CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4_Ontwerp-programmabegroting 2026-2029 VrAA.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 3 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Jaarstukken 2024, Begrotingswijzigingen 2025 en Ontwerp programmabegroting 2026-2029 van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA). (VN2025-008944)11.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

52 alinea's met “ontwerp”: 1 8 36 70 72 75 76 86 91 98 102 108 113 118 125 130 134 139 143 147 151 155 159 163 169 173 178 190 194 197 201 207 212 224 227 232 236 242 246 250 …

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

Auteur(s):

CIF en D&C

Datum:

23-04-2025

Versienummer:

1.3

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Revisiehistorie Versie Datum

Omschrijving

0.1

12-12-2024

Initiële versie

0.8

27-02-2025

Conceptversie t.b.v. bespreking met Concern Controller en manager D&C

0.9

11-03-2025

Conceptversie t.b.v. oordeelsvorming in MT VrAA

1.0

25-03-2025

Conceptversie t.b.v. besluitvorming in MT VrAA

1.1

27-03-2025

Conceptversie t.b.v. TKN in MT BWZ

1.2

08-04-2025

Annotatieoverleg bestuursvergadering VrAA

1.2

09-04-2025

Afstemmingsoverleg portefeuillehouder Financiën (BM Heiliegers)

1.3

23-04-2025

Bestuursvergadering VrAA

2

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Inhoudsopgave 1.

Inleiding .......................................................................................................................... 4

2.

Programma Veilige leefomgeving ..................................................................................... 6

3.

Programma Verbrede en veilige inzet ............................................................................... 9

4.

Programma Paraatheid en slagkracht ............................................................................. 12

5.

Programma Crisisbeheersing .......................................................................................... 14

6.

Programma Vakmanschap en Leiderschap ...................................................................... 17

7.

Programma Informatiegestuurde Veiligheid ................................................................... 20

8.

Programma GHOR.......................................................................................................... 22

9.

Overhead....................................................................................................................... 24

10.

Algemene Dekkingsmiddelen ......................................................................................... 28

11.

Paragrafen BBV .............................................................................................................. 31

11.1 11.2

Weerstandsvermogen en risicobeheer.................................................................................... 31 Financiering .............................................................................................................................. 33

11.2.1 Treasury ............................................................................................................................... 33 11.2.2 Schatkistbankieren .............................................................................................................. 33 11.2.3 Financiering vaste activa ..................................................................................................... 33 11.2.4 Renterisiconorm .................................................................................................................. 34 11.2.5 Kasgeldlimiet ....................................................................................................................... 34 11.3 Onderhoud kapitaalgoederen.................................................................................................. 35 11.4 Verbonden partijen .................................................................................................................. 35 11.5 Paragraaf Wet open overheid.................................................................................................. 36 12.

Financiële begroting VrAA .............................................................................................. 38

12.1 12.2 12.3

Overzicht van baten en lasten en meerjarenbegroting VrAA .................................................. 38 Specificatie van grotere posten ............................................................................................... 39 Structureel begrotingssaldo meerjarenbegroting VrAA .......................................................... 40

12.4 12.5

Geprognosticeerde balans VrAA en financiële kengetallen .................................................... 41 Toelichting mutaties reserves .................................................................................................. 46

12.6 12.7

Tarieventabel BAA ................................................................................................................... 49 Taakvelden ............................................................................................................................... 50

3

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

1. Inleiding 1.1 Inhoudelijke kaders Dit is de Programmabegroting 2026-2029 van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA). De inhoudelijke kaders voor VrAA worden gevormd door het beleidsplan Buiten Gewoon Veilig 20252028, de operationele prestatie van de Brandweerzorg, het Regionaal dekkingsplan 2025-2028 en de samenwerkingsafspraken uit het Regionaal Crisisplan 2025-2028. Voor deze begroting zijn de eerste zes programma’s uit het beleidsplan aangehouden. Onze (wettelijke) reguliere taken en wat we gaan doen staan in deze programma's. Daarnaast wordt in deze programmabegroting ook over de GHOR gerapporteerd (hoofdstuk 7). De programma's Diversiteit en Inclusie en Bedrijfsvoering uit het beleidsplan vallen in deze begroting onder het (wettelijk verplichte) hoofdstuk Overhead (hoofdstuk 8),

Per programma is uitgewerkt: • Wat willen we bereiken? Hierin gaat het in het bijzonder over de beoogde maatschappelijk effecten. Ons beleidsplan Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 vormt hiervoor de basis. • Wat gaan we daarvoor doen? Hier staat beschreven op welke wijze wij streven om die effecten te bereiken. En hoe wij die krachtige hulpverleningsorganisatie blijven in onze dynamische samenleving. • Wat mag het kosten? Een raming van de baten en lasten. 1.2 Financiële kaders In juli 2024 heeft het bestuur de programmabegroting 2025-2028 vastgesteld. Gelijktijdig met deze programmabegroting 2026-2029 ontvangt het algemeen bestuur een voorstel voor begrotingswijzigingen 2025. In deze programmabegroting worden de rekening 2024 en de gewijzigde begroting 2025 gebruikt als referentie voor de voorgestelde begroting 2026, inclusief de meerjarenraming voor 2027-2029. De bedragen in de ontwerp programmabegroting 2026-2029 zijn gebaseerd op prijspeil 2026. In oktober 2024 vond het eerste overleg plaats met de financiële ambtenaren van de deelnemende gemeenten over de indexeringsmethodiek van VrAA. In februari 2025 volgde een tweede overleg, waarin een voorkeursmethodiek door VrAA is gepresenteerd.

De voorgestelde methodiek werd over het algemeen positief ontvangen, en is afgesproken dat deze methodiek verder zal worden uitgewerkt in een nota, die ter besluitvorming aan het bestuur zal worden voorgelegd eind april. Dit

4

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

gebeurt gelijktijdig met de behandeling van de ontwerp programmabegroting. De uitkomsten van de bestuurlijke behandeling zullen worden meegenomen naar de definitieve vaststelling van de begroting. In deze ontwerp begroting hebben we, vooruitlopend op het bestuursbesluit, al rekening gehouden met de voorgestelde methodiek zoals uiteengezet in het voorstel ‘Nota Indexatiesystematiek 2026 VrAA’. Dit leidt tot een indexeringspercentage van 5,07%, bestaande uit een indexpercentage van 3,57% voor het jaar 2026, aangevuld met een inhaaleffect van de index voor 2025 van 1,50% op het niveau BBP+. In de begroting 2025 werd een index van 2,28% toegepast, maar volgens de voorgestelde systematiek wordt deze nu bijgesteld naar 3,78%. Vanaf het begrotingsjaar 2025 hanteren we, op basis van ons nieuwe beleidsplan 2025-2028, een vernieuwde indeling voor de begroting. Hieronder is een overzicht van de belangrijkste verschillen weergegeven (zie toelichting 1.1.) : Tot en met boekjaar 2024

Vanaf boekjaar 2025

PROGRAMMA’S

PROGRAMMA’S

1. Risicobeheersing 2. Incidentbestrijding 3. Crisisbeheersing 4. GHOR

Organisatieontwikkeling - Bedrijfsvoering - Directie en communicatie (inclusief I&I) - Projecten - FLO Algemene dekkingsmiddelen

1. Veilige leefomgeving 2. Verbrede en veilige inzet 3. Paraatheid en slagkracht 4. Crisisbeheersing 5. Vakmanschap en leiderschap 6. Informatiegestuurde veiligheid 7. GHOR

Overhead Algemene dekkingsmiddelen

Aangezien de rekening 2024 nog is opgesteld volgens de oude programmastructuur, zijn de bedragen in de kolom rekening 2024 waar mogelijk omgezet naar de nieuwe indeling.

