5. Meerjarenbegroting OD NKZG 2022-2025.pdf
Tekst van het document
Meerjarenbegroting 2022 – 2025
2 maart 2021
1
Begroting 2022 - 2025 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
2
Inhoud 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
2.
ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................................ 6 2.1 2.2
3.
SPEERPUNTEN 2022 ................................................................................................................... 6 ONTWIKKELING OMZET................................................................................................................. 9 PROGRAMMABEGROTING 2022 ..................................................................................................... 10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 4.
PRODUCTEN.............................................................................................................................. 10 CAPACITEIT ............................................................................................................................... 11 PROGRAMMA BOUW .................................................................................................................. 12 PROGRAMMA BODEM................................................................................................................. 14 PROGRAMMA MILIEU & BRZO ................................................................................................... 16 PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJK ........................................................................................ 20 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING ................................................................................................ 22 FINANCIËLE BEGROTING ................................................................................................................ 24
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 5.
RESULTAATMODEL .................................................................................................................... 24 UITGANGSPUNTEN VOOR DE RAMING BEGROTING OD NZKG 2022-2025 .................................... 25 BEGROTINGSWIJZIGING 2021 ..................................................................................................... 25 TOELICHTING BIJ DE MEERJARENBEGROTING EN FINANCIËLE POSITIE............................................ 25 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................................ 27 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN.............................................................................................. 34 FINANCIERING ........................................................................................................................... 34 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................... 35 BIJLAGEN...................................................................................................................................... 37
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
RESULTAATMODEL PER PROGRAMMA EN TAAKVELD DE BATEN EN LASTEN..................................... 37 UITVOERINGSOVEREENKOMSTEN PER DEELNEMER ...................................................................... 38 KOSTEN PER UUR, CAPACITEIT IN UREN EN FTE’S ....................................................................... 38 MEERJARIG OVERZICHT VAN DE RISICO’S .................................................................................... 39 OVERZICHT RENTE, AFSCHRIJVINGEN, EMU SALDO EN VENNOOTSCHAPSBELASTING .................... 40 GEPROGNOTISEERDE BALANS .................................................................................................... 42 VERKLARING KENGETALLEN ....................................................................................................... 43
3
1.
Inleiding
Voor u ligt de meerjarenbegroting 2022-2025 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). Aan de basis hiervan liggen diverse ontwikkelingen in het VTH domein die een grote impact op de uitvoering van onze taken hebben en mede richting geven aan onze koers voor de komende jaren. Zoals het onderzoek van de commissie Aartsen naar het VTH-stelsel, de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de wet Kwaliteitsborging bouw, de energietransitie en het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer. Daarnaast is vanuit bewoners, bestuurders en media steeds meer interesse in de uitvoering van onze VTH -taken. Onze medewerkers zijn daar meer van bewust, handelen er meer naar, maar het kan beter. Ook in het rapport van de Randstedelijke Rekenkamer komt dit als een aandachtpunt naar voren. We zien de ontwikkelingen en aanbevelingen als een bevestiging van de weg die de OD NZKG reeds is ingeslagen. Bouwen aan het vertrouwen van de omgeving is essentieel voor onze missie om bruikbare oplossingen te bieden met zichtbare meerwaarde voor een gezond, veilig en duurzaam woon- en werkklimaat. Het Noordzeekanaalgebied is een dichtbevolkt en bedrijvig gebied. Een omgeving vol tegenstellingen en soms ook tegengestelde belangen, van burgers, ondernemers en overheden. Die willen hier wonen, werken, spelen, recreëren, groeien, bouwen en investeren.
Om ons werk goed te kunnen doen is samenlevingsgericht werken essentieel. Waarbij we de lijnen van en naar al die partijen open houden en optimaal benutten. Het vraagt de komende jaren om een andere inzet, meer kennis en investeringen in innovatie. Complicerende factor is dat de opdrachtgevers hebben aangegeven dat de druk op hun meerjarenbegroting is toegenomen als gevolg van de corona pandemie. Dit legt zowel voor de opdrachtgevers als voor de OD druk op de bestuurlijk vastgestelde uitvoerings- en financiële kaders. In combinatie met de ontwikkelingen in het VTH domein stelt dit ons en de opdrachtgevers voor de nodige uitdagingen de komende jaren. We gaan hierover in 2021 in overleg met de opdrachtgevers in het kader van de UVO afspraken 2022 ev.. In deze meerjarenbegroting zijn we ervan uitgegaan dat de Omgevingswet en wet Kwaliteitsborging bouw op 1 januari 2022 in werking treden. De Eerste en Tweede Kamer hebben het Koninklijk besluit met de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2022 niet-controversieel verklaard. Zij zullen voor de zomer een beslissing nemen omtrent de inwerkingtreding. In het geval dat de Omgevingswet toch wordt uitgesteld komen wij hier tussentijds op terug. Omwille van de bedrijfscontinuïteit is met betrekking tot de Omgevingswet voor 2022 financiële rust afgesproken met de opdrachtgevers.
Conform de kaderbrief 2022-2025 vormt de UVO 2021 hiervoor de basis. Alleen voor het werkveld bodem is een eerste inschatting gemaakt van het verwachte effect op opdrachtgeversniveau voor de overdracht van provinciale taken naar gemeenten. Voor het werkveld bouw is een eerste inschatting opgenomen voor fase 1 van de Wet Kwaliteitsborging bouw. In 2022 gaat het om een bedrag van circa 587k oplopend naar 1.174K in 2024. Als gevolg hiervan moeten de lasten vanaf 2022 verlaagd worden. Dit gaan wij doen door het terugbrengen van de flexibele schil en bijstellen van de overheadkosten. Voor beide werkvelden geldt dat de daadwerkelijke effecten pas duidelijk worden in de loop van 2021 en 2022. Voor zover van toepassing zullen wij de meerjarenbegroting 2022-2025 hierop bijstellen.
4
Kortom, de jaren 2022-2025 brengen veel nieuwe uitdagingen. Wij gaan vol vertrouwen in samenwerking met onze opdrachtgevers en met de inzet van onze medewerkers de uitdagingen aan. Om zo bij te dragen aan een duurzame en veilige ontwikkeling van dit gebied. Dit doen we door alle belangen goed af te wegen en het gebied van alle kanten te bekijken.
Loes de Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
5
2.
Ontwikkelingen
Wat we doen ligt voor een groot deel vast in wet- en regelgeving en in de beleidsdoelen van onze opdrachtgevers. Daarop blijft onze inzet uiteraard gericht. De maatschappelijke trends, wettelijke ontwikkelingen, bestuurlijke ambities, risico’s en opgaven in ons werkgebied leiden ook tot verschuivingen in ons werk en onze focus. Dit vertaalt zich in onze opgave voor de komende jaren zoals opgenomen in de kaderbrief 2022-2025.
