5. Bijlagen bij de Toelichting.pdf
Tekst van het document
Zone G: Rietlanden Archeologische verwachting: geen Betreft aangeslibd land buiten de zeedijk. De materiele resten kunnen bestaan uit losse vondsten en afval. Daarnaast kunnen sporen voorkomen die verband houden met de verkaveling en afvalstort uit de laatste kwart van de 19de eeuw. De kans op verstoring van deze resten is groot aangezien het terrein aanzienlijk is opgehoogd en intensief is geexploiteerd in de 20ste eeuw. Er worden daarom geen archeologische resten meer verwacht. Zone H: Zomerdijk Archeologische verwachting: geen Betreft het trace van de zomerdijk. De materiele neerslag kan bestaan uit aanplempingslagen ten behoeve van de dijkaanleg, sporen van de dijkstructuur en beschoeiingen. Dergelijke overblijfselen hebben een wijde verspreiding. Na verlies van zijn functie rond 1700 is de dijk verdwenen: er zijn geen resten van het dijktrace meer to verwachten. Zone I: 't Zieke Water Archeologische verwachting: geen Betreft het voormalige IJ, buiten de zomerdijk, rond 1700 omdijkt en drooggevallen als baggerbergplaats. Het gebied is vergraven bij de aanleg van de Entrepothaven. Er worden daarom geen archeologische resten meer verwacht.
[M]
Zone J: Entrepothaven Archeologische verwachting: geen Betreft de eind 19de eeuw gegraven en begin 20ste eeuw uitgebreide en tot 10 m verdiepte haven. Door de graafwerkzaamheden zijn geen archeologische sporen meer aanwezig.
23
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten Archeologie &
X Gemeente Amsterdam
.41
Bureau Monumenten & Archeologie
X
Project: Cruqul us Arctieol ogisc he Vorwachting
X
1=1 Topografie Plangebied A Houtzaagrnolens Rietlanden
G Rietlanden
•
1110 If tlifff fli if•ti • r ' 01. 010 .:;10 74XVI Ife 41.1;1 1174144;
1 H Zornerdijk
C Nieuwe Vaart
I -1 21eke Water
D
J Entrepothaven
0
125
250
.
,, • ... ''''
E Lozingskanaal Ti
ti
ER-T stikv "
F Buitendijks land
11111 B Stadsvuifwatermolens
6.0
Vq.1
f
t--
h
500 Meters
ti~rVI il erg 1111I el I :St
,
rif
1.1111, Mar / SM.. MilatiniL111 OW
1 II
OM=
:ILL "
iilaw' '''
1111111.1111111111111 Cal WEL
•
11 .
—
fill' B42. sm.
/oak.' rtli
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
5 Archeologische beleidskaart
De archeologische beleidskaart van het plangebied Cruquius is bedoeld als een ruimtelijk schema van de maatregelen die nodig zijn voor de zorg voor het archeologische erfgoed binnen bepaalde zones of locaties in het plangebied. De verwachtingen worden gekoppeld aan de huidige toestand van het terrein en mogelijk opgetreden bodemverstoringen. De clustering van de verwachtingszones resulteert in een beleidskaart met daarop vijf zones met bijbehorende specifieke beleidsmaatregelen (appendix: beleidsvarianten) Archeologische Beleidszones op basis van de archeologische verwachtinqszones Begrenzing plangebied
Beleidsvariant 5: (verwachtingszones A deels en B) Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 en minder diep dan 3,5 m. Beleidsvariant 9: (verwachtingszone C) Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij ingrepen in de waterbodem kleiner dan 10.000 m2 . Beleidsvariant 11: (verwachtingszones A deels, D, E, F, G, H, I, J) Voor dit deel van het plangebied geldt een negatieve verwachting vanwege de hoge mate van verstoring. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij alle bodemingrepen. Voor het gehele plangebied geldt dat ook in geval geen archeologisch veldonderzoek vereist is en er toch archeologische overblijfselen ouder dan 50 jaar bij bouwwerkzaamheden aangetroffen worden, deze bij de gemeente aangemeld worden, zodat in gezamenlijk overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
26
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
X Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie X Project CTuquius X Archeologlsch beleld Topografie Plangebied r
bebsidsvarlant 5 iI 1
bakeidsvariant 9
4-
!:•-1 betedsvariant 11 125
250
41, .1..1es. or,
g 44e I.11
500 Meters
5;;;::i...