5

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

2. Programma Veilige leefomgeving De samenleving verandert en de risico’s op het gebied van fysieke veiligheid veranderen mee. Dat heeft invloed op onze veiligheid. Met het programma Veilige leefomgeving werkt VrAA mee aan een fysieke leefomgeving waarin mensen veilig kunnen wonen, werken en recreëren. 2.1 Wat willen we bereiken? Onze ambities voor een Veilige leefomgeving zijn: • Fysieke veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bewoners, bedrijven en overheid. Alle partijen die betrokken zijn bij de beheersing van risico’s in het fysieke domein stellen samen veiligheidsadviezen op. Ons doel is dat we kennis en expertise inbrengen in het netwerk en de samenhang in de gehele veiligheidsketen borgen. • Wij zijn door onze specifieke kennis van de veiligheidsketen in de fysieke leefomgeving en van mogelijkheden voor repressie een onmisbare partner in het netwerk. Wij adviseren integraal en risicogericht. Partners schakelen onze expertise in omdat wij kunnen bijdragen aan het nemen van een verantwoord besluit. En niet alleen omdat de wet of een procedure dat voorschrijft. • VrAA heeft de ambitie om de grootste risico’s op het gebied van fysieke veiligheid in de regio in kaart te brengen. Daarvoor hebben we samenwerkingspartners nodig die ons tijdig informeren en betrekken en digitale systemen die ons daarin ondersteunen.

• VrAA zet haar expertise in waar de meeste veiligheidswinst te behalen is. We werken risicogericht en maken afgewogen keuzes in de inzet die we plegen en de producten en diensten die we leveren. • VrAA zet in op preventie door kinderen van jongs af bewust te maken van risico’s op brand en ze te leren wat ze in geval van brand moeten doen. • We streven ernaar dat bewoners, bezoekers en bedrijven in onze regio zelfredzaam en veerkrachtig zijn. Ze zijn bekend met fysieke veiligheidsrisico’s, weten wat te doen om de kans op een incident te verkleinen en hoe te handelen als er toch iets misgaat. • VrAA heeft de ambitie om haar kennis op het gebied van ‘Klimaatveiligheid’ en ‘Veilige Energietransitie’ verder te ontwikkelen, in lijn met de Strategische Agenda Veiligheidsberaad 2024 – 2027. 2.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken • Invulling adviesfunctie: o We ontwikkelen onze adviserende rol naar een integrale, proactieve dienstverlening. Voorop staat samenwerking met de gemeenten en diverse netwerkpartners. Zo is het de taak van VrAA om fysieke veiligheid in een vroeg stadium voor het voetlicht te brengen bij de gemeentelijke instrumenten, zoals de omgevingsvisie en omgevingsvergunning. o We ontwikkelen en vergaren kennis van incidentscenario's die de fysieke veiligheid in onze regio kunnen bedreigen.

Hierdoor kunnen we bij onze advisering inzicht geven in de gevaren en risico’s. o We adviseren risicogericht en oplossingsgericht, zodat we in overleggen een bijdrage leveren aan het principe uit de Omgevingswet ‘ja, mits’.

6

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

o

•

•

We baseren onze advisering op drie pijlers: 1. Veilige inrichting en veilig gebruik van de fysieke leefomgeving, infrastructuur en bouwwerken. 2. Zelfredzaamheid van bewoners, bezoekers en bedrijven in onze regio. 3. Effectief en veilig optreden van de hulpdiensten. Toezichthoudende rol VrAA: o Op verzoek adviseren en ondersteunen we het bevoegd gezag in hun toezichthoudende taken. o We continueren het integraal, risicogericht en programmatisch toezicht bij bedrijven waar gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheden aanwezig zijn en om die reden onder de Sevesoregelgeving vallen. We onderzoeken of we deze rol samen met de Omgevingsdienst ook kunnen invullen voor andere risicorelevante bedrijven. o We houden toezicht op de door VrAA aangewezen bedrijfsbrandweren en doen dat in een meerjaren-inspectieprogramma. Stimuleren veiligheidsbewustzijn en veiliger gebruik van de fysieke leefomgeving bij bewoners, ondernemers en instellingen: o Samen met het bevoegd gezag onderzoeken en definiëren we voor welke complexe bouwwerken deskundigheid van VrAA gewenst is, bijvoorbeeld hoogbouw of ondergrondse bouwwerken. Uitgangspunt daarbij is het belang van veiligheid én het veilig repressief optreden. Hierin nemen we ook de mogelijk veranderende werkwijze als gevolg van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen mee.

Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Klimaatadaptatie/ Veilige Energietransitie We krijgen steeds meer te maken met de impact van klimaatverandering. Dit brengt nieuwe type risico’s met zich mee, zoals langdurige hittegolven en extreme wateroverlast. Om de samenleving en de leefomgeving zoveel mogelijk voor te bereiden op deze veranderingen neemt de samenleving steeds meer maatregelen. Bijvoorbeeld de overgang van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen (energietransitie) en meer ruimte voor vergroening en waterberging in de gebouwde omgeving (klimaatadaptatie). Ook is er een sterke ontwikkeling in bio-based materialen gaande. Deze maatregelen brengen ook op hun beurt mogelijk weer nieuwe risico’s met zich mee voor de veiligheid van de fysieke leefomgeving. Zo kunnen het gebruik van waterstof, thuisaccu’s of zonnepanelen invloed hebben op de brandveiligheid en kan droogte van groen op een gebouw leiden tot brand. In lijn met de Strategische Agenda Veiligheidsberaad 2024-2027 ontwikkelt VrAA haar kennis verder op het gebied van ‘Klimaatveiligheid’ en ‘Veilige Energietransitie’.

7

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

2.3 Wat mag het kosten?

In 2026 betreft de uitbreiding voor € 0,3 miljoen de geplande capaciteitsuitbreiding voor risicobeheersing in het kader van de Omgevingswet, vergelijkbaar met de uitbreiding in de gewijzigde begroting 2025 van € 0,2 miljoen. De extra no-regret middelen zijn toegevoegd als uitbreiding van de formatie. Daarnaast waren de lasten in de gewijzigde begroting 2025 incidenteel met € 0,5 miljoen verlaagd vanwege het later invullen van vacatures. Deze verlaging vervalt vanaf 2026. Het resterende betreft met name de indexatie van de lastenbudgetten.

8

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

3. Programma Verbrede en veilige inzet 3.1 Wat willen we bereiken? Om toekomstbestendige en veilige brandweerzorg te kunnen blijven leveren is het van belang om doorlopend te anticiperen op de ontwikkelingen welke gekoppeld zijn aan het Regionaal Risicoprofiel 2025-2028 en de geschetste ontwikkelingen in ons Dekkingsplan 2025-2028 in de periode 2026-2028. Met het programma Verbrede en veilige inzet, bereiden we ons voor op de toekomst. 3.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken • We werken aan een steeds betere integrale samenwerking tussen de sectoren, afdelingen en kazernes met kwaliteitsverbetering op alle taken als resultaat. • We leggen de focus op leiderschap waarbij we aan de hand van themagerichte dashboards ontwikkelingen volgen. • We werken landelijk samen aan de strategische thema’s uit de toekomstverkenning Brandweer 2022-2030.1 Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) De Arbowet stelt in artikel 3 dat de werkgever zorgt voor veiligheid en gezondheid van de werknemers. Betreffende alle met de arbeid verband houdende aspecten. Om aan deze zorg uitvoering te kunnen geven, dient een arbobeleid binnen de organisatie geïmplementeerd en gevoerd te worden.

