CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 418378_rap01_wbo_amsterdamse_bos.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-010224)25.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos

projectnummer 418378 definitief revisie 01 19 oktober 2017

Inhoudsopgave

Blz.

1

Informatieblad en samenvatting

1

2

Leeswijzer

3

3

Conclusies en aanbevelingen

4

3.1 3.2

Conclusies Aanbevelingen

4 4

4

Bestaande gegevens

6

4.1 4.2

Locatiebeschrijving Vooronderzoek en onderzoekshypothese

6 7

5

Verrichte werkzaamheden

9

5.1

Veldwerkzaamheden en laboratoriumonderzoek

9

6

Onderzoeksresultaten

10

6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3

Resultaten veldwerk Laboratoriumonderzoek BoToVa-toetsing Samenvatting getoetste analyseresultaten Veiligheidsklassen

10 10 10 10 13

Bijlagen 1. 2 3. 3.1 3.2 3.3 4. 5. 6.

Vooronderzoek Boorbeschrijvingen en veldwaarnemingen Laboratoriumonderzoek Toelichting Besluit Bodemkwaliteit toepassen/ verspreiden baggerspecie Toetsing waterbodemmonsters Besluit bodemkwaliteit Analysecertificaten Toelichting bepaling veiligheidsklassen Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000

Tekeningen 418378-S1 418378-BBK-T1 418378-BBK-T3 418378-BBK-T5 418378-BBK-T6

Situatie met vakindeling en slibboringen Situering monstervakken met weergave toetsing T1 Besluit bodemkwaliteit Situering monstervakken met weergave toetsing T3 Besluit bodemkwaliteit Situering monstervakken met weergave toetsing T5 Besluit bodemkwaliteit Situering monstervakken met weergave toetsing T6 Besluit bodemkwaliteit

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

1

Informatieblad en samenvatting

Onderdeel Projectnaam Soort onderzoek Project referentie opdrachtgever Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Opdracht Soort water Lokale ligging Coördinaten Lengte locatie Aanleiding / doel Uitvoeringsdatum Onderzoeksstrategie

Conclusies

Aanbevelingen

Omschrijving Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos Verkennend NEN 5720 AL 2015-195 (O-0263) Gemeente Amsterdam – Amsterdamse Bos Dhr. O. Rösingh 28867, d.d. 18-07-2017 en 32305 d.d. 17-08-2017 Regionaal zoet water Binnen het Amsterdamse Bos 116305, 480556 Diverse watergangen, in totaal circa 40 km Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd in verband met reguliere beheer- en onderhoudstaken van de gemeente Amsterdam in het Amsterdamse Bos. Augustus 2017 Voor dit onderzoek zijn de volgende onderzoeksstrategieën van de NEN 5720/A1 gevolgd: Lichte onderzoeksstrategie voor de onverdachte watergangen en normale onderzoeksstrategie voor de verdachte watergangen: OL Overig water lintvormig ONL Overig water niet-lintvormig Bodemopbouw en waarnemingen: • Het waterpeil in de noordelijke watergangen nabij het Nieuwe Meer bevond zich tijdens de veldwerkzaamheden op circa 0,6 m –N.A.P. Bij het ‘Kersenbloesempark’ (gedeelte van vak V40) bevond het waterpeil zich op ongeveer 4,6 m –N.A.P., bij de Kleine Poel en De Poel op ongeveer 1,7 m –N.A.P. en in de watergangen in de rest van het gebied op circa 5,5 m –N.A.P. In een groot deel van de watergangen is veel blad aangetroffen in het water. De waterdiepte varieert over het algemeen van ongeveer 0,5 tot 1,0 m met plaatselijke uitschieters van 0,1 m tot maximaal 2,0 m.

In alle onderzochte watergangen is een sliblaag aangetroffen. De dikte van deze laag varieert van ongeveer 0,1 tot 1,3 m, maar is over het algemeen ongeveer 0,4 à 0,7 m dik. • In het opgeboorde slib zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging van de waterbodem. Er zijn geen asbestverdachte materialen (op de oevers) langs de watergangen of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. Kwaliteit: • Uit de toetsingen blijkt dat met uitzondering van vak V08 geen sterk verhoogde gehalten zijn gemeten en het onderzochte slib met name beoordeeld is als klasse A of B en plaatselijk als altijd toepasbaar. In vak V08 (gelegen nabij de inlaat vanuit de Ringvaart) is een sterk verhoogd gehalte aan PCB gemeten. • Voor de vakken V01, V08 en V22 geldt voorts dat de specie niet verspreidbaar is op het aangrenzende perceel. • De baggerspecie uit de overige vakken is beoordeeld als wel op het aangrenzende perceel. • Op basis van het vooronderzoek zijn drie vakken aangemerkt als verdacht op het voorkomen van asbest. In geen van de mengmonsters van het slib uit deze vakken is zintuiglijk analytisch asbest aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Wel wordt aanbevolen om een plan van aanpak op te stellen voor het baggeren van het sterk verontreinigde slib.

Hoewel hier geen beleid voor opgesteld is, wordt daarnaast aanbevolen om de baggerspecie uit vakken V09 en V10 niet op het aangrenzende perceel te verspreiden in verband met het gemeten gehalte aan PFOS in relatie tot de hoge ecologische waarden van de aangrenzende percelen. Tevens wordt aanbevolen om in aanvulling op het voorliggende onderzoek in (enkele) andere watergangen onderzoek naar het voorkomen van PFOS uit te voeren. Vanuit de CROW-132 wordt voor de voorgenomen werkzaamheden aanbevolen klasse 1T te hanteren bij de werkzaamheden in de sterk verontreinigde waterbodem in vak V08 (maatgevende stof: PCB). Voor de werkzaamheden in de overige vakken is gedeeltelijk de basisklasse van toepassing (klasse B) en zijn gedeeltelijk geen veiligheidsmaatregelen in het kader van werken in verontreinigde waterbodem nodig. Hierbij wordt opgemerkt dat het bepalen van de veiligheidsklasse volgens de nieuwe richtlijn CROW publicatie 400 nog niet mogelijk is omdat hiervoor nog geen betrouwbare rekentools beschikbaar zijn en derhalve in voorliggend rapport de veiligheidsmaatregelen zijn bepaald aan de hand van de nog steeds geldende CROW publicatie 132. De nieuwe CROW publicatie 400 zal per 1 januari 2019 geheel van kracht worden. Indien werkzaamheden na de inwerkingtreding van de

Blad 1 van 10

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Onderdeel

Omschrijving CROW 400 plaatsvinden, dienen de veiligheidsmaatregelen met betrekking tot werken in verontreinigde waterbodem opnieuw te worden vastgelegd conform de dan geldende regels. Voor werken in waterbodem waarin verhoogde gehalten aan PFOS zijn geconstateerd, wordt aanbevolen om op basis van beschikbare literatuur een advies voor veilig werken op te (laten) stellen.

Rapport opgesteld door Contactpersoon

Antea Group Ir. H.E. Oosterbaan, tel. nr. 036 530 8450 , e-mailadres: ed.oosterbaan@anteagroup.com

Blad 2 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

2

Leeswijzer In dit rapport is verslag gedaan van de verkregen onderzoeksresultaten. In hoofdstuk 3 staan de conclusies en aanbevelingen. De bestaande gegevens, zoals locatiebeschrijving en historische informatie, zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De onderzoeksopzet is uitgewerkt in hoofdstuk 5 waar in een overzichtelijke tabel de verrichte werkzaamheden (veldwerk en laboratoriumonderzoek) zijn beschreven. In hoofdstuk 6 zijn de resultaten van het onderzoek toegelicht. In het rapport is de onderliggende informatie opgenomen in de volgende bijlagen: 1. Vooronderzoek 2. Veldopnames (Boorbeschrijvingen en veldwaarnemingen) 3. Laboratoriumonderzoek 3.1 Toelichting Besluit Bodemkwaliteit toepassen/ verspreiden baggerspecie 3.2 Toetsing waterbodemmonsters Besluit bodemkwaliteit 3.3 Analysecertificaten 3.4 Risicobeoordeling vak V08 (SEDIAS) 4. Toelichting bepaling veiligheidsklassen 5. Kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en strategieën en betrouwbaarheid/garanties 6.