2.1
Speerpunten 2022
Omgevingswet De Omgevingswet verandert bijna alle regelingen over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Dit zal ingrijpende gevolgen hebben voor bijna alle taken en werkprocessen van de OD NZKG. Denk onder meer aan: toenemende samenwerkings- en participatievereisten; kortere beslistermijnen; andere basis van de vergunningverlening: niet meer per inrichting maar per milieubelastende (kern)activiteit; overdracht van bodemtaken van de provincies naar de gemeenten; gevolgen van de grote wijzigingen in het geluidsstelsel; decentralisatie van veel (milieu-)regels naar de gemeenten;
Nog niet alle elementen van deze stelselwijziging zijn op dit moment helder. Zo is er nog geen duidelijkheid over de overdracht van de rijksgelden voor de bodemtaken naar de gemeenten. We bereiden ons zo goed mogelijk voor. Hierbij zijn we op cruciale punten, op alle niveaus (landelijk, regionaal en tussen opdrachtgevers en uitvoeringsdiensten) sterk van elkaar afhankelijk, zoals de inrichting van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. In 2021 zal dit een grote gezamenlijke inspanning vragen van alle betrokken overheden en uitvoeringsorganisaties. Ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet ligt er veel werk te wachten. Zo moeten in de periode 2022-2029 alle bestemmingsplannen omgezet worden naar het omgevingsplan, kunnen daarin nieuwe milieubelastende activiteiten worden gereguleerd en moeten er toepasbare regels bij worden opgesteld. Om onze taken efficiënt uit te kunnen (blijven) voeren, werken we daarbij graag met alle opdrachtgevers samen. De jaren 2022-2025 zijn de eerste waarin we met de nieuwe regels gaan werken. We zullen voor allerlei nieuwe vragen komen te staan, intern maar vooral ook extern. We moeten rekening houden met veel juridische procedures, tot de jurisprudentie uitkristalliseert.
Het Algemeen Bestuur van de OD ZKG heeft op 3 juli 2020 besloten tussen de opdrachtgevers en de OD NZKG in deze roerige overgang tot en met 2022 financieel zoveel mogelijk rust te bewaren. Aan de hand van onze eerste ervaringen met de nieuwe taken en werkwijzen, komen we in 2022 tot aanpassingen van onze producten. Wet Kwaliteitsborging bouw De Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) is in 2019 aangenomen. Volgens planning treedt de Wkb gelijktijdig met de Omgevingswet (2022) in werking. In het oorspronkelijke wetsvoorstel was het borgen van de kwaliteit volledig toegewezen aan de markt. In het gewijzigde wetsvoorstel, waarvoor de OD NZKG veel
6
expertise heeft geleverd, is de gemeentelijke positie bij het borgen van de kwaliteit versterkt. Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting moet dit nog verwerkt worden in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Na gereedkoming van de AMvB wordt de impact voor de OD NZKG in kaart gebracht. De wijziging in de uitvoering van taken heeft in ieder geval personele consequenties. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit grotendeels opgevangen kan worden door de flexibele schil. In deze meerjarenbegroting is een eerste inschatting van de impact opgenomen. Bij de halfjaarrapportage 2021 zal naar verwachting meer bekend zijn. Circulaire economie Voor 2021-2024 werken we aan een programmaplan Circulaire Economie waarin aangesloten wordt bij de ambities uit het Rijksuitvoeringsplan en de ambities van onze opdrachtgevers. Doelstelling is het verminderen van het gebruik van grondstoffen (preventie) en het zo milieuveilig mogelijk scheiden, hergebruiken en verwerken van rest- en afvalstromen. De OD NKZG zet in op samenwerking en kennisontwikkeling binnen de regio (onder andere met Metropoolregio Amsterdam) op landelijk en Europees niveau. Vanuit de ambitie van onze opdrachtgevers innoveren wij onze VTH-taken op het gebied van circulaire economie. Basis is het gebruiken van onze kennis en expertise over de bedrijfsprocessen, reststromen en de afvalketen.
Daarnaast scholen wij de inspecteurs om het gesprek met bedrijven aan te gaan, te beginnen bij de koplopers. Focus ligt daarbij enerzijds op het stimuleren/ondersteunen/dwingen van bedrijven om afval hoogwaardiger te verwerken (afval = grondstof). Opgedane kennis zetten wij in om onze processen te verbeteren. Belangrijk speerpunt bij de inzet op het versnellen van de grondstoffentransitie en verduurzaming betreft ook de intensivering van de inzet op het thema circulaire bouw. Het afvoeren van afval en hergebruik van materialen is een activiteit die gevoelig is voor criminele activiteiten. Daarom besteden wij ook aandacht aan het thema veiligheid binnen de circulaire economie. Denk hierbij aan focus op het ontdoen van zeer zorgwekkende stoffen, e-waste en bijvoorbeeld asbest. Bij het ontdoen van deze stoffen raakt circulaire economie het thema ondermijning. Klimaat- en energietransitie De Regionale Energiestrategie 1.0 zal vanaf 2022 implicaties hebben voor de uitvoeringspraktijk van de ODNZKG onder meer in het kader van de benodigde infrastructuur, transformatiestations, wind op land en zonneparken. Door vroegtijdig aan te sluiten bij de regionale uitvoeringsprogramma’s en samenwerkingsverbanden kan de OD NZKG tijdig inspelen op de grote veranderingen en een bijdrage leveren aan de versnelling van de benodigde maatregelen in de regio.
Voor 2021 -2024 wordt een geactualiseerd projectplan voor energiebesparing bij bedrijven opgesteld. Doelstelling is met stimulerende maatregelen en toezicht en handhaving de kansen op energiebesparing en Co2 reductie bij bedrijven optimaal te benutten. Daarin wordt de inzet op energiebesparing en CO2 reductie verder geïntensiveerd. Naast de intensivering van de inzet van het wettelijk milieu instrumentarium voor toezicht en handhaving zal ook het bouwinstrumentarium meer ingezet worden. Het project energiebesparing richt zich o.a. op: de informatieplicht (uiterlijk 2021 hebben alle bedrijven zich gemeld); het uitvoeren van erkende maatregelen. Alle bedrijven voldoen uiterlijk in 2025; energiemaatregelen in vergunningen en waarbij actief zal worden ingespeeld op de door het Rijk aangekondigde maatregelen. De inzet is gericht op een energie label C voor kantoorgebouwen in 2022; alle klimaatinstallaties zijn uiterlijk 2025 gekeurd. Evident is dat de klimaatopgave, energietransitie en de verduurzaming van de industrie, vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Ook vragen innovatieve ontwikkelingen waarbij meerdere inrichtingen betrokken zijn om een andere wijze van werken dan bij de vergunningaanvraag van 1 bedrijf.
