CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Toelichting Bp Hoogte Kadijk 145B.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Hoogte Kadijk 145B (ZD2021-017150)34.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 29

Afbeelding: UNESCO-gebied en de lichtgrijs gekleurde 2 kilometerzone rondom dit gebied

Het plangebied is gelegen in het UNESCO-gebied. In het UNESCO-gebied (kerngebied en bufferzone) treedt bij bebouwing hoger dan 22,5 meter of 25% hoger dan de directe omgeving een grootstedelijk effect op. Een belangrijk aspect van het hoogbouwbeleid is de bescherming van de bijzondere kwaliteiten van het UNESCO-gebied. Hoogbouw mag in dit gebied geen negatief effect hebben op het bestaand stadsbeeld. Schaalbreuk of aantasting van weefsel of typologie zijn hier niet acceptabel. In dit gebied is maximaal middelhoogbouw toegestaan, alsmede hogere bebouwing voor zover passend binnen per heden vigerende bestemmingsplannen, e.e.a. met inachtneming van de HER procedure. Dat betekent dat in het UNESCO-gebied een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) over landschappelijke effecten verplicht is gesteld bij middelhoogbouwinitiatieven vanaf 22,5 meter of 25% hoger dan hun directe omgeving. Plangebied Het bestemmingsplan maakt stedelijke ontwikkeling mogelijk die is gericht op het toevoegen van wonen en een niet-woonfunctie (jachthaven met werkplaats) in het centrumgebied. Het bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Gelet op het huidige hoogbouwbeleid maakt het bestemmingsplan geen nieuwbouw mogelijk waarvoor een HER nodig is. De maximum bouwhoogte van de nieuwbouw wordt namelijk lager dan 22,5 meter.

Er is ook geen sprake van nieuwbouw die 25% hoger dan de bebouwing in de directe omgeving (zie ook subparagraaf 3.4.3). 2.5.3

Wonen in de metropool, woonvisie Amsterdam tot 2020

De stedelijke woonvisie is in 2008 vastgesteld door de gemeenteraad. De woonvisie bevat een aantal thema's die enerzijds de bestaande stad Amsterdam schetsen en anderzijds de ambities verwoorden. De ambitie is gericht op zowel een attractieve stad met nadruk op de economische kracht als een ongedeelde stad, gericht op het voorkomen van sociale segregatie en ruimtelijke tweedeling. In de woonvisie zijn zeven thema's met speerpunten voor de toekomst beschreven: Emancipatiestad: nieuwkomers en jongeren moeten zich kunnen blijven vestigen, bewoners moeten Gemeente Amsterdam

blz. 30

wooncarrière kunnen maken; Ongedeelde stad: binnen de ring A10 bescherming van de onderkant van de woningmarkt, elke buurt blijft toegankelijk voor mensen met lagere inkomens, meer verscheidenheid in woonmilieus, meer aanbod voor gezinnen, ruimte voor verschillen, streven naar gemengdheid; Betaalbare stad: woningen voor lage inkomensgroepen, lage middeninkomensgroepen en middeninkomens; Vernieuwde stad: wijkaanpak en transformatie bij wijken waar de leefbaarheid onder druk staat; Topstad: kwaliteit van woningen en voorzieningen bieden om mensen en talent aan te trekken en te behouden, verruiming (tijdelijke) vestigingsmogelijkheden voor expats, buitenlandse studenten, kunstenaars en startende ondernemers; Zorgzame stad: woonservicewijken realiseren, aanpasbaar bouwen, huisvesting dak- en thuislozen; Duurzame stad: energiebesparing in de bestaande woningvoorraad, duurzaam en flexibel bouwen, beperken watergebruik. Stadsdeel Centrum valt in de centraal stedelijke zone, het centrum van de Metropool Amsterdam.

Uitwerking van de zeven thema's levert de volgende specifieke speerpunten op: behoud van een groot deel van de kleine oude woningen; behoud van gemengdheid; aanbod creëren in het middensegment, ook voor (kleine)gezinnen; hoogstedelijk woonmilieu is uitgangspunt voor nieuwbouw; benutten van locaties voor topsegment; oases behouden en creëren; toevoegen ouderenwoningen, zowel in nieuwbouw als bestaande bouw; illegale hotels en woonfraude bestrijden. Plangebied De beoogde herontwikkeling leidt tot nieuwbouw die bijdraagt aan een hoogstedelijk woonmilieu. Er wordt deels voorzien in woningen voor senioren (9). 2.5.4

Amsterdamse woonagenda 2025

Op 19 juli 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Woonagenda 2025 vastgesteld. De Woonagenda 2025 is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid tot 2025 en heeft als uitgangspunt voldoende betaalbare en goede woningen. Uit berekening komt naar voren dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad, De ambitie is om de woningvoorraad en woningbehoefte beter op elkaar aan te laten sluiten. De meest in het oog springende actie uit de Woonagenda is het nieuwe stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering: 40% gereguleerde huur. 40% middelduur (koop en huur) en 20% dure huur en koop. Het college van B&W heeft spelregels vastgesteld om de programmering 40-40-20 op goede wijze toe te passen bij projecten. Daarnaast wordt in de Woonagenda ook ingezet op ouderenhuisvesting en jongeren- en studentenhuisvesting. Plangebied Het project draagt met de realisatie van 79 sociale huurwoningen voor studenten en starters, 9 middeldure huurwoningen voor senioren, 4 vrije sector huurwoningen en 1 bedrijfswoning bij aan het uitgangspunt om de woningvoorraad en woningbehoefte beter op elkaar te laten aansluiten. Met name aan woningen voor jongeren en ouderen bestaat een grote behoefte. In het plan wordt circa 85% sociale huur gerealiseerd en 9% middeldure huur.

Deze percentages wijken af van de Amsterdamse woonagenda maar doordat hierover tussen de gemeente en de ontwikkelaar in bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 31

het verleden al afspraken zijn gemaakt, is er sprake van een lopende ontwikkeling. Voor dit project kan daarom worden afgeweken van de percentages 40-40-20 als bedoeld in de Amsterdamse woonagenda. 2.5.5

Koers 2025

Algemeen Op 14 september 2016 is de "Koers 2025" vastgesteld door de gemeenteraad. Het college wil de druk op de woningmarkt verlichten en maakt daarom tot 2025 de bouw mogelijk van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om hierin te voorzien. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten, maar ook door transformatie van leegstaand en leegkomend vastgoed. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Om te kunnen bepalen waar in de nabije toekomst woningbouwprojecten gerealiseerd kunnen worden, zijn de lopende én de mogelijke gebiedsontwikkeling in kaart gebracht. Het geheel van mogelijk te ontwikkelen locaties is als 'Strategische Ruimte' aangemerkt. Die ruimte is opgedeeld in 17 'bouwstenen': pakketten van samenhangende projecten met gerelateerde infrastructurele maatregelen en planologische-juridische condities. Het plangebied is volgens de kaartbijlage van Koers 2025 gelegen binnen zone die is aangewezen als 'Gebiedsuitwerking 2016, gericht op Nieuwe Projecten 2017-2018' binnen de bouwsteen 'Centrum'.

