5. Advies stadsdelen en belangenorganisaties.pdf
Tekst van het document
Pagina 1 van 5
komende 10 à 15 jaar wordt verwacht. Bovendien is er in bepaalde delen van de stad al congestie afgekondigd, wat de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk zeer urgent maakt. Eerder heeft u advies gegeven op het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. Dit is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van het hoogspanningsnet in Amsterdam Het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam dat voor u ligt richt zich op de uitbreiding van het laag- en middenspanningsnet van de stad –het distributienet. Het Ontwikkelperspectief schetst de opgave op het distributienet tot 2050, en beschrijft hoe Liander en de gemeente hier samen in op gaan trekken. De opgave is zowel ruimtelijk als organisatorisch. Binnen de huidige manier van samenwerking kunnen de benodigde aantallen niet tijdig worden gerealiseerd. Aan de hand van verbetervoortellen wordt ingezet op verbeterde en versnelde inpassing van middenspanningsruimtes en bijbehorende kabels. Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3)
Conceptadvies bestuurscommissie: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de vergadering een conceptadvies
Onderzoek opgave stroomnetwerk Weesp De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp begrijpt de noodzaak om het stroomnetwerk uit te breiden. De specifieke opgave voor Weesp is niet inzichtelijk, omdat stadsgebied Weesp niet is opgenomen in de Themastudie Elektriciteit Amsterdam (TSA) 2.0. Daarom is er geen data voor stadsgebied Weesp. Voor de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp is het belangrijk dat ook voor Weesp de opgave op basis van data inzichtelijk wordt gemaakt. Zodat de specifieke situatie voor Weesp, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van Weespersluis en de plannen voor zonnepanelen op industrieterrein Noord, goed inzichtelijk is. Daarom verzoekt de bestuurscommissie het college om de TSA 2.0 aan te vullen met de data voor stadsgebied Weesp. Opgave per buurt Het is voor de bestuurscommissie belangrijk dat stadsgebied Weesp vroegtijdig informatie ontvangt over de opgave op korte en op lange termijn. Zodat deze informatie gebruikt kan worden om te anticiperen op ontwikkelingen. Graag ontvangt stadsgebied Weesp daarom een overzicht van de opgave en hoe deze zich verhoudt tot het bestaande elektriciteitsnetwerk, waar wat moet gebeuren (zowel boven als onder de grond), welke consequenties dit heeft voor andere opgaven (bijvoorbeeld woningbouw en dataclusters) en welke rol het stadsgebied (ook bestuurlijk) daarin heeft.
Programmeren Liander wil een wensplanning maken die per buurt beschrijft wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden. Een risico daarbij is dat de wensplanning gebaseerd is op de gekozen warmteoplossing per buurt. De bestuurscommissie wil deze adviesaanvraag benutten om het college erop te wijzen dat voor het grondgebied van de voormalig gemeente Weesp een eigen Transitievisie Warmte van toepassing is. Deze is vastgesteld door de toenmalig gemeenteraad van Weesp op 16 december 2021 en als bijlage aan dit advies toegevoegd. En de bestuurscommissie vraagt om de samenhang met de Transitievisie Warmte (voor Driemond de Amsterdamse) nader te duiden. Daarnaast worden in stadsgebied Weesp plannen uitgevoerd door de corporaties, de bestuurscommissie adviseert nadrukkelijk om hen ook te betrekken bij de programmering. Locatiebepaling De bestuurscommissie vindt het werken met zoekcirkels om te komen tot plaatsingsmogelijkheden een goed idee. Daarnaast is de bestuurscommissie blij dat er een gezamenlijk afwegingskader komt voor het plaatsen van Pagina 2 van 5
middenspanningsruimtes (MSR’s). Stadsgebied Weesp ziet daarvoor graag het concept afwegingskader, voordat dit kader wordt vastgesteld. Op die manier kan de gebiedsgerichte kennis vanuit het stadsgebied als input meegegeven worden. De verwachting is dat er steeds vaker geprotesteerd zal worden tegen nieuw te plaatsen MSR’s. Voor de locatiebepaling geldt dat Liander zal aangeven in welke zoekcirkel een MSR geplaatst moet worden. Vervolgens wordt door de gemeente, vanuit stedenbouwkundig perspectief, bepaald op welke locatie de MSR het best inpasbaar is. De bestuurscommissie verzoekt het college om daarvoor ook de gebiedsgerichte kennis te benutten, door stadsgebied Weesp ambtelijk in dit proces te betrekken en het bestuur via de portefeuillehouder vooraf te informeren. Vormgeving In het algemeen is de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s. Binnen de WIOR moet voor alle nieuw te plaatsen bovengrondse nutsvoorzieningen een vergunning afgegeven zijn, voordat werkzaamheden beginnen. De grenzen van de WIOR zijn echter niet volledig helder: voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Desondanks spreekt WIOR wel over het borgen van ruimtelijke kwaliteit en de mogelijkheid om geen vergunning te verstrekken of voorwaarden mee te geven.
Hoewel MSR’s voor de toekomstige stroombehoefte noodzakelijk zijn is de verwachting dat weerstand tegen de plaatsing zal ontstaan. Daarom is het belangrijk om de bewoners te betrekken bij de vormgeving. Dat is voor omwonenden van de MSR voor de bestuurscommissie een voorwaarde. Omwonenden verdienen goede participatie met betrekking tot de keuze over de uitstraling, daarom verzoekt de bestuurscommissie om het participatieniveau ‘meebeslissen’ voor de vormgeving te kiezen voor omwonenden.
Advies bestuurscommissie: Advies van de bestuurscommissie aan het college van burgemeester en wethouders
Het door het dagelijks bestuur geformuleerde advies ten behoeve van vergadering is geamendeerd (amendement nummer A 2023/07 en A 2023/08, beide unaniem aangenomen) en als volgt unaniem door de bestuurscommissie vastgesteld: Onderzoek opgave stroomnetwerk Weesp De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp begrijpt de noodzaak om het stroomnetwerk uit te breiden. De specifieke opgave voor Weesp is niet inzichtelijk, omdat stadsgebied Weesp niet is opgenomen in de Themastudie Elektriciteit Amsterdam (TSA) 2.0. Daarom is er geen data voor stadsgebied Weesp. Voor de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp is het belangrijk dat ook voor Weesp de opgave op basis van data inzichtelijk wordt gemaakt. Zodat de specifieke situatie voor Weesp goed inzichtelijk is. Daarom verzoekt de bestuurscommissie het college om de TSA 2.0 aan te vullen met de data voor stadsgebied Weesp. Opgave per buurt Het is voor de bestuurscommissie belangrijk dat stadsgebied Weesp vroegtijdig informatie ontvangt over de opgave op korte en op lange termijn. Zodat deze informatie gebruikt kan worden om te anticiperen op ontwikkelingen.
