5. 2023 03 20 Beantwoording Ombudsman aan DTNP.pdf
Tekst van het document
Brief
Amsterdam, 20 maart 2023
Aan: Betreft: CC:
Directie Droogh Trommelen en Partners (DTNP), t.a.v. dhr. D.J. Droogh info@dtnp.nl Uw vraag om herstel Raadsleden gemeente Amsterdam
Geachte heer Droogh, Op 14 maart jl. heeft u mij per brief om herstel van fouten gevraagd die u waarneemt in het rapport Marktwaarde en u ziet dit ook graag uiterlijk 21 maart 2023 gebeuren. Dit herstel dient volgens u plaats te vinden in de vorm van het intrekken van het rapport, aanbieden van openbare excuses en eventueel het presenteren van een herziene versie. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik kan en zal aan uw oproep geen gehoor geven. Ik hecht er aan u toe te lichten waarom dit niet aan de orde is. U begint uw brief met “Wij zijn erg ontstemd over de uitspraken in het rapport Marktwaarde van de Ombudsman Metropool Amsterdam over ons bureau en het door ons uitgevoerde onderzoek.” Ik lees dit zo, dat u en uw medewerkers zijn geraakt; dat is pijnlijk en vandaar dat ik de behoefte en verantwoordelijkheid voel om u zorgvuldig en uitgebreid te beantwoorden. De rol van de ombudsman De gemeente Amsterdam dient op een behoorlijke manier om te gaan met haar bewoners en ondernemers. Dit volgt uit de beginselen van behoorlijk bestuur, uitgewerkt in behoorlijkheidsnormen die gelden voor de overheid. De ombudsman toetst het handelen van de overheid aan deze normen en komt vervolgens tot een ‘behoorlijkheidsoordeel’ en aanbevelingen. De bedoeling is dat de overheid de observaties van een ombudsman gebruikt om op te reflecteren en zichzelf te verbeteren.
Een cruciaal element in de functie van de ombudsman is, dat zijn bevoegdheid het publieke domein betreft. Dit betekent o.a. dat de gesprekspartners voor de ombudsman primair de gemeentelijke organisatie betreffen. Ook indien een gemeente taken uitbesteedt; de gemeente is en blijft in een dergelijke situatie, als opdrachtgever, volledig verantwoordelijk en het primaire aanspreekpunt voor de ombudsman. Dit geldt dus ook in uw situatie. De directie Economische Zaken en Cultuur (EZC) heeft een onderzoek aan uw organisatie uitbesteed; zodra deze directie uw prestatie/product publiek maakt (‘vrijgeeft’) en eventueel gebruikt als basis voor beleidsvoorstellen, is deze directie verantwoordelijk voor uw prestatie/product en dus aanspreekpunt voor de ombudsman. In sommige gevallen kan het voor de ombudsman zinvol zijn om derden, buiten het gemeentelijke domein, te raadplegen. Dit is echter lang niet altijd aan te bevelen. De ervaring leert dat dit voor burgers, als ook voor de gemeentelijke organisatie, makkelijk leidt tot rolverwarring. Daarnaast kan dit er gauw toe leiden dat de eigen specifieke, gemeentelijke verantwoordelijkheid ten opzichte van de burger vervaagt, waardoor ook de rol van de ombudsman onduidelijk wordt. U zult begrijpen dat ik vanuit mijn verantwoordelijkheid erop toezie dat dit niet gebeurt.
De bestendige gedragslijn van de Ombudsman Metropool Amsterdam is dan ook om waar mogelijk en bij voorkeur zich alleen te richten tot de gemeentelijke gesprekspartners: zij zijn immers de overheid en (dienen te) weten dat ook bij uitbestedingen en/of externe opdrachtverstrekking zij de specifieke verantwoordelijkheid als overheidsdienaar blijven dragen.