Afbeelding: uitsnede kaart projectvoorstellen Koers 2025

Bouwsteen Centrum De dynamiek in het gebied binnen de Ring – hier verder aangeduid als Centrum – is groot. De clustering van het UvA- en HvA-vastgoed en realisering van nieuwe detailhandel en hotelaccommodaties zijn opvallende bewegingen. Minstens zo belangrijk is de zwerm aan particuliere investeringen in transformatie en kwaliteitsverbetering – van winkelinrichting tot het bewoonbaar maken van souterrains en zolders. De rol van de overheid is vooral faciliterend en voorwaardenscheppend, bijvoorbeeld door aanleg van de Noord/Zuidlijn en herinrichting van de openbare ruimte. De planvoorraad 2016-2025 in lopende gebiedsontwikkelingsprojecten is dan ook beperkt: circa 2.000 woningen. Het omvat de afronding van projecten zoals Oostpoort, de Hallen, Oosterdokseiland en het Archiefterrein en enkele Gemeente Amsterdam

blz. 32

nieuwe projecten op Oostenburg en op het Foodcentre. In het gebied liggen geen versnellingslocaties. De centrale ontwikkelopgave is het uitbouwen van het grootstedelijk kerngebied en tegelijkertijd het leefbaar houden van het gebied voor bewoners, bezoekers en bedrijven. Aanvullende capaciteit voor woningbouw zal vooral zitten in transformatie van leegkomend vastgoed en kleine projecten. Er tekent zich één gebied af met een concentratie van nieuwbouw- en transformatieprojecten en gerelateerde infrastructuur: de oostelijke binnenstad. Hier liggen kansen voor het stapsgewijs uitbouwen van het grootstedelijk kerngebied. Tijdelijk gebruik, gefaseerde ontwikkeling en transformatie zullen een belangrijke rol spelen. Deze ontwikkelstrategie mag er niet toe leiden dat noodzakelijke investeringen in de kwaliteit van de oostelijke binnenstad als geheel naar de achtergrond verdwijnen. Bovendien moeten ontwikkelingen op elkaar worden afgestemd. Daarom wordt een Gebiedsuitwerking Oostelijke Binnenstad opgesteld. Plangebied Het plangebied is binnen de bouwsteen van het Centrum gelegen in de zone waar sprake is van een concentratie van nieuwbouw- en transformatieprojecten en gerelateerde infrastructuur: de oostelijke binnenstad.

De oostelijke binnenstad komt in aanmerking voor het stapsgewijs uitbouwen van het grootstedelijk kerngebied waarbij onder meer transformatie een belangrijke rol zal spelen. Alhoewel er nog geen Gebiedsuitwerking Oostelijke Binnenstad gereed is, kan er wel worden gesteld dat de beoogde herontwikkeling voldoet aan het uitgangspunt om nieuwe woningen te realiseren. 2.5.6

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021

De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken. Deze zogenaamde zorgplichten betreffen: de inzameling en transport van stedelijk afvalwater; de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater; het nemen van grondwatermaatregelen. In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld, mede in het licht van de te verwachten klimaatverandering. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert, en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Dit plan is hiermee een zogeheten verbreed gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Met dit plan voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer is opgenomen. In Hoofdstuk 12 wordt nader ingegaan op het water als zodanig. 2.5.7 Ruimte voor Geschiedenis en Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam In de Amsterdamse Beleidsnota 'Ruimte voor Geschiedenis' (vastgesteld 13 april 2005) en 'Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam' (november 2011) wordt het verankeren van cultuurhistorische waarden in het proces van ruimtelijke ordening geagendeerd.

Cultuurhistorische aspecten maken een stad bijzonder en zorgen voor de kwaliteit van de openbare ruimte en de bebouwing; ze bevorderen ook een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Voor een beschrijving van cultuurhistorische waarden in het plangebied wordt verwezen naar de hoofdstukken 3 en 4. 2.5.8

Welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam 2016

Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad de welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam 2016 vastgesteld. Dit is een geactualiseerde versie van de eerder vastgestelde versie op 9 september 2013.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 33

Na de fusie van de stadsdelen in 2010 hebben de centrale stad en de stadsdelen gezamenlijk een nieuwe, vereenvoudigde welstandsnota gemaakt. Niet alleen is de nota zelf sterk vereenvoudigd, ook de procedure van de welstandstoets is simpeler geworden. Niet elk plan hoeft meer langs de welstandscommissie voor een advies. Bepaalde kleine bouwplannen worden voortaan ambtelijk getoetst. Aanvragen voor wijzigingen aan monumenten worden altijd voorgelegd aan de welstandscommissie. Amsterdam is onderverdeeld in 'ruimtelijke systemen': gebieden met gelijksoortige bebouwing, zoals de binnenstad, de negentiende-eeuwse ring, de gordel '20-'40 of de naoorlogse wijken in Nieuw-West en Buitenveldert. Vanaf nu worden alle plannen binnen zo'n ruimtelijk systeem aan dezelfde uitgangspunten getoetst. Voor het gebied binnen de grenzen van stadsdeel Centrum gelden de criteria van het ruimtelijk systeem Binnenstad. De binnenstad van Amsterdam is sinds 1999 beschermd stadsgezicht. Bovendien is de grachtengordel in 2010 aangewezen tot werelderfgoed. Het spreekt voor zich dat de criteria voor de binnenstad gericht zijn op het beschermen en behoud van het cultureel historisch erfgoed. Bouwinitiatieven moeten zich voegen naar de bestaande, historisch gegroeide structuur en architectuur van de binnenstad. In Hoofdstuk 11 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. 2.5.9

Parkeerplan Amsterdam 2012

In het gemeentelijk parkeerplan zijn maatregelen opgenomen om de parkeerdruk op straat te verlagen en extra parkeerplaatsen op straat te kunnen opheffen. Hiertoe worden bestaande parkeergarages beter benut, worden financiële maatregelen genomen om het parkeren buiten het centrum aantrekkelijker te maken en worden nieuwe ondergrondse parkeergarages in het centrum gebouwd, zoals de Singelgrachtgarage en parkeergarages bij de nieuwe metrostations Rokin en Vijzelgracht. In het plangebied is geen parkeergarage gepland, wel wordt er voorzien in ruimte voor parkeren door bezoekers van de jachthaven. 2.5.10 Nota Parkeernormen Auto Op 8 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad. In deze nota zijn de nieuwe parkeernormen voor auto's vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto's in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto's op straat.

Nieuwbouw Het belangrijkste uitgangspunt in de nota is dat huurders, kopers en werknemers van nieuwbouw geen parkeervergunning meer krijgen voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Er is sprake van nieuwbouw als een pand wordt gebouwd op een perceel zonder bebouwing. Parkeerplekken komen in of onder het nieuwe gebouw of worden gereserveerd in bestaande, nabijgelegen garages. Hierdoor zijn er minder parkeerplaatsen op straat nodig. Plangebied

Gemeente Amsterdam

blz. 34

In de nota is het plangebied aangemerkt als een A-locatie. Bij dergelijke locaties is sprake van een zeer goede bereikbaarheid per openbaar vervoer. Hier kiest de gemeente ervoor om voor woningen, bedrijven en kantoren alleen een maximumparkeernorm te hanteren: minimaal 0 en maximaal 1 parkeerplaats per woning of per 250 m² bvo bedrijf/kantoor. Voor niet-woonfuncties als jachthavens zijn actuele kencijfers van CROW uitgangspunt bij het bepalen van de parkeerbehoefte. CROW heeft voor jachthavens in het centrum van zeer sterk stedelijk gebied een kencijfer van minimaal 0,5 parkeerplaats per ligplaats aangegeven. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zullen er 88 studenten-, starters- en seniorenwoningen, 4 appartementen, 1 bedrijfswoning, maximaal 80 m² bedrijfsruimte (servicecenter/werkplaats voor onderhoud sloepen) en, in een later stadium, een jachthaven met maximaal 30 plekken voor elektrische sloepen, worden gerealiseerd. De Nota Parkeernormen Auto biedt in paragraaf 7.1 een aantal mogelijkheden om van het beleid (parkeernormen) af te wijken. In sommige situaties is het fysiek onmogelijk/onwenselijk om bij een nieuwbouwproject vast te houden aan parkeernormen. Het gaat hierbij onder meer om de situatie dat het parkeren op eigen terrein niet anders opgelost kan worden dan met een ondergrondse parkeergarage.

