CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Tussenevaluatie Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de tussentijdse bijstelling van het Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven (VN2025-009854)12.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Stimuleren Om te bevorderen dat bedrijven investeren in besparingsmaatregelen, heeft de overheid zowel stimulerende als regulerende instrumenten tot haar beschikking. Door bedrijven te informeren over energiebesparing en relevante wetgeving en door hen te stimuleren, werkt de overheid met bedrijven samen. Hierin wordt gebruikgemaakt van lokale expertise, energiebesparingsscans, slimme technologieën, een uniforme aanpak en een integrale communicatiestrategie.

Toezicht en handhaving Omgevingsdiensten en gemeenten houden toezicht op bedrijven door hen te controleren of wettelijk verplichte energiebesparende maatregelen zijn getroffen en handhaaft wanneer dit niet aan de orde is. Controles worden zoveel mogelijk gebundeld om dubbele belasting voor ondernemers te minimaliseren.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

31/46

Monitoring Jaarlijks wordt gerapporteerd over de voortgang en naleving van energiebesparingswetgeving. Gegevens over planning en monitoring worden vastgelegd in een gezamenlijke tool met uniforme uitgangspunten en KPI’s. In een standaardformat wordt aan gemeenten gevraagd het volgende aan te leveren: Kwalitatief •

Een beschrijving van de verrichte activiteiten;

•

Knelpunten en risico’s;

•

De voortgang van activiteiten ten opzichte van de planning;

•

De verwachting van het verdere verloop van de activiteiten;

•

De wijze waarop voorlichting en/of publiciteit heeft plaatsgevonden;

•

Overige relevante informatie;

•

Wijzigingen in de voortgang en/of planning van de activiteiten.

Kwantitatief •

Aantal communicatiecampagnes;

•

Aantal energiescans;

•

Aantal aanschrijvingen met betrekking tot de informatieplicht;

•

Aantal inventarisaties;

•

Aantal controles bij bedrijven type A/B/C;

•

Aantal hercontroles bij bedrijven type A/B/C.

Ter invulling van de monitoring staat in het werkplan beschreven dat dashboards worden ontwikkeld. Ook wordt ingezet op datagedreven werken.

Kennisdeling De betrokken overheden worden geacht kennis te delen door intensivering van het reguliere proces tussen omgevingsdiensten en de provincie. In overleg wordt onder meer bepaald welke pilots gedaan kunnen worden.

5.2

Beelden

5.2.1

Activiteiten

Betrokkenen geven aan dat verschillende activiteiten (tabel 3) worden uitgevoerd door de organisaties die zijn benoemd in het EBA. Tabel 3. Activiteiten binnen het EBA. Categorie

Activiteiten

Organisatie(s)

Organisatie EBA

Ontwikkeling werkplan

Omgevingsdiensten

Ontwikkeling monitoringstool

Omgevingsdienst NZKG

Opzetten en beheren regeling

Provincie Noord-Holland

Organiseren van overleggen

Provincie Noord-Holland

Monitoring

Provincie Noord-Holland

Organiseren energiebesparingsberaad

Provincie Noord-Holland

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

Categorie

Stimulerend toezicht

Toezicht en handhaving

Activiteiten

Organisatie(s)

Rapporteren

Gemeenten, omgevingsdiensten

Ontwikkeling communicatiecampagne

Omgevingsdiensten in samenwerking met extern communicatiebureau en provincie Noord-Holland

Stimulerend toezicht

Gemeenten, omgevingsdiensten, externe partijen

Informeren van bedrijven over wet- en regelgeving

Gemeenten, omgevingsdiensten, externe partijen

Opdrachtverlening en financiering omgevingsdiensten

Provincie Noord-Holland, gemeenten

Aanschrijven bedrijven over informatieplicht

Omgevingsdiensten

Handhaving op meldplicht

Omgevingsdienst

Inventarisatie energierelevante bedrijven

Omgevingsdienst

Opleiden toezichthouders

Omgevingsdienst, ODNL

Toezicht en handhaving energiebesparingsplicht bedrijven type A/B/C

Omgevingsdienst

32/46

De organisatie van de uitvoering wordt door elke organisatie anders ingevuld. Sommige gemeenten voeren stimulerend toezicht bijvoorbeeld zelf uit en andere gemeenten besteden het uit aan de omgevingsdienst. We gaan in het vervolg van deze paragraaf in op activiteiten die vallen onder stimulerend toezicht, toezicht en handhaving, en monitoring. Kennisdeling en communicatie ontbreken omdat deze in vorige hoofdstukken aan bod zijn gekomen.