In artikel 5 van de wet is vastgelegd dat bij het voeren van dit beleid de werkgever een inventarisatie en evaluatie van de risico’s die de werkzaamheden voor de werknemers met zich meebrengen, moet vastleggen in een RI&E inclusief Plan van Aanpak. In 2023 is de ‘Warme’ RI&E geactualiseerd. Uit deze RI&E komen maatregelen voort met een verplichtend karakter die ingevoerd worden. Weerbaarheid Op 6 december 2024 hebben de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Defensie en de Staatssecretaris van Defensie de Tweede Kamer geïnformeerd over wat er nodig is om de weerbaarheid van Nederland tegen militaire en hybride dreigingen te versterken2. Naar aanleiding van deze brief en de actuele situatie heeft het Veiligheidsberaad de bestuurlijke opdracht verstrekt aan de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s om in de vijfentwintig veiligheidsregio’s de weerbare samenleving te versterken. Om onze maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht te vergroten wordt steeds vaker gesproken over het inrichten van noodsteunpunten ten tijde van crises (en uitval van vitale voorzieningen). De samenleving kan daarmee terugvallen op een lokaal, in heel Nederland met de fiets te bereiken steunpunt. Intern richten wij ons op de bedrijfscontinuïteit en de mogelijkheden om brandweerkazernes als zulke noodsteunpunten in te richten.

1 2

Onderzoek Toekomstverkenning brandweer (nipv.nl) Kamerbrief over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

9

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Veilige publieke taak Het optreden, de werkomgeving en werkzaamheden zijn veilig waardoor medewerkers duurzaam inzetbaar zijn en blijven. Er wordt ingezet om de sociale veiligheid te versterken door agressie en geweld tegen hulpverleners terug te dringen. Digitale informatiesystemen en Robotica Digitale informatie is essentieel voor het dagelijks veilig en verantwoord repressief optreden van de brandweer. De hedendaagse samenleving is te complex geworden om van brandweermensen te verlangen dit allemaal paraat “in het hoofd” te hebben. De kunst blijft om afhankelijk van de situatie, alleen de op dat moment essentieel noodzakelijke informatie over een incident, aan de betrokken brandweereenheden ter beschikking te stellen. Dit vraagt om een forse ontwikkelslag! Verandering van brandgedrag en nieuwe type branden/fenomenen door ontwikkelingen op het gebied van onder andere de energietransitie, duurzame materialen, luchtdicht bouwen, elektrificeren en energieopslagsystemen brengen nieuwe brandfenomenen en niet beheersbare risico’s met zich mee. In combinatie met de verdichtingen van bouwwerken en bewoning in de huidige en toekomstige infrastructuur wordt de brandweer gedwongen tot een nieuwe en vooral innovatieve wijzen van optreden. Dit geldt met name bij ondergrondse parkeergarages met bovenliggende (woon)bebouwing.

Op dit moment ontwikkelen we een nieuwe tactiek voor brandbestrijding in ondergrondse infrastructuur waarvoor de verwerving van een innovatief blussysteem noodzakelijk is. Het bijbehorende vakbekwaamheidsprogramma kan in Nederland worden georganiseerd. Maar er zal naar Europese oefencentra uitgeweken moeten worden als het gaat om trainen met complexere binnenbrandbestrijding. Team digitale verkenning We kijken dus naar de mogelijkheden voor het inzetten van robotica en digitale verkenningseenheden. Eind 2024 is een experiment gestart met een Team Digitale Verkenning waarbij we met een drone de repressie willen ondersteunen. De informatie die we met een drone ter beschikking kunnen stellen moet leiden tot betere tactische overwegingen en daarmee een veiliger repressief optreden. Dit experiment vindt plaats in samenwerken met de veiligheidsregio's Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland-Noord. Vanaf 2026 zal dit experiment leiden tot een definitieve keuze voor en implementatie van een Team Digitale Verkenning. Ook komt er een nieuw locatie incident systeem beschikbaar waarin per locatie alle activiteiten van de hulpdiensten worden vastgelegd. Versterken van innovaties en samenwerking in de Brandweerzorg We continueren en versterken bestaande innovaties en samenwerkingsverbanden.

Dit zijn onder meer flexibele voertuigbezetting (Uitruk Op Maat), de Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA), vroegtijdige betrokkenheid bij gebiedsontwikkeling en -verdichting, interregionale operationele samenwerking en het vormgeven van een veiligheidscentrum annex brandweerkazerne op het toekomstige Strandeiland van IJburg.

10

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Implementatie Meerjarenvisie Regionale Bluswatervoorziening Samen met onder andere gemeenten, drinkwaterleveranciers en waterschappen stellen we in 2025 een toekomstbestendige Meerjarenvisie Regionale Bluswatervoorziening vast. De daarin gestelde aanbevelingen zullen vanaf 2025 worden geïmplementeerd. Adviserende rol met betrekking tot Bereikbaarheid in de stad en regio Om de stedelijke gebieden leefbaar en toegankelijk te houden investeren veel gemeenten in maatregelen die het auto- en vrachtverkeer over de weg ontmoedigen. Dit kan gevolgen hebben voor de bereikbaarheid van incidentlocaties en snelheid van hulpverlening. Tegelijkertijd vragen de openbare ruimte en de infrastructuur meer grootschalig onderhoud. De brandweer is zich bewust van de uitdagingen en ambities in de regio. We streven naar en vragen aandacht voor een goede vereniging van deze ambities met de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten. Risico’s voor een goede bereikbaarheid zitten met name in het stapeleffect van werkzaamheden en verkeersmaatregelen. In 2026 gaan we verder met het optimaliseren van de advisering, de wijze van adviseren en beleidsontwikkeling op dit terrein. Ook zal gekeken worden welke impact de aanpak van de bruggen en kademuren heeft voor de brandweerzorg in de binnenstad van Amsterdam.

Dit zal zich voornamelijk richten op het behouden van een goede bereikbaarheid van de binnenstad ten opzichte van ons materieel en materiaal. 3.3 Wat mag het kosten?

De incidentele lasten verbonden aan de eenmalige bijdrage van € 0,8 miljoen van de gemeente Amsterdam voor duurzame inzetbaarheid vervallen in 2026. Daarnaast zijn de lasten voor strategische HRM met € 0,1 miljoen lager begroot, wat eveneens zichtbaar is bij de onttrekkingen.

11

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

4. Programma Paraatheid en slagkracht Met het programma Paraatheid en slagkracht zorgen we voor de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van incidentbestrijding en werken we aan de ontwikkeling naar dynamische brandweerzorg. We verwijzen hierbij naar het Dekkingsplan Brandweer Amsterdam-Amstelland 2025-2028. In dit plan staan de operationele prestaties van de brandweerzorg en maatregelen ter verbetering van die prestaties. 4.1 Wat willen we bereiken? • We continueren de ingezette koers om de dekking binnen onze regio te verbeteren. • We bereiden ons voor op toekomstige ontwikkelingen. • We zetten de flexibele brandweerzorg voort. • De inzetbaarheid van eerstelijns eenheden en specialismen staat onder druk, optimale vormen van duurzame en gezonde inzetbaarheid van brandweermensen behoeft continu aandacht. • We houden blijvende aandacht voor instroom en behoud van vrijwilligers.

