CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. startnotitie_ontwikkelstrategie_2035_.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de Startnotitie en het participatietraject Ontwikkelstrategie 2035 (VN2023-021239)9.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam

Startnotitie Ontwikkelstrategie 2035

Concept 08-05-2023

Colofon

Concept versie 08-05-2023 Afbeeldingen: Gemeente Amsterdam Met dank aan de projectgroep: Rick Vermeulen, Floor Zwiers, Marcel Bloemendal, Daniel Hoogendoorn, Mireille Vos, Tessa Kiers, Liam Visser, Anita van Dort, Alexandra Jansen, Onno Moorman, Stijn van der Slot (R&D), Cor de Jong (G&O), Fabie Vrisekoop (PMB), Frank van de Lustgraaf (EZ), Bas Maas (V&OR), Ellen Kuikman (Vervoerregio Amsterdam), Joost Bos (Wonen), Anne Meijer en Jeroen Hofman (OJZ)

Geleide bij deze notitie Wat willen we?

De Gemeente Amsterdam wil een plan gaan maken voor het bouwen van woningen in een complete stad: de Ontwikkelstrategie 2035. Hierin worden nieuwe locaties aangewezen die op de middellange termijn moeten voorzien in de behoefte aan woningen voor de stad. Dit biedt kansen om ook andere opgaven in de stad aan te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, energietransitie en groen. Er wordt richting gegeven aan de bredere ontwikkeling van de buurten waarin deze woningen moeten komen. Voordat we dat doen, willen we zoveel mogelijk informatie verzamelen: meningen, argumenten, zorgen, wensen, tips en ideeën. Wat staat er in deze notitie? Deze Startnotitie vormt de basis voor het gesprek hierover. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan: • De aanleiding. Waarom stelt de gemeente een Ontwikkelstrategie op? • De uitgangspunten. Wat staat er in het huidige beleid en Coalitieakkoord? Aan welke projecten wordt er momenteel al gewerkt en wat zijn de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkellocaties? • De overwegingen. Waaraan moet bij het opstellen van de Ontwikkelstrategie rekening worden gehouden? Welke keuzes zijn hierin te maken? • De verdichtingsvarianten.

Op wat voor manier zou de stad deze opgaven in kunnen vullen? • Wij vragen iedereen om deze informatie aan te vullen: bewoners en bezoekers, bedrijven en instanties, jong en oud, praktisch of theoretisch opgeleid, ieders bijdrage is welkom. Hoe kunt u reageren? In april, mei en juni 2023 organiseren wij bijeenkomsten op een aantal locaties in de stad, waar wij luisteren en opschrijven wat mensen vertellen. Ook gaan we op straat en op de markt mensen vragen of zij ons informatie willen geven. Wat komt er in de Ontwikkelstrategie? Op basis van deze reacties wordt de Ontwikkelstrategie 2035 opgesteld. Met dit stuk geeft de gemeente richting aan de gebiedsontwikkeling in de stad op de middellange termijn. Daarmee concretiseert de Ontwikkelstrategie de ambities uit de Omgevingsvisie 2050. Hoe de behoefte bij ontwikkelaars aan nieuwe ontwikkellocaties zich zal ontwikkelen is onzeker. Op dit moment zijn de effecten voor de korte termijn van stijgende rente, en toenemende bouw- en arbeidskosten ongewis. Ontwikkelingen in de samenleving, de economie en (rijks)beleid kunnen de vraag naar ontwikkellocaties en de manier waarop deze ontwikkeld worden ook op de middellange termijn beïnvloeden.

Naast het doen van voorstellen voor een aantal nieuw op te starten ontwikkellocaties laat de Ontwikkelstrategie ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich de komende periode voordoen. Het wordt daarmee geen strak in beton gegoten plan voor de komende tien jaar maar een sturingsinstrument om ruimte te kunnen behouden in een tijd van grote veranderingen en onzekerheden. Waar staat alle informatie? Op de website www.amsterdam.nl/ontwikkelstrategie staat alle informatie over dit onderwerp.

Aanleiding: Verantwoord ontwikkelen De Amsterdamse woningmarkt zit vast…

Een passende woning is een randvoorwaarde voor een stabiele thuissituatie en vormt de basis waarop mensen zich verder kunnen ontwikkelen en stappen kunnen zetten in hun leven. Een passende woning vinden in Amsterdam is echter lastig. Dat geldt zowel voor nieuwkomers als Amsterdammers die op zoek zijn naar een andere woning. De afgelopen periode zijn de prijzen in de vrije sector hard gestegen en de wachttijden in de sociale sector verder opgelopen. Hierdoor komen steeds meer groepen in de knel: ouderen die niet passend wonen, jongeren die uit huis willen, gezinnen die krap wonen.

…en bedreigt het functioneren van de stad

De impact van het woningtekort is echter breder en bedreigt ook het functioneren en de samenhang van de stad als geheel. Doordat het voor mensen met een middeninkomen steeds lastiger wordt een woning in de stad te vinden ontstaat een woningmarkt waarin enkel mensen met een laag inkomen (in de sociale huur) of hoog inkomen (in de vrije sector) een plek kunnen vinden. Hierdoor nemen sociale tegenstellingen toe. Bovendien is het ook voor mensen die in beroepen werken die bijdragen aan het draaiend houden van de stad lastig een passende en betaalbare woning te vinden: in het onderwijs, bij de vuilnisophaal, in de horeca, de zorg, bij de politie en in de energietransitie. Aan juist deze mensen is daarom in Amsterdam een relatief groot tekort. De huidige woningmarkt dwingt hen om steeds grotere afstanden af te leggen om in Amsterdam te kunnen werken. Daarnaast zien we helaas ook dat de krapte en hoge prijzen op de huizenmarkt leiden tot situaties van uitbuiting en ondermijning. Vanuit diverse organisaties in de stad wordt aandacht gevraagd voor de problematiek op de woningmarkt. Zij vrezen dat als er niets gebeurt de woningmarkt de komende jaren alleen maar ontoegankelijker zal worden.

De afgelopen jaren is het wonen in de stad in snel tempo aanzienlijk duurder geworden. Tussen 2015 en 2022 is de gemiddelde prijs van een koopwoning met 144% gestegen. Tussen 2013 en 2021 steeg de prijs van een gemiddelde particuliere huurwoning met 42% tot meer dan €1.000. In dezelfde periode steeg de gemiddelde prijs van een sociale huurwoning met 19% tot €590. Prijzen zijn door de hele stad gestegen maar verschillen nog altijd aanzienlijk tussen de verschillende delen van de stad. Dit laat onderstaande vergelijking in de gemiddelde transactiewaarden voor vrije sector koopwoningen in 2014 en 2021 zien.

Afbeeldingen 1 & 2: Gemiddelde transactiewaarde voor vrije sector koopwoningen in 2014 en 2021

Verdere groei van de stad…

Aan de basis van de toenemende vraag naar woningen ligt de aantrekkelijkheid van de metropoolregio Amsterdam. De afgelopen periode kwamen er gemiddeld circa 10.000 Amsterdammers per jaar bij. Zij komen af op de banen (ook de arbeidsmarkt is sterk gegroeid), de mogelijkheden voor scholing en opleiding en de kwaliteit en diversiteit van voorzieningen. De instroom is zeer robuust. Ook in de periode 20082014 waarin de stad vanwege de economische crisis relatief weinig bouwde, groeide de stad in hetzelfde tempo. In het Coronajaar 2021 stokte de bevolkingsgroei maar deze werd in het jaar daarna nagenoeg gecompenseerd. We zagen uitstel maar geen afstel van de trek naar de stad. Ook de komende jaren zullen stad en regio in trek blijven voor mensen en bedrijven. De verwachting is dat Amsterdam rond 2035 de grens van 1 miljoen inwoners passeert. Daar moet de stad zich op voorbereiden.