Dit komt onder meer door het projectmatig aanpakken van ontwikkelingen bij bedrijven vanuit een breder perspectief. Risicofactor is de lappendeken aan regelingen en versnipperde bevoegdheden en onduidelijkheden over de implicaties voor de uitvoering van de aangekondigde rijksregelingen. De ODNZKG vervult regionaal en
7
landelijk een rol bij de beïnvloeding van wet en regelgeving op het gebied van energiebesparing en de normstelling voor vervoer. Naast de inzet op de VTH uitvoering zet de expertise van de expertise in voor advisering over ruimtelijk vestigingsbeleid en privaatrechtelijke instrumenten. Ook vertraging in de regelgeving en het beleid kunnen een belemmerende factor vormen voor de VTH uitvoering gericht op de doelstellingen. Inzet van de OD NZKG is nodig om te voorkomen dat er een te groot gat ontstaat tussen regelgeving en beleid enerzijds en de uitvoering anderzijds. De arbeidsmarktproblematiek vormt daarbij nog wel een zorg. Ook het Schone Lucht akkoord heeft impact op de verduurzaming van de industrie en op de VTH uitvoering. Naast het leveren van input bij de landelijke pilots, voert de OD NZKG verkennende gesprekken met opdrachtgevers over het scherper vergunnen en het versnellen van de implementatie van best beschikbare technieken. We hebben geïnvesteerd in opbouw van kennis en expertise op het gebied van ZZS, natuur en stikstofdepositie. We voeren desgevraagd verkenningen uit om kansen in beeld te brengen op vermindering van stikstofdepositie door BBT-plus maatregelen bij bedrijven. De benodigde milieuruimte voor de verduurzaming van de industrie staat op gespannen voet met de regionale ambities in het kader van de woningbouwopgave.
We verwachten de komende jaren dan ook een toename aan volume van complexe aanvragen en toezichtdossiers. Samenlevingsgericht werken Het werkgebied en -terrein van de OD NZKG wordt complexer en staat steeds meer in de publieke aandacht. Dit vraagt om een communicatieve organisatie. Naast ons inhoudelijke werk gaat het daarbij om zichtbaarheid, nabijheid, luisteren naar de omgeving, communicatievaardigheden etc. We zetten hierbij in op een aantal ontwikkelingen: een fysiek loket in de IJmond; een app en dashboard voor overlastmeldingen vergroten van de zichtbaarheid door meer en breder te communiceren over de OD; meer transparantie en de inzet van omgevingsmanagement; het opzetten van omgevingstafels waarin we in gesprek gaan met bewoners. Ook wordt de website toegankelijker, duidelijker en beter vindbaar gemaakt. Met klanttevredenheidsonderzoeken, klantreizen en analyses op het gebruik van onze website kunnen we onze processen en informatievoorziening beter laten aansluiten bij de behoeften van burgers en ondernemers. Zo verhogen we het niveau van onze dienstverlening en zorgen we dat we relevant blijven. Concrete voorbeelden waar we de komende twee jaar mee aan de slag gaan, zijn de ontwikkeling van een app die het melden van overlast eenvoudiger maakt en een dashboard met informatie over bedrijven die veel overlast veroorzaken.
Opvolging aanbevelingen onderzoeken Het landelijke onderzoek van de commissie van Aartsen over welke mogelijkheden deze commissie ziet om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Op 4 maart 2021 levert de commissie formeel haar rapport op. De focus in het rapport ligt op thema’s als versterking van het mandaat, verduidelijking van de stelsel verantwoordelijkheid, een steviger basis voor de financiering van OD’s, minimum schaalniveau van OD’s, het ontwikkelen van een visitatie toets voor OD’s, benoemingsprocedures van directeuren etc. Aldus veel aanbevelende conclusies over governance-thema’s. De impact van uitwerking van deze conclusies zal stevig zijn in 2021 en de komende jaren, ook voor de OD NZKG. Het onderzoek van de Randstedelijke Rekenkamer in opdracht van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland naar kwaliteit van de uitvoering VTH-taken bij Tata Steel en Harsco. Begin 2021 is de rapportage gepubliceerd. De conclusies laten zien dat de OD NZKG het werk op hoofdlijnen goed uitvoert, maar dat dit voortvarender kan en moet in de huidige context van maatschappelijke omstandigheden en veranderingen. Als OD NZKG omarmen we de conclusies en aanbevelingen. De dienst schakelt reeds op de
8
nodige acties, onder andere in Uitvoeringsprogramma VTH Tata Steel 2020-2022. Alsook meer focus op samenlevingsgericht werken. En pro-actief handelen krijgt expliciet aandacht in het vernieuwen van bestaande werkwijzen. Het uitwerken van de aanbevelingen en het implementeren daarvan vormt een belangrijk speerpunt voor dit jaar en werkt door in 2022. Noodzakelijke investeringen voor een robuuste en efficiënte organisatie Vanwege de financiële ontwikkelingen en onzekerheden die de veranderende wet- en regelgeving met zich meebrengen voor de gemeenten, provincies en omgevingsdienst, wil de OD NZKG de komende jaren investeren in het nog robuuster en efficiënter maken van de organisatie. We gaan herprioriteren binnen de begroting om ruimte te creëren om te innoveren, zelf medewerkers op te leiden en om een nieuwe visie op het werken te implementeren. In het programma bedrijfsvoering lichten wij onze ambities verder toe.
2.2
Ontwikkeling omzet
De UVO 2021 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2022-2025. Vanaf 2021 is er sprake van extra taken waaronder de asbesttaken die zorgen voor een stijging van de omzet. Met de opdrachtgevers is voor 2022 financiële rust afgesproken. Alleen voor de werkvelden Bouw en Bodem is een eerste inschatting van de impact gemaakt. Voor beide werkvelden geldt dat de daadwerkelijke effecten pas duidelijk worden in de loop van 2021 en 2022. Voor zover van toepassing zullen wij de meerjarenbegroting 2022-2025 hierop bijstellen. In 2022 wordt de omzet ontwikkeling inhoudelijk met name beïnvloed door de wet Kwaliteitsborging bouw. Ten opzichte van de UVO 2021 is de verwachting dat de omzet van het werkveld bouw als gevolg van fase 1 van de wet Kwaliteitsborging bouw daalt met 587K (50%) oplopend naar 1.175K (100%) in 2024 ev.. De verwachting is het eerste anderhalf jaar lager vanwege de uitvoering van werkzaamheden die nog onder de oude wetgeving vallen. In het bodem werkveld is sprake van een overdracht van provinciale bodemtaken naar gemeenten. In de begroting wordt ervan uitgegaan dat het effect voor de OD NZKG naar verwachting nihil is. Daarnaast is er sprake van hogere advies-uren bodem ad 85K als gevolg van de Omgevingswet. Per saldo is het effect op de UVO 2022 502K lagere omzet. In bijlage 5.2 is het verwachte effect per opdrachtgever opgenomen.
De totale omzet 2022 is circa 800K hoger dan 2021 door een daling van de UVO van 502K en een stijging als gevolg van indexatie ad 1.300K conform de kaderbrief. Vanaf 2023 neemt het effect van de wet Kwaliteitsborging bouw toe op de geïndexeerde omzetontwikkeling. Bij de meerjarenbegroting 2023-2026 worden de aanvullende effecten van beide wetten opgenomen.
