5. Bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Tekst van het document
om de stad hemelwaterbestendig te maken en schade te voorkomen. Er moet bij de inrichting van de buitenruimte (privaat en publiek) rekening worden gehouden met het tijdelijk opvangen van extreme buien. Hier wordt met het programma Rainproof op ingespeeld. In de Structuurvisie Amsterdam (2011) staat beschreven hoe met extreem weer om moet worden gegaan. De stad moet robuust worden gemaakt tegen extremer weer en moet klimaatbestendig worden gebouwd. Het college van B&W heeft in 2014 de intentieverklaring 'Ruimtelijke adaptatie' ondertekend. Ook is klimaatadaptatie en het Programma Rainproof één van de thema's die in de Agenda Duurzaam Amsterdam is opgenomen. Door de realisatie van extra groen en groene daken kan het hemelwater tijdelijk opgevangen worden. Verder zal en gescheiden rioleringsstelsel aangelegd worden. Voor nadere informatie over water wordt verwezen naar de waterparagraaf. 5.6.3
Conclusie
Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de duurzaamheidsambitie van het stadsdeel. Onder andere door groene daken en zonnecollectoren en het ontlasten van de waterzuiveringsinstallaties.
68
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.
Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
6.2
De bestemmingen
6.2.1
Algemeen
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. In dit hoofdstuk wordt elk artikel van de planregels kort toegelicht. 6.2.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving
69
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. 6.2.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor het benutten van woonruimten (incl. aan huis verbonden beroepen en bedrijven), creatieve functies, bedrijven, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, verkeers- en verblijfsgebied, groen en ondergrondse parkeervoorzieningen. Voor de creatieve functies en bedrijven die zijn toegestaan, zijn bedrijvenlijsten opgenomen. Op de verbeelding zijn bouwvlakken en de maximale bouwhoogten aangeduid. Aan de zijde van het water zijn boven de bestemming 'Verkeer - 2' overbouwingen toegestaan. Hiervoor is de aanduiding 'gemengd' opgenomen. In de specifieke gebruiksregels is opgenomen wat het maximale, dan wel minimale programma is in vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) dat mag/moet worden gerealiseerd. Hierbij is een verdeling gemaakt naar de verschillende toegestane functies. Voor woonruimten geldt een maximum bvo van 10.850 m². Voor het totale plangebied is voor creatieve functies, bedrijven, dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen een minimum bvo opgenomen van 794 m². Voor ondergeschikte kantoren is geregeld dat deze maximaal 40% van het netto vloeroppervlak van de bedrijfsvestigingen mogen bedragen. Ondergeschikte detailhandel mag maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de bedrijfsvestiging bedragen, tot een maximum van 50 m².
Ondergeschikte horeca mag 20% van het netto vloeroppervlak bedragen tot maximaal 20 m². Artikel 4 Verkeer - 1 De in het plangebied aanwezige verkeerswegen zijn bestemd als 'Verkeer - 1'. Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor wegen, straten en pleinen, fiets- en voetpaden, (ongebouwde) parkeervoorzieningen en in- en uitritten. Tevens zijn nutsvoorzieningen, groen, water, laad- en losvoorzieningen, speelvoorzieningen en kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw toegestaan. In de spelregels is bepaald dat er binnen het plangebied ten noorden van de bebouwing en buiten het plangebied ten zuiden van de bebouwing snedes moeten worden gecreëerd. Deze snedes zorgen voor zicht op het water vanaf de Cruquiusweg. Bij de situering van het noordelijke bouwvlakken is rekening gehouden met een voorgeschreven afstand van 16 meter tot het bestaande gebouw ten noorden van het plangebied. Binnen deze zone (het gehele bestemmingsvlak zijnde) zijn geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Artikel 5 Verkeer - 2 Het in het plangebied aanwezige verblijfsgebied is bestemd als 'Verkeer - 2'. Gelet op lid 1 mogen gronden met deze bestemming gebruikt worden voor pleinen, fiets- en voetpaden. Tevens zijn nutsvoorzieningen, groen, water, speelvoorzieningen en kunstwerken ten behoeve van wegen waterbouw toegestaan. In lid 2 zijn bouwregels opgenomen.
Binnen de bestemming 'Verkeer - 2' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. Voor lichtmasten geldt een maximum hoogte van 12 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' zijn overbouwingen toegestaan vanaf de derde bouwlaag. Artikel 6 Water Deze bestemming is toegekend aan het water grenzend aan de kade. Gelet op lid 1 mogen gronden
70
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout met deze bestemming gebruikt worden voor water, vaarwater, natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen, voorzieningen ten behoeve van de waterafvoer, waterberging, waterhuishouding, extensief recreatief medegebruik, kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw en groen. Binnen de bestemming mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd tot een maximum bouwhoogte van 2 meter. 6.2.4
Algemene regels
Artikel 7 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is aangegeven dat bestemmings- en/of bouwgrenzen van gebouwen mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. In het artikel is aangegeven om welke ondergeschikte bouwdelen het gaat en welke maximale overschrijding is toegestaan. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt geregeld welk gebruik is toegelaten. De inrichtingen die vallen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), zijn uitdrukkelijk uitgesloten van vestiging in het plangebied op grond van de te verwachten overlast van dergelijke bedrijfsuitoefening. Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Binnen de algemene aanduidingsregels zijn de algemene gebiedsaanduidingen opgenomen. De gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' is opgenomen vanwege het gezoneerde industriegebied Cruquius in de omgeving van het plangebied.