Stimuleren Naast de diversiteit in de organisatie van de uitvoering is ook diversiteit te zien in de invulling van stimulerend toezicht. Sommige gemeenten zien het aanbieden van een energiescan aan een bedrijf als stimulerend terwijl een omgevingsdienst een controle op energiebesparingswetgeving ziet als stimulerend toezicht. Ondernemerslokketten geven aan dat de diversiteit aan aanpakken verwarrend kan zijn voor bedrijven. Bedrijven staan wisselend open voor stimulerende maatregelen. Sommige betrokkenen geven aan dat bedrijven de informatie over de energiebesparingswetgeving en energiescans prettig vinden, terwijl andere vertellen dat er weinig animo is vanuit ondernemers voor deze maatregelen. Dit kan onder andere komen door wantrouwen richting de overheid. Ondernemersloketten en RVO geven aan dat wanneer het aanbod van maatregelen wordt gepromoot vanuit het ondernemersperspectief, bijvoorbeeld kostenbesparing of verlichting van netcongestie, ondernemers hier meer voor open staan. Daar waar gemeenten energiescans uitvoeren, is het vaak zo dat de omgevingsdienst controles uitstelt bij organisaties waar een scan is uitgevoerd. Hierdoor hebben deze organisaties tijd om de benodigde energiebesparingsmaatregelen te treffen. In deze gevallen is het vaak zo dat hierover een prettige samenwerking plaatsvindt tussen de desbetreffende gemeente en omgevingsdienst.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

33/46

Als laatste vragen sommige betrokkenen zich af wanneer het kantelpunt van stimulerend naar regulier toezicht is bereikt. Sommige gemeenten en omgevingsdiensten zetten alleen nog maar in op regulier toezicht. De provincie geeft aan dat de stimulerende maatregelen tot en met 2023 zijn gepland. Andere gemeenten geven ook aan dat zij in de komende periode zullen blijven inzetten op stimulerende maatregelen.

Toezicht en handhaving Voornamelijk omgevingsdiensten zetten in op toezicht en handhaving op energiebesparingswetgeving, met name voor de informatieplicht en de energiebesparingsplicht. Een aantal gemeenten voert deze taken zelf uit. Door de impuls van het EBA vindt er meer toezicht en handhaving op energiebesparingswetgeving plaats en is hier meer aandacht voor. Enkele respondenten geven aan dat het grootste gedeelte van de bedrijven geen moeite heeft met deze controles.

Monitoring De monitoring wordt voornamelijk verzorgd door omgevingsdiensten. De omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied heeft een monitoringstool ontwikkeld waarmee jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van het EBA wordt gerapporteerd voor de verantwoording van de SEB. Omgevingsdiensten bereiden de rapportages voor en sturen deze naar de gemeenten, die de rapportages vervolgens meestal direct doorsturen naar de provincie. Vragen over de voortgang worden vanuit de provincie aan de gemeenten gesteld. In veel gevallen worden deze vragen beantwoord door de omgevingsdiensten. Een deel van de rapportages bevat onduidelijke gegevens of wordt later dan de gestelde rapportagedatum naar de provincie verzonden. Daarnaast leveren omgevingsdiensten elk jaar rapportagecijfers aan over het jaarlijkse werkplan van omgevingsdiensten voor alle taken en diensten die met de gemeenten zijn afgesproken. Gemeenten kunnen uit deze cijfers niet goed opmaken wat in de uitvoering op activiteitenniveau is gerealiseerd. Ook worden deze rapportagecijfers veelal niet besproken met de verantwoordelijken voor het EBA binnen de gemeenten.

5.2.2

Externe ontwikkelingen

Naast randvoorwaarden die intern georganiseerd kunnen worden, hebben ook externe ontwikkelingen invloed op de uitvoering van het EBA. Betrokkenen geven aan vijf externe ontwikkelingen te zien. Deze bespreken we hierna alle vijf.