Grafiek: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln euro)
9
3.
Programmabegroting 2022
De programmabegroting 2022 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma gaan we inzichtelijk maken wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en daarom niet opgenomen in onderstaand tabel.
Tabel: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk) Programma's Bouw
Uren 2022 Aandeel 134.082
26%
Bodem
64.898
13%
Milieu & BRZO
248.202
48%
Randvoorwaardelijk
66.114
13%
Totaal
513.296
100%
Inclusief maatw erkuren
3.1
Producten
Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Per werkveld kennen we een categorie outputproducten en een categorie regieproducten. In de uitvoeringsovereenkomsten die afgesproken zijn met de opdrachtgevers is een verdeling output- en regieproduct gemaakt. De verhouding van de producten wordt in de grafiek getoond en vervolgens per programma weegegeven. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin randvoowaardelijke producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de
10
werkpakketten. Voor de overige Randvoorwaardelijk producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten. De verdeelsleutel voor de overige Randvoorwaardelijk producten is gebaseerd op de UVO 2020/2021. Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies en op basis van offertes.
3.2
Capaciteit
Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte wordt 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van 30% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wenbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flexschil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft.
Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.
11
3.3
Programma Bouw
Baten; 14,6 mln Het programma bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en onaanvaardbare risico’s af te vangen, vooral op het gebied van veiligheid en gezondheid. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving op bouw en sloop in realisatie- en gebruiksfase is per bouwactiviteit een toetsingsniveau vastgesteld met een oplopende intensiteit per categorie. Wat gaan we daarvoor doen in 2022 Ondanks de coronacrisis zien we in onze regio sinds het laatste kwartaal 2020 een toename in bouwactiviteiten en blijft de bouwopgave, zowel voor woningbouw als voor kantoren/hotels etc. aanzienlijk. Dit maakt dat er vraag blijft naar de inzet van de OD NZKG op de bouwproducten zoals vergunningverlening, constructief advies en toezicht op de vele bouwwerken die in ons gebied gerealiseerd worden. Ook zien wij een ontwikkeling naar meer complexe bouwprojecten, hetgeen van invloed is op de benodigde ervaring en gevraagde tijdsinspanning. Onzekerheid bestaat over het moment van invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) en de Omgevingswet. Vooralsnog is in deze meerjarenbegroting een eerste inschatting opgenomen voor het effect van invoering van fase 1 van de WKB per 2022. Hierover bestaat nog onzekerheid. De daadwerkelijk benodigde uren zijn afhankelijk van de uitwerking van de wet.
In 2021 komt meer duidelijkheid over het geheel van wegvallende, gewijzigde en nieuwe taken door de invoering van de WKB. Ook houden we rekening met een toename van het aantal aanvragen eind 2021 om nog onder het bestaande regime te worden beoordeeld, met een doorloop in 2022 In 2021 zijn voor de overgekomen asbesttaken uren gecontracteerd. Op basis van de ervaringen met deze nieuwe taken in 2021 kan een nauwkeuriger raming van de benodigde ureninzet voor 2022 worden gemaakt. Ook op het gebied van energieprestatie gebouwen is de wetgeving vernieuwd (EPBD, Label C) en onder het bouwbesluit gebracht. De doorwerking van de benodigde uren voor deze nieuwe taken komen in 2021 beter in beeld. Doorlopend werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen. Daarnaast is de OD NZKG betrokken bij diverse projecten zoals: -
Schiphol Zeesluis Ijmuiden Markermeerdijken Zuid-As-Dok N241 HOV ’t Gooi Uithoornlijn Oostlijn Noord-Zuidlijn Michiel de Ruijtertunnel Piet-Hein tunnel
12
Ook zullen we conform de afspraken die in 2020 gemaakt zijn door blijven groeien we naar het uniform uitvoeringsniveau in de bouwketen. De werkafspraken met de opdrachtgevers zijn vertaald in de volgende pakketten.
Ontwikkelingen 2022, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Vergunningverlening heeft in de eerste helft van 2019 het uniform kwaliteitsniveau behaald. Ook bouwtoezicht heeft in 2020 het vastgelegde kwaliteitsniveau benaderd, waarmee er ook meer aandacht was voor energie, milieu, gezondheid en kwalitatieve aspecten van de bouw. We verwachten het kwaliteitsniveau bij bouwtoezicht ook in 2021 te behalen zodat we 2022 ook daar op niveau zijn. Alleen voor het onderdeel constructieve veiligheid werken wij nog op het aangepaste risicogestuurde niveau en is het nog onzeker of dit, als gevolg van blijvende krapte op de arbeidsmarkt per 2022 behaald kan worden. Bij de vaststelling van de begrotingsmethodiek hebben wij geconstateerd dat de geleverde kwaliteit in de validatie-jaren 2017/2018 afwijkt van het gewenste uniform uitvoeringsniveau, als gevolg van onderbezetting in het werkveld bouw. In 2020 zouden we nader bekijken of de ontwikkeling van 2019 zich doorzet en zouden we de bestaande kengetallen analyseren. Deze analyse hebben we doorgeschoven naar 2021, omdat de komst van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw direct bij deze analyse meegenomen wordt. Op basis daarvan kijken we of dat aanleiding geeft tot bespreking met onze opdrachtgevers.
Voor de wet Kwaliteitsborging bouw is in de begroting een eerste inschatting ( uitgaande van beoogde variant dat de markt de taken volledig uitvoeren) van fase 1 opgenomen ad 587K lager opbrengsten voor 2022 oplopend naar circa 1.174K 2024. De verwachting is dat het eerste halfjaar er nog sprake zal zijn van de afronding van werkzaamheden die vallen onder de oude wetgeving. De directe lasten bouw en de overhead (programma bedrijfsvoering) zijn bijgesteld op deze omzetdaling. Voor zover mogelijk wordt daarvoor eerst de flexibele schil teruggebracht. Verwacht wordt dat in de loop van 2021 meer duidelijkheid komt over de daadwerkelijk impact. Indien nodig wordt de begroting hierop bijgesteld.
13
3.4
Programma Bodem
Baten; 6,8 mln Het doel van het programma bodem is de bescherming van de leefomgeving, ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat de OD NZKG toetst en erop toeziet of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals Bus-saneringen (Besluit uniforme saneringen) en de door bevoegde gezagen opgestelde beschikking op een saneringsplan. Wat gaan we daarvoor doen in 2022 In onze dynamische regio is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Dit maakt dat er veel vraag blijft naar onze inzet op bodem. Het gebruik van de bodem-app blijkt in de praktijk succesvol. Illegale handelingen kunnen sneller worden gesignaleerd en actief worden aangepakt. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal aan de orde zijn.