Verantwoording uitvoering onderzoek conform eisen van toepassing zijnde Beoordelingsrichtlijnen Aan het rapport zijn de volgende bijbehorende tekeningen toegevoegd: 418378-S1 Situatie met vakindeling en slibboringen 418378-BBK-T1 Situering monstervakken met weergave toetsing T1 Besluit bodemkwaliteit 418378-BBK-T3 Situering monstervakken met weergave toetsing T3 Besluit bodemkwaliteit 418378-BBK-T5 Situering monstervakken met weergave toetsing T5 Besluit bodemkwaliteit 418378-BBK-T6 Situering monstervakken met weergave toetsing T6 Besluit bodemkwaliteit

Blad 3 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

3

Conclusies en aanbevelingen

3.1

Conclusies Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: • Het waterpeil in de noordelijke watergangen nabij het Nieuwe Meer bevond zich tijdens de veldwerkzaamheden op circa 0,6 m –N.A.P. Bij het ‘Kersenbloesempark’ (gedeelte van vak V40) bevond het waterpeil zich op ongeveer 4,6 m –N.A.P., bij de Kleine Poel en De Poel op ongeveer 1,7 m –N.A.P. en in de watergangen in de rest van het gebied op circa 5,5 m –N.A.P. In een groot deel van de watergangen is veel blad aangetroffen in het water. De waterdiepte varieert over het algemeen van ongeveer 0,5 tot 1,0 m met plaatselijke uitschieters van 0,1 m tot maximaal 2,0 m. In alle onderzochte watergangen is een sliblaag aangetroffen. De dikte van deze laag varieert van ongeveer 0,1 tot 1,3 m, maar is over het algemeen ongeveer 0,4 à 0,7 m dik. • In het opgeboorde slib zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging van de waterbodem. Er zijn geen asbestverdachte materialen (op de oevers) langs de watergangen of in het opgeboorde materiaal aangetroffen. • Uit de toetsingen blijkt dat met uitzondering van vak V08 geen sterk verhoogde gehalten zijn gemeten en het onderzochte slib met name beoordeeld is als klasse A of B en plaatselijk als altijd toepasbaar. In vak V08 (gelegen nabij de inlaat vanuit de Ringvaart) is een sterk verhoogd gehalte aan PCB gemeten.

• Voor de vakken V01, V08 en V22 geldt voorts dat de specie niet verspreidbaar is op het aangrenzende perceel. De baggerspecie uit de overige vakken is beoordeeld als verspreidbaar op het aangrenzend perceel. • Op basis van het vooronderzoek zijn drie vakken aangemerkt als verdacht op het voorkomen van asbest. In geen van de mengmonsters van het slib uit deze vakken is zintuiglijk analytisch asbest aangetoond. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese 'OLN' voor de verdachte watergangen wordt aanvaard, vanwege de aangetoonde licht tot sterk verhoogde gehalten in de waterbodem. De vooraf opgestelde hypothese ‘OLL’ en ‘ONLL’ voor de overige onderzochte watergangen wordt aanvaard vanwege het niet aantreffen van sterke verontreinigingen in deze watergangen.

3.2

Aanbevelingen Op basis van de onderzoeksresultaten wordt aanbevolen om een plan van aanpak op te stellen voor het baggeren van het sterk verontreinigde slib in vak V08. Hoewel hier geen beleid voor opgesteld is, wordt daarnaast aanbevolen om de baggerspecie uit de vakken V09 en V10 niet op het aangrenzende perceel te verspreiden in verband met het gemeten gehalte aan PFOS in relatie tot de hoge ecologische waarden van de aangrenzende percelen. Vanuit de CROW-132 wordt voor de voorgenomen werkzaamheden aanbevolen klasse 1T te hanteren bij de werkzaamheden in de sterk verontreinigde waterbodem in vak V08 (maatgevende

Blad 4 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

stof: PCB). Voor de werkzaamheden in de overige vakken is gedeeltelijk de basisklasse van toepassing (klasse B) en zijn gedeeltelijk geen veiligheidsmaatregelen in het kader van werken in verontreinigde waterbodem nodig. Hierbij wordt opgemerkt dat het bepalen van de veiligheidsklasse volgens de nieuwe richtlijn CROW publicatie 400 nog niet mogelijk is omdat hiervoor nog geen betrouwbare rekentools beschikbaar zijn en derhalve in voorliggend rapport de veiligheidsmaatregelen zijn bepaald aan de hand van de nog steeds geldende CROW publicatie 132. De nieuwe CROW publicatie 400 zal per 1 januari 2019 geheel van kracht worden. Indien werkzaamheden na de inwerkingtreding van de CROW 400 plaatsvinden, dienen de veiligheidsmaatregelen met betrekking tot werken in verontreinigde waterbodem opnieuw te worden vastgelegd conform de dan geldende regels. Voor werken in waterbodem waarin verhoogde gehalten aan PFOS zijn geconstateerd, wordt aanbevolen om op basis van beschikbare literatuur een advies voor veilig werken op te (laten) stellen.

Blad 5 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

4

Bestaande gegevens

4.1

Locatiebeschrijving Het onderzoeksgebied betreft het Amsterdamse Bos. Het onderzoeksgebied bestaat uit een aantal secundaire watergangen (overig water) in het Amsterdamse Bos (zie figuur 4). De watergangen liggen binnen de gemeente Amsterdam en Amstelveen. De watergangen betreffen lintvormige watergangen met een totale lengte van ongeveer 40 km. Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd in verband met reguliere beheer- en onderhoudstaken van de gemeente Amsterdam in het Amsterdamse Bos. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening 418378-S1.

Figuur 4.1: Ligging onderzochte watergangen

Blad 6 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

4.2

Vooronderzoek en onderzoekshypothese Voor het bepalen van de onderzoeksstrategie volgens de NEN 5720 (inclusief wijzigingsblad A1 van juli 2014) is een vooronderzoek conform de NEN 5717 gevoerd. Dit vooronderzoek is aan de hand van de controlelijst uit bijlage A van de NEN 5717 uitgewerkt. Per onderdeel van de controlelijst zijn één of meerdere informatiebronnen geraadpleegd. De verzamelde informatie is vastgelegd per bron en weergegeven in bijlage 1. Het vooronderzoek leidt tot de vaststelling van de hoofddoelstelling van het onderzoek, het watertype en de bijbehorende onderzoeksinspanning per deellocatie. In dit onderzoek zijn de volgende deellocaties onderscheiden: Overig water, lintvormig, onverdacht; Overig water, lintvormig, verdacht; Overig water, niet-lintvormig, onverdacht. Hoofddoelstelling In dit vooronderzoek is de hoofddoelstelling voor het uitgevoerde waterbodemonderzoek als volgt gedefinieerd: Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd in verband met reguliere beheer- en onderhoudstaken van de gemeente Amsterdam in het Amsterdamse Bos.

Het doel van het onderzoek is meervoudig: • het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5717 voor het bepalen van de te volgen onderzoeksstrategie; • het bepalen van de kwaliteit van de sliblaag in de watergangen conform de NEN 5720; • het bepalen van de afzetmogelijkheden (verspreiden op de kant of afvoer naar verwerker); • het bepalen van de aanwezigheid van asbest in de waterbodem conform de NTA 5727; • het bepalen van de veiligheidsklasse volgens de nieuwe richtlijn CROW publicatie 400. Hierbij wordt opgemerkt dat voor de nieuwe richtlijn CROW publicatie 400 nog geen betrouwbare rekentools beschikbaar zijn en derhalve in voorliggend rapport de veiligheidsmaatregelen zijn bepaald aan de hand van de nog steeds geldende CROW publicatie 132. De nieuwe CROW publicatie 400 zal per 1 januari 2019 geheel van kracht worden. Indien werkzaamheden na de inwerkingtreding van de CROW 400 plaatsvinden, dienen de veiligheidsmaatregelen met betrekking tot werken in verontreinigde waterbodem opnieuw te worden vastgelegd conform de dan geldende regels. Watertype Het watertype voor dit onderzoek betreft: • Overig water lintvormig; • Overig water niet-lintvormig.