In dat geval kunnen de volgende overwegingen aanleiding geven tot het niet verplicht stellen van het parkeren op eigen terrein: wanneer er archeologische resten in de grond zitten (op de locatie is sprake van een hoge archeologische verwachting); wanneer er sprake is van een waterkering (onder een deel van het plangebied loopt de waterkering); wanneer de grondwaterstromen in het gebied ernstig verstoord worden (het water aan de lange zijde van de locatie is een gevoelig waterbergingsgebied); Er is zeer beperkt ruimte om permanente parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Onder en rondom het werfgebouw is ruimte om maximaal 16 auto's te parkeren maar deze ruimte is uitsluitend bedoeld voor bezoekers van de jachthaven alsook voor stalling van fietsen en scooters van toekomstige bewoners, hun bezoekers alsook de bezoekers van de jachthaven. De ruimte onder het werfgebouw zal buiten het vaarseizoen ook worden gebruikt voor het stallen en onderhoud van boten. Op eigen terrein is ruimte om gedurende het vaarseizoen minimaal 15 auto's van bezoekers van de jachthaven te laten parkeren. Een dergelijke parkeercapaciteit komt bij maximaal 30 ligplaatsen/plekken neer op 0,5 parkeerplaats per ligplaats zodat er wordt voldaan aan het kencijfer voor jachthavens en daarmee aan de Nota Parkeernormen Auto. In het plan is dus geen rekening gehouden met parkeerplaatsen voor de bewoners.

Naast dat er zeer beperkt ruimte om permanente parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, is de verwachting dat de auto parkeerbehoefte bij dit programma laag is (zie ook subparagraaf 8.2.1). Het autobezit bij met name studenten en starters is beduidend lager dan gemiddeld. Bewoners met een auto dienen hun auto op straat te parkeren tegen het reguliere parkeertarief. De parkeertarieven zijn dermate hoog dat op straat parkeren geen reële optie is voor bewoners. Het niet realiseren van parkeerplaatsen voor bewoners is conform de Nota Parkeernormen Auto. Eventuele bezoekers van de woningen kunnen hun auto op straat parkeren. Uitgaande van bezoekersnorm van 0,1 parkeerplaats per woningen zijn daarvoor 10 parkeerplaatsen nodig. In de avonden weekenduren, doorgaans de tijdstippen waarop het bezoek plaatsvindt, is de parkeerdruk in de omgeving zodanig dat er ruimte is voor bezoekers om op straat te parkeren. Volgens de parkeerdrukkaart is de parkeerdruk direct bij het plangebied (de Hoogte Kadijk) weliswaar 90% of meer (bruto), maar in de directe omgeving waaronder (Hoogte Kadijk bij het museumwerf 't Kromhout en de Entrepotdok, circa 100-130 meter), is de parkeerdruk 60-80% en 80-90% (bruto). De bruto parkeerdruk betreft de goed- en foutgeparkeerde voertuigen op openbare parkeerplaatsen bij elkaar opgeteld, gedeeld door de actuele parkeercapaciteit.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 35

Er zal gelet op het voorgaande geen parkeeroverlast in de openbare ruimte ontstaan. De beoogde herontwikkeling voldoet daarmee aan de Nota Parkeernormen Auto, zoals ook is bevestigd door het Team Parkeerbeleid van de afdeling V&OR van de gemeente Amsterdam (zie bijlage 6). 2.5.11 Nota parkeernormen fiets en scooter Op 14 maart 2018 heeft de gemeenteraad de nota Parkeernormen fiets en scooter vastgesteld. Zonder goede voorzieningen parkeren bewoners hun fiets en/of scooter in de openbare ruimte, met als gevolg dat er niet voldoende ruimte overblijft voor groen, voetgangers, terrassen, etc. Tevens hebben te veel gestalde fietsen in de openbare ruimte negatieve gevolgen voor het straatbeeld. Het Bouwbesluit 2012 schrijft bij nieuwbouw van woningen een individuele berging van minimaal 5 m² voor, onder andere voor het stallen van fietsen. Deze individuele (fietsen)berging is niet verplicht als de gebruiksoppervlakte van de woning niet groter is dan 50 m². In dat geval volstaat een gemeenschappelijke bergruimte voor fietsen, met een vloeroppervlakte van minimaal 1,5 m² per wooneenheid. Het Bouwbesluit kent ook de mogelijkheid om een ‘gelijkwaardige oplossing’ te accepteren. Zo accepteert de gemeente Amsterdam een gezamenlijke fietsenberging ook voor woningen groter dan 50 m², waarbij Bouwbrief 2015-130 als richtlijn geldt.

In de nota Parkeernormen fiets en scooter wordt een norm van 0,13 scooterparkeerplaats per woning gehanteerd, gebaseerd op het scooterbezit per woning in Amsterdam (peildatum 2015). In de nota zijn tevens normen opgenomen voor een breed scala aan niet-woonfuncties. Ook voor scooters zijn normen opgenomen. Uitgangspunt is dat fiets- en scooterparkeervoorzieningen op eigen terrein worden aangeboden, in ieder geval voor lang parkeren door personeel. Kort parkeren kan in de openbare ruimte worden opgelost als daarvoor voldoende ruimte beschikbaar is. Plangebied Op grond van de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter is Amsterdam ingedeeld in drie zones. Het plangebied ligt in zone 1, wat inhoudt dat er een hoog fietsgebruik is en er daarom een hoge parkeernorm geldt voor niet-woonfuncties. Voor een jachthaven en werkplaats zijn in de Nota geen normen aangegeven. Er dient daarom te worden aangesloten op de norm van een functie die qua parkeergedrag het beste aansluit of er dient te worden uitgegaan van maatwerk. Van de 93 te realiseren woningen is voor de 88 woningen in het werfgebouw conform het Bouwbesluit geen zelfstandige berging nodig vanwege de omvang van de woningen. Wel dient er dan een gemeenschappelijke bergruimte te worden gerealiseerd van minimaal 1,5 m² per wooneenheid.

In het plan is in het werfgebouw ruimte gereserveerd door het maken van de benodigde gemeenschappelijke bergruimten op elke verdieping. In totaal is daar plek voor 55 fietsen. Er wordt daarmee voldaan aan het Bouwbesluit. Dat geldt ook voor de woningen in het voorhuis. De woningen in het voorhuis zullen beschikken over een eigen berging waar fietsen kunnen worden gestald. Omdat niet alle bewoners en bezoekers van het werfgebouw hun fiets mee zullen nemen naar de verdieping komt er onder het werfgebouw een gezamenlijke fietsenstalling op maaiveld voor 142 parkeerplaatsen. Dat komt neer op 1,6 fietsparkeerplek per wooneenheid. Op die manier wordt voorkomen dat fietsen gaan rondslingeren op het terrein of in de omgeving. Het aantal parkeerplaatsen voor fietsers en scooters is lager dan de aantallen waar in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter van uit is gegaan maar de aantallen in de Nota zijn richtlijnen en niet bindend. De parkeergelegenheid voor fietsen voldoet wel aan het Bouwbesluit. Uit subparagraaf 8.2.2 blijkt dat het lagere aantal fietsparkeerplaatsen naar verwachting niet leidt tot parkeeroverlast.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

2.5.12 Nota Varen De gemeente heeft via de Nota Varen in 2019 diverse maatregelen genomen om de leefbaarheid en het stedelijk milieu te verbeteren en voldoende ruimte voor bewoners te houden. Hiermee wil de gemeente de groei van het aantal bezoekers in goede banen leiden en de drukte en overlast aanpakken. Ook stelt de gemeente grenzen aan de groei van toeristische voorzieningen, activiteiten en attracties in de stad en op het water. Eén van de doelstellingen is verdeling van de schaarse ruimte wan t de capaciteit van de grachten is beperkt. Dat maakt dat er keuzes gemaakt moeten worden voor wie er ruimte wordt geboden en in welke mate. Het is voor de gemeente van belang dat er in ieder geval voldoende ruimte is voor pleziervaart, waar ook bewoners in het bijzonder aan hechten, en voor goederenvervoer over het water. In de Nota Varen zijn ook diverse maatregelen opgenomen, waaronder verduurzaming van de pleziervaart. Pleziervaart vormt geen uitzondering op de ambitie van de gemeente voor een uitstootvrij centrum in 2025. De gemeente voert vanaf 2025 een zero emissie gebied in voor de Amsterdamse binnenwateren met uitzondering van de doorgaande routes (Amstel en Kostverlorenvaart). Plangebied Het bestemmingsplan heeft onder meer betrekking op een jachthaven met maximaal 30 afmeervoorzieningen voor pleziervaart.