Deze gedragslijn geldt alle domeinen waarop de gemeentelijke organisatie werkzaam is, en ik noem dit niet voor niets een ‘bestendige’ gedragslijn. Zo is bijvoorbeeld in het verleden (in 2011) door mijn voorganger de gemeente aangesproken op het feit dat de dienst Wonen, Zorg en Samenleven zijn zaken niet op orde had. 1 Dit oordeel van de ombudsman was gebaseerd op het feit dat de hulpmiddelenleverancier Welzorg (een door de gemeente ingehuurde derde) tekortschoot in haar dienstverlening aan burgers. En recente voorbeelden doen zich in de ruimtelijke sector voor: de gemeente besteedt complexe bouwwerken uit aan derden op basis van contracten met aannemers waarin ook uitgebreide voorwaarden over bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie staan opgenomen. Bij klachten van bewoners over bijvoorbeeld geluidsoverlast of onveilige verkeerssituaties is en blijft de gemeente voor de ombudsman, ongeacht wat er aan afspraken over leefbaarheid etc. in de contracten met aannemers staat opgenomen, de enige relevante gesprekspartner. Anders gezegd: uitbesteden betekent niet dat de eigen verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid van de gemeente voor de ombudsman is komen te vervallen en betekent ook niet dat de ombudsman zich dient te verstaan met opdrachtnemers van de gemeente. In uw situatie geldt, dat de directie EZC voor u de enige relevante gesprekspartner is.
De directie EZC is uw opdrachtgever. Als opdrachtnemer dient u zich dan ook te richten tot de directie EZC. En ook voor de ombudsman is de directie EZC mijn primaire gesprekspartner. Ik kan me goed voorstellen dat, nu u kennis hebt van het feit dat u op geen enkel moment in beeld bent geweest voor hoor en wederhoor in het kader van ons onderzoek, u benieuwd bent naar de wijze waarop hoor en wederhoor tussen de directie EZC en de ombudsman in de achterliggende periode heeft plaatsgehad. In het onderstaande licht ik dit graag toe. Hoor en wederhoor Bij grote onderzoeken als deze is het goed gebruik om de betrokken organisatieonderdelen vooraf te informeren over onze belangrijkste bevindingen, zodat zij daarop inhoudelijk kunnen reageren. Ander doel van een dergelijk gesprek is dat de ombudsman de gemeente tijdig op de hoogte brengt van ‘de zwaarte’ van de onderzoeksresultaten. Een dergelijke werkwijze is ook tijdens dit onderzoek gevolgd. Op zondag 27 november 2022 heeft een onderzoeker van mijn organisatie een email naar het afdelingshoofd EZC/Ondernemersklimaat2 gestuurd met drie opties voor een gesprek in de eerste helft van december, inclusief de te bespreken onderwerpen. “Om behulpzaam te zijn bij het voorbereiden van ons gesprek volgt hierbij een opsomming van de onderwerpen (volgorde staat niet vast): 1. Bedoeling Nota’s van Beantwoording en wijze van totstandkoming; 2.
Marktvisie 2018 – 2026: rol van gemeentelijke overheid / ontwikkelingen / eigene van (Amsterdamse) markten / regelgeving versus vrij ondernemerschap / sociale functie; 3. A. DTNP: inhoudelijke/kwalitatieve achtergrond / aanpak onderzoek / (actualiteit) kwantitatieve gegevens / respons; B. OIS: inhoudelijke/kwalitatieve achtergrond / aanpak onderzoek / (actualiteit) kwantitatieve gegevens / respons; …..
1 2
Zie: https://www.parool.nl/nieuws/ombudsman-dienstverlening-zorg-amsterdam-niet-op-orde~b5fcc92a/ In CC van dit bericht staan de directeuren Economische Zaken en Cultuur en Stadswerken opgenomen.
