CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Reactie op de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitvoeren, verder onderzoeken of niet overnemen van de adviezen van het Burgerberaad Groene Stad (VN2025-016514)8.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 26 juni 2024 heeft de raad de opdracht gegeven om een burgerberaad te organiseren over "de opgave om rigoureus te vergroenen in een groeiende stad, waarin ook voldoende woningen worden gebouwd, maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd, enzovoorts, en daarbij het burgerberaad de ruimte te geven om ook buiten de vastgestelde kaders te adviseren." Op basis hiervan heeft de raad op 4 april 2025 met het vaststellen van de Startnotitie Burgerberaad Groene Stad, de volgende vraag aan het burgerberaad voorgelegd: “Hoe maken we samen een groeiend Amsterdam groener?” De deelnemers aan het burgerberaad hebben samen met ondersteuning en begeleiding van binnen en buiten de gemeente gedurende enkele maanden een zeer intensief traject doorgemaakt. Er is een groot beroep gedaan op tijd, denkvermogen, onderling vertrouwen en het vermogen van de deelnemers om tot gezamenlijke adviezen te komen. De deelnemers hebben de opdracht van de raad om richting te wijzen in het complexe, gevoelige en belangrijke groendossier zeer serieus genomen en op een constructieve en inspirerende manier de kracht van het instrument burgerberaad laten zien. Het college is onder de indruk van de enorme rijkdom en breedte van de adviezen.

Het burgerberaad heeft zich niet alleen beperkt tot adviezen over meer of beter groen: de 16 adviezen van het burgerberaad gaan over groenbeleid, organisatie, toezicht en handhaving, monitoring, samenwerking met bewoners en andere partijen, gebiedsontwikkeling, financiering en ook over meer en beter groen. Het college is blij om te zien dat het burgerberaad ook de uitnodiging van de raad om buiten de bestaande kaders te adviseren nadrukkelijk ter harte heeft genomen. Alleen door verder en breder te kijken dan de huidige kaders kan er fundamenteel ruimte ontstaan voor beter en meer gedragen groenbeleid en -beheer in onze gemeente. Het college wil nadrukkelijk iedereen die betrokken was bij het burgerberaad – van deelnemers tot alle interne en externe experts, gespreksbegeleiders en uiteraard het organiserende TeamBurgerberaad – hartelijk bedanken. De goed doordachte adviezen zijn enkel tot stand gekomen dankzij de tomeloze inzet van al deze betrokkenen. In het bijzonder willen we onze dank uitspreken aan alle deelnemers van het burgerberaad. Het is een grote inspanning om zes volledige zaterdagen, en in sommige gevallen zelfs vrijwillig nog meer tijd, te investeren in een burgerberaad. We waarderen de enorme inzet waarmee het burgerberaad tot deze 16 adviezen is gekomen. Het college zal er dan ook alles aan doen om de adviezen zo goed mogelijk uit te voeren.

Het is nu aan ons, college en raad, om de volgende stap te zetten en recht te doen aan de getoonde betrokkenheid en kennis van Amsterdammers. We gaan door op de ingeslagen weg en zetten ons in om de adviezen om te zetten naar concrete en uitvoerbare stappen. En om als gemeente samen met de stad vaart te maken met het rigoureus vergroenen van Amsterdam, op basis van een zo breed mogelijk draagvlak onder alle betrokkenen. Hieronder geven we vanuit dat perspectief en met die ambitie een reactie op de 16 aangenomen adviezen van het Burgerberaad Groene Stad. Overkoepelende reactie op de adviezen Het burgerberaad is duidelijk over de groei van de stad en het belang van groen; beide zijn belangrijk en nodig. Het burgerberaad tornt niet aan de groeiambitie van de gemeente, maar de adviezen laten zien dat het gevoel leeft dat het groen in de stad te veel onder druk staat door deze groei van de stad. Het burgerberaad benadrukt het grote belang van groen in een groeiende stad; groen moet beter geborgd worden in beleid, normen, organisatie, handhaving en financiering – en er zijn soms gedurfde stappen nodig om dat te bereiken. Het burgerberaad adviseert de gemeente om groene doelstellingen SMART te formuleren, geld te regelen, 1

maatregelen uit te voeren en deze ook te controleren en te handhaven. Daarbij moet er beter integraal worden samengewerkt binnen de verschillende afdelingen van de gemeente, maar ook de samenwerking met de stad, bewoners, ondernemers, organisaties en experts moet beter en intensiever. Het college onderschrijft en ondersteunt deze oproep van het burgerberaad om de groei van de stad samen te laten gaan met een nog steviger inzet op het vergroenen van de stad. Diverse adviezen van het burgerberaad passen binnen gemeentelijke kaders of betekenen een forse duw in de richting van een ingezette koers. Maar er zijn ook adviezen die vragen om meer inzet en om politieke keuzes. We zien het dan ook als een uitdaging om ook opvolging te geven aan adviezen die om scherpe keuzes vragen van ons, college en raad, hetzij ruimtelijk of financieel. Spanningsvelden Bij de uitvoering van de adviezen lopen we tegen spanningsvelden aan. Dat is onvermijdelijk, al is het maar omdat niet alle adviezen binnen de bestaande kaders passen. • Financiering – Diverse adviezen hebben financiële consequenties. Waar mogelijk voeren we adviezen uit binnen de bestaande budgetten. Voor een deel zal uitvoering van de adviezen afhangen van de mate waarin en het moment waarop middelen worden vrijgemaakt en van beschikbare ambtelijke capaciteit. • Nu, straks, later - Niet alle adviezen kunnen direct worden uitgevoerd.

De komende periode gebruiken we om te kijken wanneer en waar de adviezen uitgevoerd kunnen worden. We kiezen ervoor om 'ongelijk te investeren' en beginnen met het vergroenen van buurten die minder groen zijn of waar dit bijvoorbeeld prioriteit heeft voor de gezondheid van bewoners. • Proces versus uitvoering - Een groot deel van de adviezen heeft betrekking op de manier waarop ‘groen’ binnen de gemeente georganiseerd is en hoe inwoners en andere partijen zoals ondernemers bij de vergroening van de stad worden betrokken. Minder adviezen gaan over het vergroenen zelf. Dit staat enigszins op gespannen voet met de opgave waar de gemeente op dit moment voor staat: meer focus op, en dus meer ambtelijke capaciteit voor, de uitvoering. • Meer focus op groen versus integraal werken – In diverse adviezen wordt 'groen op één gezet'. Meer focus en aandacht voor groen kan op gespannen voet staan met andere gemeentelijke opgaven. In de praktijk is het niet haalbaar om één aspect (groen) altijd en overal op één te zetten. We zullen bij de uitvoering van de adviezen duidelijkheid moeten krijgen over de consequenties, zodat wij (college en raad) hier keuzes in kunnen maken. Het college kijkt uit naar de komende periode, waarin we hard aan de slag gaan met het uitvoeren en onderzoeken van de verschillende adviezen.

Een monitorgroep van ruim 25 deelnemers van het burgerberaad zal met ons meekijken. We zijn blij dat we op deze manier de verbinding kunnen houden met (ex-) deelnemers van het burgerberaad. Categorieën Zoals het Beleidskader Burgerberaden voorschrijft voert de gemeente de adviezen van het burgerberaad uit, tenzij ze buiten de gemeentelijke kaders (financieel, juridisch en praktisch) en/of de gemeentelijke bevoegdheid vallen, of wanneer het college vindt dat ze onvoldoende doelmatig zijn. Op basis van deze kaders, en dus niet op basis van een inhoudelijke beoordeling van de adviezen, komt het college met een reactie om A: uit te voeren, B: eerst verder te onderzoeken of C: niet uit te voeren.

