5. Bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Stadsdeel Oost
Bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Oost Status vastgesteld
BESTEMMINGSPLAN CRUQUIUS DEELGEBIED 5, BERKHOUT
Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Oost Versienummer: VG01 IMRO-idn: NL.IMRO.0363.M1807BPSTD-VG01 Procedure Fase Concept Voorontwerp Inspraak en overleg Ontwerp Ter inzage Vaststelling Onherroepelijk
Datum
Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied en plangrens 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 9 9
Hoofdstuk 2 Het plangebied 2.1 Historie Cruquiuseiland 2.2 Beschrijving huidige situatie 2.3 Ontwikkeling naar woon-werkgebied
11 11 11 12
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
19 19 25 27 29
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten 4.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 4.2 Milieuzonering bedrijven 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluidhinder 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Externe veiligheid
37 37 38 41 44 46 47
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Water 5.2 Nautische veiligheid 5.3 Archeologie en cultuurhistorie 5.4 Mobiliteit 5.5 Natuurbescherming 5.6 Duurzaamheid
51 51 55 57 60 64 66
Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Algemeen 6.2 De bestemmingen
69 69 69
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding 7.2 Plangebied
73 73 73
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Voortraject 8.2 Inspraak 8.3 Vooroverleg 8.4 Zienswijzen
75 75 75 75 75
Bijlagen bij de toelichting
77
Bijlage 1
Spelregelkaart
78
Bijlage 2
Spelregels
80
2
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Bijlage 3
Aanmeldingsnotitie mer-beoordeling Cruquiusgebied
82
Bijlage 4
Bedrijven en milieuzonering
102
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
116
Bijlage 6
Luchtkwaliteit
168
Bijlage 7
Verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek
221
Bijlage 8
Externe veiligheid
382
Bijlage 9
Onderzoek bunkerschepen Sluisbuurt
405
Bijlage 10
Advies brandweer
418
Bijlage 11
Archeologie
429
Bijlage 12
Invloed op scheepsradar
462
Bijlage 13
Cultuurhistorie
478
Bijlage 14
Verkeersonderzoek
491
Bijlage 15
Ecoscan Bestemmingsplan Cruquiusgebied
546
Bijlage 16
Stikstofdepositie
576
Bijlage 17
Onderzoek beschermde soorten Wnb
603
Regels
625
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
627 627 633
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Gemengd Verkeer - 1 Verkeer - 2 Water Waarde - Archeologie 1
635 635 637 638 639 640
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
643 643 644 645 647 648 649
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
651 651 652
Bijlagen bij de regels
653
Bijlage 1
Creatieve functies
654
Bijlage 2
Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging
656
3
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
4
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
T oelichting
5
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
6
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voormalige bedrijventerrein op het schiereiland Cruquius in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam neemt een centrale plek in binnen de ring. Het gehele eiland wordt de komende jaren getransformeerd van een industriegebied naar een levendig, modern en duurzaam werk- en woongebied. Het stadsdeel kiest voor een strategie van uitnodigingsplanologie: het initiatief voor de transformatie ligt bij de markt. Het begin is gemaakt. Vorm, Amvest en enkele andere ontwikkelaars hebben de laatste jaren gronden en gebouwen aangekocht binnen het Cruquiuswerkgebied. De eerste fase van de transformatie omvat onder andere de bouw van vrije sectorhuur- en koopwoningen in de strook langs het water van de Entrepothaven. Inmiddels is een start gemaakt met de realisering. Deelgebied 2 betreft de ontwikkeling van een gemengd programma op de locatie waar The Harbour Club (THC) op dit moment tijdelijk is gevestigd. De bestemmingsplannen voor de deelgebieden 3, 4 en 6 zijn vastgesteld. Ook voor deelgebied 7 (Kop van Cruquius) zijn plannen in voorbereiding. Voorliggend bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van deelgebied 5: Cruquiusweg 120-124 (Berkhout). De plannen voorzien in de realisatie van woningbouw, met bedrijvigheid en voorzieningen op de begane grond. Op de locatie zal een totaalprogramma van ruim 13.000 m² bvo worden gerealiseerd.
Voor de functie wonen is maximaal 10.850 m² voorzien (120 woningen) en voor overige functies (bedrijvigheid, creatieve functies, maatschappelijk en dienstverlening) 794 m². De spelregelkaart Cruquius, het initiatiefdocument en het hierover genomen principebesluit van het stadsdeel (17 januari 2017), zijn de aanleiding om onderhavig bestemmingsplan op te stellen.
1.2
Doel bestemmingsplan
Het doel van het voorliggende bestemmingsplan is gericht op het mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkelingen. Voor de transformatie van Cruquius deelgebied 5 is gekozen voor een regeling met enige flexibiliteit. Het opstellen van het bestemmingsplan voor deelgebied 5 past binnen de visie van de gemeente: de gemeente faciliteert en toetst en de markt is inhoudelijk verantwoordelijk. Dit biedt vanuit ruimtelijke ordening nieuwe kansen; geen herstructurering van het gehele eiland in één keer, maar een organische ontwikkeling waardoor de diversiteit van het gebied niet verloren gaat, maar juist versterkt en kwalitatief verbeterd wordt. De gemeente faciliteert bewoners, bedrijven en marktpartijen gedurende een langjarige ontwikkeling op het gebied van ruimtelijke ordening, communicatie en milieuambities met een efficiënte inzet vanuit het stadsdeel. Het bestemmingsplan, het proces van voorbereiding van het bestemmingsplan én de uitwerking tot bouwplan voorziet in deze aanpak.
1.3
Ligging plangebied en plangrens
Het voorliggende bestemmingsplangebied ligt in het noordoostelijk deel van Stadsdeel Oost in het Cruquiuswerkgebied. Op afbeelding 1.1 is de globale ligging van het plangebied in Amsterdam weergegeven.