2
Zodra de gespreksdatum bekend is (vrijdag 16 december 2022) wordt op zondag 11 december 2022 een geannoteerde agenda naar dezelfde functionarissen gestuurd met o.a. als toelichting: Marktvisie 2018 – 2026: rol van gemeentelijke overheid / ontwikkelingen / eigene van (Amsterdamse) markten / regelgeving versus vrij ondernemerschap / sociale functie. Aandachtspunt: De Marktvisie heeft een status/hardheid gekregen die bij nader inzien op meerdere punten door betrokkenen wordt betwijfeld zo is in diverse gesprekken gebleken (o.a. bezettingscijfers, aanpak DTNP etc.). De vraag dringt zich op welke basis dit document kan zijn voor vervolgtrajecten, zoals gebiedsgericht uitwerkingen als o.a. de kwantitatieve gegevens in twijfel worden getroffen. Daarnaast speelt dat de verhouding bestuurscommissie – college voor velen niet helder is en ook de verhouding tussen EZ, afdeling Markten en stadsdeelorganisaties in deze. Hoe kijkt EZ hier tegenaan? Wat zou EZ als eerste prioriteit geven om hierin e.e.a. te verhelderen? Onderzoek en monitoring A. DTNP: inhoudelijke/kwalitatieve achtergrond / aanpak onderzoek / (actualiteit) kwantitatieve gegevens / respons; B. OIS: inhoudelijke/kwalitatieve achtergrond / aanpak onderzoek / (actualiteit) kwantitatieve gegevens / respons.
Aandachtspunt: Hoe en door wie van gegevens naar informatie en vervolgens duidingen? Ik stel vast dat door mijn organisatie helder en ruim van tevoren is aangegeven wat de gespreksonderwerpen in kader van hoor en wederhoor zijn. De directie EZC heeft ruim de tijd gehad om, al dan niet in interactie met u, gesprekken in kader van hoor en wederhoor voor te bereiden. Met de directie EZC zijn vervolgens twee gesprekken gevoerd: op 16 december jl. (van bijna drie uur) en op 7 februari jl. (van ruim twee uur). Deze gesprekken zijn opgenomen en zijn ook gebruikt voor het opstellen van het rapport Marktwaarde. Ik heb vastgesteld dat op 16 december jl. mijn onderzoekers (circa 50 minuten na aanvang van het gesprek) de keuze voor uw organisatie aan de orde stellen in het kader van de gebiedsgerichte uitwerkingen. Op heldere wijze wordt de open vraag gesteld waarom de directie EZC heeft gekozen voor uw bedrijf. Als de beantwoording door de gemeente abstract blijft, scherpt de onderzoeker de vraag aan en licht toe wat onze bevindingen zijn m.b.t. de presentatie van uw bedrijf en dat van uw afzonderlijke medewerkers op LinkedIn. Uw opdrachtgever, de directie EZC, spreekt onze bevindingen op geen enkel punt tegen en vult deze ook niet aan met andere onderzoeken door uw organisatie etc.3 Integendeel, men bevestigt onze constateringen.
Een en ander vindt zijn weerslag in ons rapport, op pagina 45: “Bovenstaande bevindingen zijn met EZC/Ondernemersklimaat besproken en men heeft de constateringen van de ombudsman bevestigd. Gezien het feit dat er binnen Nederland heel weinig specifieke kennis over markten beschikbaar is, kwam men noodgedwongen en bij gebrek aan beter bij dit bedrijf uit.” In hetzelfde gesprek op 16 december jl. (bij 1.17 uur) komt uw rapportage ‘Analyse non-food themamarkten Gemeente Amsterdam’ aan de orde. Ook hier wordt de vraag gesteld waarom uw bedrijf 3
Dat EZC de inzichten bij de ombudsman niet heeft aangevuld is des te opmerkelijker daar uw bedrijf door middel van een onderhandse aanbesteding onderzoeksopdrachten heeft verworven. Onderhands aanbesteden vereist dat een opdrachtgever bekend is met de (unieke) expertise van een bedrijf en/of de prestaties die een organisatie in het verleden heeft verricht. Ook zo bezien is het niet goed te begrijpen dat EZC niet met aanvullende informatie over uw bedrijf is gekomen.