Graag ontvangt stadsgebied Weesp daarom een overzicht van de opgave en hoe deze zich verhoudt tot het bestaande elektriciteitsnetwerk, waar wat moet gebeuren (zowel boven als onder de grond), welke consequenties dit heeft voor andere opgaven (bijvoorbeeld woningbouw en dataclusters) en welke rol het stadsgebied (ook bestuurlijk) daarin heeft. De bestuurscommissie wijst erop dat het ondergrondse elektriciteitsnetwerk in het centrum van Weesp extra aandacht behoeft, omdat in het verleden is gebleken dat dit gedeelte van het netwerk erg storingsgevoelig is en al diverse keren tot een spanningsloze binnenstad geleid heeft. Binnen dit gebied bereidt het netwerk van elektrische laadpalen voor auto’s steeds meer uit, en ook het aantal horecagelegenheden dat hun koeling en andere apparatuur moeten voeden. Het is dus van groot belang dat de conditie en de vitaliteit van dit deel van het netwerk goed gemonitord wordt en waar nodig, eventueel uitgebreid. Pagina 3 van 5
Grote ontwikkelingen met invloed op netuitbreiding De bestuurscommissie verwacht van twee ontwikkelingen in Weesp dat zij aanzienlijke invloed zullen hebben op de vorm en capaciteit van het distributienet: de verdere bouw van de grote nieuwbouwwijk Weespersluis en het project richting een Smart Energy Hub op Bedrijventerrein Noord. Ten aanzien van het onderstation te Weesp dient verder gewezen te worden op het reeds vergunde datacenter in het westen van Weesp. Op Bedrijventerrein Noord werkt de Industrievereniging Weesp (IVW) samen met een in verduurzaming gespecialiseerd adviesbureau aan een omvangrijk en erg vooruitstrevend energieproject. Het doel is het vormen van een zogeheten Smart Energy Hub, waarbinnen veel energie opgewekt wordt (overwegend met een groeiend aantal zonnepanelen) en de elektriciteitsinfrastructuur en -consumptie ‘verslimd’ worden door het lokale verbruik en aanbod van stroom efficiënt aan te sturen en te timen. Bij succes kan dit project een blauwdruk vormen voor de verduurzaming van andere industriegebieden in de gemeente en regio. De projectorganisatie verwacht voor Bedrijventerrein Noord een verviervoudiging van de elektriciteitsbehoefte.
Om die reden en het grote belang van de ruimte op bedrijfsdaken voor de energietransitie van Weesp, roept de bestuurscommissie op om verzwaring van het distributienet in dit deel van Weesp relatief hoge prioriteit te geven. Hierbij is blijvende dialoog met en consultering van de projectorganisatie aan te raden, aangezien de Smart Energy Hub de gewenste vorm van netuitbreidingen en -aanpassingen onvermijdelijk beïnvloedt. Programmeren Liander wil een wensplanning maken die per buurt beschrijft wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden. Een risico daarbij is dat de wensplanning gebaseerd is op de gekozen warmteoplossing per buurt. De bestuurscommissie wil deze adviesaanvraag benutten om het college erop te wijzen dat voor het grondgebied van de voormalig gemeente Weesp een eigen Transitievisie Warmte van toepassing is. Deze is vastgesteld door de toenmalig gemeenteraad van Weesp op 16 december 2021 en als bijlage aan dit advies toegevoegd. En de bestuurscommissie vraagt om de samenhang met de Transitievisie Warmte (voor Driemond de Amsterdamse) nader te duiden. Daarnaast worden in stadsgebied Weesp plannen uitgevoerd door de corporaties, de bestuurscommissie adviseert nadrukkelijk om hen ook te betrekken bij de programmering.
Locatiebepaling De bestuurscommissie vindt het werken met zoekcirkels om te komen tot plaatsingsmogelijkheden een goed idee. Daarnaast is de bestuurscommissie blij dat er een gezamenlijk afwegingskader komt voor het plaatsen van middenspanningsruimtes (MSR’s). Stadsgebied Weesp ziet daarvoor graag het concept afwegingskader, voordat dit kader wordt vastgesteld. Op die manier kan de gebiedsgerichte kennis vanuit het stadsgebied als input meegegeven worden. De verwachting is dat er steeds vaker geprotesteerd zal worden tegen nieuw te plaatsen MSR’s. Voor de locatiebepaling geldt dat Liander zal aangeven in welke zoekcirkel een MSR geplaatst moet worden. Vervolgens wordt door de gemeente, vanuit stedenbouwkundig perspectief, bepaald op welke locatie de MSR het best inpasbaar is. De bestuurscommissie verzoekt het college om daarvoor ook de gebiedsgerichte kennis te benutten, door stadsgebied Weesp ambtelijk in dit proces te betrekken en het bestuur via de portefeuillehouder vooraf te informeren. Heldere communicatie naar de inwoners van de verschillende buurten binnen het stadsgebied over waarom een MSR op een specifieke locatie vereist is, acht de bestuurscommissie bovendien van groot belang. Vormgeving In het algemeen is de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s.
Binnen de WIOR moet voor alle nieuw te plaatsen bovengrondse nutsvoorzieningen een vergunning afgegeven zijn, voordat werkzaamheden beginnen. De grenzen van de WIOR zijn echter niet volledig helder: voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Desondanks spreekt WIOR wel over het borgen van ruimtelijke kwaliteit en de mogelijkheid om geen vergunning te verstrekken of voorwaarden mee te geven. Pagina 4 van 5
Hoewel MSR’s voor de toekomstige stroombehoefte noodzakelijk zijn is de verwachting dat weerstand tegen de plaatsing zal ontstaan. Daarom is het belangrijk om de bewoners te betrekken bij de vormgeving. Dat is voor omwonenden van de MSR voor de bestuurscommissie een voorwaarde. Omwonenden verdienen goede participatie met betrekking tot de keuze over de uitstraling, daarom verzoekt de bestuurscommissie om het participatieniveau ‘meebeslissen’ voor de vormgeving te kiezen voor omwonenden.
Pagina 5 van 5
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam
Ruimtelijke Ordening, Openbare ruimte Ruimte en Duurzaamheid Datum behandeling staf WH 16 mei 2023 Datum adviesaanvraag: 30 mei 2023 Deadline ontvangst advies: 11 juli 2023 Advies mailen naar: u.acilek@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam, met brief als bijlage Heeft er consultatie vooraf Het concept Ontwikkelperspectief is opgesteld samen met netbeheerder Liander. Tijdens plaatsgevonden? het BOSS op 28 september is de opgave en de voorgestelde aanpak voor het distributienet met de stadsdelen gedeeld. In diezelfde periode zijn er gesprekken geweest met de programmamanagers openbare ruimte over de voorgestelde aanpak en de opgave op het distributienet. Portefeuille: Directie:
Invullen door stadsdeel: West Bekend bij ondersteuning Fabriek Datum weekstart/staf: 3 juli 2023, concept advies. Datum stadsdeelcommissie: 11 juli oordeelsvormend, 18 juli besluitvormend Datum dagelijks bestuur: 4 juli, concept advies Registratienr. (optioneel): Geen. Stadsdeel:
Procesbegeleider: Portefeuillehouder:
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: -
(art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of
-
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of
BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
We vragen u, als dagelijks bestuur van het stadsdeel, het concept Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam te voorzien van advies namens uw stadsdeel. Concreet vragen wij advies op de verbetervoorstellen en welke aanscherping of toevoegingen er nodig zijn.