… doet de druk op de stad toenemen

Deze groei van de stad brengt niet alleen op de woningmarkt spanningen met zich mee. We moeten stoepen, pleinen en parken met meer mensen delen, kinderen komen op wachtlijsten voor de sportvereniging en het aantal studenten op hogescholen en universiteiten stijgt. De hoofdgroenstructuur blijft juist bij groei een randvoorwaarde voor een leefbare stad. En het wordt steeds moeilijker om in de stad betaalbare bedrijfsruimte te vinden. Mede hierdoor neemt het

Grafiek 1: bevolkingsontwikkeling. Bron: OIS Amsterdam

aantal mensen dat dagelijks de stad in en uitkomt voor werk en opleiding toe. Dit legt een steeds grotere druk op het regionale vervoerssysteem. Ook dreigen verschillen in betaalbaarheid en woonkwaliteit tussen verschillende buurten zich te vergroten. Dit alles legt druk op de gezondheid, het welzijn en de gelijke kansen van inwoners van de stad. Daarnaast zijn we ons er steeds meer van bewust dat de groei van de stad kan wringen met duurzaamheidsbeleid en –ambities. De druk op de natuur vergroot en het elektriciteitsgebruik zorgt voor congestie op het netwerk. Zowel de bouw als de groei kan als we niet uitkijken een wissel trekken op het terugdringen van de CO2 uitstoot van de stad, circulaire ambities, klimaatadaptatie -en biodiversiteit. En tegelijkertijd kan de groei van de stad juist een enorme impuls geven aan een nieuwe, duurzame stedenbouw. Denk aan de aanleg van nieuwe infrastructuur voor groene energie, een autoluwe stad, een klimaatbestendige manier van bouwen, en een in alle seizoenen aantrekkelijke openbare ruimte. De vraag is hoe we de groei van de stad inzetten als katalysator voor een toekomstbestendige stad in de breedste zin van het woord.

Beperkte middelen…

De middelen om te investeren in de groei van de stad zijn beperkt en moeten worden afgewogen tegen investeringen in beheer, onderhoud en verbetering van wat er al is. Reeds in de lopende projecten loopt de stad hier tegenaan. Veel nieuwe woningen worden ontwikkeld in nieuwe wijken waar nog geen voorzieningen zijn en de openbare ruimte en infrastructuur moeten worden aangepast aan grote groepen nieuwe bewoners. Dit vraagt grote investeringen vooraf en maakt combinaties met het oplossen van bestaande knelpunten en beheer- en onderhoudsopgaven vaak lastig. Vanwege de beperkte budgetten is de afgelopen periode bespaard op het onderhoud van bestaande voorzieningen en zijn investeringen in bereikbaarheid en het groen versoberd of vooruitgeschoven. Daardoor moet er de komende jaren flink geinvesteerd worden.Dit betekent dat de stad voor nieuwe ontwikkellocaties kritisch zal moeten kijken naar hoe gerelateerde nieuwe investeringen beperkt kunnen worden en welke mogelijkheden er zijn om mee te liften met investeringen die al staan gepland.

…en beperkte ruimte

Met de groei van de stad en de keuze deze groei te laten plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied zal de ruimte in de stad de komende periode nog schaarser worden. Het betekent dat op iedere locatie waar nieuwe woningen komen al bewoners, bedrijven en gebruikers zijn. Dit levert een spanning op tussen het behoud van functies en bestaande kwaliteiten en de noodzaak van verandering. We zien nu al dat het voor bijvoorbeeld bedrijven, kunstenaars en culturele ondernemers steeds lastiger wordt om een plek in de stad te vinden. Daarnaast stelt ook het groen van de stad grenzen aan de groei. We zullen daarom op zoek moeten naar waar nog ruimte is maar ook waar die in de toekomst kan ontstaan. En we moeten kritisch kijken naar manieren om de schaarse ruimte beter te benutten. Verantwoorde groei is een voorwaarde in het ontwikkelen van de stad.

Verantwoord verdichten...

Het bouwen van nieuwe woningen vormt een belangrijke sleutel in het aanpakken van het nijpende woningtekort. Daarom heeft het College in het Coalitieakkoord de ambitie uitgesproken jaarlijks de bouw van 7.500 woningen mogelijk te maken, met als uitgangspunt 40% sociaal, 40% middelduur en 20% vrije sectorwoningen. Dit moet perspectief bieden voor zowel nieuwe Amsterdammers als huidige bewoners op zoek naar een passende en betaalbare woning. Voor de korte termijn tot ca 2028 zijn hiervoor voldoende locaties in voorbereiding. Op de middellange termijn moeten we op zoek naar nieuwe locaties. Amsterdam wil deze nieuwe woningen niet bouwen in het groen rondom de stad. Dat betekent dat we de stad verder gaan verdichten. Waar dit kan staat aangegeven in de Omgevingsvisie 2050 Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden: op te transformeren bedrijventerreinen, op goed bereikbare plekken, rondom de voorzieningenclusters in de stad of in bestaande woonbuurten. Deze verdichtingsvarianten worden later in deze notitie uitgebreider beschreven maar betekenen verschillende keuzes ten aanzien van waar we in de stad ruimte aan bieden en hoe we onze beperkte middelen inzetten. Ze leveren andere buurten op en vragen een andere inzet.

Geven we in de te ontwikkelen buurten ruimte aan kantoren of juist aan bedrijvigheid in de buurt? Investeren we in een fijnmazige voorzieningenstructuur of zeten we in op clustering? Ligt de focus op verbetering van het buurtgroen of op stadsparken? Jagen we met woningbouw nieuwe grote bereikbaarheidsinvesteringen aan of zetten we in op de mobiliteitstransitie in de buurt, met minder plek voor auto’s in de openbare ruimte? En wat is de relatie tussen nieuwbouw en de doorstroming en verbetering en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad? De antwoorden die we op deze vragen geven bepalen niet alleen hoe de nieuwe Amsterdamse buurten eruit gaan zien maar uiteindelijk ook het dagelijks leven in deze buurten. Ze werken door in hoe Amsterdammers in de toekomst wonen en hun dagelijks leven inrichten. Waar ze naar hun werk

gaan, waar ze ontspannen en hun inkopen doen en hoe ze daarnaartoe gaan. Als we hierin de juiste keuzes maken ten aanzien van de inzet van de schaarse middelen en ruimte dragen we daarmee niet alleen bij aan een oplossing voor het woningtekort maar ook aan andere opgaven waar de stad zich voor gesteld ziet op het gebied van kansengelijkheid, de energietransitie, klimaatverandering en vernieuwing van de economie.

...in de Amsterdamse traditie

Dit stelt de stad voor lastige keuzes. Maar we hebben onze traditie mee. In het verleden heeft Amsterdam laten zien dergelijke opgaven aan te kunnen. Uit eerdere problemen op de woningmarkt is een rijke volkshuisvestelijke traditie voortgekomen. De verkrotting en overbevolking aan het begin van de 20e eeuw brachten de Amsterdamse School en legden het fundament voor een internationaal bewonderde sociale woningbouwsector. De stedelijke vernieuwing en recent de Aanpak Ontwikkelbuurten laten zien dat fysieke en sociale opgaven zijn te combineren. Door de eeuwen heen toonde Amsterdam zich een stad van economische vernieuwing. De stad stond aan de wieg van de internationale handel en de financiële sector en is op het moment een broedplaats voor allerlei bedrijven in nieuwe technologie. Economische neergang is, hoe ingrijpend soms ook, telkens een aanjager geweest voor vernieuwing. Niet alleen voor nieuwe sectoren maar ook ruimtelijk. De teloorgang van de haven en industrie in de jaren ’80 schiep ruimte voor nieuwe culturele en creatieve initiatieven en voor de ontwikkeling van nieuwe aantrekkelijke woonwijken. Kenmerkend voor de stad is de rol die Amsterdammers spelen in deze vernieuwingen.

Of het nu gaat om de kooplieden in de gouden eeuw, de talloze initiatieven van mensen als Samuel Sarphati in de tweede helft van de 19e eeuw of de rol van de krakers in de stadsvernieuwing: Amsterdammers maken de stad. In dat licht zijn de recente initiatieven van betrokken Amsterdammers van onschatbare waarde. Of het nu gaat om culturele ondernemers, wooncoöperaties,

buurtinitiatieven of Amsterdammers met een gezonde kritische houding. Zij werken aan de oplossingen van de grote opgaven van vandaag en morgen. Van hun wordt een bijdrage gevraagd aan de opgaven in deze Ontwikkelstrategie.