Gebrek aan (betrouwbare) data over energierelevante bedrijven Gemeenten en omgevingsdiensten hebben geen volledig zicht op de bedrijven die moeten voldoen aan de energiebesparingswetgeving. Betrokkenen geven aan dat de initiële basislijsten van RVO onbetrouwbaar zijn gebleken. Overheden kunnen op verschillende manieren bedrijven identificeren, bijvoorbeeld door de informatieplicht, aanschrijvingen en data-analyse, maar geen van deze methodes geeft een volledig beeld. Hierdoor kunnen gemeenten en omgevingsdiensten op dit moment niet aangeven hoeveel controles zij (nog) moeten uitvoeren om voor 2027 alle energierelevante bedrijven te controleren. Toezichthouders zijn beperkt omdat energiegegevens van bedrijven zijn beschermd vanuit de Wet milieubeheer met het oog op bescherming tegen concurrentie en er geldt een geheimhoudingsplicht in de huidige Elektriciteits- en gaswet. Het Ministerie van EZK werkt aan wetgeving die het delen van data tussen de energieleverancier van bedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten mogelijk maakt. De verwachting is dat deze wetgeving in 2025 wordt voorgelegd aan de Tweede Kamer.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

34/46

Uitbreiding van de informatieplicht en de energiebesparingsplicht Vanaf 2023 zijn meer organisaties verplicht om te voldoen aan de informatieplicht en de energiebesparingsplicht. Omgevingsdiensten kunnen door deze uitbreiding een energiebesparingsonderzoek uitvoeren wanneer de erkende maatregelenlijsten ongeschikt zijn. Dit onderzoek is voor onderzoeksplichtige bedrijven verplicht. Ook is onder andere de doelgroep voor de verplichtingen verbreed, bijvoorbeeld naar de glastuinbouw, en worden energierelevante organisaties verplicht om naast energiebesparende maatregelen ook CO 2-reducerende maatregelen te treffen. Deze uitbreiding zorgt voor meer complexe controles en vraagt om meer expertise van de toezichthouders.

Storing E-loket In het najaar van 2023 kampte RVO met een storing in het formulier voor de informatieplicht. Hiertoe heeft RVO de omgevingsdiensten gevraagd te wachten met het aanschrijven van nog niet gemelde organisaties tot 1 januari 2024, zodat ondernemers voldoende tijd tot hun beschikking hebben gekregen om te voldoen aan deze verplichting. Hierdoor geven betrokkenen aan dat er enige vertraging in de planning is opgelopen met betrekking tot het aanschrijven van organisaties.

Uitbreiding van het basistakenpakket van de omgevingsdienst Met de invoering van de Omgevingswet zijn de informatieplicht en de energiebesparingsplicht toegevoegd aan het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Dit geeft omgevingsdiensten een impuls om te investeren in een meer structurele organisatie en de toezicht en handhaving meer te programmeren en te evalueren. Dit kan resulteren in een efficiëntere uitvoering van het EBA. Tegelijkertijd zorgt dit ervoor dat met de SEB basistaken worden gefinancierd terwijl deze middelen waren bedoeld als extra impuls.

Energiecrisis en netcongestie De verhoogde energieprijzen in de energiecrisis zijn een belangrijke stimulans geweest voor ondernemers om energiebesparingsmaatregelen te treffen. Hierdoor voldoen verschillende organisaties al (snel) aan de relevante wetgeving. Door de daling van de energieprijzen wordt deze urgentie weer minder gevoeld en vergt het meer moeite om ondernemers energiebesparingsmaatregelen te laten treffen. De aandacht van de ondernemer is nu namelijk gericht op andere onderwerpen zoals netcongestie. RVO en ondernemersloketten benadrukken dat het koppelen van het thema energiebesparing aan het onderwerp netcongestie een belangrijk frame kan zijn om ondernemers te motiveren energiebesparende maatregelen te treffen.

5.3

Bevindingen

Het werkplan is opgesteld en wordt uitgevoerd Voor de uitvoering van het EBA is een logisch en goed onderbouwd werkplan opgesteld op basis van de handhavingspiramide. Daarbinnen hebben gemeenten en omgevingsdiensten de vrijheid om deze naar eigen inzicht te organiseren en invullen. Hierdoor ontstaan verschillen in aanpakken per gemeente. In deze aanpakken zien we de invulling van de vijf stappen uit het werkplan terug met de communicatiecampagne, stimulerende maatregelen, controles, handhaving, monitoring en kennisuitwisseling. Deze activiteiten richten zich voornamelijk op de naleving van de informatieplicht en de energiebesparingsplicht.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

35/46

De informatievoorziening voldoet niet altijd voor gemeenten De jaarlijkse monitoring en de rapportage van de realisatie van het werkplan geven gemeenten vaak onvoldoende sturingsinformatie. De monitoringsgegevens bieden niet altijd diepgang in de uitgevoerde activiteiten, de voortgang op de doelen en hoe de uitvoering van het EBA verloopt. Hierdoor is het vaak onduidelijk voor gemeenten wat er is gebeurd met de middelen, kunnen zij niet bijsturen en zij zijn niet goed in staat een opdrachtgevende rol op de omgevingsdiensten uit te oefenen. Daarom zien wij ruimte voor verbetering in de aan te leveren rapportage en de frequentie waarop de rapportage wordt gemaakt.

