CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting Bp Hoogte Kadijk 145B.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B (ZD2021-017150)34.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De opbouw van de bestemmingsregels is, overeenkomstig de landelijk voorgeschreven Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, als volgt: bestemmingsomschrijving, bouwregels, nadere eisen, afwijken van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijken van de gebruiksregels en wijzigingsbevoegdheid. Op de verbeelding komt een aantal functieaanduidingen voor. Daarnaar wordt in de regels verwezen, opdat de aanduiding bindend is. Het gaat hier om (1) de aanduiding 'jachthaven', hetgeen betekent dat een jachthaven uitsluitend is toegestaan daar waar op de verbeelding deze aanduiding voorkomt en (2) de aanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad', welke is toegepast op de zone van het water buiten de jachthaven. Deze aanduiding regelt dat ter plaatse van de aangeduide gronden ook het gebruik als werkvoorraad is toegestaan, mits aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. Naast de functieaanduiding is ook een drietal bouwaanduidingen op de verbeelding opgenomen. Het gaat om de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1', de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' en de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 3' . De eerste bouwaanduiding regelt dat het werfgebouw pas mag worden gebouwd vanaf een hoogte van 4,5 meter, met uitzondering van in totaal 50 m² aan ondersteuningconstructies en trappen- en lifthuizen.

Ook regelt de aanduiding dat voor bepaalde onderdelen een hogere bouwhoogte is toegestaan, zoals een liftopbouw en zonnepanelen. De tweede bouwaanduiding is opgenomen ter plaatse van het voorhuis en regelt eveneens dat voor bepaalde onderdelen een hogere bouwhoogte is toegestaan. De derde bouwaanduiding heeft betrekking op de overbouwing van de kop van het werfgebouw boven het water ter plaatse van de hellingbaan. Tenslotte kent het bestemmingsplan een tweetal algemene gebiedsaanduidingen. De gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' is overgenomen uit het paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' en regelt dat er geen kelders mogen worden gerealiseerd, tenzij toepassing wordt gegeven aan een afwijkingsbevoegdheid (en er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden). De gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' legt vast dat het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van het nabijgelegen industrieterrein 'Kadijken', net als een groot deel van de Kadijken en een klein deel

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 83

van de Oostelijke Eilanden. Binnen de geluidszone mag het nabijgelegen industrieterrein 'Kadijken' een bepaald niveau geluid produceren. De regels die bij deze algemene gebiedsaanduiding behoren zijn vastgelegd in artikel 13.

7.4

De bestemmingen

7.4.1

Gemengd - 145 B

Het perceel waar de beoogde herontwikkeling is voorzien heeft de bestemming Gemengd - 145B. Het benutten van woonruimten ten behoeve van bewoning is op alle verdiepingen toegestaan. Ook bedrijven zijn toegestaan maar alleen in de eerste bouwlaag (dan wel op de bijbehorende erven). Ten aanzien van het benutten van woonruimten voor bewoning wordt nader ingegaan op verkamering, bed & breakfast en short stay. Verkamering en bed & breakfast Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast. Sturen op de samenstelling van de woonruimtevoorraad is primair van belang omdat het woningaanbod dient aan te sluiten op de vraag en behoefte van huishoudens van verschillende samenstellingen aan woonruimte. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens.

De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard een meer of minder intense ruimtelijke uitstraling. Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik. Wanneer de rechthebbende een zelfstandige woonruimte verkamerd wil verhuren (ook wel omzetting genoemd), of in de woonruimte een bed & breakfast wil exploiteren, dan is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 een omzettingsvergunning nodig voor verkamering respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast nodig. Wanneer verlening van de gevraagde vergunning, die een wijziging in de woonruimtevoorraad teweeg brengt, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders leidt tot een aantasting van de leefbaarheid ter plaatse, bijvoorbeeld omdat de concentratie van verkamerde woningen ter plaatse te groot wordt geoordeeld, kan de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning om die reden worden geweigerd. Datzelfde kan zich voordoen bij een concentratie van bed & breakfast exploitatie. Met ingang van 1 april 2020 is op grond van de Huisvestingsverordening 2020 voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast een quotumstelsel gaan gelden.

Dit betekent dat er verdeeld over 99 wijken in de stad is vastgesteld hoeveel omzettingsvergunningen voor kamergewijze verhuur alsmede hoeveel onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast er maximaal kunnen worden verleend. Bij het bepalen van die quota is de aanvaardbaarheid voor het woon- en leefklimaat betrokken. In geval van omzetting (verkamering) zijn naast het maximale aantal te verlenen vergunningen in het Huisvestingsbeleid stringente regels vastgelegd die toezien op een nadere spreiding van verkamerde verhuur binnen buurten en wijken, en te grote concentraties binnen een buurt of wijk worden voorkomen. Ook geldt de eis dat een kamer niet door meer dan één volwassene mag worden bewoond. Het samenstel van voorwaarden vormen een nadere borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De afdeling Verkeer en Openbare ruimte van de gemeente heeft beoordeeld dat bij deze regeling geen Gemeente Amsterdam

blz. 84

sprake zal zijn van zodanige toename van de parkeerdruk of behoefte aan fietsparkeerplekken dat dit vanuit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar zou zijn. Het exploiteren van een bed & breakfast, waarvoor een onttrekkingsvergunning noodzakelijk is, kan overlast, drukte, afvalproblematiek en lokale overheersing van toeristenwinkels binnen het winkelaanbod met zich meebrengen. Omwonenden van een bed & breakfast worden het hele jaar door geconfronteerd met arriverende en vertrekkende gasten (rolkoffers) en mogelijk overlast van toeristen in hun directe woonomgeving vanwege een ander dag-nachtritme. Met de wijkquota is nadrukkelijk ook een ruimtelijke sturing beoogd over de 99 wijken in de stad en niet alleen de bescherming van de woningvoorraad. De onttrekkingsvergunningen ten behoeve van bed & breakfast zullen voor maximaal acht jaar worden afgegeven. De wijkquota zorgen ervoor dat de extra druk die van omzetting van een zelfstandige naar meerdere onzelfstandige woonruimten (verkamering) alsmede gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast uitgaat op het woon- en leefklimaat niet onevenredig zal zijn. Aldus beschermt het in de huisvestingsregels vastgelegde afwegingskader voor omzetting en onttrekking ten behoeve van bed & breakfast het belang van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voldoende. Een nadere ruimtelijke afweging voegt hieraan niets toe.

De regels over woonruimtevoorraad als vastgelegd in de Huisvestingsverordening 2020 hebben betrekking op de bestaande woonruimtevoorraad. Wanneer in geval van nieuwbouw of transformatie direct voor kamerverhuur wordt opgericht of woonruimte wordt vergund en gerealiseerd met het oog op exploitatie als bed & breakfast, is dit toegestaan zonder omzettings- respectievelijk onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast. In dat geval worden de ontwikkelingen niet in mindering gebracht op de op basis van de Huisvestingsverordening vastgelegde wijkquota. Hierdoor neemt de grip op de samenstelling van de woonruimtevoorraad en sturing op leefbaarheid af. Door in de regels van het bestemmingsplan alleen de zelfstandige woonruimte als rechtstreeks recht toe te staan, wordt dit tegengegaan. Realiseren van onzelfstandige woonruimte en woonruimte met faciliteiten voor bed & breakfast zijn geen directe rechten. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan niet worden gebruikt gelijktijdig met een omgevingsvergunning om een woongebouw op te richten of een gebouw te transformeren naar woonruimte. Dat volgt uit de voorwaarde dat de vergunningen slechts worden verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of verordening is verleend. Dit impliceert immers dat een dergelijke vergunning is vereist.