De jachthaven zal laadpalen bevatten zodat elektrische vaartuigen hun motor kunnen opladen. Hiermee wordt bijgedragen aan de uitvoering van de maatregel dat in 2025 alle vaartuigen in Amsterdam uitstootvrij moeten varen. De behoefte aan plekken waar kan worden opgeladen zal daarmee toenemen. Deels zal dit worden ingevuld door het actief uitrollen van laadpalen langs de openbare kades maar er is ook behoefte aan voorzieningen als een jachthaven. 2.5.13 Amsterdams Ondernemingsprogramma (AOP) Het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) "Ruimte voor ondernemers! 2015-2018 is op 17 december 2015 vastgesteld door de gemeenteraad. Met het nieuwe programma geeft Amsterdam ondernemers de ruimte. Met de doelen en acties uit het Amsterdams Ondernemers Programma verbetert de dienstverlening, verminderen regels en biedt het college ruimte voor initiatieven en experimenten. Met dit programma zorgt de gemeente ervoor dat de randvoorwaarden om te ondernemen zo goed mogelijk zijn. Het programma kent een eigen dynamiek en wordt constant aangevuld met initiatiefvoorstellen, amendementen en moties van de gemeenteraad. In het programma is aangegeven dat onder andere het detailhandelsbeleid 'Amsterdam Winkelstad' voor de hele stad geldt en is gericht op de periode 2011-2015.

Om te kunnen terugvallen op een algemeen kader voor de hele stad, blijft het detailhandelsbeleid Amsterdam Winkelstad van kracht tot de vaststelling van detailhandelsbeleid voor een nieuw tijdvak. Buiten de winkelgebieden is vraag en aanbod van winkel- en bedrijfsruimten niet altijd in evenwicht. Bij langdurige leegstand kan omzetting naar een andere functie een optie zijn. Tegelijkertijd is het op peil houden van de voorraad (kleinschalige) bedrijfsruimten ook een aandachtspunt voor de (wijk)economie en de leefbaarheid. Dit vraagt dus om een zorgvuldige afweging. De afweging gebeurt nu op verschillende manieren in de stad. Het streven is om een helder en transparant afwegingskader te hanteren in de hele stad voor een selectief behoud van bedrijfsruimten. Dat wil zeggen behoud van bedrijfsruimten op (strategische), zichtbare locaties, zoals hoekpanden, pleinen en aaneengesloten bedrijfslinten. Het afwegingskader dat in het voormalig stadsdeel West is ontwikkeld, wordt hiervoor geactualiseerd en stedelijk aangeboden.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 37

Hoofdstuk 3

Unesco Werelderfgoed

3.1

Algemeen

3.1.1

Amsterdam Werelderfgoed

De zeventiende-eeuwse grachtengordel van Amsterdam is op 1 augustus 2010 geplaatst op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Hiermee wordt bijgedragen aan het versterken van het bewustzijn, het begrip en de waardering van de wereldgemeenschap voor dit 400 jaar oude waardevolle culturele, architectonische en stedenbouwkundige erfgoed. Tevens is dit een erkenning dat Amsterdam (gemeente en stadsdeel, maar ook eigenaren, ondernemers en bewoners) de grachtengordel op een goede manier in stand houdt en beschermt. 3.1.2

Kern- en bufferzone

De zeventiende-eeuwse grachtengordel vormt de zogenoemde kernzone (de 'property'), het gebied dat is geplaatst. De overige delen van de historische binnenstad binnen de Singelgracht vormen de bufferzone. De bufferzone is aangewezen als een extra beschermingsgebied om de kernzone. De kern- en bufferzone liggen beide in het beschermd stadsgezicht van de binnenstad van Amsterdam. De grenzen van de bufferzone komen overeen met de grenzen van het beschermde stadsgezicht.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

Grachtengordel Amsterdam UNESCO Werelderf goed: kern- en buf f erzone, het plangebied is met een rode ov aal aangegev en

Het plangebied (Hoogte Kadijk 145B) bevindt zich in de bufferzone van het UNESCO gebied.

3.2

Waardering van de grachtengordel als Werelderfgoed

3.2.1

Uitzonderlijke universele waarden

Als het Werelderfgoed Comité (World Heritage Committee) besluit een erfgoed toe te voegen aan de Lijst van het Werelderfgoed, stelt het Comité, hiertoe geadviseerd door Niet Gouvernementele Organisaties (NGO's), een “Verklaring van Uitzonderlijke universele waarde” vast. 'Uitzonderlijke universele waarde' houdt in, dat de culturele of natuurlijke betekenis van wat als het erfgoed wordt gezien zo uitzonderlijk is, dat deze het nationale belang overstijgt en van algemeen belang is voor huidige en toekomstige generaties van de gehele mensheid. De verklaring bestaat uit een korte samenvattende beschouwing (synthesis), een beschrijving van de criteria waaraan het erfgoed voldoet, een beschrijving van de manier waarop het erfgoed voldoet aan de voorwaarden (wegingsfactoren) van integriteit (integrity) en echtheid (authenticity) en tenslotte een beoordeling van het systeem waarmee het erfgoed wordt beheerd en beschermd. 3.2.2

Criteria

Een cultureel of natuurlijk erfgoed moet, om als Werelderfgoed te kunnen worden toegevoegd aan de Lijst van het Werelderfgoed, voldoen aan tenminste één van de tien criteria, die - naast de wegingsfactoren authenticiteit en integriteit – zijn vastgelegd in de leidraad van de 'World Heritage Convention', de 'Operational Guidelines'. De criteria zijn opgesteld om te kunnen beoordelen en vaststellen of er voor een nominatie sprake is van 'Uitzonderlijke universele waarde'. De 'zeventiende-eeuwse grachtengordel van Amsterdam binnen de Singelgracht' is toegevoegd aan de Lijst van het Werelderfgoed op basis van de algemene criteria (i), (ii), en (iv), die hierna worden toegelicht. I.

– 'represent a masterpiece of human creative genius' – het erfgoed vertegenwoordigt een meesterwerk van menselijk scheppend talent; II. – 'exhibit an important interchange of human values, over a span of time or within a cultural area of the world, on developments in architecture or technology, monumental arts, town-planning or landscape design' – het erfgoed is het toonbeeld van een belangrijke uitwisseling van menselijke waarden, over een tijdspanne of binnen een cultureel gebied van de wereld, met betrekking tot ontwikkelingen in architectuur of technologie, monumentale kunsten, stedenbouw of landschapsontwerp; III. [...] IV. – 'be an outstanding example of a type of building, architectural or technological ensemble or landscape which illustrates (a) significant stage(s) in human history' – het erfgoed is een uitzonderlijk voorbeeld van een bepaald type bouwwerk, architectonisch of technisch ensemble of cultuurlandschap, dat als zodanig een belangwekkende fase in de menselijke geschiedenis illustreert.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 39

3.2.3

Authenticiteit en integriteit

In 2008 heeft het Werelderfgoed Comité uitgesproken, dat authenticiteit en integriteit een onlosmakelijk onderdeel vormen van de voor een Werelderfgoed geldende 'Verklaring van Uitzonderlijke universele waarde'. Authenticiteit beoordeelt de geloofwaardigheid en echtheid van de 'Uitzonderlijke universele waarde'. De mogelijkheid om de waarden die worden toegekend aan het erfgoed te begrijpen, is afhankelijk van de mate waarin informatiebronnen met betrekking tot de waarden worden beschouwd als geloofwaardig of eerlijk. Uitgebreide reconstructie en herstructurering worden bijvoorbeeld gezien als een risico voor instandhouding van de authenticiteit. Integriteit beoordeelt de volledigheid en gaafheid van de 'Uitzonderlijke universele waarde' van een erfgoed. Integriteit is de mate waarin het natuurlijk en/of culturele erfgoed en wat daartoe behoort als één geheel (en niet verstoord) bewaard is gebleven. De 'Operational Guidelines' geven richtlijnen voor het vaststellen en beschrijven van de authenticiteit en integriteit van het erfgoed.