7
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied in Amsterdam Aan de westzijde van de locatie ligt de Cruquiusweg, met aan de overzijde deelgebied 3, en aan de oostzijde het Amsterdam-Rijnkanaal. Ten zuiden van het plangebied ligt deelgebied 4 waar de bedrijfsbebouwing inmiddels is gesloopt. Voor deelgebied 6, ten noorden van het plangebied is in april 2019 het bestemmingsplan vastgesteld. De genoemde deelgebieden worden de komende jaren ook getransformeerd naar woon-werklocaties. De plangrens sluit aan op de grens van de bedrijvenbestemming in het bestemmingsplan Cruquius en de grenzen van de bestemmingsplannen voor de Cruquius deelgebieden 4 (Cruquiuswerf) en 6 (Cruquiusweg 140-142). Op afbeelding 1.2 is het plangebied en de begrenzing aangegeven.
8
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 1.2 Begrenzing plangebied
1.4
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied geldt het bestemmingsplan Cruquius. Dit plan is vastgesteld op 9 april 2013 en op 11 juni 2014 onherroepelijk geworden. Daarnaast is er een eerste herziening van dit bestemmingsplan opgesteld om de bedrijvenlijst aan te passen (nog in ontwerpfase) en een parapluplan voor drijvende bouwwerken (nog in ontwerpfase). In het geldende bestemmingsplan zijn bedrijven in de categorieën 1 t/m 4.1 toegestaan en tevens creatieve functies (zoals ateliers, expositieruimten, architectenbureaus, reclamebureaus en uitgeverijen), ondergeschikte detailhandel en bij de bestemming behorende functies, zoals verkeersareaal, fiets- en voetpaden, erven, nutsvoorzieningen, groen, water, kunstwerken en parkeren. Het geldende bestemmingsplan maakt een bouwhoogte van maximaal 15 meter mogelijk. Het geldende plan is conserverend van aard en maakt een deel van de voorgestane ontwikkelingen niet mogelijk. Om de woningbouw, diverse andere functies en enkele afwijkende bouwhoogten mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan nodig.
1.5
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. In hoofdstuk 2 beschrijven we de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geven we aan welke ontwikkelingen zich voordoen in het plangebied. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 gaan we in op de verschillende milieuaspecten en in hoofdstuk 5 behandelen we de
9
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspecten plaats. Een toelichting op de juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is opgenomen in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en hoofdstuk 8 bevat de beschrijving van de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
10
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 2
Het plangebied
In dit hoofdstuk wordt de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en de nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de in gang gezette transformatie van industriegebied naar werk-woongebied.
2.1
Historie Cruquiuseiland
Door de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 werd de Amsterdamse haven bereikbaar voor grote stoomschepen. Dit resulteerde in een uitbreiding van de kades in de haven en het daarop aansluitende spoorwegnet. In 1869-1874 werd, ten noorden van het voorliggende plangebied, het Spoorwegbassin gegraven. Als eerste havenbekken voor grotere schepen wordt het Spoorwegbassin hoofdzakelijk bestemd voor het overladen van steenkool en erts van grote zeeschepen in spoorwegwagons en binnenvaartschepen. Aangezien het bestaande Rijksentrepot aan de Hoogte Kadijk voor de eind 19de-eeuwse zeeschepen niet meer bereikbaar was en het ook niet over een goede spoorverbinding beschikte, besloot de gemeente in 1895 ten zuiden van het Spoorwegbassin een nieuwe Entrepothaven aan te leggen. Het plangebied ligt in het Cruquiusgebied in het Oostelijk Havengebied. Een plek binnen de ring van Amsterdam. Het Cruquiusgebied was vroeger onontgonnen rietland ten oosten van het centrum van Amsterdam. In 1892 was de verbinding met het Europese achterland sterk verbeterd door nieuwe spoorlijnen naar het Oostelijk Havengebied en door de aanleg van het Merwedekanaal, nu het Amsterdam-Rijnkanaal. Aan de zuidelijke kade van de Entrepothaven, de Zeeburgerkade, werden in 1899-1903 de toen zeer moderne pakhuizen Maandag tot en met Zondag gebouwd en daarnaast, 60 jaar later, pakhuis Koning Willem I.
Vanaf de 19de eeuw vormde het Cruquiusgebied de rand van de stad. Het plangebied heeft sindsdien dienst gedaan als bedrijventerrein en was in gebruik bij het bedrijf Berkhout Verpakkingen, die de locatie in de loop van de tijd heeft volgebouwd met loodsen. Het zicht op het water vanaf de Cruquiusweg wordt hierdoor volledig geblokkeerd. Recente ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het Cruquiusgebied een steeds centralere positie binnen de stad inneemt.
2.2
Beschrijving huidige situatie
Het Cruquiusgebied is het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied. Momenteel fungeert het voor een deel nog als een werkgebied en worden de eerste gebieden ten westen en zuiden van het plangebied getransformeerd naar woon-werklocaties. Het Cruquiusgebied huisvest een diversiteit aan bedrijven waarvan de omvang en milieucategorie verschillen. In het zuidwesten van het Cruquiusgebied is een bedrijfsverzamelgebouw in het gebied aanwezig (De Nieuwe Vaart), maar ook een milieustraat en een autoverhuurbedrijf. Daarnaast zijn er in dat gebied verschillende (creatieve) werkplaatsen aanwezig. Langs de Th.K. van Lohuizenlaan bevindt zich een kantoorpand waarbij de eerste twee bouwlagen in gebruik zijn als kinderdagverblijf. In de directe omgeving van het plangebied blijft alleen het bedrijfsverzamelgebouw Cruquiuskwartier bestaan, alle overige bedrijfsfuncties verdwijnen in de loop der tijd en worden vervangen door woon-werkfuncties. In het westelijk deel van het Cruquiusgebied wordt Cruquius deelgebied 1 gerealiseerd, met een gemengd programma met een accent op woningbouw. Ook direct ten westen en zuiden van de locatie zal woningbouw met diverse commerciële functies gerealiseerd worden. Het plangebied grenst verder aan een bestaand bedrijfskavel, dat de komende tijd eveneens getransformeerd zal worden naar woon-werklocatie.