Die vergunning is niet vereist, wanneer reeds eerder de juridisch-planologische toestemming voor een andere gebruik van de woning dan als zelfstandige woonruimte bestond. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid kan daarom uitsluitend worden ingezet nadat eerst een zelfstandige woonruimte is opgericht. Na oprichting behoort de woonruimte tot de bestaande voorraad. Wanneer de wens bestaat deze verkamerd te verhuren of een bed & breakfast te gaan exploiteren, is vervolgens een vergunning op grond van de Huisvestingwet en/of -verordening nodig. Deze vergunning wordt verleend als aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan, waaronder een toets aan het beschikbare quotum. De ontwikkeling wordt op het quotum in mindering gebracht. Het woon- en leefklimaat is als hierboven uiteengezet in dit afwegingskader voldoende geborgd. De omgevingsvergunning voor afwijken kan daarom volgen op de omzettingsvergunning of onttrekkingsvergunning ten behoeve van bed & breakfast. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voorziet er tevens is dat de afwijkvergunning en de onttrekkingsvergunning voor bed & breakfast voor wat betreft de geldigheidsduur worden gelijkgeschakeld. De situatie kan voordoen dat een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend waarbij toestemming wordt gevraagd om direct bij oprichting of direct bij omzetting onzelfstandige woonruimten, of bed & breakfastfaciliteiten te realiseren.

Als gezegd is dan geen vergunning op grond van de Huisvestingswetof verordening benodigd en kan als gevolg daarvan de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid niet worden bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 85

gebruikt. Dan kan wel buitenplans vergunning worden verleend. Wel is het noodzakelijk om het al dan niet verlenen van de gevraagde (buitenplanse) afwijkvergunning in het kader van de toets aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat af te stemmen op de overige ontwikkeling van verkamering respectievelijk bed & breakfast in de betreffende buurt of wijk. Short stay Het gebruik van woningen ten behoeve van short stay is niet toegestaan. Short stay is het tijdelijk gebruik van een woonruimte ten behoeve van 'kort wonen'. Het tijdelijke gebruik betreft een periode van minimaal zeven nachten en maximaal zes maanden, en is geen wonen in de gewone betekenis van het woord. Dit was tot 2016 een methode om in Amsterdam expats te faciliteren. Het beleid hieromtrent was ingezet vanuit Huisvestingsregels. Tot aan vastgelegde maxima in buurten kon een onttrekkingsvergunning voor tien jaar worden verleend ten behoeve van short staygebruik. Short stay wordt niet meer gezien als wenselijke vorm van gebruik van woonruimte. In het bestemmingsplan zijn er dan ook geen regels over short stay opgenomen. 7.4.2

Verkeer

Deze bestemming is bedoeld voor het verkeersareaal en de openbare ruimte. Voor de inrichting van de openbare ruimte zijn regels gegeven, zoals de maximale bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde. De regels bevatten ook een stelsel van nadere eisen. 7.4.3

Water

Voor de gehele binnenstad is een bestemmingsplan 'Water' opgesteld dat door de stadsdeelraad van het toenmalige stadsdeel Centrum op 26 juni 2012 is vastgesteld. Met ingang van 20 november 2013 is dit bestemmingsplan onherroepelijk geworden. De regels uit dat bestemmingsplan zijn zoveel als mogelijk toegepast in het voorliggende bestemmingsplan, met dien verstande dat ter plaatse van een deel van het plangebied een jachthaven mogelijk is gemaakt voor een maximaal aantal van 30 afmeerplaatsen. De situering van de jachthaven is weergegeven door middel van de aanduiding 'jachthaven'. Deze aanduiding is gelijk aan de aanduiding 'werkvoorraad' in het geldende bestemmingsplan 'Water', met uitzondering van het gedeelte dat tot het hoogwaterbemalingsgebied behoort. Het gedeelte dat tot het hoogwaterbemalingsgebied behoort en in het geldende bestemmingsplan is aangeduid als 'werkvoorraad' is in het voorliggende bestemmingsplan opnieuw aangeduid ten behoeve van de werkvoorraad. Deze gronden mogen worden gebruikt voor het afmeren van werkvoorraad waarbij boten die tot de werkvoorraad behoren slechts kortstondig mogen afmeren (maximaal twee dagen). Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan behalve een klein gedeelte van het werfgebouw dat boven het water zal komen te hangen.

Tenslotte zijn er regels opgenomen voor onder meer de maximale bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde. 7.4.4

Bestemming Waarde - Archeologie 1 en 2

Op basis van de archeologische verwachtingswaarden is een tweetal bestemmingen Waarde Archeologie opgenomen. Deze dubbelbestemmingen zijn gegeven aan gronden met een hoge archeologische verwachting. Al naar gelang de verwachtingswaarde, wordt bij voorgenomen uitvoering van ondergrondse werken en bouwwerken een archeologisch rapport verlangd. Voor de uitvoering van ondergrondse werken van een bepaalde omvang is een omgevingsvergunning vereist. Bij de vergunningaanvraag moet een rapport worden ingediend. Ook hier geldt dat bij een hogere verwachtingswaarde de vergunning vereist is bij een kleine ingreep, terwijl bij een lagere verwachtingswaarde pas bij een forsere ingreep een omgevingsvergunning is vereist.

Gemeente Amsterdam

blz. 86

Aan zowel de omgevingsvergunning voor ondergronds bouwen als de omgevingsvergunning voor ondergrondse werken kunnen voorschriften worden verbonden met het oog op de archeologische monumentenzorg. De dubbelbestemming is primair ten opzichte van de andere aan de gronden gegeven bestemmingen. 7.4.5

Bestemming Waarde- cultuurhistorie

Op 29 januari 1999 is het besluit tot aanwijzing van de Amsterdamse Binnenstad tot beschermd stadsgezicht genomen. In Hoofdstuk 4 is uitvoerig aandacht besteed aan de cultuurhistorische ontwikkeling. Alle gronden in het plangebied hebben deze bestemming. Behoud van de cultuurhistorische- en architectuurhistorische waarden staat bij gronden met deze bestemming voorop. Om die reden is de bestemming primair gemaakt aan de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen, met uitzondering van de bestemmingen Waarde - Archeologie. Dit betekent dat aanvragen om omgevingsvergunning altijd eerst dienen te worden getoetst aan de regels van de bestemming. 7.4.6

Bestemming Waterstaat - Waterberging

Een deel van het plangebied behoort tot het hoogwaterbemalingsgebied. Deze zone is bestemd als 'Waterstaat - Waterbergingsgebied'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor de afvoer van oppervlaktewater vanuit de Amsterdamse grachten via het gemaal Zeeburg. 7.4.7

Bestemming Waterstaat - Waterkering

In het plangebied is een waterkering aanwezig ter hoogte van de Hoogte Kadijk. Deze heeft de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Dat betekent dat de bestemming geldt, naast de andere bestemmingen die aan de gronden zijn gegeven. De regels die gelden voor deze bestemming gaan voor die van de andere bestemmingen, met uitzondering van de regels voor de bestemmingen Waarde Archeologie, die voorrang hebben op de regels voor 'Waterstaat - Waterkering'. Op en in de tot 'Waterstaat - Waterkering' bestemde gronden mogen waterstaatkundige bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht die noodzakelijk zijn in verband met de waterhuishouding en bouwwerken die op grond van de bestemming 'Gemengd - 145B' mogen worden opgericht.

