4. Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2.docx
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2
Colofon Opdrachtgever Datum
Gemeente Amsterdam 9 mei 2023
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
1
Inleiding
Deze Nota van beantwoording zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan Klaprozenbuurt 2, samen met het ontwerp besluit hogere waarden met ingang van 13 oktober 2022 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het gemeenteblad en op de website van de gemeente Amsterdam gepubliceerd. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn door 8 partijen zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn in deze nota beantwoording voorafgegaan door de zienswijze zelf. De zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Ook is de toelichting bij het bestemmingsplan aangevuld en bijgewerkt naar aanleiding van de zienswijzen. Daarnaast zijn ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen zijn beschreven in paragraaf 3. De Nota van beantwoording zienswijzen maakt onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2.
2
Zienswijzen
Eerst wordt nader ingegaan op de formele aspecten van de zienswijzen. Daarna volgt de inhoudelijke behandeling. Formele aspecten Volgens artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken. Deze termijn vangt, gelet op het tweede lid van dit artikel, aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd, in dit geval op 13 oktober 2022. Een zienswijze is tijdig ingediend als deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd, mits niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De termijn eindigde op 24 november 2022. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 10 zienswijzen ingediend door de volgende adressanten: 1. BarentsKrans namens Unidentified Amsterdam Objects B.V.; 2. BarentsKrans namens Unicorn Real Estate B.V.; 3. Van Benthem & Keulen namens Gebroeders Le Belle Vastgoed B.V.; 4. Six advocaten namens Fabric Four CV; 5. HBR advocaten namens Bun Vastgoed B.V.; 6. N.V. Nederlandse Gasunie 7. TenneT TSO B.V. 8. Hartman Consultancy namens De Vier, Hartman Consultancy namens De Vier II en De Vier Inhoudelijke behandeling De zienswijzen zijn samengevat.
Dit betekent overigens niet dat onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld.
2
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
1. BarentsKrans namens Unidentified Amsterdam Objects B.V. 1.1 Opmerking Unidentified Amsterdam Objects (verder UAO) is erfpachter van de in het plangebied gelegen percelen kadastraal bekend gemeente Amsterdam sectie K nummer 6548 (Metaalbewerkerweg 3, 5, 7 en 11), K nummer 6655 (Metaalbewerkerweg 9 en Vuurwerkerweg 17. 17A en 17B) alsmede K nummer 7041 (Metaalbewerkerweg 13 en 15). Meer concreet gaat het daarbij om de kavels C6, C9 en C11. De percelen zijn groot respectievelijk 1.520 m2, 915 m2 en 1.568 m2, in totaal 4.003 m2. UAO heeft op 28 juni 2021 met de gemeente een samenwerkingsovereenkomst (hierna: de SOK") inzake haar percelen gesloten. De SOK voorziet er, kort samengevat, in dat UAO haar percelen, na ruiling van gronden, op basis van zelfrealisatie zal ontwikkelen. Op basis van de SOK heeft UAO aanspraak op een planologisch ontwikkelvolume (woningbouw) van 4.003 (omvang bestaande percelen in vierkante meters) x 3.0 (FSI) ofwel 12.009 m2 brut vloeroppervlak. Op basis van het ontwerp bestemmingsplan is het realiseren van deze 12.009 m2 vergaand onaannemelijk / uitgesloten.
UAO heeft een indicatieve massastudie verricht waaruit blijkt dat, als gevolg van een aantal beperkende regels (maximaal totaalprogramma, verplichting tot daktuinen en incisies en maximumaantal woningen) een substantieel lager volume kan worden gerealiseerd dan in de SOK met de gemeente is overeengekomen. Het ontwerp bestemmingsplan beantwoordt niet aan de gerechtvaardigde verwachting die UAO op grond van de SOK mocht hebben. Naar de mening van UAO dient de oplossing te worden gezocht in een verhoging van de bouwhoogtes die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt. Deze oplossingsrichting past ook in een tendens waarin gestreefd wordt naar efficiënt gebruik van schaarse ruimte, en voorzien wordt in de aanzienlijke vraag naar woningen. Beantwoording De gemeente en UAO zijn in overleg om gezamenlijk tot een bouwvolume te komen. De afspraken hierover zijn nog niet zodanig hard dat deze rechtstreeks kunnen worden vertaald in het bestemmingsplan. De plannen passen wel binnen de (binnenplanse afwijkings)regels van het bestemmingsplan zodat vergunningverlening plaats kan hebben met de reguliere procedure. 2. BarentsKrans namens Unicorn Real Estate B.V. 2.1 Opmerking Unicorn Real Estate B.V.