Binnen deze zone zijn geluidsgevoelige objecten uitsluitend toegestaan, mits wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - vaarweg' is opgenomen om te voorkomen dat de doorvaart van en zichtlijnen voor de scheepvaart onaanvaardbaar worden belemmerd. Tevens wordt bij een ontwikkeling aan het water beoordeeld of het water vanaf de wal toegankelijkheid is voor hulpdiensten en dat de mogelijkheid aanwezig is tot het uitvoeren van beheer en onderhoud aan het water. Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. In deze regeling zijn algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen zodat enige flexibiliteit ontstaat ten aanzien van de toepassing van de regels. In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd. Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen. Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding aangegeven grenzen.
Artikel 12 Algemene wijzigingsregels Het plan kan gewijzigd worden ten behoeve van: het in geringe mate aanpassen van het plan zoals bestemmingsgrenzen en het enigszins gewijzigd situeren en/of begrenzen van bouwvlakken. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Artikel 14 Slotregel 71
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Deze regel bevat de citeertitel van het plan.
72
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat recht gaat gelden dat niet realistisch blijkt te zijn. Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De gemeenteraad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). De 'grex-wet' is erop gericht dat de overheid kosten kan verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een bouwplan. Indien er geen kosten gemaakt worden, hoeven deze ook niet verhaald te worden.
7.2
Plangebied
Met onderhavig bestemmingsplan is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden is een anterieure overeenkomst gesloten (zoals is bepaald in artikel 6.24 Wro) voordat het bestemmingsplan is vastgesteld, zodat de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan niet geldt. In deze anterieure overeenkomst zijn afspraken over het verhaal van kosten op afdoende wijze vastgelegd. De gemeenteraad besluit bij vaststelling van het bestemmingsplan dat er geen exploitatieplan wordt vastgesteld, omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
73
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
74
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 8 8.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Voortraject
Het Algemeen Bestuur van de bestuurscommissie van Stadsdeel Oost heeft op 17 januari 2017 het initiatiefdocument voor het bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout vastgesteld. Met het vaststellen van het initiatiefdocument zijn de uitgangspunten voor het bestemmingsplan vastgesteld. Het initiatiefdocument heeft niet ter inzage gelegen voor inspraak.
8.2
Inspraak
Er heeft geen inspraak op grond van de inspraakverordening plaatsgevonden op het voorontwerpbestemmingsplan. Artikel 2 van de Inspraakverordening geeft aan dat er geen inspraak verleend wordt op bestemmingsplannen (= voorbereiding van besluiten betreffende waarvan op grond van de Wet ruimtelijke ordening afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard). Het ontwerp bestemmingsplan wordt, conform de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzage legging wordt er een bewonersavond georganiseerd.
8.3
Vooroverleg
Het conceptbestemmingsplan is naar een aantal instanties gestuurd met het verzoek om advies. De provincie Noord-Holland, Waternet, Rijkswaterstaat (RWS) en Gasunie hebben inhoudelijk gereageerd op het plan. De provincie heeft opmerkingen over een aantal provinciale beleidsstukken. Waternet verzoekt de teksten over hemelwater en het Programma Rainproof te actualiseren. RWS is van mening dat de principes uit het Programma Rainproof niet zijn gevolgd, heeft vragen over bouwmogelijkheden binnen de bestemming Water en wijst erop dat bij uitwerking van de bouwplannen geen extra lichthinder voor het scheepvaartverkeer mag ontstaan. Zij verzoekt het lichtplan ter advisering voor te leggen. Naar aanleiding van deze reacties is de toelichting van het bestemmingsplan aangepast. De principes uit het Programma Rainproof worden wel gevolgd. Er wordt wel degelijk gekeken waar en hoe water binnen het plangebied kan worden vastgehouden en geborgen voordat het wordt afgevoerd. Daar waar mogelijk wordt de buitenruimte voorzien van een groene inrichting en worden gebouwen voorzien van een groen dak of groene gevel. De bouwmogelijkheden in de bestemming Water zijn overgenomen uit de nu geldende bestemming voor het Amsterdam-Rijnkanaal; bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming.
Het is bekend dat alle bouwactiviteiten in het water ter plaatse vergunningplichtig zijn in het kader van de Waterwet en RWS hiervoor het bevoegd gezag is. Hiermee is voldoende geborgd dat er geen bouwwerken worden opgericht die kunnen leiden tot aanvaarincidenten. Het lichtplan zal in de uitvoeringsfase worden besproken met RWS. De Gasunie komt tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van hun dichtstbij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. TenneT, Prorail en de Brandweer hebben gereageerd zonder inhoudelijke opmerkingen.
8.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Cruquius Deelgebied 5, Berkhout', de ontwerpomgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de aanmeldingsnotitie m.e.r. hebben vanaf 11 september 2020 gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn binnen deze termijn geen zienswijzen binnengekomen.
75
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
76
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Bijlagen bij de toelichting
77
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Bijlage 1 Spelregelkaart
78
Spelregelkaart Cruquiusweg e.o. 19-01-2012 SPOOR
SSIN
WEGBA
Gewijzigd
HAVEN
BINNEN
HAVEN
BINNEN
NK DAM-RIJ AMSTER ANAAL
Legenda
ENTREPOTHAVEN
Grens plangebied Behoudenswaardige objecten Karakteristieke bebouwing Bestaande bebouwing Nieuwe bebouwing Bouwveld Hoofdsontsluiting Zoekgebied OV keerlus Zoekgebied langzaamverkeersverb. over water Uiterste grens bouwveld Nieuwe kade komt mogelijk 7 m uit bestaande kade Snede
1400
Kavelgrens (Kadastraal) Indicatieve langzaamverkeersverbinding Hoogteaccent tot 60 m. Hoogteaccent tot 45 m.
