5. Gemeenteraad Voordracht.pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Portefeuille
Ruimtelijke Ordening
Agendapunt
0
Datum besluit
College van B&W 6 juli 2021 Onderwerp
Afwijken van de Structuurvisie voor een nieuw bestemmingsplan voor de bestaande maïsteelt op ongenummerde percelen aan de Liergouw. De gemeenteraad van Amsterdam besluit
in te stemmen met het afwijken van de Hoofdgroenstructuur, als onderdeel zijnde van de geldende Structuurvisie, ten behoeve van een nieuw bestemmingsplan voor de bestaande maïsteelt op ongenummerde percelen aan de Liergouw. Wettelijke grondslag
Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam, Deel 3 Instrumentarium, § 2.5 Afwijken en interpretatieruimte. Algemene lijn is dat het college bevoegd is om af te wijken van de Structuurvisie, echter uitzondering daarop zijn ingrepen in de Hoofdgroenstructuur waarbij het college, ondanks negatief advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur, met een plan wil instemmen. De Gemeenteraad moet dan met de afwijking instemmen. Bestuurlijke achtergrond
Op 26 juni 2013 heeft de toenmalige deelraad van stadsdeel Noord het bestemmingsplan Landelijk Noord vastgesteld. Bij uitspraak van 8 oktober 2014 heeft de Raad van State het vaststellingsbesluit gedeeltelijk vernietigd, onder andere voor ongenummerde gronden aan de Liergouw. De gemeenteraad is bevoegd om af te wijken van het stedelijke beleid als het gaat om de Hoofdgroenstructuur zoals is vastgelegd in de Structuurvisie Amsterdam 2040. Een ontwerpbestemmingsplan dat voorziet in een ontwikkeling die afwijkt van het beleid voor de Hoofdgroenstructuur wordt niet eerder ter inzage gelegd dan dat de raad ingestemd heeft met het daarvoor afwijken van dat beleid. Onderbouwing besluit
Aanleiding In 2013 hebben de eigenaar, Damland Real Estate B.V., en de pachter, een agrariër uit de gemeente Stichtse Vecht, beroep ingesteld tegen de voorwaarden die het bestemmingsplan Landelijk Noord stelt aan de voorwaarden voor de teelt van ruwvoerdergewassen (i.c. maïsteelt) op hun ongenummerde agrarische gronden aan de Liergouw. Het gaat om circa 32 hectare aan agrarische gronden, waarvan circa 12,5 hectare feitelijk en structureel voor maïsteelt worden gebruikt. Juridisch-planologisch is hier nog 32 hectare aan maïsteelt bij recht mogelijk. In bestemmingsplan Landelijk Noord is, kort gezegd, de agrarische bestemming van onbebouwde cultuurgronden in Landelijk Noord zonder grote beleidswijzigingen doorgezet. Wel is de teelt van ruwvoergewassen, zoals maïs, aan banden te leggen vanwege de landschappelijke gevolgen. De teelt leidt tot een afname van de waardevolle, landschappelijke openheid en tot snellere oxidatie van het veen in het gebied, wat weer tot een versnelling van bodemdaling leidt. De teelt is alleen toegestaan als dat hoort bij een in Landelijk Noord gevestigd bedrijf en tot maximaal 10% (bij recht) of 20% (via afwijkingsbevoegdheid) van hun eigen grondareaal. Ook voor onderhavige
Gegenereerd: v1.6
1
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
gronden is die koers ingezet. Echter, aangezien hier in voornoemde situatie niet voldaan werd aan de genoemde beperkingen (meer dan 20% van de gronden in gebruik voor maïsteelt) werd persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor de bestaande maïsteelt aan de Liergouw. Hierop heeft de Raad van State bij uitspraak van 8 oktober 2014 geconcludeerd dat het bestaande gebruik van de gronden niet onder overgangsrecht gebracht had mogen worden, aangezien er, kort gezegd, geen zicht was op de beëindiging van de aanwezige en legale maïsteelt. Voor wat betreft de genoemde gronden werd daarom het bestemmingsplan Landelijk Noord vernietigd. Gevolg is dat het bestemmingsplan Waterland (1980) nog geldt voor de gronden. Dit bestemmingsplan staat de teelt van maïs ter plekke ongelimiteerd toe. Inleiding Om enkele planonderdelen, die in 2014 zijn vernietigd, te repareren heeft het toenmalig algemeen bestuur van stadsdeel Noord op 22 november 2017 een startnotitie vastgesteld voor de 4e herziening van bestemmingsplan Landelijk Noord. Hierin wordt geconcludeerd dat het opnemen van een ‘maatbestemming’ voor de maïsteelt in de aanwezige omvang juridisch het maximaal haalbare is. Hiermee wordt de planologisch toegestane omvang aan maïsteelt teruggebracht tot de feitelijk aanwezige omvang van de maïsteelt. De gronden zijn gelegen in de Hoofdgroenstructuur (HGS).
