CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting Buiksloterham 9e partiële herziening

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Buiksloterham 9e partiele herziening’ (VN2024-018135)20.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

blz. 51

Grondwaterneutrale kelders Amsterdam. Om die reden zijn de regels hiervan overgenomen in voorliggende plan herziening. Deze zijn opgenomen in artikel 3 Groen omdat de regels in deze bestemming het bouwen van gebouwen mogelijk maakt (namelijk voor de evt. nutsvoorzieningen) en een kelder is te beschouwen als een bouwlaag bij een alleen mogelijk is bij een gebouw. De regels zijn opgenomen in artikelen 3.2.3 en 3.3.1 De daarin gebruikte begrippen zijn overgenomen in de begripsomschrijving van artikel 2. Gebruik horeca Op de gronden aangewezen met de bestemmingen Groen en Water -1, -3, is een verkooppunt horeca toegestaan in de vorm van Horeca I, III en IV. Onder deze vormen van horeca zijn respectievelijk fastfood, cafés en restaurant toegestaan. Deze vormen van horeca waren al toegestaan onder het bestemmingsplan uit 2009, en worden overgenomen in voorliggend plan, met de beperking dat de vorm van horeca alleen kan worden uitgeoefend in de vorm van een staanplaats ambulante handel buiten de markt. Hiermee wordt het gebruik uit het oude bestemmingsplan van 2009 op nagenoeg de gelijke locatie als voorliggend plangebied, voortgezet. Aangezien deze horecafunctie nog niet onder het oude plan is gerealiseerd en het nog onzeker is of en waar we gebouwde voorzieningen in het IJ-oeverpark willen toestaan, is in voorliggende herziening alleen kleinschalige mobiele horeca toegestaan.

Daaronder dient te worden verstaan horeca voorzover niet gevestigd in een gebouw. Een dergelijk verkooppunt bij de aanlandingspunt van de pont over het IJ (meer in het bijzonder aan het eind van de Distelweg, hoek Grasweg) waar veel verkeer langskomt, is geschikt om een kleinschalige vorm van ambulante handel toe te staan. Een dergelijke locatie is volgens het Ruimtelijk-economisch kader aan te merken als een trafficlocatie. De verkooplocatie ambulante handel is in voorliggende herziening van het bestemmingsplan beperkt in omvang (namelijk oppervlak van 3 bij 4,5 meter) en aantal (namelijk de aanwezigheid van één verkooppunt is hier toegestaan) om te voorkomen dat een dergelijk verkooppunt als een wijkvoorziening kan worden aangemerkt. De daadwerkelijke invulling van de verkoop voor dranken en spijzen wordt dan nader gereguleerd via de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. Met deze regeling wordt beoogd dat passanten voor de pont en/of bezoekers van het park ook wat te drinken en een versnapering kunnen halen.

Dit horecagebruik in de vorm van staanplaats ambulante handel buiten de markt is als volgt opgenomen in de regels: In de definities van artikel 2 is bepaald dat onder ambulante handel wordt verstaan straathandel, uitgeoefend op een markt of op een staan- of ligplaats ambulante handel buiten de markt, niet zijnde venten. Deze omschrijving bevat zelf ook een aantal begrippen die in artikel 2 worden omschreven. Onder een markt wordt verstaan een markt, bedoeld in de Marktverordening. Daarin is bepaald dat het gaat om een door het college aangewezen gedeelte van de openbare weg bestemd voor het uitoefenen van de markthandel door ten minste zeven vergunninghouders. Onder een staan- of ligplaats ambulante handel wordt verstaan een plaats op of aan de openbare weg of het openbaar water buiten een markt, waarop de ambulante handel wordt uitgeoefend. Onder venten wordt verstaan venten, bedoeld in de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten. Daarin is bepaald dat het gaat om het uitoefenen van de ambulante handel, anders dan op een markt-, staan- of ligplaats, waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van klanten nodig is. Onder een staan- of ligplaats ambulante handel wordt verstaan een plaats op of aan de openbare weg of het openbaar water buiten een markt, waarop de ambulante handel wordt uitgeoefend.