2

A. Uitvoeren – 13 adviezen (waarvan 6 deels) Deze adviezen zijn overwegend financieel, juridisch en praktisch haalbaar en vallen overwegend binnen de bevoegdheid van de gemeente. Met ‘overwegend’ wordt hier bedoeld dat deze adviezen voor het grootste deel en op hoofdlijnen kunnen worden uitgevoerd. Tegelijkertijd bevatten vrijwel alle adviezen ook onderdelen waar eerst nader onderzoek naar moet worden gedaan of die niet uitvoerbaar zijn. Met financieel haalbaar wordt hier bedoeld dat deze adviezen binnen de bestaande middelen en ambtelijke capaciteit kunnen worden uitgevoerd. B. Eerst verder onderzoeken – 8 adviezen (waarvan 6 deels) Deze adviezen bieden interessante aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan, maar passen op dit moment overwegend (nog) niet binnen de financiële, juridische en/of praktische kaders. Bijvoorbeeld omdat hier grote financiële gevolgen aan zitten of omdat de gemeente voor de uitvoering van deze adviezen afhankelijk is van derde partijen zoals het rijk. Ook voor deze adviezen geldt dat ze in sommige gevallen subonderdelen bevatten die niet uitvoerbaar zijn. In 2026, Q3/Q4 worden deze adviezen door het college ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.

Hierbij zit dan weer een reactie van het college waarin per advies staat welke consequenties de uitvoering heeft, en mede op basis daarvan hoe het college voorstelt om dit advies al dan niet uit te voeren. C. Niet uitvoeren – 1 advies Dit gaat om adviezen waarvan het college ziet dat ze buiten de gemeentelijke kaders en de gemeentelijke bevoegdheid vallen, of waarvan het college vindt dat ze onvoldoende doelmatig zijn. Nog belangrijk De opdracht van de raad (zoals verwoord in de Startnotitie Burgerberaad Groene Stad en het Beleidskader Burgerberaden) is dat adviezen uit het burgerberaad in principe worden overgenomen. Alleen bij zwaarwegende argumenten (financieel, juridisch of uitvoerbaarheid) kunnen voorbehouden worden gemaakt. Daarom ligt er een positieve houding ten grondslag aan de reacties. Bij elk advies staat een ‘samenvatting van het advies’. Deze is geschreven door de gemeente, en dus niet door het burgerberaad zelf. Dit is gedaan zodat dit stuk ook op zichzelf leesbaar en te begrijpen is. Zie voor de volledige adviezen bijlage 1 – Eindrapportage Burgerberaad Groene Stad. Overzicht van de adviezen + categorieën Nr.

Titel advies 1 Groen inclusief beleid door gemeente Amsterdam 2 Veerkrachtig groen als antwoord op klimaatverandering 3 Waterrijk 4 De groengebieden in en om de stad: verbinden, inrichten en handhaven 5 Kwalitatieve groene ruimtes en parken voor iedereen 6 De Groene Ring A10

Categorie A+B A A A+B A+B C 3

7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Minder auto mits beter OV, en zo meer groen Groen inclusief bouwen Groenvisie in nieuw- en verbouw Regisseur Groene Groei Het Amsterdams Groen Beraad Groen moet voor iedereen zijn Instelling van een Groenkamer Burgers activeren Toegankelijke subsidies Green index voor bedrijven

A+B A+B A+B A B A B A A A

4

Adviezen en reacties Burgerberaad Groene Stad Nr. 1.

Titel + korte aanduiding Groen inclusief beleid door gemeente Amsterdam Leg groenbeleid structureel vast in meerjarenbeleid met een begroting voor de lange termijn en zet groen op één door leefbaarheid, veiligheid én een creatieve aanpak voorop te stellen in beleid, uitvoering, monitoring, onderhoud en beheer.

Samenvatting van het advies Het advies benadrukt het belang van een structureel meerjarenbeleid en lange termijn begroting waarin groen prioriteit krijgt voor leefbaarheid, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur. Groennormen moeten SMART worden vastgelegd en gecontroleerd door een onafhankelijke instantie. Er moet een groennorm komen voor bestaande gebieden en deze moet wettelijk worden verankerd. Er moet een groenparagraaf in het coalitieakkoord worden opgenomen met een overdrachtsdossier. De gemeente moet groen integraal programmeren, met een groenregisseur en een uitvoeringsprogramma, en toezicht, handhaving en beheer versterken. Het budget voor groen moet worden verhoogd gericht op lange termijn baten. Daarnaast is betere kennisdeling, strategisch HRbeleid en duidelijke communicatie over groenbeleid en subsidies nodig. Monitoring van groen inclusief beleid wordt belangrijk, en kennis-deling over subsidies en groen beleid moet duidelijker gemaakt worden voor bewoners, bijvoorbeeld door groen-steunpunten. Groen moet niet langer als kostenpost, maar als winst voor leefbaarheid worden gezien.

Reactie A. Uitvoeren Het college waardeert de integrale en samenhangende insteek van dit advies, waarvan onderdelen ook terugkomen in andere adviezen van het burgerberaad. Het college ziet mooie kansen om het grootste deel van de 19 subadviezen waaruit dit advies bestaat uit te voeren. Het advies ondersteunt de ontwikkelrichting die het college voor ogen heeft. We staan ook achter de oproep in het advies om groen altijd in samenhang, dus integraal, te programmeren. Zo wil het college dit advies betrekken bij de uitwerking van Rigoureus Vergroenen, zoals opgenomen in de omgevingsvisie. In deze uitwerking wordt de visie vertaald naar concrete langetermijndoelen voor een groene en leefbare stad. Hier opvolgend wil het college een uitvoeringsplan opstellen met SMART geformuleerde maatregelen, voorzien van financiële onderbouwing, een planning en monitoring. We gaan ervoor zorgen dat de oproep van het burgerberaad om een groenparagraaf op te nemen in het coalitieakkoord onder de aandacht komt van de nieuwe coalitie. Het is uiteraard aan de nieuwe coalitie zelf om hier gehoor aan te geven. B. Eerst verder onderzoeken De continue inzet om een complete stad te zijn, waarin naast groen ook ruimte is voor woningen, scholen, buurthuizen, sportvoorzieningen en andere functies, betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Dit advies, maar ook andere adviezen van het burgerberaad, pleiten voor een steviger en meer volwaardige plek van groen binnen deze soms lastige afweging. Daarbij is het niet haalbaar om groen overal en altijd op één zetten. De gemeente heeft namelijk de wettelijke plicht om te zorgen voor 'een veilig en kwalitatief goed leefklimaat'. Groen is altijd één, heel belangrijk, onderdeel van een integrale belangenafweging. We zorgen dat groen een wezenlijk onderdeel uitmaakt van planvorming en uitvoering en brengen de consequenties van meer prioriteit geven aan groen in beeld, zodat het bestuur (het college en de raad) hier keuzes in kan maken. Hierbij hoort ook dat de bestaande groennorm altijd serieus wordt genomen, zonder dat we daar een wettelijke verplichting van maken. Daarvoor zou namelijk nationale wet- en regelgeving moeten veranderen, en dat valt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente. Op een aantal andere 5

2.

Veerkrachtig groen als antwoord op klimaatverandering Wij pleiten voor prioriteit aan ‘waardevol groen’: klimaatadaptieve en ecologisch verantwoorde groenvoorzieningen die bijdragen aan biodiversiteit, gezondheid en sociaal welzijn.