Uitgangspunten voor ontwikkeling Omgevingsvisie 2050

De grote lijnen voor de ontwikkeling van de stad liggen al vast. In de in juli 2021 vastgestelde Omgevingsvisie 2050 legt Amsterdam haar visie op de ontwikkeling van de stad neer. In de ondertitel “een menselijke metropool” ligt de opgave voor de stad zich verder te ontwikkelen maar daarbij aandacht te houden voor wat dit betekent voor bewoners en gebruikers van de stad. Al bij de gesprekken die in het kader van de Omgevingsvisie met de stad zijn gevoerd kwamen gedeelde waarden over de inclusieve, duurzame en verbonden stad naar voren. Een stad met ruimte voor verschillende gemeenschappen, waar mensen zich thuis kunnen voelen, een toekomst kunnen opbouwen en waar ze zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. Bij het concretiseren van de woningbouwopgave is het belangrijk juist dergelijke maatschappelijke waarden centraal te stellen. Momenteel wordt de Omgevingsvisie voor een aantal thema’s verder uitgewerkt in beleid. De Ontwikkelstrategie moet de vastgestelde richting van de Omgevingsvisie vertalen naar een inzet op nieuwe woningbouwlocaties. Vervolgens worden deze ontwikkellocaties in gebiedsontwikkelingsprojecten verder tot uitvoer gebracht.

5 strategische keuzes

In de Omgevingsvisie hebben bewoners en ondernemers aangegeven dat Amsterdam een complete stad moet zijn. Dit betekent dat er naast het bouwen van woningen ook ruimte nodig is voor werkgelegenheid, winkels, maatschappelijke voorzieningen en groen, en dat buurten goed verbonden zijn met andere delen van de stad en de regio. De Omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting aan wat dit betekent. Dit gebeurt door middel van vijf strategische keuzes.

Met groeien binnen grenzen kiest Amsterdam ervoor om het groene landschap buiten de stad niet te bebouwen en de groei van de stad binnen het bestaand stedelijk gebied te laten plaatsvinden. In de Omgevingsvisie is een kaart opgenomen met locaties die voor verdichting in aanmerking komen. Daarnaast verwijst deze keuze ook naar sociale en planetaire grenzen. Amsterdam wil de groei van de stad niet ten koste laten gaan van toekomstige generaties en zet daarom in op terugbrengen van de CO2 uitstoot, een circulaire economie met circulaire bouwprocessen, een natuurinclusieve stad en de veerkracht vergroten ten opzichte van klimaatverandering. Vanuit sociaal perspectief kijkt de stad naar de verdeling van lusten en lasten van de groei. Verdichting mag niet leiden tot vergroten van de kansenongelijkheid in de stad. Meerkernige ontwikkeling zet in op het, vanuit eigen kwaliteit en identiteiten ontwikkelen van de kernen buiten de binnenstad. In de regio maar ook kerngebieden in Nieuw-West, Noord, Zuidoost en de Zuidas. Uiteraard goed verbonden met de binnenstad en met elkaar. Met de keuze voor meerkernige ontwikkeling breekt de stad met de eerdere beleidsinzet die gericht was op het versterken en verder uitrollen van het binnenstadsmilieu. De afgelopen jaren is de stad met de snel stijgende prijzen en toenemende drukte in de binnenstad geconfronteerd met de negatieve effecten hiervan.

Door meerkernige ontwikkeling zullen stad en regio nog meer gaan functioneren als een samenhangend gebied voor wonen, werken en recreëren. Met rigoreus vergroenen onderkent de stad dat met een stad die groeit in aantal inwoners en gebruikers ook de behoefte aan groen toeneemt. Maar de inzet op vergroenen gaat om meer dan het bewaken van de balans tussen drukte en rust en tussen hectiek en recreatie. Het vergroenen van de stad draagt ook bij aan de waterbergingsopgave, het tegengaan van hittestress en is een stedelijk antwoord op de achteruit hollende biodiversiteit. En het gaat naast groen ook in toenemende mate over het blauw: Amsterdam is een waterstad, en ook dat karakter willen we benutten en beschermen bij de groei van de stad.

Met de keuze voor duurzaam en gezond bewegen richt de stad haar mobiliteitsbeleid niet langer uitsluitend op zo snel mogelijk van A naar B te komen maar wordt de impact van mobiliteit op de verblijfskwaliteit, de CO2 uitstoot en de gezondheid van Amsterdammers belangrijker. Dit betekent een keuze voor vervoersmiddelen die minder ruimte innemen en minder overlast veroorzaken. De auto krijgt op veel plekken in de stad minder ruimte ten faveure van andere vervoerswijzen maar ook verblijfsfuncties en groen.

Samen Stadmaken gaat in op de manier waarop de stad ontwikkeld wordt en de rol van de overheid daarin. Ruimtelijke plannen en beleid worden meer in samenwerking tussen samenleving, markt en overheid gemaakt. De overheid stelt kaders maar geeft daarbinnen ruimte voor initiatief en lokale invulling. Dit betekent meer ruimte voor initiatief vanuit de stad, bijvoorbeeld in de vorm van wooncoöperaties en verschillende vormen van zelfbouw.

Afbeelding 3: Verstedelijkingsstrategie

De Omgevingsvisie plaatst de ontwikkeling van de stad ook in regionaal perspectief. Belangrijk uitgangspunt daarbij is de keuze voor meerkernige ontwikkeling. De ambitie is om meer dan in de afgelopen jaren ook de stedelijke centra rondom Amsterdam te ontwikkelen.

Koers 2025

De woningbouwopgave is niet nieuw. De afgelopen jaren heeft de stad zich stormachtig ontwikkeld. Sinds 2014 zijn er ruim 60.000 woningen bijgekomen (zie grafiek 2). Strategische onderlegger voor deze ontwikkelingen was het beleidsstuk Koers 2025 (2016). Daarbij is vooral ingezet op een vergroting van het centrummilieu door transformatie van voormalige industrie- en bedrijventerreinen langs de oevers van het IJ en het ringspoor. Inmiddels is een groot deel in Koers 2025 geagendeerde ontwikkelingen gerealiseerd of in vergevorderd stadium van planvorming. Reeds lopende projecten zijn te zien in Afbeelding 5.

Afbeelding 4: Omgevingsvise Amsterdam 2050

Woningen in aanbouw. In de periode 2014-2022 zijn ca 64.000 woningen in aanbouw genomen wat neerkomt op ruim 7.100 woningen per jaar. Sinds de verhoging van de ambitie naar 7.500 in 2018 ligt het jaarlijks gemiddelde exact op 7.501 woningen per jaar. Sinds 2014 is ca 35% van de in aanbouw genomen woningen in het sociale segment. Dat dit ligt onder de geambieerde 40% is deels te verklaren doordat plannen van voor die periode en nu worden uitgevoerd een lager aandeel sociaal hadden. Met name het aandeel middeldure huur is de afgelopen jaren toegenomen. Echter, met 19% over de periode 2014-2022 ligt het aandeel van dit segment op het totaal ver onder de geambieerde 40%.

Grafiek 2: In aanbouw genomen woningen per segment

Afbeelding 5: Lopende projecten in planvorming

Nieuwe ontwikkellocaties

Rond 2030 loopt de huidige voorraad aan woningbouwplannen snel terug. Daarom is het, rekening houdend met een gemiddelde planvormingsperiode van 6-7 jaar, van belang om deze collegeperiode nieuwe ontwikkellocaties op te gaan starten. De Omgevingsvisie 2050 bevat een overzicht van mogelijke verdichtingslocaties tot 2050. Aan een

Grafiek 3: Ontwikkeling planvoorraad

deel van deze locaties wordt al gewerkt. Maar, de overige locaties zijn op de middellange termijn, ook met de huidige hoge bouwambitie, voorlopig niet allemaal nodig. Dit betekent dat er keuzes zijn te maken over wanneer en waar aanvullende ontwikkellocaties verkend moeten worden. Met het opstellen van de Ontwikkelstrategie gaat de stad aan de slag met een onderlegger voor een nieuwe generatie gebiedsontwikkeling.

