CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius deelgebied 9 – kavel 1.7 (VN2024-006428)16.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 alinea's met “deur”: 183

Bestemmingsplan Cruquius Deelgebied 9 - Kavel 1.7

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M2203BPSTD-VG01

Datum print

7 Mei 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer

7 7 8 11

Huidige situatie

13

Historie Huidige situatie Ontwikkelingen woon- en werkgebied

13 13 14

Planbeschrijving

17

Doelstelling en uitgangspunten Ontwikkelingen

17 17

Beleidskader

19

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 19 20 20

Omgevingsaspecten

27

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

Bedrijven en milieuzonering Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie

27 28 31 33 36 40 42 44 49

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

53

6.1 6.2

Algemeen De bestemmingen

53 53

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

57

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

57 57

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 Hoofdstuk 5

7.1 7.2

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Aanleiding De vastgoedontwikkelaar Amvest Development Real Estate B.V. is voornemens om deelgebied 9, ook wel kavel 1.7 genoemd, op het Cruquiuseiland in Amsterdam-Oost te transformeren. De bedrijfsvoering van het voormalige bedrijf Steenkist is hier beëindigd en de oude bedrijfsbebouwing is gesloopt. Dit biedt planologische ruimte voor een nieuw bedrijf. Echter, vanwege de omliggende woningbouwontwikkelingen dient er een nieuw planologisch regime te worden vastgesteld met een lagere toegestane milieucategorie conform de Staat van bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein voor bedrijven die zich op kavel 1.7 mogen vestigen. Voorliggend bestemmingsplan is een randvoorwaarde voor een goed woonklimaat voor de woningen die in nabije omgeving worden gebouwd en het waarborgen van een goed leefklimaat voor de basisschool en de kinderopvang 'De Kleine Kapitein' aan de Cruquiusweg 90.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het voorliggende plan betreft een bestemmingsplanherziening voor de kavel op de locatie aan de Cruquiusweg 77, 1019 AT in Amsterdam. De locatie is gelegen in het noordelijk deel van Stadsdeel Oost en maakt hiermee onderdeel uit van het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. Het plangebied ligt op het Curquiuseiland. Op afbeelding 1-1 is de locatie van het plangebied weergegeven. Ten noorden van het Cruquiuseiland liggen Borneo-eiland en Sporenburgeiland. Ten zuiden van het plangebied is de Indische Buurt van Amsterdam samen met het Flevopark gelegen. Verder ten westen van het plangebied bevindt zich het Stadsdeel Centrum. Ten oosten van het plangebied ligt het verdere Oostelijk Havengebied van Cruquiuseiland alsmede het Zeeburgeiland. Het plangebied is als volgt begrensd: Noordzijde: de Bottelarijstraat Westzijde: De Bottelaarstraat en de Cruquiusweg Zuidzijde: de Cruquiusweg Oostzijde: de Mortelstraat Kadastrale gegevens: Amsterdam sectie A, perceelnummers 7267 en 7331.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding 1-1: ligging plangebied op Cruquius-eiland in Amsterdam (bron: wego.here.com)

1.3

Vigerende plannen

Bestemmingsplan Cruquius Voor de grond van het plangebied geldt het vigerende bestemmingsplan 'Cruquius', welke onherroepelijk is vastgesteld op 9 april 2013. Binnen dit bestemmingsplan valt de locatie onder de bestemming 'Bedrijf -3'. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van het bestemmingsplan Cruquius weergegeven met daarop het plangebied rood omlijnd.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding 1-2: projectgebied weergegeven met het vigerende bestemmingsplan 'Cruquius'

Bestemming 'Bedrijf -3' De bestemming 'Bedrijf - 3' voorziet in het gebruik van bedrijven, creatieve functies en ondergeschikte detailhandel. Met daarbij behorende verkeersareaal, erven, nutsvoorzieningen en in- en uitritten, laad- en losvoorzieningen, fiets- en voetpaden, groen, water en kunstwerken ten behoeve van weg- en waterbouw. Deze bedrijven zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze binnen de milieucategorie 1, 2, 3 en 4.1 vallen. Bouwregels: Er geldt een maximale bouwhoogte van 15 meter. Er geldt een maximum bebouwingspercentage van 80%. Gebiedsaanduiding industrieterrein Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'industrieterrein' zijn de gronden aangewezen als een industrieterrein zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Parapluplan grondwater neutrale kelders Het parapluplan Grondwater neutrale kelders is vastgesteld op 7 oktober 2021 en heeft betrekking op de vigerende bestemmingsplannen binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam. Amsterdam groeit en blijft in toenemende mate aantrekkelijk om te wonen, werken en verblijven. Dat heeft onder andere tot gevolg dat de prijs per vierkante meter voor woningen aan een grote stijging onderhevig is. Deze stijging van de prijzen brengt een aantal gevolgen met zich mee. Een trend die de afgelopen tijd veel wordt is gezien is dat er meer ruimte wordt gerealiseerd door de

Gemeente Amsterdam

blz. 10

aanleg van een kelder. Hiermee creëren bewoners zowel meer ruimte als waarde. Uit onderzoek van Waternet en het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam, dat in maart 2019 werd afgerond, bleek dat in grote delen van de stad de effecten van (met name cumulatieve) kelderbouw negatief zijn. Door de barrièrewerking van meerdere kelders naast elkaar wordt de stand en stroom van het grondwater beïnvloed. Dit leidt tot onder- en overlast van het grondwater. Dit heeft negatieve gevolgen in de openbare ruimte en op particuliere percelen. Als het grondwater te hoog staat (overlast) kan dat onder andere leiden tot wortelrot bij planten en bomen, vochtproblemen in kruipruimtes en optrekkend vocht, regenwateroverlast onder andere in binnentuinen en schade aan wegen. Als het grondwater te laag staat (onderlast) kan dat onder andere leiden tot paalrot aan funderingspalen, ongelijkmatig inklinken of krimpen van de grond waardoor schade kan ontstaan aan leidingen en aansluitingen en vochttekort bij planten waardoor deze sterven. Relatie met de vigerende bestemmingsplannen In de meeste vigerende bestemmingsplannen in Amsterdam zijn geen regels opgenomen om het bouwen van kelders te reguleren. Door in het bestemmingsplan niets te regelen voor ondergrondse bebouwing, zijn er - veelal onbedoeld - bouwrechten gegeven om ondergrondse bebouwing te realiseren.