De groei van de stad en de opgave om Amsterdam klimaatneutraal te maken in 2050 hebben een grote impact op de elektriciteitsvoorziening van de stad. De elektriciteitsinfrastructuur zal moeten groeien, vanwege de sterk toenemende vraag naar elektrisch vermogen als gevolg van meer datagebruik (datacentra), de groei van de stad en de elektrificatie van industrie, warmte en mobiliteit. Studies laten zien dat de huidige vermogensvraag (1000 MW) als Pagina 1 van 4
… … … … … … … … …
gevolg van deze ontwikkelingen en ambities 3 tot 4 keer zo hoog wordt in 2050. En dat de grootste groei in de komende 10 à 15 jaar wordt verwacht. Bovendien is er in bepaalde delen van de stad al congestie afgekondigd, wat de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk zeer urgent maakt. Eerder heeft u advies gegeven op het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. Dit is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van het hoogspanningsnet in Amsterdam Het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam dat voor u ligt richt zich op de uitbreiding van het laag- en middenspanningsnet van de stad –het distributienet. Het Ontwikkelperspectief schetst de opgave op het distributienet tot 2050, en beschrijft hoe Liander en de gemeente hier samen in op gaan trekken. De opgave is zowel ruimtelijk als organisatorisch. Binnen de huidige manier van samenwerking kunnen de benodigde aantallen niet tijdig worden gerealiseerd. Aan de hand van verbetervoortellen wordt ingezet op verbeterde en versnelde inpassing van middenspanningsruimtes en bijbehorende kabels. Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3)
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Geacht college, Dank voor uw adviesaanvraag over het Ontwikkelperspectief Distributienetwerk Amsterdam. De vraag naar elektriciteit stijgt hard en de druk op ons elektriciteitsnetwerk neemt daarom snel toe. Elektrificatie van zoveel mogelijk toepassingen in zoveel mogelijk sectoren van de economie is een essentieel onderdeel van verduurzaming en verlagen van CO2 uitstoot. Zonder een goed uitgebouwd elektriciteitsnet kan Amsterdam niet zijn steentje bijdragen aan het stoppen van de opwarming van onze aarde. Het is daarom cruciaal dat Amsterdam ook in de toekomst goed kan blijven voldoen aan de elektriciteitsvraag. Het jaar 2050 lijkt ver weg, maar de uitbouw van het elektriciteitsnet is een grote en complexe operatie. Het is daarom goed om te zien dat de gemeente Amsterdam en Liander hier nu tijdig samen in optrekken.
Momenteel worden MSR’s los van elkaar aangevraagd. We adviseren positief op de ontwikkeling van de voorgestelde buurtaanpak zodat de grootschalige opgave buurt voor buurt kan worden aangepakt. We adviseren om de stadsdelen in een zo vroeg mogelijk stadium hierbij te betrekken om gezamenlijk naar de beste plekken te zoeken. Ten aanzien van uw adviesaanvraag en het ontwikkelperspectief geven wij graag onderstaande adviezen mee.
1. Ontwikkelingen in stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienetwerk a) De ontwikkelingen bij de Markthallen/Foodhallen en in de Houthavens worden terecht benoemd. b) De ontwikkelingen in Haven-Stad (Zuid) worden ook terecht benoemd. De mogelijke transformatie van het spooremplacement langs de Zaanstraat in de Spaarndammerbuurt hoort hier bij, maar is gelegen in het huidige stadsdeel West. c) Daarnaast wijzen wij op de geplande ontwikkelingen bij Gulden Winkelplantsoen (circa 400 woningen), Mercatorpark (circa 1000 woningen) en de Brediuslocatie (circa 150 woningen). d) West is een stadsdeel waar defacto geen vrije ruimte is. Elke vierkante meter heeft een functie. Inpassing van MSR’s betekent dat een bestaande functie moet wijken en/of wijzigen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 4
2. Inpassing middenspanningsruimten (MSR’s) zoveel mogelijk inpandig Zogeheten middenspanningsruimten (MSR’s) spelen een belangrijk rol bij het uitbouwen van het distributienetwerk op straat- en wijkniveau. Uit de huidige praktijk blijkt dat deze elektriciteitshuisjes vaak, zo niet bijna altijd, in de openbare ruimte terechtkomen. Terwijl het gemeentelijke beleid voorschrijft dat dit zoveel mogelijk inpandig moeten worden gerealiseerd. Vaak blijkt dit echter complex, kostbaar en/of vertragend. Het is daarom goed dat de gemeente proactief de zoektocht van Liander naar inpandige ruimtes gaat faciliteren. In West is de openbare ruimte vol en inpandige realisatie van MSR’s is daarom essentieel. Wij adviseren daarom in het ontwikkelperspectief op te nemen dat inpandige realisatie van MSR´s verplicht onderdeel is van nieuwe (gebieds)ontwikkelingen. 3. Ruimtelijke kwaliteit: belangrijk onderdeel bij inpassing MSR’s Geef bij de inpassing van MSR’s voldoende aandacht aan ruimtelijke kwaliteit. Het DB hecht veel aan dit belang we adviseren om de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van onze stad een prominentere plek in dit ontwikkelperspectief te geven. Deze aandacht is essentieel om het draagvlak voor het plaatsen van de objecten te vergroten. 4.
Vormgeving MSR’s: maatwerk moet mogelijk zijn Goede vormgeving van de MSR’s is essentieel voor het aanzicht van onze stad en de beleving van onze inwoners. Een goed vormgegeven object met een mooie uitstraling nodigt ook minder uit tot beklading of vandalisme. Dat is positief voor het onderhoud. Het is goed dat er gewerkt wordt aan een gemeentelijke standaard voor de MSR’s. Dit maatwerk moet verder gaan dan een andere kleur of steenstrip maar ook gaan over de grootte, inpassing en de uitstraling. Wij geven wij de volgende adviezen mee t.a.v. de vormgeving en inpassing van de MSR´s: • Houd de MSR’s zo compact mogelijk. Als vuistregel geldt: hoe kleiner het grondoppervlak, des te beter. • In de vormgeving is maatwerk noodzakelijk: op plekken zoals pleinen of bij grachten zijn ronde vormen beter inpasbaar dan rechthoekige vormen. • Ooghoogte (van mensen) is een belangrijke maat: kun je over een object heen kijken? Dit moet een randvoorwaarde zijn voor de standaard. • Op bijzondere plekken adviseren we maatwerk MSR’s mogelijk te maken: denk aan combinaties met andere nutsvoorzieningen, een speelobject, of een geheel groene MSR in een park. • Bekijk de mogelijkheden om de MSR ook een natuurinclusief object te laten zijn (nestkast, insecthotel, vleermuizen in de spouw, groen dak en groene muren).