De uitbreiding van het basistakenpakket, de energiecrisis en netcongestie hebben een positieve invloed op de uitvoering Externe ontwikkelingen hebben in positieve en negatieve zin invloed op de uitvoering van het EBA. De uitbreiding van het basistakenpakket kan leiden tot meer efficiëntie in de uitvoering en continuering van toezicht en handhaving op energiebesparingswetgeving na 2026. De energiecrisis heeft de naleving van energiebesparingswetgeving gunstig beïnvloed. Netcongestie heeft een tweeledig effect op de uitvoering. Enerzijds kan deze opgave ondernemers afleiden van de opgave om energiebesparende maatregelen te treffen. Anderzijds kunnen ondernemers worden gemotiveerd om deze maatregelen te treffen om zodoende netverlichting te realiseren en de capaciteit te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten. In dit tweede geval zal dit niet leiden tot energiebesparing maar tot een verschuiving in het energiegebruik.

Gebrekkige data en de verbreding van de energiebesparingsplicht zijn de grootste obstakels voor de uitvoering Het gebrek aan inzicht in energierelevante bedrijven vormt het grootste knelpunt om de doelen te halen, omdat zonder deze data de omvang van het doel om elk energierelevant bedrijf voor 2027 te bezoeken niet kan worden vastgesteld. Gemeenten en omgevingsdiensten hebben door de beschikbare data enigszins zicht op de omvang, maar kunnen niet met zekerheid zeggen in hoeverre zij dit doel bewerkstelligen. Ook de uitbreiding van de informatieplicht en de energiebesparingsplicht heeft ervoor gezorgd dat de omvang van deze doelstelling groter is geworden. Deze ontwikkeling heeft impact op de hoeveelheid benodigde middelen om elke organisatie binnen de scope op een juiste wijze te controleren. Als laatste heeft de storing in het eloket van RVO gezorgd voor vertraging in de resultaten, maar we voorzien dat deze vertraging binnen de periode van het EBA hersteld kan worden.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

HOOFDSTUK 6

Resultaten en effecten

36/46

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

6.1

37/46

Feitelijke beschouwing

De feitelijke beschouwing is opgebouwd langs de doelen uit artikel 2 van het EBA zoals beschreven in subparagraaf 3.1.2.

Communicatiecampagne Zoals eerder beschreven hebben de omgevingsdiensten en de provincie in samenwerking met een extern communicatiebureau een communicatiecampagne ontwikkeld en gelanceerd. Het resultaat hiervan is deze website: https://www.checkklikbespaar.nl/. Gemeenten en omgevingsdiensten lopen voor met communicatiecampagnes ten opzichte van de planning. Deze lokale overheden hebben tot en met 2023 1.766 communicatie-uitingen gerealiseerd. Dit zijn ruim 1.000 uitingen meer dan zij hadden aangegeven in de oorspronkelijke planning. Ook hebben tot en met 2023 drie informatiebijeenkomsten meer dan gepland plaatsgevonden. Tabel 4. Realisatie van communicatieactiviteiten tot en met 31 december 2023.7 Activiteit

Planning

Realisatie

Verschil

Provinciale communicatiecampagne

1

1

0

Communicatieactiviteiten

603

1.766

+1.163

Informatiebijeenkomsten

25

28

+3

Controle op energiebesparingswetgeving De betrokken partijen binnen het EBA lopen achter op planning voor wat betreft stimulerende maatregelen, aanschrijvingen, controles en hercontroles. Alleen het aantal bedrijven dat is geïdentificeerd met de inventarisaties is hoger dan verwacht. Tabel 5. Realisatie van stimulerende en toezichtactiviteiten tot en met 31 december 2023.8 Activiteit

Planning

Realisatie

Verschil

Energiescans

1.400

914

-486

Dataloggers

86

76

-10

Aanschrijvingen informatieplicht

4.085

1.032

-3.053

Inventarisaties

6.060

6.687

+627

Controles type A/B

3.891

2.194

-1.697

Controles type C

221

52

-169

Hercontroles type A/B

1.745

904

-841

Hercontroles type C

115

12

-103

7 8

Deze aantallen zijn gebaseerd op de ontvangen rapportages tot en met 6 juni 2024.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

38/46

Controles voldoen aan de gestelde kaders Uit tabellen 2 en 3 blijkt dat de betrokken partijen zowel informeren, stimuleren als controleren. Feitelijke data ontbreekt over handhavingsactiviteiten, de volgordelijkheid van activiteiten, het hanteren van een uniforme werkwijze, de bundeling van toezicht en de aansluiting bij initiatieven van ondernemers, bedrijfskoepels en ondernemersverenigingen.