4.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken Incidentbestrijding volgens ons Dekkingsplan 2025-2028 op gebied van: • Incidentbestrijding basisbrandweerzorg • Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen • Incidentbestrijding waterongevallen • Incidentbestrijding hulpverlening • Grootschalig en bijzonder optreden Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Paraatheid (tevens vrijwilligers) Brandweer Amsterdam-Amstelland streeft naar een minimum beschikbaarheid van 95% om uit te kunnen rukken.3 Het organiseren van voldoende personeel is kwetsbaar en vraagt flinke inspanningen. Bij personeelstekort is de brandweer soms genoodzaakt voertuigen van vrijwillige posten buiten dienst te stellen. De beschikbaarheid en instroom van vrijwilligers heeft continu de aandacht. De brandweer onderzoekt maatregelen om de beschikbaarheid en werving van vrijwillige eenheden te versterken. Met name Weesp en Duivendrecht behoeven aandacht als het gaat om de paraatheid op de dag. De brandweerzorg wordt geleverd conform de afspraken zoals vastgesteld in het Dekkingsplan Brandweer 2025-2028 en werkt aan een toekomst bestendige regionale en landelijke brandweer. Adaptieve Brandweerzorg We dragen actief bij aan en lopen voor op de ontwikkelingen op het gebied van adaptieve brandweerzorg.

Ontwikkelingen op dit onderwerp worden nauwgezet gevolgd en voor zover mogelijk toegepast binnen de brandweerzorg van Amsterdam-Amstelland (waaronder in het spreidingsplan). Het uitrukken op maat4 maakt onderdeel uit van de toekomstige en adaptieve

3 4

Normering Dekkingsplan 2022-2025. Uitrukken met een bezetting van 4 mensen op een voertuig in plaats van 6.

12

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

brandweerzorg. In aanloop naar het veiligheidscentrum op strandeiland wordt in 2026 gestart met experimenten rondom een nieuw te ontdekken uitrukconcept. Slagkracht De landelijke visies en procedures rondom Scheepsbrandbestrijding en Hoogbouw worden geïmplementeerd om passende slagkracht te leveren. Daarnaast wordt ingezet op een versterking rondom tankputbrandbestrijding (AMYA/AMAS) en interregionale samenwerking met de omliggende regio's. Ondergrondse brandweerzorg is in toenemende mate een belangrijk thema aangezien steeds meer risico's zich bevinden in de ondergrondse bouwwerken. De robotisering en inzet van drones (digitale verkenning) voor de brandweerzorg dragen daar nadrukkelijk aan bij. De verkenning naar versterking van de slagracht, en het doorzettingsvermogen bij en voor grootschalig optreden heeft de constante aandacht.

4.3 Wat mag het kosten?

De toename van de lasten in 2026 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 van € 2,8 miljoen is in grote lijnen als volgt te verklaren: 1. Een stijging van de kapitaalslasten met € 0,2 miljoen door investeringen in vastgoed en materieel; 2. Incidentele lasten voor de inhuur voor de verkenning van Strandeiland van € 0,18 miljoen; 3. Een afname van de lasten voor de FLO-regeling met € 0,8 miljoen; 4. Daarnaast een toename van de lasten voornamelijk door indexatie van de budgetten (€ 3,2 miljoen). De daling van de lasten vanaf 2027 komt hoofdzakelijk door het wegvallen van incidentele uitgaven voor overwerk en inhuur, en inzet van vrijwilligers op de beroepskazernes, vanwege het wegvallen van de no-regret middelen (€ 0,225 miljoen). Daarnaast vallen de lasten voor de inhuur bij de verkenning van Strandeiland (€ 0,18 miljoen) weg. De gepresenteerde dotaties en onttrekkingen aan de reserves hebben betrekking op de verwachte toevoegingen en onttrekkingen aan de FLO-reserve, met als doel de jaarlijkse verwachte uitgaven te egaliseren. De lasten van de FLO-regeling worden overigens volledig gefinancierd door bijdrage van de gemeenten Amsterdam en Amstelveen.

13

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

5. Programma Crisisbeheersing Met het programma Crisisbeheersing werken we de komende jaren aan de doorontwikkeling van een flexibele en robuuste crisisorganisatie van onze regio. 5.1 Wat willen we bereiken? De ambities uit de landelijke agenda crisisbeheersing dienen in regionaal beleid te worden vertaald. Hierdoor nemen we deze ambities als vertrekpunt voor onze eigen beleidsambities. Deze zijn: 1. Versterken voorbereiding en paraatheid: • Wij bereiden ons voor op ‘klassieke’ flitsrampen én ongekende crises. We weten welke rol of inzet een crisis van ons vraagt en zijn in staat deze rol goed in te vullen. • Onze crisisorganisatie is flexibel en vormt zich naar de opgave. Het Regionaal Crisisplan biedt daarvoor de basis. Door te investeren in de processen Leiding & Coördinatie, Informatiemanagement, Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie zetten we een robuuste infrastructuur neer die bij elk type crisis professioneel kan functioneren. • In het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) wordt informatie samengebracht en vormen we een zo compleet en actueel mogelijk veiligheidsbeeld (zie hoofdstuk 7) in een landelijk netwerk van vijfentwintig veiligheidsregio’s, departementen en landelijke partners. We benutten ons veiligheidsbeeld om samen met onze partners te bezien wat er aan de hand is en of dat om inzet van de crisisorganisatie vraagt. 2.

Versterken weerbare samenleving • De veiligheidsregio is het samenwerkingsplatform van de regio op het gebied van Crisisbeheersing. We kennen ons netwerk van samenwerkingspartners en weten van onze belangrijkste partners wat hun beweegt en wat er bij hen speelt. Zij gebruiken onze expertise op het gebied van crisisbeheersing en weten ons naadloos te bereiken bij verstoringen, crises en dreigende crises. Samen met onze partners werken wij aan een weerbare en veilige regio Amsterdam-Amstelland. • We beschikken over een robuuste, uniforme, professionele en efficiënte Bevolkingszorgcrisisorganisatie. De sterke pijlers Risicocommunicatie en Crisiscommunicatie dragen bij aan het weerbaarder maken van de inwoners van onze regio en het versterken van de zelfredzaamheid. 3. Inzet op kwaliteit en professionaliteit • We zorgen voor een impuls van de vakbekwaamheid. Ons opleidingsprogramma, trainingsprogramma en oefenprogramma past bij de ontwikkelbehoefte van de crisisorganisatie en de crisisfunctionarissen. We formuleren kwaliteitseisen en zorgen dat functionarissen zichzelf optimaal kunnen ontwikkelen op het gebied van crisisbeheersing. • We zijn een lerende organisatie. Wij willen continu leren van ervaringen bij oefeningen en incidenten, om daarmee de crisisorganisatie te verbeteren.

14

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

5.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken De (wettelijke) reguliere taken zijn onder te verdelen in de vier processen: • Risicobeheersing – Risicogerichte samenwerking. Het Regionaal risicoprofiel is daar leidend in. • Voorbereiding – Preparatie op klassieke rampen en (ongekende) crises. • Uitvoering - Een flexibele crisisorganisatie die zich vormt naar de opgave. Waarbij de inzet van de crisisorganisatie laagdrempelig en informatie gestuurd is. • Verantwoorden, leren en bijstellen – Het verantwoorden, leren en bijstellen naar aanleiding van oefeningen en operationele inzetten. Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 1. Versterken voorbereiding en paraatheid Stevige basis We bouwen verder op het bestaande fundament van een flexibele en robuuste crisisorganisatie. Dat doen we themagericht op basis van de belangrijkste risico’s uit ons Regionaal Risicoprofiel 20252028. Inzet crisisorganisatie Op basis van ons veiligheidsbeeld kunnen we de crisisorganisatie activeren. Dat kan een opschaling in GRIP betekenen, maar ook het activeren van een deel van de crisisorganisatie of het activeren van een crisisteam in een kernbezetting om ontwikkelingen te monitoren of scenario’s te ontwikkelen.