Het advies pleit voor prioriteit aan klimaatadaptief en ecologisch verantwoord groen dat bijdraagt aan biodiversiteit, gezondheid en sociaal welzijn. Dit is nodig om Amsterdam weerbaar te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreem weer en om de leefbaarheid te waarborgen. Bestaand groen kan worden vervangen door groen met meer waarde voor ecologie en klimaatadaptatie. De gemeente moet bestaande kennis en middelen benutten, en groen kwantificeren om onderbouwde keuzes te maken. Bio-adaptieve vergroening moet worden versoepeld en bewoners moeten kunnen meebeslissen over aanplantingsopties inclusief beheerniveau in hun wijk. Daarnaast wordt een groencoach en een groenadviseur voorgesteld om bewoners en gemeentelijke teams te ondersteunen.

onderdelen van dit advies maakt het college een voorbehoud en zal er nader onderzoek gedaan moeten worden wat betreft haalbaarheid (waaronder capaciteit) en financierbaarheid, zoals het ontwikkelen van een groennorm voor de bestaande stad, het aanstellen van een groenregisseur en het installeren van een groenloket per stadsdeel. Ook moeten de mogelijke (financiële) consequenties voor beheer en onderhoud nader worden onderzocht. A. Uitvoeren Het college onderschrijft de ambitie om in te zetten op de kwaliteit van groen waarbij groen bijdraagt aan zoveel mogelijk verschillende waarden, zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie, sociaal welzijn, gezondheid, toegankelijkheid en veiligheid. Deze ambitie sluit goed aan op de Omgevingsvisie, de Groenvisie, onze inzet om de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen te behalen, de Strategie Klimaatadaptatie, de Visie Amsterdamse Sportparken, en verdere uitwerkingen daarvan zoals de Koele Groene Stratenkaart en Plan biodiversiteit. Het college zet zich via deze instrumenten de komende jaren in om zoveel mogelijk de kwaliteit van groen te verbeteren. Om de stad weerbaar te maken tegen klimaatverandering worden straten en stoepen bij geplande onderhoudsprojecten zoveel mogelijk vergroend. Amsterdam loopt daarbij landelijk voorop in het streven naar biologische en volledig gifvrije beplanting.

Het college staat dan ook positief tegenover het verder vergroenen van Amsterdam met bio-adaptieve vergroening. Buurten worden daarbij betrokken, waardoor ook medebeheer wordt gestimuleerd. Extra vergroenen van de stad kan niet zonder ook de budgetten voor beheer en onderhoud aan te passen. Dat geldt dus ook voor sommige onderdelen van dit advies. Verder heeft het voorstel voor groencoaches en het samen met bewoners beheren van groen heeft mogelijk financiële consequenties die nader onderzocht moeten worden. In adviezen 12, 14-15 wordt verder ingegaan op mogelijkheden om bewoners beter te betrekken bij het vergroenen van Amsterdam.

6

3.

Waterrijk Wij adviseren de gemeente Amsterdam om zich te richten op wateropslag en het verbeteren van de waterkwaliteit, met als doel om nu en op lange termijn de ecologische rijkdom en leefbaarheid van het stedelijk water te bevorderen.

4.

De groengebieden in en om de stad: verbinden, inrichten en handhaven Groene verbindingen tussen groenstructuren in en om de stad versterken,

Het advies benadrukt dat de gemeente Amsterdam zich moet richten op wateropslag en het verbeteren van waterkwaliteit om ecologische rijkdom en leefbaarheid te bevorderen. Voor wateropslag wordt gekeken naar mogelijkheden in de openbare ruimte (wadi’s, greppels, ondergrondse waterberging, tegels wippen of waterdoorlatende tegels aanleggen), buitengebied (afspraken maken met boeren over waterreservoirs en waterpeileenheden) en particulier bezit (maatregelen zoals groene daken, regentonnen en minder tegels, meer groen). Voor water- en ecologische kwaliteit wordt geadviseerd om boten op bepaalde grachten te weren, zwemlocaties te verbeteren, glooiende oevers aan te leggen en zuiverende waterplanten te gebruiken. Daarnaast moet overstort bij hevige regenval worden voorkomen. De gemeente speelt een actieve rol en maakt afspraken met waterschappen, woningcorporaties, boeren, provincie, rijk en stimuleert participatie via subsidies en samenwerkingen. Het advies pleit voor het versterken en beschermen van groengebieden en groene verbindingen in en om Amsterdam om een gezonde leefomgeving te bevorderen, met aandacht voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en welzijn. Groengebieden en -verbindingen mogen

A. Uitvoeren Het college deelt de ambitie die genoemd wordt in de adviezen met betrekking tot wateropslag en het verbeteren van de waterkwaliteit. De adviezen zijn een stimulans om door te gaan met het uitvoeren van de strategie klimaatadaptatie en sluiten ook voor een deel aan bij bestaande projecten en acties die in de toekomst voortgezet kunnen worden. Ook sluit de reactie bijvoorbeeld mooi aan op het uitgangspunt om in de toekomst meer ecologische oevers aan te leggen. Op een paar onderdelen zijn we voorzichtig met het doen van beloftes. Het weren van varende boten op delen van waterlopen (bijvoorbeeld grachten, sloten en kanalen), zal eerst nader onderzocht moeten worden. Op het water moet namelijk ook rekening gehouden worden met verschillende betrokken partijen en (landelijke) regelgeving. Ook adviezen die inzetten op het stimuleren van maatregelen door particulieren zijn niet bij voorbaat toe te zeggen. Wel gaat de gemeente met deze partijen in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn.

A. Uitvoeren Het college ziet dit als een belangrijk en waardevol advies om groengebieden en groenverbindingen in en om de stad nog beter te verankeren in het beleid. In een groeiende en verdichtende stad is het essentieel een balans te behouden en te ontwikkelen tussen groene plekken om te wonen, te spelen, te sporten en te ontspannen, én plekken waar dieren en planten de ruimte krijgen. Het college zet zich in om groenstructuren te versterken en ontwikkelen. We hebben daar afgelopen jaren ook al mooie resultaten in 7

optimaliseren en verankeren.

alleen worden aangepast als dit een aanzienlijke verbetering oplevert. Er wordt geadviseerd om parken, natuurgebieden en andere groengebieden juridisch te waarborgen, ruimte te geven aan stadslandbouw en voedselbossen en beleid te ontwikkelen dat balans biedt tussen mens, dier en natuur. Groene verbindingen moeten ook op microniveau worden uitgebreid, zoals op daken, muren en in versteende stadsdelen. Samenwerking met omliggende gemeenten en provincies is essentieel. Bouwplannen en sportvelden mogen groenstructuren niet aantasten, ook niet door te intensieve exploitatie (zoals grote festivals). Een Groen Ombudsman wordt voorgesteld om toezicht te houden op de uitvoering van groenbeleid. Ook wordt geopperd om van groene buitengebieden een rechtspersoon te maken.

geboekt. Zo is in 2024 de groene wandelboulevard langs de Nassaukade opgeleverd en wordt dit jaar gewerkt aan de groene wandelboulevard ter hoogte van de Stadhouderskade. We betrekken dit advies bij verdere ontwikkeling van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur en hebben daarbij extra aandacht voor de balans tussen 'groen voor de mens' en 'groen voor natuur', de relatie met bouwplannen, de positie van sportparken en ruimte voor evenementen als onderdeel van de hoofdgroenstructuur, evenals voor samenwerking met buurgemeenten en provincie. Voor de realisatie van dit advies is het belangrijk om meer integraal te werken aan groen, zoals het burgerberaad ook benadrukt in advies 1 en 11. Afgezien van het Beleidskader Hoofdgroenstructuur (2011) zijn ook in andere beleidsstukken mogelijk aanscherpingen nodig. Kleine groenverbindingen zijn ook belangrijk. We gaan ons extra inspannen om die te realiseren, bijvoorbeeld via het 'groen, tenzij' principe uit de Groenvisie 2020-2050. B. Nader onderzoeken In lijn met het advies gaan we strenger toezien op naleving van het beleid. Het college weet nog niet of een Groen Ombudsman de beste manier is en hoe zich dit verhoudt tot de huidige taken van de TAC (Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur) of de andere adviezen van het burgerberaad, waarin toezicht centraal staat (Groenregisseur, Amsterdams Groen Beraad, enzovoorts).