Organiseren van het jaarlijkse energiebesparingsberaad Tot op heden heeft er nog geen energiebesparingsberaad plaatsgevonden. Deze tussenevaluatie heeft als doel om het eerste energiebesparingsberaad van bestuurlijke informatie te voorzien.

6.2

Beelden

Oorzaken voor achterstanden op planning Alle betrokkenen geven aan dat de realisatie van de uitvoering achterloopt op de beoogde planning. Gemeenten en ondernemersloketten geven aan dat op sommige plekken organisaties geen gebruikmaken van stimulerende maatregelen zoals energiescans. Voor de vertragingen in het toezicht worden verschillende oorzaken genoemd. De meest belangrijke redenen zijn: •

De langere opstartperiode dan oorspronkelijk was voorzien.

•

Het gebrek aan betrouwbare data.

•

De beperkingen in het vinden, aantrekken, behouden en opleiden van toezichthouders.

•

De hogere complexiteit van controles dan oorspronkelijk was voorzien.

Het jaarlijkse energiebesparingsberaad heeft nog niet plaatsgevonden. De provincie zag in 2023 te weinig bespreekpunten voor het beraad vanwege de opstartperiode van het EBA en daarbij kwam het beraad ongelegen vanwege de provinciale verkiezingen. Hierdoor heeft de provincie besloten het energiebesparingsberaad niet te organiseren. Op dit besluit heeft de provincie geen tegenberichten van gemeenten of omgevingsdiensten ontvangen. In het najaar van 2024 staat het eerste energiebesparingsberaad gepland.

Verwachte resultaten De beelden over de verwachtingen dat de doelstellingen van het EBA op tijd worden bereikt, zijn divers. Verschillende partijen geven aan dat dit niet kan worden ingeschat omdat het aantal energierelevante organisaties niet bekend is. De omvang van de doelstelling is daarom niet duidelijk. Andere partijen gaan uit van het aantal geplande activiteiten zoals aangegeven in de planningstool. Sommige partijen vinden het aannemelijk dat de geplande aantallen uitgevoerd kunnen worden en dat deze doelstellingen haalbaar zijn, mede door de verlenging van het SEB tot en met 2026. Andere partijen zijn van mening dat achterstanden niet zijn in te lopen en dat het controleren van alle energierelevante bedrijven niet realistisch is.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

39/46

Effectiviteit van activiteiten De activiteiten lijken effect te hebben met het oog op de naleving van de energiebesparingswetgeving. Gemeenten geven aan dat stimulerende activiteiten in wisselende mate effectief zijn. Eén gemeente geeft bijvoorbeeld aan dat energiescans effectief zijn en dat veel bedrijven aan de slag gaan met energiebesparingsmaatregelen na een bezoek. De ondernemersloketten geven daarentegen aan dat ondernemers niet onder de indruk zijn van weten regelgeving en dat zij vooral energieopwekkende maatregelen treffen na een energiescan. Ook omgevingsdiensten geven aan het effect van controles lastig te kunnen bepalen en hebben wisselende beelden. De ene omgevingsdienst geeft aan dat al veel bedrijven voldoen aan de verplichtingen bij het eerste bezoek, terwijl een andere omgevingsdienst ervaart dat na bijna elke controle een hercontrole moet plaatsvinden.

6.3

Bevindingen

De uitvoering van het EBA loopt qua stimulerende en toezichtactiviteiten achter op planning De toezichtactiviteiten binnen het EBA, met uitzondering van communicatieactiviteiten en de inventarisaties, lopen achter op planning. Dit zijn voornamelijk stimulerende en toezichtactiviteiten. Hiervoor hebben betrokkenen verschillende redenen aangedragen, waaronder het gebrek aan capaciteit, de hogere complexiteit van controles dan vooraf was verwacht, het gebrek aan betrouwbare data, de storing in het e-loket en de wisselende bereidheid van organisaties om gebruik te maken van stimulerende maatregelen. Door de uitvoering van het diverse scala aan activiteiten verdeeld over de drie facetten die zijn benoemd in artikel 3 van het EBA, lijkt gebruik te worden gemaakt van de werkwijze zoals deze is bedoeld. Wel is er diversiteit in de invulling hiervan en is het de vraag of het met dit resultaat beoogde gelijke speelveld wordt gerealiseerd. Als laatste heeft het energiebesparingsberaad nog niet plaatsgevonden.