7.5

De aanduidingen

In de bestemming 'Water' komt een tweetal functieaanduidingen voor terwijl in zowel de bestemming 'Gemengd 145B' als 'Water' bouwaanduidingen zijn opgenomen: De functieaanduiding 'jachthaven' regelt dat een jachthaven uitsluitend is toegestaan daar waar op de verbeelding deze aanduiding voorkomt. De functieaanduiding 'specifieke vorm van water - werkvoorraad' legt vast dat werkvoorraad uitsluitend is toegestaan daar waar op de verbeelding deze aanduiding voorkomt. De bouwaanduidingen 'specifieke bouwaanduiding - 1' en 'specifieke bouwaanduiding - 3' regelen dat het werfgebouw pas mag worden gebouwd vanaf een hoogte van 4,5 meter vanaf peil, met uitzondering van een toegangsruimte en bijbehorende technische ruimtes, een noodtrap en ondersteuningconstructies. Voor het peil wordt uitgegaan van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het werfgebouw. De bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding 1' regelt ook dat ondergeschikte bouwdelen zijn toegestaan ten opzichte van de maximum bouwhoogte zoals aangegeven op de verbeelding. De bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' regelt dat ondergeschikte bouwdelen zijn toegestaan ten opzichte van de maximum bouwhoogte zoals voor het voorhuis is aangegeven op de verbeelding. bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 87

7.6

Bouw- en gebruiksregels

Bij alle bestemmingen zijn bouwregels opgenomen. Deze regels vloeien grotendeels voort uit de ruimtelijke en functionele beschrijving van het gebied en het gemeentelijke beleid zoals verwoord in de hoofdstukken 2, 5 en 6. Enkele bepalingen worden nader toegelicht. Om te voorkomen dat zogenaamde onderstukken (bebouwing in één bouwlaag) ontstaan, waardoor het gewenste gevelbeeld verstoord zou worden, bedraagt de bouwhoogte van gebouwen minimaal 9 meter. Deze bepaling geldt niet voor aan- en uitbouwen en voor het werfgebouw (aangezien deze pas vanaf een hoogte van 4,5 meter ten opzichte van peil mag worden gerealiseerd). Het geheel aan bouwregels wordt gecompleteerd door een stelsel van nadere eisen. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering en afmeting van bebouwing. Hieronder zijn het aantal bouwlagen en de dakconstructie mede begrepen. Nadere eisen kunnen worden gesteld indien dit noodzakelijk is vanwege het behoud, herstel en/of versterking van de karakteristiek van het stadsgezicht of in verband met de licht- en luchttoetreding van de omringende bebouwing. Bij de diverse bestemmingen zijn bevoegdheden van het bevoegd gezag tot het bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels opgenomen, met objectieve criteria waaraan wordt getoetst. De criteria zijn indien nodig nader beschreven in de toelichting.

Toepassing van een afwijkingsmogelijkheid mag in elk geval niet tot gevolg hebben dat de karakteristiek van het stadsgezicht in onevenredige mate wordt aangetast en/of dat aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied onevenredige afbreuk wordt gedaan. De specifieke gebruiksregels die gelden voor de verschillende functies zijn eveneens opgenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een verbod op het gebruik van woonruimte ten behoeve van onzelfstandige woonruimte. Het bestemmingsplan beoogt het dynamische karakter van het plangebied (als onderdeel van de binnenstad) te behouden en te versterken en de functiemenging te handhaven. Er is daarbij echter wel uitsluitend uitgegaan van de functies die worden beoogd (wonen en bedrijf/jachthaven).

7.7

Algemene regels

Naast een standaard antidubbeltelbepaling is in de algemene regels in een algemene bouwregel geregeld dat bepaalde geringe overschrijdingen van bestemmingsgrenzen en bebouwingsregels zijn toegestaan. Ook is een dynamische verwijzing opgenomen naar het op het moment van de vergunningverlening geldende gemeentelijke parkeerbeleid voor auto, fiets en scooter. Voorts is een aantal algemene regels opgenomen met betrekking tot het bij omgevingsvergunning afwijken, zoals voor balkons, voor bergbezinkbassins en elektronische communicatiemiddelen. Ook kan worden afgeweken bij omgevingsvergunning voor de plaatsing van een scootmobielstalling. Dit kan uitsluitend wanneer het dient voor het veilig stallen van scootmobiels voor ouderen en gehandicapten. De stalling mag niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor het stallen van de scootmobiel. De afwijking wordt toegestaan voor de duur van het noodzakelijke gebruik door de aanvrager. Nadien dient de stalling te worden verwijderd. In de algemene regels is ook de algemene gebiedsaanduiding geluidzone industrie opgenomen. Deze regels waarborgen dat de geluidsbelasting voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen (waaronder de beoogde nieuwbouw) voldoet aan de voorkeurgrenswaarde of een verleende hogere grenswaarde. Tenslotte is een algemene gebiedsaanduiding met betrekking tot grondwaterneutraal bouwen opgenomen.

Binnen gronden met deze aanduiding is het verboden om nieuwe kelders te maken, tenzij toepassing wordt gegeven aan een afwijkingsbevoegdheid. Voorwaarde voor het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid is dat er geen nadelige gevolgen mogen optreden ten aanzien van de grondwaterhuishouding.

Gemeente Amsterdam

blz. 88

7.8

Algemeen gebruiksverbod

Met het van kracht worden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010 is het verbod om in strijd met het bestemmingsplan te handelen (of in termen van de Wabo 'projecten uit te voeren') in artikel 2.1, aanhef en onder c, van die wet opgenomen. Het bestemmingsplan is met andere woorden niet langer de plaats voor een algemeen gebruiksverbod. Deze zijn derhalve dan ook niet meer in het bestemmingsplan opgenomen.