3.3

Verklaring van uitzonderlijke universele waarde

Het Werelderfgoed Comité heeft bij de aanwijzing tot werelderfgoed in 2010 voor de grachtengordel de volgende Verklaring van Uitzonderlijke universele waarde vastgesteld. Korte synthese De Amsterdamse grachtengordel illustreert op navolgenswaardige wijze grootschalige water- en stedenbouwkundige planning door de volledig kunstmatige vormgeving van een grootschalige havenstad. De topgevels zijn kenmerkend voor het burgerlijke milieu, en de woonhuizen getuigen van zowel de verrijking van de stad door middel van maritieme handel, als de ontwikkeling van een humanistische en tolerante cultuur gekoppeld aan de Calvinistische Reformatie. In de zeventiende en achttiende eeuw werd Amsterdam gezien als de verwerkelijking van de ideale stad, die model stond voor tal van projecten voor nieuwe steden over de gehele wereld. Criterium (i): De Amsterdamse grachtengordel is een nieuwe en geheel kunstmatige 'havenstad', ontworpen aan het eind van de zestiende eeuw en gebouwd in de zeventiende eeuw. Het is een water- en stedenbouwkundig meesterwerk en een weldoordacht programma van constructie en burgerlijke architectuur. Het is een uniek en innovatief, grootschalig, maar homogeen stedenbouwkundig ensemble.

Criterium (ii): De Amsterdamse grachtengordel getuigt van een uitwisseling van grote invloeden gedurende bijna twee eeuwen, niet alleen op het gebied van civiele techniek, stedenbouw en architectuur, maar ook op een aantal technische, maritieme en culturele terreinen. In de zeventiende eeuw was Amsterdam een belangrijk centrum voor internationale, commerciële handel en intellectuele uitwisseling, voor de vorming en de verspreiding van het humanistisch gedachtegoed. Amsterdam was in die tijd de hoofdstad van de wereldeconomie. Criterium (iv): De Amsterdamse grachtengordel vormt een uitstekend voorbeeld van een gebouwd, stedelijk ensemble dat expertise in waterbouw, civiele techniek, stedenbouw, en constructieve en bouwkundige vakkundigheid vereist en illustreert. In de zeventiende eeuw stond de grachtengordel model voor de geheel kunstmatige 'havenstad', maar ook voor de typologie van het Nederlandse woonhuis met zijn variëteit aan gevels (façades) en topgevels. De stad getuigt, op het hoogste niveau, van een belangrijke periode in de geschiedenis van de moderne wereld. Integriteit en authenticiteit

Gemeente Amsterdam

blz. 40

Het netwerk van grachten in de concentrische bogen van een cirkel dat, samen met de radiale waterwegen en straten, de basis vormt van het stedenbouwkundig plan, is in zijn geheel behouden gebleven, inclusief zijn oude kades en historische gevelrooilijnen. Het merendeel van de huizen, gebouwd in de zeventiende en achttiende eeuw, is nog steeds aanwezig en in een goede staat van onderhoud. Dat is een wezenlijk gezonde uitgangssituatie voor een nog altijd levendig en werkend stedelijk ensemble. Niettemin zijn straten soms verbreed, met name de huidige verkeersader de Weesperstraat, en de gevelwoningen herbouwd. De oude civieltechnische en waterbouwkundige structuren zijn over het algemeen vervangen. Hoge, moderne gebouwen tasten sommige zichtlijnen aan, vooral in het noorden van het erfgoed, en agressieve reclame bederft het aanzicht van het erfgoed. Eisen aan de bescherming en het beheer Een zeer groot aantal gebouwen en structuren is beschermd door de nationale en gemeentelijke monumentenlijsten. De situatie met betrekking tot de bescherming lijkt, in het kader van de bedrijfsvoering van stadsdeel Centrum complex te zijn, maar de procedures die de bescherming regelen, worden nageleefd.

Een beter inzicht bij de verantwoordelijke instanties betekent dat de excessen van stedelijke groei, die in de recente verleden soms moeilijk te beheersen waren, steeds beter in de hand gehouden lijken te worden. Met name reclame in de kernzone en de visuele impact van hoge gebouwen op het stedelijk landschap van het erfgoed. Alle beheersmaatregelen samen vormen een effectief en samenhangend systeem, onder verantwoordelijkheid van stadsdeel Centrum en met de garantie van Monumenten & Archeologie (voorheen het Bureau Monumenten en Archeologie). Ten behoeve van het beheer van en het toezicht op het erfgoed is het Bureau Werelderfgoed ingesteld.

3.4

Betekenis van de aanwijzing

3.4.1

Algemeen

De grachtengordel is op de werelderfgoedlijst geplaatst vanwege de Uitzonderlijke universele waarde en omdat de regels en de verbeelding van de bestemmingsplannen voor de binnenstad voldoende waarborg zijn voor de instandhouding van de door UNESCO gesignaleerde Outstanding Universal Value. Plaatsing op de Werelderfgoedlijst brengt dus geen nieuwe regels met zich mee. 3.4.2

Nieuwbouw

Nieuwbouw is in de binnenstad vaak onderwerp van discussie. Het huidige welstandsbeleid ziet er voldoende op toe dat nieuwbouwplannen passen in de context van het beschermde stadsgezicht. Met de aanwijzing van de grachtengordel als Werelderfgoed behoren ook de Uitzonderlijke universele waarde en de authenciteit en integriteit tot de 'context' waarin nieuwbouwplannen moeten worden ingepast. UNESCO heeft specifieke aandachtspunten voor eigentijdse architectuur in het Vienna Memorandum en het Charter van Venetië (ICOMOS, UNESCO) geformuleerd. Voor UNESCO is de afleesbaarheid van de stad essentieel, hetgeen ook aansluit bij het eerdergenoemd criterium authenticiteit. Eigentijdse architectuur dient in principe als zodanig herkenbaar te zijn. Artikel 21 van het Vienna Memorandum luidt namelijk: 'Met inachtneming van de uitgangspunten (volgens artikel 7 van dit Memorandum), moeten stedenbouw, hedendaagse architectuur en het behoud van de historische stedelijke landschap alle vormen van

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 41

pseudo-historisch ontwerp voorkomen, omdat dit een ontkenning vormt van zowel het historische als het hedendaagse. Een historische blik moet niet de andere verdringen, omdat de geschiedenis leesbaar moet blijven, terwijl het bereiken van samenhang van de cultuur door kwalitatieve interventies het ultieme doel is.' In het plangebied (Hoogte Kadijk 145B) is nieuwbouw voorzien. Deze nieuwbouw dient, net als andere nieuwbouwplannen in het UNESCO gebied, te voldoen aan het huidige welstandsbeleid zodat het nieuwbouwplan in de context van het beschermd stadsgezicht wordt ingepast (zie hoofdstuk 4). 3.4.3

Visual impact en hoogbouwbeleid

Voor UNESCO is het aspect 'visual impact' (visueel effect) van belang. Hedendaagse stedelijke ontwikkelingen, zoals hoogbouw en eigentijdse architectuur, kunnen van invloed zijn op stadssilhouetten, het daklandschap, zichtlijnen of doorzichten en de authenticiteit en integriteit van het historische stedelijke landschap bedreigen. Van deze ontwikkelingen kan vooral hoogbouw een groot visueel effect op de grachtengordel hebben. Daarom heeft de gemeente Amsterdam, in het kader van de op 16 februari 2011 vastgestelde Structuurvisie 2040, hoogbouwbeleid ontwikkeld en vastgesteld. De Structuurvisie is inmiddels vervangen door de op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De onderwerpen hoofdgroenstructuur en hoogbouw uit de Structuurvisie blijven echter van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld (zie ook subparagraaf 2.5.2). Het hoogbouwbeleid gaat uit van de internationaal voor het Werelderfgoed geldende charters en verdragen, waaronder het Charter van Washington en het Vienna Memorandum. Ook de inhoud van meer recente papers van het Werelderfgoed Comité en diens adviesorgaan ICOMOS over de maatschappelijke en culturele betekenis van het historische stedelijke landschap in relatie tot hedendaagse ontwikkelingen in stedenbouw en architectonisch ontwerp zijn hierin verwerkt.