De bestaande bebouwing in het plangebied is in gebruik voor tijdelijke bedrijvigheid tot de nieuwe ontwikkeling gerealiseerd wordt. De bestaande bebouwing op de verschillende bedrijfspercelen van het Cruquiusgebied heeft veelal geen duidelijke onderlinge samenhang. Bouwvolume en situering van de bebouwing op de kavels lopen uiteen. De bestaande bebouwing van het bedrijfsverzamelgebouw Cruquiuskwartier heeft een hoogte van circa
11
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout 14 meter. De nieuwe bebouwing van het Cruquiuskwartier wordt in het algemeen circa 21 meter tot 24 meter hoog met enkele hoogteaccenten. Zo krijgt de bebouwing op de locatie Binnenbocht een hoogteaccent van circa 46 meter. De bestaande bedrijfsbebouwing binnen het plangebied heeft een hoogte van circa 8 meter. De nieuwe bebouwing op het perceel wordt maximaal 22,5 meter hoog.
2.3
Ontwikkeling naar woon-werkgebied
2.3.1
Transformatie Cruquiusgebied
In 2009 is door het Stadsdeel een Strategienota opgesteld die ten grondslag heeft gelegen aan het strategiebesluit Cruquiusgebied. Het Cruquiusgebied wordt daarin gezien als een gunstig gelegen werk-woongebied. Dit strategiebesluit geeft op basis van een ruimtelijke visie, de investeringsrichting aan en is het kader voor de toekomstige transformatie. Dit kader sluit aan bij de visie van de centrale stad zoals vastgelegd in de structuurvisie voor Amsterdam. Het Cruquiusgebied heeft de potentie om van een weinig dynamisch en verouderd industriegebied tot één van de meest gewilde en bruisende plekken van Amsterdam te worden. Een plek met een vernieuwde identiteit gevormd door de unieke ligging, sfeer, historie én nieuwe functies. Een mix van werken, wonen en verblijven. Gelegen aan het water, dat niet alleen beter zichtbaar wordt maar ook gebruikt gaat worden voor recreatie en bedrijvigheid. 2.3.2
Spelregelkaart Cruquius e.o.
Voor het gebied zijn een spelregelkaart en bijbehorende spelregels opgesteld. De spelregels van het Cruquiusgebied (Cruquiusweg e.o. d.d. 11 november 2011) en de spelregelkaart Cruquiusweg (19 januari 2012), zijn op 31 januari 2012 door de Deelraad vastgesteld. De spelregelkaart en spelregels (zie Bijlage 1 Spelregelkaart en Bijlage 2 Spelregels) vormen beleidskaders waarbinnen de marktpartijen de mogelijkheid hebben om hun initiatieven vorm te geven. Het is een concrete vertaling van de ruimtelijke visie en het strategiebesluit. Met de spelregels kan het stadsdeel ontwikkelingen op hoofdlijnen sturen en toetsen. In tegenstelling tot de gebruikelijke aanpak uit het verleden, is er geen gemeentelijke grondexploitatie en dus ook geen stedenbouwkundig plan en investeringsbesluit oude stijl voor het gebied opgesteld. De spelregelkaart fungeert samen met de Strategienota en de structuurvisie 2040 als beleidskader.
12
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 2.2 Uitsnede spelregelk aart De spelregelkaart gaat ervan uit dat de nodige voorzieningen in de toekomst gerealiseerd kunnen worden, maar geeft geen verdere invulling aan functies in het gebied. In de spelregelkaart wordt geen verplicht programma voorgeschreven. Het uitgangspunt is een verdeling van 50% wonen en 50% bedrijfsruimte op de begane grond. Verder zijn de ligging en omvang van de openbare ruimte en het behoud van beeldbepalende gebouwen en objecten belangrijke aspecten. De oranje gebieden geven bouwvelden aan en de groene pijlen snedes die onbebouwd moeten blijven. Er ligt één snede in het noorden binnen het plangebied. Het behoudenswaardige object aan het water betreft een bestaande laad- en loskraan. In de spelregels is aangegeven dat de havenkraan binnen het gehele Cruquiusgebied mag worden herplaatst. 2.3.3
Ruimtelijke beschrijving ontwikkeling
Opzet en architectuur Het plan bestaat uit een woonensemble van vijf robuuste gebouwen (waarvan twee aan elkaar gebouwd) die zo zijn opgesteld dat er vanaf de Cruquiusweg vrij uitzicht ontstaat op het Amsterdam-Rijnkanaal en de scheepvaart. Op de begane grond bevinden zich bedrijfsruimten in de gebouwen direct aan de Cruquiusweg en appartementen in de overige bouwblokken. De tweede bouwlaag van het gebouw in de zuidwesthoek van het plangebied wordt ook ingericht met bedrijfsruimtes. Binnen het plangebied wordt een gezamenlijke ondergrondse parkeergarage met 68 parkeerplaatsen gebouwd. De woongebouwen worden robuust vormgegeven in samenspel met het landschap, passend bij de rijke historie van dit oude havengebied. De individuele blokken onderscheiden zich door materialisering, overstekken aan de kade. In totaal komen er 120 appartementen / studio's, waarvan 32 sociale huurwoningen, 42 vrije sector huurwoningen en 46 koopwoningen. Ter verbijzondering worden de penthouses op de bovenste verdiepingen in afwijkende materialen
13
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout uitgevoerd. Door de verschillende functies waaronder bedrijvigheid op de begane grond ontstaat er daarnaast een levendige plint met extra doorsteken vanaf de Cruquiusweg naar het water. Hiermee wordt deze relatie versterkt. De bestaande bebouwing op de locatie zal worden gesloopt en plaats maken voor nieuwbouw. De bestaande gebouwen zijn niet geschikt om te transformeren tot woningen en in het algemeen niet het behouden waard. Uitzondering hierop is één bouwwerk, dat op de spelregelkaart als 'behoudenswaardig' is aangegeven, de laad- en loskraan. Deze wordt herbouwd binnen het deelgebied Kop van Cruquius.