Onderzoeksinspanning Op basis van de historische informatie worden de trajecten W4, W13, W22, W23, W24, W35, W36, W50, W51, W67, W100, W101, W103, W111, W136, W152, W153, W154 en W155 als ‘verdacht’ beschouwd op basis van bekende (water)bodemverontreinigingen op naastgelegen locaties. Trajecten W81, W82 en W84 worden verdacht ten aanzien van het voorkomen van Perfluorn-octaansulfonzuur (PFOS) beschouwd. Trajecten W24, W98, W99 en W150 worden op basis van de aanwezige IBA’s (gedeeltelijk) als verdacht beschouwd. De overige trajecten worden als ‘onverdacht’ beschouwd.

Blad 7 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Trajecten W41 (rapport met kenmerk BP31 RAP20150323, d.d. 27 maart 2015), W151 en W154 (gedeeltelijk) (rapport met kenmerk BE33A RAP20130502, d.d. 8 mei 2013) zijn reeds onderzocht en zijn niet opnieuw onderzocht. Zie voor verdere informatie bijlage 1 en de betreffende rapporten. Op basis van de ligging, de lengtes en de ‘verdachtheid’ van de trajecten is in onderstaande tabel een indeling in deellocaties en een vakindeling gemaakt. Verder is in deze tabel per vak de onderzoeksinspanning weergegeven. De vakindeling is weergegeven op de situatietekening 418378-S1. Tabel 4.1: Overzicht deellocaties en onderzoeksstrategie DeelVak(ken) gebied Verdachte deellocaties A V01 B V02 C V03 D V04 E V05, V06, V07 F# V08, V09, V10 G V11, V12 H ## V13, V14 I V15 J V16 K V17 L V18, V19 M V20, V21, V22 Onverdachte deellocaties O V24, V25 P V26 Q V27, V28 R V29 S V30, V31, V32, V33, V34

T

V35

U V

V36 V37, V38, V39

W

V40, V41

Traject(en)

Oppervlakte/ lengte (in m2/m)

Watertype

Onderzoeksstrategie

W4 W13 W22 W23 + W24 W35 + W36 + W50 + W51 + W67 W81 + W82 + W83 + W84 + W85 + W86 + W87 + W89 W98 + W99 W100 + W101 + W102 W103 W111 W136 (ged.) W150 W152, W153, W154 (ged.)+W155

Ca. 250 m Ca. 350 m Ca. 400 m Ca. 350 m Ca. 1.180 m Ca. 1.325 m Ca. 715 m Ca. 865 m Ca. 170 m Ca. 250 m Ca. 500 m Ca. 845 m Ca. 180, 190 en 310+150 m

OL OL OL OL OL OL OL OL OL OL OL OL OL

OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN OLN

W5 + W6 + W7 + W8 + W9 + W10 + W11 + W12 W14 + W15 + W16 + W17 W19 (ged.) + W20 W18 + W19 + W21 W25 + W26 + W27 + W28 + W37 + W38 + W39 + W40 + W42 + W43 + W44 + W104 + W105 + W29 + W30 + W31 + W32 + W33 W34 + W45 + W46 + W47 + W48 + W49 + W52 + W53 + W54 + W55 + W56 + W57 + W58 + W59 + W60 + W61 + W62 + W63 + W64 + W65 + W66 + W68 + W69 + W70 + W71 + W72 + W73 + W74 + W75 + W76 W77 + W78 + W80 + W90 + W91 + W92 + W93 + W94 + W95 + + W96 + W97 W106 + W107 + W108 + W109 + W110 W112 + W113 + W114 + W115 + W116 + W117 + W118 + W119 + W120 + W121 + W122 + W123 + W124 + W125 + W126 + W127 + W128 + W129 + W130 + W156 + W157 + W158 + W159 + W160 W131 + W132 + W134 + W135 + W136 (ged.) + W137 + W138 + W139 + W140 + W141 + W142 + W143 + W144 + W145 + W146 + W147 + W148 + W149

Ca. 3.575 m Ca. 585 m Ca. 35.000 m² Ca. 450 m Ca. 12.100 m

OL OL ONL OL OL

OLL OLL ONLL OLL OLL

Ca. 1.985 m

OL

OLL

Ca. 1.490 m Ca. 6.580

OL OL

OLL OLL

Ca. 3.675 m

OL

OLL

Verklaring bij de tabel OLL Overig water lintvormig lichte onderzoeksinspanning OLN Overig water lintvormig normale onderzoeksinspanning ONLL Overig water niet-lintvormig lichte onderzoeksinspanning ONLN Overig water niet-lintvormig normale onderzoeksinspanning # Op basis van de ligging van deze trajecten zijn trajecten W85, W86, W87 en W89 opgenomen in deelgebied F ## Op basis van de ligging van deze trajecten is traject W102 opgenomen in deelgebied H OL Overig water lintvormig ONL Overig water niet-lintvormig # Gezien de situering van deze deellocatie is onderzoeksstrategie gecombineerd

Blad 8 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

5

Verrichte werkzaamheden

5.1

Veldwerkzaamheden en laboratoriumonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in augustus 2017 door de heer R.J. Swart van Antea Group. Het veldwerkcolofon is opgenomen in bijlage 6. Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel vastgesteld of er in, aan of naast de watergang asbest aanwezig is in de vorm van bijvoorbeeld asbestbeschoeiingen, stortingen met puin en/of asbest, woonboten, schiphuizen en aanpalende bebouwing met asbestplaten en dergelijke. De situering van monstervakken en boringen is weergegeven op situatietekening 418378-S1. In tabel 5.1 zijn de veldwerkzaamheden en het verrichte laboratoriumonderzoek weergegeven.

Tabel 5.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden en laboratoriumonderzoek DeelTraject(en) gebied Verdachte deellocaties A W4 B W13 C W22 D W23 + W24 E W35 + W36 + W50 + W51 + W67 F# W81 t/m W87 + W89

Oppervlakte/ lengte

Veldwerkzaamheden Vak(ken) Boringen

Laboratoriumonderzoek

Ca. 250 m Ca. 350 m Ca. 400 m Ca. 350 m Ca. 1.180 m Ca. 1.325 m

V01 V02 V03 V04 V05, V06, V07 V08, V09, V10

V01-01 t/m V01-10 V02-01 t/m V02-10 V03-01 t/m V03-10 V04-01 t/m V04-10 V05-01 t/m V07-10 V08-01 t/m V10-10

G H ##

W98 + W99 W100 + W101 + W102

Ca. 715 m Ca. 865 m

V11, V12 V13, V14

V11-01 t/m V12-10 V13-01 t/m V14-10

I J K L M

W103 W111 W136 (ged.) W150 W152, W153, W154 (ged.)+W155

Ca. 170 m Ca. 250 m Ca. 500 m Ca. 845 m Ca. 180, 190 en 310+150 m

V15 V16 V17 V18, V19 V20, V21, V22

V15-01 t/m V15-10 V16-01 t/m V16-10 V17-01 t/m V17-10 V18-01 t/m V19-10 V20-01 t/m V22-10

STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen, PFOS STAPS + arseen STAPS + arseen, Asbest STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen, asbest

Onverdachte deellocaties O W5 t/m W12 Ca. 3.575 m V24, V25 V24-01 t/m V25-10 STAPS + arseen P W14 + W15 + W16 + W17 Ca. 585 m V26 V26-01 t/m V26-10 STAPS + arseen Q W19 (ged.) + W20 Ca. 35.000 m² V27, V28 V27-01 t/m V28-06 STAPS + arseen R W18 + W19 + W21 Ca. 450 m V29 V29-01 t/m V29-10 STAPS + arseen S W25 t/m W34 + W37 t/m W40 + W42 t/m W49 + Ca. 12.100 m V30, V31, V32, V30-01 t/m V34-10 STAPS + arseen W52 t/m W66 + W68 t/m W76 + W104 + W105 V33, V34 T W77 + W78 + W80 + W90 t/m W97 Ca. 1.985 m V35 V35-01 t/m V35-10 STAPS + arseen U W106 + W107 + W108 + W109 + W110 Ca. 1.490 m V36 V36-01 t/m V36-10 STAPS + arseen V W112 t/m W130 + W156 t/m W160 Ca. 6.580 m V37, V38, V39 V37-01 t/m V39-10 STAPS + arseen W W131 + W132 + W134 + W135 + W136 (ged.) + Ca. 3.675 m V40, V41 V40-01 t/m V41-10 STAPS + arseen W137 t/m W149 Verklaring bij de tabel: STAPS : Standaardpakket waterbodem regionale zoete wateren, bestaande uit: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB som 7), minerale olie (GC), organische stof en lutum. PFOS : Analyse op PFOA/PFOS i.v.m. de nabijgelegen inlaat vanuit de Ringvaart. Voor deze analyse is de bemonstering van de vakken V08, V09 en V10 in duplo uitgevoerd.