Daarnaast is er sprake van de ‘warme overdracht’ waarbij bepaalde Wet bodembescherming bevoegdheden die nu belegd zijn bij de Provincie Noord-Holland overgedragen gaan worden aan de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken. Ook wijzigt het basistakenpakket, waardoor bepaalde reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten worden belegd, en deze dan ook voor Zaanstad zullen worden gaan uitgevoerd. Het samengaan van de gemeente Weesp met de gemeente Amsterdam in 2022 vraagt in 2021 de nodige voorbereiding. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering, wat zal leiden tot een grotere geïntegreerde, en daarmee complexere, adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring en evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Wij verwachten overall een stijging van 15% van het volume van de adviestaken op het gebied van milieu, bouw en bodem. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren.
Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan vergen meer tijd dan een beleidsneutrale aanpak. Door de keuze van het Rijk voor een wijziging in de beleidsfasering (van saneren naar beheren) en de warme overdracht van bevoegdheden van de provincie naar gemeenten is voor de bodemadviestaken vooralsnog geen sprake van beleidsneutraliteit. Voor de inbedding van de nieuwe opzet zijn nieuwe samenwerkingsafspraken nodig, onder andere voor het te formuleren bodembeleid, toevalsvondsten, PFAS en ZZS. Afstemming hierover, nu nog met drie bevoegde gezagen met veel ervaring, wordt omgebouwd naar afstemming met acht bevoegde gezagen, waarvan vijf zonder ervaring. Die ombouw leidt tot een tijdsintensievere samenwerking.
14
De verwachte stijging van de uren voor de adviestaken kan voor een substantieel deel worden gedekt uit de afname van de benodigde uren voor de voorbereidingen op de invoering van het Omgevingswetstelsel in de planperiode.”
Ontwikkelingen 2022, capaciteit en lasten Zoals hierboven geschetst, zal bij de warme overdracht van taken vooralsnog geen sprake kunnen zijn van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (PFAS, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de vijf bevoegd gezagen geldt - naast de inzet voor een zorgvuldige warme overdracht - eveneens de opbouw en invulling van de rol van het bevoegd gezag (netwerk met gemeente), toevalsvondsten, VNG-WEB, beleidsvraagstukken bodemverontreiniging (waaronder diffuus lood, PFAS, ZZS). Voor Zaanstad speelt dat het basistakenpakket uitbreidt, waardoor ook beleidsadvisering toeneemt. Financieel is de overdracht van de bodemtaken vooralsnog budgettair neutraal opgenomen. In bijlage 5.2 is een inschatting opgenomen van de verschuiving van de omzet op opdrachtgeversniveau op basis realisatie 2019. In de loop van 2021 zal dit geactualiseerd worden op basis van de UVO afspraken 2022. De begroting wordt hierop vervolgens aangepast. De inschatting is dat het aantal bodem advies-uren met circa 815 uur toeneemt in 2022. Dit is verwerkt in de begroting.
15
3.5
Programma Milieu & BRZO
Baten; 28,2 mln Doel van het programma Milieu & BRZO is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. De analyses op basis van basisbeelden (per bedrijf) of brancheplannen geven zicht op waar extra inzet noodzakelijk is. Wij inspecteren de Brzo-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Brzo-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Brzo-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s. Bij de uitvoering komt meer aandacht voor samenlevingsgericht werken.
Op basis van de uitgangspunten van het programma actualiseren zetten wij in op actuele vergunningen. Wij verkennen de mogelijkheden om op basis van de meest actuele inzichten over de best beschikbare technieken scherper te vergunnen. Wat gaan we daarvoor doen in 2022 De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor al onze opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de OD NZKG) en een gelijk speelveld voor BRZO-bedrijven in Nederland. Het op 21 december 2018 vastgestelde ‘Bestuurlijk referentiekader voor de regionale strategie voor VTH, OD NZKG 2019 t/m 2022 speelt een belangrijke rol hierin. Vanaf 2022 zullen de nog te maken afspraken over doorontwikkeling van de regionale VTH-strategie een plek moeten gaan krijgen in de VTH-uitvoering. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan of verordening vergen meer tijd dan een beleidsneutrale aanpak. De Omgevingswet en de milieuopgaven maken een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving noodzakelijk.
Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering, wat zal leiden tot een grotere geïntegreerde en daarmee complexere adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring en evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. De komst van de Omgevingswet beoogt decentralisatie van bevoegdheden en een grotere rol voor omwonenden en de private sector. Gelijktijdig zien wij vanuit het Rijk de beweging naar meer centrale
16
sturing vanuit uitvoeringsprogramma’s op basis van ambitieuze milieudoelen. De vertaling naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering hiervan leidt tot een toename naar de vraag om inzet van kennis en expertise en het delen daarvan. Wij verwachten een algemene stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van milieu, bouw en bodem. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren. Op basis van de afspraken met opdrachtgevers leggen wij in de uitvoering meer focus op duurzaamheidsthema’s zoals energiebesparing, het terugdringen van CO2 uitstoot en emissies van stoffen naar lucht, water en bodem en inclusief het terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Met de provincie Noord-Holland wordt ingespeeld op de stikstofproblematiek door onder meer het inzetten van gespecialiseerde kennis natuur en stikstof in de uitvoering en het versterken van de VTH-uitvoering op het gebied gericht op waterkwaliteit door inzet van gespecialiseerde kennis water. In 2021 zal door de OD NZKG samen met de provincie Noord-Holland met gemeenten worden verkend wat dit betekent voor het afgesproken uniforme kwaliteitsniveau waarin deze extra gespecialiseerde inzet bij de uitvoering van de VTH-taken niet is geborgd.
We bereiden ons voor op de gevolgen van de vele milieu en beleidsopgaven, waaronder de afspraken uit het klimaat- en grondstoffenakkoord, het schone lucht akkoord en het programma Delta aanpak waterkwaliteit. Voor de VTH-uitvoering van milieutaken worden majeure veranderingen verwacht, waarbij de uitvoering complex zal zijn. De verduurzaming van de industrie en milieuactiviteiten, vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Ook vragen innovatieve ontwikkelingen waarbij meerdere inrichtingen vanuit de keten betrokken zijn om een andere wijze van werken dan bij de vergunningaanvraag van 1 bedrijf. Dit vraagt onder meer door het projectmatig aanpakken van ontwikkelingen bij bedrijven vanuit een breder perspectief en onderling gerelateerde processen. Ook wordt een toename aan Mer-procedures verwacht. Wij zien – tegen de achtergrond van schaarse milieuruimte voor alle beoogde ontwikkelingen - een toenemende complexiteit ontstaan voor de uitvoeringspraktijk met een toenemende maatschappelijke aandacht voor milieu- en gezondheidsthema’s. Dit vraagt om samenlevingsgericht werken.