Structurerende keuzes De opgave voor de ontwikkelstrategie is niet alleen aan te geven waar op de middellange termijn ruimte is om in de behoefte aan woningen te voorzien, maar daarbij ook te benoemen wat hiervoor nodig is, wat de bredere betekenis hiervan is voor de stad én waar dit spanning oplevert. Daarmee geeft de ontwikkelstrategie richting aan de Amsterdamse buurten van de toekomst. Om dit te kunnen doen moeten we als stad richting bepalen in een aantal vraagstukken die de afgelopen periode uit de Omgevingsvisie en andere beleidstrajecten en gesprekken naar voren zijn gekomen. Het gaat daarbij in ieder geval om hoe nieuwe ontwikkellocaties zich verhouden tot opgaven ten aanzien van werkgelegenheid, mobiliteit, voorzieningen en de bestaande woningvoorraad. Deze vier vraagstukken worden hieronder verder uitgewerkt, om voeding te bieden aan het gesprek dat we hierover met elkaar moeten voeren. Dit is geen uitputtende lijst. Ook op andere thema’s zullen keuzes zich aandienen. Maar we denken dat in de stad in ieder geval de behoefte leeft om op deze thema’s koers te bepalen en mee te praten.

Economie in een verdichtende stad

Aan welke vormen van werkgelegenheid willen we waar ruimte (blijven) bieden als de stad verder gaat verdichten? En hoe wegen we daarbij het belang voor de economie, voor de ontwikkeling van de buurt en het verdienvermogen voor de stad tegen elkaar af? In een stad wordt gewerkt. Wanneer woningen worden gebouwd op plekken waar bedrijven zijn gevestigd staat de bedrijvigheid onder druk. Dit hebben we de afgelopen jaren in diverse transformatiegebieden gezien. Het betekent niet alleen onzekerheid voor zittende bedrijven (kan ik blijven? waar moet ik anders heen? kan ik dat betalen?) maar ook iets voor het economische functioneren van de regio. Op veel bedrijventerreinen zijn ondernemingen gevestigd met een belang voor de stad: in de logistiek, voor de bouw, circulaire economie, cultuur in de vorm van vrijplaatsen en broedplaatsen. In de praktijk

blijkt het momenteel vaak lastig om dergelijke bedrijven in de nieuwe ontwikkelingen een plek te geven. Waar bedrijven Amsterdam verlaten zoeken ze vaak een plek in de regio. Daarmee worden ook de regionale bedrijventerreinen steeds voller. Dit betekent dikwijls dat bedrijven hun lokale binding kwijtraken, mensen verder van hun werk komen te wonen en vervoersbewegingen tussen stad en regio toenemen. Toename van de reistijd en reiskosten kunnen het, met name voor praktisch opgeleiden, lastiger maken ergens aan de slag te gaan en zo de afstand tot de arbeidsmarkt vergroten. In de Omgevingsvisie staan enkele gebieden benoemd die in aanvulling op de al lopende gebiedsontwikkelingen voor transformatie naar woon-werkgebied in aanmerking komen. Het betreft met name gebieden waarin grote industriële bedrijven zijn gevestigd zoals in Haven-Stad. De vraag is in welk tempo deze transformatie vorm krijgt en hoe daarin de belangen van wonen en werkgelegenheid tegen elkaar worden afgewogen. Anderzijds biedt de ontwikkeling van gebieden ook kansen voor nieuwe werkgelegenheid. Rondom stations voor de ontwikkeling van kantoren, in de buurten voor kleinschalige en lokaal gerichte bedrijvigheid, in innovatiedistricten voor kennisinstellingen. In de gebiedsontwikkeling kunnen we keuzes maken ten aanzien van welk type bedrijvigheid we faciliteren.

Voor welk type bedrijvigheid is waar in de metropool straks ruimte? Dit betekent iets voor de economische opbouw van de stad en de regio, maar ook voor de buurten waar deze ondernemingen gevestigd zijn. De mix tussen wonen, werken en voorzieningen bepaalt in grote mate de vitaliteit en identiteit van een buurt. Zeker wanneer bedrijven een lokale binding hebben qua werknemers en klantenkring. Werk of een stageplaats in de buurt kan net dat zetje geven dat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt. Maar niet elk type bedrijvigheid past goed in een woonomgeving. Daarnaast heeft elk type werkgelegenheid een ander opbrengstpotentieel. Met name de ontwikkeling van kantoren op goed bereikbare locaties kan geld opleveren, dat geïnvesteerd kan worden in de kwaliteit van de stad.

Maatschappelijke voorzieningen en groen

Investeren we in een groeiende stad in nieuw groen en voorzieningen of de kwaliteitsverbetering van wat er al is? Zetten we daarbij in op een fijnmazige structuur of juist op de concentratie van voorzieningen? De ambitie voor een complete stad maakt de opgave voor nieuwe ontwikkelgebieden breder dan het bouwen van woningen alleen. Met de groei van de stad ontstaat ook de behoefte aan nieuwe voorzieningen. Dit is deels een kwantitatieve opgave: we moeten ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van voorzieningen als onderwijs, sport, groen en zorg gelijke tred houdt met de woningbouw. In de praktijk blijken de beschikbare middelen echter te beperkt om het huidige tempo van de woningbouw bij te houden en tegelijk de reeds bestaande voorzieningen te onderhouden. Daarom is de afgelopen jaren de druk op het groen toegenomen, zijn voor bepaalde voorzieningen de wachtlijsten gegroeid en zijn achterstanden ontstaan in het beheer en onderhoud. Dit wordt versterkt doordat de inpassing van grotere voorzieningen in een verdichtende stad extra uitdagingen met zich meebrengt, in ruimtelijk ontwerp, tijd en kosten. Denk aan de inpassing van scholen en hun schoolpleinen en, nog een maat groter, aan een sportpark. De behoefte aan voorzieningen kent ook een sterke kwalitatieve component. Daarbij gaat het onder andere over nabijheid.

Voldoende voorzieningen in de buurt zijn cruciaal voor het ontstaan van vitale buurten met voldoende kansen voor bewoners om zich te ontwikkelen. Wat hiervoor nodig is kan verschillen. In buurten met sociale problematiek op het gebied van eenzaamheid en afstanden tot de arbeidsmarkt vraagt dit bijvoorbeeld om extra ruimte in het buurtcentrum, in kinderrijke wijken ligt de bouw van meer scholen voor de hand. Ook kunnen kwantitatieve opgaven met elkaar gecombineerd. In multifunctionele gebouwen bijvoorbeeld of door slimme combinaties van sport, spelen en groene openbare ruimte. Tegelijk speelt de opgave voor vernieuwing van veel bestaande voorzieningen. Veel scholen en sportvoorzieningen die in de jaren ‘70 en ‘80 zijn neergezet zijn toe aan onderhoud en vernieuwing.

Verdichting kan een aanleiding zijn om deze voorzieningen te verbeteren, geschikt te maken voor intensiever gebruik en anders vorm te geven, waardoor ruimte ontstaat. Ook de groenopgave kent zowel een kwantitatieve als kwalitatieve kant. De ambitie om rigoureus te vergroenen komt voort uit de vele functies die het groen kan hebben voor het leven in de stad. In sommige gebieden is door verdichting vooral behoefte aan recreatief groen, in de meer versteende gebieden kan de focus juist liggen op waterberging en het tegengaan van hittestress en op weer andere plekken kunnen ecologische knelpunten worden aangepakt die bijdragen aan de biodiversiteit in de stad. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar nieuw groen maar ook naar hoe de kwaliteiten van bestaand groen kunnen worden verhoogd en welke combinaties mogelijk zijn met voorzieningen en de gebouwde omgeving. Denk aan openbaar toegankelijke sportparken, met recreatieve groene routes en randen, groene school- en speelpleinen, groene daken en gevels op gebouwen. Het huidige groeitempo vraagt niet alleen om nabijheid en een inzet op voorzieningen in de buurt maar rechtvaardigt ook een inzet op stedelijke schaal.

Waar geeft het maken van ruimte voor nieuwe sportparken, culturele centra en het doen van investeringen in nieuwe stadsparken of het landschap de meeste meerwaarde aan de stad en haar inwoners? Dit kan verdere invulling geven aan de meerkernige ontwikkeling van de metropool. Voor de grotere groeninvesteringen dient zich daarbij een koppeling aan met actuele vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld waterberging, bodemdaling en stikstof. De groei van de stad vraagt om versterking van het voorzieningenaanbod in de stad. Of het nu om het groen, maatschappelijke voorzieningen of winkels gaat, dienen zich daarbij telkens vergelijkbare dilemma’s aan. Enerzijds zit er een spanning tussen investeren in nieuwe voorzieningen en het versterken van wat er al is. Ruimtelijk is een keuze te maken tussen een concentratie van voorzieningen in clusters of een inzet op een fijnmazig voorzieningenniveau in de buurt.