Onzekerheid of achterstanden worden ingehaald Vanwege de achterblijvende activiteiten is het de vraag of de beoogde resultaten van het EBA op tijd worden behaald. Verschillende interne en externe factoren die invloed hebben op de vertraging in de uitvoering lijken niet op korte termijn te worden opgelost. De kwaliteitscriteria 2.3 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving stellen bijvoorbeeld dat een toezichthouder die toeziet op energiebesparingswetgeving minimaal één jaar werkervaring moeten hebben, waardoor het gebrek aan capaciteit niet zomaar is opgelost. Ook verwacht het Ministerie van EZK dat de wetgeving die het delen van data tussen de energieleverancier van organisaties en omgevingsdiensten en gemeenten mogelijk maakt, pas in 2025 aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Tegelijkertijd heeft de uitbreiding van de informatie- en energiebesparingsplicht ervoor gezorgd dat dezelfde hoeveelheid beschikbare middelen moeten worden ingezet voor meer en complexere controles, waardoor de verwachting is dat deze middelen niet meer toereikend zijn. Wel is de verwachting dat het energiebesparingsberaad nog dit jaar wordt georganiseerd.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

40/46

Geboekte resultaten dragen bij aan de naleving van energiebesparingswetgeving Hoewel de resultaten achterlopen op schema, treffen ondernemers maatregelen naar aanleiding van de stimulerende activiteiten. Deze zijn zowel energiebesparend als duurzaam opwekkend van aard. Ook controles dragen bij aan de effectiviteit. Bedrijven voldoen aan de verplichtingen of krijgen hercontroles. Wanneer bij nalaten handhaving plaatsvindt, kan met grote zekerheid worden gesteld dat dit leidt tot de naleving van de energiebesparingswetgeving en daarmee tot energiebesparing. Hiermee kan worden gesteld dat de resultaten die worden geboekt effect hebben en dat elke stimulerende activiteit en elke controle bijdragen aan de effectiviteit van het EBA.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

HOOFDSTUK 7

Conclusies en aanbevelingen

41/46

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

7.1

42/46

Conclusies

Conclusie 1 – Het EBA is een impuls voor toezicht op, handhaving van en naleving van energiebesparingswetgeving Door het akkoord staat energiebesparingswetgeving op het vizier bij de provincie, gemeenten en omgevingsdiensten. De overheden voeren verschillende activiteiten uit op dit thema, werken samen en investeren capaciteit en middelen om bedrijven te laten voldoen aan energiebesparingswetgeving. De SEB versterkt de impuls nog meer. Door de vrijgekomen middelen wordt geïnvesteerd in capaciteit om de activiteiten uit te voeren. Desalniettemin vormt de tijdelijkheid van het EBA en de SEB het risico dat er na 2026 onvoldoende middelen meer zijn om structureel in te zetten op het thema. Conclusie 2 – De resultaten voor stimulerende en toezichtactiviteiten van het EBA blijven fors achter op planning en het is onzeker of deze achterstanden worden ingehaald De uitvoering van het EBA loopt voor de stimulerende en toezichtactiviteiten fors achter op de planning. Tegelijkertijd lopen de gemeenten en omgevingsdiensten voor op het aantal communicatie-uitingen en inventarisaties. Dit heeft verschillende oorzaken: •

De achterblijvende bereidwilligheid van organisaties om gebruik te maken van stimulerende maatregelen;

•

Het gebrek aan betrouwbare data;

•

De langere opstartfase dan oorspronkelijk was gepland;

•

De complexere uitvoering dan van tevoren was gedacht in combinatie met de verbreding van de energiebesparingswet;

•

Het gebrek aan ervaren personeel.