De gronden zijn gelegen in het groentype ‘stadsrandpolder’ van de HGS. In het kort is de doelstelling hier het behoud en de versterking van kenmerkende en open veenweidelandschap en de natuurwaarden daarin. Vanwege de ligging in HGS is voor het nieuwe bestemmingsplan een advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) nodig. Over de voorgenomen planregeling heeft de TAC op 31 oktober 2017 een pré-advies gegeven. Gelet op de gevolgen voor het landschap en de (veen)bodem, kon de TAC naar eigen zeggen niet anders dan maïsteelt categorisch afwijzen en komt aldus tot een negatief pré-advies. De TAC wijst het college hierbij expliciet op haar verantwoordelijkheid voor het behoud van het waardevolle landschap. Vervolg Om de andere onderwerpen niet op te houden is er voor gekozen de maïsteelt los te koppelen van de 4e herziening van Landelijk Noord en een eigen traject te geven: de 5e herziening van Landelijk Noord. Gezien het genoemde pré-advies van de TAC is bezien welke mogelijkheden er zijn om tot een betere oplossing te komen voor de maïsteelt in de 5e herziening van bestemmingsplan Landelijk Noord. De mogelijkheden daarvoor zijn zeer beperkt. De maïsteelt betreft een bestaande situatie, die toegestaan is op basis van het geldende bestemmingsplan en concreet zicht op de beëindiging van dit specifieke gebruik bestaat niet.
De maïsteelt wegbestemmen is juridisch geen houdbare optie. Gezien het genoemde pré-advies van de TAC is bezien welke mogelijkheden er zijn om toch tot een betere oplossing te komen voor de maïsteelt in de 5e herziening van bestemmingsplan Landelijk Noord. De volgende opties zijn verkend. 1. Niets doen Vanuit gemeentelijk beleid is er geen acute plicht om het bestemmingsplan voor de gronden te actualiseren en er staat geen sanctie op het niet (tijdig) herzien van het bestemmingsplan. 2. Geldend recht overnemen De geldende bestemming, die maïsteelt ongelimiteerd toestaat, wordt overgenomen. 3. Wegbestemmen De maïsteelt wordt wegbestemd en komt onder overgangsrecht te vallen.
Gegenereerd: v1.6
2
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
4.Persoonsgebonden overgangsrecht De maïsteelt wordt wegbestemd en mag alleen door de huidige gebruiker worden voortgezet. 5.Maatbestemming-/aanduiding De aanwezige maïsteelt wordt in de feitelijk, bestaande omvang vastgelegd. 6. Wegbestemmen en aankopen De maïsteelt wordt wegbestemd en het college gaat proberen de gronden te verwerven, zodat de gemeente de maïsteelt zelf kan beëindigen. 7. Uitsterfregeling De maïsteelt wordt wegbestemd. Tegelijkertijd wordt de maïsteelt in de bestaande omvang geduld voor zolang dat nog aanwezig is. Uit de uitgevoerde verkenning volgt dat de opties 1 t/m 5 onvoldoende recht doen aan het beleid voor de Hoofdgroenstructuur en/of juridisch niet houdbaar zijn. De juridische mogelijkheden om via een bestemmingsplan bestaande en in gebruik zijnde rechten in te perken zijn, zonder medewerking van de eigenaar, bijzonder beperkt. Alleen de opties 6 en 7 bleven over. Optie 6: wegbestemmen en aankopen Met het wegbestemmen van de maïsteelt en het aankopen van de gronden is het in theorie mogelijk om zelf een einde te maken aan de ongewenste situatie in het plangebied. Deze optie kost echter wel geld. Hierover ingewonnen advies, laat zien dat dit een aankoopsom van circa 9 ton met zich meebrengt. Dit bedrag is gebaseerd op minnelijke verwerving, op basis van de agrarische waarde. Daar zal dan logischerwijs geld voor gereserveerd moeten zijn.