Op het terrein van openbare orde in de gemeenten binnen de veiligheidsregio (bijvoorbeeld demonstraties) heeft de crisisorganisatie alleen een rol als daar een expliciet verzoek van de driehoekspartners aan ten grondslag ligt of wanneer gecoördineerde inzet van de hulpdiensten ter plaatse noodzakelijk is (bij brand of gewonden). 2. Versterken weerbare samenleving Platform voor samenwerking Volgens onze strategie voor netwerkmanagement brengen we het netwerk van traditionele en nieuwe crisispartners nader in beeld en geven we samen de voorbereiding op crises een impuls. We beperken ons niet tot de grenzen van onze Veiligheidsregio en zoeken actief de samenwerking op. Zowel op landelijk als op bovenregionaal niveau. Regie, coördinatie en beheer op Bevolkingszorg & Risico- en Crisiscommunicatie Onze werkzaamheden staan in het teken van hetzelfde beleid voeren binnen onze regio, voldoen aan landelijke richtlijnen en kwaliteitseisen en opleiden en trainen van functionarissen. We leggen de basis voor Risicocommunicatie en zetten in op duidelijke en aansprekende campagnes om onze inwoners te informeren over wat zij kunnen doen bij een crisis. Voor Crisiscommunicatie geldt een gedeelde regie met de gemeente Amsterdam.

Versterken Weerbaarheid Samenleving Met de NCTV, gemeenten en onze primaire veiligheidspartners (politie, defensie, GGD, waterschap, omgevingsdienst, haven en ambulancedienst) willen we het versterken van de weerbaarheid van de samenleving een stevige regionale impuls geven. De ontwikkelingen op het terrein van

15

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

weerbaarheid volgen elkaar in rap tempo op. De geopolitieke situatie in de wereld vraagt ons om adaptief te zijn. Wat vandaag normaal is, is dat morgen misschien niet meer. Vanaf 2025 is intensief gewerkt aan het verhogen de weerbaarheid van de samenleving. We werken aan het vergroten van het bewustzijn over actuele dreigingen en de mogelijke gevolgen ervan. Dit geeft inzicht in maatregelen die inwoners, organisaties en bedrijven zelf kunnen nemen. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zal voor versterking weerbaarheid van de samenleving de risicocommunicatie coördineren en de verbinding organiseren tussen Rijk, regio en lokale partners. 3. Inzet op kwaliteit en professionaliteit Invoering kwaliteitscyclus We blijven leren en ons ontwikkelen. We investeren in de verbetering van kwaliteit en de kennis van crisisfunctionarissen, waarbij Leiding & Coördinatie, Informatiemanagement, Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie centraal staan. 5.3 Wat mag het kosten?

Geen bijzonderheden ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025. De versterking van de crisisbeheersing in de afgelopen periode is het resultaat van de landelijke versterking crisisbeheersing op basis van de BDuR-middelen.

16

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

6. Programma Vakmanschap en Leiderschap Met het programma Vakmanschap en leiderschap werken we aan de belangrijkste pijlers voor de uitoefening van onze operationele werkzaamheden en het persoonlijk leiderschap van alle medewerkers in onze organisatie. In dit hoofdstuk ligt de focus op het vakmanschap en persoonlijk leiderschap binnen de (brandweer)organisatie. De ontwikkeling van het vakmanschap binnen de crisisorganisatie staat in hoofdstuk 5. 6.1 Wat willen we bereiken? Ambities op het gebied van vakmanschap in de (brandweer)organisatie: • We zijn een vitale en lerende organisatie waar leren vanzelfsprekend, nuttig, veilig en leuk is en waarin we de mogelijkheid bieden om voor alle functies te blijven leren. • We voeren regie op vakbekwaamheid gerelateerde producten, diensten, processen en procedures. We adviseren en denken proactief mee en organiseren en ondersteunen waar nodig. • We staan continu in verbinding met onze doelgroepen; de afdeling Vakbekwaamheid is zichtbaar en benaderbaar. • P&O biedt ondersteuning voor de niet-repressieve werkzaamheden zoals trainingen en opleidingen gericht op persoonlijke ontwikkeling. • Kennisregie: we weten wat het kennisniveau is van al onze medewerkers en spelen daarop in. • De vakbekwaamheid van de repressieve medewerkers is aantoonbaar.

• We werken behoefte- en competentiegericht met het aanbod van opleidingen, bijscholingen en oefeningen op maat. We houden daarbij rekening met de actualiteit en eerder verworven competenties. • We maken gebruik van moderne onderwijsmethodes en -systemen. • We doen onderzoek naar praktijkoptredens en gebruiken de resultaten om onze advisering en producten te verbeteren. Ambities op het gebied van leiderschap • Leidinggevenden geven adequaat leiding tijdens het repressief optreden. De operationele leiding geeft met aandacht leiding aan het operationeel optreden. Hierbij is de operationele leiding, nabij, betrokken en herkenbaar. De operationele leiding heeft de bevoegdheden en vaardigheden die hiervoor nodig zijn. • Ook buiten het repressief optreden om geven leidinggevenden leiding op een wijze die aansluit bij onze visie op leiderschap. • Leidinggevenden tonen voorbeeldgedrag, hebben oog voor hun medewerkers, spreken waardering uit en begrenzen als dat nodig is. • Leidinggevenden hebben het vermogen om hun omgeving te beïnvloeden om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Zij stimuleren hun medewerkers om met eigen groei en ontwikkeling bezig te zijn. Waarbij eigenaarschap, zelfmanagement en motiverend bezig zijn centraal staat.

17

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

6.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken • Iedereen voor zijn of haar taak vakbekwaam maken én houden, landelijk en regionaal. • Actief de interne samenwerking opzoeken én versterken met alle disciplines binnen VrAA. • Versterking van ons persoonlijk leiderschap door in te zetten op leven lang leren, evalueren en bijstellen. Wij sluiten hierbij aan op de landelijke ontwikkelingen. • Om goed aan te sluiten op de leerbehoefte en leerdoelen van de organisatie wordt er meer ingezet op digitalisering van vakbekwaamheidsproducten. Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2029 Visie en strategie vakbekwaamheid We gaan onze vakbekwaamheid versterken door in te zetten op een leven lang leren en aantoonbare vakbekwaamheid, vastgelegd in een portfolio. Dit borgen we door het ontwikkelen van een systeem van leermiddelen dat zorgt voor een vastgesteld kwalitatieve en kwantitatieve norm per takenpakket voor het vakbekwaam blijven. Naast een meerjarig vakbekwaamheidsprogramma voor vakbekwaam blijven werken we verder aan een meerjarig opleidingsprogramma (vakbekwaam worden). Middels leren en ontwikkelen vergroten we het vakmanschap van het repressief personeel door te leren van brandonderzoek, incidentevaluaties en landelijke ontwikkelingen.

De ontwikkeling van ons eigen personeel, zowel vakinhoudelijk en didactisch, draagt bij aan het bewerkstelligen van onze beleidsdoelstellingen. Vakbekwaamheid kent een omvangrijk opleidingsen oefenprogramma die wisselend druk geeft op personele inzet. Een deel van de instructiewerkzaamheden wordt op basis van een overeenkomst van opdracht (OvO) uitgevoerd, veelal betreft dit eigen personeel met ook een vaste dienstbetrekking. Ditzelfde geldt voor een beperkt aantal andere taken. Gelet op de aard en de omstandigheden van de werkzaamheden bestaat het risico dat er - ondanks de toepassing van de modelovereenkomst (inhuur) - feitelijke sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Er wordt gezocht naar een (landelijke) oplossing. Ontwikkeling BOCAS BOCAS heeft als doelstelling om voor de Regio Amsterdam-Amstelland de repressieve functionarissen vakbekwaam te maken en te houden. Voor de uitvoering van deze taken heeft zij een opleidingscentrum met hoofdkantoor, leslokalen en oefengebouwen op Schiphol. Vanwege ruimtegebrek op Schiphol heeft BOCAS een 2e oefenlocatie in de gemeente Uithoorn. De einddatum van beide huurcontracten naderen. In de beoogde verlening zijn er contractaanpassingen die vragen om een herinrichting van de locaties. Voor de herinrichting wordt een programma van eisen opgesteld. Op dit moment is nog geen concreet inzicht over de te verwachten investeringskosten.