Het paraplubestemmingsplan ligt als een deken over alle vigerende bestemmingsplannen die binnen de bestemmingsplangrens zijn gelegen. Met het parapluplanbestemmingsplan is uitsluitend een regeling getroffen voor het reguleren van het ondergronds bouwen. Het parapluplan heeft daarmee geen effect op de vigerende bouwregelingen die zien op het bovengronds bouwen. Ook heeft het paraplubestemmingsplan geen effect op de bestemmings- en gebruiksregels van de vigerende bestemmingsplannen (de moederplannen). Deze blijven onverkort van kracht op de verwezenlijkte en nog te verwezenlijken kelders en souterrains. In het planvoornemen is er geen sprake van ondergronds bouwen. Het parapluplan heeft daarmee geen effect op het voorliggende initiatief. Conclusie De wens vanuit de gemeente is om de omliggende omgeving te transformeren naar een gemengd woonen werkgebied. Om maximaal in te spelen op de wens tot transformatie van het gebied, is het noodzakelijk om de toegestane milieucategorie te verlagen. Binnen het huidige bestemmingsplan is een categorie tot en met 4.1 toegestaan. Deze hoge milieucategorieën knellen met de wens om de toekomstige woningbouwontwikkelingen in de directe omgeving mogelijk te maken. In de voorliggende bestemmingsplanherziening zijn daarom slechts bedrijven die vallen binnen de milieucategorie 1 en 2 in de '' toegestaan.

Naast het verlagen van deze milieucategorie, zal ook de gebiedsaanduiding 'industrieterrein' komen te vervallen. Het voorliggende bestemmingsplan is daarom ook een randvoorwaarde voor een goed woonklimaat voor de woningen die in nabije omgeving worden gebouwd en het waarborgen van een goed leefklimaat voor de overig aanwezige gevoelige functies. Tot slot is het parapluplan grondwater neutrale kelders in dit geval niet van toepassing. In het planvoornemen is er geen sprake van ondergronds bouwen waarmee dit parapluplan geen effect op het voorliggende initiatief.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 11

1.4

Leeswijzer

In het volgende en tweede hoofdstuk van de toelichting worden de historie en de huidige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de doelstelling en uitgangspunten van dit voornemen. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het beleidskader van het Rijk, de provincie Noord-Holland, de regio en gemeente Amsterdam uiteen gezet. Daarna gaat hoofdstuk 5 over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in de hoofdstukken 7 een beschrijving van de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de voorliggende bestemmingsplanherziening.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Historie

Historie Cruquius-eiland Door de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 werd de Amsterdamse haven bereikbaar voor grote stoomschepen. Dit resulteerde in een uitbreiding van de kades in de haven en het daarop aansluitende spoorwegnet. In 1869 - 1874 werd, ten noorden van het voorliggende plangebied, het Spoorwegbassin gegraven. Als eerste havenbekken voor grotere schepen wordt het Spoorwegbassin hoofdzakelijk bestemd voor het overladen van steenkool en erts van grote zeeschepen in spoorwegwagons en binnenvaartschepen. Aangezien het bestaande Rijksentrepot aan de Hoogte Kadijk voor de eind 19de eeuwse zeeschepen niet meer bereikbaar was en het ook niet over een goede spoorverbinding beschikte, besloot de gemeente in 1895 ten zuiden van het Spoorwegbassin een nieuwe Entrepothaven aan te leggen. Het plangebied van kavel 1.7 ligt in het Cruquiusgebied in het Oostelijk Havengebied. Een plek binnen de ring van Amsterdam. Het Cruquiusgebied was vroeger onontgonnen rietland ten oosten van het centrum van Amsterdam. In 1892 was de verbinding met het Europese achterland sterk verbeterd door nieuwe spoorlijnen naar het Oostelijk Havengebied en door de aanleg van het Merwedekanaal, nu het Amsterdam-Rijnkanaal.

Aan de zuidelijke kade van de Entrepothaven, de Zeeburgerkade, werden in 1899-1903 de toen zeer moderne pakhuizen Maandag tot en met Zondag gebouwd en daarnaast, 60 jaar later, pakhuis Koning Willem I. Vanaf de 19de eeuw vormde het Cruquiusgebied de rand van de stad. Het gebied heeft sindsdien dienst gedaan als rangeerterrein, abattoir, veemarkt, pakhuizenkade en bedrijventerrein. Recente ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het Cruquiusgebied een steeds centralere positie binnen de stad inneemt.

2.2

Huidige situatie

Huidige situatie Het plangebied maakt onderdeel uit van het Cruquiuseiland. Dit betreft het meest zuidelijke schiereiland van het Oostelijk Havengebied in Amsterdam. De omgeving van het plangebied is momenteel volop in transformatie. Het planvoornemen van de gemeente is om het Cruquiuseiland te transformeren naar een woon- en werkgebied, de oorspronkelijk industriële sferen zijn dan ook steeds minder aanwezig. In het recente verleden is de bebouwing op de kavel 1.7 / deelgebied 9 aan de Cruquiusweg 77 gesloopt. In de directe omgeving van deze kavel bevindt zich een diversiteit aan functies en bedrijven. Zo bevindt zich ten zuiden van het projectgebied, aan de overkant van de straat, de basisschool De Kleine Kapitein. Verder zit er naast deze school een bedrijfsverzamelgebouw gesitueerd. Ten oosten van het plangebied zit Krux Bouwwerf aan de Cruquiusweg gevestigd. Dit betreft een horecagelegenheid. Het gebied ten zuidwesten biedt daarnaast een diversiteit aan bedrijven waarvan de omvang en milieucategorie verschillen. Zo is er bijvoorbeeld een openbare werkplaats, een autoverhuurbedrijf, een bedrijf in de ontwikkeling van elektrische aandrijflijnen, een mediabedrijf, het Leger des Heils en een woonbedrijf. Enkele bedrijfspanden in deze directe omgeving staan ook leeg. De bebouwing op de

Gemeente Amsterdam

blz. 14

verschillende bedrijfspercelen heeft veelal geen duidelijke onderlinge samenhang. Het bouwvolume en situering van de bebouwing op de kavels lopen uiteen. De bouwhoogtes variëren van 4 tot 16 meter. Ten noorden van kavel 1.7 / deelgebied 9 is op moment van opstellen van voorliggende toelichting volop woningbouw in ontwikkeling. Op de onderstaande afbeelding laat deze ontwikkelingen zien. Het van toepassing zijnde perceel is momenteel een braakliggend terrein en is op de voorgrond te zien. Op de achtergrond, ten noorden van de kavel, zijn de zichtbare woningbouwontwikkelingen te zien.