We gaan uitzoeken welk instrument het beste past bij de strekking van dit advies. Het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan natuur is in Amsterdam nu niet mogelijk. Hiervoor zou namelijk landelijke wetgeving moeten worden gewijzigd. We gaan wel onderzoeken welke andere mogelijkheden er zijn om de rechten van groengebieden en -verbindingen beter te verankeren. Hiervoor kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de Zoöp proeftuin in Amstelpark, waarbij de belangen van niet-menselijk leven wordt vertegenwoordigd in de besluitvorming. Verder kan het college geen gehoor geven aan de oproep dat bouwplannen en sportvelden groenstructuren nooit mogen aantasten. De gemeente kan namelijk niet altijd en overal groen op één zetten. Zie voor een verdere toelichting hierop de reactie op advies nummer 1.

8

5.

Kwalitatieve groene ruimtes en parken voor iedereen Amsterdammers hechten waarde aan natuur en buitenleven, daarom moeten we investeren in het verbeteren en onderhouden van groene ruimtes, terwijl we duidelijke functies in parken definiëren die zowel inclusiviteit voor mensen bevorderen als biodiversiteit beschermen.

6.

De Groene Ring A10

Het advies benadrukt het belang van kwalitatieve groene ruimtes en parken die zowel sociaal welzijn als biodiversiteit bevorderen. Dit vraagt om duidelijke zones in parken: sommige gericht op mensen (recreatie, sport) en andere op natuur (planten en dieren). Hoewel dit kan betekenen dat niet alle ruimte voor iedereen beschikbaar is, zorgt het voor een betere balans tussen gebruik en natuurbehoud. Onderzoek per groengebied de behoeften van mensen, bijvoorbeeld met bewonersenquêtes. Dit moet de basis vormen voor plannen en beleid om parken te optimaliseren. Basisvoorzieningen zoals verlichting, toiletten en drinkwaterpunten moeten worden verbeterd, en extra functies zoals sporttoestellen en picknicktafels toegevoegd. Het onderhoudsniveau van parken moet worden verhoogd met meer investeringen.

Het advies pleit voor het stapsgewijs ondertunnelen of overkappen van de A10 om een groene ring te creëren die

A. Uitvoeren Het college ziet in dit advies een pleidooi om een betere balans te vinden tussen 'groen vooral voor planten en dieren' en 'groen vooral voor mensen, recreatie, sporten en spelen'. In het advies wordt terecht opgemerkt dat de ruimte beperkt is en dat niet alles overal kan. We streven naar diversiteit in groengebieden in de stad, zodat er voor ieder wat wils is. We gaan dit verwerken in het Beleidskader Hoofdgroenstructuur (2011), onder andere door in (de grotere) parken zones aan te wijzen, zoals voorgesteld in het advies. We gebruiken het Grote Groenonderzoek om te achterhalen wat de behoeften zijn van bewoners. Als een specifiek park wordt aangepakt, zorgen we dat analyses daar altijd deel van uitmaken en dat bewoners worden betrokken (al dan niet door enquêtes). Inclusiviteit is daarbij een belangrijk aandachtspunt, waarbij we mensen zoveel mogelijk benaderen op manieren die bij hen passen. Bijvoorbeeld door naar mensen thuis te gaan met huis-aan-huisbezoeken, of juist door vragenlijsten in buurthuizen neer te leggen. Hierbij hebben we extra aandacht voor groepen mensen die minder vaak meedoen aan het Grote Groenonderzoek en voor groepen mensen aan wiens behoeften soms (onbedoeld) minder voldaan wordt bij de inrichting van parken, zoals jonge vrouwen. B.

Nader onderzoeken Op onderdelen heeft dit advies (mogelijk) financiële consequenties, zoals het toevoegen en/of moderniseren van voorzieningen in parken en het verhogen van het beheerniveau. Het is niet áltijd nodig om parken meer of intensiever te onderhouden. Sommige delen van parken kunnen door weinig onderhoud namelijk veel waarde hebben voor planten en dieren. Dit terwijl andere delen, die druk worden gebruikt, (inderdaad) wel intensief onderhoud verdienen. Daarin moeten keuzes worden gemaakt. Het college ziet in dit advies een aansporing om daarin de juiste balans te vinden, ook in relatie tot de beperkte financiële middelen. Zowel het toevoegen van meer functies aan parken als het intensiever beheren van parken, kost namelijk veel geld en capaciteit. Er zijn dus meer financiële middelen nodig om deze onderdelen van het advies te kunnen uitvoeren. Dit is een politieke keuze. C. Niet uitvoeren Het college waardeert de grote ambitie achter dit idee. Er zijn nog maar weinig plekken in de stad waar we echt een grote groenstructuur kunnen 9

Creëer stapsgewijs een groene ring door onze stad door de huidige A10 te ondertunnelen en/of te overkappen.

7.

Minder auto mits beter OV, en zo meer groen Beperk het particulier autogebruik, parkeer geconcentreerder en breid het openbaar vervoer uit, om ruimte te maken voor meer en beter bereikbaar groen.

stadsdelen en bestaande groengebieden verbindt. Dit zou de A10 transformeren van een donkere rivier van asfalt die buurten scheidt naar een groene oase die bijdraagt aan leefbaarheid. Hoewel dit tijd, overlast en investeringen vraagt, biedt het ook kansen voor stadsontwikkeling en ecologische verbetering. Financiering kan deels komen uit omliggende woonprojecten en bijdragen van het bedrijfsleven. Politieke wil, samenwerking tussen overheden en draagvlak onder bewoners zijn essentieel. Een haalbaarheidsonderzoek, geïnspireerd door voorbeelden zoals Antwerpen, moet zich richten op hoe dit gerealiseerd kan worden.

Het advies stelt voor om particulier autogebruik binnen de stad te beperken, parkeerplaatsen te concentreren en het openbaar vervoer uit te breiden om ruimte te maken voor meer groen. Minder auto’s op straat draagt bij aan een gezondere, leefbare stad en maakt groen beter bereikbaar. Dit vraagt om verbeterd openbaar vervoer dat sneller, frequenter en 24/7 beschikbaar is, en om meer OVbereikbare Park + Rides aan de stadsranden. Maak OV gratis voor specifieke groepen. Parkeren moet zoveel mogelijk ondergronds of in garages plaatsvinden, met behoud van

toevoegen. Het overkappen of ondertunnelen van wegen gebeurt ook al op verschillende andere plekken in de stad (zoals de Spaarndammertunnel en de overkapping van een deel van de A9) en dit biedt kansen voor groen, sport, recreatie en woningbouw. Toch wil het college geen onrealistische verwachtingen scheppen: het ondertunnelen van de volledige ring A10 of het doen van een kostenbatenanalyse samen met het rijk lijkt op dit moment, en ook in de nabije toekomst, niet haalbaar. Alleen al het doen van een serieuze kosten-baten analyse kost miljoenen. De kosten voor volledige ondertunneling (vele miljarden) kunnen niet met woningbouw worden terugverdiend. De gemeente zal financieel dus flink moeten bijdragen en daar is op dit moment geen zicht op. Bovendien valt de A10 onder de verantwoordelijkheid van het rijk, dit valt buiten de invloedssfeer van de gemeente. Wel kan het college zich voorstellen dat we samen met het rijk gaan verkennen welke maatregelen aan de A10 (of delen van de A10) op termijn kunnen bijdragen aan een verbeterde leefomgeving, met meer groen, voordelen voor luchtkwaliteit en gezondheid. Bij de volgende actualisatie van de Omgevingsvisie 2050 nemen we op dat we dit samen met het rijk willen onderzoeken. A. Uitvoeren Het college onderschrijft dat het belangrijk is om particulier autogebruik in de stad te beperken.