(verder URE) is erfpachter van de in het plangebied gelegen percelen kadastraal bekend gemeente Amsterdam, sectie K nummer 8088 en sectie K nummer 8089 (Polijsterweg 12-16 (D1 + D2), groot in totaal 472 m2. URE heeft op 28 december 2021 met de gemeente een samenwerkingsovereenkomst (hierna: de SOK") inzake haar percelen gesloten. De SOK voorziet er, kort samengevat, in dat URE haar percelen op basis van zelfrealisatie zal ontwikkelen. Voor URE is op basis van het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende verzekerd of het ontwerpbestemmingsplan bedoelde 1.765 m2 brut vloeroppervlak mogelijk maakt. Aan deze onzekerheid liggen de regels ten grondslag die het totale brut vloeroppervlak in het plangebied maximeren, de verplichting tot het
3
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
realiseren van (dak)tuinen en incisies, het maximum aantal woningen en de op de verbeelding opgenomen bouwhoogte van 20 meter. Het ophogen van de maximale bouwhoogte tot 26 meter zou helpen bij het doelmatig gebruik maken van de schaarse ruimte en de sterke behoefte aan woningen. Beantwoording Bij ontwikkelgerichte bestemmingsplannen bestaat de behoefte aan een mate van flexibiliteit om het totaalprogramma over het gehele plangebied te verdelen. Het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 is juist in procedure gebracht omdat de wijzigingsbevoegdheden uit het bestemmingsplan Klaprozenbuurt (1) te veel detailniveau per ontwikkeleenheid (wijzigingsgebied) kenden. Bij het toekennen van functies en bouwmassa’s is in het ontwerpbestemmingsplan dus enige mate van uitwisselbaarheid opgenomen maar wel zodanig dat de massa’s en aantallen zoals opgenomen in de Investeringsnota per bouwblok haalbaar zijn. Bovendien stuurt de gemeente ook door middel van privaatrechtelijke afspraken op het totaalprogramma en een gebalanceerde verdeling van massa’s en functies over het plangebied. Daar waar een concreet bouwplan is goedgekeurd door de gemeente bestaat de mogelijkheid in de regels en op de verbeelding maatwerk te leveren en dus in het vast te stellen bestemmingsplan op een hoger detailniveau vast te leggen wat er planologisch mogelijk is op een specifieke kavel.
2.2 Opmerking In het ontwerpbestemmingsplan is de maximale bouwhoogte op de kavels D1 en D2 20 meter. Indien deze maximale bouwhoogte zou worden verhoogd tot 26 meter -waartegen geen bezwaren van stedenbouwkundige aard aanwezig zijn- zou gezien de minimaal vereiste bouwhoogte van de eerste bouwlaag (4,5 meter) het mogelijk zijn om daarboven 7 bouwlagen woningen te realiseren. Hierdoor wordt zowel doelmatig gebruik gemaakt van schaarse ruimte als voorzien in een sterke behoefte aan woningen. Dit zou bovendien aansluiten bij het bepaalde in artikel 8.2 van de SOK (uitruil met bijvoorbeeld C6, 9 en 11). Beantwoording Het schetsontwerp van het bouwplan voor deze kavels past binnen de bouwhoogte zoals opgenomen op de verbeelding. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Van Benthem & Keulen namens Gebroeders Le Belle Vastgoed B.V. 3.1 Opmerking Appellant is eigenaar van het pand aan de Slijperweg 16 waarop het ontwerp bestemmingsplan mede van toepassing is. Het pand wordt door appellant verhuurd, onder meer aan Engels Verf Amsterdam Noord, een schoonheidssalon en opslagruimte. In het vigerende bestemmingsplan Klaprozenbuurt heeft het perceel Slijperweg 16 (kadastraal bekend als gemeente Amsterdam, sectie K, perceelnummers 6751 en 7160) de bestemming ‘Bedrijf’.
De gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ zijn onder meer bestemd voor ‘detailhandel in volumineuze goederen’, bedrijven tot categorie 3.1 en consumentverzorgende dienstverlening. Het pand wordt door appellant verhuurd ten behoeve van verfwinkel ‘Engels Verf Amsterdam Noord, een schoonheidssalon en opslagruimte. De percelen maken deel uit van het gebied waarop een wijzigingsbevoegdheid van toepassing is (Wetgevingszone – wijzigingsgebied 3). In de wijzigingsvoorwaarden staat dat het wijzigingsplan in
4
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
overeenstemming moet zijn met de verkavelingsprincipes op blokniveau zoals weergegeven in het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan is van juni 2021 en, in plaats van gebruik te maken van de in de regels opgenomen wijzigingsbevoegdheid wordt er nu al een nieuw bestemmingsplan gemaakt met nieuwe planologische inzichten. Dit veroorzaakt voor appellant een hoge mate van rechtsonzekerheid. In het stedenbouwkundig plan uit 2020 werd ervan uit gegaan dat het bestaande stratenpatroon in het plangebied mogelijk wordt gehandhaafd. De recente inzichten zijn nu alweer bijgesteld. De aanpassingen mogen niet ten koste gaan van de bestaande rechten van appellant. Beantwoording Op basis van het vigerende bestemmingsplan (Klaprozenbuurt) en het daarvoor geldende bestemmingsplan (Metaalbewerkersweg e.o) is het gebruik van volumineuze (of perifere) detailhandel toegestaan. Hierbij geldt voor beide bestemmingsplannen wel dat ingevolge respectievelijk artikel 3.3.5 onder d. (uit het bestemmingsplan Klaprozenbuurt) en artikel 3.3.2 onder d. (uit het bestemmingsplan Metaalbewerkersweg e.o.) het hier slechts gaat om bestaande vestigingen. In het vigerende bestemmingsplan ‘Klaprozenbuurt’ zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen per ontwikkeleenheid (een samenstel van een aantal te realiseren bouwblokken).
Bij de toedeling van aantallen woningen en niet-woonfuncties is onvoldoende ruimte gelaten voor het uitwisselen van aantallen woningen en niet-woonfuncties tussen de verschillende bouwblokken (en dus wijzigingsbevoegdheden). Het voortschrijdend inzicht in de beperkingen van de wijzigingsbevoegdheden is met name ontstaan door gesprekken met ontwikkelende partijen over concrete bouwplannen. Er is bij nader inzien te veel uitgegaan van een gereguleerde verdeling van programma over de verschillende bouwblokken. Met het opnieuw opstellen van een bestemmingsplan bestaat de mogelijkheid deze onvolkomenheden te repareren. Bewoners en gebruikers van het plangebied worden als gevolg hiervan niet benadeeld in hun rechtspositie. Op al het kaartbeeld van het stedenbouwkundig plan uit 2020 is te zien dat er in de planvorming uit wordt gegaan van het door trekken van de Polijsterweg over een deel van de percelen van appellant aan de Slijperweg 16. Bij het wegbestemmen van een deel van de bestaande mogelijkheden voor de Slijperweg 16 is er voor de rechtspositie van appellant geen verschil of dat wordt gedaan door middel van een wijzigingsplan of, zoals nu het geval is, door middel van een nieuw bestemmingsplan. 3.2 Opmerking In het ontwerpbestemmingsplan is aan de gronden van appellant aan de Slijperweg 16 de enkelbestemming ‘Gemengd’ toegekend.
Volumineuze detailhandel is alleen toegestaan ter plaatse de specifieke functieaanduiding ‘Gemengd – 5’ op de verbeelding. Slechts op een zeer beperkt deel van kadastraal perceel 6751 is deze aanduiding opgenomen. Op perceel 7160 ontbreekt de aanduiding nagenoeg geheel. Bovendien mag het brut vloeroppervlak van volumineuze detailhandel niet meer bedragen dan 1.000 m2. Als gevolg van de functieaanduidingen is het huidige gebruik van het pand ten behoeve van volumineuze detailhandel niet langer toegestaan. Het zelfde geldt voor de schoonheidssalon die alleen is toegestaan ter plaatse van gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 4’, welke aanduiding niet op betreffende percelen rust.