Afbeelding 2-1: kavel 1.7 / deelgebied 9 waar recent de bestaande bebouwing is gesloopt en op de achtergrond de aanwezigheid van de woningbouw ontwikkelingen.

2.3

Ontwikkelingen woon- en werkgebied

Het gebied van het Cruquiuseiland is momenteel volop in beweging. Rondom de planlocatie zijn veel woningbouwontwikkelingen gaande. De transformatie van het oorspronkelijk industrieel gebied naar een woon- en werkomgeving is erg goed zichtbaar. Op de onderstaande afbeelding is een foto van juli 2021 weergegeven. Aan de hand van deze afbeelding wordt een deel van de huidige situatie van het Cruquiuseiland zichtbaar gemaakt (momentopname ten tijde van opstellen van voorliggende toelichting). Met de rode pijl in de afbeelding is het plangebied van kavel 1.7 / deelgebied 9 weergegeven.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 15

Afbeelding 2-2: de huidige situatie (foto juli 2021) van het Cruquius-eiland waarbij veel ontwikkelingen zichtbaar zijn, met een rode pijl is de locatie van plangebied kavel 1.7 / deelgebied 9 aangegeven

De omgeving van het Cruquiuseiland wijzigt de komende jaren verder van een industrieel naar een woonen werkgebied. Het gebied ligt op korte afstand van stedelijke voorzieningen binnen de ring A10 van Amsterdam. Dit maakt het tot een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor voorzieningen als wonen en werken. Het plan is om de komende jaren in totaal circa 1.700 woningen toe te voegen aan het Cruquiuseiland. Daarnaast is er ook veel ruimte voor werken. Er komt namelijk 18.000 vierkante meter vrij voor de realisatie van deze voorziening. Onderstaand is een impressie van het toekomstige totaalbeeld van het Cruquiuseiland, waarbij het gebied is getransformeerd naar een woon- en werkgebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Afbeelding 2-3: een ontwerp van het toekomstig woon- en werkgebied Cruquius-eiland

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Doelstelling en uitgangspunten

Dit voorliggende bestemmingsplan heeft als doel het wijzigen van het planologisch regime. Binnen de planlocatie van deze kavel met enkelbestemming 'Bedrijf - 3' is in de huidige situatie nog een milieucategorie tot en met 4.1 toegestaan. In een gemengd gebied als deze geldt voor bedrijven in deze milieucategorie een richtafstand van 100 meter tot hinder gevoelige objecten. Woningen vallen onder de noemer hinder gevoelige objecten. In de directe omgeving van kavel 1.7 / deelgebied 9 zijn diverse woningbouwprojecten in ontwikkeling zoals in paragraaf 2.3 is beschreven. Daarom dient het planologisch regime op kavel 1.7 / deelgebied 9 te worden aangepast naar bedrijfsactiviteiten met een kortere richtafstand tot hinder gevoelige objecten. Daarmee is kavel 1.7 / deelgebied 9 straks in samenhang met de omringende woningbouwontwikkelingen, waaronder de naastgelegen kavel 1.3. De voorliggende bestemmingsplanherziening heeft als doel om de millieucategorie te verlagen naar een maximaal toegestane milieucategorie van 1 en 2 in de 'Staat van bedrijfsactiviteiten - bedrijventerrein'. Voor deze categorieën geldt een maximale richtafstand van 10 meter ten opzichte van hinder gevoelige objecten. Hiermee voorziet het voorliggende bestemmingsplan in een gezond leefklimaat voor de woningen die in de directe omgeving worden gesitueerd.

De lagere milieucategorie is planologisch juridisch verankerd in de regels en de verbeelding. Naast het verlagen van de milieucategorie zal ook de gebiedsaanduiding 'industrieterrein' komen te vervallen. Hierdoor is de locatie formeel geen onderdeel meer van het gezoneerde industrieterrein. Daarmee is het in lijn met de transformatieopgave van het Cruquiuseiland en wordt een gunstig woon- en leefklimaat geborgd.

3.2

Ontwikkelingen

De recente sloop van het voormalige bedrijfspand de Steenkist, een groothandel in gereedschappen, biedt de kavel mogelijkheden voor een nieuwe bedrijfsinvulling binnen het aangepaste planologisch regime. De kavel biedt invulling voor een bedrijf van 650 m2 BVO (verdeeld over 400 m2 op de begane grond en 250 m2 op de eerste etage). Deze bedrijfsinvulling zal aansluiten op het toekomstige planologisch regime met de lager toegestane milieucategorie en het verdwijnen van de gebiedsaanduiding industrieterrein. Dit is juridisch vastgelegd in de regels en de verbeelding van de voorliggende bestemmingsplanherziening. In dit plan zijn binnen de bestemming 'Bedrijf' alleen bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan, creatieve functies en ondergeschikte detailhandel.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 19

Hoofdstuk 4

Beleidskader

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie is vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. Het voorliggende plan verlaagt de toegestane bedrijfscategorien op een kavel in een woon-werkgebied. Het plan is daarmee van dien aard dat er geen stijd is het rijksbeleid van de NOVI. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LvDV) is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en is als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Voorliggend bestemmingsplan geeft concrete invulling aan het ruimtelijk gemeentelijk beleid voor een gefaseerde transformatie van het (voormalige) monotone bedrijventerrein Cruquius naar gemengd woon-werkgebied met voorzieningen. Voorliggend bestemmingsplan betreft een deelgebied van die transformatie-opgave. Het voorliggende plan verlaagt de toegestane bedrijfscategorien op een kavel in een woon-werkgebied. Het plan levert daardoor een bijdrage aan het woon- en leefklimaat van omliggende woningen wat voorziet in een behoefte.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie NH2050

De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. Onder de hoofdambitie “Balans tussen economische groei en leefbaarheid” zijn samenhangende ambities geformuleerd. Het voorliggende plan verlaagt de toegestane bedrijfscategorien op een kavel in een woon-werkgebied. Het plan is daarmee van dien aard dat er geen stijd is met de provinciale omgevingsvisie.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

4.2.2

Provinciale omgevingsverordening Noord-Holland 2020

De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. Op donderdag 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Het voorliggende plan verlaagt de toegestane bedrijfscategorien op een kavel in een woon-werkgebied. Het plan is daarmee van dien aard dat er geen stijd is met de provinciale verordening.

