlijk landelijk speelveld. De samenwerking tussen de zes Seveso-OD’s heeft dan ook als doel te werken alsof zij één dienst zijn. (IPO MJA 2021, herbevestigd door Seveso6 op 4 november 2023). In de aanpak van milieuovertredingen en -criminaliteit maakt ketentoezicht inzichtelijk welke wegen product/grond- of afvalstromen hebben doorlopen. Door dit verloop in samenhang te beschouwen worden veelplegers en ondermijnende activiteiten zichtbaar. De aanpak van ketentoezicht bestaat uit een structurele uitvoering van

Pagina 20 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

bepaalde afvalstromen (zoals asbest, E-waste, grondstromen) en gerichte pilots op nieuwe afvalstromen. De pilots zijn verankerd in de samenwerkingsagenda van de 4 OD-s en de aanpak conform het dreigingsbeeld Milieucriminaliteit. Door koppeling van de aanpak veelplegers, Ondermijning, Ketentoezicht en Strafrecht is het mogelijk om hier meer grip op te krijgen. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen inspectie- en opsporingsdiensten, Openbaar Ministerie evenals een adequate opvolging in de strafrechtketen naast de inzet bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. In dit kader zal de komende jaren meer focus worden gelegd op de verdere inzet en ontwikkeling van de strafrechtelijke handhavingsinstrumenten in afstemming en in combinatie met bestuursrechtelijke handhaving. De landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) is hierbij het uitgangspunt. ZZS gemeentelijke bedrijven De noodzaak om inzicht te hebben in de emissies naar lucht, bodem en water van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij vergunningplichtige bedrijven is groot. Tot 2023 is de aandacht vooral gericht op de risicovolle bedrijven die onder provinciaal bevoegd gezag vallen en enkele andere grote gemeentelijke bedrijven met een risico.

Het onderwerp is ook prominenter op de bestuurlijke agenda’s gekomen en heeft geleid tot een ‘impulsprogramma chemische stoffen’ vanuit het Rijk dat 16 december 2022 is aangeboden aan de Tweede Kamer. Ook voor de gemeentelijke vergunningplichtige bedrijven geldt de informatieplicht op basis van de Omgevingswet en hadden deze bedrijven al aan de informatieplicht moeten voldoen vóór 1 januari 2021 onder het Activiteitenbesluit. Daarnaast dienen deze bedrijven ook een vermijdings-en reductieprogramma’s (VRP’s) in te dienen. Door het hoge aanbod van vraag gestuurd werk is hier echter beperkt aandacht voor geweest bij de OD NZKG. Daarnaast is er per 1 januari 2023 een belangrijke verscherping van 76 ZZS-normen van kracht geworden, die pas begin november 2022 was aangekondigd. De OD NZKG is na de zomer van 2023 begonnen met het aanschrijven op de informatieplicht en indienen van de VRP’s, ook voor de aangescherpte normen. Gezien de grootte van het bedrijvenbestand en de beperkte capaciteit zullen deze werkzaamheden verspreid opgepakt worden in de periode van 2023 tot en met 2026. Deze werkzaamheden zijn geprioriteerd op basis van onder andere risico’s, milieuzwaarte, omgevingstype en naleefgedrag.

Onzekere factoren hierbij zijn onder andere de inschatting van benodigde capaciteit, de aanwezigheid van capaciteit, de consequenties op de vergunningplicht onder de Omgevingswet en de medewerking van de bedrijven bij het aanleveren van de juiste informatie.. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er tevens een nieuwe verplichting voor alle bedrijven bijgekomen om hun emissies te registreren in een landelijke openbare database (https://www.e-mjv.nl/zzs). Doel van de database is inzicht in welke ZZS in de leefomgeving terechtkomen, waarbij gegevens op een uniforme manier worden geregistreerd. Open bodemenergiesystemen (OBES) Sinds 2016 voert de OD NZKG namens de Provincie Noord-Holland de VTH taken voor open bodemenergiesystemen en grondwateronttrekkingen > 150.000 m3/J uit. Afhankelijk van marktomstandigheden worden jaarlijks zo’n 50-60 vergunningen voor nieuwe OBES verleend. Inmiddels wordt op meer dan 700 vergunningen toezicht uitgevoerd. Voor een belangrijk deel is dat administratief toezicht waarbij naast het stimuleren van het naleefgedrag ook gestreefd wordt naar het zo optimaal mogelijk laten functioneren van deze energiebesparende systemen. Veranderingen in 2024 Onder de Omgevingswet wordt het bevoegd gezag OBES verdeeld over Provincie Noord-Holland en gemeenten.