Bereikbaarheid

We zullen keuzes moeten maken in waar en wanneer we in onderhoud, vernieuwing en uitbreiding van het mobiliteitssysteem investeren. Door de groei van het aantal inwoners, banen en toeristen is het aantal verplaatsingen de afgelopen jaren snel toegenomen. Daarmee nam ook de druk op de openbare ruimte en het onderhoud van de infrastructuur toe. Met de keuze voor duurzaam en gezond bewegen richt de stad in haar mobiliteitsbeleid niet langer voornamelijk op snelheid en doorstroming maar stelt zij ook andere waarden centraal. Verblijfskwaliteit op straat, verduurzaming, veiligheid en het effect op de gezondheid worden belangrijker. Dit betekent iets voor de manier waarop mensen zich door de stad gaan bewegen. Minder vaak met de auto, en dus een schonere lucht, en vaker actief, dus te voet, met de fiets en het OV. Deze keuze werkt door in de gebiedsontwikkeling en het gebruik van de ruimte in de stad. Enerzijds levert minder gebruik van de auto ruimte op, bijvoorbeeld door het opheffen van parkeerplaatsen en rijstroken. Op andere plekken wordt juist ruimte gevraagd. Voor wijk- en buurthubs waar mensen van vervoersmiddel kunnen wisselen bijvoorbeeld, voor logistieke hubs waar slimme overslag van producten plaatsvindt, of voor remises waar het groeiend aantal metro’s, trams en bussen kan worden gestald.

Deze transitie vraagt grote investeringen en moet plaatsvinden in een tijd van schaarse middelen die grotendeels bestemd zijn voor het beheer en onderhoud van de stad en waarin het OV al onder druk staat. Met de keuze voor duurzaam en gezond bewegen geeft Amsterdam al richting aan hoe schaarse middelen het best besteed kunnen worden. Daarbij is het belangrijk te kijken naar effecten van deze keuzes op verschillende doelgroepen. Om vervoersarmoede te voorkomen moet ervoor worden gezorgd dat het voor minder draagkrachtige en mobiele groepen in de metropool niet ondoenlijk of onbetaalbaar wordt om voorzieningen, werk of opleiding te bereiken. Maar lang niet alles zal tegelijkertijd kunnen. Daarom is het vanuit mobiliteitsoogpunt zaak woningbouw zoveel mogelijk te concentreren

daar waar de bereikbaarheid al op orde is. Langs bestaande OV-verbindingen en stations bijvoorbeeld. Vervolgens kan gekeken worden waar de komende jaren al investeringen gepland staan, bijvoorbeeld vanuit de afspraken die recent met het Rijk zijn gemaakt om de woningbouw en bereikbaarheid van de regio te stimuleren. Ook sturing op het programma in te ontwikkelen gebieden kan bijdragen aan het op peil houden van de bereikbaarheid van de stad. Door te zorgen voor nabijheid van voorzieningen kunnen verplaatsingen beperkt worden. Het combineren van woon, werk en voorzieningenprogramma rondom stations kan het ov enkel in de spits en een richting op gebruikt wordt. De opgaves om het mobiliteitssysteem te onderhouden, te vernieuwen en te laten groeien werken op elkaar in. Ze concurreren om middelen maar kunnen elkaar ook versterken. Verdichting kan zorgen voor meer draagvlak en daarmee een betere exploitatie van OV-verbindingen. Vanuit gebiedsontwikkeling kan geïnvesteerd worden in de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte, en duurzame en gezonde manieren van vervoer. Bijvoorbeeld door de aanleg van mobiliteitshubs waar bewoners en bezoekers snel tussen vervoersmiddelen kunnen overstappen. De keuze voor waar we de woningbouwopgave laten landen is daarmee ook bepalend voor de wijze waarop we vorm gaan geven aan de mobiliteitstransitie en op welke plekken we dit doen.

Afbeelding 6: Mobiliteitsknelpunten

Mobiliteitsknelpunten. Met de groei van de stad is het aantal verplaatsingen in de stad de afgelopen jaren snel toegenomen. Dit komt niet alleen door nieuwe inwoners maar ook door de groei in het aantal banen dat steeds meer forensen naar de stad trekt en de groei van het toerisme. Om toch ruimte te houden in de stad zet de gemeente in op voorrang voor voetgangers, fietsers en OV. Knelpunten doen zich in de hele stad voor en op alle vervoerswijzen voor. Toch zijn er een aantal plekken die er met het oog op de ontwikkelingen de komende jaren uitspringen.

Afbeelding 7: Rijksinvesteringen woningbouw en bereikbaarheid

Rijksbijdragen. Recent zijn met het Rijk afspraken gemaakt over bijdragen aan een aantal bereikbaarheidsprojecten in de MRA. Meest in het oog springen daarbij het besluit om verder te werken aan het Zuidasdok en de afspraken over het doortrekken van de Noord/zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de kleine ring. Daarnaast zijn ook afspraken gemaakt over bijdragen aan de bereikbaarheid van woningbouwprojecten in Zuidoost, Haven-Stad Zuid en op het Zeeburgereiland.

Nieuwbouw en bestaande woningvoorraad Nieuwbouw kan een belangrijke aanjager vormen voor het verduurzamen en verbeteren van bestaande woningen en het vergroten van de doorstroming maar heeft daarmee direct grote impact op het dagelijks leven van mensen. Dit vraagt om een gesprek over de mate en snelheid van verdichting, de wenselijkheid van sloopnieuwbouw, de CO2 uitstoot en materiaalgebruik van de bouw en de klimaatbestendigheid van nieuwe ontwikkellocaties. Ook vraagt het een grote betrokkenheid van bewoners en ondernemers bij de ontwikkeling van hun buurt.

Met de bouw van nieuwe woningen komen we tegemoet aan de vraag naar woonruimte in de stad. Minstens zo belangrijk in het tegengaan van het woningtekort is het verbeteren van de bestaande woningen. Jaarlijks voegen we met de bouw van nieuwe woningen maximaal 1-2% aan de woningvoorraad toe. Verreweg het grootste deel van de woningen staat er dus al. De Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting legt met verduurzaming en verbetering van woningen en het verbeteren van de doorstroming in de woningvoorraad twee belangrijke opgaven voor de komende jaren neer waarin nieuwbouw een belangrijke bijdrage kan leveren: 1. Het isoleren en aardgasvrij maken van woningen is een belangrijk middel in de strijd tegen klimaatverandering. Het omlaag brengen van de energierekening is door de recente prijsstijgingen voor energie belangrijker geworden in het tegengaan van armoede in de stad. Mede daarom is met corporaties afgesproken dat zij na 2028 geen woningen meer in hun bezit hebben met de lage energielabels E, F of G. Daarnaast dienen zich op een aantal plekken in de stad onderhoudsopgaven aan, met name in de wijken uit de jaren ’70 en ’80. 2. Doorstroming is belangrijk omdat de woningbehoefte van mensen sterk samenhangt met de levensfase waarin zij zich bevinden.

Dit geldt voor jongeren die het huis uit willen, studenten op zoek naar een plek voor zichzelf en gezinnen op zoek naar een woning van passende omvang en kwaliteit maar ook voor empty nesters en ouderen die op zoek zijn naar een kleinere

woning zonder trappen of met extra zorgaanbod. Voor veel van deze mensen betekent een nieuwe woning een nieuw perspectief en een nieuwe stap in hun leven. In de huidige woningmarkt is dit echter lastig. Omdat de woningen er simpelweg niet zijn maar ook omdat door de snel gestegen prijzen een volgende stap niet betaalbaar is. Zo is het voor veel ouderen financieel voordeliger om met behoud van huur of hypotheek een ruime gezinswoning te blijven wonen dan te verhuizen naar een kleinere seniorenwoning. Bij de overweging om te verhuizen speelt niet alleen de woning maar ook de woonomgeving een rol. Met name ouderen en gezinnen zijn vaak gehecht aan hun buurt en willen graag in de omgeving blijven wonen. Bepaalde groepen jongeren willen ook graag in de buurt van hun ouderlijk huis, net gestarte bedrijf of sociale netwerken blijven. Door specifiek te kijken naar de verhuisbehoeften in de wijk en hier waar mogelijk en wenselijk het nieuwbouwprogramma op af te stemmen kan hierop beter worden ingespeeld. Zeker wanneer dit gecombineerd wordt met het met voorrang toewijzen van (een deel van) de nieuwbouwwoningen aan mensen uit de omgeving, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord. Er liggen dus mogelijkheden om met bij de nieuwbouw de opgaven in de bestaande woningvoorraad te betrekken.