Hoogbouw mag alleen wanneer de Uitzonderlijke universele waarde en de authenticiteit en integriteit niet in het geding komen. Concreet gaat het om de bescherming en instandhouding van bestaande zichtassen/doorzichten, stadssilhouetten en het daklandschap van de kernzone en de omringende bufferzone. De hoogbouwvisie, de regels en de verbeelding in de bestemmingsplannen voorzien in deze bescherming en instandhouding. In het UNESCO-gebied (kerngebied en bufferzone) is volgens de hoogbouwvisie sprake van middelhoogbouw in geval van bebouwing hoger dan 22,5 meter of 25% hoger dan de directe omgeving. In dat geval kan er in het UNESCO-gebied een grootstedelijk effect optreden waardoor er effect ontstaat op het bestaand stadsbeeld. In deze situaties is een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) nodig. In het bestemmingsplan is voor de beoogde bouwvolumes uitgegaan van bouwhoogtes van 10 meter (voorhuis) en 21,5 meter (werfgebouw). Deze bouwhoogtes zijn nog exclusief liftopbouwen en, bij het voorhuis, gevelversieringen. De totale maximum bouwhoogtes bedragen 10,4 meter (voorhuis) en 22 meter (werfgebouw). De nieuwbouw is daarmee minder dan 25% hoger zijn dan het in naastgelegen pakhuis ten westen van het plangebied (Hoogte Kadijk 143f, bouwhoogte 18-19 meter) en het ten zuidoosten gelegen gebouw van Liander (bouwhoogte 16-18 meter).

Voor het plangebied (Hoogte Kadijk 145B) wordt in dit bestemmingsplan zodoende niet voorzien in de realisatie van nieuwe hoogbouw.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 43

Hoofdstuk 4 4.1

Cultuurhistorie

Ligging van Hoogte Kadijk 145B

Het bestemmingsplangebied Hoogte Kadijk 145B is gelegen in de oostelijke binnenstad, in de buurt Kadijken. De stedenbouwkundige structuur van de oostelijke binnenstad is grotendeels tot stand gekomen met de Vierde stadsuitleg, welke is gerealiseerd vanaf halverwege de tweede helft van de 17e eeuw als de tweede fase van de zeventiende-eeuwse stadsuitbreiding. Globaal werd in de richting van west naar oost gebouwd, aansluitend op de Leidsegracht in de Eerste stadsuitleg (westelijk deel grachtengordel, inclusief de Jordaan). Door middel van de Vierde stadsuitleg ontstond de kenmerkende vorm van een halve cirkel rondom de oude binnenstad.

Afbeelding Vier deelgebieden met paars de Singelgrachtzone, rood de grachtengordel en de Kadijken, groen de Plantage, zwart de Weesperstraat en rood gearceerd de Weesperstraat en het Roeterseiland

De oostelijke binnenstad wordt begrensd door de Nieuwe Herengracht, de Schippersgracht, de Nieuwe Vaart, de Singelgracht en de Amstel. De buurt Kadijken bevindt zich aan aan de noordoostkant van de oostelijke binnenstad en is gelegen tussen de Schppersgracht, de Nieuwe Vaart, de Sarphatistraat en het Entrepotdok. Het plangebied Hoogte Kadijk 145B bevindt zich centraal in de buurt Kadijken. Het plangebied is gelegen in de bufferzone van het UNESCO gebied en binnen het beschermd stadsgezicht.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

4.2

Historische hoofdstructuur

Binnen de grachtengordel is sprake van functionele en sociale gelaagdheid. Kenmerkend is de afnemende rijkdom, van binnen (dicht bij de oude stad) naar buiten (dicht bij de stadswallen). De exclusieve woonfunctie verschiet naar buiten toe steeds meer van kleur. De Herengracht is exclusief wonen. De Prinsengracht staat bekend als de 'werkgracht': aanmeren van kleine vrachtschepen, herenhuizen naast pakhuizen. Nog meer naar buiten is de werkfunctie zelfs overheersend. Een meer genuanceerd statusverschil - binnen de 'ringen' - komt naar voren in de onderverdeling tussen hoofdgracht en achterstraat (diensten). Tot slot hebben ook de radialen een specifieke status (winkels, ambachten). De statusverschillen komen duidelijk tot uitdrukking in de verkaveling (en de prijzen) van het bouwblok.

Afbeelding: de structuur van de Vierde Uitleg, de Kadijken zijn gesitueerd in het deelgebied 'Industrie' (bron: bestemmingsplan Oostelijke binnenstad).

Bij de uitleg van de grachtengordel werden ook bedrijventerreinen ten behoeve van de haven en havengebonden activiteiten (scheepsbouw) bestemd: de oostelijke en de westelijke eilanden. In de tweede helft van de 17e eeuw waren er zo'n 200 scheepswerven in de oostelijke binnenstad. Het Kadijkseiland was zo'n werkeiland voor de scheepsbouw en aanverwante industrie.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 45

4.3

Deelgebied Kadijken

Het eiland van de Kadijken is feitelijk de opgedikte Nieuwe Zeedijk, tussen de woongebieden van de Vierde uitleg en de Oostelijke eilanden, maar fungeert in wezen niet anders dan deze woon/werkgebieden. De verkaveling van deze maritieme eilanden werd voor het eerst toegepast bij de Tweede uitleg van Valkenburg, Rapenburg en Uilenburg, verder geperfectioneerd bij de Derde uitleg (Westelijke eilanden) en de Vierde. Bij voldoende breedte van het eiland, steevast axiaal georiënteerd, is sprake van een middenstrook rechthoekige bouwblokken met woonhuisbebouwing en ook wel pakhuizen. De randen tegenover de middenstrook zijn niet rondom verkaveld, maar van straat tot water: woonhuizen en pakhuizen aan de straat en de scheepswerven op het achtererf. Idealiter is de verkaveling dus per eiland gespiegeld. De Kadijken namen letterlijk en figuurlijk een middenpositie in. Aan de kant van de Nieuwe Vaart waren de scheepswerven, tegenover de bedrijvigheid van de Oostelijke eilanden maar aan de andere kant, tegenover de Plantage waren in de beginperiode meer tuinen. Dit valt op te maken uit opeenvolgende kaartbeelden van Johannes de Ram tussen circa 1680 en 1690 en uit de (eigendoms)kaarten van Jacob Bosch.

Circa 1680 zijn slechts enkele scheepshellingen ingetekend en in het geheel geen insteekhavens.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Tien jaar later is het aantal werven verdubbeld, maar zijn er binnendijks ook siertuinen bijgekomen. De kaarten in de voorgaande afbeeldingen geven een beeld, niet een kadastrale werkelijkheid weer.

In 1689 heeft het gebied aan de Nieuwe Vaart zich verder ontwikkeld, met insteekhavens en is vrijwel het hele gebied ingenomen door scheepswerven. De hellingen zijn in andere handen dan de bouwterreinen, 210 voet diep en een veelvoud van 30 voet breed (bij benadering). Hoe de bebouwing er uit heeft gezien, is niet bekend.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 47

Begin 19de eeuw zijn de Kadijken volwaardig onderdeel van de Oostelijke eilanden. De kade aan de Plantagekant is volledig bedrijfsmatig in gebruik, de kavels van rooilijn tot rooilijn, ingenomen door de diepe (entrepot)pakhuizen. De Nieuwe Vaart is één groot scheepsbouwgebied en aan de straten wordt gewoond (directie en personeel). De rode lijn geeft aan waar circa 20 jaar later de sluis naast Hoogte Kadijk 145b (1837) zou worden aangelegd. De insteekhavens zijn verdwenen (of nooit gegraven).