ik k IN (1' (,:' V I 141'
41111.14 OM 01
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Conclusie
Het voorliggende bureauonderzoek naar archeologische waarden is uitgevoerd voor het plangebied Cruquius. De mogelijkheid dat in de grond aanwezige archeologische waarden worden verstoord is afhankelijk van de grootte en de diepte van het to verstoren oppervlak bij toekomstige bouwingrepen. Aan de hand van de archeologische verwachtingen (p. 22-24) is een beleidskaart (p. 26-27) opgesteld waarin drie beleidszones worden onderscheiden. Voor de eerste beleidszone (verwachtingszones A deels, B) geldt een uitzondering van archeologisch veldonderzoek bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan 3,5 m onder maaiveld Voor de tweede beleidszone (verwachtingszone C) geldt een uitzondering van archeologisch veldonderzoek bij ingrepen in de waterbodem kleiner dan 10.000 m2. Voor de derde beleidszone (verwachtingszones A deels en D, E, F, G, H, I, J) geldt een uitzondering van archeologisch veldonderzoek bij elke bodemingreep. Voor de uitvoering van elk archeologisch veldwerk, zoals een Archeologische Begeleiding (AB), een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) of een Archeologische Opgraving (AO), is een archeologisch Programma van Eisen (PvE) vereist. Hierin zijn de kwalitatieve randvoorwaarden en onderzoeksvragen voor het werk vastgelegd. Het vormt de basis voor verdere planning en kostenraming. Het PvE is onderdeel van de bouwprocedure.
Het laten opstellen ervan behoort tot de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van het bouwplan. Voor het gehele plangebied geldt de wettelijke meldingsplicht. Dit houdt in dat ook in geval geen archeologisch vervolgonderzoek is vereist en toch bodemvondsten ouder dan 50 jaar worden aangetroffen dit aan Bureau Monumenten en Archeologie gemeld wordt zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
28
BO 11-055
Gemeente Amsterdam
November 2011
Bureau Monumenten & Archeologie
Bronnen
Digitale bronnen Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS): http://www.archis.nl/archisii/html/index.html Atlas van Amsterdam: http://intranetatlas.amsterdam.n1 Theo Bakker's Domein: www.theobakker.net Cultuur Historische Waardenkaart provincie Noord-Holland: http://chw.noord-holland.n1 Stadsarchief Amsterdam (SAA): http://beeldbank.amsterdam.n1/ www.00stelijkhavengebied.n1 www.portofrotterdam.com Literatuur Bakker, T., Raadselachtige waterwerken in de hopeloze strijd tegen het stinkende water', Theo Bakker's Domein, zie Digitale Bronnen BMA, Ruimte voor Geschiedenis. Beleidsnota Monumenten en Archeologie Amsterdam 2005-2010, Amsterdam 2005 Eck, J. van, De Amsterdamse Schans & de Buitensingel, Amsterdam 1948 Franssen, B. e.a., Ontdek het Oostelijk Havengebied, Amsterdam 2009 Gawronski, J., W. Waldus en S. Van de Brenk: 'Amsterdam: Buiten IJ', in: Archeologische Kroniek van Noord-Holland 2009, Haarlem 2010, 9-12 Gilijamse, R. (red), De haven van Amsterdam. Zeven eeuwen ontwikkeling, Bussum 2009 Heijdra, T., Kadraaiers & Zeekastelen. Geschiedenis van het oostelijk havengebied, Amsterdam 1993 Heijdra, T., Zeeburg.