Het verbeteren van het OV is daarvoor een belangrijke voorwaarde. In ‘Amsterdam Maakt Ruimte’ staat beschreven dat we minder ruimte moeten geven aan de auto, het OV moeten verbeteren en meer ruimte moeten maken voor fietsers, voetgangers, maar ook voor kinderen om te kunnen spelen en voor groen om een leefbare stad te zijn. Het parkeerbeleid is hiervoor belangrijk. In gebiedsontwikkelingen maken we maar heel weinig (en soms geen) parkeerplekken. En parkeerplekken die er gebouwd worden, worden zoveel mogelijk gecentreerd. De ruimte die ontstaat door deze en andere maatregelen wordt benut om te vergroenen, maar óók om andere noodzakelijke functies een plek te geven (zoals fietsparkeren of afvalcontainers). Het college deelt de mening van het burgerberaad dat het belangrijk is om het OV te verbeteren. Zo zijn er nieuwe afspraken gemaakt met Vervoerregio en GVB over meer en beter openbaar 10

fietsparkeerplekken op straat. Hoewel dit ten koste gaat van gemak voor autobezitters en parkeergelden, kan weerstand worden verminderd door bewoners en ondernemers actief te betrekken en het belang van de plannen goed uit te leggen.

vervoer. Er zijn gewenste investeringen in bijvoorbeeld metro-uitbreidingen en hoogwaardige busverbindingen en we ondersteunen en begeleiden vrijwilligersvervoerinitiatieven zodat de mensen die het echt nodig hebben mobiel blijven. Dit advies van het burgerberaad is een steun in de rug om deze ingezette koers voort te zetten en te versterken. B. Eerst verder onderzoeken Daarnaast is meer onderzoek nodig naar de consequenties van onderdelen van dit advies. Zo is de gemeente afhankelijk van gemaakte afspraken met de Vervoerregio en het GVB over het verbeteren van het OV. En alhoewel de nieuwe afspraken met de vervoersaanbieders een stap in de door het burgerberaad gewenste richting zijn, stelt het advies hogere eisen aan de verbetering van het OV (zoals 24/7 OV, OV-routes naar groenverbindingen).

De voorstellen om te zorgen voor ondergrondse parkeergarages voor alle voertuigen en om parkeren in garages goedkoper te maken dan op straat passen op dit moment niet in het beleid van de gemeente. We kijken naar de mogelijkheid om Park + Rides te realiseren aan de rand van de stad, maar we zien meer kansen voor de ontwikkeling van hubs. We zijn in gesprek met partners in de regio om deze te realiseren. Om het ruimtegebruik en de groei van het autogebruik te beperken en ruimte te maken voor meer en beter bereikbaar groen gaat de gemeente onderzoeken welke concrete maatregelen hier het beste aan bijdragen.

8.

Groen inclusief bouwen Amsterdam wil blijven groeien, en dat moet groen. Bouw voor alle doelgroepen, van studenten, starters tot senioren zodat iedereen een passende en betaalbare woning kan vinden met een focus op natuur, gezondheid en sociaal welzijn.

We moeten groen-inclusief bouwen in Amsterdam, waarbij woningbouw wordt gecombineerd met groen om natuur, gezondheid en sociaal welzijn te bevorderen. Dit vraagt om compactbouw, hoogbouw en klimaatadaptieve woningen zoals flexibele woningen, vernieuwbouwen van bestaande woningen met aandacht voor groene daken, gemeenschappelijke tuinen en biodiversiteit. Bij herinrichting van bestaande openbare ruimte en nieuwbouw moeten groennormen worden gehandhaafd, waarbij de kwaliteit

A. Uitvoeren Het college waardeert dat het burgerberaad met dit brede advies duidelijk is over de noodzaak om voldoende woningen te bouwen en dit te combineren met voldoende kwalitatief groen. Hoewel dit aansluit bij de ambities van de Omgevingsvisie 2050 en de Ontwikkelstrategie zien we in dit advies ook een aansporing om groen binnen gebiedsontwikkeling en bij herinrichting van bestaande openbare ruimte een steviger plek te geven, waarbij de kwaliteit van het groen voorop staat. Sommige onderdelen nemen we dan ook direct over, zoals het optimaal benutten van de beschikbare ruimte, het toevoegen van kwalitatief groen, het maken van afspraken met ontwikkelaars over groen in plannen, integraal ontwerpen, inspiratie halen uit het buitenland en het beter inzichtelijk maken van de toegevoegde waarde van groen. B. Eerst verder onderzoeken 11

9.

Groenvisie in nieuw- en verbouw In het beleid en alle beheercontracten moet staan dat er altijd een verplichte toets op de groenvisie Amsterdam wordt gedaan, voor start van de projectontwikkeling en nogmaals als de bouw/verbouw begint.

van groen voorop moet staan. De gemeente, het Rijk en projectontwikkelaars moeten afspraken maken om groen structureel en voor de lange termijn in bouwplannen op te nemen en de toegevoegde waarde van groen inzichtelijk te maken via monitoring en controle. Innovatie en samenwerking met experts zoals ecologen en sociologen zijn nodig om duurzame en groene bouwprojecten te realiseren. Hoewel dit ten koste kan gaan van ruimte voor andere voorzieningen en straatparkeren, draagt het bij aan een leefbare en toekomstbestendige stad. Het advies stelt dat alle nieuwbouw- en verbouwprojecten verplicht moeten worden getoetst aan de Groenvisie Amsterdam, zowel vóór de start van de projectontwikkeling als bij aanvang van de bouw. Dit waarborgt dat groen wordt beschermd en gecompenseerd, ook als plannen veranderen of verouderen tijdens lange bouwtrajecten. Het kan vertraging en extra kosten veroorzaken, maar draagt bij aan klimaat, gezondheid, natuur en sociaal welzijn. De groennorm moet worden vertaald naar regelgeving, met een eenvoudige procedure voor toetsing, controle en handhaving. Daarnaast wordt een juridische check door de gemeente en een stimuleringsregeling voor projectontwikkelaars en woningcorporaties aanbevolen. Dit zorgt ervoor dat bouwprojecten duurzaam en

Op andere onderdelen vraagt dit advies om nader onderzoek, zoals het heroverwegen van bestaande plannen (vanwege klimaatverandering en leefbaarheid) en het dwingend maken van de groennorm. De groennorm is nu een streefnorm die niet afgedwongen kan worden en waarbij het dwingend maken van deze norm aanzienlijke consequenties kan hebben voor andere opgaven in de stad (zie reactie op advies 1 en 9). Hetzelfde geldt ook voor het heroverwegen van bestaande plannen (vanwege klimaatverandering en leefbaarheid), waarbij het ook niet duidelijk is wanneer een plan heroverwogen moet worden. In het advies staan ook verschillende punten die een beroep doen op het rijk, bijvoorbeeld financiële zekerheid geven aan projectontwikkelaars en woningcorporaties. Daar gaan we ons als gemeente hard voor maken, maar dat kunnen we niet afdwingen.

A. Uitvoeren Het college is voor het toevoegen van voldoende groen bij gebiedsontwikkelingsprojecten en zal zich hiervoor extra gaan inspannen. Het college wil namelijk een complete stad zijn en daar is groen een belangrijk onderdeel van. We zorgen er daarom voor dat groen altijd duidelijk onderdeel uitmaakt van planvorming en uitvoering en gaan de consequenties van het meer prioriteit geven aan groen in beeld brengen, zodat het bestuur (college en raad) hier keuzes in kan maken. Hierbij hoort ook bij dat er een eenvoudige en transparante methode komt voor het tegemoetkomen aan de Amsterdamse streefnorm voor groen, naast ook de streefnormen voor bijvoorbeeld maatschappelijke voorzieningen. B. Eerst verder onderzoeken De gemeente heeft de wettelijke plicht om te zorgen voor 'een veilig en kwalitatief goed leefklimaat'. Groen is hierin altijd één, heel belangrijk, onderdeel van een integrale belangenafweging. De continue inzet van de gemeente om te zorgen voor 'een complete stad', waarin naast groen ook ruimte is voor woningen, scholen, buurthuizen, sportvoorzieningen en andere belangrijke functies, betekent dat er door het stadsbestuur keuzes gemaakt moeten worden. In dit advies, maar ook andere adviezen, pleit het burgerberaad voor een steviger en meer volwaardige plek van groen binnen 12

10.