7.9

Overgangsrecht

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor hoe de overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik in bestemmingsplannen dienen te luiden. Kort samengevat zijn hieronder de belangrijkste punten vermeld. Voor bouwwerken die aanwezig zijn op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan of die nog gebouwd kunnen worden op basis van een bouwvergunning en die afwijken van het bestemmingsplan geldt, dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd. De overgangsbepalingen voor bouwwerken bevat een calamiteitenregeling en een regeling op grond waarvan het bevoegd gezag eenmalig kan afwijken voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk dat onder de overgangsbepalingen valt met maximaal 10%. De overgangsregels voor het gebruik bepalen dat het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is, mag worden voortgezet. Het met het bestemmingsplan strijdige gebruik mag niet worden veranderd in een ander strijdig gebruik, tenzij daardoor de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het strijdige gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten. De overgangsbepalingen zijn niet van toepassing op bestaande bouwwerken die zijn gebouwd zonder vergunning en bestaand gebruik in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 89

Hoofdstuk 8 8.1

Verkeer

8.1.1

Autoverkeer

Verkeer en parkeren

De huidige verkeersstructuur van de Kadijkenbuurt is beschreven in paragraaf 5.1.4. De herontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt leidt niet tot een aanpassing van de verkeersstructuur doordat de bestaande wegen gehandhaafd blijven. Gemotoriseerd verkeer dat van en naar het plangebied rijdt zal daardoor, net als in de huidige situatie, via de Hoogte Kadijk rijden. Omdat het bestemmingsplan een transformatie van het plangebied mogelijk kan er extra verkeer op de omliggende wegen gaan ontstaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om na te gaan of de bestaande verkeersstructuur het verkeer na herontwikkeling op een goede manier kan afwikkelen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met eventuele concrete plannen in de omgeving. In het navolgende zal een vergelijking worden gemaakt tussen de huidige en toekomstige situatie. Huidige situatie Volgens het geldende bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied uitsluitend een scheepswerf toegestaan. Verkeer van en naar een scheepswerf en het parkeren vindt verspreid over de dag plaats. In de meeste recente uitgave van CROW is voor arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven als een scheepswerf een kengetal van 5,2 tot 7,0 verkeersbewegingen per 100 m² per etmaal aangegeven.

Omdat de huidige bebouwing in het plangebied een bvo heeft van circa 325 m² bedraagt de huidige verkeersgeneratie 17 tot 23 motorbewegingen per etmaal. Toekomstige situatie Als gevolg van de herontwikkeling zullen er 4 appartementen, 79 studenten- en starterswoningen, 9 seniorenwoningen en een jachthaven met maximaal 30 afmeerplaatsen voor elektrische sloepen, 1 bedrijfswoning en maximaal 80 m² bedrijfsruimte (werkplaats voor onderhoud sloepen) worden gerealiseerd. Het verkeer van en naar de toekomstige woningen vindt vooral plaats in de ochtend- en avonduren (spits) en in de weekenden en zal naar verwachting bijna volledig bestaan uit fietsers en voetgangers. Doordat er voor bewoners geen parkeerplaatsen op eigen terrein komen en bewoners worden uitgesloten van een parkeervergunning zal er nauwelijks sprake zijn van autoverkeer vanwege de woningen. Alleen bezoekers van de woningen komen wellicht met de auto. Zij kunnen tegen het geldende uurtarief op straat parkeren maar vanwege de beperkte grootte van de woningen en de hoge parkeertarieven worden er weinig bezoekers voor de woningen verwacht. Verkeer van en naar de jachthaven en de werkplaats vindt verspreid over de dag en in de weekenden plaats. Dit verkeer zal beperkt zijn doordat de jachthaven 30 afmeerplaatsen bevat.

De verwachting is dat de meeste afmeerplaatsen zullen worden verhuurd aan Amsterdammers die in de buurt wonen en die daarom voornamelijk te voet, met de fiets, de scooter of het openbaar vervoer komen. In de omgeving is vooralsnog geen sprake van een ander concreet project waar rekening mee dient te worden gehouden. Er zijn wel enkele andere plannen in voorbereiding maar deze zijn nog niet voldoende uitgewerkt om rekening mee te kunnen houden. In de meeste recente uitgave van CROW is voor goedkope huurwoningen een kengetal van 1,2 tot 2,0 verkeersbewegingen per woning aangegeven, voor vrije sectorwoningen een kengetal van 4,5 tot 5,3

Gemeente Amsterdam

blz. 90

verkeersbewegingen per woning en voor arbeids- en bezoekersextensieve bedrijven een kengetal van 2,2 tot 3,9 verkeersbewegingen per 100 m² bvo per etmaal. Bij 93 woningen (waarvan 79 goedkope huur en 14 vrije sector) en maximaal 80 m² bedrijfsruimte komt dat neer op 160 tot 236 motorbewegingen per etmaal. Voor een jachthaven in het centrum van zeer sterk stedelijk gebied is geen kengetal opgenomen. Er is wel een kengetal opgenomen voor een jachthaven in de rest van de bebouwde kom: 26,6 verkeersbewegingen per 100 ligplaatsen/afmeerplekken. Alhoewel het aantal verkeersbewegingen bij een jachthaven in het centrum van Amsterdam beduidend lager zal zijn dan bij een jachthaven in de rest van de bebouwde kom is vanuit een worst case scenario gerekend met het kengetal voor de rest bebouwde kom. Bij 30 afmeerplekken komt dat neer op 8 verkeersbewegingen per etmaal. Samen met het aantal verkeersbewegingen voor de woningen en bedrijfsruimte leidt dat tot een worst-case benadering van 168 tot 244 motorbewegingen per etmaal. Conclusie Gelet op het voorgaande leidt de herontwikkeling tot een theoretische toename van het aantal verkeersbewegingen per dag, namelijk 151 tot 221 ritten. Deze toename heeft over de hele dag gezien nauwelijks tot geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid in de Kadijkenbuurt.

Aanvullend kan nog worden opgemerkt dat de capaciteit van het omliggende wegennet zodanig is dat een toename van 151 tot 221 ritten per dag prima kan worden opgevangen op het wegennet. Bovendien is de verwachting dat het daadwerkelijke aantal autobewegingen per etmaal beduidend lager zal zijn. In het centrum van Amsterdam is het autogebruik namelijk lager dan in andere binnensteden in Nederland. Omdat er geen parkeergelegenheid op eigen terrein zal zijn, worden de bewoners uitgesloten van een parkeervergunning. Amsterdam hanteert een restrictief parkeerbeleid (met hoge parkeertarieven) waardoor er weinig mensen met de auto zullen komen. Ook is het zo dat vanwege de beperkte grootte van de woningen en de hoge parkeertarieven er weinig bezoekers voor de woningen worden verwacht. 8.1.2

Fietsverkeer

Zoals in paragraaf 5.1.4 is aangegeven is in de binnenstad een fijnmazig netwerk van doorgaande fietspaden aanwezig. Het plangebied is in de directe nabijheid van enkele belangrijke fietsroutes gelegen. De toekomstige functies zullen daardoor goed zijn aangehaakt op het fijnmazige fietsnetwerk van Amsterdam waardoor het fietsgebruik verder wordt bevorderd. 8.1.3

Openbaar vervoer

Op circa 315 en 400 meter van het plangebied bevinden zich momenteel ov-haltes van respectievelijk bus 22 en tram 7. Door de intensivering van het plangebied, de middelkorte loopafstand en de verschillende vormen van openbaar vervoer zal het gebruik van het openbaar vervoer verder worden gestimuleerd.