5
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
Ook de doorgaande weg die voor het pand langsloopt is wegbestemd. Hier is de bestemming Verkeer komen te vervallen. Dit betekent het verlies van parkeermogelijkheid voor het pand van appellant. Met het wegbestemmen van de bestaande gebruiksfuncties sorteert de gemeente al voor op de beoogde plannen waarbij het pand van appellant wordt gesloopt ten behoeve van het doortrekken van de Polijsterweg. De gemeente voert met appellant oriënterende gesprekken over de mogelijkheid voor de gemeente om tot aankoop over te gaan van het pand. Volgens appellant is het niet mogelijk om met de enkelbestemming ‘Gemengd’ te verwezenlijken wat de gemeente kennelijk voor ogen heeft, namelijk het doortrekken van de Polijsterweg naar het noorden ten koste van het pand van appellant. Gronden met de enkelbestemming ‘Gemengd’ mogen namelijk uitsluitend ten behoeve van de onder artikel 3.1 a t/m m aangewezen bestemming worden gebruikt, met daarbij ondergeschikte voorzieningen. De gemeente beoogt de betreffende gronden waarop het pand aan de Slijperweg 16 is gevestigd echter te gebruiken ten behoeve van het stratenpatroon. Dit kan niet onder de gebruiksmogelijkheden van de enkelbestemming ‘Gemengd’ worden geschaard. Kortom: de gemeente kan in dit ontwerpbestemmingsplan niet bereiken wat het voor ogen heeft met het pand aan de Slijperweg 16.
Beantwoording In het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een brede bestemming ‘Gemengd’ waarbij ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties per blok of perceel is aangegeven welke functies, waar, in welke mate zijn toegestaan. Op de verbeelding is gewerkt met bouwvlakken. De kadastrale percelen 6751 en 7160 liggen deels binnen en deels buiten de bouwvlakken. Hier zijn dus niet alleen de bestaande functies wegbestemd maar ook de bebouwing. De gronden buiten de bouwvlakken kunnen worden ingericht als openbare ruimte, waaronder verkeersareaal (artikel 3.1 onder r van het ontwerp bestemmingsplan). In artikel 3.1 onder n t/m u zijn de (ongebouwde) functies mogelijk gemaakt die horen bij een gemengd gebied. Anders dan in de zienswijze is aangevoerd gaat het hierbij dus niet om ondergeschikte functies. Het is niet zo dat het huidig gebruik ten behoeve van volumineuze detailhandel / schoonheidssalon niet meer is toegestaan. De bestemming / functie is wegbestemd maar op grond van overgangsrecht nog wel toegestaan.
6
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
De kadastrale percelen 6751 en 7160 binnen het rode kader. De bouwvlakken in blauw. 4. Six advocaten namens Fabric Four CV Door Six advocaten is bij brief van 24 november 2022 namens Fabric Four CV zienswijze ingediend. Deze zienswijze is bij brief van 8 december 2022 aangevuld. De zienswijzen uit de twee verschillende brieven worden hieronder als geheel samengevat en van beantwoording voorzien. 4.1 Opmerking Fabric Four CV heeft met de gemeente Amsterdam gesproken over het bouwplan voor de kavels D05, D06 en D08 waar het ontwerpbestemmingsplan mede betrekking op heeft. Door appellant is voor deze kavels een Voorlopig Ontwerp (VO) opgesteld dat is goedgekeurd door de gemeente. Het ontwerpbestemmingsplan sluit op een enkel punt nog niet helemaal aan op het bouwplan en de gesprekken die met de gemeente zijn gevoerd. Appelanten verzoeken de gemeente het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat de bouwplannen rechtstreeks (zonder toepassing van een binnen/buitenplanse afwijking) binnen het bestemmingsplan passen. Het gaat daarbij om de volgende aanpassingen: 1.
In het ontwerpbestemmingsplan geldt een bouwhoogte voor een deel van de kavels van maximaal 7 meter. Hiermee zou een deel van de voorgenomen bebouwing niet kunnen worden gerealiseerd. Appelanten verzoeken de bouwhoogte voor deze plandelen te verhogen naar 23 respectievelijk 35 meter.
2. Verzocht wordt de verbeelding van het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat de woontoren op D08 en het wooncomplex op D05 rechtstreeks mogelijk zijn.
7
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
3. Met de gemeente is besproken dat ten behoeve van de beoogde winkels/supermarkt en woontoren op de kavels D05, D06 en D08 een weg/expeditiestraat/vluchtweg zal kunnen worden gerealiseerd. Verzocht wordt deze op de verbeelding in te tekenen. 4. Verzocht wordt om in het bestemmingsplan onder het gehele bouwvlak (waarbinnen de percelen D05, D06 en D08 zijn gelegen) een ondergrondse parkeerkelder mogelijk te maken. 5. Verzocht wordt om ter plaatse van de daktuin bouwwerken mogelijk te maken ten behoeve van de tuinfunctie (bijvoorbeeld schuren of kassen). 6. Verzocht wordt artikel 3.4.8. zodanig aan te passen dat er maximaal twee supermarkten mogelijk zijn, met een specifieke aanduiding van de locatie op de verbeelding en dat iedere supermarkt niet meer dan 1.650 m2 bruto vloeroppervlak mag hebben. 7.