Regisseur Groene Groei Benoem een Regisseur Groene Groei die onafhankelijk werkt met mandaat die de onderlinge samenwerking en cohesie van de afdelingen in de gemeente kan bevorderen met een overkoepelend overzicht op het onderwerp groen. Richt een Groenraad (e.g. type OR) die ambtenaren en bewoners (representatie) in gesprek brengt met de Regisseur Groene Groei om tot gedeelde wensen en belangen te komen en onderling gesprek te bevorderen. De Groenraad heeft als doel informatie bij partijen op te halen en te brengen.

groen blijven, ondanks mogelijke uitdagingen voor investeerders.

deze soms lastige afweging. We gaan onderzoeken hoe we hieraan tegemoet kunnen komen, zonder dat we van de groennorm een wettelijke verplichting maken. Daar is aanpassing van landelijke wet- en regelgeving voor nodig en dat ligt buiten de invloedssfeer van de gemeente Amsterdam. Het opstellen van een stimuleringsregeling groen voor ontwikkelaars is mogelijk, maar wel moet onderzocht worden waar het budget hiervoor vandaan moet komen en hoe de regeling op een doelmatige manier kan worden uitgevoerd.

De gemeente Amsterdam moet de samenwerking tussen afdelingen en directies verbeteren en versnippering tegengaan door een Regisseur Groene Groei aan te stellen. Deze regisseur is onafhankelijk en werkt met mandaat om informatie en prioriteiten uit verschillende directies te verzamelen, en deze te bundelen tot concrete actielijnen. Daarnaast wordt een Groenraad opgericht, waarin ambtenaren en bewoners samenkomen om wensen en belangen te bespreken en samenwerking te bevorderen.

A. Uitvoeren Het college staat achter het advies om de samenwerking tussen verschillende directies binnen de gemeente die werken aan het groen te verbeteren. Het advies is een stimulans om een lopend gemeentelijk traject, gericht op deze verbetering van de samenwerking binnen de 'groenketen', versneld uit te voeren. Binnen dit traject is één actie gericht op het benoemen van zogenaamde 'ketenregisseurs' om te komen tot regie en betere samenhang in de samenwerking binnen de keten. Deze functie gaat dagelijks sturen op een beter verloop van het proces. Professionalisering van de groenketen draagt op die manier bij aan een betere samenwerking tussen de directies en de stadsdelen, om zo tot meer en/of beter groen te komen in de stad, ten behoeve van een betere leefkwaliteit voor Amsterdammers. Naar verwachting zullen de effecten van de betere samenwerking in de loop van 2026 en vanaf 2027 terug te zien zijn. Het college maakt ook een voorbehoud. In het advies wordt aangestuurd op een groenregisseur met 'een grote mate van onafhankelijkheid, mandaat en verantwoordelijkheid'. Omdat het college een complete stad wil zijn en integrale afweging van belangen voorstaat, willen we onderzoeken of en op welke manier we hier aan tegemoet kunnen komen. Zie ook de reactie op advies nr. 1 hierover.

Het deel van het advies dat zich richt op een Groenraad is buiten deze reactie gehouden en wordt apart beantwoord in de reactie bij advies 11 en 13.

13

11.

Het Amsterdams Groen Beraad (AGB) Richt een permanent Amsterdams Groen Beraad op: bewoners, experts, ambtenaren, woningcorporaties, projectontwikkelaars, ondernemers en bestuurders die samenwerken om Amsterdam groener te maken terwijl de stad groeit. Dit beraad werkt samen aan promotie en educatie waardoor alle betrokkenen ‘groener’ gaan denken en doen. Het is een permanente samenwerking waarin cyclisch wordt geleerd en bijgestuurd.

12.

Groen moet voor iedereen zijn Gemeente, betrek Amsterdammers via de centrale groenpunten. Breng bij deze centrale

Het Amsterdams Groen Beraad (AGB) wordt voorgesteld als een permanente samenwerking tussen bewoners, experts, ambtenaren, woningcorporaties, ondernemers en bestuurders om Amsterdam groener te maken. Het AGB biedt overzicht van groenbeleid, stimuleert leren van successen en mislukkingen, en bevordert democratische vernieuwing door participatie. Het sluit aan bij bestaande initiatieven, zoals de Natuur Hub, en voegt kennisontwikkeling toe door cyclisch ontwerpen, uitvoeren en leren. Financiering komt deels uit beleidsterreinen zoals woningbouw en mobiliteit, met voorkeur voor publiekprivate samenwerking. Het AGB evalueert plannen, doet aanbevelingen aan het stadsbestuur, faciliteert samenwerking en organiseert educatieve activiteiten zoals een jaarlijks Oogstfeest. Een kwartiermaker wordt aangesteld om de oprichting voor te bereiden, en een groen-regisseur speelt een centrale rol in het beraad.

Het voorstel "Groen moet voor iedereen zijn" richt zich op het toegankelijk maken van groen voor alle Amsterdammers via laagdrempelige centrale groenpunten. Deze punten dienen als fysiek aanspreekpunt voor groenvragen en activiteiten in de buurt, waarbij ook

Adviezen 11 (Amsterdams Groen Beraad) en advies 13 (Instelling van een Groenkamer) hebben veel met elkaar te maken en zijn daarom in samenhang beantwoord in onderstaande reactie. B. Nader onderzoeken Het college staat achter de oproep van het burgerberaad om tot betere samenwerking te komen tussen gemeente (ambtenaren/bestuurders) en bewoners, organisaties, ondernemers, woningcorporaties, projectontwikkelaars, en andere partijen en om op die manier te werken aan gezamenlijke kennisontwikkeling, promotie, democratische vernieuwing en 'groener denken en doen'. Het burgerberaad geeft in haar eindrapport aan dat adviezen 11, 12, 13 en 14 in abstracte vorm met elkaar overeenkomen. Een Groenberaad/ Groenkamer heeft daarnaast raakvlakken met reeds bestaande samenwerkingsverbanden (zoals het Groenplatform) en nieuwe initiatieven om samenwerkingsverbanden op te richten (zoals het voorstel voor een Toekomstverbond Groen en het Initiatiefvoorstel van GroenLinks over een Groenraad). Het college heeft de ambitie om tot betere samenwerking te komen en zoekt daarbij naar het juiste instrument om dit te realiseren. Vanuit doelmatigheid en transparantie willen we voorkomen dat we allerlei (nieuwe) instrumenten gaan stapelen. We kunnen wellicht beter een bestaand instrument versterken en uitbreiden of hoogstens komen tot één nieuw instrument.