• Bekijk de mogelijkheid om de MSR te combineren met andere functies die in de openbare ruimte nodig zijn, denk aan een combinatie met het laden van elektrische auto’s, fietsen, scooters, OV kasten. 5. Maak een afwegingskader voor inpassing van nutsopgaven Het is positief dat de gemeente en Liander samen een ‘afwegingskader’ maken om te komen tot locaties voor de MSR’s. De noodzaak hiervan is voor West groot, want de openbare ruimte in ons stadsdeel is simpelweg vol. Inpassing van MSR’s in West gaat altijd ten koste gaat van iets anders. De druk op de openbare ruimte is hoog, er is defacto nergens ‘vrije ruimte’. Elke vierkante meter wordt benut. Een nieuwe functie toevoegen gaat altijd ten koste van een bestaande functie. Wij willen voorkomen dat MSR’s dan maar standaard in het groen, in speeltuinen of pleinen neergezet worden. Om dat te voorkomen is meer inzicht en informatie nodig dan er nu geboden wordt. Want naast MSR’s moet de stad de komende decennia ook plaats maken voor onderstations, meer dan 1500 warmteoverdrachtstations, tientallen ‘points of presence’ (data gebouwtjes), OV-kastjes, honderden straatkasten voor data, honderden laadpalen voor elektrische auto’s, logistiek etc. Het gaat hier allemaal om bovengrondse gebouwen of bouwwerken die ruimte claimen, vaak ook ondergronds.
Op dit moment komen de ruimteclaims, los van elkaar, ter beoordeling terecht bij het stadsdeel waarbij we voor elke aanvraag een zo goed mogelijke afweging maken over inpassing van het object, rekening houdend met o.a. het behouden van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. Dit is geen optimale situatie, gezien de complexiteit van de opgave. Wat er nodig is, is een overzicht van alle (nuts)opgaven voor een gebied zodat we in één oogopslag te kunnen zien wat de opgaven ruimtelijk betekenen voor de stad c.q. voor een bepaald gebied. Al deze objecten Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 4
beconcurreren elkaar in de praktijk in een bepaald geografisch gebied. Overzicht is nodig om een goede integrale afweging te kunnen maken. Daarnaast is een prioriteringslijst nodig van wat er ruimtelijk als eerst mag wijken om plek te maken. Een ad hoc afweging per gebouwtje volstaat niet meer. Gedacht kan worden aan een “stedelijk afwegingskader openbare ruimte” waarin met het stadsdeel o.a. een prioritering wordt bepaald (welke ruimteclaims hebben meer en minder prioriteit) en waarin concreet wordt bepaald, zo mogelijk per gebied of straat, waar wel en waar niet een (nuts)object kan worden geplaatst en ten koste van welke ruimte.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Geen adviezen
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het concept DB-advies is tevens het finale advies.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 4
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam
… … … … … … …
Ruimtelijke Ordening, Openbare ruimte Ruimte en Duurzaamheid Datum behandeling staf WH 16 mei 2023 Datum adviesaanvraag: 30 mei 2023 Deadline ontvangst advies: 18 juli 2023 Advies mailen naar: u.acikel@amsterdam.nl max.dejong@amsterdam.nl n.tanouti@amsterdam.nl; Portefeuille: Directie:
Meegestuurde stukken: Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam, met brief als bijlage … Het concept Ontwikkelperspectief is opgesteld samen met netbeheerder Liander. Tijdens … het BOSS op 28 september is de opgave en de voorgestelde aanpak voor het distributienet met de stadsdelen gedeeld. In diezelfde periode zijn er gesprekken geweest met de programmamanagers openbare ruimte over de voorgestelde aanpak en de opgave op het distributienet. Invullen door stadsdeel:
Zuid R.J. van Soest Portefeuillehouder: R. Piers Datum weekstart/staf: 20 juni, concept advies, 16 juli definitief advies Datum stadsdeelcommissie: ntb Datum dagelijks bestuur: 21 juni, concept advies, 17 juli definitief advies. Registratienr. (optioneel): Geen. Stadsdeel: Procesbegeleider:
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: -
(art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of
-
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of
BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
We vragen u, als dagelijks bestuur van het stadsdeel, het concept Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam te voorzien van advies namens uw stadsdeel. Concreet vragen wij advies op de verbetervoorstellen en welke aanscherping of toevoegingen er nodig zijn. De groei van de stad en de opgave om Amsterdam klimaatneutraal te maken in 2050 hebben een grote impact op de elektriciteitsvoorziening van de stad. De elektriciteitsinfrastructuur zal moeten groeien, vanwege de sterk toenemende vraag naar elektrisch vermogen als gevolg van meer datagebruik (datacentra), de groei van de stad en de Pagina 1 van 11
elektrificatie van industrie, warmte en mobiliteit. Studies laten zien dat de huidige vermogensvraag (1000 MW) als gevolg van deze ontwikkelingen en ambities 3 tot 4 keer zo hoog wordt in 2050. En dat de grootste groei in de komende 10 à 15 jaar wordt verwacht. Bovendien is er in bepaalde delen van de stad al congestie afgekondigd, wat de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk zeer urgent maakt. Eerder heeft u advies gegeven op het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. Dit is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van het hoogspanningsnet in Amsterdam Het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam dat voor u ligt richt zich op de uitbreiding van het laag- en middenspanningsnet van de stad –het distributienet. Het Ontwikkelperspectief schetst de opgave op het distributienet tot 2050, en beschrijft hoe Liander en de gemeente hier samen in op gaan trekken. De opgave is zowel ruimtelijk als organisatorisch. Binnen de huidige manier van samenwerking kunnen de benodigde aantallen niet tijdig worden gerealiseerd. Aan de hand van verbetervoortellen wordt ingezet op verbeterde en versnelde inpassing van middenspanningsruimtes en bijbehorende kabels.
Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3)
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Algemene reactie Het Dagelijks Bestuur onderkent de urgentie en complexiteit van de opgave. De stad moet ook in de toekomst aan de elektriciteitsvraag kunnen voldoen. Het Dagelijks Bestuur juicht toe dat de gemeente Amsterdam en Liander hier gezamenlijk in optrekken en verbetervoorstellen doen om deze majeure operatie zo goed mogelijk te kunnen realiseren. Het DB ziet dat vanuit de dagelijkse praktijk dat middenspanningsruimten (MSR’s) vaak, zo niet bijna altijd, in de openbare ruimte terechtkomen. Dit terwijl het gemeentelijke beleid voorschrijft, o.a. op basis van de Visie Openbare Ruimte, dat objecten van derden zo veel mogelijk inpandig moeten worden gerealiseerd. Uit de praktijk blijkt dat dit vaak niet gebeurt omdat dit te complex, kostbaar en/of vertragend is voor het nutsbedrijf. We vinden daarom het voorstel positief dat de gemeente proactief de zoektocht van Liander naar inpandige ruimtes gaat faciliteren. We moeten, en dit geldt volgens het DB voor beide partijen, meer inzetten op het vinden van inpandige ruimtes om de schaarse openbare ruimte zo veel mogelijk te ontzien en te ontlasten. Reacties op de gestelde vragen
Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) • •
•
Het project Havenstraatterrein met onder meer 500 woningen, bedrijven en een school, Stadsdeel Zuid verkent op dit moment de ruimtelijke mogelijkheden om woningen toe te voegen in Buitenveldert. Ruimtelijk zouden honderden, misschien duizenden woningen, inclusief maatschappelijke voorzieningen, toegevoegd kunnen worden. Het gaat om een verkenning van mogelijkheden. De grootstedelijke gebieden Zuidas en Schinkelkwartier in Zuid zijn al in het perspectief benoemd.
Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3) Buurtaanpak: Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 11
Momenteel worden MSR’s los van elkaar aangevraagd. We adviseren positief op de ontwikkeling van de voorgestelde buurtaanpak zodat de grootschalige opgave buurt voor buurt kan worden aangepakt. We adviseren om de stadsdelen in een zo vroeg mogelijke stadium hierbij te betrekken om gezamenlijk naar de beste plekken te zoeken. We vragen u een planning uit te werken zodat beter inzichtelijk wordt vanaf wanneer we deze werkwijze kunnen verwachten. Gebiedsontwikkelingen: We vragen u om in het ontwikkelperspectief duidelijk op te nemen dat in de ontwikkelgebieden zoals Schinkelkwartier en Zuidas in Zuid voldoende inpandige ruimte voor nutsvoorzieningen wordt gereserveerd in de bouwenveloppen voor de toekomstige nieuwbouw. We zien nu dat de ruimtevraag voor nutsvoorzieningen soms buiten de gebiedsontwikkeling wordt neergelegd. Voor het DB is het een uitgangspunt dat we in de grootstedelijke projecten in Zuid en in gebiedsontwikkelingen de nutsvoorzieningen inpandig en binnen deze ontwikkeling realiseren en we vragen u dit in het ontwikkelperspectief op te nemen. Ruimtelijke kwaliteit: Het aspect ruimtelijke kwaliteit wordt in de voorliggende notitie in het beeld van het DB nog onderbelicht. Het lijkt behandeld als een aanvullend aspect of als een aspect waar we ook zonder kunnen.
De plaatsing van MSR’s wordt vooral technisch benaderd; technische randvoorwaarden lijken zwaarder te wegen dan andere beoordelingsaspecten. Dit gaat voorbij aan het belang wat het DB hecht aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid en we adviseren om de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van onze stad een prominentere plek in dit ontwikkelperspectief te geven. Deze aandacht is essentieel om het draagvlak voor het plaatsen van de objecten te vergroten. Vormgeving: Ook de vormgeving van de MSR’s is cruciaal en het is positief dat er gewerkt zal worden aan een gemeentelijke standaard. Dit maatwerk moet verder gaan dan een andere kleur of steenstrip maar ook gaan over de grootte, inpassing en de uitstraling. We adviseren het college met klem om de ‘peperbus’ als mogelijke uitvoering te behouden voor de stad. Dit gebouw heeft een kleiner oppervlak dan de standaard MSR’s en is vaak goed in te passen in de dicht bebouwde stad en de beschermde stadsgezichten in Zuid. Op sommige plekken is dit eigenlijk de enige haalbare optie. Kortom: het is een enorm waardevol en bewezen object. Extra kosten voor de vormgeving of de keuze voor een peperbus of andere extra kosten voor de inpassing moeten al in het ontwikkelperspectief en in de benoemd en uitgewerkt worden zodat hierover niet per plek een discussie gevoerd hoeft te worden.
Leefbaarheid, draagvlak, participatie: De plaatsing van een MSR in een woonstraat, buurtpleintje, parkje of in de directe nabijheid van woningen heeft impact op de woonkwaliteit en we hebben in Zuid al meerdere malen te maken gehad met protesten uit de omgeving over een voorgenomen plaatsing. In de participatie is dus maatwerk nodig om voldoende draagvlak voor de plaatsing van de objecten te krijgen. Een trafo op enkele meters van een woning heeft een andere impact op de woonkwaliteit en leefbaarheid dan de plaatsing op een plein of groenstrook en we vragen u om hier in de teksten over de participatie op in te gaan. We adviseren om bij de participatie over de locatie keuze onderscheid te maken tussen het type locatie, locaties in de directe nabijheid van woningen behoeven een ruimer participatie niveau dan het nu in het hoofdstuk Participatieaanpak gestelde ‘meeweten’ (informeren). We adviseren positief over het werken met participatie plannen per buurt, we nemen aan dat deze door de voor de WIOR vergunning gemandateerde stadsdeelbestuurder worden ondertekend. Vergunningen: Momenteel worden de MSR’s vergund door middel van een WIOR (werken in de openbare ruimte) vergunning. Gezien de ruimtelijke impact en de impact op het gebruik van de plaatsing van MSR’s op de omgeving is soms een uitgebreidere (pre) toetsing nodig.
We denken hierbij aan de toetsen die nu voor een omgevingsvergunning nodig zijn (zoals beschermde stadsgezichten, hoofdgroenstructuur, welstand). We adviseren u om te onderzoeken of het toekomstige omgevingsplan hier mogelijkheden voor kan bieden.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 11
Ondergrond: Naast de MSR’s zullen ook de in Zuid benodigde 100 tot 150 km kabels tussen de MSR’s en de onderstations en laagspanningskasten impact hebben op het bovengrondse gebruik van de openbare ruimte. Ze beperken bijvoorbeeld de mogelijkheid bomen te planten en er zullen eisen aan de toegankelijkheid worden gesteld. We vragen u om in het ontwikkelperspectief hier nader op in te gaan. Meer in detail willen we graag nog aandacht vragen voor het volgende. Belangrijk bij de uitwerking van een standaard is: • We adviseren de MSR’s zo compact mogelijk te houden, hoe kleiner de het grondoppervlak, hoe beter. Ook in de vormgeving is maatwerk nodig: ronde vormen (bijvoorbeeld de ‘peperbus’) zijn beter in te passen. • Ooghoogte (van mensen) is een belangrijke maat: kun je over een object heen kijken? Dit moet een randvoorwaarde zijn voor de standaard. • Op bijzondere plekken adviseren we maatwerk MSR’s mogelijk maken: denk aan combinaties met andere nutsvoorzieningen, een speelobject, of een geheel groene MSR in een park. • Bekijk de mogelijkheden om de MSR ook een natuurinclusief object te laten zijn (nestkast, insecthotel, vleermuizen in de spouw, een groen dak), • Kunst: we zien kansen voor kunstinitiatieven op en rond de objecten. Dit mag voor sommige, meer centrale plekken, verder gaan dan het verfraaien.
De objecten vormen een ‘canvas’ voor kunstenaars en we adviseren de adviescommissie voor de kunst Zuid (de ACK) te betrekken bij de kaders en eventueel bij de opdrachten en uitwerking. • Bekijk de mogelijkheid om de MSR te combineren met andere functies die in de openbare ruimte nodig zijn, denk aan een combinatie met het laden van elektrische auto’s, fietsen, scooters, OV kasten. Ongevraagd advies: We vinden het positief dat er, gezamenlijk, een ‘afwegingskader’ wordt opgesteld om te komen tot locaties voor de MSR’s die zo veel mogelijk aansluit bij vigerende gemeentelijk beleid en het beleid van Liander. Toch hebben wij de indruk dat, met alle opgaven die de komende jaren op de openbare ruimte afkomen, dit kader voor enkel de MSR-opgave niet genoeg is om alle huidige en toekomstige ruimtelijke claims in de openbare ruimte tijdig en zorgvuldig in te passen. Wij willen daarom graag van de gelegenheid gebruik maken uw college het onderstaande ongevraagde advies te geven: Het plaatsen van honderden extra MSR’s is één van de opgaves met een ruimtelijke impact waar de stad mee te maken heeft. Er komen nog andere transities op de stad af als gevolg van verduurzaming, klimaat en groeiende vraag naar data/connectiviteit.