3
voor een dergelijke analyse in aanmerking komt. Daarnaast wordt de concrete vraag gesteld hoe de ombudsman uw expertise en aanpak moet zien in relatie tot uw bevindingen over de markt op het Waterlooplein. EZC antwoordt hierop dat “het voor het eerst in de geschiedenis is dat wij zoiets doen” … “het een zoektocht is” … “dat we hiervan leren” … “voortaan nog zorgvuldiger dergelijke rapporten moeten lezen voordat deze naar buiten gaan”… Ook ten aanzien van dit punt worden de bevindingen van de ombudsman niet tegengesproken, niet aangevuld en kondigt EZC ook niet aan een en ander nader uit te zoeken. Op 7 februari 2023 vindt een tweede gesprek over de bevindingen van de ombudsman plaats. Uw organisatie en uw onderzoekaanpak komen slechts zijdelings aan de orde. Aan het einde van het gesprek stelt de onderzoeker de vraag aan EZC of over DTNP nog iets aanvullends te zeggen of te vragen is. Dit blijkt niet het geval te zijn. Ik stel vast dat EZC na 16 december qua tijdpad ruimschoots in de gelegenheid is geweest om u te informeren en te raadplegen over de bevindingen van de ombudsman. Ook tijdens het gesprek op 7 februari 2023 (dus bijna 2 maanden na 16 december 2022) is men in de gelegenheid geweest om eventuele onjuiste bevindingen van de ombudsman aan de orde te stellen. Dit is niet gebeurd.
Inhoudelijke check op onjuistheden Vast onderdeel van onze werkwijze is, naast de gemeentelijke gesprekspartners tijdig informeren over onze bevindingen, onze gesprekspartners de gelegenheid bieden om een conceptrapport te checken op feitelijke onjuistheden. Op 1 en 2 maart jl. hebben vier marktondernemers, drie medewerkers van SW/Markten en twee van EZC/Ondernemersklimaat gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. In alle rust en zonder enige tijdsbeperking heeft eenieder die zich hiervoor heeft aangemeld in een leesversie van het rapport concrete correcties kunnen aanbrengen en/of tekstwijzigingen kunnen formuleren. En mocht na lezing van het conceptrapport een en ander een nadere toelichting behoeven, dan was na lezing een onderzoeker van de ombudsman aanwezig om vermeende onjuistheden samen door te spreken. Alle uit deze leesversies voorkomende correcties, opmerkingen en suggesties zijn door ons gecheckt en waar nodig ook daadwerkelijk in het rapport verwerkt. Medewerkers van EZC hebben weliswaar circa 25 opmerkingen geplaatst in het rapport, maar deze betroffen zelden feitelijke onjuistheden. Vaak was er sprake van aanvullend commentaar. Commentaar, wat soms ook op gespannen voet stond met wat in eerdere gesprekken is gemeld.
Zo is bijvoorbeeld door EZC opgemerkt bij het eerdergenoemde citaat op pagina 45 van ons rapport: “Er was geen reden om voor de non-food themamarkten een ander bureau te zoeken. De waarde van hun analyse is voor deze uitwerking dan ook beperkt. Een onafhankelijke blik is waardevol, maar niet alles zeggend.” Een dergelijke opmerking duidt niet op een feitelijke onjuistheid in ons rapport. Deze opmerking beoogt wel, zo begrijpen wij, een nadere toelichting te geven. Ik stel vast dat op 1 en 2 maart jl. bij een check door twee medewerkers van EZC, uw opdrachtgever, op feitelijke onjuistheden in mijn rapport Marktwaarde, deze niet zijn gestuit op feitelijke onjuistheden aangaande uw bedrijf. Zo bezien was er toen en is er nu geen enkele reden voor aanpassingen aan het rapport Marktwaarde. U stelt in uw brief d.d. 14 maart jl. dat er wel sprake is van feitelijke onjuistheden over uw bedrijf. Zoals eerder gezegd: uw opdrachtgever EZC is uw gesprekspartner. 4
Soms gaat er iets fout … Er is bij bestudering van uw projectvoorstel Analyse non-food-themamarkten d.d. 11-2-2019 inderdaad iets fout gegaan. De bron voor deze fout ligt in het feit dat mijn onderzoekers in het door u opgeleverde document Analyse non-food-themamarkten nauwelijks tot geen analyse hebben aangetroffen. U schrijft in uw projectvoorstel/offerte op pagina 2 onder ‘Karakter van de analyse’: “Voor kwantitatieve uitspraken ten aanzien van draagvlak en economisch functioneren ontbreken echter gegevens. De beschrijving en kwalitatieve beoordeling van de afzonderlijke markten, hun aanbod en doelgroepen zullen dan ook meer centraal staan. Daarbij zal veel met foto’s worden gewerkt.” Uw “analyse” is inderdaad een prentenboek geworden, met name vanaf pagina 21 t/m 51. Daarnaast geldt dat in de toelichtende tekst over de zes themamarkten (op pagina 21 t/m 45) in iets andere bewoordingen en meer uitgebreid wordt beschreven van wat reeds op pagina 13 t/m 19 staat vermeld.4 Bij mijn onderzoekers is geen moment opgekomen dat deze “analyse” het serieuze resultaat kon zijn van 24 werkdagen. Vandaar dat zij (gezien het voorliggende product) vanzelfsprekend van uren zijn uitgegaan. In dit kader dient u ook noot 45 op pagina 45 van het rapport Marktwaarde te lezen. In 5,5 uur negen markten bezoeken is schier onmogelijk.
