4. Surinamekade en Sumatrakade_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
Voor wat betreft de bebouwing is er sprake van drie keer twee aanlegpalen waaraan 24 duwbakken kunnen liggen en een ankerplaats met plaats voor 8 duwbakken en binnenvaartschepen met aggregaatverbod. De oppervlakte van deze bebouwing (aanlegpalen) is zeer gering. Bij toename van verhard oppervlak dient deze toename gecompenseerd te worden door het aanleggen van oppervlakte water. Omdat er sprake is van een verwaarloosbare toename (alleen 6 aanmeerpalen) van verhard oppervlak in het oppervlaktewater is geen compensatie nodig. Tegenover de toename staat bovendien de afname van verharding als gevolg van het schrappen van de mogelijkheid tot het realiseren van steigers. Riolering Er is geen sprake van riolering nabij de projectlocatie. Er is ook geen afwatering of riolering benodigd. Conclusie Op het niveau van het bestemmingsplan gelden er geen belemmeringen vanuit het aspect water.
4.10
Vormvrije m.e.r.-beooreling
Kader Voor de voorgenomen ontwikkelingen dient gemotiveerd te worden of sprake is van negatieve effecten op het milieu. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkeling dient een m.e.r.-procedure, een m.e.r.-beoordelingsprocedure of een vormvrije m.e.r.beoordelingsprocedure uitgevoerd te worden.
Figuur 6: Globale uitleg drempelwaarden uit Besluit m.e.r. Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet niet in uitbreiding van activiteiten ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan 'Oostelijk Havengebied Noord' en de omgevingsvergunning voor de locatie van duwbakken en de ankerplaats. Er geldt geen beperking vanuit het onderdeel m.e.r. 32
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
Hoofdstuk 5 Uitleg juridische plansystematiek
5.1
Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.
Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
33
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
5.2
De bestemmingen
5.2.1
Algemeen
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals opper-vlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gege-ven omtrent de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. In dit hoofdstuk wordt elk artikel van de planregels kort toegelicht. 5.2.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. 5.2.3
Bestemmingsregels
Artikel 3 Groen Deze bestemming heeft betrekking op het 'Kompaseiland'. De bestemmingsregeling is conserverend van aard. Er worden geen nieuwe bouw- of gebruiksmogelijkheden geboden. Artikel 4 Water Deze bestemming vormt de hoofdbestemming van het bestemmingsplan. De regeling betreft de juridisch planologische vertaling van de vaststellingsovereenkomst en heeft betrekking op de locatie voor duwbakken en de ankerplaats waarvoor op 24 mei 2017 omgevingsvergunning is afgegeven. De regeling voorziet in 6 verschillende aanduidingsvlakken waar per vlak verschillende (afmeer) activiteiten zijn toegestaan. 1. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - locatie duwbakken' is een afmeerlocatie voor maximaal 24 wachtplaatsen voor duwbakken toegestaan. De lengte van de duwbakken mag niet meer bedragen dan 110 meter. De regeling voorziet binnen dit aanduidingsgebied in de bouw van 6 afmeerpalen op locaties zoals opgenomen op de verbeelding van het bestemmingsplan. 2. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - ankerplaats' is een 34
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
3.
4.
5.
6.
ankerplaats toegestaan voor binnenvaartschepen en duwbakken. De lengte van de duwbakken en de binnenvaartschepen mag niet meer bedragen dan 110 meter. Binnen dit gebied geldt een agregaatverbod. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - operationele ruimte' is een afmeerlocatie voor kleine zeeschepen toegestaan. De lengte van kleine zeeschepen bedraagt maximaal 200 meter. Ze meren aan bij zogenaamde 'Franse Boeien'. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - wachtplaats binnenvaart - 1' zijn ligplaatsen met bijbehorende toegangsvoorziening voor maximaal 12 binnenvaartschepen toegestaan. De lengte van de binnenvaartschepen mag niet meer bedragen dan 110 meter.Het aanduidingsvlak is ca. 900 meter lang en 25 meter breed. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - passagiersvaartuig' zijn ligplaatsen met bijbehorende toegangsvoorziening toegestaan. Het gebied is ca. 80 meter lang en 25 meter breed en zal in de praktijk ruimte kunnen bieden voor het gelijktijdig afmeren van maximaal 2 passagiersvoertuigen. binnen het gebied met de aanduiding 'specifieke vorm van water - wachtplaats binnenvaart - 2' zijn ligplaatsen met bijbehorende toegangsvoorziening voor maximaal 12 binnenvaartschepen toegestaan. De lengte van de binnenvaartschepen mag niet meer bedragen dan 110 meter. Het aanduidingsvlak is ca.
310 meter lang en 25 meter breed.
Met uitzondering van de specifieke mogelijkheden per aanduidingsvlak zoals hierboiven beschreven geldt een verbod op gebruiken, laten gebruiken en/of in gebruik geven van gronden en bebouwing als ligplaats voor woonboten, passagiersvaartuigen, pleziervaartuigen, bedrijfsvaartuigen en stationerend vaartuigen. Verder geldt een verbod op het gebruiken, laten gebruiken en/of in gebruik geven van gronden en bebouwing ten dienste van aanleg- en/of terrasvlonders alsmede boothuizen al dan niet in of boven water. Artikel 5 Anti-dubbeltelbepaling Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel is aangegeven dat bestemmings- en/of bouwgrenzen van gebouwen mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen. In het artikel is aangegeven om welke ondergeschikte bouwdelen het gaat en welke maximale overschrijding is toegestaan.Ook zijn in dit artikel bepalingen algemene bepalingen opgenomen die betrekking hebben op ondergrondse bouwwerken. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt geregeld welk gebruik is toegelaten.