Asbest : Analyse op asbest in verband met de resultaten van voorgaand (water)bodemonderzoek nabij deze watergangen.

Blad 9 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

6

Onderzoeksresultaten

6.1

Resultaten veldwerk De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de veldmetingen blijkt dat het waterpeil in de noordelijke watergangen nabij het Nieuwe Meer zich tijdens de veldwerkzaamheden op circa 0,6 m –N.A.P. bevond, bij het ‘Kersenbloesempark’ (gedeelte van vak V40) op circa 4,6 m –N.A.P., bij de Kleine Poel en De Poel op ongeveer 1,7 m –N.A.P. en in de watergangen en in de watergangen in de rest van het gebied op circa 5,5 m – N.A.P. In een groot deel van de watergangen is veel blad aangetroffen in het oppervlaktewater. De waterdiepte varieert over het algemeen van ongeveer 0,5 tot 1,0 m met plaatselijke uitschieters van 0,1 m tot maximaal 2,0 m. In alle onderzochte watergangen is een sliblaag aangetroffen. De dikte van deze laag varieert van ongeveer 0,1 tot 1,3 m, maar is over het algemeen ongeveer 0,4 à 0,7 m dik. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een verontreiniging van de waterbodem. Er zijn geen asbestverdachte materialen (op de oevers) langs de watergangen of in het opgeboorde materiaal aangetroffen.

6.2

Laboratoriumonderzoek

6.2.1

BoToVa-toetsing De analyseresultaten van het laboratoriumonderzoek zijn getoetst met behulp van BoToVa-gevalideerde software (Bodem Toets- en Validatie). Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende toetsmodules: • T1 : kwaliteit grond/bagger bij toepassing op landbodem; • T3 : kwaliteit bagger en ontvangende bodem bij toepassing in oppervlaktewater; • T5 : verspreiding van baggerspecie op aangrenzend perceel; • T6 : verspreiding van baggerspecie in zoet oppervlaktewater; Een toelichting op het toetsingskader van de analyseresultaten van de onderzochte slibmonsters is opgenomen in bijlage 3.1. Bijlage 3.2 bevat een volledig overzicht van de getoetste resultaten en in bijlage 3.3 zijn de analysecertificaten opgenomen.

6.2.2

Samenvatting getoetste analyseresultaten In de tabel 6.1 zijn de toetsingsresultaten van de verschillende monsters samengevat. Hierbij is per monster het volgende weergegeven: de klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit voor wat betreft het verspreiden en toepassen in oppervlaktewater, het verspreiden op het aangrenzende perceel en het toepassen op landbodem. Tevens zijn maatgevende componenten aangegeven wanneer uit de beoordeling ‘niet verspreidbaar’ of ‘nooit verspreidbaar’ blijkt.

Blad 10 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Tabel 6.1: Toetsingstabel slibmonsters Monstercode (traject m –ws)

Boringen

V01-01 t/m V01-10 V02-01 t/m V02-10 V03-01 t/m V03-10

Beoordeling Besluit bodemkwaliteit Verspreiden Toepassen oppervlakte oppervlakte water (T6) water (T3) Verspreidbaar Klasse A Niet verspreidbaar Klasse B Verspreidbaar Klasse A

Verspreiden aangrenzend perceel (T5) Niet verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV01 (0,25 - 1,10) MMV02 (0,25 - 0,95) MMV03 (0,45 - 1,30) MMV04 (0,60 - 1,65)

V04-01 t/m V04-10

Verspreidbaar

Klasse A

Verspreidbaar

MMV05 (0,50 - 1,20) MMV06 (0,00 - 1,15) MMV07 (0,20 - 0,65) MMV08 (0,30 - 1,45)

V05-01 t/m V05-10 V06-01 t/m V06-10 V07-01 t/m V07-10 V08-01 t/m V08-10

Verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Nooit verspreidbaar

Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Nooit verspreidbaar

MMV09 (0,30 - 1,35) MMV10 (0,65 - 1,35)

V09-01 t/m V09-10 V10-01 t/m V10-10

Verspreidbaar Niet verspreidbaar

Klasse A Klasse A Klasse B Nooit toepasbaar Klasse A Klasse B

MMV11 (0,80 - 1,40) MMV12 (0,70 - 1,40) MMV13 (0,80 - 1,55) MMV14 (0,70 - 1,35)

V11-01 t/m V11-10 V12-01 t/m V12-10 V13-01 t/m V13-10 V14-01 t/m V14-10

Verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar

Klasse A Klasse A Klasse B Klasse B

Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV15 (0,40 - 1,45)

V15-01 t/m V15-10

Niet verspreidbaar

Klasse B

Verspreidbaar

MMV16 (0,70 - 1,55)

V16-01 t/m V16-10

Niet verspreidbaar

Klasse B

Verspreidbaar

MMV17 (0,85 - 1,65) MMV18 (0,50 - 1,30) MMV19 (0,55 - 1,25) MMV20 (0,50 - 1,55) MMV21 (0,40 - 1,30)

V17-01 t/m V17-10 V18-01 t/m V18-10 V19-01 t/m V19-10 V20-01 t/m V20-10 V21-01 t/m V20-10

Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse A Klasse A Klasse A Klasse B Klasse A

Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV22 (0,50 - 1,30) MMV24 (0,20 - 1,20) MMV25 (0,20 - 1,20) MMV26 (0,45 - 2,60) MMV27 (0,55 - 1,30) MMV28 (0,45 - 1,05)

V22-01 t/m V22-10 V24-01 t/m V24-10 V25-01 t/m V25-10 V26-01 t/m V26-10 V27-01 t/m V27-10 V28-01 t/m V28-10

Niet verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV29 (0,40 - 1,50) MMV30 (0,70 - 1,30) MMV31 (0,60 - 1,30) MMV32 (0,55 - 1,15) MMV33 (0,50 - 1,20) MMV34 (0,35 - 1,15) MMV35 (0,25 - 1,30)

V29-01 t/m V29-10 V30-01 t/m V30-10 V31-01 t/m V31-10 V32-01 t/m V32-10 V33-01 t/m V33-10 V34-01 t/m V34-10 V35-01 t/m V35-10

Verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV36 (0,40 - 1,30)

V36-01 t/m V36-10

Verspreidbaar

MMV37 (0,50 - 1,90) MMV38 (0,10 - 1,75)

V37-01 t/m V37-10 V38-01 t/m V38-10

Verspreidbaar Verspreidbaar

MMV39 (1,05 - 1,85) MMV40 (0,80 - 1,40)

V39-01 t/m V39-10 V40-01 t/m V40-10

Niet verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse B Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A Altijd toepasbaar Klasse A Klasse A Klasse B Klasse A Klasse B Klasse A Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse A Altijd toepasbaar Klasse B Altijd toepasbaar Klasse B

Toepassen landbodem (T1)

Maatgevende componenten Zink, minerale olie Lood, PAK -

Niet verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Niet Toepasbaar > industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse wonen Altijd toepasbaar

Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Klasse industrie Altijd toepasbaar

PAK Arseen -

Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

-

Verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse industrie Altijd toepasbaar

-

Verspreidbaar Verspreidbaar

Klasse industrie Altijd toepasbaar

Arseen -

MMV41 (0,50 - 1,85) V41-01 t/m V41-10 Niet verspreidbaar Verspreidbaar Klasse industrie Verklaring tabel: - : geen veldwaarnemingen/geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde

Arseen

Blad 11 van 14

Verspreidbaar Verspreidbaar

PAK PCB PCB PAK PAK Arseen, PCB Arseen Lood Koper, lood, zink -

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Toepassen in oppervlaktewater Uit de toetsingen blijkt dat met uitzondering van vak V08 geen sterk verhoogde gehalten zijn gemeten en het onderzochte slib met name beoordeeld is als klasse A of B en plaatselijk als altijd toepasbaar. In vak V08 (gelegen nabij de inlaat vanuit de Ringvaart) is een sterk verhoogd gehalte aan PCB gemeten (1,5 x interventiewaarde). Naar aanleiding van dit sterk verhoogde gehalte is met behulp van SEDIAS (SEDImentASsistent, Handreiking beoordeling waterbodem, Rijkswaterstaat en Deltares, d.d. 4 november 2010) een msPAF berekening uitgevoerd voor ‘macrofauna’, ‘alle organismen’ en ‘hogere organismen in nat sediment – viseters’. Deze toetsing is toegevoegd in bijlage 3.4. msPAF staat voor Meerdere Stoffen Potentieel Aangetaste Fractie, of te wel het aandeel soorten dat mogelijk nadelig effecten van de aanwezige verontreinigingen ondervindt, waarbij de effecten van alle verontreinigingen bij elkaar worden opgeteld. Uit de nota ‘beleidskader waterbodemkwaliteit’ van Hoogheemraadschap van Rijnland (kenmerk 11.16953, d.d. 22 mei 2013) blijkt dat sprake is van direct ecologisch effect wanneer msPAF (macrofauna) hoger is dan 50%. Uit de msPAF toetsingen met SEDIAS blijkt dat dit percentage niet wordt overschreden op basis van de gemeten gehalten in vak V08. Voor PFOS is nog geen norm vastgesteld in het Besluit bodemkwaliteit.