Om nog beter invulling aan onze taak te kunnen geven, zijn we vanaf 2021 bij Toezicht en Handhaving Milieu en Industrie de taken gaan splitsen, met enerzijds de reguliere milieu- en veiligheidsinspecties en anderzijds het maatwerk op Intensieve Handhaving en de Brzo landelijke samenwerking. Vanaf 2021 is gestart met de nieuwe manier van inspecteren in namelijk, ‘Landelijke benadering Risicobedrijven’. Onze medewerkers zijn hiervoor in 2021 opgeleid en verkrijgen in 2022 hierin routine. De inzet van Intensieve Handhaving om met een maatwerkaanpak tot naleving te komen de op complexe dossiers zal de komende jaren toenemen. Deels raakt dit de inzet van verscherpt toezicht voor een volledige locatie/bedrijf en/of intensieve handhavingstrajecten op een bepaald thema. Door de inzet van dossiereigenaars willen we de grip op dossiers vergroten, waar tegelijkertijd verschillende zaken spelen. Doel van het programma Milieu & BRZO is het waarborgen van een schoon, veilig, leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen
17
van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. Wij inspecteren de Brzo-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Brzo-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Brzo-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s.
Ontwikkelingen 2022, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. We informeren onze opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. De aandacht voor verdere professionalisering, zoals branche-gerichte aanpak, innovatie en informatiegericht werken blijft. De hierboven genoemde ontwikkelingen, thema’s, en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op de VTH-uitvoering waarbij wet en regelgeving per definitie achterlopen op het kunnen faciliteren van de gewenste innovatie. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het werk voor het implementeren van de stelselwijziging niet af. Ook in het nationaal milieubeleidskader wordt verdere innovatie van de milieuwetgeving aangekondigd. In de praktijk zullen de gevolgen van de wijzigingen in het stelsel zichtbaarder worden en al doende en lerende een plek in de VTH-uitvoering krijgen.
De omgevingsplannen, die op dat moment zijn vastgesteld zijn het eerste startpunt maar zullen naar verwachting in de periode tot 2029 nog veelvuldig aan veranderingen onderhevig zijn. Ook reparatiewetgeving en nieuwe jurisprudentie zullen zorgen voor de nodige dynamiek in de VTH-uitvoeringspraktijk en de milieuadvisering. De capaciteit om vergunningen te actualiseren staat onder druk door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van de aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De overgang naar nieuwe producten van de Omgevingswet geven – evenals de vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering – onzekerheden over de capaciteit en lasten. Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering inclusief de daarvoor benodigde middelen. Met opdrachtgevers wordt gesproken over de gevolgen van de wijziging van de bevoegdheden en taken in relatie tot de komst van de Omgevingswet, zo leidt de Omgevingswet tot wijziging van het basistakenpakket wet VTH. Uitgangspunt is om in 2022 de uitvoering van taken door de OD NZKG waar
18
mogelijk op eenzelfde wijze te continueren. Grondwaterbeschermingsgebieden, grondwateronttrekking voor open bodemenergiesystemen (WKO), drinkwater en industrie vallen nu nog onder de Waterwet maar worden straks gereguleerd door de Omgevingswet. De belangrijkste wijziging voor de activiteit ontgronding is dat de ontgrondingsvergunning onderdeel is van de omgevingsvergunning en niet (meer) apart wordt aangevraagd. Vanaf 2021 valt de uitvoering van deze grondwater- en ontgrondingstaken dus onder het programma Milieu & BRZO. Er is nog onzekerheid over de voortzetting van de Impuls-gelden (IOV-subsidies) na 2021. Dit vraagt mogelijk om een andere financiering van de landelijke samenwerking Brzo+ en 6 Brzo-OD’s. Hierover worden op landelijk niveau gesprekken gevoerd.
De materiële lasten bestaan voornamelijk uit de kosten voor luchtmeetnet en kosten voor wettelijk verplichte bouw adviezen (de materiële lasten voor bouw, bodem, brzo en milieu zijn verwerkt in programma milieu).
19
3.6
Programma Randvoorwaardelijk
Baten; 6,8 mln In dit programma zit een aantal randvoorwaardelijke producten die voor elke opdrachtgever noodzakelijk zijn: zoals bijvoorbeeld: procesondersteuning, consignatiedienst bestuursondersteuning, verzoeken in het kader van de Wet Openbaar Bestuur (WOB) en accountmanagement. De werkzaamheden op het product Procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de ondersteuning aan de inzet op de werkpakketten (regie en output). Voor de overige randvoorwaardelijke producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten. De verdeelsleutel voor de overige rand voorwaardelijke producten is gebaseerd op basis van de UVO’s van de twee jaren daar aan voorafgaand. Wat gaan we daarvoor doen in 2022
Transparante overheid start met actieve openbaarmaking Naast de reguliere taken worden nieuwe werkwijzen geïmplementeerd zoals actieve openbaarmaking. Burgers en bedrijven verwachten steeds meer transparantie in de besluitvorming en in het handelen van/door de overheid. Er is dan ook sprake van een stijgende trend als het gaat om ingediende omvangrijke Wob-verzoeken. Het opvragen van honderden tot duizenden documenten in één Wob-verzoek is meer regel dan uitzondering geworden. Deze verzoeken zijn zeer arbeidsintensief en kostbaar. In 2020 heeft de OD besloten over te gaan op het actief openbaar maken van de documenten uit het Tata Steeldossier. Daar is inmiddels een start mee gemaakt. Deze openbaargemaakte stukken zullen op korte termijn ook via een zogenoemde e-tool met zoekfunctie worden ontsloten zodat de stukken altijd openbaar en voor de burger goed vindbaar zijn. Hiermee loopt de OD NZKG voor op de verplichting die is opgenomen in de Wet Open Overheid. Het is de bedoeling dat de OD op termijn ook dossiers van andere bedrijven actief openbaar gaat maken. Het belang van het goed borgen en toepassen van data ten behoeve van een effectieve inzet alsmede verantwoording over de inzet, neemt sterk toe.
Nieuwe ontwikkelingen zoals de Omgevingswet, maar ook de VTH-strategie en verregaande transparantie van onze beleidsopvattingen vragen meer en soms andere informatie (of andere wijze van registratie) dan nu het geval is. Zowel het databeheer als data analyse van de OD NZKG moet hierop aansluiten. De basis hiervoor is inmiddels gelegd, maar een verdere doorontwikkeling is nodig om aan de vereisten van de toekomst te kunnen blijven voldoen. De digitale doorontwikkeling maakt ook dat meer informatie permanent beschikbaar is voor de groter wordende informatiebehoefte bij bewoners en bedrijven en dat deze informatie opgevraagd wordt bij de overheid. Wij verwachten dat ook in de toekomst complexer en uitgebreide WOB verzoeken zullen worden ingediend bij de OD NZKG.
20
Ontwikkelingen 2022, capaciteit en lasten De ontwikkeling op het gebied van wet- en regelgeving leidt tot intensivering en uitbreiding van het takenpakket. De Procesondersteuning en overige randvoowaardelijke taken zoals bezwaar en beroep, hebben deels een causaal verband met de volumevraag. Ook is er sprake van steeds meer innovatie door toepassing van vernuftige software wat zorgt voor verlichting van de administratieve last.