8.2

Parkeren

8.2.1

Auto's

In de Kadijkenbuurt geldt betaald parkeren. Personeel van de scheepswerf parkeerde op eigen terrein terwijl bezoekers van de scheepswerf die eventueel met de auto kwamen in de openbare ruimte parkeerden. In het navolgende wordt ingegaan op het parkeren vanwege de woningen en de niet-woonfuncties. Wonen

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 91

In de Nota Parkeernormen Auto is voor woningen in het centrum van Amsterdam een parkeernorm van minimaal 0 en maximaal 1 parkeerplaats per woning gehanteerd (zie ook paragraaf 2.5.10). Doordat er sprake is van nieuwbouw worden de woningen in het plangebied uitgesloten van de mogelijkheid om een parkeervergunning voor parkeren op straat aan te vragen. In het plan is geen rekening gehouden met parkeerplaatsen voor de bewoners. Er is zeer beperkt ruimte om permanente parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Onder en rondom het werfgebouw is ruimte om maximaal 16 auto's te parkeren maar deze ruimte is uitsluitend bedoeld voor bezoekers van de jachthaven alsook voor stalling van fietsen en scooters van toekomstige bewoners, hun bezoekers alsook de bezoekers van de jachthaven (zie hierna). Nu onder en rondom het werfgebouw geen plaats is voor autoparkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers van de woningen en onder een deel van het plangebied de waterkering loopt, het water aan de lange zijde van de locatie een gevoelig waterbergingsgebied is en er sprake is van een hoge archeologische verwachting, kan er van de initiatiefnemer niet worden geëist om een ondergrondse parkeergarage te realiseren. Daarnaast is de verwachting dat de auto parkeerbehoefte bij dit programma laag is, het autobezit bij met name studenten en starters is beduidend lager dan gemiddeld.

Bewoners met een auto dienen hun auto op straat te parkeren tegen het reguliere parkeertarief. De parkeertarieven zijn dermate hoog dat op straat parkeren geen reële optie is voor zowel bewoners als hun bezoekers. Er zullen daarom geen autoparkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de bewoners en hun bezoekers van het voorgebouw en het werfgebouw en de toekomstige bewoners kunnen niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. De beoogde herontwikkeling voldoet daarmee aan de Nota Parkeernormen Auto en het afwijkingsbeleid, zoals ook is bevestigd door het Team Parkeerbeleid van de afdeling V&OR van de gemeente Amsterdam (zie bijlage 6). Eventuele bezoekers van de woningen kunnen hun auto op straat parkeren. Uitgaande van bezoekersnorm van 0,1 parkeerplaats per woningen zijn daarvoor 10 parkeerplaatsen nodig. In de avonden weekenduren, doorgaans de tijdstippen waarop het bezoek plaatsvindt, is de parkeerdruk in de omgeving zodanig dat er ruimte is voor bezoekers om op straat te parkeren. Volgens de parkeerdrukkaart is de parkeerdruk direct bij het plangebied (de Hoogte Kadijk) weliswaar 90% of meer (bruto), maar in de directe omgeving waaronder (Hoogte Kadijk bij het museumwerf 't Kromhout en de Entrepotdok, circa 100-130 meter), is de parkeerdruk 60-80% en 80-90% (bruto).

De bruto parkeerdruk betreft de goed- en foutgeparkeerde voertuigen op openbare parkeerplaatsen bij elkaar opgeteld, gedeeld door de actuele parkeercapaciteit. Niet-woonfuncties In de Nota Parkeernormen Auto is voor bedrijven geen minimum parkeernorm aangegeven maar wel een maximum norm van 1 parkeerplaats per 250 m² bvo. Voor voorzieningen als jachthavens kan gebruik worden gemaakt van de kencijfers van CROW. Voor jachthavens is in de uitgave van het CROW een parkeernorm van minimaal 0,5 parkeerplaats per ligplaats aangegeven. Onder het werfgebouw is ruimte om in ieder geval tijdens het vaarseizoen 15 auto's te stallen van bezoekers van de jachthaven. Een dergelijke capaciteit komt bij 30 afmeerplaatsen neer op 0,5 parkeerplaatsen per ligplaats. Er wordt daarmee voldaan aan de Nota Parkeernormen Auto. Er zullen tvoor de jachthaven en de werkplaats geen parkeervergunningen worden uitgegeven voor parkeren op straat. Tijdens minder drukke periodes zal er minder ruimte beschikbaar zijn om te parkeren doordat de ruimte onder het werfgebouw dan ook deels zal worden gebruikt voor het stallen en onderhoud van boten. Dat zal niet tot problemen leiden omdat de parkeerbehoefte buiten het vaarseizoen ook lager zal zijn. Conclusie

Gemeente Amsterdam

blz. 92

Gelet op het voorgaande leidt het project tot een toename van de parkeerbehoefte vanwege de jachthaven. Onder het werfgebouw is daarom ruimte om tijdens het drukkere vaarseizoen 15 auto's van bezoekers van de jachthaven te parkeren. Hiermee wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen Auto en zal er geen sprake zijn van parkeeroverlast in de buurt. Voor de woningen worden geen parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Bewoners worden conform de Nota Parkeernormen Auto uitgesloten van een parkeervergunning. De bezoekers van de woningen kunnen parkeren op straat. De beoogde herontwikkeling voldoet aan de Nota Parkeernormen Auto, zoals is bevestigd door het Team Parkeerbeleid van de afdeling V&OR van de gemeente Amsterdam (zie bijlage 6). 8.2.2

Fietsen en scooters

Om parkeeroverlast van fietsen en scooters in het plangebied maar vooral de omgeving te voorkomen is het van belang om voldoende fiets- en scooterparkeerplaatsen te maken. In de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter zijn voor niet-woonfuncties diverse parkeernormen opgenomen, terwijl voor de woonfuncties en scooters richtlijnen zijn aangegeven (zie paragraaf 2.5.11). Voor woningen is sprake van richtlijnen omdat het Bouwbesluit 2012 bepalend is. Het Bouwbesluit kent daarbij de mogelijkheid om een ‘gelijkwaardige oplossing’ te accepteren. Zo accepteert de gemeente Amsterdam een gezamenlijke fietsenberging ook voor woningen groter dan 50 m², waarbij Bouwbrief 2015-130 als richtlijn geldt. In het voorhuis worden zelfstandige bergingen gerealiseerd conform de bepalingen in het Bouwbesluit. Voor de bewoners van het werfgebouw worden op de 2e, 3e, 4 en 5e etage in totaal 55 fietsparkeerplaatsen in gezamenlijke bergingen gerealiseerd. Onder het werfgebouw komt daarnaast ook een gezamenlijke fietsenstalling met 142 fietsparkeerplaatsen in hoog/laag rekken. Uitgaande van 1,5 fietsparkeerplaatsen per woning zijn er gelet op het programma in het werfgebouw 132 fietsparkeerplaatsen nodig voor de bewoners. Er zijn daardoor nog 65 fietsparkeerplaatsen over voor bezoekers van de woningen en voor de overige functies in het plangebied.