Afbeelding 2.3 Positie van de gebouwen met inrichting van de buitenruimte Bouwhoogte Drie van de vijf gebouwen worden gebouwd in 7 bouwlagen met een bouwhoogte van 22,5 meter aan de Cruquiusweg en 22 meter aan de kade (inclusief dakrand, exclusief (lift)opbouw). De overschrijding van de maximale hoogte van 21 meter (van de spelregelkaart) met maximaal 1,5 meter is ingezet om de plint iets hoger te maken en zo daar meer kwaliteit aan te geven aan de begane grond en het maaiveld. Het gebouw in de noordwesthoek bestaat uit 6 bouwlagen met een bouwhoogte van 19,5 meter, het gebouw aan de collectieve binnentuin bestaat uit 5 bouwlagen met een bouwhoogte van 16,5 meter. Behoudenswaardig object Op het kavel is in de Spelregelkaart één behoudenswaardig object aangeduid. Het betreft de laad- en loskraan. Meer hierover in paragraaf 3.4.9. Verbijzonderingen aan de waterzijde Om verbijzonderingen aan het waterfront van het Amsterdam-Rijnkanaal te creëren, worden vanaf de derde bouwlaag overbouwingen boven de kade gebouwd. Hierdoor ontstaat tussen de twee gebouwen
14
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout aan de kade een interessant perspectief vanaf het water.
Afbeelding 2.4 Aanzicht vanaf het water Openbare ruimte Voor het functioneren van het gebied rondom het gebouw en de nabije omgeving is de doelstelling om de ruimte rondom de nieuw te realiseren gebouwen openbaar te laten zijn. De inrichting van de openbare ruimte zal de atmosfeer van het havengebied en zijn kades reflecteren. Daarnaast komen er bomen langs de Cruquiusweg en verspreid over de openbare ruimte ('vergroening' van de collectieve binnentuin op het parkeerdek) en de kade. Het gebruik van de collectieve binnentuin en de kade zal aangenaam zijn door het ontbreken van gemotoriseerd verkeer en daarmee voor een verlevendiging in het gebied zorgen.
15
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 2.5 Impressie collectieve binnentuin met doorzicht naar het water De kwaliteit van de inrichting van het gebied zal aansluiten bij de kwaliteit van de gebouwen en zal een verbinding maken met de verdere omgeving, waaronder het water. De weidsheid van het Amsterdam-Rijnkanaal geeft de locatie een uniek karakter op de rand van de stad en het IJ. Om het maaiveld optimaal te laten functioneren, is gekozen voor een geheel verdiepte parkeergarage. Voor de levendigheid van de collectieve binnentuin zijn de entrees naar de woningen en bedrijfsruimtes aan deze centrale ruimte voorzien. Dit en goede verlichting zorgen voor een overzichtelijke en intensief gebruikte ruimte waardoor deze ook veilig voelt. 2.3.4
Programma in hoofdlijnen
Op de locatie zal een totaalprogramma van ruim 13.000 m2 bvo worden gerealiseerd. Voor de functie wonen is maximaal 10.850 m2 bvo voorzien en voor overige functies 794 m2. De nadere onderbouwing van de behoefte aan deze functies is opgenomen onder paragraaf 3.1.3. Doelgroep woningen De nieuw te realiseren appartementen kennen een zeer grote differentiatie. Ze variëren in grootte van 48 tot 167 m2, en bestaan uit bestaan uit studio's en 2, 3 en 4-kamer appartementen. In totaal komen er 120 appartementen / studio's, waarvan 32 sociale huurwoningen, 42 vrije sector huurwoningen en 46 koopwoningen. Overige functies Op de begane grond worden deels niet-woonfuncties gerealiseerd. Een zorgvuldige berekening heeft uitgewezen dat binnen het plangebied net niet kan worden voldaan aan de spelregels, waarin aangegeven is dat 50% van de begane grond ingevuld moet worden met 'werken'. Deze functies bestaan uit kleinschalige bedrijvigheid, creatieve functies, maatschappelijke functies en dienstverlening. De totale oppervlakte van de begane grond van de drie gebouwen bedraagt 1.972 m2 bvo. De breedte, waarover het plangebied aan de Cruquiusweg grenst, is beperkt en er zijn op het achterliggende gebied geen niet-woonfuncties gewenst. Aan de Cruquiusweg worden op de begane grond en eerste verdieping commerciële ruimtes gebouwd met een oppervlakte van in totaal 794 m². In
16
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen dat minimaal deze oppervlakte aan niet-woonfuncties gerealiseerd moet te worden. Hiermee wordt binnen het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan niet voldaan aan de 50%-regel. Er is sprake van een tekort van 192 m². Deze extra m² zullen worden gerealiseerd in deelgebied 7 (Kop van Cruquius). Dit wordt contractueel en in het bestemmingsplan voor deelgebied 7 vastgelegd. Bij bovengenoemde functies is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Samen met de andere niet-woonfuncties kan dit bijdragen aan de levendigheid en leefbaarheid van het gebied. 2.3.5
Parkeren
De parkeerbehoefte voor de te realiseren functies wordt op eigen terrein opgelost. Autoparkeren Het autoparkeren zal in een ondergrondse parkeergarage plaatsvinden. Hier zijn 68 parkeerplaatsen voorzien. Er wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen (Nota Parkeernormen Auto). Er is nog geen rekening gehouden met dubbelgebruik. Als hiermee rekening wordt gehouden, kunnen er nog enkele parkeerplaatsen minder gerealiseerd worden. Meer hierover staat in paragraaf 5.4. Fiets- en scooterparkeren Fiets- en scooterparkeren voor bezoekers maakt integraal deel uit van de ontwerpopgave van het toekomstige openbaar gebied. Voor bewoners zijn daarvoor per blok goed toegankelijke inpandige stallingen opgenomen. Ook de gebruikers van de (creatieve) bedrijven kunnen in deze stallingen parkeren. Voor de bezoekers van de overige niet-woonfuncties worden fiets- en scooterparkeerplekken direct bij deze voorzieningen gerealiseerd. Deze komen deels in de bebouwing en verder in de openbare ruimte. Het fiets- en scooterparkeren is onderdeel van het integraal ontwerp van de openbare ruimte. In het plan zal worden voldaan aan de fiets- en scooterparkeernormen. Er worden voldoende voorzieningen gerealiseerd in de bebouwing en de openbare ruimte.
Overige voertuigen Bij de inrichting van de strook langs de Cruquiusweg en de beide snedes wordt rekening gehouden met nood- en hulpdiensten, verhuizingen en/of bevoorrading van de functies in de plint vanaf de Cruquiusweg. Met de brandweer zijn hierover afspraken gemaakt.
