5. Advies stadsdelen en belangenorganisaties.pdf
Tekst van het document
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
We vragen u, als dagelijks bestuur van het stadsdeel, het concept Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam te voorzien van advies namens uw stadsdeel. Concreet vragen wij advies op de verbetervoorstellen en welke aanscherping of toevoegingen er nodig zijn.
De groei van de stad en de opgave om Amsterdam klimaatneutraal te maken in 2050 hebben een grote impact op de elektriciteitsvoorziening van de stad. De elektriciteitsinfrastructuur zal moeten groeien, vanwege de sterk toenemende vraag naar elektrisch vermogen als gevolg van meer datagebruik (datacentra), de groei van de stad en de elektrificatie van industrie, warmte en mobiliteit. Studies laten zien dat de huidige vermogensvraag (1000 MW) als gevolg van deze ontwikkelingen en ambities 3 tot 4 keer zo hoog wordt in 2050. En dat de grootste groei in de Pagina 1 van 8
… … … … … … … … …
komende 10 à 15 jaar wordt verwacht. Bovendien is er in bepaalde delen van de stad al congestie afgekondigd, wat de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk zeer urgent maakt. Eerder heeft u advies gegeven op het Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035. Dit is het richtinggevend ruimtelijk kader voor de noodzakelijke uitbreiding van het hoogspanningsnet in Amsterdam Het Ontwikkelperspectief Distributienet Amsterdam dat voor u ligt richt zich op de uitbreiding van het laag- en middenspanningsnet van de stad –het distributienet. Het Ontwikkelperspectief schetst de opgave op het distributienet tot 2050, en beschrijft hoe Liander en de gemeente hier samen in op gaan trekken. De opgave is zowel ruimtelijk als organisatorisch. Binnen de huidige manier van samenwerking kunnen de benodigde aantallen niet tijdig worden gerealiseerd. Aan de hand van verbetervoortellen wordt ingezet op verbeterde en versnelde inpassing van middenspanningsruimtes en bijbehorende kabels. Welke grote ontwikkelingen spelen er in het stadsdeel die van invloed kunnen zijn op de uitbreiding van het distributienet? (Hoofdstuk 2.6) Welke adviezen willen het stadsdeel meegeven in relatie tot de verbetervoorstellen uit het Ontwikkelperspectief (Hoofdstuk 3)
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
heeft het ontwikkelperspectief aandachtig gelezen, het is ingewikkelde materie maar het DB onderschrijft de noodzaak om het stroomnet uit te breiden. De ambities van Amsterdam zijn hoog waardoor er in Zuidoost in 2050 ongeveer 200 km kabel bij moet en ongeveer 430 middenspanningsruimtes (MSR) bij moeten. Achtergrond: In het algemeen is in Amsterdam de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s. In de WIOR staan de kwalitatieve voorwaarden voor het uiterlijk en worden handvatten geboden om vanuit de gemeente actieve regie te voeren op het uiterlijk. In principe weigert de gemeente Amsterdam geen MSR’s in de openbare ruimte, maar is wel kritisch op de inpassing ervan. Daarbij zoekt ze naar een balans tussen enerzijds het behouden van de hoogwaardige kwaliteit van openbare ruimte en anderzijds het behouden van een betrouwbaar, functioneel en toekomstvast elektriciteitsnet. Het DB heeft daarbij de beslisruimte om WIOR vergunningen te verlenen voor de MSR’s. In de huidige praktijk wordt het DB niet (inhoudelijk) betrokken bij vergunningverlening voor MSR’s, dit gebeurt middels ondermandatering bij ambtenaren. De realisatie van de huidige type MSR’s vindt zijn grondslag in de Elektriciteitswet en de ambities van de gemeente op duurzaamheid.
Dit staat op gespannen voet met een goede ruimtelijke inpassing in het stadsdeel en de mogelijkheid om goede ruimtelijke inpassing af te dwingen vanuit de WIOR-verordening. Op dit moment is escalatie naar het DB bij keuzes tussen ambities en uiterlijk onvoldoende/niet georganiseerd. Dit wordt in het ambtelijk apparaat ook aangevoeld en leidt in toenemende mate tot vergunningsaanvragen die stil komen te liggen. Het ontwikkelperspectief distributienet Amsterdam wat voor ligt beschrijft het overkoepelende proces waarmee deze opgave wordt gerealiseerd. Proces: 1. Vaststellen opgave per buurt distributienet a. Bepalen opgave b. Bepalen infrastructuur c. Vastellen opgave 2. Programmering a. In kaart brengen totale opgave b. Prioriteiten aanbrengen
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 8
3.
4.
5.
Locatiebepaling a. Vaststellen vermogensvraag per buurt b. Vaststellen benodigd netwerk c. Bepalen mogelijke locaties d. Afwegen en besluiten Vormgeving a. Detailleren ontwerp b. Vaststellen detailontwerp Uitvoering a. Aanvragen vergunningen b. Afsluitenovereenkomst c. Uitvoering
Samenwerking: Om deze opgave te kunnen realiseren moet er gestructureerd en efficiënt samen worden gewerkt, moeten er transparante afwegingen worden gemaakt en snel besluiten worden genomen. In de huidige samenwerking tussen de gemeente en Liander zijn daar verschillende kansen voor. De kern van de samenwerking is als volgt: ● We lossen het ruimtelijk inpassingsvraagstuk gezamenlijk op als voorbereiding op vergunningsaanvragen. ● We delen meer informatie eerder met elkaar zodat we de opgave effectief kunnen realiseren. Het DB vraagt daarbij extra aandacht voor het betrekken de omgeving bij de uitbreiding van het distributienet en het leren van eerdere ervaringen hoe het proces zo optimaal mogelijk kan worden ingericht. Een belangrijk leerpunt is het organiseren van een aanspreekpunt in het stadsdeel en een informatiepunt van de netwerkbeheerder die gedurende het hele proces beschikbaar is en waar stakeholders terecht kunnen met hun vragen en klachten. Het DB adviseert om per stadsdeel een dergelijk informatiepunt te leveren. Concreet wordt advies van het DB gevraagd op de volgende verbetervoorstellen: 1. Opgave per buurt Het DB ziet graag vroegtijdig informatie beschikbaar over de opgave op korte en lange termijn zodat ze vroegtijdig geïnformeerd is en kan anticiperen op aankomende ontwikkelingen.
Graag krijgt het DB een overzicht over de opgave en hoe dit zich verhoudt tot het bestaande elektriciteitsnetwerk, waar wat moet gebeuren (boven en onder de grond) , welke consequenties dit heeft voor andere opgaven zoals woningbouw en dataclusters en welke rol het DB hierin kan spelen. 2. Programmeren Aan de hand van het totaal van de opgaven wordt door programmeren een werkvolgorde bepaald voor de verschillende buurten. Daarin wordt zo veel mogelijk geprobeerd om werkzaamheden van verschillende nutspartijen tegelijkertijd te laten plaatsvinden(werk met werk maken), zodat de straat niet onnodig vaak open ligt. Het DB onderschrijft deze manier van werken om kosten te besparen en overlast te beperken. Daarnaast wil Liander een wensplanning maken die per buurt beschrijft wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden. Een risico wat het DB daarin ziet is dat de wensplanning gebaseerd is op de gekozen warmteoplossing per buurt. Deze is in vele gevallen niet bekend, er is wel de transitievisie warmte (TVW), maar deze beschrijft enkel een oplossing op hoog niveau en is een suggestie en geen definitieve keuze. Het DB vraagt om de samenhang met de TVW nader te duiden en daarnaast om een uitwerking hoe tot uitvoering te komen als er geen definitieve warmteoplossing voor een buurt bekend is.
Ditzelfde geldt voor andere opgaven in de stad zoals elektrificatie in algemene zin en werkzaamheden in de openbare ruimte. Daarnaast heeft Zuidoost veel woningcorporaties die actief zijn in het stadsdeel. Die voeren eigen plannen uit, het DB adviseert nadrukkelijk om hen ook te betrekken bij de programmering. De aanpak die voorligt en een uitwerking per buurt. Het DB ziet dat Amsterdam bij grootstedelijke opgaven plannen maakt op een hoger niveau zoals per gebied, stadsdeel of hele stad. Het DB vraagt om een verdiepingsslag van de samenhang tussen deze schaalniveaus, de verschillende beleidsstukken en planningen en hoe deze op een eenduidige manier en op één niveau samenkomen.
3. Locatiebepaling Het DB is blij om te vernemen dat de samenwerking wordt geïntensiveerd en dat er bij de locatiebepaling wordt gekeken Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 8
naar een combinatie van eisen, wensen en belanghebbenden. Het DB vind het werken met zoekcirckels om te komen tot mogelijke plaatsingsmogelijkheden een goed idee. De gemeente krijgt een actieve rol in dit proces zo brengt zij de warmteoplossingen in kaart en de verwachtingen over elektrisch vervoer. Aan de hand daarvan maakt Liander een schatting van de maximale vermogensvraag. Hier ziet het DB een risico. Zoals eerder benoemd is de warmteoplossing per buurt niet definitief bekend, er ligt hier een rol voor zowel de gemeente als Liander om samen te komen tot afspraken welke warmteoplossing waar gehanteerd wordt en hoe dwingend deze oplossing is. Het DB is blij dat er een gezamenlijk afwegingskader komt voor het plaatsen van MSR’s, het DB ziet het concept afwegingskader graag onder ogen voordat het vastgesteld wordt om nog van input te voorzien. Als laatste geeft het DB mee dat het voorgestelde escalatieteam op de lijn komt bij het DB als er niet voldaan kan worden aan de gestelde afwegingscriteria om het DB te betrekken bij de opgestelde variantenafweging en de besluitvorming. 4. Vormgeving Het DB onderschrijft dat een goede inpassing van de MSR’s noodzakelijk is, in het algemeen is in Amsterdam de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s.
Binnen de WIOR moet voor alle nieuw te plaatsen bovengrondse nutsvoorzieningen een vergunning afgegeven zijn, voordat werkzaamheden beginnen. De grenzen van de WIOR zijn echter niet volledig helder: voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Desondanks spreekt WIOR wel over het borgen van ruimtelijke kwaliteit en de mogelijkheid om geen vergunning te verstrekken of voorwaarden mee te geven. De verwachting is dat er steeds vaker geprotesteerd zal worden tegen nieuw te plaatsen MSR’s. Naast goede locatiebepaling en participatie speelt daarom ook de vormgeving van de MSR een rol. Het DB verwacht deze weerstand ook in haar stadsdeel en onderschrijft het belang om de bewoners te betrekken bij de vormgeving, dat is voor omwonenden van de MSR voor het DB een voorwaarde. Omwonenden verdienen gedegen participatie en keuze op de uitstraling, het DB vraagt om het niveau van meebeslissen te hanteren voor omwonende bewoners. 5. Uitvoering Voor de uitvoering liggen geen concrete verbetervoorstellen voor maar het DB ziet net als u een tekort aan handen. Het DB vraagt u om te kijken naar de mogelijkheid om lokale mensen op te leiden om dat tekort te verminderen.
Middels lokale partijen en gemeentelijke programma’s zoals Zuidoost bouwt, Amsterdam Werkt en Duurzame Stad Duurzame Banen hoopt het DB dat Zuidoostenaren aan het werk kunnen in de techniek en het tekort aan handen vermindert wordt.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
In aanvulling op het preadvies van het DB volgt hieronder het advies van de SDC: Het belang van robuuste en toekomstbestendige stroomvoorzieningen voor de groei en ontwikkeling van Amsterdam kan niet genoeg worden benadrukt. Als wereldstad trekt Amsterdam niet alleen miljoenen bezoekers per jaar, maar huisvest het ook een aanzienlijk aantal bewoners, organisaties, en ondernemers / bedrijven. In het huidige tijdperk hebben die allemaal een goede ononderbroken stroomvoorziening nodig om te functioneren. Bewoners van onze stad vertrouwen op betrouwbare stroomvoorzieningen om hun huizen te verwarmen, te koken, te verlichten en hun elektronische apparaten van stroom te voorzien. In het kader van de energietransitie zal er steeds meer geëlektrificeerd worden, waar bijvoorbeeld ‘vroeger’ op gas gestookt werd om te verwarmen, kan datzelfde effect nu met elektriciteit bereikt worden. Ondernemers en bedrijven, variërend van kleine winkels en horecagelegenheden tot grote productiebedrijven en kantoorgebouwen, zijn afhankelijk van elektriciteit om hun activiteiten uit te voeren. Een ononderbroken stroomvoorziening is cruciaal om onze economie draaiende te houden en zorgt voor duizenden banen in onze stad. Datacenters spelen een nog grotere rol in de digitale economie van Amsterdam.
Ze huisvesten niet alleen de servers die onze stad met de rest van de wereld verbinden, maar faciliteren ook de vele digitale diensten die Amsterdammers dagelijks gebruiken, zoals online bankieren, e-commerce, digitale media, sociale netwerken en nog veel meer. Het is essentieel dat deze datacenters over voldoende en betrouwbare stroomvoorzieningen beschikken om te blijven functioneren en groeien. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 8
Echter, datacenters verbruiken een grote hoeveelheid elektriciteit, wat een belangrijke bijdrage levert aan de totale elektriciteitsvraag van de stad. Met de groei van digitale diensten en toenemend internetgebruik is het noodzakelijk om niet alleen de stroomvoorziening voor datacenters te waarborgen, maar ook om te zorgen voor hun energie-efficiëntie. Deze datacenters leggen wel een druk op andere gebruikers, want er is nu een wachtrij met andere gebruikers die (nog) niet aangesloten kunnen worden. Voorkomen moet worden dat het enorme beslag dat datacenters hebben op het distributienetwerk van elektriciteit, de mogelijkheid voor startups om een bedrijf te beginnen / uit te breiden (mkb) in de weg staat. De SDC benadrukt de noodzaak om de groei van ons elektriciteitsnetwerk te combineren met een sterke focus op energiezuinigheid. Dit betekent dat we moeten investeren in technologieën en infrastructuur die ons helpen om energie efficiënter te gebruiken en ons totale energieverbruik te verminderen. De eventuele restwarmte van datacenters kan overigens wellicht goed benut worden in een warmtenet. Tegelijkertijd moeten we investeren in het opwekken van meer energie uit duurzame bronnen, zoals zonnepanelen. Amsterdam heeft het potentieel om een voortrekkersrol te spelen in de transitie naar schone energie, en we moeten deze kans benutten.
Door meer energie lokaal en duurzaam op te wekken, kunnen we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen, onze CO2-uitstoot verlagen en bijdragen aan een groenere en duurzamere stad. Het ontwikkelperspectief van het distributienet in Amsterdam is een complex maar cruciaal onderwerp in het licht van de toenemende energievraag, vooral in termen van elektriciteit. Zorgen dat lokale partijen, ook vooral bewoners, meegenomen worden is zeer belangrijk. Een mooi voorbeeld is het Local Inclusive Future Energy (LIFE) project. Deze speelt een significante rol in het navigeren van deze uitdagingen, door het bevorderen van slimme planning voor energievraag en aanbod, getest via een slim energie-uitwisselingsplatform in het gebied van Amsterdam ArenA Poort. Het LIFE platform biedt gebruikers de mogelijkheid om samen te werken op het gebied van energie-uitwisseling en/of opslag om daarmee efficiënt gebruik te kunnen maken van beschikbare energie, piekbelasting op te vangen / onderbenutting op wisselende tijdstippen. Zo kan er voor ieder een economische of andere motivatie zijn om daaraan deel te nemen. Dit project zorgt er ook voor dat de energie die wordt opgewekt in Amsterdam Zuidoost - en niet direct wordt gebruikt - lokaal kan worden opgeslagen, zoals in de Johan Cruijff ArenA batterij.
Hiermee draagt het LIFE project bij aan verdere verduurzaming van het stroomnetwerk in Amsterdam Zuidoost. De JC ArenA heeft al een succesvol voorbeeld van energieopslag en -distributie laten zien. De JC ArenA herbergt het grootste energieopslagsysteem in Europa, dat gebruik maakt van zowel tweedehands als nieuwe elektrische voertuigbatterijen. Dit systeem biedt een betrouwbaardere en efficiëntere energievoorziening en -gebruik voor het stadion, zijn bezoekers, buren en het Nederlandse energienet. Het zijn hergebruikte Nissan LEAF-batterijen (148 stuks). Het energieopslagsysteem stelt het stadion in staat om zijn eigen duurzame energie intelligenter te gebruiken en ook vooral pieken in gebruik op te kunnen vangen.. Wat betreft de betrokkenheid van bewoners bij dergelijke projecten, is het belangrijk om met lokale partners te werken (zoals stichting CoForce, welke als missie heeft om de transitie naar schone energie te versnellen, om zo de klimaatambitie van Amsterdam Zuidoost te helpen realiseren. Ze verbinden mensen die iets willen doen op het gebied van energiebesparing en energietransitie met mensen met kennis en ervaring.
De uitdaging van het vervangen van zonnepanelen op de Johan Cruijff ArenA met nieuwe exemplaren, en de mogelijkheid om deze panelen te installeren op nabijgelegen daken in de gemeenschap, toont aan dat er een sterke behoefte is aan samenwerking en coördinatie tussen verschillende partijen, van bewoners tot grote instellingen zoals de JC ArenA. Ten slotte is het belangrijk om te vermelden dat de uitbreiding van ons elektriciteitsnetwerk een langetermijninvestering is, die niet alleen ten goede komt aan de huidige generatie Amsterdammers, maar ook aan toekomstige generaties.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 8
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het DB heeft het ontwikkelperspectief aandachtig gelezen, het is ingewikkelde materie maar het DB onderschrijft de noodzaak om het stroomnet uit te breiden. Het belang van robuuste en toekomstbestendige stroomvoorzieningen voor de groei en ontwikkeling van Amsterdam kan niet genoeg worden benadrukt. Als wereldstad trekt Amsterdam niet alleen miljoenen bezoekers per jaar, maar huisvest het ook een aanzienlijk aantal bewoners, organisaties, en ondernemers / bedrijven. In het huidige tijdperk hebben die allemaal een goede ononderbroken stroomvoorziening nodig om te functioneren. De ambities van Amsterdam zijn hoog waardoor er in Zuidoost in 2050 ongeveer 200 km kabel bij moet en ongeveer 430 middenspanningsruimtes (MSR) bij moeten. In deze opgave wil het DB extra aandacht vragen voor de rol van datacenters zij verbruiken een grote hoeveelheid elektriciteit, wat een belangrijke bijdrage levert aan de totale elektriciteitsvraag van de stad. Met de groei van digitale diensten en toenemend internetgebruik is het noodzakelijk om niet alleen de stroomvoorziening voor datacenters te waarborgen, maar ook om te zorgen voor hun energie-efficiëntie. Deze datacenters leggen wel een druk op andere gebruikers, want er is nu een wachtrij met andere gebruikers die (nog) niet aangesloten kunnen worden.
Voorkomen moet worden dat het enorme beslag dat datacenters hebben op het distributienetwerk van elektriciteit, de mogelijkheid voor startups om een bedrijf te beginnen / uit te breiden (mkb) of andere aansluitingen op het net in de weg staat. Daarnaast vind het DB dat lokale partijen, ook vooral bewoners, meegenomen moeten worden in de ontwikkeling van ons distributienet. Wat betreft de betrokkenheid van bewoners bij dergelijke projecten, is het belangrijk om met lokale partners te werken. Een mooi voorbeeld is het Local Inclusive Future Energy (LIFE) project. Deze speelt een significante rol in het navigeren van de genoemde uitdagingen in het ontwikkelperspectief. Door het bevorderen van slimme planning voor energievraag en -aanbod, getest via een slim energie-uitwisselingsplatform in het gebied van Amsterdam ArenA Poort. Het LIFE platform biedt gebruikers de mogelijkheid om samen te werken op het gebied van energie-uitwisseling en/of -opslag om daarmee efficiënt gebruik te kunnen maken van beschikbare energie, piekbelasting op te vangen / onderbenutting op wisselende tijdstippen. Dit project zorgt er ook voor dat de energie die wordt opgewekt in Amsterdam Zuidoost - en niet direct wordt gebruikt - lokaal kan worden opgeslagen, zoals in de Johan Cruijff ArenA batterij. Hiermee draagt het LIFE project bij aan verdere verduurzaming van het stroomnetwerk in Amsterdam Zuidoost.
Samenwerking: Om deze opgave te kunnen realiseren moet er gestructureerd en efficiënt samen worden gewerkt, moeten er transparante afwegingen worden gemaakt en snel besluiten worden genomen. In de huidige samenwerking tussen de gemeente en Liander zijn daar verschillende kansen voor. De kern van de samenwerking is als volgt: ● We lossen het ruimtelijk inpassingsvraagstuk gezamenlijk op als voorbereiding op vergunningsaanvragen. ● We delen meer informatie eerder met elkaar zodat we de opgave effectief kunnen realiseren. Het DB vraagt daarbij extra aandacht voor het betrekken de omgeving bij de uitbreiding van het distributienet en het leren van eerdere ervaringen hoe het proces zo optimaal mogelijk kan worden ingericht. Een belangrijk leerpunt is het organiseren van een aanspreekpunt in het stadsdeel en een informatiepunt van de netwerkbeheerder die gedurende het hele proces beschikbaar is en waar stakeholders terecht kunnen met hun vragen en klachten. Het DB adviseert om per stadsdeel een dergelijk informatiepunt te leveren. Concreet wordt advies van het DB gevraagd op de volgende verbetervoorstellen: 1. Opgave per buurt Het DB ziet graag vroegtijdig informatie beschikbaar over de opgave op korte en lange termijn zodat ze vroegtijdig geïnformeerd is en kan anticiperen op aankomende ontwikkelingen.
Graag krijgt het DB een overzicht over de opgave en hoe dit zich verhoudt tot het bestaande elektriciteitsnetwerk, waar wat moet gebeuren (boven en onder de grond, denk aan warmteleidingen, laadpalen etc), welke consequenties dit heeft voor andere (concurrerende) opgaven zoals woningbouw en dataclusters en welke rol het DB hierin kan spelen. Daarnaast vraagt het DB om een goede definitie van ‘buurt’ die overeenkomt met de ruimtelijke eenheid buurt zodat opgaven goed met elkaar vergeleken kunnen worden.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 8
2. Programmeren Aan de hand van het totaal van de opgaven wordt door programmeren een werkvolgorde bepaald voor de verschillende buurten. Daarin wordt zo veel mogelijk geprobeerd om werkzaamheden van verschillende nutspartijen tegelijkertijd te laten plaatsvinden(werk met werk maken), zodat de straat niet onnodig vaak open ligt. Het DB onderschrijft deze manier van werken om kosten te besparen en overlast te beperken. Daarnaast wil Liander een wensplanning maken die per buurt beschrijft wanneer welke aanpassingen en uitbreidingen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn en uitgevoerd moeten worden. Een risico wat het DB daarin ziet is dat de wensplanning gebaseerd is op de gekozen warmteoplossing per buurt. Deze is in vele gevallen niet bekend, er is wel de transitievisie warmte (TVW), maar deze beschrijft enkel een oplossing op hoog niveau en is een suggestie en geen definitieve keuze. Het DB vraagt om de samenhang met de TVW nader te duiden en daarnaast om een uitwerking hoe tot uitvoering te komen als er geen definitieve warmteoplossing voor een buurt bekend is. Ditzelfde geldt voor andere opgaven in de stad zoals elektrificatie in algemene zin en werkzaamheden in de openbare ruimte. Daarnaast heeft Zuidoost veel woningcorporaties die actief zijn in het stadsdeel. Die voeren eigen plannen uit, het DB adviseert nadrukkelijk om hen ook te betrekken bij de programmering.
De aanpak die voorligt en een uitwerking per buurt. Het DB ziet dat Amsterdam bij grootstedelijke opgaven plannen maakt op een hoger niveau zoals per gebied, stadsdeel of hele stad. Het DB vraagt om een verdiepingsslag van de samenhang tussen deze schaalniveaus, de verschillende beleidsstukken en planningen en hoe deze op een eenduidige manier en op één niveau samenkomen. 3. Locatiebepaling Het DB is blij om te vernemen dat de samenwerking wordt geïntensiveerd en dat er bij de locatiebepaling wordt gekeken naar een combinatie van eisen, wensen en belanghebbenden. Het DB vind het werken met zoekcirckels om te komen tot mogelijke plaatsingsmogelijkheden een goed idee. De gemeente krijgt een actieve rol in dit proces zo brengt zij de warmteoplossingen in kaart en de verwachtingen over elektrisch vervoer. Aan de hand daarvan maakt Liander een schatting van de maximale vermogensvraag. Hier ziet het DB een risico. Zoals eerder benoemd is de warmteoplossing per buurt niet definitief bekend, er ligt hier een rol voor zowel de gemeente als Liander om samen te komen tot afspraken welke warmteoplossing waar gehanteerd wordt en hoe dwingend deze oplossing is. Het DB is blij dat er een gezamenlijk afwegingskader komt voor het plaatsen van MSR’s, het DB ziet het concept afwegingskader graag onder ogen voordat het vastgesteld wordt om nog van input te voorzien.
Als laatste geeft het DB mee dat het voorgestelde escalatieteam op de lijn komt bij het DB als er niet voldaan kan worden aan de gestelde afwegingscriteria om het DB te betrekken bij de opgestelde variantenafweging en de besluitvorming. 4. Vormgeving Het DB onderschrijft dat een goede inpassing van de MSR’s noodzakelijk is, in het algemeen is in Amsterdam de Amsterdamse Verordening Werken In de Openbare Ruimte (WIOR) van toepassing op MSR´s. Binnen de WIOR moet voor alle nieuw te plaatsen bovengrondse nutsvoorzieningen een vergunning afgegeven zijn, voordat werkzaamheden beginnen. De grenzen van de WIOR zijn echter niet volledig helder: voor nutsobjecten kleiner dan 15 m2 kunnen geen welstandseisen opgelegd worden. Desondanks spreekt WIOR wel over het borgen van ruimtelijke kwaliteit en de mogelijkheid om geen vergunning te verstrekken of voorwaarden mee te geven. De verwachting is dat er steeds vaker geprotesteerd zal worden tegen nieuw te plaatsen MSR’s. Naast goede locatiebepaling en participatie speelt daarom ook de vormgeving van de MSR een rol. Het DB verwacht deze weerstand ook in haar stadsdeel en onderschrijft het belang om de bewoners te betrekken bij de vormgeving, dat is voor omwonenden van de MSR voor het DB een voorwaarde.
Omwonenden verdienen gedegen participatie en keuze op de uitstraling, het DB vraagt om het niveau van meebeslissen te hanteren voor omwonende bewoners. Daarnaast is participeren op MSR niveau niet wenselijk, participatie insteken op buurtniveau voor vormgeving vindt het DB een beter alternatief om eenheid te waarborgen en processen te stroomlijnen. Daarnaast wil het DB aandacht vragen voor de keuzevrijheid van vormgeving bij standaarduitvoeringen van MSR’s, een productcatalogus kan inzicht in de opties bieden. Het DB ziet daarin graag opties verwerkt die zowel natuurinclusieve/groene oplossingen bieden als de mogelijkheid om kunst te verwerken in de MSR ter versterking van de identiteit van de buurt. 5. Uitvoering Voor de uitvoering liggen geen concrete verbetervoorstellen voor maar het DB ziet net als u een tekort aan handen. Het DB vraagt u om te kijken naar de mogelijkheid om lokale mensen op te leiden om dat tekort te verminderen. Middels lokale partijen en gemeentelijke programma’s zoals Zuidoost bouwt, Amsterdam Werkt en Duurzame Stad Duurzame Banen hoopt het DB dat Zuidoostenaren aan het werk kunnen in de techniek en het tekort aan handen vermindert wordt.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 8
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 8
Consultatieronde op het Ontwikkelperspectief Distributienetten Datum 20-06-2023
Aanwezigen: Hielke Ploeg, !Woon Michiel van der Burght, Stadsherstel Amsterdam Dick van Kuik, Voordestad Amsterdam Rutger Noorlander, Bond Heemschut Nabil Tanouti, Gemeente Amsterdam Aschwin Ploeg, Liander Natasja van der Berg, Taskforce Congestie Amsterdam Max de Jong, notulist
Opening Natasja van der Berg opent namens de Taskforce Congestie Amsterdam de consultatieronde. Hierin wordt toegelicht dat het Ontwikkelperspectief Distributienetten het overkoepelend proces is van al het nodige nieuwe beleid om de elektriciteitsinfrastructuur in de stad te passen. De consultatieronde is een moment om de buitenwereld te betrekken voordat het beleid is vastgesteld. Daarom is de Taskforce benieuwd naar de kijk en inbreng van de verschillende partijen.
Korte toelichting Ontwikkel Perspectief Nabil Tanouti (Gemeente Amsterdam) en Aschwin Groep (Liander) geven een korte toelichting over het proces dat wordt beschreven in het Ontwikkelperspectief Distributienetten. Het volledige proces is samen te vatten in 5 onderdelen. 1) Opgave distributienet. De eerste stap in het proces is bepalen hoe veel infrastructuur er per gebied geplaatst moet worden. De hoeveelheid infrastructuur is afhankelijk van de toenemende vraag naar elektra. De vraag naar elektra wordt bepaald aan de hand verschillende beleidsscenario’s van de gemeente Amsterdam zoals aardgasvrije wijken en elektrificeren van de binnenvaart. Elke twee jaar wordt de vraag naar stroom opnieuw geijkt in de Themastudie Elektriciteit Amsterdam. Voor meer inzicht in deze berekening kunt u de TSA 2.0 lezen. Een herijkte versie, de TSA 3.0, wordt in het najaar van 2023 gepubliceerd. 2) Programmering. De tweede stap is het plannen van alle werkzaamheden door de tijd, ook wel programmeren genoemd. Er zijn naast elektra meerdere soorten werkzaamheden waar een straat open gelegd voor moet worden Om te verzekeren dat straten niet onnodig vaak open gelegd worden verzamelt de gemeente alle nodige werkzaamheden. De werkzaamheden worden gebundeld en door de tijd gepland, rekening houdend met de urgentie van werkzaamheden en alternatieve routes voor bereikbaarheid. 3) Locatiebepaling.
Volgordelijk aan de programmaring worden de specifieke locaties van de transformatorhuisjes bepaald. Voor elk transformatorhuisje bestaat er een zoekcirkel van 50 meter waarin een locatie gevonden moet worden. De gemeente streeft en faciliteert de zoektocht naar inpandige oplossingen. Mocht dit niet mogelijk zijn wordt de locatie bepaald aan de hand van een
afwegingskader. Het afwegingskader is het middel om de verschillende belangen af te wegen. Mocht het afwegingskader niet toereikend zijn, valt de keuze voor het stadsdeelbestuur. De bestuurlijke keuze bepaalt de locatie van het transformatorhuisje. 4) Vormgeving. Mochten de transformatorhuisjes in de openbare ruimte terecht komen is het uiterlijk van groot belang om het straatbeeld niet te verstoren. Momenteel is er zeer beperkte keuze in het uiterlijk van een transformatorhuisje. Liander en de Gemeente zijn onderzoek aan het doen naar nieuwe ontwerpopties, de nieuwe stedelijke standaard, met behulp van kunstenaars en architecten. 5) Uitvoering De uitvoering bestaat uit de vergunningsaanvraag en het fysieke plaatsen van de transformatorhuisjes. Momenteel is de vormgeving niet goed meegenomen in het vergunningstraject. Dit wordt aangepast door vormgeving onderdeel te maken van het WIORproces waarmee de vergunning voor werken in de openbare ruimte wordt verstrekt.
Consultatie, vragen en antwoord Vraag:
Antwoord:
Vraag: Antwoord:
De beleidskeuzes die lijden tot de noodzaak naar infrastructuur komen niet aan bod in het Ontwikkelperspectief. Is het mogelijk dat het beleid en daarmee de noodzaak wordt aangepast? De elektriciteitsvraag is bepaald aan de hand van de Themastudie Elektriciteit Amsterdam. Dit document toont de invloed van de verschillende beleidskeuzes op het elektriciteitsnet. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillende scenario’s. In het najaar wordt deze berekening herijkt. Mocht je input willen leveren op de beleidskeuzes zou deze publicatie een logisch moment zijn. In het hoog scenario komen er 2600 transformatorhuisjes bij. Hoe worden deze verdeeld over de stad? Het ontwikkelperspectief bevat een kaart waarin per buurt het aantal huisjes wordt aangegeven. 1000 van deze transformatorhuisjes komen in gebiedsontwikkeling terecht en ongeveer 300 in het centrum.
Vraag: Antwoord:
Waar komt de enorme vraag naar elektriciteit vandaan? Voornamelijk het elektrificeren van mobiliteit en de warmtetransitie. De vraag naar elektriciteit van datacenters speelt zich af op een eerder moment in het elektriciteitsnetwerk en heeft daardoor geen invloed op de hoeveelheid elektriciteitshuisjes.
Vraag: Antwoord:
Wordt er gekeken naar het stroomverbruik van een huishouden in de toekomst? De vraag per huishouden wordt niet gevarieerd. Er wordt gekeken naar het aantal huishouden dat als gevolg van de transitie volledig van stroom wordt voorzien. Gemiddeld kan een transformatorhuis 300 woningen van stroom voorzien.
Vraag: Antwoord:
Hoe verhoudt het aantal zich door de tijd? De helft van alle transformatorhuisjes moet in 2030 geplaatst zijn.
Vraag: Antwoord:
Kan het midden van een zoekcirkel in mijn achtertuin liggen? Ja, dat kan betekenen dat de resterende openbare ruimte binnen de zoekcirkel van 50 meter sterk afneemt.
Vraag: Antwoord:
Kunnen de transformatorhuisjes onder de grond? De realiteit is dat dit vaak niet kan. Wegens de elektrische componenten moet de ruimte ten alle tijden droog zijn. De apparatuur om een ruimte droog te houden neemt veel ruimte in. De monteurs moeten ook de ruimte hebben om goed en veilig te kunnen werken in de ruimtes. De combinatie van beiden punten resulteert in een grote ruimte vraag die in de overvolle Amsterdamse ondergrond niet realistisch is.
Vraag:
In het hoog scenario komen er 2600 transformatorhuisjes bij. Hoe worden deze verdeeld over de stad? Het ontwikkelperspectief bevat een kaart waarin per buurt het aantal huisjes wordt aangegeven. 1000 van deze transformatorhuisjes komen in gebiedsontwikkeling terecht en ongeveer 300 in het centrum.
Antwoord:
Vraag: Antwoord:
Kan je in beroep gaan tegen een besluit van het stadsdeelbestuur? Waarschijnlijk wel. In de uitvoering kan het WIOR-proces in ieder geval worden aangevochten.
Vraag:
Op kades en grachten zijn voorbeelden van geplaatste transformatorhuisjes. Is er goedkeuring gevraagd vanuit Monument & Architectuur aangezien dit Unesco werelderfgoed betreft? Transformator huisjes zijn vergunningsvrije objecten, in Amsterdam heb je wel nog het WIOR proces dat de checks zou uitvoeren. Maar we zullen het nog checken.
Antwoord:
Consultatie, punten meegeven !Woon - Informeert en adviseert bewoners over huren, kopen, energie, organisatie en participatie. - Benadrukt de noodzakelijkheid van mensen goed te informeren waarom de straat opengaat en waarom het nodig is. Het is een technisch en financieel onderbouwde puzzel en dient daarom goed uitgelegd te worden in een concreet begrijpelijk verhaal. - Merkt op dat het meenemen van bewoners in het Ontwikkelperspectief over komt als een poging en op niveau van mee weten. Maar er is meer nodig het is nodig om mensen te betrekken. Bijvoorbeeld door bewoners in dilemma buurten mee te laten denken over het afwegingskader of de bewonersmening mee te nemen in het besluit van het stadsdeelbestuur. - Is tevreden de kans gehad te hebben input te leveren op het proces. Stadsherstel Amsterdam - Restaureert en onderhoudt monumentale panden in Amsterdam. - Stelt voor het afwegingskader op wijkniveau te bepalen aangezien er grote verschillen zijn in het uiterlijk en ruimte tussen de verschillende wijken in Amsterdam.
-
Merkt op bereid te zijn kelderruimte op te geven als dat betekent dat een elektriciteitshuisje in de openbare ruimte vermeden kan worden. Merkt op dat het goed is om te zien hoe goed over het Ontwikkelperspectief is nagedacht en betwijfelt of het nodig is bij een volgende consultatieronde aan te sluiten.
Bond Heemschut - Zet zich in voor het behoud van cultureel erfgoed en beschermt waardevolle objecten en gebieden. - Benadrukt de noodzaak voor terugkoppeling naar de raad van de impact en de consequenties van hun ambities. De gevolgen tonen dat de ambities niet altijd realistisch of wenselijk zijn. - Stelt dat transformatorhuisjes niet geplaatst mogen worden in de binnenstad omdat dit beschermd is als Unesco werelderfgoed en door Rijk beschermd stadsgezicht. - Benadrukt de voorkeur voor het inpandig plaatsen van de transformatorhuisjes in gemeentelijk vastgoed. Bruggen, tunnels en parken bieden ook mogelijkheden. - Stelt voor burgers aan te spreken in het geval dat de locatiezoektocht stroef verloopt. Wellicht zijn burgers bereid iets op te offeren zodat het huisje niet voor de deur komt. - Waarschuwt voor het aantal bezwaren dat zal volgen wanneer transformatorhuisjes geplaatst worden in de binnenstad - Is tevreden met de mogelijkheid zo vroeg mogelijk in het proces mee te kunnen denken. Voordestad Amsterdam -
Streeft voor het behoud, herstel en versterking van de maatschappelijke en verbindende functie van erfgoed. Merkt op dat de aantallen transformatorhuisjes als absoluut gepresenteerd worden terwijl verschillende ontwikkelingen als autoluw nog onzeker zijn. Benadrukt de zorgen over, van en voor het behoudt van het UNESCO-wereld erfgoed. Vindt het interessant om te horen dat er al een behoorlijk geformaliseerd proces is, aangezien Voordestad Amsterdam van mening is dat dit van groot belang is.
Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (schriftelijke reactie) -
-
Treedt op als erfgoedorganisatie voor het behoud van de Amsterdamse binnenstad haar monumenten en haar stedenbouw. Merkt op dat het plaatsen van vele transformatorhuisjes in de openbare ruimte, bijvoorbeeld aan de grachten (kerngebied van het USENSO Werelderfgoed) staat haaks op de wettelijke verplichting die de overheid en stakeholders hebben om de ruimtelijke kwaliteit in stad te houden. Vraagt na te denken over en het wegenemen van praktische bezwaren van alternatieve oplossingen zoals inpandig, ondergronds als deel van nieuwe kademuren, bruggen etc. Merkt op dat transformatorhuisjes met steenprint niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Merkt op dat het de taak van de overheid is om eisen te stellen over het uiterlijk en de locatie van de transformatorhuisjes, zoals bijvoorbeeld de kassahuisjes van de rederijen op het Open Havenfront.
-
Stelt voor dat bij de locatiebepaling van transformatorhuisjes de stedenbouwkundige hiërarchie van straten en grachten in het oog gehouden worden. Een huisje op de gedempte Elandsgracht is minder erg dan op de Prinsengracht langs het water bijvoorbeeld.