In artikel 3.3.1 onder b. staan de voorwaarden opgenomen waarmee door middel van een binnenplanse afwijking kan worden meegewerkt aan een hogere bouwhoogte dan op de verbeelding is aangegeven. Uit stedenbouwkundig en constructief oogpunt moet de kwaliteit van het binnengebied worden gewaarborgd en is het niet wenselijk dat er gebouwen met een diepte van meer dan 30 meter worden gebouwd. Appellant ziet deze criteria graag aangevuld met het volgende: de afwijking niet tot gevolg heeft dat er bebouwing wordt gerealiseerd (losstaand dan wel aansluitend aan de randbebouwing) met een hoogte van meer dan 7 meter en een diepte van meer dan 30 meter vanaf de buitenranden van het bouwvlak zoals aangegeven op de plankaart.
8. Door supervisie wordt gewenst dat de gebouwen op kavel D05 en D06 iets verspringen in hoogte. Daartoe is het verzoek om de maximale bouwhoogte voor kavel D06 op te hogen van 23 naar 25 meter. 9. Verzocht wordt om de bouwdiepte van kavel D06 aan te passen van 15 naar 16 meter. 10. Verzocht wordt de vormen van de bouwvlakken D05 en D06 aan te passen conform het VO van de appellant. Beantwoording De zienswijze bestaat uit 10 onderdelen die hieronder per onderdeel wordt beantwoord. Ad 1. De hoogteaanduiding op de verbeelding wordt aangepast zodat het bouwplan rechtstreeks binnen het bestemmingsplan past. Ad 2. De hoogteaanduiding op de verbeelding wordt aangepast zodat het bouwplan rechtstreeks binnen het bestemmingsplan past. Ad 3.
8
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
Het realiseren van een weg/expeditiestraat/vluchtweg is al rechtstreeks mogelijk op basis van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan. Ad 4. Dit zou in strijd zijn met het bestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale Kelders’. De regeling van het bestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale Kelders is 1:1 overgenomen in het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2. Dat is dus inclusief de binnenplanse mogelijkheid om af te wijken van de verbodsbepaling mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Ad5. Hier wordt geen specifieke regeling voor opgenomen. Het is de ambitie van de gemeente om de groene beloopbare daktuinen zo groen mogelijk in te richten. In het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om eventueel mee te werken aan de in de zienswijze benoemde categorieën bouwwerken. Ad 6. De regels worden zodanig aangepast dat er maximaal twee supermarkten worden toegestaan met een maximum bvo van 1.650 m2 per supermarkt. Op de verbeelding is reeds (globaal) aangegeven waar supermarkten mogelijk zijn. Ten behoeve van de flexibiliteit in het bestemmingsplan is er voor de gemeente geen aanleiding om een nog specifiekere plaatsbepaling op de verbeelding op te nemen. Ad 7. Een bepaling van deze strekking gaat ten koste van de bouwmogelijkheden bij omliggende percelen. Dit is niet wenselijk. De zienswijze wordt niet overgenomen. Ad 8.