De afgelopen jaren zijn de opgaven in de bestaande bouw en de nieuwbouw vooral los van elkaar aangevlogen. Met de nieuwe werkwijze Gebiedsgericht Programmeren zal er beter gekeken worden waar mogelijkheden liggen om vanuit het nieuwbouwprogramma de doorstroming in de bestaande voorraad te vergroten. Bijvoorbeeld door ruimte te bieden aan lokale wooncoöperaties of door nieuwe woningen op of tegen bestaande woningen te bouwen. In dit “optoppen” of “aankoppen” kan ook de isolatie en verduurzaming van bestaande woningen op de onderste lagen worden meegenomen. Naast dergelijke kleinschalige manieren van verdichten zal in een aantal buurten ook sloopnieuwbouw aan de orde komen als manier om in te spelen op de behoeften in de buurt. Dit is in veel

gevallen zeer ingrijpend en verandert het aanzicht van buurten vaak fundamenteel. In delen van de stad met een grote cultuurhistorische waarde zijn hieraan restricties verbonden. Een inzet op nieuwbouw als aanjager voor de verbetering van de bestaande woningvoorraad betekent echter wel dat nieuwbouw nog meer plaats zal moeten vinden in gebieden waar nu al mensen wonen. Voor de zittende bewoners heeft dit consequenties. Allereerst natuurlijk gedurende de bouwperiode. Daarnaast wordt hen gevraagd de (openbare) ruimte met meer mensen te delen. En verdichting kan de sfeer in de buurt veranderen.

Er komen andere voorzieningen, de samenstelling in de klas verandert, de openbare ruimte wordt anders gebruikt. Dit heeft effect op het leven op straat en de sociale netwerken in een buurt. Verdichten van bestaande woonbuurten vraagt ook iets van de gemeente. Plannen zullen antwoord moeten geven op de opgaven die er al liggen. Dit zal per buurt verschillen en vraagt, in de geest van samen stadmaken, om een proces waarbij opgaven in gezamenlijkheid met bewoners en gebruikers scherpte krijgen en tot oplossingen wordt gekomen.

Afbeelding 8: Onderhoud eigenwoning

Zoals de afbeelding laat zien is de opgave voor het verbeteren van de bestaande woningvoorraad in buurten uit verschillende bouwperioden actueel. Nieuwbouw biedt niet alleen Amsterdammers kansen op een passende woning maar kan ook een impuls geven aan het verbeteren, vergroten en verduurzamen van bestaande woningen. Over het algemeen is wisseling van eigenaren een moment waarop in veel particuliere woningen wordt geïnvesteerd. Voor corporatiesbezit kan worden aangesloten op bestaande onderhoudscycli en verduurzamingsplannen.

Afbeelding 9:Welstandsniveaus en beschermde stads- en dorpgezichten

Beschermde stadsgezichten. Amsterdam is een stad met een rijke historie en die koesteren we. Dat betekent dat in de stad een aantal gebouwen maar ook gebieden zoals de Amsterdamse binnenstad, Plan Zuid en diverse na-oorlogse buurten worden beschermd. De mate waarin verschilt en in de meeste gevallen betekent dit niet dat er niets mag. Maar wel dat er restricties zijn ten aanzien van hoe hoog er gebouwd mag worden en in hoeverre gebouwen en steenbouwkundige structuren mogen worden aangepast. Naast welstandsniveaus op gebiedsschaal zijn er ook ordekaarten die ingaan op specifieke gebouwen, de monumenten.

Verdichtingsvarianten In de zoektocht naar nieuwe woningbouwlocaties vormt de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 het uitgangspunt. Hierin is aangegeven waar in de stad hiervoor mogelijkheden liggen. Om aan de woningbouwambitie te voldoen hebben we, in aanvulling op de reeds lopende projecten, niet alle in de Omgevingsvisie genoemde locaties nodig, zeker niet op de middellange termijn. Dit betekent dat we als stad wat te kiezen hebben. Centraal in deze keuze staan afwegingen ten aanzien van de haalbaarheid van locaties maar vooral ook wat de ontwikkeling van een locatie voor de stad kan betekenen. Dit is natuurlijk locatiespecifiek maar verschilt ook per type ontwikkeling. Het maakt bijvoorbeeld nogal wat uit of je woningen toevoegt in een bestaande woonwijk of een heel nieuwe wijk ontwikkelt. Dit werkt door in onder andere de partijen die betrokken zijn, in de investeringen die gedaan moeten worden en in de mate waarin ontwikkelingen bij kunnen dragen aan bredere opgaven in de stad of die juist in de weg kunnen zitten. Ook verschillen de te maken beleidskeuzes.

Om het gesprek hierover te kunnen voeren is langs vier leidende principes gekeken wat hiervan de betekenis voor de stad kan zijn en welk type ontwikkeling hierbij hoort: • Focus op de ontwikkeling van nieuwe wijken door gebiedstransformatie en uitleg • Focus op nabijheid van werk en voorzieningen door verdichting in stadsdeel- en wijkcentra en innovatiedistricten • Focus op bereikbaarheid door ontwikkeling van stationskwartieren en langs stadslanen • Focus op verbetering van de woonkwaliteit en –omgeving van huidige bewoners door verdichting van bestaande buurten. Bij iedere type ontwikkeling horen andere keuzes in de grote opgaven op het gebied van bereikbaarheid, voorzieningen, bestaande woonvoorraad en economie die hierboven zijn geschetst. Het doel is niet om als stad te kiezen voor een variant maar wel om te kijken of we het accent in de ontwikkelportefeuille moeten verleggen.

Afbeelding 10 laat de potentiële stedelijke ontwikkelruimte op basis van de Omgevingsvisie 2050 zien. Op de volgende pagina’s worden de verschillende verdichtingsvarianten verder toegelicht.

Afbeelding 10: Potentiële stedelijke ontwikkelruimte op basis van de Omgevingsvisie 2050.

Nieuwe wijken

Momenteel vindt het grootste deel van de woningbouw plaats door het ontwikkelen van complete nieuwe wijken door uitleg en transformatie. Circa 80% van de woningbouwproductie vindt hier plaats. Het gaat hierbij om de grootschalige ontwikkeling van door de gemeente uitgeefbare kavels en om transformatie van haven- en industriegebieden, recent aangevuld met transformatie van verouderde kantoorgebieden. Hier worden complete duurzame wijken ontwikkeld met een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. Vaak met een bepalende rol voor particuliere ontwikkelaars. Dat levert de stad veel op maar brengt ook ingewikkeldheden en nieuwe opgaven met zich mee. Voor aanvulling van de planvoorraad zijn de mogelijkheden op uitgeefbare kavels beperkt. In de Omgevingsvisie zijn met onder andere HavenStad, Oranjewerf en verdere verdichting langs de A2 wel diverse transformatiegebieden opgenomen die de komende periode tot ontwikkeling gebracht kunnen worden. Specifiek voor de vier grote vraagstukken gelden de volgende overwegingen: Economie. Met het transformeren van bedrijventerreinen naar wijken waar gewoond kan worden wordt de toekomst van veel zittende bedrijven ongewis. Een deel van de bedrijven zal moeten verplaatsen naar andere locaties in de stad of regio.