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Handel vanuit een kiosk wordt niet gezien als ambulante handel, maar als detailhandel. Met de bepalingen is aangesloten bij de 'Marktverordening' en de 'Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten'. Venten wordt niet in dit onderdeel geregeld, en ook elders wordt dit niet geregeld in het Omgevingsplan Amsterdam, omdat venten de fysieke leefomgeving niet wijzigt. Voor venten is wel een vergunning op grond van de 'Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten' verplicht. Vrijwaringszone-Radar Het bouwen van bouwwerken is in het gehele plangebied en dus ook in de bestemming Groen beperkt toegestaan. In het gehele plangebied is ook de ook de aanduiding Vrijwaringszone-radar aangewezen. Deze aanduiding is op de verbeelding aangegeven en de regels die hiermee verband houden zijn opgenomen in artikel 5.1. Kort gezegd zijn alleen bouwwerken tot maximaal 1 meter bij recht toegestaan. Voor hogere bouwwerken is een vergunning en een adviesverplichting voorgeschreven van de beheerder van de walradar (Rijkswaterstaat). Voor een nadere toelichting van de vrijwaringszone wordt verwezen naar paragraaf 4.3 Walradar scheepvaartverkeer kop Johan van Hasseltkanaal van deze toelichting. Regeling begrenzing stikstofemissie In zowel artikel 3.4 b. als artikel 4.3 onder e.

van de regels bij de bestemmingen is een regeling opgenomen teneinde te borgen dat tijdens de bouwfase niet meer stikstof wordt uitgestoten op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. Als onder deze drempels wordt gebleven zijn negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura-2000-gebieden uitgesloten. Uit nader onderzoek blijkt dat dit het geval zal zijn indien de drempels van 157,7 kg/j NOx per jaar respectievelijk 2,3 kg/j NH3 per jaar wordt overschreden. Daarbij is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om van de drempels van 157,7 kg/j NOx per jaar respectievelijk 2,3 kg/j NH3 per jaar af te wijken indien blijkt uit een actuele berekening van de AERIUS berekening Calculator dat bij een hogere emissie van NOx danwel NH3 de kritische depositiewaarden van omliggende Natura 2000 gebieden niet wordt overschreden. Zie hiervoor artikelen 3.5 respectievelijk 4.4 van de planregels. Onder AERIUS Calculator dient te worden verstaan: rekeninstrument voor de vaststelling van de omvang van stikstofdepositie op een voor stikstof gevoelige habitat in een Natura 2000-gebied, beschikbaar op www.aerius.nl. Deze definitie is overgenomen uit de Regeling natuurbescherming (zie artikel 1.1 aanhef en onder eerste liggend streepje van de Regeling natuurbescherming). In de regeling wordt ook verwezen naar Natura 2000 gebieden.

Een definitie van Natura 2000 en Natura 2000-gebied is opgenomen in de begrippen (zie artikelen 2.31 en 2.32. Deze definities zijn overgenomen uit de Wet natuurbescherming (artikel 1.1 aanhef en onder 1). In de definities wordt ook verwezen naar de Habitatrichtlijn, waarvan de definitie uit de Wet natuurbescherming ook is overgenomen in voorliggend plan (zie artikel 2.23). In het artikel wordt melding gemaakt van een 'kritische depositiewaarde'. Daaronder moet in het algemeen worden verstaan "de hoeveelheid depositie die een intact ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan de structuur of het functioneren van dat systeem'. Aangetaste ecosystemen zijn meestal gevoeliger en negatieve effecten nemen toe naarmate de kritische depositiewaarde langer wordt overschreden. De buffercapaciteit van de bodem tegen verzuring neemt geleidelijk af en zorgt voor een gebrek aan mineralen in het systeem, bijvoorbeeld het kalkgebrek waar broedvogels onder lijden. Door de hoge beschikbaarheid van stikstof worden plantensoorten verdrongen door snelgroeiende soorten, verandert het bodemleven, en verdwijnen diersoorten die bestemmingsplan_Buiksloterham 9e partiële herziening (vastgesteld)