1400 Max. toe te voegen voetprint
600 WE
NIEUWE VAART
NIEU
Zoekgebied verbinding met zeeburgereiland AM AMSTERD
LOZINGSKANAAL LOZINGSKANAAL
AAL
-RIJNKAN
NGSKANAAL
NIEUWE VAART
NIEUWE VAART
Begrenzing van gebied met losse bebouwing
T VAAR
0
10 20 30 40 50
100 m
Schaal 1:2000 bij afdrukken op A2 formaat, liggend
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Bijlage 2 Spelregels
80
Spelregels Cruquiusweg e.o. 11-11-2011
De spelregels zijn onder voorbehoud van toekomstig stedelijk kader met betrekking tot programmering en locatieontwikkeling. Onderwerp Programma Bouwveld
Legenda
Openbare Ruimte Straten
Langzaam verkeer Zoekgebied langzaamverkeersverbinding over het water Snedes
Zijstraten Parkeren
Zoekgebied OV keerlus Max. bouwhoogte
21 Hoogte accent
Duurzaamheid Te behouden bebouwing
Karakteristieke bebouwing
Motivatie/Uitleg
- Maximaal te bebouwen oppervlak. - De FSI is voor elk kavel gelijk, behalve bij de kavels met hoogteaccenten. - Er dient minimaal om de 60 meter ruimtelijk een parcelering en of een opening in de bebouwing of het gevelvlak gemaakt te worden ten behoeve van licht, lucht en (door)zicht. Deze dient zowel ruimtelijk als esthetisch aanwezig te zijn(architectuur en materiaalgebruik).
- Verdichting van het gebied is wenselijk: De schaarse ruimte moet optimaal benut worden. - FSI =Floor Space Index dit is het aantal lagen wat je mag bouwen uitgaande van 100% bebouwing van het bouwveld. - Om monotone en te massale bebouwing te voorkomen moet minimaal om de 60 meter de bebouwing variëren. Hierdoor ontstaat een stedenbouwkundige korrel die past bij het gebied. - In totaal kan ca. 200.000 m2 BVO toegevoegd worden in het gebied. Dit getal is gerelateerd aan de verkeerscapaciteit van de Th. K. van Lohuizenlaan en gaat nog nader onderzocht worden. De FSI zal zich ongeveer tussen de 2 en 3 bevinden. - Publiekelijk toegangelijke kades zijn (op termijn) wenselijk. - Dit om flexibele ontwikkelingen te stimuleren. - Diversiteit verhoogt de kwaliteit van het woon- werkmilieu. - Het stadsdeel houdt het overzicht bij uitruil van BVO’s m2 of programma voor de begane grond tussen bouwvelden.
- Er wordt geen verplicht programma voorgeschreven. - Het aantal m2 programma kan onderling tussen bouwvelden geruild worden. - Het programma voor de begane grond, waarbij een verdeling van 50% wonen en 50% werken wenselijk is kan uitgeruild worden tussen bouwvelden. - Het aantal m2 bedrijfsruimte mag voor het gehele gebied niet verminderd worden.
Functies
Maximaal toe te voegen footprint
Spelregel
1400
- De hoofdontsluiting wordt gevormd door de Cruquiusweg. Deze vormt de backbone van het gebied en heeft een profiel van minimaal 21 m breed. - Het profiel van de weg wordt ten minste opgebouwd uit een rijbaan van circa 7 m., een vrijliggend fietspad, een dubbele bomenrij en langsparkeren. - Nieuw te ontwikkelen gebouwen worden niet direct vanaf de Cruquiusweg ontsloten voor auto’s. - Het gaat hier om een op termijn gewenste langzaamverkeersroute van Borneo/Sporenburg via het Cruquiuswerkgebied over de sluis naar het Flevopark. - Het gaat hier om een op termijn gewenste langzaam verkeersverbinding over het water. Deze verbinding bevindt zich binnen het zoekgebied.
- De weg heeft een ruim profiel dat afgestemd is op de hoogte van de omliggende bebouwing en bevat een vrijliggend fietspad. - Om de hiërarchie en karakteristieke kromming van de weg te versterken wordt het profiel begeleid door bomen aan weerszijden. - Door het aantal inritten vanaf de weg te beperken kan er een veilige fietsverbinding gemaakt worden. - Een langzaamverkeersroute (voetgangers en fietsers) verbetert de toegankelijkheid en bekendheid van het gebied.
- De snedes staan haaks op de Cruquiusweg. - De snedes zijn minimaal 16 m breed en zijn vrij van bebouwing. - Voor de situering van de snede kan een marge aangehouden worden van 10 m naar links of rechts - De snedes zijn toegankelijk voor alle soorten verkeer. - Zijstraten parallel aan de Cruquiusweg kunnen gerealiseerd worden en moeten aansluiten op de snedes. - Bomen zijn in de eventuele zijstraten niet verplicht. - De parkeerbehoefte voor het toekomstige programma dient gerealiseerd te worden op eigen terrein. - Parkeerplaatsen mogen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. - Voorzieningen ten behoeve van parkeren mogen niet in de openbare ruimte geplaatst worden. - Parkeerbehoefte kan onderling uitgeruilt worden tussen de bouwvelden zodat grotere parkeergarages kunnen ontstaan binnen een straal van maximaal 250 m vanaf het bouwveld. - In dit gebied dient een reservering voor een keerlus voor het openbaarvervoer te worden opgenomen.