Een ander deel van de bedrijven kan worden ingepast binnen de nieuw te ontwikkelen buurten die daarmee een gemengd karakter krijgen. Daarnaast kan in de nieuwe wijken ruimte worden geboden voor nieuwe bedrijvigheid. Bereikbaarheid. De ontwikkeling van nieuwe wijken vraagt om stevige investeringen in de bereikbaarheid van de te ontwikkelen locaties. Voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld HavenStad zijn dit grootschalige investeringen in Hoogwaardig Openbaar Vervoer, fietsinfrastructuur en mobiliteitshubs, mede om te voorkomen dat bewoners van de nieuwe wijken afhankelijk worden van de auto. Aan de zuidoostkant van de stad kunnen nieuwe bewoners profiteren van de daar aanwezige metro maar ook hier zal geïnvesteerd

moeten worden in een fijnmazige fiets- en openbaar vervoersstructuur. Mogelijkheden voor koppeling met bestaande onderhoudsopgaven zijn beperkt. De mobiliteitstransitie krijgt dus voornamelijk vorm in de nieuwe wijken van de stad en niet in de bestaande buurten. Wel kunnen bewoners en bedrijven in omliggende gebieden profiteren van investeringen in de bereikbaarheid van nieuwe ontwikkellocaties. Zo kunnen bestaande knelpunten worden aangepakt en omliggende buurten bijvoorbeeld gebruik maken van nieuw aan te leggen mobiliteitshubs. Voorzieningen en groen. Iets vergelijkbaars als voor bereikbaarheid geldt voor de maatschappelijke voorzieningen en het groen in nieuwe wijken. Over het algemeen zijn deze nog niet aanwezig en moeten ze gebouwd en aangelegd worden. Dit vraagt ook vanuit maatschappelijke voorzieningen en groen flinke investeringen en ruimtelijke ambities vooraf. En ook hier is de combinatie met de beheer- en onderhoudsopgaven beperkt. Wel komen voorzieningen in nieuwe wijken ten goede aan omliggende buurten. Bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe school wordt geopend, een park wordt aangelegd of wanneer er vanuit de gebiedsontwikkeling geïnvesteerd kan worden in een kwaliteitsimpuls van nabijgelegen groen.

Andersom kan overcapaciteit in bestaande buurten ten dienste komen van de ontstane vraag in aanpalende nieuwe buurten; een bestaande school met een onderhoudsopgave kan worden verbeterd en ruimte bieden voor leerlingen uit nieuwe gebieden. Een bestaand park met weinig gebruik kan, met een kwaliteitsimpuls, ruimte bieden aan groenminnende of spelende bewoners van nieuwe buurten. Verbeteren bestaande woningvoorraad en woonomgeving. In deze variant ligt de nadruk voornamelijk op nieuwbouw. Mogelijkheden om de koppeling met de bestaande woningvoorraad te leggen liggen dan ook voornamelijk in het sturen op programma dat aansluit op de behoefte in de omliggende wijken. In combinatie met voorrangsregels bij toewijzing kan dit de doorstroming in omliggende buurten verbeteren. Vanuit de markt zal hier druk ontstaan om vooral kleine woningen te maken.

Afbeelding 11: Nieuwe wijken variant

Stationskwartieren en stadslanen

Voorzieningen en groen. Goed bereikbare In deze variant staat de bereikbaarheid van nieuwe locaties zijn ook goed geschikt voor stedelijke en regionale voorzieningen, bijvoorbeeld ontwikkellocaties centraal. Zowel vanuit het zo goed mogelijk benutten van het bestaande systeem op het gebied van kunst en cultuur en hoger onderwijs. Een divers voorzieningenprogramma als het concentreren van ontwikkeling langs nieuw aan te leggen openbaar vervoerslijnen. Dit betekent draagt bij aan aantrekkelijke en diverse stationsomgevingen. Langs stadslanen kunnen dat nieuwbouw zich concentreert rondom stations buurt- en wijkvoorzieningen worden gevestigd. en langs stadslanen. Aandachtspunt bij de ontwikkeling van In de Omgevingsvisie worden diverse stationskwartieren is de ontwikkeling van groen en stationskwartieren en zogenaamde stadslanen sport- en speelruimte. Doordat stationskwartieren aangewezen als potentiele verdichtingslocaties. vaak in hoge dichtheden worden ontwikkeld is er Voor de stadslanen geldt dat ontwikkeling hier beperkt ruimte voor toevoeging van nieuw groen. kan worden opgehangen aan een gelijktijdige Vaak wordt dan gekeken naar daken en kleinschalig beperking van de rol van de auto (minder of tijdelijk groen.

Het vergroenen van stadslanen ruimte, minder hard) en een versterking van het die stationskwartieren verbinden met parken en het openbaar vervoer en de fiets langs deze lijnen. landschap kunnen hier een oplossing bieden, ook Hierdoor ontstaan kansen voor een andersoortige als ecologische verbinding. Ook liggen een aantal ontwikkeling. Specifiek voor de vier grote stationslocaties relatief dicht bij de stadsparken en vraagstukken gelden de volgende overwegingen: de koppen van de scheggen welke in de behoefte aan groen zouden kunnen voorzien. Economie. Goed bereikbare locaties lenen zich goed voor kantoorontwikkeling. Met name rondom Verbeteren bestaande woningvoorraad en stations liggen mogelijkheden om hier te voldoen woonomgeving. De meeste stadslanen grenzen aan de geraamde vraag naar kantoorruimte in de op een groot aantal plekken aan bestaande stad. Hierbij moet wel de balans bewaakt worden woonbuurten. De ontwikkeling van stadslanen tussen werken en ander programma als wonen kan deze buurten een impuls geven: door en voorzieningen. Dit voorkomt monofunctionele vergroening, verbetering van de openbare gebieden en een scheve woon-werkpendel. ruimte of doordat bestaande barrières worden Langs stadslanen liggen mogelijkheden voor kleinschaliger kantoor- en bedrijfsgebouwen. Deze weggenomen.

Ook kunnen ze de buurten op een nieuwe manier met andere delen van de kunnen bijdragen aan de vervoerswaarde van het stad verbinden, wat de bereikbaarheid van onderliggende ov-netwerk voorzieningen en arbeidsplaatsen voor zittende bewoners kan verbeteren. Onderzocht kan worden Bereikbaarheid. Leidend principe is het optimaal of ontwikkeling van stadslanen gecombineerd benutten van het mobiliteitssysteem van de stad. kan worden met het doortrekken van Op deze locaties liggen dus mogelijkheden om de nutsvoorzieningen voor warmte en energie, wat de exploitatie van het openbaar vervoer in de stad te verbeteren en, waar mogelijk, aan te sluiten op het energietransitie in bestaande wijken kan versnellen. Ook voor een aantal stationskwartieren geldt dat beheer en onderhoud van bestaande lijnen. Juist ze grenzen aan bestaande woonbuurten. de goed bereikbare locaties in de stad lenen zich In deze variant wordt compact gebouwd. Dit voor de ontwikkeling van mobiliteitshubs waar betekent dat relatief kleine nieuwbouwwoningen bezoekers en forensen over kunnen stappen van worden toegevoegd. De variant zal bijdragen aan het nationale en regionale netwerk op het lokale het invullen van de woningbehoefte die er in de ov en deelmobiliteit. Stadslanen kunnen dragers bestaande stad is bij kleine huishoudens.

worden in het stedelijke en regionale fietsnetwerk en zo een belangrijke rol vervullen in de ambitie van duurzaam en gezond bewegen.

Afbeelding 12: Bereikbaarheid variant

Stadsdeelcentra en innovatiedistricten

Deze variant zet in op nabijheid van voorzieningen en werk. In tegenstelling tot de vorige variant wordt hier juist ingezet op het beperken van mobiliteit. Als alles in de buurt is, hoef je je minder te verplaatsen. Dit betekent dat woningen gebouwd worden op plekken waar nu al voorzieningen en werkgelegenheid te vinden zijn. Bijvoorbeeld rond de stadsdeel- en wijkcentra en in de innovatiedistricten waar de universiteiten en hogescholen gevestigd zijn. Ook hier is het belangrijk dat wonen, werken en voorzieningen gecombineerd worden en in balans zijn. Daar waar voorzieningen ontbreken, moeten deze worden toegevoegd. Verdichting kan hiervoor het draagvlak vergroten. Specifiek voor de vier grote vraagstukken gelden de volgende overwegingen: Economie. De economie in winkelcentra is sterk op consumptie gericht: winkels en horeca. Op bepaalde plekken kan dit gecombineerd worden met andere vormen van lokale bedrijvigheid en cultuur. Rondom de kennisinstellingen in de stad kunnen innovatiedistricten zich verder ontwikkelen. Dit kan gecombineerd worden met op innovatie gebaseerde bedrijvigheid, waar Amsterdam een uitermate aantrekkelijk vestigingsklimaat voor biedt. En hier ligt een combinatie voor de hand met woningen. Bijvoorbeeld voor studenten en wetenschappelijk- en zorgpersoneel. Bereikbaarheid.