Geschiedenis van de lndische Buurt en het Oostelijk Havengebied, Alkmaar 2000 Hoek Ostende, J.H., `De houtzaagmolens buiten de Muiderpoort in de Stadsrietlanden', Amstelodamum, Jaarboek 74, 1982, 91-103 Hoek Ostende, J.H., De molens van Amsterdam in oude ansichten, deel 1, Zaltbommel 1982, 20002 Hoek Ostende, J.H., De molens van Amsterdam in oude ansichten, deel 2, Zaltbommel 1982, 20012 Postma, C., 'Veemarkt-abattoir 75 jaar', Ons Amsterdam 15 (1963), 167-171 Provincie Noord-Holland, Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland. Ontwikkelen met Ruimtelijke Kwaliteit. Haarlem 2010 Schmal, H., 'Het Groot Noordhollandsch Kanaal. Een nieuwe route naar zee', in Heinemeijer, W.F. & Wagenaar, M.F. Amsterdam in kaarten. Verandering van de stad in vier eeuwen cartografie. Ede/Antwerpen 1987, 120-123 Wagenaar, M.F., 'Nieuwe scheepvaartverbindingen. Holland op zijn smalst en Holland op zijnlangst', in Heinemeijer, W.F. & Wagenaar, M.F. Amsterdam in kaarten. Verandering van de stad in vier eeuwen cartografie. Ede/Antwerpen 1987, 160-163 Waldus, W.B., A.F.L. van Holk en S. van den Brenk, Inventariserend veldonderzoek onderwater: inspectie en waarderend onderzoek van een 16de eeuws waterschip (ADC Rapport 1025) Amersfoort 2007
29
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Appendix I: beleidsvarianten, stroomschema
Het archeologisch beleid wordt als maatwerk voor een bepaald plangebied in Amsterdam vastgesteld aan de hand van elf varianten, die een afweging bieden op basis van de aard van de verwachting in combinatie met de specifieke (oppervlakte/diepte) bodemingreep. - 1: Gebieden met bekende archeologische waarden. Aangezien hier met zekerheid archeologische overblijfselen aanwezig zijn, is bij elke bodemingreep ongeachte het oppervlak of de diepte archeologisch onderzoek noodzakelijk. - 2: Bebouwde gebieden met een hoge archeologische verwachting binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 50 m2 of minder dan 0,5 m onder maaiveld. - 3: Gebieden met een hoge archeologische verwachting langs nog aanwezige historisch infrastructurele assen / in een historische woonkern buiten het historische centrum van Amsterdam. Deze gebieden zijn onbebouwd of de bebouwing dateert van voor de 19de eeuw. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 100 m2 of minder dan 0,5 m onder maaiveld. - 4: Bebouwde gebieden met een hoge archeologische verwachting langs nog in het landschap zichtbare historisch infrastructurele assen / in historische woonkern buiten het historische centrum van Amsterdam.
De bebouwing dateert uit het einde van de 19de eeuw. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 100 m2 of ondieper dan de 19de en 20ste eeuwse ophogingen. - 5: Bebouwde gebieden met een hoge archeologische verwachting langs voormalige (overbouwde of opgehoogde) historisch infrastructurele assen / in een historische woonkern buiten het historische centrum van Amsterdam. De bebouwing of ophoging dateert uit de 20ste eeuw. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 500 m2 of ondieper dan de 20ste eeuwse ophogingen. - 6: Onbebouwde gebieden met een lage archeologische verwachting in de landelijke periferie van Amsterdam. Hier liggen archeologische vondsten dicht aan het oppervlak, zodat relevante archeologische lagen kunnen zijn opgenomen in de bouwvoor. De bouwvoor heeft gemiddeld een diepte van 0,3 — 0,5 m waaronder een eerste sporenvlak zichtbaar wordt. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 ofminder dan 0,5 m onder maaiveld. - 7: Bebouwde gebieden met een lage archeologische verwachting binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). De bebouwing dateert uit het einde van de 19de en de 20ste eeuw.
Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 of ondieper dan de 19de en 20ste eeuwse ophogingen. - 8: Terreinen met een hoge archeologische verwachting die als vaarweg in gebruik zijn binnen het historische centrum van Amsterdam (tot en met de Vierde Uitleg: binnen de Singelgracht). Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij ingrepen in de waterbodem kleiner dan 500 2 m. - 9: Gebieden met een lage archeologische verwachting die als vaarweg in gebruik zijn binnen en buiten het historische centrum van Amsterdam. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt
30
BO 11-055
Gemeente Amsterdam
November 2011
Bureau Monumenten & Archeologie
bij ingrepen in de waterbodem binnen het historisch centrum kleiner dan 2.500 m2 en buiten het historisch centrum kleiner dan 10.000 m2. - 10: Gebieden met een lage archeologische verwachting die onder water liggen, of die onder water gelegen hebben en ingepolderd zijn of opgespoten zijn. Uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij ingrepen kleiner dan 10.000 m2 of in de oorspronkelijke waterbodem of in het oorspronkelijke maaiveld. - 11: Gebieden zonder archeologische overblijfselen omdat hier al archeologisch onderzoek of grootschalig grondverzet heeft plaatsgevonden voor bijv. zware funderingen, kelders, tunnels e.d. en gebieden in de voormalige landelijke periferie van Amsterdam buiten de Singelgracht met een lage archeologische verwachting die bovendien opgehoogd, onderheid en bebouwd zijn aan het einde van de 19de en in de 20ste eeuw. Hier geldt een vrijstelling van archeologisch onderzoek. Gebieden waar al archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden zijn wel indirect van belang voor archeologische planning omdat ze aanwijzingen geven voor de eventuele aanwezigheid van archeologische resten in omliggende gebieden. Voor de beleidsvarianten, 4, 5 en 7 tot en met 10 geldt dat het dieptecriterium op de uiteindelijke beleidskaart nader wordt gespecificeerd.