- De snedes zorgen voor een zicht op het water waarbij een groene invulling wenselijk is. - Vanuit de omgeving zorgen de snedes voor een ruimelijke opdeling en doorzichten. - De marges zijn ten behoeve van de flexibiliteit, de snede mag over een bouwveld geschoven worden. De breedte van de snede ligt vast. - De zijstraten zorgen voor de fijnmazige ontsluiting. - Zijstraten zijn niet verplicht. - Bezoekersparkeren ten behoeve van bedrijven dient op eigen terrein gerealiseerd te worden. - Bezoekersparkeren ten behoeve van wonen mag in openbare ruimte gerealiseerd worden. - Een parkeergarage met een blinde gevel is in verband met sociale veiligheid en uitstraling niet toegestaan. - Dubbelgebruik van parkeerplaatsen is wenselijk. - De straal van 250m is de norm voor de uiterste loopafstand naar een parkeergarage. - Een OV-verbinding zorgt voor een goed ontsloten en dus leefbare wijk.
- De maximale bouwhoogte wordt berekend vanaf het aansluitende maaiveld. - De maximale bouwhoogte is 21 m. - Bij hoge uitzondering kan er gemotiveerd worden afgeweken van de maximale bouwhoogte. Daarvoor moeten dan zwaarwegende stedenbouwkundige, architectonische, milieutechnische of programmatische argumenten aangevoerd worden. - Hier is hogere bebouwing toegestaan dan de maximale bouwhoogte. - De minimale bouwhoogte is 30 m. - De hoogteaccenten dienen slank vormgegeven te zijn. - Dit is het maximaal toe te voegen footprint van een gebouw (of gebouwen) op dit bouwveld. - De toegevoegde bebouwing mag het zicht op de karakteristieke en te behouden bebouwing niet al teveel ontnemen.
- Deze maximale hoogte garandeerd stedenbouwkundige samenhang. Dit blijkt uit onderzoek naar de optimale verdichting waarbij rekening gehouden is met de bezonning en uitzicht.
- Deze gebouwen dienen behouden te blijven. Indien bouwkundig aangetoond kan worden dat deze gebouwen bouwtechnisch of anderszins niet meer te behouden zijn kan daarvan afgeweken worden. - Bij sloop van het behoudenswaardige gebouw wordt het programma dat gerealiseerd mag worden op het bouwveld niet groter. - Deze gebouwen zijn karakteristiek en het is wenselijk dat deze behouden blijven. Mochten deze toch gesloopt worden dan wordt het programma dat gerealiseerd mag worden op het bouwveld niet groter.
- Deze gebouwen of objecten vormen de identiteitdragers van het gebied. Ze zijn van architectonische en cultuurhistorische waarde. - Als deze objecten een wenselijke ontwikkeling in de weg staan mogen ze beperkt verplaatst worden binnen het bouwveld. De havenkraan mag binnen het gehele Cruquiusgebied herplaatst worden. - Deze gebouwen zijn karakteristiek voor het gebied maar zijn van mindere architectonische waarde dan de te behouden bebouwing. Een zeer gewenste (nieuwbouw)ontwikkeling zouden ze niet in de weg moeten staan. - Als deze objecten een wenselijke ontwikkeling in de weg staan mogen ze verplaatst worden.
- Deze verbinding mag de doorvaart van het water niet beperken.
- Dit zijn bijzondere plekken binnen het Oostelijk Havengebied die vanuit stedenbouwkundig oogpunt om hogere bebouwing vragen. - De footprint is het oppervlak van een gebouw op de begane grond. - Rond het centrum van het gebied ter hoogte van de voormalige Sigmafabriek dient een losse setting van bebouwing te komen. Hierdoor ontstaat een cultureel industrieel parklandschap met een recreatieve waarde voor het hele gebied. - Nieuwe bebouwing mag het zicht op de behoudenswaardige bebouwing niet geheel ontnemen.
De spelregels en spelregelkaart hebben geen betrekking op de woonboten/woonarken. De positie hiervan op de spelregelkaart is indicatief en kan daarmee verschillen met de werklijkheid ter plekke. De wijzigingen naar aanleiding van de inspraakreacties zijn in rood weergegeven.
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Bijlage 3 Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Cruquiusgebied
82
Definitief Versie 5
15 mei 2018
Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruquiusgebied
Auteur(s) P. Zwart Opdrachtgever Ontwikkelaar Amvest Contactpersoon P. Zwart Ingenieursbureau Kenmerk 23637
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 2 van 19
Inhoud
1 1.1 1.2 1.3 1.4
INLEIDING AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE
3 3 3 4 4
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT
5 5
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING 3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
8 8 8
4
18
Samenvatting en conclusie
Bijlage(n) Bijlage 1 - Literatuurlijst
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 3 van 19
1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING VOORGENOMEN ACTIVITEIT Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt.
Figuur 1: Contour Cruquiusgebied (bron Gemeente Amsterdam De ontwikkeling van het Cruquiusgebied past binnen de Structuurvisie Amsterdam 2040. Daarin is de Cruquiusweg aangewezen als te ontwikkelen werk- en woongebied.
1.2 WAAROM EEN M.E.R.-BEOORDELING? Inmiddels liggen er meerdere initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Uitgangspunt van de ontwikkelstrategie is dat voor elk van deze initiatieven een (postzegel) bestemmingsplan wordt opgesteld. Echter de ruimtelijke samenhang tussen de initiatieven is groot en ook qua planning lopen de ontwikkelingen nagenoeg gelijk. Daarom is besloten voor de hele transformatie op basis van
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 4 van 19
de nu bekende gegevens meerdere onderzoeken uit te laten voeren op het gebied van verkeer, lucht en geluid. Deze onderzoeken worden gebruikt worden voor het opstellen van bestemmingsplannen en deze MERbeoordeling. De procedures die moeten worden doorlopen zijn: 1. (postzegel)bestemmingsplan voor de verschillende initiatieven conform de Wet ruimtelijke ordening. Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling te voorspellen is voorziet in uit in de realisatie van 2 ,294 woningen en 58.128 m2 BVO werken. Vanwege de realisatie van het woningbouwprogramma/transformatie, (meer dan 2000 woningen) geldt op basis van activiteit 11.2 van de Dlijst van het Besluit Milieueffectrapportage een m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen volledige m.e.r-procedure noodzakelijk; • Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-procedure plaatsvinden.