blz. 53

afhankelijk zijn van de verdrongen planten, waarbij verwezen wordt naar https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=28367, 2 november 2021 (bron: https://anw.ivdnt.org/article/kritische%20depositiewaarde). Een algemene definitie van dit begrip ontbreekt maar aangezien deskundigheid wordt verondersteld met een uitvoeren van een berekening op grond van een AERIUS Calculator wordt het niet noodzakelijk geacht om daarvan een definitiebepaling op te nemen in voorliggend bestemmingsplan. Aanleiding voor deze regeling is de Actualisatie AERIUS berekening stikstofdepostie land maken Distelweg te Amsterdam, d.d. november 2024 (zie bijlage 4 Actualisatie AERIUS berekening bij deze toelichting). Daaruit blijkt dat indien de bouw en aanlegactiviteiten een emissie heeft zoals aangegeven in de regels (nl 157,7 kg/j NOx per jaar respectievelijk 2,3 kg/j NH3 per jaar) er in ieder geval een toename zal zijn van 0,00 mol N/ha/jaar op omliggende Natura 2000 gebieden. Door opname van deze regels is volgens het bestemmingsplan geen stikstofdepositie voorzien op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden en zijn negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden uitgesloten.

In de regels is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het geval uit een actuele AERIUS berekening blijkt dat een hogere emissie de kritische depositiewaarde van nabijgelegen Natura 2000 gebieden niet wordt overschreden. Dit komt dan tegemoet voor het geval in de toekomst de natuurgebieden herstellen of zodanig verbeteren dat de noodzaak van het hanteren van de genoemde drempelwaarden in de artikelen niet meer aanwezig is. Het karakter van deze bepaling is een voorwaardelijke verplichting: pas indien voldaan is aan de voorwaarden uit de bepaling kan de omgevingsvergunning worden verleend. Op die manier is geborgd dat het project dat het bestemmingsplan mogelijk maakt ook realiseerbaar/uitvoerbaar is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een vergelijkbare regeling akkoord bevonden in zijn uitspraak van 19 mei 2021 (nummer 201804031/4/R1, ECLI:NL:RVS:2021:1054, waarvoor verwezen wordt naar rechtsoverweging 16). Bestemming Water -1 en -3 In artikel 4 is de bestemming Water -1, -3 opgenomen. Dit artikel is overgenomen uit bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009 en aangepast voor zover relevant in dit plangebied. De regels die betrekking hebben op andere gedeelten in Buiksloterham zijn hieruit 'gefilterd'. Op die manier is beoogd dat direct leesbaar is welke bepalingen van toepassing zijn. Het gedeelte Water-1 heeft betrekking op het open IJ.

Het gedeelte met de bestemming Water -3 heeft voornamelijk betrekking op het gedeelte van de pontaanlanding. Binnen deze laatst genoemde bestemming zijn ook groenvoorzieningen en wegen toegestaan. Dit is overgenomen uit het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. De mogelijkheid voor horeca binnen de bestemming Water-3 komt in de vorm van beperkte kleinschalige mobiele horeca terug in voorliggende herziening. De regeling is hierboven nader toegelicht in deze paragraaf onder de kop Gebruik horeca. De bouwregels in deze bestemming zijn overgenomen uit het moederplan. Zo is de maximum bouwhoogte voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 meter, en is de aanleg van steigers alleen toegestaan tot maximaal 5 meter na advies van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied. Zoals hierboven bij de toelichting van de bestemming artikel 3 Groen is aangegeven is ook in de bestemming Water -1, -3 een speciale regeling opgenomen voor het eventuele verplaatsen van het kunstwerk De Knoop. Mogelijk dat deze een locatie krijgt aan de oever van het nieuwe land in het IJ. Deze gronden zijn om die reden aangewezen met de aanduiding 'specifieke vorm van water-1'. Net als in de bestemming Groen is ook in de bestemming Water -1, -3 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om deze aanduiding aan te passen danwel te verwijderen als het kunstwerk een nieuwe locatie heeft

Gemeente Amsterdam

blz. 54

gekregen. In artikel 5 Algemene aanduidingsregels van hoofdstuk 4 zijn de algemene aanduidingsregels opgenomen. Dit zijn de vrijwaringszone – radar en de geluidszone- industrie-1. Deze laatste wordt overgenomen uit het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. De vrijwaringszone - radar is opgenomen vanwege de aanwezigheid van een Walradar in het IJ in het noordwestelijk gedeelte van het plangebied. Deze walradar is ten behoeve van het scheepsvaartverkeer. De aanwezigheid van de radar en de samenhangende beschermende regeling ten behoeve van deze walradar is nader toegelicht in paragraaf 4.3 van deze toelichting. De nabijheid van bouwwerken kan van invloed zijn op de werking van deze radar. Om die reden is de aanduiding opgenomen. In de regels is opgenomen dat er slechts kleine bouwwerken zijn toegestaan tot maximaal 1 meter hoog (zie artikel 5.1.2). Bouwwerken van hogere bouwhoogten zijn mogelijk mits voorzien van een voorafgaand advies van de beheerder van de walradar (Rijkswaterstaat). De adviesverplichting en de bevoegdheid om hogere bouwwerken toe te staan is opgenomen in artikel 5.1.3. Het advies van Rijkswaterstaat heeft betrekking op de invloed van het bouwplan op de werking van de walradar. Regeling verhogen gevelrand In hoofdstuk 4 Algemene regels is een extra afwijkingsbevoegdheid opgenomen om dakinstallaties aan het zicht te onttrekken.