In dit artikel worden inrichtingen die vallen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), uitdrukkelijk uitgesloten van vestiging in het plangebied op grond van de te verwachten overlast van dergelijke bedrijfsuitoefening. Verder zijn o.a. automatenhallen, seksinrichtingen, belwinkels, smartshops, coffeeshops, internetcafés en geld-wisselkantoren voor dit plangebied als verboden gebruik aangemerkt aangezien dergelijke inrichtingen als ongewenst worden beschouwd.
35
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Een deel van het voorliggende plangebied ligt binnen de 50 dB(A)geluidszone van industrieterrein ‘Johan van Hasseltkanaal'. In het voorliggende bestemmingsplan is deze zone aangegeven als gebiedsaanduiding 'Geluidszone - industrie - Johan van Hasseltkanaal'. Deze gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein 'Johan van Hasseltkanaal' op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding geldt de bestemming ‘Water’. Binnen deze bestemming zijn geluidsgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. In deze regeling zijn de algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen zodat enige flexibiliteit mogelijk wordt gemaakt ten aanzien van de regels. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen als wettelijke regelingen waarnaar wordt verwezen, na het tijdstip van vaststelling van het plan worden gewijzigd. Verder kunnen bestemmingsgrenzen op ondergeschikte onderdelen worden aangepast.
Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Het overgangsrecht vindt op deze wijze zijn plaats in dit plan. Lid 1 regelt de bebouwing, waarbij vernieuwing en verandering van bebouwing, die in strijd is met het bestemmingsplan wordt toegestaan, onder voorwaarde dat de afwijking van het bestemmingsplan niet wordt vergroot. Een reeds eerder afgegeven omgevingsvergunning mag worden benut, ook al is het bouwen in strijd met het bestemmingsplan. Het hier gestelde geldt niet indien een raadsbesluit tot onteigening is genomen. Het gemeentebestuur Bestuur kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. De omgevingsvergunning kan gelet op het bepaalde onder lid 3 niet worden verleend indien het betreffende bouwwerk in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Lid 4 regelt het gebruik. Het gebruik dat volgens eerdere bepalingen was toegestaan maar op basis van dit nieuwe bestemmingsplan wordt verboden mag worden voortgezet.
In lid 5 is geregeld dat gebruik als bedoeld onder a niet mag worden gewijzigd in een ander strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang afneemt. Indien het strijdig gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken is het conform het bepaalde in lid 6 niet meer toegestaan om het strijdig gebruik daarna te hervatten. Gelet op het bepaalde in lid 7 is het overgangsrecht niet van toepassing indien het betreffende gebruik reeds in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Artikel 12 Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is. 36
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
6.1
Exploitatieplan
Op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan' (als omschreven in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Daarmee kan de overheid kosten verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een 'bouwplan'. De gemeenteraad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen (onder meer) in het geval er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwplannen mogelijk die aanleiding geven tot het vaststellen van een exploitatieplan.
37
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak
Het voorontwerp bestemmingsplan heeft van 8 april tot en met 20 mei 2019 ter inzage gelegen bij het stadsdeelkantoor aan het Oranje-Vrijstaatplein 2 en is ook online raadpleegbaar gemaakt. Op 15 april 2019 is een informatiebijeenkomst georganiseerd in de Kompaszaal aan de KNSM-laan 311. Naar aanleiding van de terinzagelegging en de informatiebijeenkomst zijn 5 inhoudelijk verschillende inspraakreacties kenbaar gemaakt. Van deze reacties zijn er 4 ingediend namens een grote groep bewoners. In Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties zijn de inspraak reacties (samen met de reacties van de overlegpartners, zie hieronder) samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven of en hoe de vooroverlegreactie heeft geleidt tot een wijziging van het bestemmingsplan.
7.2
Vooroverleg
Het plan is, nadat het Dagelijks Bestuur ermee heeft ingestemd, in het kader van het vooroverleg (artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening) aan de volgende instanties gezonden: Provincie Noord-Holland Waternet Structuurvisietoets gemeente Amsterdam Brandweer Amsterdam Amstelland Liander Centraal Nautisch Beheer (haven Amsterdam) Rijkswaterstaat West-Nederland Noord De volgende adressanten hebben gereageerd: Rijkswaterstaat West-Nederland Noord Provincie Noord-Holland Brandweer Amsterdam-Amstelland In Nota van beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties zijn de reacties van de overlegpartners samengevat en beantwoord. Daarbij is aangegeven of en hoe de vooroverlegreactie heeft geleidt tot een wijziging van het bestemmingsplan.
7.3
Zienswijzen
Van 5 april 2023 tot en met 17 mei 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan, gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn 8 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota zienswijze (zie Bijlage 3).
38
Surinamekade en Sumatrakade , Gemeente Amsterdam vastgesteld
7.4
Ambtshalve wijzigingen
Er zijn naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen geen ambsthalve wijzigingen doorgevoerd.
39