13esternmingspkn
Weardenkaarii 10E1S (Stadscleel of 0h1.41 (lbv ducoonalyso)
Gem vervolponderzook
Wel vervoymSyzoek
Buoaucnclorznek 181.1.41
Picgramma van Eisan (WA',
AB
Afaulting archecimpech Thad
AiL)
Rappnrt
kappen
t Pu6li3k (BMA)
Cailactle tlepat faMAI
Stroomschema archeologie BMA
31
BO 11-055 November 2011
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Appendix II: vindplaatsen
Topocode
Locatie
Jaar onderzoek
ZEE IJB1
Zeeburgerdijk Vaargeul Amsterdam-Lemmer
2002 2007-2010
Colofon Archeologisch Bureauonderzoek 11-055 Voor akkoord controle proces en waardestelling:
Hoofd afdeling Archeologie BMA Prof. dr. J.H.G. Gawronski Datum: Status: Redactie: Tekst: Cartografie:
23-11-2011 definitief prof. dr. J. Gawronski dr. J. Euwe, drs. L. de Leeuw drs. L. de Leeuw, dr. J. Euwe
ca *ibehee BBL SIKB 4000 PROTOCOL 4002
© Bureau Monumenten & Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2011 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BMA. BMA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
32
blz. 62
bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)
blz. 63
Bijlage 4
Cultuurhistorie
Gemeente Amsterdam
C 12-046 December 2012
x x x
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Cultuurhistorische verkenning Cruquiusweg e.o. C 12-046 Amsterdam 2012
C 12-046 December 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Inhoud Inleiding
3
1
Beleidskader
4
2
Historisch stedenbouwkundige analyse
5
3
Cultuurhistorisch betekenisvolle elementen, structuren en bebouwing
7
4
Conclusie
11
Colofon
12
2
C 12-046
Gemeente Amsterdam
December 2012
Bureau Monumenten & Archeologie
Inleiding
Stadsdeel Oost heeft Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) verzocht te adviseren over de bovengrondse cultuurhistorische waarden die bij het opstellen van het bestemmingsplan voor het plangebied Cruquiusweg e.o. van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een beknopte uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht. Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied. Afbeelding: begrenzing bestemmingsplan `Cruquiusweg e.o.'
3
C 12-046 December 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
1 Beleidskader
Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen "van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden". In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening ook aan bod in de Beleidsnota Ruimte voor Geschiedenis' (vastgesteld 13 april 2005) en 'Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam' (vastgesteld 14 november 2011). De Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010).
De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken en is daardoor minder geschikt voor het in kaart brengen van de lokale waarden.
4
C 12-046
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
December 2012
2 Historisch stedenbouwkundige analyse Op de plankaart van J.G. van Niftrik uit 1867 (Kaarten van Amsterdam, p 31) zijn de stadsrietlanden nog een natuurgebied. In 1875, op de kaart van J. Kalff (Kaarten van Amsterdam, p 50-51), tekenen de eerste ontwikkelingen van het Oostelijk Havengebied zich af. De Handelskade en het Spoorwegbassin zijn aangegeven, met de bijbehorende spoorinfrastructuur. Ook zijn aan de Nieuwe Vaart terreinen gereserveerd voor een veemarkt annex abattoir. In 1895 nam de gemeenteraad het besluit om een nieuw entrepot to bouwen, waarvoor de Entrepothaven werd gegraven. Het plangebied dat nu als `Cruquius' wordt aangeduid, had daarmee zijn definitieve vorm gekregen: een landtong tussen de Entrepothaven en de Nieuwe Vaart met aan de noordzijde de reeks pakhuizen van het entrepot en ten zuiden daarvan het abattoir en de veemarkt. Het deel ten oosten van de tegenwoordige Van Lohuizenlaan zou later bebouwd warden als een karakteristiek rommelig bedrijventerrein. Het Zeeburgerpad verscheen ook al vroeg op de kaart, in 1878, toen in verband met de afsluiting van het IJ parallel aan de Nieuwe Vaart het Lozingskanaal werd geprojecteerd. Ook hier staan bedrijfsgebouwen.