De waarde van deze variant zit voornamelijk in het verkorten van verplaatsingen, waardoor het mobiliteitssysteem minder wordt belast. Door de kortere verplaatsingen zal de nadruk eerder op voetgangers en fietsers komen te liggen. Ook dit draagt bij aan de ambities rondom de mobiliteitstransitie en de gezondheid van Amsterdammers. Voorwaarde is wel dat geïnvesteerd wordt in de openbare ruimte in de voorzieningenclusters en dat geïnvesteerd wordt in logisiteke hubs. Voorzieningen en groen. Leidend principe in deze variant is het versterken van bestaande voorzieningenclusters en waar nodig creëren van nieuwe. Door hieromheen te verdichten neemt het draagvlak voor commerciële en maatschappelijke

voorzieningen toe, wordt de diversiteit en het bereik ervan gestimuleerd en kan de kwaliteit toenemen. Verbinding met omliggende buurten wordt sterker, door toenemende aantrekkelijkheid en gebruik van deze clusters. Dit geldt ook voor het lokale groen, wat in deze variant wordt verbeterd en kan worden uitgebreid. Verbeteren bestaande woonvoorraad en woonomgeving. Wijkwinkelcentra hebben een lokale functie voor de bewoners van omliggende buurten. Door het toevoegen van woningen, versterking van de voorzieningen en aanpak van de openbare ruimte en het groen wordt de directe woonomgeving verbeterd. Daar waar nu al woningen zijn boven winkels en andere voorzieningen kunnen deze bij aanpak van voorzieningenclusters worden meegenomen. In deze variant wordt compact gebouwd. Dit betekent dat relatief kleine nieuwbouwwoningen worden toegevoegd. De variant zal vooral bijdragen aan de woningbehoefte die er in de bestaande stad is bij kleine huishoudens.

Afbeelding 13: Nabijheid variant

Verbetering bestaande woonbuurten

Deze variant probeert de nieuwbouwambitie optimaal in te zetten om bestaande woonbuurten te versterken. In verhouding tot de andere varianten zijn projecten vaak kleinschaliger. Voor ontwikkeling ligt er een belangrijke basis in de bestaande fysieke en sociale structuren waardoor iedere ontwikkeling weer anders is. Eerder zijn verschillende manieren van verdichting beschreven, van kleinschalig en chirurgisch tot grootschalige sloop-nieuwbouw. Uitgangspunt hierbij is telkens om de positie van de huidige bewoners te versterken. Specifiek voor de vier grote vraagstukken gelden de volgende overwegingen: Economie. In buurtontwikkeling liggen kansen voor het ontwikkelen van de buurteconomie. Met (relatief goedkope) bedrijfsruimtes voor ondernemers uit de buurt of met een lokale kring van klanten en werknemers. Dit kan het voor Amsterdammers makkelijker maken een bedrijf te starten of werk te vinden, juist ook in de maaksector en voor praktisch opgeleiden. En toevoeging van werkgelegenheid in woonbuurten kan deze diverser maken en de sociale samenhang in buurten vergroten. De financiële haalbaarheid van dergelijke bedrijfsgebouwen blijkt in de praktijk vaak een struikelblok. Bereikbaarheid. Net als bij verdichting rondom voorzieningenclusters zal verdichting van woonbuurten het draagvlak voor fijnmazig openbaar vervoer in de stad vergroten.

Een van de grote opgaven zal zijn om bij verdichting van bestaande woonbuurten te voorkomen dat daarmee ook de automobiliteit toeneemt. Dit vraagt wat van de nieuwe maar ook zittende bewoners. Daarmee kan verdichting van woonbuurten een manier zijn om versneld in te zetten op de mobiliteitstransitie in deze buurten, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van buurthubs, via parkeerbeleid en investeringen in fijnmazig ov en fietsverbindingen. Hierbij liggen kansen om deze investeringen te combineren met reguliere beheer- en onderhoudscycli en met investeringen in klimaatadaptatie en buurtgroen.

Voorzieningen en groen. Bij verdichting van bestaande woonbuurten hoort het meeontwikkelen van buurtvoorzieningen: scholen, zorg, sport, groen, etc. Met name in buurten waar deze voorzieningen aan onderhoud en vernieuwing toe zijn liggen hier kansen. Zeker wanneer herontwikkeling kan leiden tot minder ruimtebeslag, bijvoorbeeld door te stapelen, kan hiermee ruimte worden vrijgespeeld. Deze ruimte kan bijvoorbeeld worden gebruikt om aan te sluiten bij de woningbehoefte van bewoners uit de buurt. Dit vraagt in alle gevallen maatwerk in afstemming met de buurt. Verbeteren bestaande woningvoorraad en woonomgeving. Bij verdichting in bestaande buurten moet verbetering voor huidige bewoners en gebruikers leidend zijn. Door combinatie met nieuwbouw wordt kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande woningen versneld. Hierbij moet worden aangesloten op onderhoudscycli van corporaties en VvE’s. Hoewel dit uiteindelijk leidt tot een verbetering van de woonkwaliteit, vraagt dit op de korte termijn veel van zittende bewoners en gebruikers. Een voordeel is dat er minder materiaal nodig is door in de bestaande stad te verdichten. Deze variant biedt mogelijkheden om in de nieuwbouw te voldoen aan de woningbehoefte van de bewoners in de bestaande buurten.

Hiermee kan het de woonsituatie van deze bewoners verbeteren en door variatie in woningtypen (prijs en omvang) bijdragen aan de doorstroming in de totale bestaande woningvoorraad.

Afbeelding 14: Buurten variant

Praat mee! In deze Startnotitie is getracht de opgaven en uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van Amsterdam uiteen te zetten in lijn van de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie. Vervolgens is de link gelegd tussen de nieuwbouwopgave en vier andere grote opgaven in de groeiende stad. Wat is de mogelijke relatie tussen de woningbouwopgave en de werkgelegenheid, bereikbaarheid, voorzieningen en de bestaande woningvoorraad? Tot slot is voor vier verdichtingsvarianten geschetst wat deze zouden kunnen betekenen voor deze vier opgaven. Iedere variant van verdichting, in nieuwe wijken, rondom stationskwartieren en langs doorgaande routes, bij voorzieningenclusters en in bestaande woonbuurten impliceert andere keuzes op de grote opgaven. Dit is getracht zo neutraal en feitelijk mogelijk weer te geven maar daarbij wel mogelijke oplossingsrichtingen te schetsen. Dit vormt de basis voor een gesprek hierover. We horen de komende periode graag welke andere grote opgaven u voor de stad ziet; welke overwegingen u heeft bij de verdichtingsvarianten en hoe u die weegt. De gemeente Amsterdam roept daarom geïnteresseerden en belanghebbenden op om op basis van deze Startnotitie mee te denken waar we op de middellange termijn verdere ontwikkeling van de stad mogelijk maken.

Om aan te geven welke waarde u hecht aan de geschetste overwegingen en nieuwe overwegingen aan te dragen die nog niet in deze notitie zijn benoemd. Daartoe organiseren we een aantal gesprekken en bijeenkomsten. Op basis hiervan wordt in het najaar 2023 de Ontwikkelstrategie 2035 opgesteld. Bewoners en gebruikers van de stad Amsterdammers weten wat er speelt in de stad, wat de opgaven zijn en wat er mogelijk is. Daarnaast zijn we benieuwd wat voor Amsterdammers de belangrijkste overwegingen zijn bij het verdichten van de stad. Daarom organiseren we in mei en juni van 2023 een aantal stadsgesprekken op verschillende locaties door de stad. Daarnaast zijn we te vinden op markten en gaan we langs scholen om te vragen hoe de kinderen van de stad, toekomstig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13373093/1