Derhalve is voor de risicobeoordeling van vak V08 voor de aanwezigheid van PFOS uitgegaan van de normen zoals beschreven in het document ‘Milieukwaliteitswaarden voor PFOS, Uitwerking van generieke en gebiedsspecifieke waarden voor het gebied rond Schiphol’ van het RIVM (kenmerk ‘RIVM Briefrapport 2016-0001’ van 2016). In onderstaande figuur zijn de waarden uit het RIVM Briefrapport weergegeven. Hierbij is aangegeven dat de bovengrenzen voor bodem en sediment tevens ‘interventieniveaus’ vormen die bij overschrijding aanleiding geven voor de beoordeling van de noodzaak voor maatregelen (beheren/saneren).

Figuur 6.1: Voorgestelde onder- en bovengrenzen voor PFOS uit het RIVM Briefrapport 2016-0001

In vak V08 (en vakken V09 en V10) ligt het gemeten gehalte aan PFOS ruim beneden de bovengrens voor bagger/sediment (16.000 µg/kg). Op basis van bovenstaande wordt voor de aangetroffen verontreiniging in vak V08 gesteld dat deze niet leidt tot actuele risico’s en derhalve is er geen directe saneringsnoodzaak.

Blad 12 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Verspreiden op aangrenzend perceel Voor de vakken V01, V08 en V22 geldt voorts dat de specie niet verspreidbaar is op het aangrenzende perceel. De specie uit de overige vakken mag wel op het aangrenzende perceel worden verspreid. Verder wordt opgemerkt dat voor PFOS nog geen norm is vastgesteld in het Besluit bodemkwaliteit. Derhalve zijn de gemeten gehalten aan PFOS (lineair en vertakt, betreffen isomeren) in tabel 6.2 ter informatie weergegeven. Op basis van deze gemeten gehalten en de hoge ecologische waarde van de aangrenzende percelen, wordt voor deze vakken aanbevolen om de vrijkomende baggerspecie niet op het aangrenzende perceel te verspreiden. Tabel 6.2: Gemeten gehalten aan PFOS (gehalten in µg/kg d.s.) Monstercode (traject m –ws) MMV08-1 (0,30 - 1,45) MMV09-1 (0,30 - 1,35) MMV10-1 (0,65 - 1,35)

Gemeten gehalten PFOS lineair PFOS vertakt 2,0 0,32 1,7 0,42 3,1 0,55

PFOS totaal 2,32 2,12 3,65

Analyseresultaten asbestonderzoek In de volgende tabel zijn de analyseresultaten van het asbestonderzoek weergegeven. Tabel 6.3: Analyseresultaten asbestonderzoek in slib (gemeten gehalten in mg/kg d.s.) Monstercode Boringen Materiaal Gemeten gehalte Gemeten geTotaal gemeten Gewogen (traject m –ws.) serpentijn halte amfibool gehalte asbest gehalte asbest 1) MMAV13 (0,80 - 1,55) V13-01 t/m V13-10 Slib < 0,7 MMAV14 (0,70 - 1,25) V14-01 t/m V14-04 # Slib < 1,5 MMAV22 (0,50 - 1,30) V22-01 t/m V22-06 # Slib < 9,2 Toelichting bij de tabel: # : Omdat slecht een deel van dit monstervak is als asbestverdacht aangemerkt o.b.v. voorgaand (water)bodemonderzoek. Derhalve zijn bij de genoemde slibboringen extra steken genomen om per mengmonster 3 emmers te vullen met monstermateriaal. 1) : Gewogen gehalte aan asbest: gemeten gehalte serpentijn + (10 maal gemeten concentratie amfibool).

In de mengmonsters van het slib is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond.

6.3

Veiligheidsklassen Conform de CROW-publicatie 132 zijn op basis van de analyseresultaten de veiligheidsklassen vastgesteld. Indien een overschrijding van de interventiewaarde is gemeten, dient dit te worden gedaan aan de hand van de module op de CROW-publicatie 132 website. Indien de gemeten gehalten lager zijn dan de interventiewaarde dan worden de veiligheidsklassen vastgesteld op basis van de hergebruiksklassen uit het Besluit bodemkwaliteit. Voor de werkzaamheden in de waterbodem geldt dat indien de waterbodem voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000) of Klasse A uit dit besluit, het treffen van veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigde bodem niet noodzakelijk is. Indien de waterbodem voldoet aan klasse B, dan is de basisklasse van toepassing. In bijlage 4 is een toelichting op de bepaling van de veiligheidsklassen gegeven. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven. Uit onderstaande tabel blijkt dat voor werkzaamheden in vak V08 veiligheidsklasse 1T van toepassing is. In de overige onderzochte vakken is de basisklasse van toepassing of zijn geen specifieke maatregelen in relatie tot werken in verontreinigde waterbodem noodzakelijk.

Blad 13 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Voor werkzaamheden vanaf 1 januari 2019 zal een hertoetsing van de veiligheidsklassen op basis van de dan geldende normen uit de CROW 400 dienen te worden uitgevoerd. Tabel 6.4: Veiligheidsmaatregelen CROW-132 Monstervak V01 V02 V03 V04 V05 V06 V07 V08 V09 V10 V11 V12 V13 V14 V15 V16 V17 V18 V19 V20 V21 V22 V24 V25 V26 V27 V28 V29 V30 V31 V32 V33 V34 V35 V36 V37 V38 V39 V40 V41

Toetsing Besluit bodemkwaliteit (T3) Klasse A Klasse B Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A Klasse B Nooit toepasbaar Klasse A Klasse B Klasse A Klasse A Klasse B Klasse B Klasse B Klasse B Klasse A Klasse A Klasse A Klasse B Klasse A Klasse B Klasse A Klasse A Klasse A Klasse A Altijd toepasbaar Klasse A Klasse A Klasse B Klasse A Klasse B Klasse A Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse A Altijd toepasbaar Klasse B Altijd toepasbaar Klasse B

Veiligheidsklasse (met maatgevende stof) Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (lood, PAK) Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (PAK) 1T (PCB) Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (PCB) Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (PAK) Basisklasse (PAK) Basisklasse (arseen, PCB) Basisklasse (arseen) Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (lood) Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (koper, lood, zink) Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (PAK) Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (arseen) Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (arseen) Geen maatregelen noodzakelijk Basisklasse (arseen)

Blad 14 van 14

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Bijlage 1 Vooronderzoek

Blad 15 van 14

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009) Deze checklist is opgesteld op basis van bijlage A van de NEN 5717. Deze controle lijst is normatief doch wij wijken hiervan op onderdelen gemotiveerd af. Dit is in de offerte aangegeven. De hieronder aangegeven aanwijzingen gaan uit van een verkennend waterbodemonderzoek. Project: Waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos Projectnummer: 418378 Datum: 8 augustus 2017 (revisie 03, aangepaste vakindeling) Definieer de onderzoekslocatie Het onderzoeksgebied betreft het Amsterdamse Bos. Hierin zijn door de opdrachtgever een aantal secundaire watergangen aangegeven die onderzocht moeten worden. De ligging hiervan is weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: Ligging te onderzoeken watergangen Bepaal het doel van het waterbodemonderzoek Het waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd in verband met reguliere beheer- en onderhoudstaken van de gemeente Amsterdam in het Amsterdamse Bos.