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Begin 19de eeuw zijn de Kadijken volwaardig onderdeel van de Oostelijke eilanden. De kade aan de Plantagekant is volledig bedrijfsmatig in gebruik, de kavels van rooilijn tot rooilijn, ingenomen door de diepe (entrepot)pakhuizen. De Nieuwe Vaart is één groot scheepsbouwgebied en aan de straten wordt gewoond (directie en personeel). De rode lijn in de voorgaande afbeelding geeft aan waar circa 20 jaar later de sluis naast Hoogte Kadijk 145b (1837) zou worden aangelegd. De insteekhavens zijn verdwenen (of nooit gegraven).

Afbeelding: Uitsnede van de Kadastrale Minuut met in rood het terrein van de latere scheepswerf Koning William (Van den Ende). In de rooilijn zijn veel kleine kavels, overwegend wonen.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 49

Afbeelding: kaartbeeld: Loman 1876

Het Kadijkseiland in de 19de eeuw heeft nog steeds de structuur van de 17de-eeuwse haveneilanden, een woonblok over de middenas en aan de waterkant de diepe kavels met werven en pakhuizen. Het ritme is echter specifiek voor dit eiland: fijn en regelmatig aan de kant van het Entrepotdok en grof en onregelmatig aan de Nieuwe Vaart. .

De bijgewerkte kaarten uit de Atlas van Loman, eind 19de begin 20ste eeuw laten een zelfde beeld zien, waarbij de grotere, onregelmatige pakhuizen en fabrieken aan de Nieuwe Vaart steeds meer aaneen klonteren. Richting Koning William is het eiland minder dicht bebouwd aan de kant van de Nieuwe Vaart. Koning William is de enige werf die zijn open structuur (plus) inrichting heeft behouden. Aan de andere kant van de sluis is dat de Kromhoutwerf.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 51

De band van de oude scheepshellingen wordt versterkt door de zichtlijn op de Oosterkerk, het enige bouwwerk in de omgeving dat uit dezelfde periode van de Vierde uitleg dateert. De planmatige aanleg van de Oostelijke eilanden is door de eeuwen sterk verwaterd, maar juist deze combinatie van bedrijfsmatige scheepshellingen en een religieus iconisch bouwwerk houdt de herinnering aan de stedenbouwkundige bedoelingen van de oostelijke grachtengordel levend. De verwatering van de structuur van de Kadijken had er mee te maken dat vanaf de tweede helft 19de eeuw als gevolg van schaalvergroting in de scheepvaart de scheepsindustrie en de werven uit de binnenstad verdwenen. Door het verdwijnen van de werkgelegenheid verloederde de buurt. In de tweede helft van de 20ste eeuw waren de Kadijken sterk verpauperd en was een nieuwe invulling zeer gewenst. In 1975 werd het Kadijkseiland aangewezen tot rehabilitatiegebied. Wonen - veel sociale woningbouw werd nu de hoofdfunctie, het 1000-woningenplan van buurtcomité 'De Kadijken' in 1979 door wethouder Jan Schaefer tot beleid verheven. De historische pakhuizen van het entrepotdok werden verbouwd en aan de Hoogte Kadijk verrezen nieuwe complexen, architectonisch minder geslaagd, maar stedenbouwkundig van een maat en schaal die als gepast werd ervaren in deze strook.

Ook werden aan de Hoogte Kadijk de oudere complexen huurwoningen gerestaureerd, de zogenoemde Sibbelwoningen,

Gemeente Amsterdam

blz. 52

een soort voorlopers van de sociale woningbouw van begin 19de eeuw. Als laatste stap werden ook de grotere veempakhuizen verbouwd, tot woningen, maar ook tot kantoren en kwamen er functies bij als horeca en creatieve en internetbedrijven.

4.4

Plangebied

De scheepswerf Koning William die tot 2017 op Hoogte Kadijk 145b in gebruik was, was één van de laatste scheepswerven in de oostelijke binnenstad. De bestaande bedrijfsbebouwing op Hoogte Kadijk 145b is niet aangewezen als rijksmonument of als gemeentelijk monument. Op de Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit zijn alle gebouwen in het plangebied wel aangeduid als orde 3. In het geldende bestemmingsplan 'Oostelijke binnenstad' zijn mede daarom beschermende bouwregels opgenomen.

Afbeelding: uitsnede Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit, de als orde 3 aangewezen bebouwing in het plangebied is met een oranje kleur weergegeven (bron: https://maps.amsterdam.nl/ordekaart/)

Bouwwerken met een aanduiding als orde 3 zijn bouwwerken van vóór 1970, die wat schaal en detaillering betreft, passen in de gevelwand, maar geen architectonische of stedenbouwkundige meerwaarde hebben. Binnen de orde 3 panden is sprake van grote kwaliteitsverschillen. Op basis van een kwaliteitstoets wordt daarom bepaald of sprake is van panden met cultuurhistorische, bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 53

bouwhistorische, architectuurhistorische en/of stedenbouwkundige waarden. Wanneer dat het geval is, is behoud uitgangspunt. Het kwaliteitsniveau van deze genoemde waarden is bepalend of sprake kan zijn van sloop/nieuwbouw. De als orde 3 aangewezen bestaande gebouwen zullen als gevolg van de herontwikkeling worden gesloopt. Voor de gebouwen is daarom door de gemeente een kwaliteitstoets uitgevoerd (d.d. 16 januari 2018, zie bijlage 1). Daaruit blijkt dat sloop van de huidige opstallen op zich te rechtvaardigen is, maar dat het aanbeveling verdient om bij nieuwbouw de stedenbouwkundige waarden van het terrein te behouden. De opstallen dienen namelijk niet als incidentele objecten gezien te worden, maar als ensemble onderdelen van het grotere geheel: de scheepswerf. Bebouwing op het terrein van de scheepswerf dient de aanzienlijke aanwezige stedenbouwkundige waarden te respecteren. Daarnaast is op 25 mei 2018 door Buurtorganisatie 1018 een verzoek gedaan om de voormalige scheepswerf Koning William aan te wijzen als gemeentelijk monument. Hiervoor is advies opgevraagd: Monumenten en Archeologie (MenA) heeft in het kader van de aanvraag een monumentbeschrijving opgesteld (d.d. 22 augustus 2018, zie bijlage 2).

Uit deze monumentbeschrijving blijkt dat MenA concludeert dat de te slopen opstallen in het plangebied aan geen enkel selectiecriterium voor aanwijzing tot gemeentelijk monument voldoen. Het werfterrein wordt wel hoge stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde toegekend als één van de weinig overgebleven kleinschalige werven rond de Nieuwe Vaart. MenA adviseert om met de stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden rekening te houden bij verdere planontwikkeling. Het gaat daarbij om het volgende: 1. Het werfterrein heeft een hoge cultuurhistorische waarde door zijn vorm, met afschuining ten gevolge van de aanleg van de Entrepotdoksluis, en het aan de scheepswerfactiviteiten gerelateerde, aflopende achtererf met de hellingbaan en rails. 2. De hoge stedenbouwbouwkundige waarde komt vanwege de ligging op de hoek van de Nieuwe Vaart en de Entrepotdoksluis, bij de - in haar huidige vorm uit 1903 daterende - brug 80, tegenover de historische scheepswerf 't Kromhout en met doorzichten naar de Nieuwe Vaart en de Oostenburgergracht met Oosterkerk.

De subcommissie Aanwijzing Monumenten van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) heeft op 25 september 2018 geadviseerd om het werfterrein niet aan te wijzen als gemeentelijk monument omdat de opstallen een zeer geringe architectuurhistorische waarde hebben en de werf niet voldoet aan de selectiecriteria voor aanwijzing tot monument (d.d. 25 augustus 2018, zie bijlage 3). Wel heeft de werf volgens de CRK in cultuurhistorisch opzicht zeldzaamheidswaarde (waarbij de scheepshelling een herkenbaar element is) en is de werf stedenbouwkundig van belang vanwege de ligging op de hoek van de Nieuwe Vaart en de Entrepotdoksluis. De CRK concludeert dat de hoge cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden van de werf als onderdeel van het beschermd stadsgezicht uitgangspunten kunnen zijn bij de toekomstige ontwikkeling van het plangebied. Het dagelijks bestuur heeft de conclusies opgevolgd en besloten om de procedure tot aanwijzing tot gemeentelijk monument voor de voormalige scheepswerf niet te starten.