Naast MSR’s moet de stad de komende decennia plaats maken voor onderstations, meer dan 1500 warmteoverdrachtstations, tientallen ‘points of presence’ (data gebouwtjes), OVkastjes, honderden straatkasten voor data, honderden laadpalen voor elektrische auto’s, logistiek etc. Het gaat hier allemaal om bovengrondse gebouwen of bouwwerken die ruimte claimen, vaak ook ondergronds. Op dit moment komen de ruimteclaims, los van elkaar, ter beoordeling terecht bij het stadsdeel waarbij we voor elke aanvraag een zo goed mogelijke afweging maken over inpassing van het object, rekening houdend met o.a. het behouden van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. We missen een overzicht van alle (nuts)opgaven voor een gebied zodat we in één oogopslag te kunnen zien wat de opgaven ruimtelijk betekenen voor de stad c.q. voor een bepaald gebied. Al deze objecten beconcurreren elkaar in de praktijk in een bepaald geografisch gebied. We kunnen nu eigenlijk nog geen afweging per straat maken of een prioritering voor het toekennen van een functie onderbouwen. Met de te verwachten schaalvergroting van (nuts)objecten volstaat het niet meer om ad hoc, per gebouwtje een afweging te maken. Ook een afwegingskader voor alleen MSR’s is hiermee in ons beeld nog niet voldoende, want incompleet.
Zo gaat de buurtgerichte aanpak logischerwijs uit van de bestaande inrichting van de straten en pleinen en houdt ze hiermee geen rekening met de veranderingen die we in de Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 11
nabije toekomst voorstaan zoals het vergroenen van de openbare ruimte. Kabels en leidingen horende bij de MSR’s en andere nutsobjecten beperken bijvoorbeeld de mogelijkheden om bomen te plaatsen (voor klimaatadaptatie) of om de openbare ruimte rainproof in te richten. De huidige opgave en transities vragen om verdergaande maatregelen en kaders. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een “stedelijk afwegingskader openbare ruimte” waarin met het stadsdeel o.a. een prioritering wordt bepaald (welke ruimteclaims hebben meer en minder prioriteit?) en waarin concreet wordt bepaald, zo mogelijk per gebied of straat, waar wel en waar niet een (nuts)object kan worden geplaatst.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
Adviesaanvraag ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam. Wij herkennen ons in de opgave zoals gesteld in het ontwikkelperspectief, namelijk dat de groei van de stad en de opgave om Amsterdam klimaatneutraal te maken in 2050 een grote impact op de elektriciteitsvoorziening van de stad hebben en dat dit noopt tot de voorgestelde maatregelen. De stadsdeelcommissie ziet, naast het gestelde in het advies, graag dat wanneer er op grond van de Omgevingswet op gemeentelijk niveau in het Omgevingsplan voorwaarden worden gesteld bij vergunningverlening, de stadsdeelcommissie kan adviseren over deze desbetreffende voorwaarden. Tevens wensen wij dat de ambities uit de Omgevingsvisie 2050, waarin het stadsbestuur onder andere aangeeft dat er zal worden gekozen voor rigoureuze vergroening, niet uit het oog verloren mogen worden bij de aanleg van de extra voorzieningen om het elektriciteitsnet uit te breiden. Zowel bij de aanleg van de benodigde MSR’s als de noodzakelijke extra kabels, moet dit volwaardig meewegen bij de locatiekeuze. Één van de zaken die zorgen voor een grote toename op de vraag naar elektriciteit is de snelle overgang naar elektrisch rijden. Nederland en Amsterdam lopen voorop wat de overgang naar elektrisch rijden betreft.
De RAI vereniging slaat alarm en zegt dat het elektriciteitsnet nog onvoldoende is uitgerust op de elektrificering van het wagenpark.1 Net als met benzine en diesel kunnen de prijzen om een voertuig op te laden via laadpalen fluctueren.2 Een mogelijke manier om de overstap op elektrisch rijden te stimuleren en problemen met het distributienet te verlichten is bewoners of ondernemers in sommige situaties toe te staan vanaf de privé-woning een voertuig met een kabel over de stoep op te laden. Amsterdam staat het leggen van een kabel over de stoep naar een voertuig op dit
1 https://www.raivereniging.nl/actueel/nieuws/algemeen-voorzitter-rai-vereniging-frits-van-
bruggen-slaat-laadpaalalarm/ 2 Amsterdam is gemiddeld de op een na duurste gemeente met stroomprijs bij laadpaal
https://www.parool.nl/a-bfd950ae
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 11
moment niet toe.3 Onder andere de gemeentes Enschede4, Dordrecht5, Westland6, Zeewolde7, Oosterhout8, Amstelveen9, Soest10, Horst11, Borsele, Goeree Overflakke, Leusden12, Nieuwkoop13, Nijmegen14, Soest15 en Hoeksche Waard16 zijn begonnen met een proef of concreet beleid om kabelgoten/kabelgoottegels van de woning over het trottoir naar het voertuig toe te staan, onder voorwaarden. De stadsdeelcommissie (VVD, D66, GroenLinks, CDA) adviseert de mogelijkheden te onderzoeken dit onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden toe te staan. Zo zou men bij het onderzoek kunnen denken aan het toestaan van specifieke kabelgoten, die makkelijk herkenbaar zijn, waar men met een rollator overheen kan, zoals in andere gemeentes. Particulieren die zelf opgewekte energie willen aanwenden voor het opladen van elektrische voertuigen dienen er dan zelf zorg voor te dragen dat deze kabelgoten worden toegepast en de energie op een veilige manier bij het voertuig komt en dat kabels niet de doorgang voor voetgangers en ander verkeer versperren. Het is het wat de stadsdeelcommissie betreft duidelijk dat niet elke straat hiervoor geschikt is. De straten in gebieden als Buitenveldert met eengezinswoningen lijkt de stadsdeelcommissie kansrijk, dit gebied zien we graag specifiek onderzocht.
Het toestaan van kabelgoten onder voorwaarden zou mogelijk ook kunnen leiden tot het sneller vergroenen van woningen: het zal immers lonen eerder en meer zonnepanelen op het dak te leggen, aangezien de stroomvraag van een elektrisch voertuig groot is en elektrisch rijden de toekomst is. 3https://www.amsterdam.nl/veelgevraagd/?caseid=%7B56AAD222-FE06-4875-90D4-
A1E1AE707D79%7D
4 https://www.enschede.nl/proef-kabelgoottegels-elektrische-auto 5
https://www.ad.nl/dordrecht/kabel-voor-je-elektrische-auto-over-de-stoep-mag-datgemeente-werkt-aan-beleid-voor-laadkabels~a9e9f97a/ 6 https://www.gemeentewestland.nl/in-de-gemeente/verkeer-en-vervoer/kabelgoottegel-
elektrische-auto 7 https://www.zeewolde.nl/opladen-elektrische-autos 8 https://www.oosterhout.nl/inwoners/verkeer/laadpalen-elektrische-autos/7-aanvraag-
kabelgoot 9 https://www.amstelveen.nl/wonen-leven/product/verkeer-en-vervoer_verkeer_oplaadpalen-
voor-elektrisch-rijden 10 https://www.verkeersnet.nl/duurzaamheid/38509/ev-kabelgoottegel-houdt-trottoir-vrij-van-
losliggende-kabels/ 11 https://www.pzc.nl/zeeuws-vlaanderen/stoeptegels-met-kabelgoten-voor-opladen-
elektrische-auto-in-hulst-zien-ze-het-wel-zitten~ac0257a7/ 12 https://www.leusden.nl/duurzaamheid/proef-met-kabelgoten 13 https://www.nieuwkoop.nl/kabelgoot 14https://www.nijmegen.nl/diensten/parkeren-verkeer-en-vervoer/opladen-elektrische-auto/
15 https://www.soest.nl/vergunningen/kabelgoottegel 16 https://www.gemeentehw.nl/direct-regelen/wonen-bouwen-en-omgeving/verkeer-en-
vervoer/kabelgoottegel-aanvragen/
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 11
Tevens zou de stadsdeelcommissie graag zien dat ook niet-dak-eigenaren en huurders de mogelijkheid krijgen om middels het in het coalitieakkoord opgenomen Groene Daken Fonds te investeren in zonnepanelen en zo mee te profiteren van alle positieve effecten van zonnepanelen en de daarmee opgewekte energie.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 11
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Algemene reactie Het Dagelijks Bestuur onderkent de urgentie en complexiteit van de opgave. De stad moet ook in de toekomst aan de elektriciteitsvraag kunnen voldoen. Het Dagelijks Bestuur juicht toe dat de gemeente Amsterdam en Liander hier gezamenlijk in optrekken en verbetervoorstellen doen om deze majeure operatie zo goed mogelijk te kunnen realiseren. Het DB ziet dat vanuit de dagelijkse praktijk dat middenspanningsruimten (MSR’s) vaak, zo niet bijna altijd, in de openbare ruimte terechtkomen. Dit terwijl het gemeentelijke beleid voorschrijft, o.a. op basis van de Visie Openbare Ruimte, dat objecten van derden zo veel mogelijk inpandig moeten worden gerealiseerd. Uit de praktijk blijkt dat dit vaak niet gebeurt omdat dit te complex, kostbaar en/of vertragend is voor het nutsbedrijf. We vinden daarom het voorstel positief dat de gemeente proactief de zoektocht van Liander naar inpandige ruimtes gaat faciliteren. We moeten, en dit geldt volgens het DB voor beide partijen, meer inzetten op het vinden van inpandige ruimtes om de schaarse openbare ruimte zo veel mogelijk te ontzien en te ontlasten. Reacties op de gestelde vragen
Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) • •
•
Het project Havenstraatterrein met onder meer 500 woningen, bedrijven en een school, Stadsdeel Zuid verkent op dit moment de ruimtelijke mogelijkheden om woningen toe te voegen in Buitenveldert. Ruimtelijk zouden honderden, misschien duizenden woningen, inclusief maatschappelijke voorzieningen, toegevoegd kunnen worden. Het gaat om een verkenning van mogelijkheden. De grootstedelijke gebieden Zuidas en Schinkelkwartier in Zuid zijn in het perspectief benoemd en hier worden ongeveer 7.500 woningen (zuidas) en 2-3000 woningen (Schinkelhaven) toegevoegd.
Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3) Buurtaanpak: Momenteel worden MSR’s los van elkaar aangevraagd. We adviseren positief op de ontwikkeling van de voorgestelde buurtaanpak zodat de grootschalige opgave buurt voor buurt kan worden aangepakt. We adviseren om de stadsdelen in een zo vroeg mogelijke stadium hierbij te betrekken om gezamenlijk naar de beste plekken te zoeken. We vragen u een planning uit te werken zodat beter inzichtelijk wordt vanaf wanneer we deze werkwijze kunnen verwachten. Gebiedsontwikkelingen: We vragen u om in het ontwikkelperspectief duidelijk op te nemen dat in de ontwikkelgebieden zoals Schinkelkwartier en Zuidas in Zuid voldoende inpandige ruimte voor nutsvoorzieningen wordt gereserveerd in de bouwenveloppen voor de toekomstige nieuwbouw. We zien nu dat de ruimtevraag voor nutsvoorzieningen soms buiten de gebiedsontwikkeling wordt neergelegd. Voor het DB is het een uitgangspunt dat we in de grootstedelijke projecten in Zuid en in gebiedsontwikkelingen de nutsvoorzieningen inpandig en binnen deze ontwikkeling realiseren en we vragen u dit in het ontwikkelperspectief op te nemen. Ruimtelijke kwaliteit: Het aspect ruimtelijke kwaliteit wordt in de voorliggende notitie in het beeld van het DB nog onderbelicht.
Het lijkt behandeld als een aanvullend aspect of als een aspect waar we ook zonder kunnen. De plaatsing van MSR’s wordt vooral technisch benaderd; technische randvoorwaarden lijken zwaarder te wegen dan andere beoordelingsaspecten. Dit gaat voorbij aan het belang wat het DB hecht aan de ruimtelijke kwaliteit en Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 11
leefbaarheid en we adviseren om de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van onze stad een prominentere plek in dit ontwikkelperspectief te geven. Deze aandacht is essentieel om het draagvlak voor het plaatsen van de objecten te vergroten. Vormgeving: Ook de vormgeving van de MSR’s is cruciaal en het is positief dat er gewerkt zal worden aan een gemeentelijke standaard. Dit maatwerk moet verder gaan dan een andere kleur of steenstrip maar ook gaan over de grootte, inpassing en de uitstraling. We adviseren het college met klem om de ‘peperbus’ als mogelijke uitvoering te behouden voor de stad. Dit gebouw heeft een kleiner oppervlak dan de standaard MSR’s en is vaak goed in te passen in de dicht bebouwde stad en de beschermde stadsgezichten in Zuid. Op sommige plekken is dit eigenlijk de enige haalbare optie. Kortom: het is een enorm waardevol en bewezen object. Extra kosten voor de vormgeving of de keuze voor een peperbus of andere extra kosten voor de inpassing moeten al in het ontwikkelperspectief en in de benoemd en uitgewerkt worden zodat hierover niet per plek een discussie gevoerd hoeft te worden.
Leefbaarheid, draagvlak, participatie: De plaatsing van een MSR in een woonstraat, buurtpleintje, parkje of in de directe nabijheid van woningen heeft impact op de woonkwaliteit en we hebben in Zuid al meerdere malen te maken gehad met protesten uit de omgeving over een voorgenomen plaatsing. In de participatie is dus maatwerk nodig om voldoende draagvlak voor de plaatsing van de objecten te krijgen. Een trafo op enkele meters van een woning heeft een andere impact op de woonkwaliteit en leefbaarheid dan de plaatsing op een plein of groenstrook en we vragen u om hier in de teksten over de participatie op in te gaan. We adviseren om bij de participatie over de locatie keuze onderscheid te maken tussen het type locatie, locaties in de directe nabijheid van woningen behoeven een ruimer participatie niveau dan het nu in het hoofdstuk Participatieaanpak gestelde ‘meeweten’ (informeren). We adviseren positief over het werken met participatie plannen per buurt, we nemen aan dat deze door de voor de WIOR vergunning gemandateerde stadsdeelbestuurder worden ondertekend. Vergunningen: Momenteel worden de MSR’s vergund door middel van een WIOR (werken in de openbare ruimte) vergunning. Gezien de ruimtelijke impact en de impact op het gebruik van de plaatsing van MSR’s op de omgeving is soms een uitgebreidere (pre) toetsing nodig.
We denken hierbij aan de toetsen die nu voor een omgevingsvergunning nodig zijn (zoals beschermde stadsgezichten, hoofdgroenstructuur, welstand). We adviseren u om te onderzoeken of het toekomstige omgevingsplan hier mogelijkheden voor kan bieden. Ondergrond: Naast de MSR’s zullen ook de in Zuid benodigde 100 tot 150 km kabels tussen de MSR’s en de onderstations en laagspanningskasten impact hebben op het bovengrondse gebruik van de openbare ruimte. Ze beperken bijvoorbeeld de mogelijkheid bomen te planten en er zullen eisen aan de toegankelijkheid worden gesteld. We vragen u om in het ontwikkelperspectief hier nader op in te gaan. Meer in detail willen we graag nog aandacht vragen voor het volgende. Belangrijk bij de uitwerking van een standaard is: • We adviseren de MSR’s zo compact mogelijk te houden, hoe kleiner de het grondoppervlak, hoe beter. Ook in de vormgeving is maatwerk nodig: ronde vormen (bijvoorbeeld de ‘peperbus’) zijn beter in te passen. • Ooghoogte (van mensen) is een belangrijke maat: kun je over een object heen kijken? Dit moet een randvoorwaarde zijn voor de standaard. • Op bijzondere plekken adviseren we maatwerk MSR’s mogelijk maken: denk aan combinaties met andere nutsvoorzieningen, een speelobject, of een geheel groene MSR in een park.
• Bekijk de mogelijkheden om de MSR ook een natuurinclusief object te laten zijn (nestkast, insecthotel, vleermuizen in de spouw, een groen dak), • Kunst: we zien kansen voor kunstinitiatieven op en rond de objecten. Dit mag voor sommige, meer Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 11
•
centrale plekken, verder gaan dan het verfraaien. De objecten vormen een ‘canvas’ voor kunstenaars en we adviseren de adviescommissie voor de kunst Zuid (de ACK) te betrekken bij de kaders en eventueel bij de opdrachten en uitwerking. Bekijk de mogelijkheid om de MSR te combineren met andere functies die in de openbare ruimte nodig zijn, denk aan een combinatie met het laden van elektrische auto’s, fietsen, scooters, OV kasten.
Ongevraagd advies: We vinden het positief dat er, gezamenlijk, een ‘afwegingskader’ wordt opgesteld om te komen tot locaties voor de MSR’s die zo veel mogelijk aansluit bij vigerende gemeentelijk beleid en het beleid van Liander. Toch hebben wij de indruk dat, met alle opgaven die de komende jaren op de openbare ruimte afkomen, dit kader voor enkel de MSR-opgave niet genoeg is om alle huidige en toekomstige ruimtelijke claims in de openbare ruimte tijdig en zorgvuldig in te passen. Wij willen daarom graag van de gelegenheid gebruik maken uw college het onderstaande ongevraagde advies te geven: Het plaatsen van honderden extra MSR’s is één van de opgaves met een ruimtelijke impact waar de stad mee te maken heeft. Er komen nog andere transities op de stad af als gevolg van verduurzaming, klimaat en groeiende vraag naar data/connectiviteit. Naast MSR’s moet de stad de komende decennia plaats maken voor onderstations, meer dan 1500 warmteoverdrachtstations, tientallen ‘points of presence’ (data gebouwtjes), OVkastjes, honderden straatkasten voor data, honderden laadpalen voor elektrische auto’s, logistiek etc. Het gaat hier allemaal om bovengrondse gebouwen of bouwwerken die ruimte claimen, vaak ook ondergronds.
Op dit moment komen de ruimteclaims, los van elkaar, ter beoordeling terecht bij het stadsdeel waarbij we voor elke aanvraag een zo goed mogelijke afweging maken over inpassing van het object, rekening houdend met o.a. het behouden van de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte. We missen een overzicht van alle (nuts)opgaven voor een gebied zodat we in één oogopslag te kunnen zien wat de opgaven ruimtelijk betekenen voor de stad c.q. voor een bepaald gebied. Al deze objecten beconcurreren elkaar in de praktijk in een bepaald geografisch gebied. We kunnen nu eigenlijk nog geen afweging per straat maken of een prioritering voor het toekennen van een functie onderbouwen. Met de te verwachten schaalvergroting van (nuts)objecten volstaat het niet meer om ad hoc, per gebouwtje een afweging te maken. Ook een afwegingskader voor alleen MSR’s is hiermee in ons beeld nog niet voldoende, want incompleet. Zo gaat de buurtgerichte aanpak logischerwijs uit van de bestaande inrichting van de straten en pleinen en houdt ze hiermee geen rekening met de veranderingen die we in de nabije toekomst voorstaan zoals het vergroenen van de openbare ruimte. Kabels en leidingen horende bij de MSR’s en andere nutsobjecten beperken bijvoorbeeld de mogelijkheden om bomen te plaatsen (voor klimaatadaptatie) of om de openbare ruimte rainproof in te richten.
De huidige opgave en transities vragen om verdergaande maatregelen en kaders. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een “stedelijk afwegingskader openbare ruimte” waarin met het stadsdeel o.a. een prioritering wordt bepaald (welke ruimteclaims hebben meer en minder prioriteit?) en waarin concreet wordt bepaald, zo mogelijk per gebied of straat, waar wel en waar niet een (nuts)object kan worden geplaatst Naar aanleiding van het advies stadsdeelcommissie Zuid: We vragen het college om kennis te nemen van het advies van de stadsdeelcommissie met betrekking tot de energie transitie, zoals het advies om het mogelijk te maken om voertuigen vanaf het eigen kavel op te laden met eigen zonnepanelen, en over de advisering door de stadsdeelcommissie over het omgevingsplan. Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie inzake het betrekken van de ambitie tot het rigoureus vergroenen bij het ontwikkelperspectief over. Het DB vraagt het college om bij locatiekeuzes voor objecten en kabels de ambitie tot het rigoureus vergroenen van de stad volwaardig bij mee te nemen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 11
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 11
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam Portefeuille: Ruimtelijke Ordening, Openbare ruimte Directie: Ruimte en Duurzaamheid Datum behandeling staf WH 16 mei 2023 Datum adviesaanvraag: 30 mei 2023 Deadline ontvangst advies: 11 juli 2023 Advies mailen naar: u.acilek@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam, met brief als bijlage Heeft er consultatie vooraf Het concept Ontwikkelperspectief is opgesteld samen met netbeheerder Liander. Tijdens plaatsgevonden? het BOSS op 28 september is de opgave en de voorgestelde aanpak voor het distributienet
met de stadsdelen gedeeld. In diezelfde periode zijn er gesprekken geweest met de programmamanagers openbare ruimte over de voorgestelde aanpak en de opgave op het distributienet. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: … Procesbegeleider: … Datum weekstart/staf: … Datum stadsdeelcommissie: … Datum dagelijks bestuur: … Registratienr. (optioneel): …
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of -
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.
DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)