1.3 DOEL VAN DE M.E.R.-BEOORDELING Het doel van een m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag (gemeente Amsterdam). Dit doet de initiatiefnemer (Ontwikkelaar Amvest) in een aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid van een m.e.r. Het bevoegd gezag besluit op basis van deze informatie of voor de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit (in dit geval het woningbouwprogramma/de transformatie) een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, vanwege ‘de belangrijke nadelige gevolgen die de ingreep voor het milieu kan hebben’. In voorliggende notitie wordt op deze milieueffecten ingegaan, aan de hand van de volgende onderdelen: • Kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie), uitgewerkt in hoofdstuk 2. • Plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie met kwetsbaarheid omgeving), uitgewerkt in hoofdstuk 3. • Kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit), uitgewerkt in hoofdstuk 3.
1.4 M.E.R.-BEOORDELINGSPROCEDURE Met de voorliggende aanmeldingsnotitie deelt de initiatiefnemer ontwikkelaar Amvest in samenspraak met de rve Grond en Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam) aan het bevoegd gezag Gemeente Amsterdam mede dat zij voornemens is een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, de realisatie van een woningbouwprogramma/transformatie mogelijk te maken. Daarbij is in deze aanmeldingsnotitie gemotiveerd of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. Op basis van de aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag vervolgens het besluit nemen of al dan niet een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 5 van 19
2 PROJECTBESCHRIJVING 2.1 TOELICHTING PROJECT Het Cruquiusgebied ligt in Amsterdam Oost en is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied. Het schiereiland grenst in het westen aan de architectenbuurt en wordt omsloten door water van de Entrepothaven, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Nieuwe Vaart.
Figuur 2: uitsnede van bestemmingsplan (bron ruimtelijkeplannen.nl )
De gemeente heeft een spelregelkaart opgesteld om de transformatie van het Cruquiusgebied mogelijk te maken. Deze transformatie verloopt via afzonderlijke (postzegel)bestemmingsplannen Het Cruquiusgebied is een gebied in transformatie. Van werkgebied transformeert het geleidelijk naar werk/woongebied. Het initiatief voor deze transformatie ligt bij de markt. Dit wil zeggen dat het tempo en planvorming door de marktpartijen bepaald wordt. Als kader voor de transformatie is door de gemeente een spelregelkaart vastgesteld.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 6 van 19
Het programma voor het Cruquiusgebied zoals dit nu voor de totale ontwikkeling is te voorspellen, ziet er als volgt uit:
functie wonen (m2) parkeerplaatsen (aantal) werken (m2) werken gespecificeerd (m2)
type
totaal Maatschappelijk Horeca Hotel Detailhandel Creatief Dienstverlening Bedrijven/commercieel Kantoren Nader te bepalen
programmascenario 244.862 2.255 93.128 3.534 2.676 20.393 1.080 1.837 161 49.380 2.058 12.010
Tabel 1: programmascenario van het Cruquiusgebied in geval van totale ontwikkeling na 2027. .
Voor dit programmascenario wordt ervan uitgegaan dat in 2027 alle initiatieven en alle fases zijn uitgevoerd. Dat betekent dat in programmascenario er ook kavels zijn opgenomen waarvoor nog geen initiatieven bekend zijn. Voor deze kavels is eveneens aangenomen dat zij in 2027 volledig zijn ontwikkeld en voor de invulling is uitgegaan van een extrapolatie van het programma van alle bekende initiatieven samen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Figuur 3: overzicht van de deelgebieden in het Cruquiusgebied
Figuur 4 globale posities ondergrondse parkeergarage t/m mrt 2017
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 7 van 19
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 8 van 19
3 MILIEUBEOORDELING 3.1 INLEIDING In de volgende paragraaf is voor de relevante milieuaspecten aangegeven of, en zo ja welke, milieueffecten optreden door transformatie .Zoals gezegd liggen er inmiddels vier initiatieven voor de transformatie van het Cruquiusgebied ter beoordeling bij de gemeente. Vanwege de samenhang tussen de initiatieven in ruimte en tijd zijn voor de hele transformatie op basis van de nu bekende gegevens onderzoeken voor de aspecten verkeer, lucht en geluid, externe veiligheid uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken wordt in dit hoofdstuk op onderstaande aspecten beoordeeld of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht worden. De volgende milieuaspecten zullen in de beoordeling aan de orde komen: • verkeer, • luchtkwaliteit, • geluidhinder, • externe veiligheid, • grondwateroverlast, • milieuhygiënische bodemkwaliteit, • natuur.