Een investeringsfonds of vergelijkbare, financiële reservering voor de Hoofdgroenstructuur bestaat nu niet. De grond is niet te koop. Minnelijke verwerving van de gronden, op basis van een agrarische waarde (geschatte aankoopsom van 9 ton) komt niet verder dan een fictief scenario. Het gaat namelijk om een strategische grondpositie van een projectontwikkelaar. Onteigening is dan het enige wat rest om zelf over de grond te kunnen beschikken. Dat de gemeente de agrarische gronden zonder medewerking van de eigenaar gaat verwerven om het vervolgens naar eigen inzichten een agrarisch gebruik te kunnen geven, is irreëel. In de kern zou de gemeenteraad het van publiek belang moeten vinden dat de gemeente zelf kan bepalen welke plant op agrarische gronden wordt ingezaaid op één specifieke plek in het veel grotere Landelijk Noord. Het gaat om circa 12,5 hectaren in een gebied dan honderden hectares beslaat. Vervolgens blijft de veenoxidatie doorgaan, zij het misschien wat minder snel. Peilverhogingen zijn niet aan de gemeente om door te voeren en een onteigening op deze plek alleen gaat een peilverhoging ook niet mogelijk maken. Het peilgebied is veel groter dan deze gronden alleen. Wat dat betreft is het publiek belang nu dan ook niet gediend met het onteigen van de gronden. Dit alles maakt dan ook dat onteigening in wezen geen optie is.
Bij de afwezigheid van concreet zicht op het beëindigen van de maïsteelt resteert alleen optie 7. Optie 7: uitsterfregeling In een nieuw bestemmingsplan voor de gronden wordt een uitsterfregeling geïntroduceerd voor de maïsteelt. De maïsteelt wordt hiermee wegbestemd. Tegelijkertijd blijven de rechten van de bestaande eigenaar en gebruiker in voldoende (minimale) mate gerespecteerd: voor zolang het nog duurt, mag de legale maïsteelt in de bestaande omvang worden voortgezet. Stopt de maïsteelt en wordt die niet binnen een bepaalde periode hervat, dan vervallen de mogelijkheden voor de teelt van rechtswege. Concreet houdt dit in dat de aanwezige teelt van maïs wordt ‘bevroren’ op de huidige omvang. De percelen krijgen eenzelfde agrarische bestemming als de omliggende, onbebouwde, agrarische
Gegenereerd: v1.6
3
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
gronden. Enige verbijzondering daarbij is dat, afwijking van de gebruikelijke restricties voor maïsteelt, de bestaande maïsteelt op de bestaande plek mag worden voortgezet voor zolang dat nog aanwezig is. Stopt de maïsteelt anderhalf jaar, dan vervallen de (afwijkende) mogelijkheden voor maïsteelt van rechtswege. Concept-ontwerpbestemmingsplan De uitsterfregeling voor de maisteelt is uitgewerkt in een concept-ontwerp van het bestemmingsplan 5e herziening Landelijk Noord. Gelet op het beleid zoals de raad dat heeft neergelegd in bestemmingsplan Landelijk Noord en het beleid voor de Hoofdgroenstructuur wordt hiermee juridisch het maximale gedaan om de aanwezige teelt van maïs te ‘bevriezen’ op de huidige omvang. Dit conceptplan is op 13 juni 2019 voor een reactie aan de vooroverlegpartners gestuurd door het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Ook is advies gevraagd aan de TAC. Advies TAC Op 12 augustus 2019 heeft de TAC haar advies gegeven over het nieuwe bestemmingsplan voor de gronden. De TAC concludeert dat het bestemmingsplan niet inpasbaar is in de HGS. De TAC constateert dat zorgvuldig is gekeken naar de juridische (on)mogelijkheden om de maïsteelt beëindigd te krijgen. Volgens de TAC heeft het stadsdeel getracht om binnen de gangbare oplossingen het natuur- en milieubelang voldoende mee te laten wegen.