21
3.7
Programma Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering ondersteunt en adviseert de organisatie op het gebied van: HR, informatievoorziening, financiële administratie, communicatie, huisvesting, facility, sturing, coaching en planning & control. Naast deze personele en materiële bedrijfsvoeringkosten worden de personele overheadkosten van het management van de gehele organisatie op dit programma verantwoord. Wat gaan we daarvoor doen in 2022
Omgevingswet Hoewel er nog geen duidelijkheid bestaat over de invoeringsdatum van de Omgevingswet, bereid de ODNZKG zich daarop voor. De processen worden daarop aangepast evenals de bestaande informatievoorziening. Met de beschikbare kennis wordt de impact op bestaande processen inzichtelijk gemaakt. Complicerende factor daarbij is dat het wetgevingsproces nog niet afgerond is en de inhoud aan verandering onderhevig is. Daardoor is niet altijd geheel duidelijk welke wijzigingen precies nodig zijn. Het is een omvangrijke opgave, omkleed met de nodige onzekerheden. De ontwikkeling van de Digitaal Stelsel Omgevingswet kent vertraging en dat brengt risico’s met zich mee voor de aanpassing van de informatievoorziening. Voor de OD NZKG is het van belang om alle binnenkomende meldingen, aanvragen en informatieplichten juist te routeren in het zaaksysteem. Essentieel is dat alle activiteiten in het BAL, het BBL, etc. TIJDIG zijn voorzien van de OD NZKG als behandeldienst zodat wij daarop het DSO kunnen aansluiten. Dat dient door de bevoegde gezagen uitgevoerd te worden. Hoe later dat gebeurt, hoe minder tijd er resteert om de nodige aanpassingen te doen in onze systemen. De vertraging in de ontwikkeling van het DSO en het aanmerken van de OD ZNKG als behandeldienst door de bevoegde gezagen baren ons zorgen.
Innovatie De ODNZKG zet zich blijvend in om met nieuwe manieren van werken en toepassing van technologische noviteiten de uitvoering van haar taken slimmer en efficiënter te doen. In 2020 is door toepassing van taalsoftware het anonimiseren en metadateren van stukken verder geautomatiseerd. Daarnaast is breed ingezet op het toepassen van Robotic Process Automation. Virtuele assistenten maken het mogelijk repetitieve bedrijfsprocessen geautomatiseerd te laten plaatsvinden. Dit maakt het mogelijk verder te investeren in onze organisatie en de kwaliteit van de uitvoering van onze taken.
OD In-company Ons werk vraagt om goed opgeleide, gespecialiseerde en ook geroutineerde collega’s. De arbeidsmarkt daarvoor is echter zeer krap. Wij gaan ons als OD daarom richten op kennisbehoud, dit gaan wij doen door de véle kennis en ervaring die wij zelf al in huis hebben over te dragen en daarmee te investeren in eigen collega’s. Deze collega’s krijgen hiermee de kans om zich verder te ontwikkelen. Ook kennisoverdracht in de vorm van het opzetten en het geven van trainingen en organiseren van intervisies zullen onderdeel zijn van deze OD In company. Kennisoverdracht gaat hiermee een integraal onderdeel worden van ons werk. De huidige noodzaak om extern kennis en capaciteit in te huren zal hiermee op den duur kleiner worden. Belangrijk voor ons is hierin ook de samenwerking te zoeken met andere OD’s of wellicht technische afdelingen van andere overheden. Wat vraagt dit van ons?
22
In de eerste plaats moet er tijd vrij gemaakt worden bij onze ervaren collega’s om te begeleiden en trainingen te geven. In de tweede plaats vraagt de OD In company ook een digitaal kennisplatform om trainingen, informatie en kennis te archiveren en te kunnen delen, deze moet gebouwd en beheerd worden. Al met al een behoorlijke investering die zich echter op de langere termijn zal uitbetalen. Onder bedrijfsvoering vallen de volgende onderdelen:
Ontwikkelingen 2022, capaciteit en lasten 2022 is een bijzonder jaar gezien de verwachte implementatie van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging Bouw, Tevens zijn er financiële gevolgen bij de opdrachtgevers te verwachten als gevolg van de corona pandemie. Over de betekenis daarvan zijn we nog in gesprek en kan van invloed zijn op capaciteit en lasten in 2022. Bij de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging bouw kan de OD NZKG in 2022 in de uitvoering tegen onvoorziene issues aanlopen. Daarnaast zijn er investeringen nodig voor innovatie en het oprichten van de OD In company. Dekking voor deze ontwikkelingen zal gezocht worden binnen de bestaande begroting door te herprioriteren.
23
4. 4.1
Financiële begroting Resultaatmodel
Tabel Resultaten per werkveld Programma & taakveld
(x €1.000) Rekening 2020
Primitieve begroting 2021
Eerste begrotingsBaten 2022 Lasten 2022 Saldo 2022 wijziging 2021
2023
2024
2025
TOTAAL Baten TOTAAL Lasten
-52.063 51.868
-52.170 52.170
-55.585 55.585
-56.375 -
56.375
-56.375 56.375
-56.768 56.768
-57.155 57.155
-57.844 57.844
8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bouw
-4.402 -13.584 4.051 4.884 247 -4.402
-4.789 -13.901 5.036 3.601 476 -4.789
-5.708 -14.824 5.201 3.865 50 -5.708
-14.582 -14.582
8.974
-5.609 -14.582 5.329 3.594 51 -5.609
-5.567 -14.463 5.430 3.415 51 -5.567
-5.521 -14.337 5.531 3.235 51 -5.521
-5.593 -14.510 5.632 3.235 51 -5.593
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bodem
-2.626 -7.215 3.821 766 3 -2.626
-2.355 -7.517 4.702 461 -2.355
-1.540 -6.583 4.533 510 -1.540
-6.818 -6.818
-1.591 -6.818 4.644 582 -1.591
-1.587 -6.902 4.732 582 -1.587
-1.583 -6.985 4.820 582 -1.583
-1.579 -7.069 4.908 582 -1.579
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Milieu en BRZO
-7.434 -24.449 11.914 3.561 1.540 -7.434
-8.084 -24.203 12.878 2.449 792 -8.084
-9.255 -27.565 13.491 2.834 1.984 -9.255
-28.207 -28.207
-9.464 -28.207 13.824 2.894 2.026 -9.464
-9.547 -28.552 14.086 2.894 2.026 -9.547
-9.632 -28.899 14.347 2.894 2.026 -9.632
-9.718 -29.247 14.609 2.894 2.026 -9.718
-6.675 4.393 1.315 349 -618
-793 -391 -6.549 4.698 643 25 -1.184
-6.613 4.594 629 -1.390
-6.767
4.708 642 5.349
-950 -468 -6.767 4.708 642 -1.418
-946 -466 -6.850 4.797 642 -1.412
-942 -464 -6.933 4.886 642 -1.406
-938 -462 -7.017 4.975 642 -1.400
14.860
16.285
17.769
-
17.956
17.956
17.986
18.014
18.163
-109 6.727 1.584 6.658 -23 -23 14.837
6.558 2.678 205 6.843 126 126 16.411
7.708 3.322 6.739 124 124 17.893
-
7.898 3.177 6.881 126 126 18.082