De fietsparkeerbehoefte van bezoekers van de woningen is in te schatten op circa 23 fietsparkeerplaatsen (0,25 fietsparkeerplaatsen x 93 woningen). Bezoekers en personeel van de jachthaven kunnen hun fiets en/of scooter parkeren op het terrein van de jachthaven. Daar is voldoende ruimte voor beschikbaar. Uitgaande van een gemiddelde bezetting van drie personen per sloep en een maximaal gelijktijdig gebruik van 20 sloepen, zijn er maximaal 60 personen tegelijkertijd aanwezig. Als de helft daarvan op de fiets komt, dan is de fietsparkeerbehoefte 30 fietsparkeerplaatsen. Als de fietsparkeerbehoefte van de bezoekers van de woningen en de gebruikers van de sloepen bij elkaar worden opgeteld, dan bedraagt de totale behoefte voor deze bezoekers 53 fietsparkeerplekken. Er zijn 65 fietsparkeerplekken voor bezoekers beschikbaar, dus er is daarmee voldoende capaciteit voor deze groep. Daarnaast geldt dat er dubbelgebruik mogelijk is: de bezoekers van de woningen zijn doorgaans in de avonduren aanwezig, terwijl de gebruikers van de sloepen veelal overdag en dan vooral in de weekenden aanwezig zijn, maar alleen bij mooi weer. Dan is het aannemelijk dat behoudens wellicht incidentele piekmomenten (bijvoorbeeld uitzonderlijk mooi weer, alle sloepen tegelijkertijd in gebruik) er ruim voldoende fietsparkeercapaciteit aanwezig is. Er zijn 22 scooterparkeerplaatsen voorzien.

Dat is ruim gedimensioneerd, maar geeft ook de mogelijkheid om grote (bak)fietsen, motorfietsen en op piekmomenten een surplus aan gewone fietsen op eigen terrein te stallen. bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 93

De beoogde herontwikkeling voldoet aan de vereisten uit het Bouwbesluit en de Nota Fiets en Scooter, zoals is bevestigd door het Team Parkeerbeleid van de afdeling V&OR van de gemeente Amsterdam (zie bijlage 6).

Gemeente Amsterdam

blz. 94

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 95

Hoofdstuk 9 9.1

Milieu-aspecten

Geluidhinder

In de Wet geluidhinder zijn normen voor toelaatbare geluidniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen (zoals een kinderdagverblijf) gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Onder een geluidzone wordt een aandachtsgebied verstaan aan weerszijden van een (spoor)weg en rondom een industrieterrein waar de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn. Omdat voor trams wettelijk geen snelheidsbeperking geldt, hebben ook deze autovrije wegen een geluidzone. Wegen met een snelheidsbeperking van 30 km/uur kennen daarentegen volgens de Wet geluidhinder geen zone. Als een bestemmingsplan nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in een zone mogelijk maakt, is toetsing aan geluidnormen van de Wet geluidhinder noodzakelijk. Het bestemmingsplangebied Hoogte Kadijk 145B ligt binnen de geluidzones van (combinaties van) wegen en een industrieterrein. Het betreft de volgende wegen en industrieterrein: Wittenburgergracht/Oostenburgergracht; industrieterrein Kadijken Oost. De normstelling in de Wet geluidhinder bestaat uit een voorkeursgrenswaarde en een maximale toelaatbare geluidwaarde. Voor wegverkeerslawaai zijn deze 48 respectievelijk 63 dB.

Voor industrielawaai ligt de voorkeursgrenswaarde op 50 dB(A) en de maximale toelaatbare waarde op 55 dB(A). Als de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden en geluidreducerende maatregelen redelijkerwijs niet of onvoldoende mogelijk zijn, kan het college van burgemeester en wethouders hogere grenswaarden vaststellen. In het bouwbesluit is opgenomen dat nieuwe woningen geïsoleerd moeten worden tot een binnenwaarde van 33 dB (bij wegverkeerslawaai) of 35 dB(A) (bij industrielawaai). De beoogde herontwikkeling voorziet in nieuwe geluidsgevoelige functies (woningen). Ten behoeve van deze nieuwe geluidgevoelige functies is door Cauberg-Huygen akoestisch onderzoek verricht (03966-24716-13, d.d. 14 april 2021, zie bijlage 7). Door middel van dit akoestisch onderzoek wordt nagegaan wat de geluidsbelasting is ter plaatse van de nieuwe woningen. In de navolgende subparagrafen wordt ingegaan op wegverkeerslawaai, industrielawaai en de gecumuleerde geluidsbelasting. Ook wordt ingegaan op het gemeentelijk geluidbeleid (stille zijden) en de toetsing daarvan door het TAVGA. Tenslotte is door Cauberg-Huygen ook een akoestisch onderzoek verricht ten aanzien van de geluidsbelasting in de omgeving van het plan (03966-54667-02v2, d.d. 21 oktober 2021, zie bijlage 9). 9.1.1

Wegverkeer

Uit het onderzoek blijkt dat het wegverkeer op de Wittenburgergracht/Oostenburgergracht leidt tot een geluidsbelasting van maximaal 53 dB op een deel van de gevels van de toekomstige woningen. De geluidsbelastingen op de gevels zijn daarmee hoger dan de ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingen (48 dB) maar lager dan de maximale waarde waar ontheffing voor kan worden verleend (63 dB).

Gemeente Amsterdam

blz. 96

9.1.2

Industrie

De voormalige scheepswerf is nu nog gelegen binnen de grenzen van het gezoneerde industrieterrein 'Kadijken Oost'. Als gevolg van het voorliggende bestemmingsplan zal het plangebied niet langer onderdeel uitmaken van het gezoneerde industrieterrein. Het resterende industrieterrein zal na inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog bestaan uit museum scheepswerf 't Kromhout. Het plangebied zal als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan in de geluidzone van het resterende industrieterrein komen te liggen. In het onderzoek is de geluidsbelasting van het resterende industrieterrein (bestaande uit de museumwerf) nader onderzocht, evenals de geluidsbelasting vanwege het nabijgelegen bedrijfspand van Nuon . Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Museum scheepswerf ’t Kromhout is alleen gedurende de dagperiode actief. Het gebruik van een slijptol wordt als gevolg van de nieuwe woningen in het plangebied slechts beperkt op een gedeelte van het nabij de werf gelegen water. Deze beperking op een gedeelte van het water wordt aanvaardbaar geacht omdat het gebruik van een slijptol boven water vanuit milieuhygiënisch oogpunt niet zonder meer mag. Het gebruik van de slijptol wordt niet beperkt op het landgedeelte van de werf.

In de maatgevende situatie (tijdens het gebruik van de slijptol aan de waterkant) treden de hoogste langtijdgemiddelde geluidbelasting op ten gevolge van Museum scheepswerf ’t Kromhout. Deze bedraagt LA;rLT 55 dB(A). Aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) in de dagperiode wordt niet voldaan maar aan de ontheffingswaarde van 55 dB(A) wordt wel voldaan. De hoogst optredende piekniveaus La;max zijn 69 dB(A) en treden op ten gevolge van het gebruik van de slijptol aan de zuidwestzijde. Aan de hieraan te stellen norm van 70 dB(A) in de dagperiode wordt voldaan. De hoogst optredende langtijdgemiddelde geluidbelasting LA;rLT ten gevolge van Nuon is etmaalwaarde 44 dB(A). Aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt voldaan. De hoogst optredende piekniveaus La;max zijn etmaalwaarde 66 dB(A). Aan de hieraan te stellen norm van etmaalwaarde 70 dB(A) wordt voldaan.

Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat museum scheepswerf ’t Kromhout en de bedrijfsvoering op de nabijgelegen Nuon-locatie als gevolg van de nieuwbouw in het plangebied niet onaanvaardbaar worden beperkt in de bedrijfsvoering. Het beperken van de slijptol op een gedeelte van het water leidt niet tot een daadwerkelijke inperking van de werkzaamheden omdat een dergelijk gebruik in de praktijk al niet aan de orde is (vanwege andere milieuhygiënische redenen). 9.1.3

Gecumuleerde geluidbelastingen

Omdat delen van het plangebied binnen de zone van meer dan één geluidbron liggen, is ook onderzoek gedaan naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Volgens gemeentelijk geluidbeleid is sprake van onaanvaardbare geluidbelasting als de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toelaatbare ontheffingswaarde. De gecumuleerde geluidbelasting LVL,cum is op geen van de onderzochte locaties meer dan 3 dB hoger dan de hoogste van de maximaal toelaatbare ontheffingswaarde (63 dB bij wegverkeerslawaai). Op basis van de gecumuleerde geluidbelasting zijn geen extra maatregelen nodig.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 97

9.1.4

Stille zijden

De voorwaarde voor het verlenen van hogere waarden is dat woningen in principe over een stille zijde beschikken. Dit is een gevel waarop de geluidbelastingen niet de voorkeursgrenswaarden overschrijden. Indien woningen niet direct beschikken over een stille zijde, moeten gebouwmaatregelen worden ingezet, geluidschermen zoals balkonconstructies, verglaasde serres of vliesgevels. In bijlage VII van het akoestisch onderzoek zijn de geluidluwe zijden van de toekomstige bebouwing weergegeven, rekening houdend met het wegverkeerslawaai (ten hoogste 48 dB) en het industrielawaai (ten hoogste 50 dB(A)). De locaties waar sprake is van een geluidluwe gevel zijn met een groene lijn aangeduid.

Afbeelding: overzicht geluidsluwe gevels (bron: akoestisch onderzoek)

Niet alle woningen in het werfgebouw en het voorhuis zullen een slaapkamer krijgen die op voorhand is voorzien van een stille zijde. Wel is het zo dat de woningen ten gevolge van Museum scheepswerf ’t Kromhout geen geluidbelasting ondervinden gedurende de avond- en nachtperiode (aangezien de werf dan niet actief is). Bovendien verblijven de bewoners van de studenten- en starterswoningen (1e t/m 4e

Gemeente Amsterdam

blz. 98

verdieping werfgebouw) tijdelijk in de woningen op basis van een campuscontract (wettelijke termijn van maximaal 5 jaar). Mede gezien het "tijdelijk verblijven” in deze woningen kan voor de studenten- en studentenwoningen aan de doelstelling van het geluidbeleid van Amsterdam voor stille gevels worden voldaan. De overige woningen (appartementen in het voorhuis en seniorenwoningen op de 5e verdieping van het werfgebouw) die niet automatisch zijn voorzien van een stille zijde zullen een slaapkamer krijgen met een 'Harbour Fenster', als gelijkwaardige oplossing voor een geluidluwe gevel. Een 'Harbour Fenster' is een dubbel-raam principe waarbij de oplossing voor de geluidsreductie en spuiventilatie al zijn opgenomen. Aanvullende voorzieningen in het kader van een stille zijde zijn voor de beoogde woningen niet benodigd. De kosten van het nemen van maatregelen voor het terugbrengen van de geluidbelasting zijn bovendien onevenredig hoog. Op deze gronden wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid af te zien van het realiseren van een stille zijde bij studenten- en starterswoningen die als gevolg van Museum scheepswerf ’t Kromhout in de dagperiode en/of vanwege het wegverkeer Wittenburgergracht-Oostenburgergracht een hogere geluidsbelasting dan de voorkeurgrenswaarde ondervinden. 9.1.5

Advies TAVGA

Het ontwerpbesluit hogere waarde en het akoestisch onderzoek zijn op 12 maart 2019 voor advies voorgelegd aan het TAVGA (Technisch Ambtelijk Vooroverleg Gemeente Amsterdam). Het TAVGA adviseert positief met in achtneming van het volgende: a. Voor de 1e etage t/m 4e etage wordt afgeweken van het Amsterdams geluidbeleid ten aanzien van de verplichte stille zijde, omdat hier sprake is van een doelgroep en een beperkte overschrijding van industrielawaai ('s nachts wordt niet geslepen) en wegverkeerslawaai; b. De afwijking van het Amsterdams geluidbeleid ten aanzien van de verplichte stille zijde dient in het besluit gemotiveerd te worden, hierbij kunnen de volgende aspecten betrokken worden: 1. de woningen op de 1e tot en met 4e verdieping worden alleen gebruikt door studenten en starters met een campuscontract (tijdelijke woonduur); 2. in de avond en nacht vinden geen werkzaamheden (industrielawaai, scheepswerf 't Kromhout) plaats; c. De woningen op de vijfde verdieping (seniorenwoningen) krijgen een stille zijde; d. Een aangepast akoestisch rapport en een hogere waardenbesluit (met voldoende motivering) toesturen naar het secretariaat van TAVGA. Aan deze voorwaarden is in het bestemmingsplan voldaan. Het aangepaste akoestisch onderzoek en het hogere waardenbesluit zijn aan het secretariaat van het TAVGA toegestuurd.

Het TAVGA heeft vervolgens aangegeven dat het aangepaste akoestisch onderzoek en het hogere waardenbesluit akkoord zijn bevonden. 9.1.6

Geluidseffecten omgeving

Naast onderzoek naar de geluidsbelastingen op de gevels van de nieuwbouw is er ook gekeken naar de mogelijke geluidseffecten als gevolg van de nieuwe bedrijfsactiviteiten in en rondom het plan, in dit geval een jachthaven met werkplaats. De nieuwe bedrijfsactiviteiten leiden, samen met al bestaande bedrijfsactiviteiten bij o.a. Museumwerf 't Kromhout, tot een bepaalde mate van geluidemissie bij zowel de bestaande als de nieuwe woningen. Het akoestisch verblijfsklimaat bij geluidgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van het plan is beoordeeld volgens de systematiek van de VNG-publicatie voor gebiedstypering ‘gemengd gebied’ en het Activiteitenbesluit. Uit deze beoordeling blijkt dat de geluidbelastingen ten gevolge van de activiteiten binnen de nieuwe inrichting:

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 99

Passen binnen de normstelling van het Activiteitenbesluit (zowel langtijdgemiddeld geluidniveau als piekgeluiden). Passen binnen de normstelling van stap 2 (en 3) van de VNG-richtlijn. Er geen sprake is van indirecte hinder. Er is gelet hierop géén sprake van directe hinder conform de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de VNG-richtlijn. 9.1.7