4.3

Regionaal beleid

In het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 voor Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt op regionale schaal verwoord en verbeeld welke ruimtelijke opgaven er in de regio zijn. Het Ontwikkelingsbeeld is bedoeld als basis voor de in komende jaren op te stellen structuurvisies van de verschillende overheden in de Noordvleugelregio. De ambitie is om de Noordvleugel van de Randstad in de komende decennia te ontwikkelen tot een Europese metropool. Het succesvol verder ontwikkelen van de Noordvleugel moet gericht zijn op het creëren van een hoogwaardig en duurzaam leef- en woonmilieu waar bedrijven, bewoners en bezoekers zich graag willen vestigen en willen verblijven. Het voorliggend plan sluit aan op het regionaal beleid met het bieden aan ruimte voor bedrijven binnen het woon- en werkgebied van het Cruquiuseiland, waarbij rekening wordt gehouden met waarborging van een goed woon- en leefklimaat. Het voorliggende bestemmingsplan vindt daarmee aansluiting op het regionale beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. De groeiambities van de structuurvisie uit 2011 zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is in een tijdsbeslag van een decennium al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de stad stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in de stad. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en een het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Hoe internationaal ook, het succes van de stad hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. De afgelopen jaren ook duidelijk geworden dat ontwikkeling van de stad niet zonder goed beheer kan.

Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel van de stad zal vragen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie 2050. De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 21

regio, is meer dan ooit doorgedrongen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. Gezien de diverse beleidsmatige ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur in de omgevingsvisie vijf strategische keuzes die worden aangehaald als: 'Meerkernige ontwikkeling': Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. 'Groeien binnen grenzen': De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Want groei en verdichten van de bestaande stad is geen doel op zich. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen, wordt onder meer ingezet op ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven.

De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaats maakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. 'Duurzaam en gezond bewegen': In een verdichtende stad moet zuinig worden omgegaan met de schaarse ruimte. Gezocht wordt naar plekken om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. 'Rigoureus vergroening': Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers.

'Samen stadmaken': Het stadsbestuur stuurt met de Omgevingsvisie op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. Het stadsbestuur wil daarvoor meer ruimte bieden voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Op de 'Visiekaart Amsterdam 2050' van de omgevingsvisie is het deel van Cruquius waar voorliggend plangebied onderdeel van uit maakt, aangemerkt als 'stedelijke ontwikkeling - gemengde stadsbuurt'. In dergelijk gebied is de inzet gericht op ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin door de locatie bestemd te houden voor bedrijvigheid, maar hierbij het type toegestane bedrijvigheid meer aan te laten sluiten bij een woonomgeving. Dit door het verlagen van de toegestane bedrijfsmilieucategorie.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

4.4.2

Routekaart Klimaatneutral 2050

Om invulling te geven aan de klimaatdoelstellingen van Parijs heeft de gemeente Amsterdam de Routekaart Klimaatneutraal 2050 opgesteld. De gemeente streeft naar een aardgasvrij 2040 en het verminderen van de CO2-uitstoot. In 2050 wil de gemeente klimaatneutraal zijn. In ruimtelijke plannen is het daarom van belang. De gemeente streeft naar aardgasvrij bouwen en het energiezuinig maken van de zakelijke markt. Ook de toekomstige ontwikkeling op kavel 1.7 / deelgebied 9 zal hier een bijdrage in leveren. Zo wordt het toekomstige gebouw voorzien van zonnepanelen, wordt de ontwikkeling aangesloten op de WKO-installatie van de nabijgelegen kavel 1.6 en zal het aardgasvrij zijn. Hiermee geeft de beoogde ontwikkeling invulling aan het energiezuinig en aardgasvrij maken van de gemeente Amsterdam. Daarmee vindt het aansluting op het beleid van de 'Routekaart Klimaatneutral 2050'. 4.4.3

Hemelwaterverordening 2021

Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. De verordening is na vaststelling door de gemeenteraad op 11 mei 2021 inwerking getreden.Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en bestaande gebouwen om per m2 minimaal 50 liter hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Hier dient in het ontwerp rekening mee te worden gehouden. 4.4.4

Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022

In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt verwezen naar het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022. Op 20 december 2017 heeft gemeenteraad het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld: De strekking van het detailhandelsbeleid is dat Amsterdam inzet op een sterke en diverse winkelstad waar de bewoners hun dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning kunnen doen en er meerdere interessante winkelgebieden zijn om te winkelen, ook buiten de binnenstad. De inzet is niet gericht op losstaande winkels, maar op clustering van het winkelaanbod in winkelgebieden. Voorliggend plangebied ligt niet in of nabij een winkelgebied. Dit maakt dat detailhandel vanuit het bestaande beleid, niet in dit plangebied wordt beoogd. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen detailhandel mogelijk, maar enkel ondergeschikte verkoop als onderdeel van een bedrijfsfunctie. Dit in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan dat met voorliggend bestemmingsplan wordt vervangen. 4.4.5

Bedrijvenstrategie 2020-2030

De gemeente Amsterdam staat bekend om haar ondernemerschap en bedrijvigheid, die zorgen voor goede banen en kansen voor Amsterdammers en ver daarbuiten. De logistiek en (maak)industrie zijn de machinekamer van de economie in de regio. De ruimte voor deze bedrijven is echter aan verandering onderhevig, mede omdat in de stad veel woningen nodig zijn. Nieuwe stedelijke wijken zijn gepland op de bedrijventerreinen zoals het Cruquiusgebied. Terreinen als deze worden ook wel transformatiegebieden genoemd. Met deze transformaties neemt het aanbod aan traditionele vestigingslocaties voor bedrijven af, terwijl de vraag naar bedrijfsruimte juist toeneemt. Daarom heeft de gemeente Amsterdam de bedrijvenstrategie 2020-2030 vastgesteld. Het doel van de strategie is om binnen de bredere ontwikkeling van de stad voldoende ruimte te creëren en te behouden voor bedrijven, zodat Amsterdam een diverse economie houdt met een inclusieve arbeidsmarkt en duurzaam aantrekkelijk voor ondernemers. bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 23