7.898 3.177 6.881 126 126 18.082
8.047 3.059 6.880 126 126 18.112
8.197 2.938 6.879 126 126 18.141
8.346 2.938 6.879 126 126 18.290
0
-56.375 0
56.375 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0 0
0 0 -56.375
0 0 56.375
0 0 0
0 0
0 0 0
0 0 0
7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Randvoorwaardelijk 0.4 Overhead Baten uitvoeringsovereenkomsten (*) Inkomsten Salarislasten Inhuur Autonome ontwikkelingen Materieel 0.8 Overige baten en lasten Onvoorzien 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Bedrijfsvoering Saldo voor mutatie reserves 0.10 Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen Financien, bedrijfsvoering Saldo na mutatie reserve
-243 49 79 -30 49 -194
0 -
-
0 0
-14.582
-6.818
-28.207 -4.534 -2.233 -6.767
-
5.329 3.594 51 8.974 5.227 4.644 582 5.227 18.743 13.824 2.894 2.026 18.743 3.584 1.765
24
4.2
Uitgangspunten voor de raming Begroting OD NZKG 2022-2025
In de kaderbrief 2022-2025 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2022-2025. De basis voor het opstellen van de begroting is het jaar 2021 en de volume afspraken, die afgesproken worden voor de Uitvoeringsovereenkomsten (UVO’s) 2021. Voor 2022 zijn verder de volgende uitgangspunten verwerkt: • Nacalculatie prijscompensatie 2019 1% en prijscompensatie vanaf 2022 1,3%. Dit betekent een prijsstijging van € 421K. • Cumulatieve looncompensatie 2% vanaf 2022. De loonkosten stijgen daardoor met € 689K. Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting is er nog geen cao-akkoord 2021. Bij de halfjaarrapportage komen we hierop terug. • Premiestijging ABP werkgeversdeel 0,54% ad 186K. • De begroting is opgesteld op basis van een gemiddeld tarief € 104,57. Dit is conform de raming in de kaderbrief. • De berekende benodigde formatie is gebaseerd op de UVO en overige opdrachten. Daarbij is de gestreefde vast-/flexnorm 90/10. Voor het werkveld Bouw wordt een lagere norm gehanteerd van circa 70/30.
4.3
Begrotingswijziging 2021
Gelijktijdig met het vaststellen van de meerjarenbegroting 2022-2025 wordt gevraagd om in te stemmen met de gewijzigde begroting 2021. De gewijzigde begroting 2021 is gebaseerd op de UVO 2021 en vormt de basis voor meerjarenbegroting 2022-2025. Het betreffen de volgende wijzigingen zoals opgenomen in het resultaatmodel (zie 4.1): •
•
Actualisatie van de baten en lasten 2021 ad € 3.391K o.b.v. van de UVO 2021. In de meerjarenbegroting 2021-2024 was de concept UVO 2020 opgenomen. De stijging van de UVO heeft 2021 heeft met name betrekking op extra taken waaronder asbest, programma Tata en milieu advies. Bijstelling overige baten en lasten € 24K hoger.
Per saldo stijgen de baten en lasten in de begroting 2020 met € 3.415K.
4.4
Toelichting bij de meerjarenbegroting en financiële positie
Het belangrijkste uitgangspunt m.b.t. de Omgevingswet is dat we financiële rust in 2022 creëren voor zowel de OD NZKG als de opdrachtgevers. In 2021/2022 worden de implicaties van de wet nader in beeld gebracht en maken we definitieve afspraken over de financiering voor 2023 ev.. Het meerjarenperspectief kan als gevolg hiervan nog wijzigen. De OD NZKG streeft ernaar om enige flexibiliteit in de begroting te houden om te kunnen anticiperen op de wijzigingen. Dit doet de OD NZKG door het aanhouden van een flexibele schil en blijvend te sturen op efficiency. Laatst genoemde is ook nodig om benodigde investeringen in de eigen organisatie te kunnen bekostigen. Tot op heden is het de OD gelukt om investeringen in de bedrijfsvoering te dekken binnen de bestaande begroting, waaronder investeringen op het vlak van huisvesting en ICT. De meerjarenbegroting is conform de kaderbrief 2022-2025 geïndexeerd. De prijscompensatie is gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Plan Bureau (CPB), dit is conform bestendig beleid. De prijzen worden vooralsnog na 2022 constant gehouden.
25
In onze meerjarenbegroting wordt jaarlijks rekening gehouden met een cumulatieve looncompensatie van 2%. Ten tijde van het opstellen van de meerjarenbegroting is er nog geen cao akkoord 2021. Er bestaat derhalve nog een onzekerheid of de opgenomen looncompensatie voldoende is. Bij de halfjaarrapportage 2021 komen wij hierop terug. Op basis van onderhavige meerjarenbegroting is de algehele financiële positie van de OD NZKG gezond. De meerjarenbegroting is structureel sluitend. Het weerstandsvermogen voldoet aan de norm, evenals de netto schuldquote en solvabiliteitsratio. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt dit nader toegelicht.
26
Verplichte paragrafen BBV 4.5
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is een door het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) voorgeschreven paragraaf. De beleidskaders vanuit de OD NZKG zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: • Ontwikkelingen in 2022 • Weerstandsvermogen, bestaande uit: Inventarisatie risico’s Inventarisatie weerstandscapaciteit Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen • Financiële kengetallen Ontwikkelingen 2022 Afhankelijk van het definitieve kabinetsbesluit gaan de Omgevingswet en wet Kwaliteitsborging Bouw in 2022 in werking. De wetswijzigingen hebben een grote impact op de uitvoering en financiering van de OD NZKG. De daadwerkelijk impact zal voor de OD NKZG en de opdrachtgevers de komende jaren pas duidelijk worden. Voor de Omgevingswet is met opdrachtgevers voor het eerste jaar (2022) financiële rust afgesproken. In de voorliggende paragraaf zijn voor zover dat op dit moment mogelijk is de risico’s opgenomen. Indien nodig zal dit tussentijds geactualiseerd worden. Voor 2023 e.v. zal de begroting waaronder de kengetallen aangepast moeten. Dit zal plaatsvinden op basis van de uitwerking van het takenpakket en de ervaringen tot dan toe.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de noodzakelijke weerstandscapaciteit ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel volgt een overzicht van de risico’s. Van alle risico’s is het financieel effect (gevolg) ingeschat. Afhankelijk van de kans dat een risico zich voordoet, wordt een percentage van het financieel effect meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit. In paragraaf 5.4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat de strategische risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan.