CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. BP datacenters NvB.pdf

RAAD 12 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Datacenters Amsterdam en de beleidsregels Vestigingsbeleid Datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030, eerste herziening. (VN2025-005892)10.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “integrale”: 125

Nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Datacenters

Colofon Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Versie 27 januari 2025

Contact Ruimte en Duurzaamheid, 14 020

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding

4

2 Zienswijzen  2.1 Global Switch 2.2 DDA 2.3 Equinix 2.4 Switch 3

5 5 11 20 27

Conclusie32

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

3

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Datacenters met bijbehorende stukken heeft van 28 december 2023 tot 8 februari 2024 ter inzage gelegen. De kennisgeving over de terinzagelegging vond plaats in het Gemeenteblad van 27 december 2023 (Gemeenteblad 2023, 565649. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen bij de gemeenteraad van Amsterdam. Tijdens deze periode zijn vier zienswijzen naar voren gebracht. In voorliggende Nota van beantwoording zienswijzen zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. Bij de beantwoording is aangegeven in hoeverre de zienswijzen aanleiding hebben gegeven om het bestemmingsplan te wijzigen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage heeft gelegen. Deze wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen zijn opgenomen in een Nota van wijzigingen. Deze Nota van beantwoording zienswijzen maakt integraal onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over het vaststellen van het bestemmingsplan Datacenters. Gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan Datacenters heeft het concept van de beleidsregels ‘Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030, eerste herziening’ ter inzage gelegen. De zienswijzen hebben mede betrekking op de concept beleidsregels.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

4

2. Zienswijzen Er zijn vier zienswijzen ingediend: 1. 2. 3. 4.

Global Switch Amsterdam B.V. en Global Switch Amsterdam Property B.V. (hierna samen: Global Switch), gevestigd aan de Johan Huizingalaan 759, 1066 VH Amsterdam. Dutch Data Center Association (hierna: DDA). Equinix (Netherlands) B.V. (hierna: Equinix). Switch Datacenters Amsterdam 3 B.V. (hierna: Switch), gevestigd aan de Vijzelstraat 72A, 1017 HL Amsterdam.

De zienswijzen gaan allen over zowel het ontwerpbestemmingsplan Datacenters als de conceptbeleidsregels. De zienswijzen worden hierna behandeld. Ze zijn samengevat in verschillende punten. De punten worden afzonderlijk beantwoord.

2.1 Global Switch 2.2.1 Rechtsonzekerheid voor bestaande datacenters Global Switch beschikt over planologische gebruiksrechten voor een datacenter met een oppervlak van 65.900 m2 bvo en een aansluitvermogen tot 72 MVA dat inmiddels (gefaseerd) in realisatie is. Global Switch heeft een significant deel van haar vermogen geïnvesteerd in de ontwikkeling van het datacenter op deze plek. Voorliggend ontwerpbestemmingsplan tast de bestaande gebruiksrechten aan. Dit is niet de inzet van de instructieregel van de provincie, noch van het ontwerpbestemmingsplan, noch van het concept van de herziening van het Vestigingsbeleid. Global Switch neemt aan dat het datacenter van Global Switch moet worden gezien als ‘bestaand datacenter’ in de zin van artikel 2.2 van de planregels. Op grond van jurisprudentie zou een bestaand datacenter ook zo kunnen worden uitgelegd dat het een bij vaststelling van het bestemmingsplan fysiek aanwezig datecenter is. Dit levert een onevenredige aantasting van de rechtspositie van Global Switch en andere bestaande datacenter en is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

Global Switch verzoekt deze rechtsonzekerheid weg te nemen door Global Switch en andere bestaande datacenters uit te zonderen van het bestemmingsplan of door een andere definitie van het begrip ‘bestaand datacenter’ op te nemen waaruit blijkt dat ook bestaande planologische rechten onder dit begrip vallen. Ook de toelichting moet hierop worden aangepast. Als het voorgaande wordt bewerkstelligd dan raakt het ontwerpbestemmingsplan Global Switch niet. Zou dit anders zijn, dan is het ontwerpbestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening, het recht en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder in het bijzonder het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Ook is er een risico op planschade. Beantwoording Global Switch is één van de initiatieven die op basis van vooroverleg en een concrete aanvraag voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en haar masterplan uit 2013 ruimte krijgt om uit te breiden. Hoewel het bestemmingsplan in de eerste instantie een uitbreiding verbiedt, kan de lopende aanvraag op basis van een toestemming voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alsnog worden toegewezen, mits ook aan de instructieregels van het Bkl wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

5

Conclusie Het bestemmingsplan beperkt in de eerste instantie het gebruiksrecht op de locatie van Global Switch maar op basis van de beleidsregels is uitbreiding alsnog mogelijk tot een bruto vloeroppervlak van 65.900 m2.

2.2.2 Miskenning belang digitale infrastructuur en datacenters Datacenters vormen een belangrijk onderdeel van de vitale infrastructuur van de stad en ook in (inter)nationaal belang. Onze digitale infrastructuur is een belangrijk fundament voor onze gedigitaliseerde samenleving en draagt bij aan ons huidige en toekomstige verdienvermogen en de brede welvaart in ons land. Dit is in kaart gebracht in het recente rapport ‘Staat van de Digitale Infrastructuur’ dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is opgesteld (januari 2024). Global Switch stelt dat het ontwerpbestemmingsplan geen oog heeft voor het belang van datacenters. Er is geen goede onderbouwing gegeven voor de beperking van het aansluitvermogen. Het ontwerpbestemmingsplan en het concept van de herziening van het vestigingsbeleid zijn onzorgvuldig voorbereid met een gebrekkige motivering en berokkenen schade aan de maatschappij en zetten Amsterdam op achterstand. Beantwoording De gemeente Amsterdam ontkent het belang niet van datacenters voor de economie en samenleving. Helemaal uitsluiten van datacenters doet Amsterdam gelet op de planregels en het beleid niet. Amsterdam bood en biedt ruimte aan datacenters totdat het andere doelen van de gemeente gaat belemmeren. Met het oog op conflicterende belangen en de netcongestie is het gerechtvaardigd om een ongebreidelde groei te beperken.

Op basis van de themastudie elektriciteit Amsterdam en de Impactanalyse datacenters kiest Amsterdam ervoor om uitsluitend nog de bestaande initiatieven voor (grote) datacenters te faciliteren, mits daarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en ook sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie Op basis van de zienswijze zijn studies aan de toelichting gehecht en is de toelichting op het bestemmingsplan aangepast.

2.2.3 Strijd met dienstenrichtlijn Global Switch is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met de dienstenrichtlijn. Naar moet worden aangenomen verrichten datacenters diensten in de zin van de Dienstenrichtlijn. Het ontwerpbestemmingsplan stelt hier beperkingen en voorwaarden (vestigingseisen) aan in de artikelen 2.2 en 2.3. Dit betreffen eisen als bedoeld in artikel 15 van de Dienstenrichtlijn. Het ontwerpbestemmingsplan moet daarom voldoen aan de in artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn opgenomen voorwaarden. Dit betekent kort gezegd dat de planregel niet in strijd mag zijn met het discriminatieverbod (artikel 15, derde lid, onder a), en noodzakelijk om een dwingende reden van algemeen belang (onder b) en evenredig (onder c) moet zijn. Daarbij geldt als uitgangspunt dat het aan de raad is om te onderbouwen dat de planregel in overeenstemming is met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn en dus dat de in artikelen 2.2 en 2.3 van de planregels neergelegde beperkingen en voorwaarden gerechtvaardigd is in het licht van de daaraan te stellen eisen.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

6

Beantwoording In paragraaf 1.4 van de toelichting op het bestemmingsplan is gemotiveerd dat het bestemmingsplan niet in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Hiernaar wordt hier kortheidshalve verwezen. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een aanvulling van de toelichting van het bestemmingsplan.

2.2.4 Gebrekkige planregels en strijd met het rechtszekerheidsbeginsel In artikel 1.4 zijn lopende initiatieven gedefinieerd als ‘initiatieven die onder het vigerende vestigingsbeleid bekend zijn of gestart zijn voor peildatum 1 juli 2023’. Allereerst is onduidelijk waar de gehanteerde peildatum vandaan komt. Deze kan nergens op worden teruggevoerd en is ook niet toegelicht. Het komt Global Switch voor dat als peildatum de datum vaststelling bestemmingsplan zou moeten worden genomen. Ook is geheel onduidelijk wat wordt verstaan onder ‘gestart’. Dit moet objectief bepaalbaar zijn met het oog op de rechtszekerheid. In artikel 2.3 is een aantal voorwaarden genoemd. Onduidelijk is of dit cumulatieve eisen zijn. Dat lijkt niet logisch maar is - gezien het gestelde in de toelichting - niet zeker. Dit vergt verduidelijking. In artikel 1.1 van de planregels is sprake van een verschrijving nu hier wordt gesproken over het paraplubestemmingsplan Darkstores. Beantwoording Global Switch merkt terecht op dat er sprake is van een verschrijving in de begripsbepalingen. Dat is in het bestemmingsplan hersteld. Daarnaast is op basis van de verschillende zienswijzen die zijn ontvangen opnieuw naar de juridische regeling gekeken. Dat heeft ertoe geleid dat de regels zijn aangepast.

De regeling bevat nu een verbod op nieuwvestiging van een datacenter of uitbreiding van een datacenter, als aan de begripsbepalingen in artikel 1.5 en 1.7 is voldaan. Voortzetting van bestaande datacenters wordt niet door de regeling niet belemmerd. Voor bestaande initiatieven waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan op basis van beleidsregels voor datacenters een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden verleend, mits daarbij ook sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een wijziging van de regels en toelichting van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

7

2.2.5 Vestigingsvoorwaarden horen niet in planologisch kader Diverse vestigingsvoorwaarden horen niet thuis in een bestemmingsplan c.q. zijn onrechtmatig met het oog op de jurisprudentie over de reikwijdte van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Ze kunnen alleen worden opgenomen wanneer zij relevant zijn voor een goede ruimtelijke ordening en dus een fysiek element bevatten of anderszins nodig zijn om te voorkomen dat de realisatie of het gebruik van andere functies binnen de gemeente onder druk zouden komen te staan. Dat is niet aan de orde of kan in voldoende mate worden ondervangen door de datacenters zelf (denk aan de realisatie van meer netcapaciteit). De voorwaarden genoemd onder 1E (streefwaarde PUE), 1J (technisch voorsorteren op restwarmte, 1L (overcapaciteit aan derden beschikbaar stellen) en 2B (opslagvoorziening voor drink- of industriewater) zaken zijn die niet over de band van een bestemmingsplan geregeld moeten (of kunnen) worden. Ook het duurzaamheidsbelang kan niet worden gezien als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Met de inwerkingtreding van de omgevingsverordening NH2020 en per 1 januari 2024 de omgevingsverordening NH2022 introduceert de provincie Noord-Holland instructieregels aan de realisatie of uitbreiding van datacenters.

Op basis daarvan heeft de provincie de Datacenterstrategie Noord-Holland 2022-2024 vastgesteld. Die strategie richt zich onder meer op de duurzame realisatie en uitbreiding van datacenters. Op 9 november 2023 publiceerde de provincie een richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden datacenter, die de provincie in samenspraak met gemeenten, de DDA en enkele datacenters heeft ontwikkeld. Deze richtlijn kan als leidraad worden gehanteerd bij gesprekken tussen gemeenten en datacenters over de duurzame inpassing of uitbreiding van een datacenter. Zoals Global Switch terecht opmerkt en de provincie zelf ook benadrukt, zijn niet alle onderwerpen in die richtlijn “ruimtelijk relevant”, als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente Amsterdam heeft besloten het beleid te versimpelen en een algeheel verbod op te nemen voor vestiging of uitbreiding van datacenters als bedoeld in artikel 1.5 en 1.7 van de regels. Datacenters die volgens het beleid nog in aanmerking komen voor vestiging of uitbreiding, kunnen via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alsnog daarvoor toestemming krijgen. De aanvraag moet voldoen aan de instructieregels van de provincie en het Bkl en er moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

In de voorbereiding van een dergelijke aanvraag moeten initiatiefnemers onderbouwen dat aan het voorgenoemde wordt voldaan. Conclusie De zienswijze heeft geleid tot een wijziging van de regels en toelichting van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

8

2.2.6 Aansluitvermogen (MVA) ongeschikt voor regulering in een bestemmingsplan Global Switch wijst er op dat de omvang van het aansluitvermogen van een datacenter (dat zowel in de concept herziening Vestigingsbeleid als in het ontwerpbestemmingsplan als reguleringsinstrument toepassing verkrijgt) primair een aangelegenheid is tussen datacenter en netbeheerder. De gemeente heeft hier geen zeggenschap over en geen inzicht in. Global Switch is van mening dat het daarom ongeschikt is om te dienen als reguleringsintrument in het bestemmingsplan. Het is bovendien (noch voor de gemeente noch voor datacenters) niet (goed) mogelijk inzicht te verkrijgen in het bestaande aansluitvermogens van datacenters. Dit is relevant voor de beoordeling van een afwijkingsvergunning. Daarbij leidt deze constructie ertoe dat sprake is van schaarse rechten. De gemeente is in dat geval ook gehouden een transparante verdeelprocedure van deze schaarse rechten te creëren. Global Switch is van mening dat alleen gewerkt zou moeten worden met ruimtelijk relevant criteria (zoals vierkante meters). Beantwoording Er is een begripsbepaling opgenomen van wat onder datacenter wordt verstaan. Het bestemmingsplan kent een duidelijke objectieve norm die van toepassing is op datacenters die met 2000 m2 bvo en 5 MVA elektrisch aansluitvermogen zich willen vestigen of door uitbreiden dat bereiken.

Zowel de provinciale instructieregels (zie instructieregels over datacenters in artikel 6.32b Omgevingsverordening NH2022) als Rijksregels t.a.v. hyperscale datacenters kennen naast een beperking in de oppervlakte ook een beperking in het vermogen omdat die met elkaar samenhangen. De gemeente Amsterdam heeft bij de daarbij gehanteerde begripsbepaling voor datacenters willen aansluiten. Uit de zienswijzen volgt dat Global Switch van oordeel is dat met het beperken van de datacenters binnen Amsterdam, er een schaarse ontstaat, die niet evenredig en onder gelijke kansen aan de datacenters worden toebedeeld. In de conclusie van de ABRvS van 6 juni 2018 in de zaak Windpark Zeewolde (ECLI:NL:RVS:2018:1847) is een belangrijke uiteenzetting gegeven over het leerstuk van schaarse rechten en planologie. De Nederlandse ruimtelijke ordening gaat thans nog uit van het systeem van toelatingsplanologie, waarbij de overheid bepaalt wat de bestemming van gronden is en initiatieven uit de markt worden getoetst aan die bestemmingen. De centrale norm voor de planologische afweging die de overheid maakt bij het vaststellen of nemen van besluiten (algemeen en concreet) is de ‘goede ruimtelijke ordening’. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling kunnen mededingingsaspecten of concurrentieverhoudingen bij de toepassing van die norm geen rol spelen.

Volgens die rechtspraak - die is vermeld in de conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen (zie noot 139) - wordt bijvoorbeeld een maximumstelsel voor werkplekken voor raamprostitutie of voor horeca-inrichtingen alleen beoordeeld in het licht van ruimtelijke motieven en niet van eventuele concurrentiegevolgen. (…) Dat planologische besluiten territoriale of kwantitatieve schaarste kunnen creëren, betekent niet dat omgevingsvergunningen waarmee deze schaarste wordt vergund, als regel kunnen worden aangemerkt als besluiten die schaarse rechten toedelen. Uit deze uitspraak valt op te maken dat een bestemmingsplan in beginsel geen schaarse rechten toebedeelt of - in dit geval - wegneemt. Het bestemmingsplan Datacenters Amsterdam bevat een verbod op vestiging van datacenters, indien de uitbreiding of vestiging meer dan 2000

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

9

m2 en 5 MVA betreft. Dit verbod kan zorgen voor schaarste, doordat enkel bestaande grote datacenters toegestaan zijn en er als gevolg van het bestemmingsplan alleen marktruimte is voor kleinere datacenters (<2.000 m2 en 5 MVA). Dit verbod dient een ruimtelijk belang, namelijk het voorkomen dat schaarse grond in Amsterdam bebouwd moeten worden met onderstations en het beschikbaar houden van bedrijventerreinen voor meer functies dan alleen datacenters. Daarmee is het geoorloofd volgens het leerstuk van schaarse rechten. Er is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het college omgevingsvergunning kan verlenen om een nieuw datacenter toe te staan. Daarom hoeft er op basis van de juridische regeling in dit bestemmingsplan niet tevens te worden voorzien in een transparant en evenredig verdeelbeleid voor schaarse rechten. Het bestemmingsplan is daarom niet in strijd met het leerstuk van schaarse rechten.

2.2.7 Algemeen / concluderend Global Switch wenst de bestaande planologische rechten te behouden. Global Switch is van mening dat het bestemmingsplan niet zou moeten worden vastgesteld vanwege het algemene belang van datacenters. Als het bestemmingsplan vastgesteld zou worden zou dat moeten gebeuren met regels die ruimtelijke relevant zijn en niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, de Dienstenregeling, etc. De gestelde beperkingen zijn ook niet nodig vanuit de provinciale instructieregels. Beantwoording Gelet op de zienswijze van Global Switch is het bestemmingsplan op diverse punten gewijzigd. Voor Global Switch heeft de vaststelling van het bestemmingsplan geen gevolgen voor de uitbreiding van het gelijknamige datacenter conform het vastgestelde masterplan. Hieraan werkt de gemeente Amsterdam mee op basis van de lopende vergunningsaanvraag, mits aan de daaraan gestelde voorwaarden wordt voldaan (vestigingsvoorwaarden, instructieregels en evenwichtige toedeling van functies aan locaties).

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

10

2.2 DDA 2.2.1 Datacenters vormen een belangrijk onderdeel van de digitale infrastructuur Uit het recent verschenen rapport van EZK ‘de Staat van de Digitale Infrastructuur’ blijkt dat de digitale infrastructuur en datacenters bijdragen aan “het huidige en toekomstige verdienvermogen en de brede welvaart in ons land. Alle belangrijke sleutel technologieën waarop Nederland inzet hebben een directe link en afhankelijkheid met datacenters. De Nederlandse digitale infrastructuur heeft het vermogen om in te spelen op én mee te groeien met de toekomstige maatschappelijke behoeften. Dit is een randvoorwaarde om de kansen van digitalisering te blijven benutten.” Het college ziet niet in dat het huidige hyperconnectiviteitscluster in de MRA een strikte basisvoorwaarde is voor vele innovatieve bedrijven om zich te vestigen in de regio. Als er geen groei mogelijk is zullen bedrijven afhaken, Amsterdam meer en meer gaan zien als regionale vestigingsplaats en verdere investeringen doen in de internationale hubs om ons heen wat een nationale impact heeft. Het gewijzigde beleid zorgt voor een rem op de groei en het verlies van een internationale concurrentiepositie. Beantwoording De gemeente Amsterdam ontkent het belang niet van datacenters voor de economie en samenleving. Het is de vraag of de gemeente Amsterdam hierin een centrale rol moet vervullen of dat die taak bij het Rijk ligt.

Binnen Amsterdam zijn er meer zwaarwegende doelen die gediend moeten worden. Daarin maakt Amsterdam een eigen afweging. Helemaal uitsluiten van datacenters doet Amsterdam gelet op de planregels en het beleid niet. Amsterdam bood en biedt ruimte aan datacenters totdat het andere doelen van de gemeente gaat belemmeren. Met het oog op conflicterende belangen en de netcongestie is het gerechtvaardigd om een ongebreidelde groei te beperken. Dat betekent niet per definitie een verlies van een internationale concurrentiepositie. Binnen de bestaande datacenters en de op basis van het beleid toegestane vestiging of uitbreiding kan met behulp van innoverende technieken worden meegegaan in de concurrentie. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een gewijzigd plan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

11

2.2.2 Toename energieverbruik en verlies van koppelkansen voor restwarmte Wanneer de groei van datacenters zich verplaatst buiten Amsterdam, leidt dit tot een hoger energieverbruik om het benodigde dataverkeer te ondersteunen. Het tussentijds aanpassen van het plan beperkt ook de mogelijkheden voor het ontwikkelen van significante restwarmteprojecten, die idealiter in dichtbevolkte gebieden dicht bij de afnemers geplaatst moeten worden, waardoor de groeikansen voor dergelijke initiatieven stagneren. Om Amsterdam van de fossiele brandstoffen af te halen zijn alternatieven nodig, waarvoor datathermie het meest logische alternatief is. Zonder datacenters zullen warmtepompen nodig zijn die veel elektriciteit vragen. Datathermie vermindert de behoefte aan extra netverzwaring. Datacenters leveren een bijdrage aan het versterken van het middenspanningsnet doordat datacenters eigen onderstations bouwen. Beantwoording De gemeente Amsterdam onderzoekt meerdere mogelijkheden voor duurzame verwarming van woningen, kantoren en voorzieningen. Gebruik van restwarmte van datacenters is daar één van, maar zo is er ook het gemeentelijk warmtenet. Het verminderen van datacenters staat niet automatisch gelijk aan toename van stroomverbruik door woningen, kantoren en dergelijke door gebruik van individuele of collectieve warmtesystemen.

Bovendien bieden de projecten doorgaans zelf ook mogelijkheden voor duurzame energiewinning. Voor wat betreft de realisatie van eigen onderstations, deelt de gemeente de opvatting van DDA niet dat dergelijke onderstations een bijdrage leveren aan het versterken van het middenspanningsnet. De dedicated onderstations van de datacenters maken ook gebruik van het hoogspanningsnet van TenneT, dat reeds overbelast is en waardoor minder energie beschikbaar is voor het bestaande midden- en laagspanningsnet. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een gewijzigd plan.

2.2.3 Er is geen aangetoonde noodzaak voor de verlaging van het aansluitvermogen Onduidelijk is waarom het aansluitvermogen van 670 MVA naar 350 MVA omlaag moet worden gebracht. Verdere digitalisering en de komst van innovaties als AI en Quantum Computing vragen juist meer dataopslag en rekenkracht van datacenters. Beantwoording Door themastudies is de impact van de groei van datacenters op het gemeentelijke energienet inzichtelijk gemaakt. Amsterdam staat voor een grote opgave als het gaat om de aanpak van netcongestie. Het gaat daarbij niet alleen om de beschikbaarheid van capaciteit en financiering om de netverzwaring en realisatie van schakel- en transformatorstations mogelijk te maken, maar ook ruimtegebruik. In de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat de gemeente ervoor kiest om uitbreiding van datacenters te beperken om meer ruimte te bieden aan andere gemeentelijke doelen. Conclusie In de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd welke impact datacenters op de netverzwaring binnen Amsterdam hebben.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

12

2.2.4 Voorspelbaar en werkbaar groeiplafond Voorgesteld wordt om een voorspelbaar en werkbaar groeiplafond voor de komende jaren vast te stellen, waarmee de datacenter-sector de maatschappelijke behoefte kan blijven bedienen terwijl de gemeente Amsterdam meer grip krijgt op de schaarse grond en het zwaar bezette stroomnet. Beantwoording Het beleid bood en biedt ruimte aan de groei van datacenters totdat het andere doelen van de gemeente gaat belemmeren. Met het oog op conflicterende belangen en de netcongestie is het gerechtvaardigd om een ongebreidelde groei te beperken en hier meer controle op te kunnen uitoefenen door het gebruik van de bevoegdheid om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toe te staan. Op basis van de themastudie elektriciteit Amsterdam en de Impactanalyse datacenters kiest Amsterdam ervoor om uitsluitend nog de bestaande initiatieven voor uitbreiding of nieuwvestiging van datacenters (meer dan 2.000 m2 / 5 MVA) te faciliteren, mits daarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, aan de instructieregels wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De toelichting van het bestemmingsplan is aangevuld met een nadere motivering.

2.2.5 Onduidelijkheid ‘Amsterdams belang’ Het is onduidelijk wat onder het begrip ‘Amsterdams belang’ moet worden verstaan. Verduidelijking van dit begrip is nodig om te kunnen beoordelen hoe met het oog op dit begrip kan worden gehandeld. Datacenters dienen ook een belang voor de stad, zoals het faciliteren van sectoren die digitale diensten leveren en het faciliteren van aardgasvrije wijken door datathermie. Diverse bedrijven zijn aan Amsterdam verbonden door het hoogwaardige datacentercluster, denk aan Booking. com, Uber en Adyen. Beantwoording In het bestemmingsplan en het beleid is het begrip “Amsterdams belang’ niet meer opgenomen. Het bestemmingsplan staat uitbreiding of nieuwvestiging van datacenters (>2000 m2/ 5 MVA) niet toe. Het beleid, op basis waarvan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend, biedt een duidelijk kader waarbij een initiatief in aanmerking kan komen voor een vergunning. Conclusie Op basis van de zienswijze zijn de regels en de toelichting van het bestemmingsplan gewijzigd.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

13

2.2.6 Onzeker beleid Het vestigingsbeleid is in 2020 vastgesteld na goed overleg met de datacentersector. De sector heeft na vaststelling van dit beleid investeringsplannen gemaakt. Nu wordt het aansluitvermogen bijna gehalveerd en betekent dit dat plannen niet meer kunnen worden uitgevoerd en investeringen voor niets zijn gedaan. Deze onzekerheid is schadelijk voor het (toekomstig) investeringsklimaat. Dit is zonder overleg gebeurd. Beantwoording Sinds de vaststelling van het vestigingsbeleid, in de afgelopen vijf jaar, hebben ontwikkelingen zich in snel tempo opgevolgd. Van datacenters mag worden verondersteld dat zij op de hoogte zijn van de netcongestie binnen de MRA. Daarnaast zijn er uitsluitend de initiatieven aangevraagd of is het vooroverleg gestart die thans bekend zijn en waarmee in het beleid ook rekening wordt gehouden. Dat roept ook de vraag op in hoeverre de markt – onder meer met het oog op de onzekerheid over aansluiting op het net - nog aanspraak zou maken op de groeiruimte en daarmee sprake is van investeringsplannen. De beperking van het aansluitvermogen betekent niet overigens een streep door de investeringsplannen. Het stimuleert bedrijven des te meer om energiebesparingen te realiseren zodat binnen de ruimte van het beleid groei mogelijk is.

Daarnaast kan na de netverzwaring conform het Ontwikkelingskader EVA 2035 worden bezien in hoeverre groei van datacenters (weer) kan worden gefaciliteerd. Conclusie Op basis van de zienswijze is de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

2.2.7 Strijd met dienstenrichtlijn Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Dienstenrichtlijn. Beantwoording In de toelichting van het bestemmingsplan is ingegaan op de Dienstenrichtlijn. Uit de toelichting volgt dat het plan daarmee niet in strijd is. Zie verder ook reactie op zienswijze Global Switch in paragraaf 2.2.3. Conclusie Op basis van de zienswijze is de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

14

2.2.8 Verplicht gebruiken restwarmte In het concept herijking beleidsregels wordt onder de vier hoofdlijnen het verplicht hergebruiken van restwarmte aangehaald. Onder de huidige regels kan dit niet verplicht worden. Echter, restwarmte kan wel ter beschikking worden gesteld. Beantwoording De gemeente Amsterdam onderzoekt meerdere mogelijkheden voor duurzame verwarming van woningen, kantoren en voorzieningen. Gebruik van restwarmte van datacenters is daar één van, maar zo is er ook het gemeentelijk warmtenet. Op basis van beleidsregels kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit om een vestiging of uitbreiding van een datacenter mogelijk te maken als dat past binnen de voorwaarden van het beleid. Binnen die beoordeling zal ook het gebruik van restwarmte worden meegenomen en gewogen. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan geleid.

2.2.9 Verbod gaat verder dan instructieregels provincie Er wordt een algemeen verbod op de vestiging van nieuwe datacenters of uitbreiding van bestaande datacenters gerealiseerd met een bruto vloer oppervlakte (bvo) van meer dan 2.000 m2 en een max. aansluitvermogen van meer dan 5 MVA. Uitbreiding is dus altijd in strijd met het bestemmingsplan/omgevingsplan en een motivering is altijd benodigd. Dit gaat verder dan de instructieregels. Het maximum aansluitvermogen van 350 MVA is ruimtelijk niet relevant en gaat verder dan de instructieregels. Beantwoording De provincie Noord-Holland bepaalt ruimtelijk beleid op provinciaal niveau, waaraan bestuursorganen van gemeenten gehouden zijn. Bestuursorganen houden echter de zelfstandige bevoegdheid om strengere eisen te stellen dan waartoe instructieregels van de provincie verplichten. Lokaal bestuur kan daar voor eigen moverende redenen voor kiezen. Zo geldt dat ook voor het beleid voor datacenters binnen Amsterdam. De omschrijving van wat onder een datacenter wordt verstaan is gedefinieerd. Het bestemmingsplan kent een duidelijke objectieve norm die van toepassing is op datacenters die met 2000 m2 bvo en 5 MVA elektrisch aansluitvermogen zich willen vestigen of door uitbreiden dat bereiken. Zowel de provinciale instructieregels (zie instructieregels over datacenters in artikel 6.32b Omgevingsverordening NH2022) als Rijksregels t.a.v.

hyperscale datacenters kennen naast een beperking in de oppervlakte ook een beperking in het vermogen omdat die met elkaar samenhangen. De gemeente Amsterdam heeft bij de daarbij gehanteerde begripsbepaling voor datacenters willen aansluiten. Het bestemmingsplan of het beleid bevat inmiddels geen verwijzing meer naar een maximum aansluitvermogen in totaal. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging in de regels en toelichting van het bestemmingsplan geleid.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

15

2.2.10 Raad of college niet bevoegd De netbeheerder gaat over het aansluitvermogen, niet de raad of het college. Beantwoording Het bestemmingsplan reguleert het aansluitvermogen niet. Wel beperkt het de groei van datacenters, wat wordt afgemeten aan oppervlakte en aansluitvermogen en waarbij is aangesloten bij de definitie die het Rijk en de provincie Noord-Holland hanteren. Voor het beperken van datacenters zijn ruimtelijk ingegeven argumenten, zoals het beperken van investeringen en reserveringen voor gebruik van schaarse ruimte, waarmee ook andere beleidsdoelen van de gemeente zijn te dienen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

2.2.11 Maximum aansluitvermogen Een standaard Tennet 150 kV-verbinding heeft al een aansluitwaarde van 240 MVA. Tellen deze aansluitingen niet mee in het maximum van 350 MVA? Geldt het maximum aansluitvermogen van 350 MVA ook voor andere initiatieven dan de lopende initiatieven? Beantwoording De gemeente Amsterdam wil geen ruimte meer bieden voor de groei van datacenters als dat leidt tot meer gevolgen voor het energienet en de beschikbare ruimte binnen Amsterdam. Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente heeft die initiatieven willen respecteren, mede omdat daarvoor al investeringen zijn gedaan. Voor zover nu bekend is, zorgt dat beleid nog voor een toename van 350 MVA. Dat kan ook minder worden. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan geleid.

2.2.12 Duurzame back-up energiesystemen De instructieregel van de provincie (artikel 6.21b) geeft onder 2.d. aan dat datacenters moeten voldoen aan enkele energievoorwaarden waaronder ‘duurzame back-up systemen’. Wat wordt daaronder verstaan? Beantwoording Hiervoor wordt verwezen naar de provinciale omgevingsverordening en de toelichting hierop. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

16

2.2.13 Industriewater De instructieregel van de provincie (artikel 6.21b) geeft onder 2.d. aan dat datacenters moeten voldoen aan voorwaarden op het gebied van water. Industriewater is hierin niet opgenomen. Beantwoording Hiervoor wordt verwezen naar de provinciale omgevingsverordening en de toelichting hierop. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

2.2.14 Vestigingsvoorwaarden uit beleidsregels 1. In de vestigingsvoorwaarden (1B) behorende bij het concept van de herziening van de beleidsregels is opgenomen dat er een EBS (energie-registratie en bewakingssysteem) openbaar beschikbaar is voor een periode van 5 jaar. Deze informatie kan niet openbaar worden gemaakt, maar kan wel ter inzage worden gegeven aan het bevoegd gezag. 2. In de vestigingsvoorwaarden (1C) wordt geëist dat alle gesloten geveldelen en daken beplant zijn. Dit is echter alleen mogelijk als dit geen hinder vormt voor buiten opgestelde apparatuur. 3. Volgens de vestigingsvoorwaarden (1H) dienen datacenters inzicht te verschaffen in de duurzaamheidsklasse door aan te geven met wie over welke kwaliteit elektriciteit een contract is gesloten. Echter is er bij de aanvraag van vestiging nog geen contract. Tevens hebben contracten een beperkte geldigheidsduur. 4. Volgens de vestigingsvoorwaarden (1I) dient de temperatuur van de restwarmte conform de wensen van het warmtebedrijf te worden bepaald. Deze temperatuur kan echter niet door het warmtebedrijf worden bepaald, dit wordt bepaald door processen in het datacenter. 5. Indien punt (1L) onder de vestigingsvoorwaarden duidt op de overcapaciteit van een 150 kV aansluiting, dan kunnen hierop alleen derden worden aangesloten indien wordt voldaan aan de eisen van de elektriciteitsnet.

In dat geval is er een ontheffing van de ACM benodigd en overcapaciteit is geen geldige grond voor een ontheffing. 6. Wat is de definitie van het begrip ‘overcapaciteit’? 7. Onder de vestigingsvoorwaarde 3A1 staat een zin er dubbel in. 8. Onder de vestigingsvoorwaarde 3A2 worden drie verschillende zaken door elkaar gehaald: restwarmte, WKO en hemelwater. 9. De vestigingsvoorwaarde (3C) vraagt een Logboek bij te houden over WUE. De norm voor de bepaling van WUE zou ook vastgelegd moeten worden. Ook wordt vereist dat de informatie openbaar beschikbaar is voor het bevoegd gezag. Dit is vanwege concurrentiegevoeligheid ongewenst. Beantwoording De bovenstaande eisen komen uit de richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden datacenters Noord-Holland van de provincie Noord-Holland. Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de behandeling van de aanvraag of het vooroverleg zullen de gevolgen van de provinciale instructieregel en het vestigingsbeleid, alsmede ETFAL-eisen, voor het initiatief met de initiatiefnemer worden besproken. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

17

2.2.15 Lopende initiatieven Wat moet worden verstaan onder ‘lopende initiatieven’, ‘gestart’ en waar komt de peildatum van 1 juli 2023 vandaan? Beantwoording Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de regels en toelichting van het bestemmingsplan geleid.

2.2.16 Verkeerde verwijzing In artikel 1.1 van de regels wordt abusievelijk verwezen naar het paraplubestemmingsplan Darkstores. Beantwoording Terechte opmerking. Conclusie Op basis van de zienswijze zijn de regels van het bestemmingsplan aangepast.

2.2.17 Wijziging beleid In de samenvatting van het conceptbeleid is aangegeven dat het vestigingsbeleid ‘Amsterdam Duurzaam Digitaal, vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030’ voor zover niet gewijzigd, onverkort van kracht blijft. Onduidelijk is welk deel wel en niet gewijzigd wordt. Beantwoording Op basis van de ingekomen zienswijzen is een geconsolideerde versie van het huidige en te wijzigen beleid opgesteld. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan geleid.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

18

2.2.7 Dialoog DDA wenst de dialoog met het gemeentebestuur aan te gaan met betrekking tot het vinden van evenwichtige oplossingen. DDA erkent de verschillende belangen die er bestaan en wenst via samenwerking en zonder eenzijdige besluitvorming tot een besluit omtrent datacenters te komen. Beantwoording DDA is een belangrijke overlegpartner voor de gemeente Amsterdam en zal bij de uitvoering van het beleid betrokken blijven. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

19

2.3 Equinix 2.3.1 Vestigingsvoorwaarden uit beleidsregels Het ontwerp vestigingsbeleid bevat in hoofdstuk 6 diverse voorwaarden die ruimtelijk niet relevant zijn. Ook gaan de vestigingsvoorwaarden veel verder dan waar de instructieregels vanuit de provincie toe verplichten. Equinix heeft verschillende opmerkingen op de vestigingsvoorwaarden: 1.

In de vestigingsvoorwaarden (1B) behorende bij het concept van de herziening van de beleidsregels is opgenomen dat er een EBS (energie-registratie en bewakingssysteem) openbaar beschikbaar is voor een periode van 5 jaar. Deze informatie kan niet openbaar worden gemaakt, maar kan wel ter inzage worden gegeven aan het bevoegd gezag. 2. In de vestigingsvoorwaarden (1C) wordt geëist dat alle gesloten geveldelen en daken beplant zijn. Dit is echter alleen mogelijk als dit geen hinder vormt voor buiten opgestelde apparatuur. 3. Volgens de vestigingsvoorwaarden (1H) dienen datacenters inzicht te verschaffen in de duurzaamheidsklasse door aan te geven met wie over welke kwaliteit elektriciteit een contract is gesloten. Echter is er bij de aanvraag van vestiging nog geen contract. Tevens hebben contracten een beperkte geldigheidsduur. 4. Volgens de vestigingsvoorwaarden (1I) dient de temperatuur van de restwarmte conform de wensen van het warmtebedrijf te worden bepaald. Deze temperatuur kan echter niet door het warmtebedrijf worden bepaald, dit wordt bepaald door processen in het datacenter. 5. Indien punt (1L) onder de vestigingsvoorwaarden duidt op de overcapaciteit van een 150 kV aansluiting, dan kunnen hierop alleen derden worden aangesloten indien wordt voldaan aan de eisen van de elektriciteitsnet.

In dat geval is er een ontheffing van de ACM benodigd en overcapaciteit is geen geldige grond voor een ontheffing. 6. Wat is de definitie van het begrip ‘overcapaciteit’? 7. Om een streef design PUE van 1,16 te kunnen bereiken is adiabatisch koelen noodzakelijk. 8. Onder de vestigingsvoorwaarde 3A1 staat een zin er dubbel in. 9. Onder de vestigingsvoorwaarde 3A2 worden drie verschillende zaken door elkaar gehaald: restwarmte, WKO en hemelwater. 10. Waarom is het nodig de minimaal gewenste omvang van de opslagvoorziening bij koeling met oppervlaktewater af te stemmen met de waterbeheerders? Dit omdat oppervlaktewater zelf al een enorme hoeveelheid opslag is. 11. De vestigingsvoorwaarde (3C) vraagt een Logboek bij te houden over WUE. De norm voor de bepaling van WUE zou ook vastgelegd moeten worden. Ook wordt vereist dat de informatie openbaar beschikbaar is voor het bevoegd gezag. Dit is vanwege concurrentiegevoeligheid ongewenst. 12. In de praktijk zal aan de vestigingsvoorwaarden vaak niet kunnen worden voldaan, bijvoorbeeld omdat al meer dan 75% van het terrein onverhard is. Beantwoording De bovenstaande eisen komen uit de richtlijn duurzame vestigingsvoorwaarden datacenters Noord-Holland van de provincie Noord-Holland.

Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de behandeling van de aanvraag of het vooroverleg zullen de gevolgen van de provinciale instructieregel en het vestigingsbeleid, alsmede ETFAL-eisen, voor het initiatief met de initiatiefnemer worden besproken.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

20

Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

2.3.2 Waarom halvering aansluitvermogen? Onduidelijk is waarom het geldende vestigingsbeleid op onderdelen te veel bestuurlijk juridische onzekerheid geeft om te sturen op een duurzame ontwikkeling van datacenters en dat daarvoor een halvering van het aansluitvermogen nodig is. Onduidelijk is hoe de halvering zich verhoudt tot de belangrijke bijdrage die datacenters leveren aan de economische ontwikkeling en verdere digitalisering van de maatschappij en het bedrijfsleven en de groeiende behoefte aan datacenteroppervlak. Beantwoording De gemeente Amsterdam wil voorlopig geen ruimte meer bieden voor de groei van datacenters als dat leidt tot meer gevolgen voor het energienet en de beschikbare ruimte binnen Amsterdam. Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente heeft die initiatieven willen respecteren, mede omdat daarvoor al investeringen zijn gedaan. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan geleid.

2.3.3 Bevoegdheid en ruimtelijke relevantie Sturen op aansluitvermogen is niet iets wat via ruimtelijke regels kan worden geborgd. Ook is niet duidelijk hoe de raad of het college daarop kan sturen. Het is immers niet de gemeente maar de netbeheerder die over de aansluitingen gaat. Beantwoording Het bestemmingsplan reguleert het aansluitvermogen niet. Wel beperkt het de groei van datacenters, wat wordt afgemeten aan oppervlakte en aansluitvermogen. Hierbij is aangesloten bij de definitie die het Rijk en de provincie Noord-Holland hanteren. Hiervoor zijn ruimtelijk ingegeven argumenten, zoals het beperken van investeringen en reserveringen voor gebruik van schaarse ruimte, waarmee ook andere beleidsdoelen van de gemeente zijn te dienen. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

21

2.3.4 Duurzaamheidseisen en ruimtelijke relevantie Duurzaamheidseisen zijn milieuaspecten die geen ruimtelijke relevantie hebben. In de herijking van het vestigingsbeleid is de verplichting opgenomen om restwarmte ter beschikking te stellen. Equinix wijst erop dat restwarmte ter beschikking gesteld kan worden, maar dat het niet verplicht kan gesteld kan worden aangezien het niet kan worden gegarandeerd. Beantwoording De gemeente Amsterdam onderzoekt meerdere mogelijkheden voor duurzame verwarming van woningen, kantoren en voorzieningen. Gebruik van restwarmte van datacenters is daar één van, maar zo is er ook het gemeentelijk warmtenet. Meerdere opties worden opengehouden. Op basis van beleidsregels kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit om vestiging of uitbreiding van een datacenter mogelijk te maken als dat past binnen de voorwaarden van het beleid. Daarbij wordt aan de instructieregels van Rijk en provincie getoetst en moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Binnen die beoordeling zal duurzaamheid worden meegenomen en gewogen. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van de toelichting op het bestemmingsplan geleid.

2.3.5 Schaarse rechten Het beperken van het aansluitvermogen creëert een schaars recht en dat heeft consequenties voor de verdeling van het aansluitvermogen (transparantie). Beantwoording Als uitvloeisel van de Dienstenrichtlijn en het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel is in de rechtspraak het leerstuk van de verdeling van schaarse rechten tot stand gekomen (ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Speelautomatenhal Vlaardingen). Dit houdt in dat een bestuursorgaan dat via een vergunningenstelsel een beperking in het aantal beschikbare vergunningen introduceert, ook een verdelingsbeleid moet voeren dat verzekert dat aan alle gegadigden gelijke kansen worden geboden. De instrumentkeuzes die daarbij worden gemaakt moeten evenredig zijn in verhouding tot het met de beperkingen in het aantal vergunningen te dienen legitieme doel. Met de planologische regeling introduceert de gemeente Amsterdam een verbod voor de vestiging van datacenters indien het datacenter een ruimtegebruik van meer dan 2000 m2 én een elektrisch aansluitvermogen van meer dan 5 MVA heeft. Alleen bestaande datacenters zijn toegestaan, alsmede nieuwe datacenters die voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een aanvraag hebben ingediend voor een vooroverleg voor een omgevingsvergunning of een erfpachtaanbieding.

Uit de zienswijzen volgt dat de indieners van oordeel zijn dat met het beperken van de datacenters binnen Amsterdam, er een schaarse ontstaat, die niet evenredig en onder gelijke kansen aan de datacenters worden toebedeeld. In de Conclusie van de ABRvS van 6 juni 2018 in de zaak Windpark Zeewolde (ECLI:NL:RVS:2018:1847) een belangrijke uiteenzetting gegeven over het leerstuk van schaarse rechten en planologie (zie ook ECLI:NL:RVS:2018:4198).

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

22

De Nederlandse ruimtelijke ordening gaat thans nog uit van het systeem van toelatingsplanologie, waarbij de overheid bepaalt wat de bestemming van gronden is en initiatieven uit de markt worden getoetst aan die bestemmingen. De centrale norm voor de planologische afweging die de overheid maakt bij het vaststellen of nemen van besluiten (algemeen en concreet) is de ‘goede ruimtelijke ordening’. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling kunnen mededingingsaspecten of concurrentieverhoudingen bij de toepassing van die norm geen rol spelen. Volgens die rechtspraak - die is vermeld in de conclusie Speelautomatenhal Vlaardingen (zie noot 139) - wordt bijvoorbeeld een maximumstelsel voor werkplekken voor raamprostitutie of voor horeca-inrichtingen alleen beoordeeld in het licht van ruimtelijke motieven en niet van eventuele concurrentiegevolgen. (…) Dat planologische besluiten territoriale of kwantitatieve schaarste kunnen creëren, betekent niet dat omgevingsvergunningen waarmee deze schaarste wordt vergund, als regel kunnen worden aangemerkt als besluiten die schaarse rechten toedelen. Uit deze uitspraak maken wij op dat een bestemmingsplan in beginsel geen schaarse rechten toedelen of - in dit geval - wegnemen. Het bestemmingsplan Datacenters Amsterdam bevat een verbod op vestiging van datacenters, indien de uitbreiding of vestiging meer dan 2000 m2 en 5 MVA betreft.

Dit verbod kan zorgen voor schaarste, doordat enkel bestaande grote datacenters toegestaan zijn en er als gevolg van het bestemmingsplan alleen marktruimte is voor kleinere datacenters (<2.000 m2 en 5 MVA). Dit verbod dient een ruimtelijk belang, namelijk het voorkomen dat schaarse grond in Amsterdam bebouwd moeten worden met onderstations en het beschikbaar houden van bedrijventerreinen voor meer functies dan alleen datacenters. Daarmee is het geoorloofd volgens het leerstuk van schaarse rechten. Er is geen afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het college omgevingsvergunning kan verlenen om een nieuw datacenter toe te staan. Daarom hoeft er op basis van de juridische regeling in dit bestemmingsplan niet tevens te worden voorzien in een transparant en evenredig verdeelbeleid voor schaarse rechten. Conclusie Het bestemmingsplan is niet in strijd met het leerstuk van schaarse rechten.

2.3.6 Eigen onderstation Er is geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat datacenters zelf een onderstation/ transformatorstation realiseren. In dat geval is er geen rechtvaardiging voor de beperking. Bentwoording De gemeente Amsterdam maakt de afweging om voorlopig geen vestiging of uitbreiding van datacenters meer toe te staan waarmee een ruimtereservering door de datacenters kan worden ingezet voor andere stedelijke doelen. Voor wat betreft de realisatie van eigen onderstations, deelt de gemeente de opvatting van Equinix niet dat daardoor er geen rechtvaardiging meer bestaat voor de beperking in de groei van datacenters. De dedicated onderstations van de datacenters maken ook gebruik van het hoogspanningsnet van TenneT, welke reeds overbelast is en waardoor minder energie beschikbaar is voor het bestaande midden- en laagspanningsnet. Daarnaast zorgt de toename in vermogensvraag niet alleen tot een ruimtelijk ongewenst effect. Op basis van een impactstudie blijkt dat er een aanzienlijk ruimtegebruik kan worden behaald door verdere groei te voorkomen. Ook de toename in oppervlakten van gebouwen voor datacenters zorgt voor een eenzijdige

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

23

invulling van bedrijventerreinen. Door datacenters te beperken blijft het onder druk staande areaal bedrijventerreinen ook voor andere sectoren in het bedrijfsleven beschikbaar. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een gewijzigd plan.

2.3.7 Verkeerde verwijzing In artikel 1.1 van de regels wordt abusievelijk verwezen naar het paraplubestemmingsplan Darkstores. Beantwoording Terechte opmerking. Conclusie Op basis van de zienswijze zijn de regels van het bestemmingsplan aangepast.

2.3.8 Gebruiksverbod Het verbod op het realiseren van een nieuw of een uitbreiding van een bestaand datacenter geldt ook voor datacenters die in het huidige bestemmingsplan passen. Hoe verhoudt zich dat tot de mededeling dat het college tegemoetkomt aan initiatiefnemers die rechtszekerheid mogen ontlenen aan vastgesteld beleid? Datacenters hebben veelal investeringen gedaan op basis van het vertrouwen op deze rechtszekerheid. Onduidelijk is of de voorwaarden (artikel 2.2) met betrekking tot oppervlakte en aansluitvermogen cumulatief zijn. Beantwoording In tegenstelling tot wat Equinix betoogt, raakt het bestemmingsplan bestaande datacenters niet in hun bestaande bedrijfsvoering. Slechts bij uitbreiding, waardoor het datacenter een bruto oppervlak van meer dan 2.000 m2 én een aansluitvermogen van meer dan 5 MVA krijgt, zal het datacenter te maken krijgen met de verbodsbepaling in het bestemmingsplan. Door innovatie en verduurzaming kunnen datacenters zelf erop sturen dat zij binnen de bestaande bebouwings- en gebruiksmogelijkheden hun processen kunnen verbeteren of uitbreiden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

24

2.3.9 Lopende initiatieven Wat moet worden verstaan onder ‘lopende initiatieven’, ‘gestart’ en waar komt de peildatum van 1 juli 2023 vandaan? Wat wordt verstaan onder ‘bekend zijn’? Equinix gaat ervan uit dat dit ook initiatieven zijn die niet zijn genoemd in het vestigingsbeleid, maar wel bekend zijn bij de gemeente. Verzocht wordt om de beide bekende initiatieven van Equinix op te nemen in het vestigingsbeleid. Equinix verlangt duidelijkheid over wat wordt bedoeld met ‘gestart zijn’. Beantwoording Aan bestaande initiatieven, waarvoor een aanvraag of vooroverleg is gestart voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan nog worden meegewerkt mits aan de instructieregels van Rijk en provincie wordt voldaan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit is anders dan in het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen. De datum van 1 juli 2023 betrof de aanvangsdatum voor de planologische procedure. Uiteindelijk is ervoor gekozen de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aan te houden, op basis waarvan voor één ieder duidelijk is geworden wat de wijziging in het beleid behelst. Conclusie De zienswijze heeft tot een wijziging van regels en toelichting van het bestemmingsplan geleid.

2.3.10 Onduidelijkheid ‘Amsterdams belang’ Het is onduidelijk wat onder het begrip ‘ aantoonbaar en direct Amsterdams belang’ moet worden verstaan. Verduidelijking van dit begrip is nodig om te kunnen beoordelen hoe met het oog op dit begrip kan worden gehandeld. Beantwoording In het bestemmingsplan en het beleid is het begrip “Amsterdams belang’ niet meer opgenomen. Het bestemmingsplan staat uitbreiding of nieuwvestiging van datacenters (>2000 m2/ 5 MVA) niet toe. Het beleid, op basis waarvan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend, biedt een duidelijk kader waarbij een initiatief in aanmerking kan komen voor een vergunning. Conclusie Op basis van de zienswijze zijn de regels en de toelichting van het bestemmingsplan gewijzigd.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

25

2.3.11 Bestaande gebruiksrechten via omgevingsvergunning Equinix beschikt over omgevingsvergunningen voor afwijkend gebruik van het bestemmingsplan ten behoeve van ontwikkelingen van datacenters op de adressen Laarderhoogtweg 51 en Chocoladeweg 3 (Weesp). Onduidelijk is of deze initiatieven nu onder het gebruiksverbod uit het ontwerpbestemmingsplan vallen of niet. Equinix wil bevestigd hebben dat deze initiatieven als ‘bestaande initiatieven’ worden aangemerkt. Beantwoording Het bestemmingsplan raakt initiatieven waarvoor al omgevingsvergunning is verleend niet. Het bestemmingsplan heeft alleen gevolgen voor nieuwe aanvragen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

2.3.12 Mogelijkheid salderen Gevraagd wordt om expliciet te maken dat er gesaldeerd mag worden. M.a.w. dat vrijkomende ‘gebruiksruimte’, zoals bij sloop van een bestaand datacenter, ingezet kan worden voor datacenters. Beantwoording Dat kan niet op voorhand worden toegezegd. Op grond van het vestigingsbeleid wordt afgewogen of een omgevingsvergunning kan worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan een aanvraag voor een datacenter dat op grond van het bestemmingsplan verboden is worden beoordeeld. Daarbij wordt getoetst aan de doelstellingen van het beleid, de instructieregels van Rijk en provincie en de ETFAL-voorwaarden. Inzet van ontstane “gebruiksruimte” moet op dat moment worden afgewogen. Conclusie Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan.

2.3.13 Dienstenrichtlijn Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met de Dienstenrichtlijn. Beantwoording In de toelichting van het bestemmingsplan is ingegaan op de Dienstenrichtlijn. Uit de toelichting volgt dat het plan daarmee niet in strijd is. Zie verder ook reactie op zienswijze Global Switch in paragraaf 2.2.3. Conclusie Op basis van de zienswijze is de toelichting op het bestemmingsplan gewijzigd.

Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam

26

2.4 Switch 3 2.4.1 Strijd met beginselen van behoorlijk bestuur Verschillende termen zijn niet gedefinieerd. Verwezen wordt naar de herziening van het vestigingsbeleid zonder dat het integrale vestigingsbeleid is te raadplegen. Het is onduidelijk welke delen van het vestigingsbeleid worden herzien of aangevuld. Omdat in de bijlage van de vestigingsvoorwaarden niets staat over de maximale capaciteit, geldt ook de oorspronkelijke tekst waarin de 670 MVA is genoemd. Er zou moeten worden gewerkt met een geconsolideerde versie. Onduidelijk is in hoeverre de belangen van Switch 3 zijn betrokken bij de planvorming. Het beperken van de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven is in strijd met het eigendomsrecht. De herziening van het beleid en het ontwerpbestemmingsplan zijn onzorgvuldig en haastig voorbereid. De regels zijn onsamenhangend en in combinatie met het vestigingsbeleid is het ontwerpbestemmingsplan onuitvoerbaar. Dit is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Vanwege de onuitvoerbaarheid is er ook strijd met de goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Op basis van de ingekomen zienswijzen zijn de regels en toelichting van het bestemmingsplan aangepast. Ook is een geconsolideerde versie van het beleid geschreven.

Hiermee is tegemoetgekomen aan diverse punten die door de indieners zijn aangegeven en is sprake van een uitvoerbaar plan. Voor zover Switch betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) moet worden gewezen op vaste jurisprudentie van de ABRvS. Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM brengt met zich dat iedere maatregel die het ongestoorde genot van eigendom aantast, vergezeld moet gaan van procedurele garanties die de betrokkene een redelijke mogelijkheid bieden tot effectieve betwisting van de rechtmatigheid van die maatregel (zie: Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Capital Bank AD tegen Bulgarije, arrest van 24 november 2005, ECLI:NL:XX:2005:AV4244). Dit houdt in dat betrokkene op effectieve wijze moet kunnen betwisten dat de betreffende maatregel voldoet aan de vereisten die de nationale wet daarvoor stelt. Een maatregel die niet aan deze primaire eis voldoet, kan niet worden aangemerkt als “lawful” in de zin van de rechtspraak van het EVRM, en komt alleen al daardoor in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1943, en de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4326, r.o. 8.5).

Van een belemmering om te betwisten dat aan de wettelijke vereisten voor het vaststellen van een bestemmingsplan is voldaan, is geen sprake. De bestemmingsplanprocedure is verlopen volgens de regels die daarover zijn gesteld in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) en de Algemene wet bestuursrecht. De procedure voor de vaststelling door de gemeenteraad van een bestemmingsplan vangt ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wro in samenhang bezien met artikel 3:11 van de Awb aan met het voor een ieder ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp. Dat is in dit geval

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659599/1