Bij een 'business as usual' beleid zijn deze laatste kavels per 2026 uitgegeven. Tot 2040 loopt het tekort op tot minimaal 150 hectare. Het grootste deel van de vraag betreft bedrijven uit transformatiegebieden, die verplaatsen vanwege de verdichting en woningbouw. Uit de data-analyse blijkt dat veel van de bedrijven in principe te combineren zijn met wonen. Hier ligt een kans om bedrijvigheid en werkgelegenheid te behouden in de nieuwe gemengde gebieden. Met het in ontwikkeling komen van meerdere transformatiegebieden neemt de vervangingsvraag voor bedrijfsruimten richting 2030 snel toe. De vraag bestaat in deze periode waarschijnlijk vooral uit lichtere vormen van bedrijvigheid. Definitie bedrijven Definitie bedrijven Bedrijven zijn inrichtingen die als hoofdactiviteit de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, groothandel, opslag en/of transport hebben. Bedrijven hebben maximaal 30% kantoorvloer per vestiging. Heeft een onderneming meer dan 30% kantoorvloer, dan is het een kantoor. Kantoorvloer is de ruimte die hoofdzakelijk in gericht is voor bureauwerkzaamheden. (Bron: Structuurvisie Amsterdam 2040: economisch sterk en duurzaam.). Voor 'bedrijven' worden ook vaak de termen maakindustrie, productief bedrijf, logistiek, ambacht en productie en reparatie gebruikt. Amsterdam wil bijdragen aan een duurzaam en sterk vestigingsklimaat voor bedrijven in de MRA.

Dat doen we door de beschikbare ruimte voor bedrijvigheid in Amsterdam maximaal te benutten en waar mogelijk te vergroten. Hiermee ondersteunen we stedelijke en MRA-ambities. Dat betekent dat we binnen de bedrijvenstrategie aandacht hebben voor onder ander inclusiviteit, verduurzaming en regionale concurrentiekracht. Het is voor Amsterdam van groot belang om in de periode van snelle groei de balans te behouden. Het college heeft zich ten doel gesteld om een economisch inclusieve stad te creëren die kansen biedt aan iedereen, en duurzaam aantrekkelijk is voor ondernemers. Bedrijven hebben maximaal 30% kantoorvloer per vestiging. Heeft een onderneming meer dan 30% kantoorvloer, dan is het een kantoor. Ruimte voor de Economie van Morgen De ruimtelijk-economische visie verbonden aan Koers 2025, biedt economische perspectieven voor stedelijke ontwikkeling en introduceert verschillende soorten gemengde wijken, waaronder productieve en creatieve wijken die moeten ontstaan op plekken die nu bedrijventerreinen zijn. Ontwikkeling gemengde wijken Op de locaties die zich op termijn tot gemengde woon-werklocaties zullen ontwikkelen is een aanzienlijke hoeveelheid bedrijfsruimte geprogrammeerd, geschikt voor lichtere vormen van productieve bedrijvigheid (minimaal tot milieucategorie 3.1) en passend bij de mate van stedelijkheid.

Speerpunten: Om te komen tot een uitgebalanceerde en toekomstbestendige bedrijfsruimtemarkt, waarin op de korte en middellange termijn voldoende passende ruimte beschikbaar blijft voor diverse vormen van stedelijke bedrijvigheid, zetten we in op de volgende speerpunten voor de uitvoering: 1. 2. 3. 4.

Maximaal de kansen benutten om bedrijfsruimte in gemengde wijken te combineren met wonen Behouden, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen Selectief omgaan met de laatste vrije kavels bedrijventerrein Werken aan een regionale strategie voor bedrijfslocaties

Gemeente Amsterdam

blz. 24

Conclusie De ontwikkeling maakt het mogelijk om bedrijvigheid toe te staan die vallen binnen de milieucategorie 1 en 2 die deel uitmaken van de Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein. Dit is lijn met de bedrijvenstrategie waarin tot minimaal 3.1 wenselijk wordt geacht binnen een gemengd gebied. Binnen deze bedrijvigheid worden verder creatieve functies en ondergeschikte detailhandel toegestaan. Daarmee geeft de kavel invulling aan de integratie van bedrijven in woonmilieus en speelt het in op de behoefte van veel bedrijven om zich te vestigen in een stedelijk milieu, dicht bij geschoolde arbeidskrachten, creativiteit en afnemers. 4.4.6

Kantorenplan 2019-2026

In de jaren 2001 tot en met 2003 is in Amsterdam te veel kantoorruimte gerealiseerd. Er werd gebouwd voor de beleggingswaarde, wat door de overvloed aan kantoren en met een afnemende vraag naar kantoorruimte uiteindelijk leidde tot een grote kantorenleegstand, die in 2015 nog 18% was. Als gevolg heeft de gemeenteraad in verschillende jaren de kantorenplannen gereduceerd, nieuwbouw nog maar beperkt toegestaan, de kantorenloods ingesteld en het programma transformaties opgezet. Het doel van het programma Transformaties (2015-2018) was leegstand terugdringen en woningen door transformatie realiseren. Nu de kantorenmarkt aantrekt neemt de leegstand in rap tempo af. De druk op de woningmarkt zorgt er echter voor dat er initiatieven blijven binnenkomen om kantoren te transformeren naar wonen. Hierdoor komt de woon-werkbalans in het stedelijke werkmilieu onder druk te staan, waardoor wonen mogelijk de overhand krijgt ten koste van kantoren. De opgave voor de stad is het realiseren van de juiste balans tussen wonen en werken én binnen werken tussen kantoor en bedrijfsruimte. Doel van het kantorenplan 2019-2026 De huidige kantoorsituatie vraagt extra regie op het realiseren van nieuwe kantoren.