Kortom: we gaan onderzoeken wat er nodig is om tot de gewenste verbetering van de samenwerking tussen gemeente en stad te komen en hoe zich dit verhoudt tot lopende initiatieven. De gemeente doet dat graag samen met belanghebbende partijen zoals bewoners, organisaties en bedrijven. Zie ook 10 voor een reactie op het advies 'Groenregisseur'. Adviezen 12 (Groen moet voor iedereen zijn) en advies 14 (Burgers activeren) hebben veel met elkaar te maken en zijn daarom in samenhang beantwoord in onderstaande reactie. A. Uitvoeren Het college staat achter het idee dat groen er voor iedereen is en dat iedereen de kans moet krijgen om een bijdrage te leveren aan het vergroenen van de 14

groenpunten de groen activiteiten in de buurt onder. Hierdoor creëer je een laagdrempelige manier voor de burger om met groenvragen fysiek langs te komen. Zorg er voor dat juist bewoners die normaal gesproken minder snel betrokken worden actief worden benaderd en ondersteund, zodat ook zij gebruik kunnen maken van alle groene diensten en acties.

bewoners die normaal minder betrokken zijn actief worden benaderd. Het doel is om groen te zien als een gedeelde verantwoordelijkheid en waarde, wat sociale samenhang, rechtvaardigheid en duurzaamheid bevordert. De gemeente wordt geadviseerd om een fysiek en/of centraal groen loket te creëren, en een centrale groene routekaart te ontwikkelen, met duidelijke communicatie via diverse kanalen en initiatieven zoals groene welkomstboodschappen en educatiepakketten voor kinderen. Dit vraagt tijd en geld, maar draagt bij aan gelijke kansen en een groenere stad. Een groencoach of -regisseur speelt een centrale rol in het contact met bewoners.

stad. Dit is ook in lijn met het principe uit de Groenvisie 2020-2050 ‘aan groen werken we samen’. Om het voor inwoners en ondernemers makkelijker te maken om mee te doen aan initiatieven gaan we beter communiceren wat er allemaal al gebeurt aan vergroening in de stad. We gaan kritisch kijken of we informatie beter toegankelijk kunnen maken, zowel online als fysiek. We bekijken hoe we informatie op onze eigen kanalen (zoals de website voor Groen in de buurt) en die van partners (zoals online platform Buurtgroen020 en Weerproof) verder kunnen verfijnen en doelmatiger kunnen inrichten. Hetzelfde geldt voor de gemeentelijke communicatiemiddelen, zoals flyers en gidsen. We zijn daarbij scherp op toegankelijkheid van de informatie (in verschillende talen, begrijpelijk taalgebruik). Ook zorgt de gemeente ervoor dat medewerkers goed geïnformeerd zijn en blijven over (ontwikkelingen in het) groen, zodat bewoners vlot geholpen worden aan de juiste groeninformatie. We richten ons hierbij nog meer op bewoners die minder snel betrokken worden. Er bestaan, verspreid over de stad, fysieke plekken waar bewoners terecht kunnen met vragen en wensen over groen. In het advies wordt er terecht op gewezen dat het misschien niet voor alle bewoners duidelijk is waar zij terechtkunnen.

We gaan in de verdere ontwikkeling van Groen in de Buurt en in samenwerking met de lokale Weerproof Wijkaanpak acties ondernemen om groenpunten beter vindbaar te maken. Als er een groenpunt toegevoegd moet worden gaan we onderzoeken in welke vorm dat het beste kan. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door pilots in stadsdelen te starten. Voor onderwijs over groen wordt samengewerkt met het Amsterdamse Bos en externe partijen. Ook wordt al ingezet op schooltuinen voor kinderen en het vergroenen van schoolpleinen. Samen met deze partijen gaan we onderzoeken hoe dit uitgebreid kan worden. Diverse onderdelen van de (sub) adviezen vragen wellicht om extra capaciteit en middelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor groenpunten in de stad, groencoaches of het uitbreiden van groeneducatie. Naar verwachting kan dit grotendeels ingevuld worden door in te zetten op betere samenwerking zowel binnen als buiten de gemeente. Als er extra middelen nodig zijn dan moet onderzocht worden of en waar dit in de organisatie gevonden kan worden. 15

13.

Instelling van een Groenkamer Wij adviseren de gemeente tot instelling van een orgaan te noemen Groenkamer ter bevordering van de openheid van bestuur, bestaande uit één FTE voor een medewerker die geheel onafhankelijk functioneert van de politieke partijen, gesteund door één fte in schaal 2.

14.

Burgers activeren Verbeter de toegankelijkheid van reeds bestaande informatie over groene initiatieven, zodat het voor burgers gemakkelijker wordt om

De instelling van een Groenkamer wordt voorgesteld als een onafhankelijk orgaan dat ideeën, wensen en opinies over groenbeleid bundelt en communiceert. De Groenkamer functioneert los van politieke partijen en bestaat uit minimaal één FTE, ondersteund door vrijwilligers en ambtenaren. Het doel is om lokale bewoners te informeren, hun meningen te peilen en deze door te geven aan zowel de gemeente als de buurt. De Groenkamer gebruikt gemeentelijke communicatiekanalen, zoals stadsdeelkranten, om een breed publiek te bereiken. Het orgaan neemt geen standpunt in, maar faciliteert informatieuitwisseling en participatie. Voor de functie wordt een juridisch onderlegd persoon met sterke communicatieve vaardigheden aanbevolen.

Dit advies richt zich op het toegankelijker maken van informatie over groene initiatieven om bewoners te betrekken bij het vormgeven van hun groene leefomgeving. Dit versterkt het gemeenschapsgevoel, stimuleert experimenten met groenbeheer en bevordert duurzaamheid en

Adviezen 11 (Amsterdams Groen Beraad) en advies 13 (Instelling van een Groenkamer) hebben veel met elkaar te maken en zijn daarom in samenhang beantwoord in onderstaande reactie. B. Nader onderzoeken Het college staat achter de oproep van het burgerberaad om tot betere samenwerking te komen tussen gemeente (ambtenaren/bestuurders) en bewoners, organisaties, ondernemers, woningcorporaties, projectontwikkelaars, en andere partijen en om op die manier te werken aan gezamenlijke kennisontwikkeling, promotie, democratische vernieuwing en 'groener denken en doen'. Het burgerberaad geeft in haar eindrapport aan dat adviezen 11, 12, 13 en 14 in abstracte vorm met elkaar overeenkomen. Een Groenberaad/ Groenkamer heeft daarnaast raakvlakken met reeds bestaande samenwerkingsverbanden (zoals het Groenplatform) en nieuwe initiatieven om samenwerkingsverbanden op te richten (zoals het voorstel voor een Toekomstverbond Groen en het Initiatiefvoorstel van GroenLinks over een Groenraad). Het college heeft de ambitie om tot betere samenwerking te komen en zoekt daarbij naar het juiste instrument om dit te realiseren. Vanuit doelmatigheid en transparantie willen we voorkomen dat we allerlei (nieuwe) instrumenten gaan stapelen. We kunnen wellicht beter een bestaand instrument versterken en uitbreiden of hoogstens komen tot één nieuw instrument.

Kortom: we gaan onderzoeken wat er nodig is om tot de gewenste verbetering van de samenwerking tussen gemeente en stad te komen en hoe zich dit verhoudt tot lopende initiatieven. De gemeente doet dat graag samen met belanghebbende partijen zoals bewoners, organisaties en bedrijven. Zie ook 10 voor een reactie op het advies 'Groenregisseur'. Adviezen 12 (Groen moet voor iedereen zijn) en advies 14 (Burgers activeren) hebben veel met elkaar te maken en zijn daarom in samenhang beantwoord in onderstaande reactie. A. Uitvoeren Het college staat achter het idee dat groen er voor iedereen is en dat iedereen de kans moet krijgen om een bijdrage te leveren aan het vergroenen van de

16

actieve deelnemers te worden in het vormgeven van hun groene leefomgeving.

biodiversiteit. Er wordt geadviseerd om informatie te centraliseren via een fysieke en online groene hub, beschikbaar te maken in meerdere talen en te verspreiden via sociale media, flyers en pop-up infocentra. In het advies worden verschillende mogelijkheden beschreven om betrokkenheid te vergroten. Hoewel bestaande budgetten worden benut, kan extra financiering nodig zijn voor groene groepen en initiatieven.

stad. Dit is ook in lijn met het principe uit de Groenvisie 2020-2050 ‘aan groen werken we samen’. Om het voor inwoners en ondernemers makkelijker te maken om hun leefomgeving zelf te vergroenen gaan we kritisch kijken of we informatie beter toegankelijk maken, zowel online als fysiek. We bekijken hoe we informatie op onze eigen kanalen (zoals de website voor Groen in de buurt) en die van partners (zoals online platform Buurtgroen020 en Weerproof) verder kunnen verfijnen en doelmatiger kunnen inrichten. Hetzelfde geldt voor de gemeentelijke communicatiemiddelen, zoals flyers en gidsen. We zijn daarbij scherp op toegankelijkheid van de informatie (in verschillende talen, begrijpelijk taalgebruik). Ook zorgt de gemeente ervoor dat medewerkers goed geïnformeerd zijn en blijven over (ontwikkelingen in het) groen, zodat bewoners vlot geholpen worden aan de juiste groen-informatie. We richten ons hierbij nog meer op bewoners die minder snel betrokken worden. Er bestaan, verspreid over de stad, al fysieke plekken waar bewoners terecht kunnen met vragen en wensen over groen. In het advies wordt er terecht op gewezen dat het misschien niet voor alle bewoners duidelijk is waar zij terechtkunnen. We gaan in de verdere ontwikkeling van Groen in de Buurt en in samenwerking met de lokale Weerproof Wijkaanpak acties ondernemen om groenpunten beter vindbaar te maken.