alkirird
maltomtatmo -400
LOOZI1G9i "alp romp,
KANAAL
s,
PW 1:10.000 1922 In het laatste kwart van de twintigste eeuw kwam een einde aan de scheepvaartactiviteiten in het Oostelijk Havengebied, waarna het werd getransformeerd tot een woongebied. Ook de veemarkt en het abattoir verdwenen in 1985, een aantal markante historische gebouwen hiervan zijn behouden gebleven. De stedenbouwkundige structuur van het complex is min of meer gehandhaafd. De pakhuizen van het entrepot werden verbouwd tot woningen. Het bedrijventerrein ten oosten van de Van Lohuizenlaan en het Zeeburgerpad hebben bij deze transformatie hun oorspronkelijke bestemming en karakter behouden. Het noordwestelijk deel van het plangebied is ingrijpend vernieuwd met grootschalige bebouwing, deels wonen, deels kantoren. Zoals blijkt uit het bovenstaande heeft het plangebied een heterogeen stedenbouwkundig karakter. De hoofdstructuur dateert uit het laatste kwart van de negentiende eeuw maar ook de stadsvernieuwing heeft rond 1990 onmiskenbare
5
C 12-046 December 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
sporen nagelaten. Een en ander komt tot uitdrukking in de verschijningsvorm van de stedelijke ruimte die uitgesproken divers is. Gedurende de twintigste eeuw werd het stedenbouwkundig werk gedomineerd door een streven naar strenge orde in de snel opeenvolgende stadsuitbreidingen, zowel esthetisch als functioneel. Mede door de stadsvernieuwing aan het eind van deze eeuw kwam daar langzaam verandering in. Het plangebied is een karakteristiek voorbeeld van veranderende inzichten in de stedenbouw na de periode van het functionalisme waarin het Algemeen Uitbreidingsplan als de hoogste wijsheid werd beschouwd.
6
C 12-046
Gemeente Amsterdam
December 2012
Bureau Monumenten & Archeologie
3 Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing 3.1 Betekenisvolle structuren en elementen
Nieuwe Entrepotsluis Linksboven: spoorbrug 445, rechtsboven: sluisdeuren zuidzijde, rechts- en Iinksonder: brug 352 De Nieuwe Entrepotsluis uit 1899 is een schutsluis tussen de Entrepothaven en de Nieuwe Vaart. Met spoorbrug 445, nu een voetgangersbrug, en brug 352 met haar vier lantaarns waarop het jaartal 1899 prijkt, vormt de sluis een ensemble dat cultuurhistorische waarde heeft. Overigens ontbreekt een van de lantaarns.
7
C 12-046 December 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Zeeburgersluis Links: gezien in oostelijke richting en rechts: voormalige voorboezem rechts de Zeeburgersluis Het waterstaatkundige complex in de zuidoosthoek van het plangebied herinnert aan de oorspronkelijke functie van het Lozingskanaal. Het Zeeburgerpad vormt een bijzonder waterstaatkundig en stedenbouwkundig gegeven als dijklichaam dat oorspronkelijk de waterscheiding vormde tussen de Nieuwe Vaart en het Lozingskanaal waardoor water uit de voormalige Zuiderzee werd ingelaten, via een gemaal, een voorboezem en een syphonsluis onder het Merwedekanaal door. Met dit water werden de grachten schoon gespoeld. Het gemaal, Zeeburgerdijk 801, is een gemeentelijk monument. De Nieuwe Vaart werd rond 1650 gegraven, met het oogmerk aanslibbing in de haven door middel van doorstroming tegen to gaan. 3.2 Monumenten Er zijn een aantal gemeentelijke monumenten in het gebied: Het complex: Veemarkt 44A, 78-80, 90, 83-95, 160-164, 168-174, Veelaan 17-18, Cruquiusweg 46-48, 102 Het gemaal aan de Zeeburgerdijk 801 Veelaan 22-26, 34-39, 40-45 en 49-52 Voor Cruquiusweg 3 en 9 loopt momenteel een plaatsingsprocedure.