Conclusie

Om geluidgevoelige functies, zoals woningen mogelijk te maken, is het vaststellen van hogere waarden noodzakelijk. Hiertoe is een ontwerpbesluit hogere waarden opgesteld, dat tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan in procedure is gebracht. De bedoeling is dat het besluit hogere grenswaarden (zie bijlage 8) op 11 januari 2022 wordt vastgesteld. In de planregels is conform het gemeentelijk geluidbeleid vastgelegd dat alle woningen dienen worden te voorzien van een stille zijde, met uitzondering van de studenten- en starterswoningen die vanwege Museum scheepswerf ’t Kromhout en/of de Wittenburgergracht-Oostenburgergracht een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde ondervinden. De uitgezonderde woningen zijn in overeenstemming met het advies van het TAVGA. Museum scheepswerf ’t Kromhout en de bedrijfsvoering op de nabijgelegen Nuon-locatie worden niet onaanvaardbaar beperkt in de bedrijfsvoering als gevolg van de nieuwbouw in het plangebied. Daarnaast leidt de geluidemmissie ter plaatse van bestaande woningen niet tot directe hinder aangezien de geluidemissie aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de VNG-richtlijn voldoet.

9.2

Duurzaam bouwen

Bij duurzaam bouwen gaat het om bovenwettelijke maatregelen op het gebied van energie- besparing, geluidsisolatie ter voorkoming van overlast door verkeer en/of buren en om comfortverhoging. Een neveneffect kan zijn dat de woonlasten dalen. De gemeente voert een stimulerend beleid op het gebied van duurzaamheid bij het ontwerpen, bouwen, onderhoud en slopen van gebouwen. Beleid hierover is onder andere verankerd in het Programakkoord 2014-2018 en de nota De Duurzame Binnenstad (2013). De nieuwbouw in het plangebied wordt duurzaam gemaakt door de toepassing van groene daken met zonnepanelen, gevelgroen, elektrisch koken/verwarmen, etc. De bebouwing op het perceel krijgt geen gasaansluiting (zoals de laatste wettelijke kaders voorschrijven) en wordt voorzien van lucht/water-warmtepompen of een gelijkwaardige oplossing.

9.3

Bedrijfshinder

9.3.1

Algemeen

Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid tot het vestigen van nieuwe bedrijven. De uitgangspunten met betrekking tot nieuwe bedrijfsvestigingen worden in dit bestemmingsplan bepaald aan de hand van de Staat van Inrichtingen. De Staat van Inrichtingen is een categorale indeling, waarbij per bedrijfssoort de mate van milieuhygiënische hinderlijkheid (geur, gevaar, geluid, stof ) wordt aangegeven. In de Staat van Inrichtingen behorende bij dit bestemmingsplan zijn vijf milieuhindercategorieën opgenomen: 1 tot en met 5.

Gemeente Amsterdam

blz. 100

Categorie 1 en 2 betreffen bedrijfsactiviteiten die vanwege hun aard toelaatbaar zijn tussen of onmiddellijk naast woonbebouwing. Categorie 3 t/m 5 betreft kleine tot (middel)grote industrie. Deze categorieën betreffen bedrijfsactiviteiten die vanwege hun aard slechts toelaatbaar zijn op afstand van woonbebouwing. Binnen de diverse bestemmingen 'Gemengd' die in de bestemmingsplannen in stadsdeel Centrum zijn toegepast zijn daarom nieuwe bedrijven in de milieu- hindercategorieën 1 of 2 toegestaan. De bedrijfssoorten met bijbehorende milieuhinder- categorie worden genoemd in de Staat van Inrichtingen behorende bij dit bestemmingsplan (zie verder bijlage 1 bij de regels van het plan). Met een algemene afwijkingsbevoegdheid wordt de mogelijkheid geboden om bedrijven uit een hogere milieuhindercategorie te vestigen. Ook is het toestaan van een afwijking mogelijk voor bedrijfssoorten die niet op de lijst voorkomen. Voorwaarden voor het verlenen van een afwijking is dat het bedrijf in vergelijking met de bedrijfssoorten die volgens de Staat van Inrichtingen zijn toegestaan, geen blijvende, onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu door hinder en/of gevaar. In samenhang hiermee kan als aanvullende eis worden gesteld dat het bedrijf de nodige voorzieningen treft. 9.3.2

Jachthaven met servicecenter/werkplaats

De beoogde herontwikkeling maakt de realisatie van een jachthaven met bijbehorend servicecenter/werkplaats mogelijk. De bedrijfsactiviteiten hebben uitsluitend betrekking op het ombouwen van diesel naar elektrisch, waarbij de boten voor reparatie uit het water worden gehesen door middel van een elektrische heftruck. Het in of uithijsen van een boot duurt 10 minuten per keer en zal maximaal één keer per werkdag voorkomen. Het ombouwen van diesel naar elektrisch gebeurt zal circa 15 keer per jaar plaatsvinden. In het door Cauberg-Huygen uitgevoerde akoestisch onderzoek (03966-24716-12, d.d. 21 juni 2019, zie bijlage 7) is gekeken wat de effecten van deze bedrijfsactiviteiten zijn ter plaatse van woningen. Daaruit blijkt dat de hoogst optredende langtijdgemiddelde geluidbelasting LA;rLT ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten etmaalwaarde 46 dB(A) bedraagt. Aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt daarmee voldaan. De hoogst optredende piekniveaus LA;max zijn etmaalwaarde 62 dB(A). Aan de hieraan te stellen norm van etmaalwaarde 70 dB(A) wordt ruim voldaan. De nieuwe woningen ondervinden zodoende geen relevante hinder van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten. Dat geldt ook voor de bestaande woningen in de omgeving van het plangebied, zoals blijkt uit eveneens door Cauberg-Huygen uitgevoerd akoestisch onderzoek (03966-54667-02v2, d.d. 21 oktober 2021, zie bijlage 9).

9.4

Luchtkwaliteit

9.4.1

Toetsingskader

In de Wet Milieubeheer is het toetsingskader voor luchtkwaliteit vastgelegd. De manier waarop de luchtkwaliteit in acht moet worden genomen bij planvorming is geregeld in lid 1 van artikel 5.16 van de Wet Milieubeheer. Hierin wordt gesteld dat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor doorgang van een project als: aannemelijk is gemaakt dat grenswaarden niet worden overschreden bij realisatie van het plan, zelfs indien het voorgenomen plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het plan, bij één of meerdere overschrijdingen van grenswaarden, niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentraties van fijn stof en stikstofdioxide; als gevolg van positieve effecten van het plan en/of als gevolg van met het plan samenhangende maatregelen de kwaliteit van de lucht (elders) zodanig verbetert dat per saldo geen verslechtering optreedt (de zogenaamde saldobenadering), zelfs als bij realisatie van het plan één of meerder overschrijdingen van grenswaarden plaatsvinden en het plan wel in betekenende mate bijdraagt aan bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092510/1