17
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
18
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR, 2012)
In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk "concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig". Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Het Rijk hanteert een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's met concentraties van topsectoren (waaronder Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.
Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient door de betrokken overheden te worden beoordeeld of de ontwikkeling wordt voorzien in een regionale en intergemeentelijke behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woninglocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen waarin nog niet elders is voorzien.
19
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 3.1 Gebiedsgerichte kaart Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (bron: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte) Voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren is het nodig om te beschikken over een voldoende voorraad (kwalitatief en kwantitatief) woningen, bedrijventerreinen, kantoren en andere voorzieningen. Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor de programmering van deze verstedelijkingsopgaven in combinatie met het versterken van het vestigingsklimaat. Vanwege de complexiteit van de verstedelijkingsopgave in de stedelijke regio's rond de mainports (Noordvleugel en Zuidvleugel), maakt het Rijk met decentrale overheden afspraken over de programmering van de verstedelijking. In de andere regio's is er geen directe rijksbetrokkenheid meer bij de programmering. Consequenties voor dit bestemmingsplan De onderwerpen vanuit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormen geen belemmering voor voorliggende bestemmingsplan. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bevat wel richtingen waarbij met dit plan invulling aan kan worden gegeven. Door de flexibele opzet van het plan wordt gestreefd naar een mix van voldoende voorraad (kwalitatieve en kwantitatieve) woningen, bedrijven(terreinen), en andere voorzieningen conform de SVIR. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het rijk heeft er bij de inwerkingtreding van de Wro voor gekozen om het deel van het ruimtelijk beleid dat bedoeld is bindend te zijn voor andere overheden, ook onder de Wro te borgen. Dit kan via een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over ruimtelijke ordening.
20
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Op 30 december 2011 is de eerste tranche van het Barro in werking getreden. Deze eerste tranche van het Barro bevat een vertaling van het geldende planologische beleid dat bedoeld was om op lokaal niveau: in bestemmingsplannen, te worden verwerkt. De vastgestelde onderdelen van het Barro hebben betrekking op onder meer het kustfundament, de grote rivieren, de Waddenzee, defensie, erfgoederen en het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR). Op 1 oktober 2012 is de tweede tranche van het Barro in werking getreden. Deze tranche vormt een vertaling van nieuw ruimtelijk beleid van het Rijk, dat eerder is vastgelegd in o.a. de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de MIRT-agenda's. Dit deel van het Barro bevat regels voor onder meer radarverstoringsgebieden, militaire terreinen, reserveringsgebieden voor nieuwe hoofdwegen en spoorlijnen en reserveringsgebieden voor uitbreiding van enkele bestaande hoofdwegen. Consequenties voor dit bestemmingsplan Langs het Amsterdam-Rijnkanaal geldt op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een vrijwaringszone vanwege de scheepvaart. Ter hoogte van het plangebied heeft de vrijwaringszone een breedte van 50 meter uit de waterlijn.
Hiervoor geldt het volgende: Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; b. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; c. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; d. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en e. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de vrijwaringszone: a. door de beoogde ontwikkelingen zal de doorvaart van de scheepvaart in breedte, hoogte en diepte niet veranderen; b. de zichtlijnen van de bemanning en de navigatieapparatuur zullen niet worden belemmerd. Het Amsterdam-Rijnkanaal ter plaatse van de ontwikkeling betreft een rechtdoorgaand gedeelte. De nieuwe bebouwing zal verder van de kade worden gerealiseerd dan in de huidige situatie. Daardoor blijven de zichtlijnen in tact en worden mogelijk zelfs verbeterd (zie afbeelding 3.2). c.
het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten zal niet veranderen ten opzichte van de huidige situatie. d. er zal een goede toegankelijkheid zijn voor hulpdiensten. Er komen opstelplaatsen aan het einde van de snedes voor het blussen van schepen/plasbranden. De brandweer heeft positief geadviseerd (zie paragraaf 4.6.3). e. het beheer en onderhoud van de rijksvaarweg wordt niet belemmerd. De vaarweg wordt niet aangepast en de kades worden openbaar toegankelijk en zijn bereikbaar voor onderhoud.
21
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Afbeelding 3.2 Huidige (rode vierkant) en toekomstige bebouwing (oranje gebied met dik omlijnde bouwvlak ken voor de woongebouwen) en vrijwaringszone (lichtblauwe golvende arcering) Geconcludeerd kan worden dat de bepalingen in het Barro geen belemmering vormen voor het bestemmingplan. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 Bro)
De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is zoals hierboven aangegeven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, door een zorgvuldige afweging van de behoefte en locatiekeuze van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen en overaanbod van plancapaciteit van nieuwe stedelijke ontwikkelingen voorkomen. In het kort komt het erop neer dat wordt gekeken naar de vervangings- en uitbreidingsvraag, de mogelijkheden voor herstructurering of intensivering van bestaande locaties en het benutten van ruimte op locaties elders in de regio. Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen, moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor een stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.
Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de
22
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. In dit geval is sprake van transformatie en intensivering binnen bestaand stedelijk gebied. Een voormalige bedrijfslocatie in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam wordt opnieuw ingevuld met een stedelijke functie. Plangebied Regioafbakening Relevante regio voor wonen In de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016) is aangegeven dat de Marktregio Amsterdam te gebruiken is voor plannen in Amsterdam, en de regionale woningbehoefte en plancapaciteit van de gehele Stadsregio bevat.