8
C 12-046
Gemeente Amsterdam
December 2012
Bureau Monumenten & Archeologie
3.3 Betekenisvolle bebouwing
Gemeentelijke Entrepotgebouwen De resterende pakhuizen van het entrepot, Zeeburgerkade 30-826, hebben geen status maar zijn wel in hoge mate beeldbepalend. Zij dateren uit de jaren 1898-1902. Het bijbehorende Pakhuis Koning Willem I, Cruquiusweg 31-33, is verbouwd om het Internationaal lnstituut voor Sociale Geschiedenis to huisvesten, waarbij het oorspronkelijke gebouw in de structuur behouden is gebleven. Ook Zeeburgerkade 830, nu The Harbour Club, was onderdeel van het Entrepot, de houtconstructie van dit gebouw is bewaard gebleven. De befaamde provo/kunstenaar Robert Jasper Grootveld gebruikte het als atelier. Oliefabrieken Insulinde Het terrein Cruquiusweg 89-97 is sinds 1919 in gebruik voor de opslag van plantaardige olien. Eerst voor de N.V. Oliefabrieken lnsulinde, vanaf 1926 onder de naam AMATEX (Amsterdamse Maatschappij tot Exploitatie van opslagterrein). Het hart van het complex lag rond het in 1919 gebouwde Ketelhuis met Pompengebouw en kantoor annex woning. Deze drie gebouwen staan er nog steeds, zij het ernstig aangetast. Complex Vettewinkel en Zonen Aan de Cruquiusweg 102-104 was vanaf 1934 vernis en verffabriek Vettewinkel en Zonen gevestigd die de locatie in gebruik had als lakfabriek en magazijn. De eerste gebouwen worden door G.J. Langhout ontworpen, evenals diverse uitbreidingen in 1946. Het vierkante, open gebouw uit 1958 van G.J. en A.J.
Langhout is gemeentelijk monument (Cruquiusweg 102). Fabrieksgebouw firma Orenstein en Koppel Op het achterterrein van Cruquiusweg 142 staat een langshal die in 1939 gebouwd is in opdracht van de firma Orenstein en Koppel. De hal is relatief goed bewaard gebleven en is daardoor een voorbeeld van vooroorlogse fabrieksbebouwing. Enkele van de omliggende hallen zijn in de kern eveneens vooroorlogs, maar aan de buitenzijde voorzien van moderne gevelbekleding. De verschillende onderdelen van het complex zijn goed bewaard gebleven, wat het geheel een hoge ensemblewaarde geeft. Bovendien vertegenwoordigen de afzonderlijke gebouwen ook een hoge architectonische waarde. Kantoorgebouw met woonhuis Cruquiusweg 152-154 is in 1908 gebouwd als 'kantoorgebouw met woonhuis voor de werkmeester' voor de Metaalwarenfabriek Neerlandia naar ontwerp van de Amsterdamse architect W. Langhout. Architectonisch van belang als een vroeg twintigste-eeuws representatief kantoorgebouw. Illustreert als beeldbepalend pand de industriele geschiedenis van de Cruquiusweg.
9
C 12-046
Gemeente Amsterdam
December 2012
Bureau Monumenten & Archeologie
Overige bebouwing stadsvernieuwing Aangezien bebouwing in het kader van stadsvernieuwing hoofdzakelijk van relatief recente datum is, zijn er nog geen inventarisaties gemaakt van potentieel monumentwaardige gebouwen/structuren. Dat impliceert niet dat hier geen waardevolle gebouwen of structuren kunnen bestaan.
10
C 12-046
Gemeente Amsterdam
December 2012
Bureau Monumenten & Archeologie
3 Conclusie Het plangebied vormt een boeiend stedenbouwkundig en architectonisch ensemble, waarin de negentiende-eeuwse ontwikkeling van de haven en de stadsvernieuwing tot een verrassende synthese zijn gekomen. De resterende structuren en gebouwen van de veemarkt en het abattoir getuigen van een omwenteling in de voedselvoorziening van de destijds spectaculair groeiende Europese steden. De rommelige bedrijvigheid in het oostelijk deel van het plangebied en langs het Zeeburgerpad vormt een karakteristiek gegeven. Andere Oostelijke Haveneilanden zijn getransformeerd tot vrijwel monofunctionele woongebieden met in wezen eenvormige architectuur. Een aantal stedenbouwkundige elementen herinneren aan de gecompliceerde waterhuishouding van de historische stad en het probleem van de fecalien. Het gaat hierbij om de Nieuwe Entrepotsluis met beide bruggen, het Zeeburgerpad als voormalige waterscheiding tussen de Nieuwe Vaart en het Lozingskanaal, en het waterstaatkundige complex bij het gemaal Zeeburgerdijk 801.
11
C 12-046 December 2012
Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie
Colofon Datum: 17-12-2012 Status: Definitief Redactie: Jeroen Schilt Tekst: Vincent van Rossem
© Bureau Monumenten & Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2012 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BMA. BMA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
12