Het is zeer onzeker of de achterstanden worden ingehaald. De looptijd van het akkoord is al over anderhalf jaar bereikt, verschillende complicaties houden de komende periode aan en ook de middelen zijn op een gegeven moment uitgeput. In de tussentijd heeft elke communicatie-uiting, stimulerende of VTH-activiteit effect en wordt door de uitvoering al veel bereikt in de naleving op de energiebesparingswetgeving. Conclusie 3 – De sturingsinformatie kan frequenter en uitgebreider De sturingsinformatie van het EBA is beperkt. Normaal gesproken wordt enkel één keer per jaar op hoofdlijnen de stand van zaken van het EBA door omgevingsdiensten en gemeenten aangereikt. In verschillende gevallen moet dit nog worden aangevuld en komt de rapportage met flinke vertraging. Ook is het niet eenvoudig om de resultaten van de uitvoering van de EBA te kunnen duiden, vanwege de verschillende subsidies en regelingen. Daarom is het onbekend welk effect het EBA heeft, losstaand van de VUE-regeling en de SPUK THE. Conclusie 4 – Gemeenten kunnen de opdrachtgevende rol niet altijd goed invullen Gemeenten hebben in verschillende gevallen moeite om de rol als opdrachtgever richting de omgevingsdiensten in te vullen. Dit komt allereerst doordat in sommige gevallen onvoldoende afstemming tussen gemeenten en omgevingsdiensten plaatsvindt.

Dit wordt landelijk bij omgevingsdiensten herkend en daarom werkt het interbestuurlijk programma VTH onder andere aan het stroomlijnen van de goede samenwerking tussen gemeenten en omgevingsdiensten.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

43/46

Desalniettemin zien we binnen de context van het EBA dat daar waar de provincie met gemeenten en omgevingsdiensten overlegt in regio-overleggen en energiebesparingsoverleggen, een structureel overleg tussen gemeenten en omgevingsdienst ontbreekt (zie figuur 6). Daarnaast zien we dat gemeenten geringe sturingsinformatie van omgevingsdiensten ontvangen. Als laatste merken we op dat gemeenten in sommige gevallen weinig capaciteit hebben, waardoor ook weinig tijd is om de omgevingsdienst actief te kunnen sturen. Conclusie 5 –Er bestaat spanning tussen lokaal maatwerk en een gelijk speelveld

Figuur 6. Overlegstructuur van het EBA.

Het energiebesparingsakkoord zet in op het bevorderen van een gelijk speelveld binnen het kader van energiebesparingswetgeving. Hoewel er een bepaalde mate van afstemming is, komt dit maar ten dele van de grond. Gemeenten en omgevingsdiensten hebben telkens verschillende aanpakken om stimulerende maatregelen en toezicht en handhaving in te vullen. Hier is sprake van een spanningsveld. Overheden willen kunnen inspelen op lokale ontwikkelingen en aansluiten bij het gemeentelijke ondernemersprofiel. Dat vraagt om lokale diversiteit in aanpakken. Daartegenover staat dat het, in het kader van eerlijke behandeling en concurrentie en naar de geest van de Omgevingswet, wenselijk is dat omgevingsdiensten groeien naar een meer uniforme aanpak om een gelijk speelveld te creëren. Conclusie 6 – De focus van de uitvoering is nauwer dan de focus van het EBA In de uitvoering van het EBA ligt de focus op de informatieplicht en de energiebesparingsplicht. Dat geldt voor de focus van de betrokkenen bij de verschillende organisaties, maar ook voor de wijze waarop bepaalde onderdelen zijn uitgewerkt, zoals de SEB en de monitoring. Dit zorgt ervoor dat het grootste deel van de activiteiten op de wet- en regelgeving is gericht en dat er een nauwere focus wordt gehanteerd dan in het EBA is opgenomen.

Het EBA richt zich namelijk op alle relevante energiebesparingswetgeving, waaronder bijvoorbeeld ook de label-C-plicht en de EPDB III. Conclusie 7 – Effectmonitoring en -sturing ontbreken grotendeels Op basis van de huidige monitoring binnen het EBA is het moeilijk vast te stellen of de doelen worden gehaald. De monitoring beperkt zich tot het outputniveau, bijvoorbeeld het aantal controles. Hierdoor bestaat het risico dat te laat wordt bijgestuurd wanneer de activiteiten niet het effect tonen zoals met het EBA wordt beoogd. Wanneer enige mate van inzicht gegeven kan worden in de effecten van de activiteiten die het EBA voortbrengt, kan effectiever met de beschikbare middelen worden gestuurd.