Op inhoudelijk gronden kan de TAC echter niet anders dan grootschalige maïsteelt categorisch afwijzen. Dit vanwege het instandhouden van het weidevogelleefgebied, het niet aantasten van de landschappelijke openheid en het behoud van het cultuurhistorische karakter van het landschap. De TAC is van mening dat hier prioriteit gegeven dient te worden aan de natuurdoelstellingen van dit unieke veenweidegebied. Verder is de TAC van mening dat de veenweideproblematiek met bodemdaling en veenoxidatie dusdanig urgent is dat het oplossen daarvan als een maatschappelijk belang gezien kan worden en dat het daarom te rechtvaardigen is om daarvoor investeringen te doen en te onteigenen. Participatie Parallel aan het voeren van het wettelijk vooroverleg is de betreffende agrariër op de hoogte gebracht van het concept-ontwerpbestemmingsplan. Hierop volgde een ambtelijk overlegtraject met de agrariër. Hierin gaf hij nogmaals aan geen aanleiding te zien om tot een beëindiging van de maïsteelt over te gaan. Daarnaast is bekeken of overeenstemming kon worden bereikt over de inhoud van het bestemmingsplan. De agrariër zou kunnen leven met de voorgestelde inperking van de maïsteelt, als in het bestemmingsplan ook in een voor hem passende oplossing voor het aanwezige opslagterrein (voor voer en mest) zou worden voorzien.
Dat zou wat hem betreft gelijk moeten staan aan de introductie van een agrarisch bouwperceel, zodat een aantal, naar zijn mening ‘onwerkbare’ vergunningplichten uit het geldende bestemmingsplan voor het veranderen van de fysieke toestand het opslagterrein (met name het ophogen van de gronden) komen te vervallen. Hiervoor is echter geen ruimte gezien. Het zou neer komen op loslaten van bestaande beperkingen, terwijl het continueren van die beperkingen juist nodig is om de bescherming van landschapswaarden goed te kunnen borgen. Die waarden zijn in het geldende bestemmingsplan reeds beschermd en het beleid voor Landelijk Noord geeft ook geen reden om die bescherming af te zwakken, juist niet. Wel is naar aanleiding van het overlegtraject het opslagterrein explicieter geregeld in het bestemmingsplan, conform de vergunde situatie. Uiteindelijk is door beide partijen op 16 juli 2020 geconcludeerd dat overeenstemming niet haalbaar is en dat het bestemmingsplantraject verder kan en moet. Advies stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur Het concept-ontwerpbestemmingsplan is op 13 juni 2019 voor een reactie aan de vooroverlegpartners gestuurd door het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Alleen van de provincie Noord-Holland is een reactie ontvangen. In deze reactie wordt aangegeven dat in de toelichting bij het bestemmingsplan deels gedateerd beleid wordt aangehaald.
Naar aanleiding van de reactie is het betreffende beleid geactualiseerd in de plantoelichting.