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009) Het doel van het onderzoek is meervoudig: • het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5717 voor het bepalen van de te volgen onderzoeksstrategie; • het bepalen van de kwaliteit van de sliblaag in de watergangen conform de NEN 5720; • het bepalen van de afzetmogelijkheden (verspreiden op de kant of afvoer naar verwerker); • het bepalen van de aanwezigheid van asbest in de waterbodem conform de NTA 5727; • het bepalen van de veiligheidsklasse volgens de nieuwe richtlijn CROW publicatie 400. Bepaal het watertype Het onderzoeksgebied bestaat uit de secundaire watergangen (overig water) in het Amsterdamse Bos. De watergangen liggen binnen de gemeente Amsterdam en Amstelveen. De watergangen betreffen lintvormige watergangen met een totale lengte van ongeveer 40 km. Bepaal huidige en historische waterhuishoudkundige functie Uit het Waterbeheerplan (Adviesbureau Goderie, d.d. november 2001) blijkt dat de wateren in het Amsterdamse Bos, de Kleine Poel en de oeverlanden van de Amstelveense Poel de hoofdfunctie natuur hebben. Binnen deze functie wordt ernaar gestreefd aanwezige natuurwaarden te behouden en zo mogelijk herstel c.q. ontwikkeling na te streven. De functionele doelstellingen voor de waterkwaliteit zijn gericht op de ecologische normdoelstellingen op het hoogste niveau.

De wateren zijn ingedeeld bij het type Algemene polderwateren. Bepaal of er sprake is van een gegraven of natuurlijke watergang Het betreffen gegraven watergangen. Achterhaal Beschikbare gegevens met betrekking tot de verontreinigingssituatie (eerder uitgevoerd waterbodemonderzoek en bodemverwachtingenkaart) Voor dit onderdeel is informatie verkregen van het Hoogheemraadschap van Rijnland, de gemeente Amsterdam, de gemeente Amstelveen en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). Uit informatie van de gemeente Amsterdam blijkt dat de volgende relevante (water)bodemonderzoeken op of nabij de huidige te onderzoeken watergangen zijn uitgevoerd: Waterbodemonderzoek zwemvijver Amsterdamse Bos, Wareco, rapport met kenmerk BP31 RAP20150323, d.d. 27 maart 2015. Het waterbodemonderzoek in de zwemvijver betreft de waterbodem ter plaatse van het huidige traject W41. Uit het onderzoek blijkt dat op de waterbodem een laag slib aanwezig is met een dikte variërend van ongeveer 0,2 tot 0,35 m met daaronder zand. Het onderzochte slib is beoordeeld als verspreidbaar op het aangrenzend perceel. Het slib afkomstig uit het noordelijke deel van de vijver is niet elders op land toepasbaar. Het slib uit het zuidelijke deel is beoordeeld als klasse industrie. Geadviseerd is om het slib af te voeren naar een erkend verwerker indien het niet op het aangrenzend perceel kan worden verspreid.

Waterbodemonderzoek Oeverlanden Amstelveense Poel, Amsterdamse Bos, Wareco, rapport met kenmerk BE33A RAP20130502, d.d. 8 mei 2013. Dit waterbodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de huidige trajecten W151 en W154 (gedeeltelijk). Uit het onderzoek blijkt dat er plaatselijk asbesthoudende beschoeiing aanwezig is. Uit het onderzoek blijkt dat de sliblaag in beide watergangen voldoet aan de kwaliteitsklasse B op basis van gehalten aan nikkel, lood, zink en/of kobalt. Ter hoogte van de asbesthoudende beschoeiing in watergang W154 is analytisch geen asbest aangetoond. Verder blijkt uit informative van de gemeente Amsterdam dat voor het Amsterdamse Bos een waterbeheerplan is opgesteld (rapport ‘Project Ingegraal Waterbeheer Amsterdamse Bos – basisrapport –‘, Adviesbureau Goderie, kenmerk onbekend, d.d. november 2001). Hieruit blijkt onder andere dat op verschillende plaatsen in het Amsterdamse Bos verhoogde gehalten aan arseen zijn gemeten. Uit informatie van het Hoogheemraadschap blijkt dat nabij enkele deeltrajecten waterbodemonderzoek is uitgevoerd in 2016 en 2017 in verband met reguliere baggerwerkzaamheden van de primaire watergangen. Het slib uit de watergang die in directe verbinding staat met trajecten W37, W39, W77, W80 en W81 en uit de watergangen die de A6 kruisen, blijken gedeeltelijk aan de kwaliteitsklasse B te voldoen.

Ter hoogte van W103 is een sterke verontreiniging in de baggerspecie aangetroffen.

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009) Uit informatie van de gemeente Amstelveen blijkt dat het gehele Amsterdamse Bos in principe onverdacht gebied betreft, afgezien van lokale verhardingslagen ter plaatse van de wegen en parkeerplaatsen en een beperkt aantal inrichtingen met voormalige brandstoftanks. Deze zijn inmiddels alle buiten gebruik, verwijderd en/of gesaneerd. De informatie van de gemeente Amstelveen omtrent uitgevoerde (water)bodemonderzoeken en/of –saneringen is digitaal geraadpleegd via de rapportagemodule van de ODNZKG. In figuur 2 is een weergave opgenomen van deze rapportagemodule met de ligging van onderzoekslocaties/-vlakken binnen het gebied.

Figuur 2: Uitsnede digitaal loket ODNZKG met beschikbare onderzoeksvlakken (onderzoeksgebied met paars) Voor de watergangen waarbij op (aangrenzende) locaties matige tot sterke verontreinigingen zijn aangetoond, is navolgend de relevante informatie per watergang kort samengevat. Indien geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond op de locatie, wordt deze niet verder besproken. W4 Op de Koenenkade 54 heeft een bovengrondse hbo-tank met een inhoud van 3.000 liter gelegen. Deze is in 2001 verwijderd. Verder is op deze locatie in 1990 een bodemonderzoek uitgevoerd (Omegam, kenmerk 11091088, d.d. 1 januari 1990). Hierin is geconcludeerd dat het perceel niet opgehoogd is en er geen ‘vervuilende activiteiten’ hebben plaatsgevonden. Uit de omgevingsrapportage blijkt dat de status voor deze locatie echter ‘uitvoeren oriënterend onderzoek’ is. Dit houdt in dat de locatie niet als onverdacht kan worden beschouwd. Op basis van deze gegevens wordt de watergang W4 als ook verdacht aangemerkt. W13 Deze watergang ligt langs de locatie ‘Koenenkade (landje)’ waar in het verleden depots met slib en grond hebben gelegen. Uit de ter plaatse uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat sterke verontreinigingen met zware metalen zijn aangetroffen die gerelateerd zijn aan de aanwezige bodemvreemde materialen (bijmengingen met puin, slakken etc.).

In 2009 is een saneringsplan opgesteld (Oranjewoud, kenmerk 178931, d.d. 10 december 2009) waarin is uitgegaan van een sanering met een isolatie-variant door middel van het aanbrengen van een afdeklaag van circa 1 m waarbij geen afgraving en afvoer van (verontreinigde) grond zou plaatsvinden. Voor zover bekend is de sanering in 2011 conform plan uitgevoerd wat inhoudt dat de sterke verontreiniging nog aanwezig is en er een afdeklaag met gebiedseigen grond is aangebracht. Op basis van deze gegevens wordt de watergang W13 als verdacht aangemerkt. W22 Ter hoogte van het Tjotterspad zijn in de grond sterke verontreinigingen met zware metalen en PAK aangetroffen. In 2015 is in verband met werkzaamheden aan kabels en leidingen een BUS-sanering tijdelijke uitplaatsing

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009) verricht (Antea Group, BUS-evaluatie met kenmerk 402619-55, d.d. 15 september 2015). Op basis van deze gegevens wordt de watergang W22 als verdacht aangemerkt. W23 en W24 Aangrenzend aan de watergangen ligt de locatie ‘Bosbaan 2’. Hier zijn in de periode 1995-2000 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn bij twee HBO-tanks bij de botenloods sterke verontreiniging met minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetroffen. Daarnaast zijn in de ondergrond tot sterke verontreinigingen met zink, lood en PAK aangetroffen. In 2002 is een deelsanering uitgevoerd van de verontreinigingen bij de tanks (saneringsevaluatie van Ingenieursbureau Amsterdam, kenmerk 125295, d.d. 18-11-2002). In 2005 en 2007 zijn ter plaatse grondwatermonitoringen uitgevoerd (Ingenieursbureau Amsterdam, notities met kenmerk 126043, d.d. 28 februari 2005 en kenmerk 12368, d.d. 27 februari 2007). Hieruit blijkt dat in de laatste monitoringsrondes ter plaatse in het grondwater ten hoogste licht verhoogde gehalten aan minerale olie en/of vluchtige aromaten zijn gemeten. Op basis van deze gegevens worden de watergangen W23 en W24 als verdacht aangemerkt. W36 Deze watergang grenst aan de noordzijde aan het terrein van het gasontvangststation Amsterdam-Bosbaan (W301).