Afbeelding 3.2. De drie marktregio's (bron: handreiking ladder Stadsregio) Relevante regio voor horeca en dienstverlening Gelet op de beperkte omvang van de overige functies heeft de vestiging een lokaal verzorgingsgebied. De ruimte voor dienstverlening voorziet in de behoefte van de nieuwe inwoners van het Oostelijk havengebied. Uitgaande van de relevante regio worden ten aanzien van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' de volgende conclusies getrokken. Behoefte Wonen De bouw van circa 120 woningen voorziet in een actuele regionale behoefte. Er is binnen de planperiode (10 jaar) sprake van een regionale behoefte - zowel kwalitatief als kwantitatief - aan de voorgenomen ontwikkeling. De woningbehoefte blijkt uit de Handreiking Ladder voor Duurzame Verstedelijking Wonen (Stadsregio Amsterdam, 18 oktober 2016). Kwantitatieve behoefte
23
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Het project geeft invulling aan de woningbehoefte in de regio. In de regio worden onvoldoende woningen gebouwd om in de behoefte te kunnen voorzien. Het plan kan mede invulling geven aan de grote regionale kwantitatieve behoefte. Kwalitatieve behoefte Het project geeft invulling aan de vraag naar appartementen in diverse segmenten (sociale huur, vrije huur en koop). Aan dit type woningen is een grote behoefte in Amsterdam. Behoefte dienstverlening Amsterdam heeft een grote woningbehoefte en het aantal inwoners in het Oostelijk Havengebied zal fors toenemen door de transformatie van het gebied naar een werk-woongebied. Om de nieuwe bewoners van een aantrekkelijke woon- en leefomgeving te voorzien, zijn voorzieningen noodzakelijk. Dit betekent dat de behoefte aan dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen met een lokale verzorgingsfunctie toeneemt. De transformerende stadsbuurt genereert gelet op de forse toename van het aantal woningen en andere functies een eigen behoefte aan ondersteunende functies. Een toename van 794 m2 aan dienstverlening en maatschappelijke functies is geoorloofd, zonder dat er sprake zal zijn van een duurzame ontwrichting van de bestaande voorzieningenstructuur. De beoogde vestigingen zijn aanvullend en hebben een buurtfunctie. De geplande functies hebben geen negatieve invloed op de bestaande verzorgingsstructuur in Amsterdam.
De functies komen niet in de plaats van de bestaande voorzieningencentra. De nieuwe inwoners zijn voor een compleet voorzieningenaanbod aangewezen op de bestaande wijkcentra. Regionale afstemming Het woningbouwprogramma is regionaal afgestemd in Het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). In het RAP is op basis van actueel onderzoek en de meest recente provinciale prognose, de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte beschreven, en is de plancapaciteit en een versnellingsbouwprogramma opgenomen. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale eis van regionale afstemming. Regionale afstemming over dienstverlening is gelet op de omvang niet noodzakelijk. Er is sprake van een regionaal verzorgingsgebied (de functies zijn hoofdzakelijk ten behoeve van de nieuwe woningen en bedrijven binnen het plangebied). Consequenties voor dit bestemmingsplan Het bestemmingplan maakt binnen de bestemming 'Gemengd' diverse functies mogelijk. De ontwikkeling voldoet aan de eisen uit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De functies passen binnen het geldende beleid en er is voldoende behoefte aan deze functies. 3.1.4
Luchthavenindelingbesluit
De milieu- en veiligheidsregels voor Schiphol zijn vastgelegd in twee uitvoeringsbesluiten, behorende bij de in 2001 goedgekeurde Schipholwet: het Luchthavenindelingbesluit en Luchthavenverkeerbesluit. Het Luchthavenverkeerbesluit is gericht op de beheersing van de milieubelasting door het luchthavenluchtverkeer rondom Schiphol. Het Luchthavenindelingbesluit bevat (ruimtelijke) regels voor de omgeving ten behoeve van het functioneren van Schiphol. Voor ruimtelijke plannen is hoofdzakelijk het Luchthavenindelingbesluit van belang. Dit besluit zal kort worden toegelicht. Het Luchthavenindelingbesluit (LIB) is in november 2002 in werking getreden en is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied om de luchthaven heen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een "beperkingengebied" aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van: maximale bouwhoogten, vogel aantrekkende functies en toegestane functies.
24
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: a. voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; b. beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Het besluit tot wijziging van het LIB Schiphol in verband met wijziging van het beperkingengebied en de regels met het oog op de vliegveiligheid is met ingang van 4 november 2015 in werking getreden, de wijziging in verband met beperkingen geluid en externe veiligheid op 23 oktober 2017. De laatste versie voorziet in twee wijzigingen, waarvoor ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening wordt aangepast. Ten eerste wordt een afwegingsgebied voor externe veiligheid en geluid in het LIB opgenomen (nu bekend als het '20Ke-gebied'). In dit gebied mogen gemeenten op basis van een eigen integrale afweging omgevingsvergunningen afgeven voor de bouw van nieuwe woningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Buiten het bestaand stedelijk gebied blijven nieuwe woningbouwlocaties niet toegestaan. Ten tweede worden de ruimtelijke regels over externe veiligheid en geluidhinder verduidelijkt en vereenvoudigd.
Met deze wijzigingen krijgen gemeenten meer eigen afwegingsruimte en verantwoordelijkheid voor ruimtelijke ontwikkelingen. Consequenties voor dit plan Het voorliggende bestemmingsplangebied is gelegen binnen het beperkingengebied ten aanzien van maximale bouwhoogten. Op grond van het Luchthavenindelingbesluit (geconsolideerde versie 1 januari 2018) geldt hier een maximum bouwhoogte van 146 meter en radartoetshoogte 76 meter, gemeten vanaf het peil van Schiphol (-4,0 meter NAP). De maximale bouwhoogte die in dit bestemmingsplan is toegestaan, is 22,5 meter. Dit blijft ruim onder de 146 meter. Er wordt voldaan aan de eisen uit het Luchthavenindelingbesluit.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november door Provinciale Staten vastgesteld. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.