Het doel van het kantorenplan 2019-2026 is om te sturen op een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt, waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woon-werkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m 2 kantoor per jaar. Voor dit doel gelden de volgende uitgangspunten: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. De transformatie van monofunctionele kantoorlocaties naar gemengde woon- en werkgebieden is cruciaal om te kunnen voldoen aan de woningbouwdoelstelling en om een kwalitatief en aantrekkelijk kantoormilieu te creëren. Beide functies gaan goed samen in een stad die zich steeds verder verdicht. Toekomstbestendige kantoren Toekomstbestendige kantoren betekent het realiseren van kantoren op goed bereikbare plekken in een gemengd woonwerkmilieu en het uitvoeren van ambities op het gebied van CO2-reductie, energiebesparing, duurzame energie, schone lucht, modulair bouwen, een circulaire economie én een klimaatbestendige stad. Naast dat het gebouw toekomstbestendig is, is het ook belangrijk dat het gebouw bijdraagt aan de leefbaarheid van het gebied.

De functionaliteit, toekomstwaarde en belevingswaarde van een gebouw bepalen de ruimtelijke kwaliteit.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 25

Goede bereikbaarheid met OV en fiets De opkomst en groei van de kenniseconomie gedijt op locaties in de nabijheid van stedelijke voorzieningen met goede OV- en fietsbereikbaarheid op OV-knooppunten voor werknemers uit de metropool en daarbuiten. Ondernemingen zoeken kantoorruimte in gemengde woon-werkmilieus en op goed bereikbare OV-knooppunten. Nieuwe kantoren worden bij voorkeur op goed OV-bereikbare locaties gebouwd. De behoefte aan kantoorruimte blijft hoog en het einde van de vraag naar vooral duurzame en goed OV-bereikbare kantoren is nog niet in zicht. De fiets en in toenemende mate de e-bike speelt een belangrijke rol bij woon-werkafstanden tot 15 kilometer. De van-deur-tot-deur-bereikbaarheid met de fiets draagt eraan bij dat kantoorwerkgelegenheid over een groot deel binnen de ring van Amsterdam verspreid is. Veel werknemers van de talloze financiële dienstverleners, advocatenkantoren, reclamebureaus, instituten en start-ups wonen op fietsafstand van hun werkgever. Veel werknemers van buiten Amsterdam gaan met de fiets vanaf het OV-knooppunt naar hun kantoor. In combinatie met de fiets heeft een groot deel van Amsterdam een goede OV-ontsluiting en is daarmee een stedelijk werkmilieu.

Afbeelding 4-3: de kantoormilieus tot en met 2022 in de gemeente Amsterdam

Gemeente Amsterdam

blz. 26

In deze figuur is duidelijk te zien dat nieuwe kantoorontwikkeling gerealiseerd worden in het stedelijk milieu, waarbij de kantoren vooral op goed OV-bereikbare locaties worden ontwikkeld. Ook de locatie van kavel 1.7 / deelgebied 9 ligt in een stedelijk milieu waarmee de OV- en fietsbereikbaarheid kan worden gegarandeerd. Reduceren van gemotoriseerd verk eer Een belangrijke stap naar het verduurzamen van de kantorenmarkt is sturen op locatie. Amsterdam wil een klimaat neutrale stad, schone lucht en gaat verder dan de wettelijke eisen voor luchtkwaliteit. Het gemotoriseerde verkeer zorgt voor negatieve effecten op de lokale luchtkwaliteit. Door kantoren mogelijk te maken op locaties die goed bereikbaar zijn met het OV en fiets wordt het woon-werkverkeer met de auto tot het minimum beperkt. Dit is ook in het belang van de ondernemingen waarbij bereikbaarheid bepalend is voor het vestigingsklimaat. In veel gebiedsontwikkelingen speelt een bereikbaarheidsprobleem, waardoor nieuwe ontwikkelingen vertragen. Specifiek voor de kantoorlocaties, waar de auto vaak nog dominant is, komt dit door het ruime aanbod aan parkeerplaatsen en het forensenverkeer.

Gezamenlijk zullen gemeente, ontwikkelaars en kantoorgebruikers naar innovatieve mobiliteitsoplossingen moeten zoeken, met de inzet: Het aantal parkeerplaatsen te minimaliseren bij nieuwe ontwikkelingen of zelfs geen parkeerplekken meer te realiseren. Het parkeerbeleid geeft deze ruimte. Echter is voor ontwikkelaars en beleggers van kantoren het vaak wenselijk een bepaalde hoeveelheid parkeerplekken te realiseren, met name voor medewerkers uit de regio, waar geen goed OV-alternatief voor handen is; Bij een significant deel van de parkeervoorzieningen elektrische laadpunten te installeren of voor te bereiden op toekomstige installatie. Daarnaast wordt bij de nieuwbouw van kantoren voldoende (inpandige) parkeerplaatsen voor fiets en scooter geëist; Een gedragsverandering van de medewerkers te bewerkstelligen, waardoor meer van alternatieve modaliteiten gebruik wordt gemaakt; Het beperken van het aantal vervoersbewegingen van het goederenvervoer en de bevoorradingsroutes. Bereikbaarheid en specifiek het parkeerbeleid zijn bepalend voor het vestigingsklimaat. Tegelijkertijd hebben bereikbaarheid en parkeerbeleid een significant effect op de verduurzaming van de mobiliteit. Amsterdam werkt alleen mee aan kantoorontwikkeling die goed met het OV bereikbaar zijn en gaat met marktpartijen verkennen om kantoorgebouwen zonder parkeerplekken te realiseren.

Duurzaamheidsambities De gemeente zet voor kantoren in op duurzame energie, aardgasvrij, circulaire economie en afval. Daarnaast is ook klimaatadaptatie erg belangrijk. Het extremer wordende klimaat en de verdere verdichting van Amsterdam is een extra inspanning nodig om de stad leefbaar te houden. Voor steden zijn hittestress en extreme hoosbuien de meest in het oog springende veroorzakers van schade of overlast. Het is belangrijk om een klimaat-/regenbestendige stad te realiseren. Er zijn verschillende goed toe te passen maatregelen, onder andere de aanleg van ecogroen en integratie van oppervlaktewater. Denk verder ook aan natuur inclusief bouwen om de biodiversiteit van Amsterdam te vergroten. Het voorliggende bestemmingsplan maakt onder meer ruimte voor creatieve functies mogelijk. Dit als bestendiging van de functies die zijn toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan dat met voorliggend bestemmingsplan gedeeltelijk wordt vervangen. Het bestemmingsplan ziet derhalve niet toe op het toestaan van nieuwe functies.