18

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

6.3 Wat mag het kosten?

De toename van de lasten in 2026 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2025 van € 0,6 miljoen is grotendeels toe te schrijven aan een verhoging van € 0,2 miljoen voor de geplande brandweeropleidingen, vergelijkbaar met de verhoging van € 0,2 miljoen in de gewijzigde begroting 2025. Deze extra geplande uitgaven worden gedekt door de no-regret middelen. Daarnaast is er een indexering van de lastenbudgetten van € 0,4 miljoen. De daling van de lasten vanaf 2027 is hoofdzakelijk het gevolg van het wegvallen van incidentele uitgaven voor instroom blikjes, door het vervallen van de no-regret middelen (€ 0,2 miljoen). Daarnaast zijn de lasten voor brandweeropleidingen vanaf begrotingsjaar 2028 met € 0,2 miljoen lager ingeschat, vanwege het wegvallen van de extra impuls vanuit de bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen, wat ook terug te zien is bij de onttrekkingen.

19

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

7. Programma Informatiegestuurde Veiligheid We hebben steeds meer data en informatie. Die steeds sneller en op steeds meer verschillende plekken beschikbaar is. Met het programma informatiegestuurde veiligheid zorgt VrAA ervoor dat de relevante informatie op het goede moment voor de juiste partijen inzichtelijk is. Zowel in de koude, lauwe en warme fase als in de nafase van een incident of crisis. Dit helpt bij het nemen van besluiten, bij het samenwerken met partners en bij de informatievoorziening richting inwoners. De komende jaren werken we aan de informatievoorziening gericht op de primaire processen (risicobeheersing, incidentbestrijding en crisisbeheersing). 7.1 Wat willen we bereiken? • De informatiepositie van VrAA en onze partners wordt steeds meer compleet en continu actueel. Door samenwerking, kennisdeling en aansluiting op de digitale samenleving wordt het informatiebeeld op basis waarvan besluiten genomen steeds relevanter. • Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) voor onze regio is operationeel in alle fasen van de veiligheidsketen, inclusief het inzicht in risico’s én het beperken van deze risico’s. Het groeipad is de uitwisseling van informatie met steeds meer partners binnen én buiten onze regio, met niet in de laatste plaats de samenwerking in Noord West 4 verband. • We sluiten aan op het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio's en Rijk (KCR2).

• We dragen op de meldkamer bij aan informatiegestuurde crisisbeheersing en repressie tijdens de warme fase van een incident. • De ontsloten informatie is relevant en beschikbaar op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Er is aandacht voor de menselijke factoren. 7.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken • We richten een kwaliteitssysteem in om de veiligheid, kwaliteit en privacy van informatie continu te waarborgen. • Onze werkwijze gericht op samenwerken, kennisdelen en gebruik maken van wat er al is, bouwen we verder uit. Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Informatievoorziening Voor het verder ontwikkelen van onze gehele informatievoorziening richten we een proces in, waarmee we op gestructureerde wijze data verzamelen, registreren, beheren en analyseren. De ontsloten informatie is relevant en beschikbaar op operationeel, tactisch en strategisch niveau. Het Veiligheidsinformatie knooppunt (VIK) voor onze regio richten wij verder in. En wij zorgen dat de planvorming voor grote evenementen nadrukkelijk een plek krijgen in het VIK. De informatie moet eenvoudig te gebruiken zijn voor de operationele diensten tijdens het evenement; de voorbereiding moet nadrukkelijk ten goede komen aan de uitvoering op het moment dat dat nodig is.

20

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Calamiteitencoördinatoren De rol van de calamiteitencoördinator (CaCo) vullen we verder in, zowel in de multidisciplinaire samenwerking binnen de meldkamer als in het ‘veld’ en in het informatiegestuurde veiligheidsdomein. Wij sluiten aan op de landelijke ontwikkelingen rond het KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk). Het doel van KCR2 is om bij een bovenregionale crisis of ramp, alle betrokken crisispartners tijdig te voorzien van dezelfde actuele informatie. Zodat de juiste afwegingen gemaakt kunnen worden. Hiermee dragen we op de meldkamer aan bij een informatiegestuurde crisisbeheersing en repressie tijdens de warme fase van een incident. 7.3 Wat mag het kosten?

De lasten in de gewijzigde begroting 2025 bevatten incidentele uitgaven die worden gedekt door de onttrekkingen uit de bestemmingsreserves informatiesturing en innovatie. De daling van de lasten vanaf 2026 is voornamelijk toe te schrijven aan het grotendeels wegvallen van deze incidentele uitgaven, wat ook zichtbaar is in de afname van de onttrekkingen uit de reserves.

21

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

8. Programma GHOR Met het programma GHOR bevorderen we de continuïteit van zorg bij een (dreigende) crisis en bij grootschalige evenementen. We zorgen voor de verbinding tussen de algemene keten (het openbaar bestuur) en de functionele keten (de Zorg), we zorgen voor de crisisorganisatie en informatieuitwisseling. De Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) maakt onderdeel uit van onze veiligheidsregio en wordt conform de wet gefinancierd door VrAA. Maar dit programma is geen onderdeel van ons Meerjarenbeleidsplan ‘Buiten Gewoon Veilig 2025-2028’. GHOR heeft een eigen meerjarenbeleidsplan. De GGD Amsterdam voert dat plan uit. 8.1 Wat willen we bereiken? • •

Een goede samenwerking. Met elkaar, met onze ketenpartners en natuurlijk onze zorgpartners. GHOR werkt als schakel tussen het zorgnetwerk, openbaar bestuur en veiligheid, waarbij we de verschillende organisaties en instanties samenbrengen. Er is bijzondere aandacht voor medische- en gezondheidsaspecten.

8.2 Wat gaan we daarvoor doen? (Wettelijke) reguliere taken GHOR werkt met de ketenpartners én de zorgpartners samen op verschillende taakvelden. De activiteiten worden uitgevoerd vanuit de (landelijke vastgestelde) GHOR rollen: • Verbinder (integrale benadering van het GHOR-speelveld) • Verschaffer van structuur (Crisisorganisatie en Vakbekwaamheid) • Adviseur (Risico- en Crisisbeheersing) • Informatieknooppunt (Informatiemanagement) Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Zorgrisicoprofiel In aansluiting op het Regionale Risicoprofiel heeft de GHOR (landelijk) in 2024 een Zorgrisicoprofiel ontwikkeld. In 2025 is dit geïmplementeerd. Het Zorgrisicoprofiel zal vermoedelijk als (nieuwe) taak voor de GHOR worden vastgelegd in de Wet Veiligheidsregio. Uitgangspunt is dat de uitvoering past binnen de bestaande formatie, zolang extra taken niet verbreed worden naar niet-acute Zorg. Geopolitieke dreiging Er is een toegenomen geopolitieke dreiging waar we in Nederland steeds meer mee te maken krijgen. Voor GHOR betekent dit dat de focus gelegd wordt op de kwetsbaarheid en weerbaarheid van het zorgsysteem. Daarnaast zoekt GHOR de verbinding met de zorgpartners om deze kwetsbaarheden in kaart te brengen en de benodigde maatregelen op te nemen. Dit doet GHOR in samenhang met de aanbevelingen uit het Zorgrisicoprofiel.