Nabijheid van functies is een
25
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout belangrijk duurzaamheidsprincipe. Daarbij wordt in het ontwerp rekening gehouden met voldoende afvoermogelijkheden van (regen)water, voldoende groen in en om de stad, en optimale verkeersontsluiting met multimodale knooppunten. Eén van de uitvoeringsprogramma’s onder de provinciale Omgevingsvisie is het Programma Natuurontwikkeling 2019-2023. In dit programma staat beschreven welke fysieke projecten de provincie uitvoert om de biodiversiteit in Noord-Hollland te vergroten en de Noord-Hollandse natuur- en cultuurlandschappen beleefbaar te maken voor bewoners en bezoekers van onze provincie. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan heeft betrekking op een ontwikkeling binnen het stedelijk gebied. De ontwikkeling voorziet in een menging met functies en ligt ook in de nabijheid van andere voorzieningen. De ontwikkeling wordt duurzaam en natuurinclusief ontwikkeld. In de buitenruimte worden groene ruimtes aangelegd. De locatie is goed ontsloten voor auto en fiets. De gemeente spant zich in om het openbaar vervoer bij de locatie te optimaliseren. De ontwikkeling sluit hierdoor aan bij het provinciaal beleid. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van en heeft geen invloed op Noord-Hollandse natuur. 3.2.2
Provinciale Ruimtelijke Verordening
De Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) schrijft voor waaraan bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. In het belang van een goede ruimtelijke ordening acht de provincie het noodzakelijk dat er algemene regels vastgesteld worden omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Hierdoor heeft de provincie meer invloed op de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. De laatste wijziging van de PRV is op 14 januari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. De gewijzigde PRV is op 1 februari 2019 in werking getreden. Voorbeelden van onderwerpen, waar de PRV regels voor heeft opgesteld zijn: Een bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid om detailhandel uit te oefenen op een bedrijventerrein of kantoorlocatie; Een bestemmingsplan kan voorzien in grootschalige( perifere) detailhandelsvestigingen; Een bestemmingsplan voorziet niet in de mogelijkheid van permanente bewoning van recreatiewoningen en stacaravans; Voor de Ecologische Hoofdstructuur en Ecologische Verbindingszones geldt, o.a.
dat in een bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen en regels worden opgenomen die omzetting naar de natuurfunctie onomkeerbaar belemmeren en de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur significant aantasten. Bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag en aardwarmte, zonne-energie, biomassa. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient aan eisen van duurzaam bouwen te voldoen. Consequenties voor dit plan Het bestemmingsplan voldoet aan de PRV. De ontwikkeling voldoet aan de eisen van duurzaam bouwen. Er worden onder meer zonnepanelen (pv-panelen) op de daken geplaatst. Hierdoor wordt voldaan aan de EPC-eis. 3.2.3
Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de oevers' (2015)
De Provinciale Watervisie 2021 'Buiten de Oevers' is vastgesteld op 15 september 2015 door Provinciale Staten. De watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie.
26
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Consequenties voor dit plan De Watervisie heeft niet direct consequenties voor het plangebied. Hoofdstuk 5 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. 3.2.4
Provinciale Woonvisie 2010-2020
De provincie heeft op 25 mei 2010 de woonvisie 'Goed wonen in Noord-Holland' vastgesteld. De woonvisie beschrijft drie speerpunten: 1. Afstemming vraag en aanbod. Het aanbod van woningen kan beter worden afgestemd op de behoeften die er zijn binnen een regio. Het gaat daarbij onder andere om de behoeften van doelgroepen zoals starters, jongeren, ouderen en zorgvragers. 2. voorzieningen in de woonomgeving; 3. duurzaamheid en transformatie. De provinciale woonvisie komt voort uit de provinciale structuurvisie. Op basis van de woonvisie wil de provincie Noord-Holland samen met de gemeenten en corporaties en andere woonpartners afspraken maken over de aantallen en het soort woningen dat moet worden gebouwd. In de woonvisie wordt geconstateerd dat vooral in Amsterdam het woningtekort bovengemiddeld groot is. De gebrekkige doorstroming in Amsterdam, maar ook in de andere gebieden van Noord-Holland, zorgt voor problemen bij het vinden van geschikte woningen voor starters op de woningmarkt. Consequenties voor dit plan Het Cruquiuswerkgebied wordt getransformeerd naar een werk-woongebied. Hierdoor voorziet het plan ook in toevoeging van nieuwe woningen aan de Amsterdamse woningmarkt. Dit sluit aan bij het beleid uit de provinciale Woonvisie.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Op basis van de MRA Agenda stemmen gemeenten fasering en programmering van de woningbouwplannen met elkaar af. Die afstemming bestaat uit het uitwisselen van informatie en inzicht in de feitelijke ontwikkelingen op de regionale woningmarkt.
Dit gebeurt onder meer door het monitoren van zowel de beschikbare harde en zachte plancapaciteit en van de daadwerkelijke jaarlijkse woningproductie. Ook wordt voor het eerst het regionale woonwensenonderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) in de gehele MRA gehouden. Op basis van het gezamenlijk inzicht worden opgaven geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt.
27
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
3.3.2
Plabeka
Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht. In dit regionale samenwerkingsverband stemmen de provincies Noord-Holland en Flevoland samen met de Stadsregio en de gemeenten vraag en aanbod van bedrijfslocaties zo goed mogelijk op elkaar af. Er vindt regionale afstemming plaats over de kwantiteit en kwaliteit van werklocaties. Het doel van Plabeka luidt als volgt: Het creëren van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, zeehaventerreinen) voor een evenwichtige economische ontwikkeling om daarmee een bijdrage te leveren aan de versterking van de (internationale) concurrentiepositie van de Metropoolregio en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven. 3.3.3
Uitvoeringsstrategie 2010-2040
Het regionale werklocatiebeleid is vastgelegd in de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040 'Snoeien om te kunnen bloeien'. Dit document is door de betrokken bestuurders uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op 23 juni 2011 vastgesteld. Ondanks de ingrepen, zoals afgesproken in de eerste Uitvoeringsstrategie 2007-2030, bleek uit de monitor dat er op de kantorenmarkt in de MRA nog steeds geen evenwichtige balans tussen vraag en aanbod gerealiseerd was. De leegstand bleef onverminderd hoog en de vraag naar kantoorruimte bleef achter bij de prognoses. Ook de uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen bleek lager dan voorzien. Hierdoor is besloten de Uitvoeringsstrategie de actualiseren. In de Uitvoeringsstrategie 2010-2040 zijn opnieuw afspraken gemaakt om in het planaanbod van kantoren en bedrijventerreinen te schrappen en worden verouderde bedrijventerreinen geherstructureerd en bestaande kantoren herontwikkeld tot duurzame kantoorconcepten of voor andere functies. Het resultaat van deze Uitvoeringsstrategie is dat in de MRA in totaal voor 1,9 miljoen m² planaanbod kantoren en 514 hectare planaanbod bedrijventerreinen worden geschrapt of uitgefaseerd tot na 2040. Consequenties voor dit plan Dit bestemmingsplan maakt een transformatie van industriegebied naar werk-woongebied mogelijk,waarbinnen diverse functies worden toegestaan.