Als er een groenpunt toegevoegd moet worden gaan we onderzoeken in welke vorm dat het beste kan. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door pilots in stadsdelen te starten. Amsterdam zorgt er al ruim 100 jaar voor dat scholieren onderwijs krijgen over groen en natuur in de 13 schooltuinen die de stad rijk is. Afgelopen 10 jaar is stevig ingezet op het vergroenen van schoolpleinen. Voor onderwijs over groen wordt samengewerkt met het Amsterdamse Bos en externe partijen. Samen met deze partijen gaan we onderzoeken hoe dit uitgebreid kan worden. Diverse onderdelen van de (sub)adviezen vragen mogelijk om extra capaciteit en middelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor extra groenpunten in de stad, meer groencoaches of het uitbreiden van groeneducatie. Naar verwachting kan dit deels ingevuld worden door in te zetten op betere samenwerking zowel binnen als buiten de gemeente. Als er extra middelen nodig zijn dan moet onderzocht worden of en waar dit in de organisatie gevonden kan worden. 17

15.

Toegankelijke subsidies Maak vergroenen door subsidies makkelijker voor bewoners, (sport)verenigingen, bedrijven en woningcorporaties (en eventueel andere maatschappelijke initiatieven) die in de wijk gevestigd zijn.

16.

Green Index voor bedrijven

Het voorstel "Toegankelijke Subsidies" pleit voor het vereenvoudigen van subsidies om vergroening toegankelijker te maken voor onder andere bewoners, (sport)verenigingen, bedrijven en woningcorporaties. Dit stimuleert deelname aan vergroening, wat bijdraagt aan gezondheid, klimaatadaptatie, sociale samenhang en een natuurlijke uitstraling. De gemeente wordt geadviseerd te starten in minder groene wijken en speciale aandacht te geven aan bewoners met een beperkte financiële draagkracht. Subsidies moeten eenvoudig aan te vragen zijn, met minimale bewijslast voor kleine bedragen. Informatievoorziening wordt verbeterd via een centrale website, lokale campagnes en samenwerking met groengroepen. Naast financiële steun kan ook ondersteuning in natura, zoals planten en regentonnen, worden aangeboden. Hoewel dit meer coördinatie en kosten vraagt, wordt vergroening zo breed toegankelijk gemaakt.

Een "Green Index voor bedrijven" stimuleert bedrijven en bedrijfsinvesteringszones (BIZ) om bij te

A. Uitvoeren Het college omarmt dit advies om het nog makkelijker te maken voor bewoners en andere partijen om steun te krijgen voor groene initiatieven in de vorm van subsidies of in natura. Gelukkig beginnen we niet bij 0. We gaan daarom bestaande maatregelen versterken vanuit 'Groen in de Buurt', zoals plantenmarkten en acties vanuit Weerproof. Ook zien we mogelijkheden om dit advies uit te voeren binnen 'reguliere werkzaamheden'. Zo gaan er jaarlijks zo'n 500 straten op de schop vanwege onderhoudswerkzaamheden. Dit is een mooi moment om bewoners en andere belanghebbenden actief te betrekken bij het nieuwe groen en de mogelijkheid om hier samen aan te werken. Betrokkenheid in een vroeg stadium draagt bij aan de verbinding met het groen en met elkaar. Zo krijgen we gezondere en meer sociale buurten. Ook kunnen bewoners hier in natura ondersteund worden, bijvoorbeeld door planten beschikbaar te stellen om de buurt verder te vergroenen. In sommige delen van de stad gebeurt deze vorm van participatie al bij de Verbonden Buurt Aanpak. Het college staat achter het principe 'ongelijk te investeren voor gelijke kansen'. Dit betekent concreet voor vergroening dat geld en aandacht vooral moet gaan naar de buurten/stadsdelen waar dit het hardst nodig is.

Het college wil zich dan ook extra inspannen om subsidies toegankelijker te maken voor mensen met minder financiele draagkracht en in buurten die minder groen zijn. Diverse onderdelen van de (sub) adviezen vragen om extra capaciteit en middelen. Naar verwachting kan dit deels ingevuld worden door in te zetten op betere samenwerking zowel binnen als buiten de gemeente. Voor extra middelen zal echter ook onderzocht moeten worden of en waar dit in de organisatie gevonden kan worden of dat dit extra beschikbaar gesteld zou moeten worden. Zie ook de reactie op advies 12 en 14 over communicatie en informatievoorziening. A. Uitvoeren Het college vindt het een goed idee om ondernemers, ondernemersverenigingen en bedrijveninvesteringszone (biz) te stimuleren 18

Stimuleer bedrijven en bedrijfsinvesteringszones (BIZ) om bij te dragen aan de vergroening van Amsterdam en beloon/vier nieuwe initiatieven.

dragen aan de vergroening van Amsterdam en beloont initiatieven met een positieve impact. Bedrijven hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid en profiteren zelf van vergroening, bijvoorbeeld door een betere werkomgeving en klantbeleving. Een onafhankelijke commissie ontwikkelt criteria voor een Green Index, waarmee bedrijven worden beoordeeld op groene bedrijfsvoering en inrichting. Scores worden openbaar gemaakt, waarbij positieve resultaten marketingwaarde hebben. De gemeente kan prijzen toekennen aan goed presterende bedrijven en samenwerking tussen bedrijven en huurders bevorderen. Hoewel vergroening kosten en regeldruk kan verhogen, biedt het een kans om maatschappelijke en ecologische doelen te ondersteunen.

om bij te dragen aan de vergroening van Amsterdam. De gemeente wil biz'en stimuleren om 'groene biz-plannen' te maken door ondersteuning te bieden in de vorm van subsidies en informatie. Een goed voorbeeld van zo'n samenwerking is het Green Business Club Sloterdijk Handboek Vergroening. Hoewel het vanwege de biz-wet op dit moment niet mogelijk is voor een gemeente om een Green Index te verplichten, gaan we wel met bizstraatmanagers in gesprek om te kijken hoe ondernemers meer gestimuleerd kunnen worden om groen nog meer onderdeel te laten zijn van hun plannen. Ook kijkt de gemeente met welke (andere) private partijen intensiever kan worden samengewerkt op groen, bijvoorbeeld door medefinanciering aantrekkelijker en makkelijker te maken. De gemeente gaat zich ook inzetten om zichtbaar te maken wat de voordelen zijn van vergroening voor ondernemers, om hen te motiveren om mee te doen aan de Green Index. Het advies noemt positieve klantenervaring als een motivatie om te vergroenen; klimaat risico's zoals hitte- en waterstress zijn verdere redenen om te vergroenen. Ook kan gekeken worden naar welke soorten groen schaalbaar en makkelijk zijn voor ondernemers om aan mee te doen.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16377795/1