Er wordt toegewerkt naar een grote witte ketenoefening in 2026. Informatiemanagement We streven naar nadere invulling van informatiemanagement in GHOR6 en ROAZ-verband en met verbreding naar de Zorg (en instellingen voor acute Zorg). We willen verder ontwikkelen in digitale systemen en data-gedreven werken.

22

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

Integraal Crisisplan Voor de GGD is er (vanuit de Covid-ervaring) extra aandacht voor het opnieuw inrichten van het Integraal Crisisplan (ICP). Inhoudelijk zal de focus voor de crisisorganisatie van de GGD liggen op geopolitieke dreiging en de weerbaarheid van de maatschappij. 8.3 Wat mag het kosten?

De toename in de lasten in 2026 is het gevolg van de indexatie van de budgetten.

23

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

9. Overhead Naast de wettelijk verplichte onderdelen vallen onder dit hoofdstuk de programma's uit het Meerjarenbeleidplan Buiten Gewoon Veilig 2025-2028: Diversiteit en Inclusie en Bedrijfsvoering. Visie op overhead en uitgangspunten Het overzicht onder 9.3 is opgesteld aan de hand van de notitie Overhead van de commissie BBV. In tegenstelling tot het gangbare begrip ‘overhead’ vallen volgens de BBV ook de leidinggevenden in het primaire proces onder de overhead. Voor de uitgangspunten voor berekening van de totale kosten van overhead verwijzen we verder naar paragraaf 9.3. Programmaonderdelen De ambities uit de programma’s “Diverse & inclusieve organisatie” en “Bedrijfsvoering” van ons Beleidsplan dragen bij aan de optimale ondersteuning van onze primaire processen, al onze medewerkers en managers. 9.1 Wat willen we bereiken? Diverse en inclusieve organisatie Werken bij VrAA betekent werken in een organisatie waar verschillen gezien en gewaardeerd worden en pesten, uitsluiting en discriminatie onacceptabel is. • Mocht het toch niet goed gaan, dan hebben wij binnen de organisatie een netwerk aan hulp, zoals vertrouwenspersonen, bedrijfsmaatschappelijk werk en een meldpunt integriteit. • De samenstelling van de medewerkers van VrAA is meer divers op alle niveaus en sluit daarbij beter aan bij de diversiteit van onze regio.

• Tegenstellingen en botsende meningen onderzoeken we met elkaar op respectvolle wijze, in dialoog en in discussie. • Bij elke vacature bereiken wij een zo groot mogelijk groep en doen we wat extra’s als dat nodig is voor de samenstelling van een team, afdeling of de totale organisatie. • Voor de werving van de beroepsbrandweerprofessionals blijven we extra inzetten om meer vrouwen en mensen met een bi-culturele achtergrond te bereiken en te selecteren. Elk nieuw blikje (=beroepsbrandweermensen) is divers. • Voor alle vacatures binnen onze organisatie geldt de ambitie dat we streven naar het aannemen van minimaal 1/3 vrouwen en minimaal 1/3 mensen met een bi-culturele achtergrond en 1/3 overig. Bedrijfsvoering Om onze primaire processen, medewerkers en managers optimaal te ondersteunen, is onze ambitie voor de komende jaren: • De verantwoordelijkheid voor de te maken keuzes moet daar liggen waar die keuzes het best gemaakt kunnen worden, dus zo dicht mogelijk bij de uitvoering. Processen en systemen moeten op basis daarvan ingericht worden. Maar ook het aspect ‘lerende organisatie’ vraagt om een gesloten PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) waarbij continu verbeteren het doel is. De interne planning en control-cyclus zullen we opnieuw onder de loep nemen. • Een ‘efficiënte bedrijfsvoering’ is een doorlopend proces.

Vermindering van de regeldruk en procesoptimalisatie zijn aandachtspunten voor de komende periode. Sleutelbegrippen hierbij

24

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

•

•

•

•

•

•

•

zijn ‘van controle naar vertrouwen’ en ‘herinrichting van het applicatie-landschap’. Een Leangeïnspireerde benadering vormt hierbij de basis. ‘Informatiegestuurd werken’: onze werkprocessen en -systemen zijn up-to-date, veilig en betrouwbaar en voldoen aan wet- en regelgeving. Komende jaren werken we verder aan de beveiliging van onze systemen en de voorbereiding op dreigingen van buiten. Bedrijfscontinuïteit op de meest kritische processen is daarbij het uitgangspunt. ‘Maatschappelijke meerwaarde als uitgangspunt’: voor de uitvoering van onze wettelijke taken opereren wij op een complex maatschappelijk speelveld. Transparantie en dialoog met onze stakeholders is hierbij voorwaardelijk om de legitimiteit van de te maken keuzes te onderbouwen. ‘Duurzaamheid’: De maatschappelijke opgave op het gebied van duurzaamheid raakt de komende jaren ons brede beleid op het gebied van bedrijfsvoering. Niet alleen de consequenties voor onze gebouwen of materieel zijn hierbij in beeld, maar ook de wijze waarop we bij de uitvoering van onze taken op een bewuste manier met onze omgeving omgaan. De mentale en fysieke gezondheid en weerbaarheid van onze medewerkers is een belangrijk speerpunt voor de komende jaren. We zetten niet alleen in op een daling van het ziekteverzuim, maar ook op het versterken van de mentale zorg en weerbaarheid.

Het gezondheidsprogramma voor onze medewerkers heeft de komende jaren een grote impact op onze organisatie. Versterking van de gezondheid van onze medewerkers draagt op termijn bij aan de paraatheid en slagkracht van de organisatie én naar verwachting ook aan het geluk en werkplezier van onze medewerkers. De afgelopen jaren is het verstrekken van een rechtmatigheidsverklaring door het Dagelijks Bestuur een wettelijke vereiste geworden. De interne controle aanpak is hernieuwd en biedt de voorwaarden voor een gefundeerd oordeel ten aanzien van de rechtmatigheid van ons handelen. Doelmatig en rechtmatig als basis. Bij de inrichting van onze begroting, processen en systemen handelen wij vanuit doelmatigheid. De eerder geschetste lean benadering voor de processen trekken wij door in de breedte van onze bedrijfsvoering. Dit betekent dat we ons systeemlandschap tegen het licht houden en een opschoning doorvoeren waar mogelijk. Samenwerken vanuit kostenreductie zowel regionaal als landelijk als grondhouding. Onze mensen zijn ons kapitaal. Wij beschouwen onze mensen als het allerbelangrijkste als het gaat om het waarmaken van onze missie en visie. In een lastige arbeidsmarkt is het een opgave om voldoende gekwalificeerde mensen binnen te halen en te houden. Wij willen en moeten een aantrekkelijke werkgever zijn waar mensen graag werken en blijven werken.