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

7.2

44/46

Aanbevelingen

1. Zorg voor een heldere taakverdeling tussen gemeenten en omgevingsdiensten, met uniforme aanpak VTH Voor het creëren van een gelijker speelveld voor organisaties in Noord-Holland bevelen we aan om de taakverdeling tussen gemeenten en omgevingsdiensten scherper af te bakenen, waarbij gemeenten zich meer richten op communicatie en stimulering, en omgevingsdiensten op toezicht houden en handhaven. In het verlengde hiervan raden we aan om de afstemming tussen de omgevingsdiensten te intensiveren met het doel om overal op eenzelfde manier toezicht te houden en te handhaven, bijvoorbeeld bij het inventariseren van energierelevante bedrijven en de prioritering van controles. Hiermee creëren de omgevingsdiensten een gelijker speelveld. 2. Stuur bij of prioriteer voor het behalen van het EBA Met de huidige stand van zaken is het zeer onzeker of de doelen van het EBA kunnen worden gehaald. Wij zien in potentie drie ‘knoppen’ om bij te sturen op de resultaten van het EBA. Het is mogelijk om het akkoord te verlengen of meer middelen beschikbaar te stellen. Mochten beide routes niet haalbaar zijn, dan is het nodig om te prioriteren in de doelen. Bijvoorbeeld door te accepteren dat niet langer alle bedrijven worden bezocht, maar meer te sturen op een selectie van bedrijven waar veel effect kan worden bereikt. 3.

Verbeter de monitorings- en sturingsinformatie Besteed aandacht aan rapportage en monitoring, in het bijzonder de frequentie en diepgang ervan en besteed ook aandacht aan de sturingsinformatie en datagedreven toezicht. Inventariseer de informatiebehoeften bij gemeenten en de provincie en onderzoek hoe – rekening houdend met de nationale en regionale beschikbare data – de effecten van het EBA in kaart kunnen worden gebracht. Pas hier de wijze van de monitoring van het EBA op aan en maak afspraken met de partijen onderling in het Bestuurlijk Energiebesparingsberaad (BEB) en/of met de omgevingsdiensten over de frequentie en wijze van aanleveren van data en rapportages en de inhoud van monitorings- en sturingsinformatie. 4. Organiseer een uitvoerend overleg tussen gemeenten en omgevingsdiensten We bevelen aan om in de overlegstructuur van het EBA een uitvoerend overleg per omgevingsdienst met gemeenten te organiseren zoals op dit moment al plaatsvindt vanuit de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Hierin kunnen de lopende zaken met betrekking tot de uitvoering van toezichts- en handhavingstaken worden besproken en sturingsinformatie worden gedeeld. Op deze manier worden gemeenten beter in staat gesteld de opdrachtgevende rol richting de omgevingsdiensten in te vullen. 5.

Werk een structurele aanpak uit rond naleving van energiebesparingswetgeving Het EBA is een tijdelijke stimulans voor gemeenten en omgevingsdiensten om in te zetten op de naleving van energiebesparingswetgeving. Om deze stimulans te kunnen borgen na de looptijd van het EBA bevelen we aan om een plan van aanpak op te stellen voor een structurele borging van deze activiteiten voor alle relevante energiebesparingswetgeving. Houdt hierbij rekening met nationale ontwikkelingen en de geleerde lessen uit het EBA. Op deze manier

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

ontwikkelen de bevoegde gezagen een aanpak voor de naleving van energiebesparingswetgeving die aansluit op de regionale en nationale context en die reikt voorbij de grenzen van het akkoord.

45/46

Energiebesparingsakkoord Noord-Hollandse bedrijven 2022-2025

46/46

WIJ ZIJN BERENSCHOT, GRONDLEGGER VAN VOORUITGANG Nederland is continu in ontwikkeling. Maatschappelijk, economisch en organisatorisch verandert er veel. Al 85 jaar volgen wij als adviesbureau deze ontwikkelingen op de voet en werken we aan een vooruitstrevende samenleving. De behoefte om iets fundamenteels te betekenen voor mens en maatschappij zit in onze genen. Met onze adviezen en oplossingen hebben we dan ook actief meegebouwd aan het Nederland van vandaag. Altijd op zoek naar duurzame vooruitgang. Alles wat we doen, is onderzocht, onderbouwd en vanuit meerdere invalshoeken bekeken. Zo komen we tot gefundeerde adviezen en slimme oplossingen. Die zijn op het eerste gezicht misschien niet altijd de meest voor de hand liggende. Juist deze eigenzinnigheid maakt ons uniek. Daarbij zijn we niet van symptoombestrijding. En gaan pas naar huis als het is opgelost.

Berenschot B.V. Van Deventerlaan 31-51, 3528 AG UTRECHT Postbus 8039, 3503 RA UTRECHT 030 2 916 916 www.berenschot.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876854/1