Gegenereerd: v1.6
4
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Op 4 november 2020 heeft de stadsdeelcommissie geadviseerd over de beantwoording van de voorlegreactie en over het concept-ontwerpbestemmingsplan. De stadsdeelcommmissie adviseert, gelet op het beleid voor de Hoofdgroenstructuur, om te onderzoeken of de gronden verworven kunnen worden. Op 17 november 2020 heeft het dagelijks bestuur van Noord positief geadviseerd over de beantwoording van de vooroverlegreactie en over het concept-ontwerpbestemmingsplan. In de verwervingsoptie, die de stadsdeelcommissie aandraagt, ziet het dagelijks bestuur geen haalbare optie. Onderbouwing afwijken Structuurvisie Aan de raad komt afwegingsruimte toe bij het besluiten tot afwijken van de Structuurvisie voor het onderdeel Hoofdgroenstructuur. In dit geval komt de afweging grofweg enerzijds neer op het beleid voor de Hoofdgroenstructuur en anderzijds de rechtszekerheid die de huidige gebruiker en eigenaar geboden moet worden als een nieuw bestemmingsplan voor hun gronden wordt vastgesteld. Hierbij moet geconcludeerd worden dat het op zijn plaats is om in het bestemmingsplan het maximale te doen om de maïsteelt beëindigd te krijgen. Dat deze maïsteelt hier niet in de HGS thuishoort, staat buiten kijf. Ook dat het in gaat tegen de wens om bodemdaling en veenoxidatie in Landelijk Noord een halt toe te roepen, is geen discussie.
Een bestemmingsplan voor de locatie dat maïsteelt aan banden legt is ook hier, net als in de rest van Landelijk Noord, zeer gewenst. Dat betekent echter nog niet dat bestaande en in gebruik zijnde (gebruiks)rechten van de eigenaar en gebruiker ontnomen kunnen worden. Concreet zicht op het beëindigen van de maïsteelt is er niet. Tegelijkertijd houdt dat ook niet een dusdanig groot publiek belang in dat onteigening een reële optie is. Beleid, budget en grondslag die het noodzakelijk en mogelijk maken dat de gemeente de gronden zelf moet herinrichten ontbreken. Ook moet de vraag worden gesteld of een bestemmingsplan wel een geschikt instrument is om veranderingen teweeg te brengen in een bestaande situatie vanwege bodemdaling en veenoxidatie. Met dit als situatie verzet zorgvuldigheid en rechtszekerheid zich tegen het wegbestemmen van de bestaande maïsteelt. Beter gezegd: ze maken het juridisch onmogelijk om de bestaande en toegestane exploitatie van de percelen te verhinderen. In Landelijk Noord liggen , zoals de TAC ook aangeeft, nog tal van opgaves te wachten op een passend antwoord en een bijpassende aanpak. Ook wat dat betreft kan het advies van de TAC worden onderschreven. Dit bestemmingsplan gaat de antwoorden op de diverse opgaves in Landelijk Noord niet geven.
Het gebied is veel groter, de problematiek is ook veel omvangrijker en complexer, het aantal betrokkenen veel groter dan bij de enkele vraag welke gewas er wel en niet in een klein gedeelte van Landelijk Noord ingezaaid mag worden. Dat neemt niet weg dat het bestemmingsplan wel een stap in de goede richting is. Dat wat nu maximaal haalbaar is om de toekomst van Landelijk Noord veilig te stellen, gebeurt ook. In de huidige situatie kan het stadsdeel niet optreden als de maïsteelt toch vergroot wordt of, na een periode van ander gebruik, toch weer hervat wordt. Met het nieuwe bestemmingsplan wordt het wel mogelijk om op te treden als niet aan de betreffende regels voldaan wordt. De beoogde uitsterfregeling laat zich goed periodiek controleren, door jaarlijks te kijken of al dan niet maïs is ingezaaid op de betreffende percelen. Gelet op het voorgaande wordt voorgesteld om vanuit een bredere belangenafweging af te wijken van de HGS/Structuurvisie waarbij een zwaarder gewicht wordt toegekend aan het in deze situatie moeten eerbiedigen van bestaande en in gebruik zijnde rechten. Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
Gegenereerd: v1.6
5
Gemeenteraad
VN2021-013394 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
N.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-079304
1. Plankaart.pdf (pdf)
AD2021-079305
2. Concept ontwerpbestemmingsplan 5e herziening Landelijk Noord.pdf (pdf)
AD2021-079306
3. TAC-advies 190812.pdf (pdf)
AD2021-079307
4. Definitief advies SDC met advies DB.pdf (pdf)
AD2021-048629
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte en Duurzaamheid, Teus van Essen, 06 3978 6108, t.van.essen@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.6
6