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 27

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Beleidskader Bij nieuwe ontwikkelingen dient voldoende afstand in acht te worden genomen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige objecten (zoals woningen). Voor het bepalen van deze afstand wordt de VNG-brochure 'Berdrijven en milieuzonering' (2009) gebruikt. Deze publicatie geeft voor vele bedrijfstypen, opslagen- en installaties aan welke milieuaspecten (geur, stof, geluid en/of gevaar) een rol kunnen spelen en biedt een handreiking ten aanzien van welke gemiddelde afstanden tot hindergevoelige functies vanuit een goede ruimtelijke ordening passend zijn. In de VNG-publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In de onderstaande tabel zijn deze richtafstanden weergegeven. Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Tabel 6-: Richtafstanden per milieucategorie. Milieucategorie

Richtafstanden in 'rustige woonwijk'

Richtafstanden in 'gemengd gebied'

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

4

200 meter

100 meter

4.2

300 meter

200 meter

5

500-1.000 meter

300-700 meter

6

1.500 meter

1.000 meter

Beschouwing Het gebied van de planlocatie op het Cruquiuseiland is er sprake van een diversiteit aan functies.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Daarom is het plangebied het best te classificeren als omgevingstype 'gemengd gebied'. Als er sprake is van dit omgevingstype 'gemengd gebied' kunnen mildere richtafstanden worden gehanteerd. De richtafstanden van milieubelastende en milieugevoelige functies kunnen danmet één afstandsstap worden verlaagd zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat (behalve voor het aspect 'gevaar'). De geldende richtafstanden zijn in de bovenstaande tabel per bedrijfscategorie weergegeven. Tot voor kort was het op kavel 1.7, destijds ook wel bekend als 'locatie Steenkist' een handelsonderneming voor machines, gereedschappen, lastechnieken, veiligheidsartikelen en werkkleding gevestigd. In het huidige en vigerende bestemmingsplan 'Cruquius' zijn bedrijven tot en met milieucategorie 4.1 mogelijk. Voor deze categorie geldt in een gemengd gebied een hinderafstand van 100 meter ten opzichte van gevoelige objecten zoals woningen. Dit kan een belemmering vormen voor de omliggende woningbouwontwikkelingen. In dit voorliggende bestemmingsplan wordt het planologisch regime daarom aangepast, zodat de mogelijkheid voor het type te vestigen bedrijven wordt beperkt tot milieucategorie 2. De toegestane hinder- of richtafstand tussen de woningen en deze bedrijfskavel wordt aan de hand van dit regime verkleind van 100 meter naar 10 meter.

Hierdoor vormt het plangebied van kael 1.7 / deelgebied 9 geen risico meer voor de woningbouwontwikkelingen in de omliggende kavels. Over dit nieuwe regime heeft inmiddels afstemming plaatsgevonden tussen de gemeente en Amvest Development Real Estate B.V. Conclusie Het milieuaspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering in het kader van het voorliggende planvoornemen.

5.2

Verkeer en parkeren

Beleidskader In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet er sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Kencijfers CROW en Nota parkeernormen 2017 In het algemeen geldt dat gemeenten hun parkeernormen afleiden van de kencijfers die het CROW opgeeft. De gemeente Amsterdam heeft haar parkeernormen opgenomen in het vigerende beleid 'Nota parkeernormen 2017'. Deze nota gaat over auto parkeren in relatie tot de ruimtelijke stedelijke ontwikkelingen. Volgens de nota valt het gebied van kavel 1.7 betreft parkeren in zone B. Voor deze zone geldt dat ze een goed openbaar vervoer hebben, maar liggen verder van de intercitystations af. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximum parkeernorm ook een minimum parkeernorm te hanteren. De meest recente kencijfers van de CROW-publicatie zijn te vinden in de 'publicatie 381 toekomstbestendig parkeren'.

Binnen de kencijfers van het CROW wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en ligging ten opzichte van een centrumgebied. Beschouwing Locatie en ontwikkeling plangebied

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 29

Het beoogde plangebied is gelegen op het Cruquiuseiland, gelegen in het oosten van Amsterdam. Op dit braakliggende terrein wordt de invulling van een bedrijf mogelijk gemaakt met een maximaal bruto vloeroppervlak van 650 m2. Zoals reeds is aangenomen kan de planlocatie volgens het CROW als volgt worden samengevat: Gelegen binnen een 'sterk stedelijk' klimaat; Ligging ten opzichte van Amsterdam is 'schil centrum'. In de onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarin te zien is dat de kavel binnen een B-locatie van de gemeente Amsterdam is gesitueerd. Een locatie die zich kenmerkt aan de hand van een goede openbaar vervoersverbinding maar met een grotere afstand tot een intercitystation.

Afbeelding 5-1: kaart gebiedsindeling verkeer Amsterdam B-locatie De B-locaties (op het kaartje grijs) hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm te hanteren. Zo bevindt zich de dichtstbijzijnde ov-halte op 8 minuten loopafstand (op circa 700 meter). Het betreft de bushalte aan de Veelaan. Iedere paar minuten vertrekt er vanaf deze locatie een bus. Het gaat om de buslijnen 22 (Station Sloterdijk - Muiderpoort station) en 65 (KNSM-eiland - Station-Zuid) in diverse richtingen. Tevens is op deze locatie ook een nachtbus voorzien. Het gaat om de N89 die rijdt tussen IJburg en het Centraal Station. Zoals in deze alinea is aangenomen valt de kavel binnen de volgende Gemeente Amsterdam

blz. 30

locatie-omschrijving: Een B-locatie. Voor het opstellen van een parkeerbalans voor kavel 1.7 geldt dat sprake is van een B-locatie met CROW kenmerken 'schil centrum' en stedelijkheidsgraad 'sterk stedelijk'. Voorzieningen Zoals in het beleidskader staat omschreven hanteert de gemeente Amsterdam de Nota Parkeernormen Auto welke is vastgesteld op 8 juni 2017. De gemeente Amsterdam hanteert in deze Nota voor het bepalen van de parkeernormen verschillende categorieën, namelijk: Wonen. Kantoren. Voorzieningen. De bestemming die geldt op de voorliggende bestemmingsplanherziening is 'Bedrijf'. Deze functie valt binnen de Nota het best te omschrijven als 'voorzieningen'. De categorie voorzieningen is een zeer diverse categorie. In de Nota omvat deze categorie alles wat geen woning of kantoor is. Het kan hierbij gaan om commerciële functies van gebouwen zoals hotels, bedrijven en ziekenhuizen. Naast de commerciële functies vallen ook maatschappelijke functies onder deze noemer. Bepalen van de parkeernorm van voorzieningen Voor deze categorie gold in het oude beleid dat de gemeente de parkeervraag berekende aan de hand van de CROW-kencijfers waarbij 25% korting wordt toegepast op de daaraan gekoppelde minimumnorm. Ook in het geactualiseerde beleid zijn de kencijfers van het CROW uitgangspunt bij het bepalen van de parkeerbehoefte voor voorzieningen.