3.2 BEOORDELING MILIEUEFFECTEN
3.2.1 Verkeer Voor de uitvoer van het verkeersonderzoek is gebruik gemaakt van het Amsterdamse verkeersmodel (VMA), het op VMA gebaseerde Ritproductiemodel van V&OR en een verkeersregelkundig programma (COCON). Daarnaast is gebruik gemaakt van verkeerstellingen die in februari 2016 zijn uitgevoerd in het kader van het Verkeersonderzoek Bestemmingsplan Zeeburgerpad en een verkeerstelling die in november 2016 is uitgevoerd op het kruispunt Zeeburgerdijk-Zuiderzeeweg. V&OR heeft de verkeersintensiteiten berekend voor de zichtjaren 2017 en 2027, met en zonder programmascenario’s. Op basis van deze verkeersintensiteiten heeft R&D een analyse gemaakt van de doorstroming op de geregelde en ongeregelde kruispunten in het studiegebied. Het door het model berekende autobezit is vergeleken met de parkeercapaciteit in de programmascenario’s. Regelbaarheid geregelde kruispunten Voor het kruispunt Zeeburgerdijk met de Zuiderzeeweg geldt dat dit kruispunt alleen regelbaar blijft als er een profielwijziging plaatsvindt. Voor dit knelpunt in de toekomst is een redelijke standaard technische oplossing beschikbaar. Dit knelpunt wordt niet daarom niet als een bijzonder nadelig gevolg beschouwd. Ook al niet omdat het knelpunt qua geluidhinder en/of luchtkwaliteit niet tot problemen leidt.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 9 van 19
Uit de doorrekeningen van de twee geregelde kruispunten waarbij de Zeeburgerdijk kruist met de Panamalaan en met de Molukkenweg, volgt dat de huidige profielen de prognoses voor 2027 nog voldoende kunnen verwerken. De verkeersregelingen blijven voldoen aan de Amsterdamse randvoorwaarden. Noodzaak tot regelen van de ongeregelde kruispunten Uit de toetsing van de vier ongeregelde kruispunten (aan het Zeeburgerpad en op de Th.K.van Lohuizenlaan) volgt dat verkeerslichten hier niet noodzakelijk zijn. Wat het aspect verkeer betreft is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.2 Luchtkwaliteit Wet luchtkwaliteit Het wettelijke toetsingskader luchtkwaliteit is vastgelegd in titel 5.2 (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (Wm). De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit in acht genomen dient te worden overeenkomstig de Wet luchtkwaliteit is geregeld in artikel 5.16 van de wet en kan als volgt worden samengevat: - Indien aannemelijk is gemaakt dat grenswaarden niet worden overschreden bij realisatie van het plan, vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de realisatie van dat plan, zelfs niet indien het voorgenomen plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Tabel 2: Grenswaarden voor fijn stof en NO2 De gevolgen voor de luchtkwaliteit, die samenhangen met de herontwikkeling van het Cruquiusgebied zijn in kaart gebracht. Hiertoe zijn de concentraties luchtverontreinigende stoffen berekend op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit maximaal zijn en de hoogste concentraties luchtverontreinigende stoffen te verwachten zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd voor het maatgevende jaar 2017. In dit kader zijn de concentratiebijdragen bepaald vanwege de herontwikkeling. Hiertoe zijn de bijdragen vanwege: – de verkeersaantrekkende werking van het Cruquiusgebied; – het scheepvaartverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal ten oosten van Cruquiusgebied; – het wegverkeer op omliggende verkeerswegen en – de emissie van de (vooralsnog) te handhaven bedrijvigheid op het zuidelijke gedeelte van het Cruquiusgebied.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 10 van 19
In het onderzoek is uitgegaan van de ingebruikname van het Cruquiusgebied in 2017. Omdat de ingebruikname van de herontwikkeling in de praktijk gefaseerd zal plaatsvinden, vormen de berekende concentraties luchtverontreinigende stoffen in voorliggend onderzoek een overschatting van de werkelijk te verwachten concentraties (worstcase). Uitkomsten toekomstige situatie Uit de berekeningen volgt dat zelfs bij de gehanteerde worstcase benadering, de grenswaarden voor (zeer) fijn stof en NO2 niet worden overschreden op die locaties waar de gevolgen voor de luchtkwaliteit vanwege de beoogde ontwikkeling het grootst zijn. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect luchtkwaliteit betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.3 Geluidhinder Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder worden respectievelijk voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (per weg, per spoorweg, per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Voor de geluidbron scheepvaart gelden geen grenswaarden. In onderhavig onderzoek worden geluidniveaus vanwege scheepvaartlawaai inzichtelijk gemaakt Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een zogenaamde hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het College van Burgemeester en Wethouders (B en W). Het vaststellen van een hogere waarde door B en W is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels).
Voor de herontwikkeling van het Cruquiusgebied is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en scheepvaartlawaai uitgevoerd. De herontwikkeling bevinden zich volgens de Wet geluidhinder binnen de zones van de Cruquiusweg, Th.K. van Lohuizenlaan, Zeeburgerdijk en de IJburglaan (Piet Heintunnel). Ten oosten van het gebied is het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen. Ondanks het ontbreken van wettelijke grenswaarden voor scheepvaartlawaai moet de geluidbelasting van de scheepvaart meewegen in de beoordeling. Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 14 april 2016. De geluidbelastingen vanwege wegverkeer zijn berekend conform de Standaard Rekenmethode II uit bijlage III van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. De geluidbelastingen vanwege scheepvaartverkeer zijn berekend volgens de specialistische methode II-8 uit de Handleiding meten en reken industrielawaai.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 11 van 19
De berekende geluidbelastingen voor wegverkeerslawaai zijn getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder: voorkeursgrenswaarde 48 dB en maximale ontheffingswaarde 63 dB. Conclusies voor de toekomstige situatie: Het Cruquiusgebied is thans een gezoneerd industrieterrein ingevolge de Wet geluidhinder. Met de voorgenomen transformatie van een industriegebied naar een werk- en woongebied komt de zonering te vervallen. Er is dan geen sprake meer van een gezoneerd industrieterrein. Industrielawaai is derhalve niet van belang. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Cruquiusweg is op de eerstelijnsbebouwing hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 53 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Th. K. van Lohuizenlaan is op de twee westelijk gelegen gebouwen hoger dan 48 dB Lden. De hoogst berekende waarde op de gevels bedraagt 59 dB. De geluidbelasting is nergens hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Op de oostelijk gelegen bebouwing wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. – De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de Zeeburgerdijk en Piet Heintunnel is overal lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden.