Hier zijn in 2015 een verkennend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd (Antea Group, kenmerk 270902-S2301-MK01, d.d. 23 februari 2015 en kenmerk 270902-S6472-MK01, d.d. 7 augustus 2015) waaruit blijkt dat ter plaatse twee sterke grondverontreinigingen met PAK en zware metalen met een beperkte omvang zijn aangetroffen die vermoedelijk samenhangen met aangetroffen antropogene bijmengingen. In verband met civieltechnische werkzaamheden zijn de beperkte verontreinigingen in 2016 gesaneerd (saneringsevaluatie, Antea Group, kenmerk 270902, d.d. 21 oktober 2016). W35, W36, W50, W51 en W67 Deze watergangen liggen langs of direct binnen de locatie ‘Spoorwegtracé Amstelveen-Uithoorn’. Hier is sprake van een verontreinigde ophooglaag (niet gespecificeerd). Op basis hiervan worden de watergangen als ‘verdacht’ aangemerkt. W100 en W101 Deze watergangen grenzen aan de locatie ‘Schipholdijk 5a (Genieterrein)’. Hier zijn in de periode 1995-2002 diverse bodemonderzoeken uitgevoerd waaruit blijkt dat in de bovengrond op een groot deel van het terrein een ophooglaag aanwezig is die matig tot sterk verontreinigd is PAK. Plaatselijk is een matige verontreiniging met minerale olie in het grondwater aangetroffen. In 2000 heeft een tanksanering plaatsgevonden waarbij een ondergrondse HBO-tank met een inhoud van 6.000 liter is verwijderd.

In 2002 is een deel van de ophooglaag gesaneerd (saneringsevaluatie van Omegam, kenmerk 1110262, d.d. 1 november 2002). Hieruit blijkt dat tijdens de saneringswerkzaamheden asbest is aangetroffen en op basis daarvan aanvullend asbestonderzoek is uitgevoerd en asbesthoudend puin is ontgraven. Op basis van deze gegevens worden de watergangen W100 en W101 als verdacht aangemerkt en wordt aanbevolen deze watergangen aanvullend te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. W111 Ten zuiden van deze watergang is een benzineservicestation aanwezig waar in de periode 1992-2004 diverse bodemonderzoeken en –saneringen zijn uitgevoerd in verband met een geval van ernstige bodemverontreiniging met brandstofcomponenten. Er zijn restverontreinigingen achtergebleven die middels een in-situ systeem verder worden gesaneerd. Op basis van deze gegevens wordt de watergang W111 als verdacht aangemerkt. W136 Ter noorden van de Kleine Noorddijk 134 zijn in 2015 een verkennend en in 2016 een nader bodemonderzoek uitgevoerd (BK Bodem, rapport met kenmerk 144762, d.d. 4 februari 2015 en rapport met kenmerk 161795, d.d. 23 november 2016). Hieruit blijkt dat rond de loods een zinkverontreiniging aanwezig is in de bovengrond. En dat ten zuidoosten van de loods een sterke verontreiniging met minerale olie, PAK en nikkel met omvang van circa 15 m³ aanwezig is in ondergrond.

In het grondwater ter plaats zijn sterke verontreinigingen met minerale olie, naftaleen en aromaten aangetroffen waarbij is opgemerkt dat deze vanwege de troebelheid ook de grondverontreiniging zou kunnen zijn. Ook is een lokale chroomverontreiniging aangetroffen. Ter plaatse van de zinkverontreiniging zijn stelconplaten aangebracht (afdeklaag). Op basis van deze gegevens wordt een deel van de watergang W136 als verdacht aangemerkt.

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009)

W152 Op de Legmeerdijk 81 is in 1998 (Omegam, kenmerk 11083370, d.d. 5 augustus 1998) een sterke verontreiniging met enkele zware metalen en plaatselijk een matige verontreiniging met minerale olie in de ophooglaag aangetroffen. Het grondwater bevatte ten hoogste licht verhoogde gehalten aan enkele onderzochte stoffen. In verband met de voorgenomen nieuwbouw op de locatie is een saneringsplan opgesteld (Omegam, kenmerk 11085887, d.d. 6 augustus 1998). Hieruit blijkt dat sprake is van restverontreinigingen. Uit een bodemonderzoek op de Legmeerdijk 83-85 (Tjaden, kenmerk M95.040/RD, d.d. 20 maart 1995) blijkt dat de ondergrond matig tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen bevat en dat plaatselijk een benzineverontreiniging is aangetroffen. Uit het saneringsplan (Tjaden, kenmerk M95.151/RD, d.d. 21 juli 1995) blijkt dat gekozen is voor een isolatievariant waarbij de verontreiniging wordt afgeschermd zodat eventuele verspreiding van de verontreiniging onder invloed van hemelwater wordt tegengegaan. De contactmogelijkheden met de verontreinigde bodem worden uitgesloten. De bouwplannen voor de bouw van een tweetal woonhuizen kunnen worden gerealiseerd.

W153 Binnen 25 m van deze watergang ligt de locatie ‘Legmeerdijk 2-4’ waar in 2004 tijdens een verkennend bodemonderzoek een sterke verontreiniging met zink en een matige verontreiniging met koper in de bovengrond is aangetoond (De Ruiter Milieutechnologie, kenmerk SWO/BB042603.3574147, d.d. 24 november 2004). De locatie ‘Noorddammerweg/Legmeerdijk (Bovenkerk centrum)’ ligt eveneens binnen 25 m van de watergang. Hier zijn in een onderzoek uit 1998 in de grond matig tot sterk verhoogde gehalten aan koper, lood, nikkel en zink aangetroffen. Het grondwater bevatte een licht verhoogd gehalte aan zink. De verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met aangetroffen bijmengingen met puin e.d. Op basis van de bovengenoemde twee sterke bodemverontreinigingen in de dichte nabijheid van deze watergang wordt de watergang als verdacht aangemerkt. Verder blijkt op de Legmeerdijk 5 een brandstoftank aanwezig was. W154 en W155 Uit de gegevens van de omgevingsrapportage blijkt dat ter hoogte van de Noorddammerlaan 86 en 124 brandstoftanks aanwezig waren (inhoud is onbekend). Verder blijkt uit de resultaten van het onderzoek dat op een deel van het traject W154 reeds is uitgevoerd dat ter plaatse asbesthoudende beschoeiing aanwezig kan zijn. Op basis hiervan zijn beide trajecten als verdacht aangemerkt.

Achterhaal historische en huidige verontreinigingsbronnen zoals: Puntbronnen en mogelijke verontreinigende parameters (riooloverstorten, lozingspunten van inrichtingen enz.): Door het Hoogheemraadschap van Rijnland is aangegeven waar de riooloverstorten, de IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater) en de inlaten zich bevinden. Geen van de riooloverstorten ligt binnen het gebied. Binnen het onderzoeksgebied liggen 6 IBA’s nabij de trajecten W24, W98, W99 en W150. Het is onduidelijk op welk oppervlaktewater de IBA die ingetekend is ter hoogte van de Nieuwe Kalfjeslaan 2 loost, derhalve zal bij de naastgelegen watergangen in het veld aandacht worden geschonken aan de aanwezigheid van een afvoer. In de regio Schiphol is lopende een discussie over PFOS/PFOA en omdat de Ringvaart in het verleden een directe inlaat heeft gehad naar het Amsterdamse Bos, worden de direct aangrenzende watergangen (W81, W82 en W84) in aanvulling onderzocht op PFOS. Deze puntbronnen zijn weergegeven op tekening 418378-HO-1. In dit stadium laten we het vooronderzoek naar diffuse bronnen (droge/natte depositie, uitloging uit beschoeiingen, run-off van wegen en dergelijke) achterwege, omdat op basis hiervan voor deze locatie geen verdachte deellocaties zijn te onderscheiden. Tevens is geen informatie over sedimentatie en erosie achterhaald.