Deze kencijfers worden, samen met de gegevens over de verkeersgeneratie en specifieke functies, gebruikt om tot een parkeernorm te komen. Bij de toetsing aan de hand van de kencijfers wordt gebieds- en functiespecifiek gekeken of de parkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost, of dat de parkeervraag op straat mogelijk is. Bij opvang van de parkeervraag op straat, wordt aanvullend beoordeeld of de werknemers van de betreffende voorziening in aanmerking komen voor een parkeervergunning of niet. Binnen het CROW zijn diverse bedrijfsfuncties te onderscheiden. In dit voorbeeld is uitgegaan van de kencijfers van een voorzieningen. Gezien de bestemming bedrijf op deze kavel komt de omschrijving het dichtst in de buurt. Op basis van de Nota Parkeernormen Auto gemeente Amsterdam kan voor de categorie voorzieningen de parkeervraag worden bepaald aan de hand van de CROW-kencijfers waarbij 25% korting wordt toegepast op de daaraan gekoppelde minimumnorm (0,6 parkeerplaatsen per 100 m2). Met een maximaal bruto vloeroppervlak van 650 m2 komt dit neer op een parkeernorm van 3,9 parkeerplaatsen. Hiermee komt te totale parkeervraag op een totaal aantal van 4 voor de kavel 1.7.

Kleine projecten In paragraaf 5 van de parkeernormen in de gemeentelijke Nota staat opgenomen dat bij kleine projecten waarbij de minimumnorm op 4 parkeerplaatsen of lager uitkomt, er een standaard vrijstelling geldt van de parkeernorm. Per project zal bepaald worden of de nieuwbouw wordt uitgesloten van parkeervergunningverlening. Hierbij zal de parkeerdruk op het maatgevend moment en de beschikbare openbare ruimte bepalend zijn. Verkeersveiligheid speelt ook een rol

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 31

Ook verkeersveiligheid speelt een belangrijke rol in de gemeentelijke parkeernota. Het realiseren van de toegang tot een klein te realiseren parkeerruimte leidt vaak tot ruimtelijk ongewenste oplossingen. In sommige situaties kan de verkeersveiligheid in het geding komen. Het is van belang om goede zichtlijnen op de weg te waarborgen en voldoende ruimte te behouden voor zowel parkeerplekken als draaimogelijkheden. In sommige situaties is het fysiek onmogelijk of onwenselijk om parkeerplaatsen te realiseren. De kavel van het voorliggende plan is niet erg groot waarbij het realiseren van parkeerplekken ruimtelijk tot ongewenste situaties kan leiden. Conclusie De voorliggende bestemmingsplanherziening maakt een dermate kleine ontwikkeling mogelijk, dat vanuit de gemeentelijke parkeernota een vrijstelling geldt voor het realiseren van parkeerplaatsen. Ook kan het realiseren van parkeerruimte op een kleine kavel als deze ruimtelijk tot ongewenste situaties leiden. Daarnaast is de kavel gelegen in een gebied welke beschikt over goede openbaar vervoersverbindingen.

5.3

Luchtkwaliteit

Beleidskader Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een bestemmingsplan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als het bestemmingsplan niet leidt tot een overschrijding of een verdere overschrijding van de norm.

Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: Aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of; Aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of; Aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of; Het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Gemeente Amsterdam

blz. 32

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden. Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden, ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

Beschouwing Niet In Betekenende Mate Het begrip NIBM speelt een belangrijke rol in de regelgeving voor luchtkwaliteit en is uitgewerkt in het Besluit 'Niet in betekende mate' bijdragen en de Regeling 'Niet in betekende mate' bijdragen. Projecten die 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreinigingen, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen (in de vorm van grenswaarden). In de regeling NIBM is een aantal activiteiten, zoals projecten tot 1.500 woningen met één ontsluitingsweg (3.000 met twee ontsluitingswegen), tot 100.000 m2 kantooroppervlakte met één ontsluitingsweg (200.000 m2 met twee ontsluitingswegen) en intensieve veehouderijen (afhankelijk van het aantal dieren), bij voorbaat aangemerkt als niet in betekenende mate. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de realisatie van de functie 'Bedrijf', met een bruto vloeroppervlak van 650 m2, mogelijk. Binnen deze functieaanduiding worden behalve bedrijf ook ondersgeschikte detailhandel en creatieve functies mogelijk gemaakt. Omdat een dergelijke ontwikkeling in de lijst uit de Regeling NIBM is opgenomen, mag hier worden volstaan met de aanname dat de ontwikkeling van geringe omvang is en dat de bijdrage aan luchtverontreiniging niet in betekende mate is. Een nadere motivering aan de hand van onderzoek is daarom niet vereist.

Toelichting op basis van het planvoornemen Het bestemmingsplan is puur op beheer gericht, namelijk het verlagen van de milieucategorie en het laten vervallen de gebiedsaanduiding 'industrieterrein'. Dit staat geen nieuwe ontwikkelingen toe die kunnen leiden tot (verdere) overschrijding van normen. Er is met de komst van dit planologisch regime minder zware bedrijvigheid toegestaan wat de luchtkwaliteit enkel ten goede komt. Het bestemmingsplan is daarom in overeenstemming met de Wet milieubeheer. Gezien het conserverende karakter van dit bestemmingsplan is er geen aanleiding vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening om maatregelen te treffen om de luchtkwaliteit in dit kader te verbeteren. Conclusie

bestemmingsplan_Cruquius deelgebied 9 - Kavel 1.7 (vastgesteld)

blz. 33

Er zijn ten aanzien van het bestemmingsplan geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit.

5.4

Geluidhinder

Beleidskader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidsniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Wegverk eerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) artikel 74 hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402415/1