– De geluidbelasting ten gevolge van scheepvaartverkeer bedraagt ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing ten hoogste 64 dB(A) etmaalwaarde. Vanwege de afschermende werking van de gebouwen is de geluidbelasting op de westelijk geprojecteerde gebouwen niet hoger dan 55 dB(A) etmaalwaarde. Op grond van de voorgenoemde bevindingen vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling van het Cruquiusgebied. Wat het aspect geluidhinder betreft, is de conclusie dat er geen sprake is van “belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu”.
3.2.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat in op de kans en bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Deze gevaarlijke stoffen kunnen opgeslagen worden bij bedrijven of getransporteerd worden over de weg, het water, per spoor of door buisleidingen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in risicobronnen (zoals een weg waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd of een hogedruk aardgastransportleiding) en kwetsbare objecten, zoals woningen en woonschepen, gebouwen waar minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten verblijven en gebouwen waar doorgaans grote aantallen mensen. Een combinatie van verschillende aspecten is bepalend voor het risiconiveau voor specifieke trajecten van transportroutes: • de omvang van de vervoersstroom , die bepalend is voor de kans op ongevallen met effecten op de omgeving; • de soort van gevaarlijke stoffen, die bepalend is voor de effecten op de omgeving; • de veiligheid, die bepalend is voor de kans op ongevallen; • het aantal mensen langs de route, dat bepalend is voor het mogelijk aantal dodelijke slachtoffers. Voor de effecten van risicobronnen op de bovengenoemde kwetsbare objecten gelden twee normeringen:
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
•
•
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 12 van 19
Het 'Plaatsgebonden Risico' (PR): dit wordt weergegeven met een contour, die aangeeft tot waar het risico groter is dan 1 op een miljoen (10-6) per jaar om te komen te overlijden als een fictief persoon het hele jaar zich binnen deze contour bevindt. Binnen deze contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Het 'Groepsrisico' (GR): dit is een grafiek waarin de kans op een ongeval wordt afgezet tegen het potentieel aantal dodelijke slachtoffers. Voor het berekenen van de hoogte wordt gekeken hoeveel mensen en op welke afstand tot de risicobron er aanwezig zijn binnen het invloedsgebied van de risicobron. Het invloedsgebied is een contour vanaf de risicobron, die aangeeft tot waar nog 1% van de mensen komt te overlijden bij een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt geen harde normering. Het bevoegd gezag bepaalt of de kans op ongeval en het potentieel aan slachtoffers voor haar acceptabel is. Hierbij worden ook aspecten als de mogelijkheid om jezelf in veiligheid te brengen (voldoende vluchtwegen) en voldoende bluswatervoorzieningen meegewogen in dit besluit.
Relevantie voor plangebied Cruquius Belangrijk is te weten dat inmiddels de Bevi-inrichting, Metaal Magnus International (Risicobronnen betreffen twee PGS-15 loodsen met per loods meer dan 10 ton opslag van verpakte gevaarlijke stoffen) is verkocht en ook wordt het kavel ook getransformeerd wordt tot woongebied. Ook wordt daarmee vervoer van gevaarlijke stoffen over de Cruquiusweg dwars door het transformatiegebied naar Metaal Magnus International verleden tijd. De relevante risicobronnen voor het Cruquiusgebied zijn: 1) Transport gevaarlijke stoffen Amsterdam Rijn kanaal. 2) 2 Bunkerboten aan de overzijde van Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Zeeburgereiland. Ad 1/ Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plaatsgebonden risico: Het IJ en Amsterdam-Rijnkanaal zijn vaarwegen met een bevaarbaarheidsklasse 6. De bijlage bij de HART stelt dat een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 geen plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 heeft. Groepsrisico: De vuistregels in de bijlagen stellen dat langs een vaarweg met bevaarbaarheidsklasse 6 de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden wordt. Een berekening van het groepsrisico is niet nodig. Het groepsrisico voor vervoer van gevaarlijke stoffen over het water ligt onder de 10% van de oriëntatiewaarde.
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. in de toelichting bij een bestemmingsplan wordt dan in elk geval ingegaan op (Artikel 7 van het Bevt): a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op het binnenwater waarover de gevaarlijke stoffen worden vervoerd. b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op dat binnenwater een ramp voordoet.
Ad2 Uit de rapportage Externe veiligheid van de Omgevingsdienst: Plangebied Cruquius is op meer dan 120 meter gelegen van de bunkerschepen Calpam en Sleurink. Voor deze bunkerschepen moet een veiligheidsafstand van 100 m tot kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een groep woningen of een groot kantoor, >1500 m2) worden aangehouden (Activiteitenbesluit). Cruquius is zodoende niet binnen deze veiligheidsafstand gelegen.
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 13 van 19
Er is geen relevant Groepsrisico en er vindt geen overschrijding plaats van de PR 10-6 contour (Plaatsgebonden Risico). Zodoende zijn er geen belangrijk nadelige gevolgen op het gebied van externe veiligheid te verwachten.