Achterhaal welke relevante menselijke activiteiten zijn uitgevoerd (ondermeer de laatste baggerwerkzaamheden) Het is onbekend wanneer de secundaire watergangen voor het laatst gebaggerd zijn. De primaire watergangen zijn gedeeltelijk recent gebaggerd en gedeeltelijk ingepland vanaf komend jaar tot 2020.

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009) Achterhaal het te baggeren profiel Door de opdrachtgever is aangegeven dat alleen de eerste halve meter van de sliblaag en geen vaste waterbodem onderzocht dient te worden in verband met de eventuele baggerwerkzaamheden. De resultaten van het onderzoek kunnen dan ook alleen als een milieuhygiënische verklaring het kader van het Besluit bodemkwaliteit voor de eerste halve meter van de sliblaag worden gebruikt. Inspecteer de locatie, voor verificatie bekende informatie en/of aanvullende informatie Dit wordt voorafgaan en tijdens de veldwerkzaamheden uitgevoerd. Eerste globale check soms mogelijk met Google Streetview. Deellocaties inclusief onderzoeksinspanning (gedefinieerd op onderzoeksinspanning, puntbronnen, watertypen, onderzoeksdoelen enz.) Op basis van de historische informatie worden de trajecten W4, W13, W22, W23, W24, W35, W36, W50, W51, W67, W100, W101, W103, W111, W136, W152, W153, W154 en W155 als ‘verdacht’ beschouwd op basis van bekende (water)bodemverontreinigingen op naastgelegen locaties. Trajecten W81, W82 en W84 worden verdacht ten aanzien van het voorkomen van PFOS beschouwd. Trajecten W24, W98, W99 en W150 worden op basis van de aanwezige IBA’s (gedeeltelijk) als verdacht beschouwd. De overige trajecten worden als ‘onverdacht’ beschouwd.

Trajecten W41, W151 en W154 (gedeeltelijk) zijn reeds onderzocht en worden niet opnieuw onderzocht. Op basis van de ligging, de lengtes en de ‘verdachtheid’ van de trajecten is in onderstaande tabel een indeling in deellocaties en een vakindeling gemaakt. Verder is in deze tabel per vak de onderzoeksinspanning weergegeven. De vakindeling is weergegeven op het conceptboorplan dat bijgevoegd is in de bijlagen. Tabel 1: Overzicht deellocaties Deelgebied

Vak(ken)

Verdachte deellocaties A V01 B V02 C V03 D V04 E V05, V06, V07 F# V08, V09, V10

Traject(en)

Oppervlakte/ lengte (in m2/m)

Watertype

Onderzoeksstrategie

Analysepakket

Ca. 250 m Ca. 350 m Ca. 400 m Ca. 350 m Ca. 1.180 m Ca. 1.325 m

OL OL OL OL OL OL

OLN OLN OLN OLN OLN OLN

Ca. 715 m Ca. 865 m

OL OL

OLN OLN

STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen, PFOS STAPS + arseen STAPS + arseen, Asbest STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen, asbest

G H ##

V11, V12 V13, V14

W4 W13 W22 W23 + W24 W35 + W36 + W50 + W51 + W67 W81 + W82 + W83 + W84 + W85 + W86 + W87 + W89 W98 + W99 W100 + W101 + W102

I J K L M

V15 V16 V17 V18, V19 V20, V21, V22

W103 W111 W136 (ged.) W150 W152, W153, W154 (ged.)+W155

Ca. 170 m Ca. 250 m Ca. 500 m Ca. 845 m Ca. 180, 190 en 310+150 m

OL OL OL OL OL

OLN OLN OLN OLN OLN

W5 + W6 + W7 + W8 + W9 + W10 + W11 + W12 W14 + W15 + W16 + W17 W19 (ged.) + W20 W18 + W19 + W21 W25 + W26 + W27 + W28 + W37 + W38 + W39 + W40 + W42 + W43 + W44 + W104 + W105 + W29 + W30 + W31 + W32 + W33 W34 + W45 + W46 + W47 + W48 + W49 + W52 + W53 + W54 + W55 + W56 + W57 + W58 + W59 + W60 + W61 + W62 + W63 + W64 + W65 + W66 + W68 + W69 + W70 + W71 + W72 + W73 + W74 + W75 + W76 W77 + W78 + W80 + W90 + W91 + W92 + W93 + W94 + W95 + + W96 + W97 W106 + W107 + W108 + W109 + W110 W112 + W113 + W114 + W115 + W116 + W117 + W118 + W119 + W120 + W121 + W122 + W123 +

Ca. 3.575 m Ca. 585 m Ca. 35.000 m² Ca. 450 m Ca. 12.100 m

OL OL ONL OL OL

OLL OLL ONLL OLL OLL

STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen STAPS + arseen

Ca. 1.985 m

OL

OLL

STAPS + arseen

Ca. 1.490 m Ca. 6.580

OL OL

OLL OLL

STAPS + arseen STAPS + arseen

Onverdachte deellocaties O V24, V25 P V26 Q V27, V28 R V29 S V30, V31, V32, V33, V34

T

V35

U V

V36 V37, V38, V39

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

CHECKLIST VOORONDERZOEK IN HET KADER VAN DE NEN 5717 (NOVEMBER 2009)

W

V40, V41

W124 + W125 + W126 + W127 + W128 + W129 + W130 + W156 + W157 + W158 + W159 + W160 W131 + W132 + W134 + W135 + W136 (ged.) + W137 + W138 + W139 + W140 + W141 + W142 + W143 + W144 + W145 + W146 + W147 + W148 + W149

Ca. 3.675 m

OL

OLL

STAPS + arseen

Toelichting op de tabel: OLL Overig water lintvormig lichte onderzoeksinspanning OLN Overig water lintvormig normale onderzoeksinspanning ONLL Overig water niet-lintvormig lichte onderzoeksinspanning ONLN Overig water niet-lintvormig normale onderzoeksinspanning # Op basis van de ligging van deze trajecten zijn trajecten W85, W86, W87 en W89 opgenomen in deelgebied F ## Op basis van de ligging van deze trajecten is traject W102 opgenomen in deelgebied H

418378_checklist_vooronderzoek_rev03.docx

Rapport Verkennend waterbodemonderzoek diverse watergangen in het Amsterdamse Bos projectnummer 418378 19 oktober 2017 revisie 01

Bijlage 2 Boorbeschrijvingen en veldwaarnemingen

Amsterdamse Bos Projectnr. 418378 15-09-2017

Boring: V01-01

Boring: V01-02

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

Waterstand: X: Y:

116385,22 482269,17

Waterstand: X: Y:

116408,24 482264,72

0

0

waterspiegel

0

0

Water, Zuigerboor

-50

Water, Zuigerboor

-50

-50

Slib, slap, donkerbruin, Zuigerboor

-65

1

Slib, slap, donkerbruin, Zuigerboor

1

-90

-90

Boring: V01-03

Boring: V01-04

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

116440,79 482271,55

Waterstand: X: Y:

116447,17 482241,47

Waterstand: X: Y: 0

0

waterspiegel

waterspiegel

0

0

Water, Zuigerboor

waterspiegel Water, Zuigerboor

-30 -50

-50

-50

Slib, matig vast, donkerbruin, Zuigerboor

1

Slib, slap, donkerbruin, Zuigerboor 1

-80 -90

Boring: V01-05

Boring: V01-06

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

116450,50 482217,84

Waterstand: X: Y:

116450,58 482209,19

Waterstand: X: Y: 0

0

waterspiegel

0

0

Water, Zuigerboor

waterspiegel Water, Zuigerboor

-40

-50

1

-50

-60

-60

Slib, matig vast, donkergrijs, Zuigerboor

0

waterspiegel

Slib, slap, donkerbruin, Zuigerboor 1 -100 -120

Boring: V01-07

Boring: V01-08

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

Boormeester Datum:

Rob Swart 09-08-2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15872368/1