De provincie blijft het bevoegde gezag voor bestaande OBES en wanneer een nieuwe OBES via een enkelvoudige aanvraag wordt verleend. De gemeente wordt het bevoegde gezag wanneer sprake is van een vergunning naar aanleiding van een meervoudige aanvraag. In die situatie verleend de gemeente de vergunning waarbij er de verplichting is dat de OD NZKG in mandaat van de provincie om advies wordt gevraagd. De toezichtstaak is een

Pagina 21 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

basistaak voor de Omgevingsdiensten dus de gemeenten moeten deze taak bij de OD NZKG beleggen. Op dit moment is er nog niet met de gemeenten afgestemd of zij dit gaan doen. Ook is onbekend hoe vaak dit voor gaat komen. Ons voorstel richting de gemeenten is dat we 2024 gebruiken om hier meer inzicht in te krijgen en dit werk op regiebasis uitvoeren. Daarmee kan vanaf 2025 worden bepaald wat de impact is en welk budget er bij past. GBES Met de invoering van de Omgevingswet is de uitvoering van de regulerings- en toezicht-/handhavingstaken van gesloten bodemenergiesystemen (GBES) een basistaak voor Omgevingsdiensten geworden. Dit houdt in dat de opdrachtgevers de uitvoering van deze taken door de OD NZKG in mandaat laat uitvoeren. Na de invoering in 2024 wordt deze taak in 2025 gecontinueerd met een verwachte inzet van jaarlijks ± 3.400 uur. In 2024 zal op basis van de uitvoeringspraktijk een nauwkeuriger beeld verkregen worden van de benodigde capaciteit. Het verlenen van complexe vergunningen vraagt tijd, terwijl voor het behalen van de klimaatdoelstellingen een versnelling van de realisatie van projecten nodig is. Vergunningverlening is daarbij veelal het sluitstuk. Dit betekent een toenemende druk om geprioriteerd en versneld vergunningen te verlenen en of te actualiseren voor projecten die van grote betekenis zijn voor het behalen van de klimaatdoelstellingen.

In 2023 is de ODNZKG een pilot versneld vergunningverlening gestart om scherper in beeld te brengen welke randvoorwaarden nodig zijn om vertraging door bij vergunningverleningsprocessen met significante betekenis voor de Circulaire en Energietransitie te voorkomen zonder daarbij de belangen van natuurherstel en een gezond en veilige leefomgeving uit het oog te verliezen. Bij het project zal ook gekeken worden naar randvoorwaarden in de fase voorafgaand een vergunning-traject.

Ontwikkelingen 2025, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. We informeren onze opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. De aandacht voor verdere professionalisering, zoals branche-gerichte aanpak, innovatie en informatiegericht werken blijft. De hierboven genoemde ontwikkelingen, thema’s, en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op de VTH-uitvoering waarbij wet en regelgeving per definitie achterlopen op het kunnen faciliteren van de gewenste innovatie. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders.

Pagina 22 van 59

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het werk voor het implementeren van de stelselwijziging niet af. Ook in het nationaal milieubeleidskader wordt verdere innovatie van de milieuwetgeving aangekondigd. In de praktijk zullen de gevolgen van de wijzigingen in het stelsel zichtbaarder worden en al doende en lerende een plek in de VTH-uitvoering krijgen. De omgevingsplannen, die op dat moment zijn vastgesteld zijn het eerste startpunt maar zullen naar verwachting in de periode tot 2029 nog veelvuldig aan veranderingen onderhevig zijn. Ook reparatiewetgeving en nieuwe jurisprudentie zullen zorgen voor de nodige dynamiek in de VTH-uitvoeringspraktijk en de milieuadvisering. Voor het huidige milieuwerkveld betekent dat ‘inrichtingen’ in 2023 zijn ingedeeld in milieubelastende activiteiten (mba’s). Voor een groot deel van de bedrijven en branches is dit al gedaan. Deze transitie duurt voort in 2024. Elke inrichting zal voortaan bestaan uit één of meerdere mba’s. De kernactiviteit is vergunningplichtig, de functioneel ondersteunende activiteiten niet. Concreet betekent dit dat het hele bedrijvenbestand van ruim 17.000 bedrijven omgezet moet worden in mba’s zodat wij ons VTH-werk kunnen uitvoeren. Deze omzettingen vragen een grote inzet bij de OD NZKG en zullen tot en met 2024 worden uitgevoerd. Hiervoor is budget opgenomen in onze meerjarenbegroting.

De capaciteit om vergunningen te actualiseren staat onder druk door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van de aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De overgang naar nieuwe producten van de Omgevingswet geven – evenals de vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering – onzekerheden over de capaciteit en lasten. Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering inclusief de daarvoor benodigde middelen. Met opdrachtgevers wordt gesproken over de gevolgen van de wijziging van de bevoegdheden en taken in relatie tot de komst van de Omgevingswet, zo leidt de Omgevingswet tot wijziging van het basistakenpakket wet VTH. Grondwaterbeschermingsgebieden, grondwateronttrekking voor open bodemenergiesystemen (WKO), drinkwater en industrie vallen sinds 2024 onder de Omgevingswet. De belangrijkste wijziging voor de activiteit ontgronding is dat de ontgrondingsvergunning onderdeel is van de omgevingsvergunning en niet (meer) apart wordt aangevraagd. Vooruitlopend op de Omgevingswet is met de komst van de Omgevingsverordening NH2020 (OVNH2020) het absolute verbod op activiteiten in het Grondwaterbeschermingsgebied (GWBG) opgeheven. Voor de komst van OVNH2020 werd het aantal ontheffingen GWBG altijd op nihil begroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14334206/1