3.2.5 Grondwateroverlast Het Cruquiusgebied wordt aan alle zijden begrensd door oppervlaktewater. Het oppervlaktewaterpeil bedraagt NAP -0,4 m. Omdat geen informatie beschikbaar is over de kadeconstructies, kan niet worden beoordeeld of grondwater in het projectgebied naar het oppervlaktewater kan afstromen. In het projectgebied ligt geen drainage. Naar verwachting is binnen het projectgebied sprake van horizontale grondwaterstroming door de topzandlaag richting het oppervlaktewater. Mogelijk wordt de afstroom van grondwater naar het oppervlaktewater lokaal verhinderd door waterdichte kadeconstructies en/of kelders onder bebouwing. Hierover zijn geen gegevens bekend. Daarnaast is sprake van wegzijging van het freatisch grondwater naar de 1e zandlaag (ca. 0,2 à 0,4 mm/dag). In het Cruquiusgebied zullen de komende jaren diverse bouwplannen worden uitgevoerd. Het projectgebied zal grotendeels worden volgebouwd. In de overzichtstekening (figuur 4) zijn globaal de geplande locaties van kelders weergegeven. De herinrichting van het projectgebied (heeft invloed op de grondwaterstandssituatie. Dit gebeurt op de volgende manieren: - Doordat braakliggend terrein wordt bebouwd, bestraat en aangesloten op hemelwaterafvoeren neemt de grondwateraanvulling door neerslag af.
Dit leidt tot een daling van de grondwaterstand; - Nieuw gerealiseerde ondergrondse constructies (kelders) vormen blokkades voor grondwaterstroming. Onder bepaalde omstandigheden kan dit leiden tot opstuwing van het grondwater aan de bovenstroomse zijde van de blokkade en een daling van de grondwaterstand aan de benedenstroomse zijde van de blokkade. Daarnaast is er sprake van autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering waardoor de grondwaterstand kan wijzigen. Om inzicht te krijgen in de grondwaterstandssituatie na realisatie van de bouwplannen is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is te beoordelen of in de toekomstige situatie aan de Grondwaternorm van Amsterdam (paragraaf 1.2) wordt voldaan, of dat aanvullende maatregelen benodigd zijn. Op basis van allerlei aannames en veel extrapolatie van gegevens is de voorlopige uitkomst dat in de toekomstige situatie niet voldaan wordt aan de grondwaternorm van Amsterdam (0,5 m) en de ontwateringsnorm voor wegen (0,5 m) en bomen (0,7 m). Deze eerste uitkomsten dienen wel met grote terughoudendheid te worden gebruikt vanwege de vele onzekerheden in de berekening. Er zijn nog veel onbekende gegevens zoals doorlatendheid kademuren, grondwaterstanden. Het geeft een eerste inzicht in de ordegrootte van grondwaterstijgingen en dalingen.
En het maakt duidelijk dat eerst nog veel veldwerk nodig is om voldoende gegevens over grondwaterstanden en doorlatendheid bodem en kademuren etc. te verkrijgen. Wanneer uit het vervolgonderzoek blijkt dat de herontwikkeling (al dan niet in combinatie met klimaatverandering) zal leiden tot grondwateroverlast, zullen compenserende maatregelen worden uitgevoerd te denken valt aan: - Onder de wegen een zandcunet aanbrengen en dit zandcunet in verbinding brengen met het oppervlaktewater; - Nieuw aan te brengen kadeconstructie waterdoorlatend maken (bijvoorbeeld door damwandplanken onder het oppervlaktewaterpeil te perforeren en achter de damwand een grindkoffer aan te brengen).
Gemeente Amsterdam Definitief Aanmeldingsnotitie Transformatie Cruqiusgebied
Versie 5 15 mei 2018 Kenmerk 23637 Pagina 14 van 19
De toekomstige geohydrologische situatie (eventueel met grondwaterverlagende maatregelen) staat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet in de weg. De conclusie is dat de transformatie van het Cruquiusgebied ten aanzien van het aspect grondwateroverlast geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu heeft .
3.2.6 Milieuhygiënische bodemkwaliteit Vanaf de aanleg heeft het Cruquiusgebied een industriële bestemming. In de beginperiode tot 1930 vestigen zich veel grote en middelgrote industrieën in het gebied, waaronder een oliefabriek, asbestcementfabrieken, metaalindustrie en een sloopbedrijf voor schepen. Na 1930 vestigen zich hier de verffabriek van Vettew1nkel, later Sigma coatings en diverse lompen, oud papier en dumpgoederenhandels. Tot de zeventiger jaren vinden in het 9ebied verder weinig wijzigingen plaats in de jaren '80 worden de grote loodsen handelsentrepot –gesloopt voor de bouw van een groot opslagdepot van wijn en een betonmortecentrale. Verder vestigen zich in deze perioden enkele autoreparatie bedrijven en een handel en oude metalen en de verwerking van chemisch afval. Uit het historisch bodemonderzoek dd. 1991 blijkt dat in grote delen van het gebied bodemverontreinigingen zijn aangetroffen. De sterkst vervuilde terreinen, waren de bedrijfsterreinen van de verffabr1ek Sigma coatings (deel9ebied 3) en sloopterrein van de Hoogovens (deelgebied 8.2 + 8.3 + het aangrenzende grijze vlak) . Inmiddels zijn we vele jaren verder en zijn zoals uit onderstaande printscreen van Nazca-I-bodem1 verschillende terreinen gesaneerd (de paarse gemarkeerde vlakken/kavels) met bijvoorbeeld een leeflaag. Ook toont de printscreen nog een groot aantal verontreinigingsgebieden (bruin )
Figuur 5: Printscreen uit Nazca. Bruin: verontreinigingscontour, Paars: Zorgmaatregel/gesaneerd
1
) Nazca-i Bodem is een bodeminformatiesysteem waarin in dit geval de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied milieuhygiënische informatie uit bodemonderzoeken registreert.