Kortom, daar wij er niet in slaagden uw opgeleverde “analyse” te relateren aan de beschreven werkzaamheden, (de door ons begrepen) capaciteitsinzet en kosten, hebben we uit oogpunt van transparantie noot 45 opgenomen. Deze noot geeft volledige inzage in de kosten en inzet zoals wij die hebben begrepen. Immers, bijna € 30.000 voor een prentenboek waaraan 24 uur/24 dagen is gewerkt, is en blijft veel geld. Ik stel vast dat geen van de lezers op 1 en 2 maart jl. een opmerking heeft gemaakt bij deze verwijzing in ons rapport op pagina 45 (noot 45). Hoe verder? Ik heb het rapport Marktwaarde op 10 maart jl. aan de griffier aangeboden met het verzoek bij de leden van de gemeenteraad te verkennen of men bespreking van het rapport in eerste instantie wil inclusief een bestuurlijke reactie van het college of exclusief een dergelijke reactie van het college. Deze verkenning heeft ertoe geleid dat het rapport Marktwaarde, inclusief de reactie van het college en eventueel andere documenten die de raadsleden hierbij willen betrekken, vermoedelijk voor de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering (SED) van 31 mei a.s. zal worden geagendeerd.
De Algemene Wet Bestuursrecht schrijft voor (in artikel 9:36, lid 4) dat indien de ombudsman het bestuursorgaan een aanbeveling doet, het bestuursorgaan binnen een redelijke termijn aan de ombudsman meedeelt op welke wijze aan de aanbeveling gevolg wordt gegeven. Indien het bestuursorgaan overweegt de aanbeveling niet op te volgen, deelt het dat met redenen omkleed aan de ombudsman mee.
4
Zo vermeldt de ‘SWOT-analyse’ op pagina 13 over rommelmarkt Waterlooplein: “Het aanbod en de professionaliteit van de ondernemers is wisselvallig: van ‘oud ijzer’ tot mode, van ‘vlooienmarkt’ tot ‘vintage’. De uitstraling van de markt is overwegend slecht. Veel ondernemers hebben weinig aandacht voor attractiviteit en presentatie … Op veel plekken ligt rommel, waardoor de markt een armoedige indruk maakt.”
5
Ik zie de bestuurlijke reactie van het college en de bespreking in de Commissie SED met belangstelling tegemoet en zal gebruik maken van de gelegenheid een en ander nader (technisch) toe te lichten. Ten slotte Ik heb begrip voor uw schrijven, maar kan niet anders constateren dan dat het onderzoeksproces door mijn organisatie correct is georganiseerd en een en ander zorgvuldig is onderzocht en gedocumenteerd. Reflecterend op uw brief, kom ik tot de conclusie dat ‘zakendoen’ met het openbaar bestuur het risico met zich meebrengt om publiekelijk besproken te worden in het kader van de behoorlijkheid van het gemeentelijke handelen. Daarom zal ik uw signaal betrekken in een interne evaluatie en waar mogelijk in reflectiegesprekken met de gemeente. Wellicht is het een idee bij overheidsfunctionarissen meer aandacht te vragen om voorafgaand aan een uitbesteding/opdrachtverstrekking potentiële opdrachtnemers goed te informeren over dit risico.
Met een welgemeende groet, Munish Ramlal Ombudsman Metropool Amsterdam
6