4.5

Resumé

Resumerend is Kadijkseiland een voormalig werkeiland waar in het verleden veel scheepswerven waren gevestigd. Vanaf de jaren '80 van de vorige eeuw is er veel woningbouw gerealiseerd. Het verleden als werkeiland is echter nog steeds wel zichtbaar doordat de verkaveling nog wel herkenbaar is: kleinschalige en regelmatige verkaveling binnen een gesloten bouwblok in de middenstrook, onregelmatige en grootschalig ingevulde verkaveling die op het water is georiënteerd aan de buitenrand. Ook de aanwezigheid van water en diverse pakhuizen herinnert aan het verleden als werkeiland. De bedrijfsbebouwing in het plangebied behoort tot orde 3. Uit de kwaliteitstoets die is uitgevoerd blijkt dat sloop van de huidige opstallen op zich te rechtvaardigen is, maar dat het aanbeveling verdient om bij Gemeente Amsterdam

blz. 54

nieuwbouw de stedenbouwkundige waarden van het terrein te behouden. Bebouwing op het terrein van de scheepswerf dient de aanzienlijke aanwezige stedenbouwkundige waarden te respecteren. Ook uit de adviezen van M&A en de CRK, welke zijn gegeven naar aanleiding tot een verzoek tot aanwijzing tot gemeentelijk monument, blijkt dat de te slopen gebouwen geen architectuurhistorische waarde bevatten. Wel dient er in de planvorming rekening te worden gehouden met de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden van de werf: 1. Het werfterrein heeft een hoge cultuurhistorische waarde door zijn vorm, met afschuining ten gevolge van de aanleg van de Entrepotdoksluis, en het aan de scheepswerfactiviteiten gerelateerde, aflopende achtererf met de hellingbaan en rails. 2. De hoge stedenbouwbouwkundige waarde komt vanwege de ligging op de hoek van de Nieuwe Vaart en de Entrepotdoksluis, bij de - in haar huidige vorm uit 1903 daterende - brug 80, tegenover de historische scheepswerf 't Kromhout en met doorzichten naar de Nieuwe Vaart en de Oostenburgergracht met Oosterkerk. In paragraaf 5.2.5 is nader ingegaan op de wijze waarop de cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden zijn meegenomen in de planvorming voor de beoogde herontwikkeling.

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 55

Hoofdstuk 5

Ruimtelijke beschrijving en uitgangspunten

5.1

Beschrijving van de bestaande situatie

5.1.1

Kadijken algemeen

De Kadijken wordt gekenmerkt door een typische eilandstructuur, met de Hoogte Kadijk als centrale hoofdontsluiting en haaks daarop naar het water aflopende kavels. De oorspronkelijke structuur van werfterreinen met kleinschalige bebouwing aan de noordzijde van het eiland is deels aangetast door de stadsvernieuwingsblokken uit de jaren zeventig en tachtig. Met de bouw van grote woonblokken is een nieuwe schaal en structuur geïntroduceerd. Tussen de Nieuwe Vaart en de bebouwing langs de Hoogte Kadijk is zo een zone ontstaan van hoven, carrés en parallelle stroken. De overgebleven werven grenzen direct aan het water. In het algemeen geldt voor de Hoogte Kadijk dat de verkaveling aan de straatkant kleinschalig is en dat zich langs de Nieuwe Vaart grootschaligere, onregelmatigere verkaveling met verspringende rooilijnen en gevarieerde bouwhoogtes bevindt. In de bebouwing is daardoor een structuur ontstaan van inhammen: na elk blok volgt een lege ruimte of ligt het naastgelegen pand veel dieper ten opzichte van de waterkant.

Afbeelding: structuur van bebouwing en inhammen (bron: studie &Prast&Hooft)

De Kadijkenbuurt heeft momenteel een gemengd karakter van wonen en werken waarbij de woonfunctie overheerst. 5.1.2

Nabije omgeving plangebied

Rondom het plangebied is een mix van historische bebouwing en hedendaagse bebouwing aanwezig met gevarieerde korrelgroottes en bouwhoogtes.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

Afbeelding: de omgeving van het plangebied in vogelvlucht, het plangebied is globaal met een rode ovaal aangegeven (bron: http://www.bing.com/maps/)

Direct ten zuidwesten van de voormalige scheepswerf bevindt zich aan de Hoogte Kadijk een bebouwingstrook met vierlaagse gebouwen met kap (Hoogte Kadijk 119-143B, goothoogtes variërend van 11 tot 13,5 meter en bouwhoogtes variërend van 13 tot 16 meter). Deze gebouwen zijn grotendeels in gebruik ten behoeve van wonen, met uitzondering van het gebouw dat direct grenst aan de voormalige scheepswerf. Dat gebouw is in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw (Hoogte Kadijk 143C-145A, bouwhoogte van 14 meter). Het erf achter het bedrijfsverzamelgebouw is bereikbaar via een onderdoorgang en wordt gebruikt voor het parkeren van auto's en het stallen van fietsen.

Afbeelding: de vierlaagse woongebouwen aan de Hoogte Kadijk en het bedrijfsverzamelgebouw op Hoogte Kadijk 143C-145A (links) en het vijflaagse pakhuis op Hoogte Kadijk 143F en het vier- tot vijflaagse woongebouw aan de Overhaalsgang (rechts)

Achter de bebouwingsstrook aan de Hoogte Kadijk 119-145A staat, aan de zijde van de Nieuwe Vaart, een pakhuis van vijf bouwlagen met diverse lichtstraten (Hoogte Kadijk 143F, bouwhoogte van 18-19

bestemmingsplan_Hoogte Kadijk 145B (vastgesteld)

blz. 57

meter). Het pakhuis is fysiek verbonden met het bedrijfsverzamelgebouw dat direct grenst aan de scheepswerf (Hoogte Kadijk 143C-145A) en is bereikbaar via dezelfde onderdoorgang. Het pakhuis is ook in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. Naast het pakhuis is een vier- tot vijflaags woonblok gebouwd, zonder kap maar met souterrain (Overhaalsgang 4 t/m 48). De bouwhoogtes van het woonblok variëren van 13 tot 16 meter. Aan de andere kant van de Hoogte Kadijk, tegenover de voormalige scheepswerf, staat een vier- tot vijflaags woonblok dat het hoogteverschil tussen de Hoogte Kadijk en de Laagte Kadijk opvangt (Entrepotdoksluis 63 t/m 125/Hoogte Kadijk 206 t/m 220). De bouwhoogtes van het woonblok uit de jaren '80 variëren van 10 tot 15 meter.

Afbeelding: het vier- tot vijflaagse woongebouw tegenover de voormalige scheepswerf (links) en eenlaagse gebouwen met daarachter twee hoge overkappingen van scheepswerf en museum 't Kromhout (rechts)

Aan de overzijde van het verbindingswater, tussen de Entrepotdoksluis en de Nieuwe Vaart, ligt de scheepswerf Museum 't Kromhout. Hier staan eenlaagse gebouwen met een kap (goothoogte variërend van 3 tot 6 meter en bouwhoogte variërend van 6 tot 9 meter) aan de Hoogte Kadijk met daarachter twee overkappingen van de scheepshellingen (goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 7 meter). Aan de overzijde van de Nieuwe Vaart liggen enkele woonboten aangemeerd. Deze woonboten zijn bereikbaar via de kades van de Wittenburgergracht-Oostenburgergracht. De korrelgrootte van de bebouwing in de omgeving van het plangebied varieert. Aan/langs de Hoogte Kadijk staan panden met een beperkte omvang maar er bevinden zich ook enkele grootschalige gebouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11092510/1