9.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsontwikkeling Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 Organisatieontwikkeling De organisatie is in de afgelopen jaren meerdere malen heringericht. Een proces dat nooit af is. Het is en blijft zoeken naar de beste “fit” op de vraagstukken waar we als organisatie voor staan. In de huidige situatie zijn we van mening dat integraliteit en besluitvorming dicht bij de uitvoering het beste recept vormt. In dat verband richten we de processen en systemen zo in dat die besluitvorming plaatsvindt langs het bekende adagium “Centraal wat moet, decentraal wat kan”. Dit betekent dat veel zaken gedecentraliseerd worden naar de uitvoering. Daarmee zetten we in op een hoge serviceverlening, ondersteuning en een decentrale besluitvorming. In dat kader zal tevens het

25

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

appplicatielandschap voor wat betreft de bedrijfsvoeringsapllicaties beoordeeld en aangepast worden. Diversiteit en Inclusie Eén van de belangrijkste langdurige programma's binnen onze organisatie is ‘Diversiteit en Inclusie’. Binnen de organisatie streven we continu naar een werkklimaat waar iedereen zich thuis voelt. Niemand valt buiten de boot en iedereen wordt betrokken door de groep, ongeacht gender, leeftijd, culturele achtergrond, seksuele geaardheid of (lichamelijke) beperking. We investeren ook in een netwerk (bedrijfsmaatschappelijk werk, vertrouwenspersonen, een heldere en eenvoudige integriteits- en klachtenprocedure) waar medewerkers op kunnen vertrouwen mocht het toch niet goed gaan. Dit vraagt om een continu aandacht door communicatie, door leiderschapstrainingen en in de managementgesprekken. Daarnaast willen we bij de werving, voor alle functies op alle niveaus, ons extra richten op het binnenhalen van meer diversiteit. Bij vacatures wordt in overleg gekeken naar de samenstelling van de huidige afdeling en welke diversiteitsambitie er bij de vervulling van de vacature ligt. Ziekteverzuim en Duurzame Inzetbaarheid De organisatie, en vooral de brandweerorganisatie kent een te hoog ziekteverzuim. Ook in 2026 zal er structureel aandacht zijn om het verzuim met 1% per jaar te verlagen.

We weten dat een groot deel van het verzuim veroorzaakt wordt door psychosociale klachten en daarom zal het versterken van de mentale gezondheid om zo te komen tot een duurzame inzetbaarheid van al onze medewerkers een speerpunt blijven. Hiervoor is eind 2024 een meerjarig speciaal programma Duurzame Inzetbaarheid gestart. In 2026 zullen minimaal 4 beroepskazernes het programma Mentaal fit doorlopen. Daarnaast worden er in de opleidingen van nieuwe manschappen het mentale kracht kamp en terugkomdagen georganiseerd. Naast het programma op de kazernes zijn er voor de huidige bezetting intervisiedagen ingepland en is er een aanbod stressregulatie voor kantoorpersoneel. Verwantenavonden worden georganiseerd per doelgroep waarbij we mensen in de opleiding, huidige bezetting en vrijwilligers van elkaar scheiden en in kleinere groepen aandacht geven. Ook vinden er interventies plaats voor de mensen die in het langdurig verzuim zitten en/of in een procedure zitten rondom een PTSS-diagnose of behandeling. 9.3 Wat mag het kosten? In de berekening van de totale kosten van overhead hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De onderdelen “Bedrijfsvoering” en “Directie & Communicatie” zijn in principe overhead, met uitzondering van specifieke posten die direct toe te rekenen zijn aan één van de programma’s; 2.

Onder de overhead worden ook de volgende functionarissen toegerekend: a. Sectormanagers en afdelingshoofden: 100% b. Managementondersteuning: 100% Op basis van bovenstaande uitgangspunten is het overzicht van de kosten van overhead voor 2025 en verder als volgt: 26

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

De lasten nemen toe met € 1,7 miljoen ten opzichte van de gewijzigde begroting, voornamelijk door de volgende factoren: 1. Het vervallen van incidentele bezuinigingen in 2026 ter waarde van € 0,4 miljoen; 2. De indexering van de lastenbudgetten met € 0,9 miljoen; en 3. De toevoeging van extra BDuR-gelden van € 0,4 miljoen.

27

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

10. Algemene Dekkingsmiddelen 10.1 Inleiding algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen van de Veiligheidsregio bestaan voornamelijk uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en het Rijk. Daarnaast omvatten de overige baten binnen het programma vooral rentebaten en belastingteruggaven (pro-rata). De lasten in de kolom “rekening 2024 hebben onder andere betrekking op rentelasten en de naheffing van de WKR. De bedragen in de kolom “rekening 2024” zijn weergegeven op prijspeil 2024, de gewijzigde begroting 2025 is op prijspeil 2025, en de kolommen vanaf de begroting van 2026 zijn allemaal op prijspeil 2026.

10.2 Gemeentelijke bijdrage 2026-2029

De bijdragen zijn geïndexeerd op basis van een indexpercentage van 5,07%. Dit percentage is ontleend aan de MEV – september 2024. Het percentage is samengesteld uit de gecombineerde bbp-index: - Voor het jaar 2026: 3,57% 28

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

-

Voor het jaar 2025: 3,78%, verminderd met het indexpercentage (2,28%) dat in de begroting van 2025 is gehanteerd op de bbp-prijsindex.

Wij hebben, vooruitlopend op het besluit van het bestuur, al gerekend met de voorgestelde methodiek zoals beschreven in het voorstel ‘Nota indexatiesystematiek 2026 VrAA’. 10.3 Gemeentelijke bijdrage 2026-2029 gespecificeerd

De ontwikkeling in de regionale bijdrage betreft de wijziging voortkomend uit de toegezegde noregret gelden. Daarnaast zijn de bedragen herrekend naar het prijspeil van 2026, zoals eerder beschreven in paragraaf 10.2.

29

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

De wijzigingen in de maatwerkgelden betreffen enerzijds de incidentele post voor duurzame inzetbaarheid, die vanaf 2026 niet langer deel uitmaken van de maatwerkbijdrage, en anderzijds de incidentele uitbreiding voor de verkenning van Strandeiland en toevoeging structurele bijdrage eigenaarslasten kazerne Duivendrecht. Met een specificatie voor de begroting 2026 voor de maatwerkbijdrage:

10.4 Rijksbijdragen (BDuR) De volgende ontwikkeling van de Rijksbijdrage wordt verwacht.

Vanaf 2023 heeft het Rijk structureel extra middelen beschikbaar gesteld voor de versterking van veiligheidsregio’s (BDuR). De bijdrage voor 2025 (op prijspeil 2024) van € 14,16 miljoen is toegekend via de decemberbrief 2024 van het ministerie, d.d. 14 november 2024. De indexering van de BDuR voor 2025 wordt echter pas bekendgemaakt met de junibrief 2025 van het ministerie. In deze begroting voor de kalenderjaren 2025 en 2026 hebben we een (voorzichtige) indexering van respectievelijk 2,28% en 4,52% toegepast. Naast de indexering stelt het Rijk extra middelen ter beschikking voor versterking Crisisbeheersing en Informatievoorziening.

30

Ontwerp Programmabegroting 2026-2029

11. Paragrafen BBV Onderstaande paragraven zijn voor een veiligheid regio van toepassing: 11.1 Weerstandsvermogen en risicobeheer 11.1.1 Ratio weerstandsvermogen (beschikbare/ benodigde weerstandscapaciteit) Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de weerstandscapaciteit in relatie tot de ongedekte risico’s (niet begrote kosten en kosten waarvoor geen voorziening is gevormd). De weerstandscapaciteit geeft de mogelijkheden van de Veiligheidsregio aan om deze ongedekte risico’s op te vangen. Er is geen wettelijke norm voor het weerstandsvermogen, de relevantie van de resterende risico’s en wat mag worden meegeteld als weerstandscapaciteit. Het beleid en de ratio van het weerstandsvermogen is daarom iets dat door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling zelf bepaald moet worden. In de notitie weerstandsvermogen van de VrAA die op 25 september 2017 door het Veiligheidsbestuur is vastgesteld, is dit beleid uitgewerkt. De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de bestaande weerstandscapaciteit te delen op de benodigde weerstandscapaciteit. In de notitie weerstandsvermogen wordt voorgesteld een ratio na te streven met een bandbreedte tussen de 1 en de 1,4 (categorie C). De algemene reserve staat na resultaatsbestemming ultimo 2024 op € 8,6 mln. De benodigde capaciteit op basis van een risicoanalyse is eveneens € 8,6 mln.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15701529/1