Dit om tot een betere architectonische en stedenbouwkundige inpassing van dakinstallaties op het dak te komen. Een dergelijke regeling ontbreekt op dit moment in het bestemmingsplan Buiksloterham. Op basis van de regeling als opgenomen in artikel 6 Algemene afwijkingsregels van de planregels wordt het mogelijk om de maximum bouwhoogte te overschrijden met maximaal 3 meter voor het verhogen van het gevelrand van het dak in de gevellijn van het gebouw om installaties op het dak te onttrekken aan het zicht vanaf straatniveau. Daarnaast geeft deze afwijkingsbevoegdheid de mogelijkheid om ingeval door het toepassen van deze afwijkingsbevoegdheid de maximum bouwhoogte hoger wordt dan 30 meter, de aanvrager vrijgesteld kan worden van de verplichting uit artikel 4.2 onder t, ,van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham, om bij de aanvraag een rapport te overleggen waaruit de gevolgen van het gebouw op het gebied van windhinder en bezonning blijken. Dat is mogelijk ingeval het aannemelijk is dat deze extra verhoging van de gevelrand, gezien de feitelijke situatie ter plaatse, niet leidt tot onevenredige schaduw- of windhinder op de omliggende percelen en gebouwen.

Anders dan de overige bepalingen in voorliggend bestemmingsplan, zal deze regeling worden toegevoegd aan het moederplan Buiksloterham en geldt de regeling voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan Buiksloterham. In Hoofstuk 5 Toepassingsbereik en slotregel staan de toepassingsbereik en slotregel. In artikel 7 is het toepassingsbereik van voorliggend plan aangegeven. Dit artikel geeft daarbij als slot aan dat voorliggende herziening alleen betrekking heeft op het plangebied van deze herziening. Hiervan is uitgezonderd de regeling van artikel 6 van de planregels op grond waarvan kan worden afgeweken van de maximum bouwhoogte om de de gevelrand te verhogen met maximaal 3 meter teneinde de installaties op het dak te onttrekken aan het zicht vanaf straatniveau. Voornoemde afwijkingsbevoegdheid geldt voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan Buiksloterham. De overige regels en verbeelding gelden alleen voor het grondgebied als aangegeven op de verbeelding van voorliggende herziening. In artikel 7 is verder aangegeven is dat bepaalde onderdelen uit het bestemmingsplan Buiksloterham (moederplan) wel gelden voor voorliggende herziening.

Daarbij moet worden gedacht aan artikel 2 wijze van meten, de bepalingen uit hoofdstuk 3 Algemene regels (artikelen 9 tot en met 14) en de overgangsbepalingen uit hoofdstuk 4 van de regels van het bestemmingsplan Buiksloterham uit 2009. In artikel 8 van voorliggende herziening is opgenomen op welke wijze de regels van voorliggende

bestemmingsplan_Buiksloterham 9e partiële herziening (vastgesteld)

blz. 55

herziening kunnen worden geciteerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

bestemmingsplan_Buiksloterham 9e partiële herziening (vastgesteld)

blz. 57

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient in beginsel een exploitatieplan te worden opgesteld. De gemeente Amsterdam is in dit geval volledig eigenaar van de gronden, waarmee het kostenverhaal reeds anderszins is verzekerd in de zin van de Wro. Het opstellen van een exploitatieplan behorende bij deze 9e partiële herziening is om die reden niet vereist. Voor de realisatie van de landaanwinning is een voorziening opgenomen in de grondexploitatie Buiksloterham. Vastgesteld kan worden dat er sprake is van een economisch-financieel uitvoerbaar plan. Planschade Uit de planologische vergelijking van de oude en nieuwe situatie blijkt dat er geen planologische nadelige effecten zijn op grond waarvan planschade zou kunnen ontstaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 58

bestemmingsplan_Buiksloterham 9e partiële herziening (vastgesteld)

blz. 59

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)

Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro op 27 oktober 2022 toegezonden aan Waternet, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Rijkswaterstaat West Nederland Noord, en de provincie Noord-Holland. De provincie Noord-Holland heeft per mail van 8 november 2022 aangegeven geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Van de overige overlegpartners is geen vooroverlegreactie gedurende de daarvoor gestelde termijn ontvangen. Aangezien naderhand is gebleken dat het voorontwerp van het bestemmingsplan per abuis niet aan de Brandweer is gestuurd, is dit op 6 juli 2023 alsnog gedaan. In het advies van 14 juli 2023 (verzonden 17 juli 2023) heeft de Brandweer aangegeven geen opmerkingen ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan te hebben, waarbij verwezen wordt naar het onderzoek (externe veiligheid) dat eerder in het kader van het Herijkingsbesluit Buiksloterham is verricht.

7.2

Ontwerp bestemmingsplan

Van 10 augustus 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan, gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Na afloop van deze termijn, te weten op 5 december 2023, heeft Rijkswaterstaat een zienswijze ingediend. In bijlage 16 Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen wordt de zienswijze van Rijkswaterstaat samengevat en beantwoord. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van de regels of de verbeelding van het bestemmingsplan. Wel is naar aanleiding van de zienswijze de toelichting op onderdelen aangepast. Voor meer details wordt verwezen naar bijlage 16 Nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.

7.3

Participatie

Participatie met bewoners, ondernemers en ontwikkelaars heeft plaats gehad in het kader van de Herijking van de Investeringsnota (HIB). Het voorliggend bestemmingsplan is een juridische vertaling van de uitgangspunten die in de HIB zijn vastgelegd. Er zijn diverse bijeenkomsten georganiseerd waarbij de plannen zijn toegelicht en stakeholders de kans hebben gehad en genomen om zorgen, kansen, ideeën naar voren te brengen. Naar aanleiding van deze bijeenkomsten zijn de plannen op onderdelen aangepast en de aangepaste plannen zijn weer met de stakeholders besproken tijdens terugkoppelavonden. Vervolgens zijn er sinds februari 2019 iedere eerste dinsdag van de maand inloopavonden georganiseerd in het kader van relatiebeheer en belangenmanagement. Op 3 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met vrijgave voor inspraak van het concept investeringsnota Buiksloterham 2019. De inspraakperiode duurde van 11 december 2019 t/m 4 februari 2020. Als onderdeel van de inspraakprocedure is er op 7 januari 2020 een inspraakavond georganiseerd in de vorm van een vrije inloop met informatiepanelen over de verschillende thema's binnen de investeringsnota. Circa 250 belangstellenden kwamen op deze avond af. In acht weken tijd zijn in totaal 86 inspraakreacties ingediend die ca. 290 keer zijn ondertekend.

Bewoners, omwonenden uit omliggende buurten, bedrijven, erfpachters, ontwikkelaars en corporaties hebben gebruik gemaakt van hun inspraakrecht. Door de grote diversiteit aan insprekers en belangen liepen de inspraakreacties uiteen en waren vaak tegenstrijdig. Toch kan gesteld worden dat veel insprekers zich bekommeren om de leefbaarheid van Buiksloterham. Gemeente Amsterdam

blz. 60

Dit uitte zich in zorgen over de hoeveelheid groen, dichtheden en het aantal woningen, het percentage productieve bedrijfsruimte in relatie tot levendige plinten en beschikbare openbare ruimte, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en voorzieningen. Andere inspraakreacties gingen over ondernemen in het gebied, ontwikkelkaders en over de manier waarop de gemeente de plannen maakt. Alle inspraakreacties op de HIB zijn gevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording Buiksloterham. Omdat de inhoud van deze 9e partiële herziening niet op significante onderdelen afwijkt van de HIB wordt er in het kader van het bestemmingsplan zelf niet integraal geparticipeerd. Daar waar relevant is de inhoud van het plan wel vooraf afgestemd met stakeholders binnen het plangebied.

bestemmingsplan_Buiksloterham 9e partiële herziening (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070498/1