Het plan behoudt en creëert hierdoor voldoendegevarieerde ruimte en kwaliteit van werklocaties. 3.3.4
Regionaal Verkeer- en Vervoerplan (RVVP) voor de stadsregio Amsterdam
Het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan (RVVP) is vastgesteld door de Regioraad van het ROA op 14 december 2004. Het beschrijft de wijze waarop de stadsregio Amsterdam invulling wil geven aan het verkeer- en vervoerbeleid tot 2015. Het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan is opgesteld binnen de ambities die de ROA-gemeenten gezamenlijk hebben geformuleerd. Deze ambities zijn: het creëren van een gezonde, gedifferentieerde economie met internationale concurrentiekracht; het bieden van een goed sociaal klimaat aan de inwoners; het zorgen voor een duurzame leefomgeving. De mobiliteitsgroei wordt hierbij als gegeven geaccepteerd. Consequenties voor dit plan Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van de huidige verkeersstructuur van het plangebied. De hoofdontsluiting wordt gevormd door de Cruquiusweg.
28
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Amsterdam 2040 en Koers 2025
Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch Sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) legt de gemeente Amsterdam zichzelf regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen, efficiënter omgaan met energie en vervoer zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.
De ambities zijn om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, de haven en huidige bedrijventerreinen intensiever te gebruiken en ruimte te creëren voor waterberging.
Afbeelding 3.3: Visiekaart Structuurvisie
29
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout
Het stedelijk centrummilieu beperkt zich niet meer tot de historische binnenstad, maar rolt zich uit tot aan de ring A10. De ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, sluiten aan bij de in de Structuurvisie geformuleerde opgave van transformatie en verdichting binnen de ring A10. De 'Structuurvisie Amsterdam 2040' (2011) schetst in grote lijnen hoe de vraag naar bouwlocaties opgevangen kan worden. Hierin staat de ambitie woningen toe te willen voegen door 'verdichting' en 'transformatie'. Amsterdam groeit elk jaar met gemiddeld 11.000 inwoners. Om deze groei mogelijk maken en de druk op de woningmarkt te verlichten is in het actieplan Woningbouw de ambitie geformuleerd om tot 2025 de bouw van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen mogelijk te maken, grotendeels door nieuwbouw en voor een gedeelte door transformatie. Koers 2025 is vastgesteld door college van B&W in juni 2016 en operationaliseert de Structuurvisie en het actieplan Woningbouw in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. Koers 2025 gaat in op welke locaties en onder welke condities en voorwaarden gebiedsontwikkeling en woningbouw wenselijk zijn. Consequenties voor dit plan Bestemmingsplan Cruquius deelgebied 5 sluit aan bij de doelstellingen uit de Structuurvisie Amsterdam 2040 en de Koers 2025. 3.4.2
Woonagenda 2025
Op 20 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad: een voorraad van 39% terwijl 49% van de huishoudens behoefte heeft aan deze woningen. De voorraad middeldure huur groeit volgens de prognose naar 9%, waardoor de voorraad meer in de buurt komt van de behoefte (11%). Er is in algemene zin behoefte aan huurwoningen. De woonagenda 2025 zet concreet in op de betaalbaarheid van woningen in Amsterdam, waarbij de komende jaren substantieel wordt ingezet op de bouw van sociale huurwoningen en huurwoningen in het middensegment. Amsterdam wil een inhaalslag maken en vooral bouwen voor huishoudens met een inkomen tot 1,5 maal modaal. Het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen is: 40% sociale huur 40% middelduur en 20% dure huur en koop. Aan de hand van spelregels voor woningbouwprogrammering wordt per plangebied bepaald welk programma gerealiseerd wordt. Consequenties voor dit plan Met het plan wordt de bouw van 120 woningen mogelijk gemaakt, deels in de sociale sector.
Aangezien de planvorming al enkele jaren loopt en er al eind 2016 / begin 2017 afspraken zijn gemaakt over het woningbouwprogramma, is in dit bestemmingsplan niet voorzien in de 40-40-20 regeling (40% sociaal, 40% middencategorie en 20% duur) voor nieuwe woningbouwontwikkelingen. Conform spelregel 3, zijn er reeds contractuele afspraken gemaakt welke zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst en anterieure overeenkomst. Op grond van het voorgaande is het voorliggende bestemmingsplan in lijn met de geldende stedelijke kaders opgesteld. 3.4.3
Huisvestingsverordening 2020
Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast. Sturen op de samenstelling van de woonruimtevoorraad is primair van belang omdat het woningaanbod dient aan te sluiten op de vraag en behoefte van huishoudens van verschillende samenstellingen aan woonruimte. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens. De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard één meer of minder intense ruimtelijke uitstraling. Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik. Wanneer de rechthebbende een zelfstandige woonruimte verkamerd wil verhuren (ook wel
30
bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 5, Berkhout omzetting genoemd), of in de woonruimte een bed & breakfast wil exploiteren, dan is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 een omzettingsvergunning nodig voor verkamering respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast nodig. Wanneer verlening van de gevraagde vergunning, die een wijziging in de woonruimtevoorraad teweeg brengt, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders leidt tot een aantasting van de leefbaarheid ter plaatse, bijvoorbeeld omdat de concentratie van verkamerde woningen ter plaatse te groot wordt geoordeeld, kan de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning om die reden worden geweigerd. Datzelfde kan zich voordoen bij een concentratie van bed & breakfast exploitatie. Met ingang van 1 april 2020 gaat op grond van de Huisvestingsverordening 2020 voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast een quotumstelsel gelden. Dit betekent dat er verdeeld over 99 wijken in de stad is vastgesteld hoeveel omzettingsvergunningen voor kamergewijze verhuur alsmede hoeveel onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast er maximaal kunnen worden verleend. Bij het bepalen van die quota is de aanvaardbaarheid voor het woon- en leefklimaat betrokken.