De verbeelding wordt op dit onderdeel aangepast overeenkomstig de zienswijze. Ad 9. De verbeelding wordt op dit onderdeel aangepast overeenkomstig de zienswijze. Ad 10. De verbeelding wordt op dit onderdeel aangepast overeenkomstig de zienswijze. 5. HBR advocaten namens Bun Vastgoed B.V. 5.1 Opmerking Door appellant is een schetsontwerp (SO) opgesteld voor het blok waarvan zij eigenaar zijn. Het SO is goedgekeurd door de supervisor. Dit wil dus zeggen dat het plan past binnen de stedenbouwkundige eisen die aan het gebied worden gesteld. Aangezien aan het bestemmingsplan hetzelfde ontwikkelkader en het stedenbouwkundige plan ten grondslag ligt, mag er van uit worden gegaan dat het schetsontwerp past binnen de planregels dan wel dat de planregels aangepast worden aan de gedetailleerde ontwerpen die zijn goedgekeurd door de supervisor. Beantwoording Uitgangspunt is dat een VO/SO pas met een rechtstreekse en gedetailleerde regeling in het bestemmingsplan wordt opgenomen als deze voldoende vast liggen. Voor geheel blok D geldt daarom in het ontwerp
9
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
bestemmingsplan nog de generieke regeling. Voor nog niet ver uitgewerkte plannen is de hoofdregel dat kan mee kan worden gewerkt door de inzet van de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheden. De voorwaarden aan de afwijkingsbevoegdheden borgen dat sprake is en blijft van stedenbouwkundig en akoestisch aanvaardbare plannen, voldoende woonkwaliteit en het behouden van de gebruiksmogelijkheden van de naastgelegen percelen. 5.2 Opmerking Op kavel D12/D13 wordt gewerkt aan een gebouw op het binnenterrein: een tuinhuis. Het ontwerp inclusief dit tuinhuis is goedgekeurd door de Supervisor. Het bestemmingsplan staat deze bebouwing echter niet toe. De maximale bouwhoogte op het binnenterrein is 7 meter. Het tuinhuis heeft vier bouwlagen en overschrijdt deze hoogte. De binnentuin wordt hierdoor kleiner, maar een voordeel hiervan is dat de grote brede vlakte doorbroken wordt en er meer hoekjes en aparte plekken ontstaan. Naar mening van appellant dient het bestemmingsplan het ontwerp te volgen dat door de supervisor is goedgekeurd. Beantwoording Het ‘tuinhuis’ is een bijzondere massa die nergens anders in de Klaprozenbuurt naar voren komt en zich daarom ook niet goed verhoudt tot de generieke bestemmingsplanregeling. Het tuinhuis wordt om deze reden opgenomen op de verbeelding.
5.2 Opmerking In ‘3.2 Bouwregels, 3.2.1 Gebouwen’ onder punt K staat dat ‘Bouwlagen boven de 23 m ten minste 3 meter terug liggen ten opzichte van de voorgevel van het gebouw’. Dit is voor Kavel D12-D13 en Kavel D9 niet het geval. Noch in het ontwikkelkader, noch in de anterieure overeenkomst noch in de samenwerkingsovereenkomst is een verplichting opgenomen voor het realiseren van setbacks bij gebouwen hoger dan 23 meter. Het schetsontwerp is ontwikkeld zonder setback op de gebouwen met een bouwhoogte hoger dan 23 meter en de supervisor heeft het plan goedgekeurd. Om die reden verzoekt appellant voor blok D12/13 af te zien van de verplichting uit art. 3.2.1. Beantwoording Van het blok D12/13 vindt de gemeente dat deze een setback moet krijgen. Hierop wordt gestuurd voor alle hoogten boven 23 meter. Dit is ook opgemerkt in de behandeling van supervisie. D9 is een getrapte toren en daarmee voorzien van set backs (alleen niet aan de straatzijde). De verplichting tot het realiseren van setbacks volgt wel degelijk uit de Investeringsnota (bladzijde 63) en wordt dus ook opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. 5.3 Opmerking In ‘3.2 Bouwregels, 3.2.1 Gebouwen’ onder punt H staat dat ter plaatse van ‘Specifieke Bouwaanduiding 4 – een oppervlak van tenminste 4.850 m2 wordt ingericht als tuin of beloopbare groene daktuin én ten minste 3 incisies worden gerealiseerd.
Vervolgens staat in de Begrippenlijst onder Incisie: ‘Verticale ruimte tussen twee gebouwen van ten minste 5 m breed waarmee de beloopbare groene (dak)tuin binnen een bouwblok aansluit op de openbare ruimte’. Appellant vraagt zich af of in het oppervlak van 4.850 m2 het oppervlak van het tuinhuis op Kavel D12/D13 in mindering is gebracht?
10
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
Er wordt tussen Kavel D9 en D4 een incisie gerealiseerd, echter zonder verbinding naar de openbare ruimte, dit is in lijn met het Ontwikkelkader Blok D “Incisies zijn overwegend groen en vormen een podium vanwaar men vanuit het collectieve binnen gebied visueel contact heeft met de openbare ruimte op het maaiveld”. Verzocht wordt de definitie van incisie aan te passen zodat duidelijk is dat het niet noodzakelijk is om vanuit de daktuin een toegankelijke verbinding naar de openbare ruimte te leggen. Beantwoording De huidige minimale maat van de binnentuin, met de huidige ontwerpen van D5 t/m D14 is ca 5.250 m2. De gemeente bekijkt nog om de maat van 4.850 m2 iets naar beneden bij te stellen, maar zoals de plannen nu staan voldoen ze. Het voorstel met betrekking tot de incisie is akkoord, er moet minimaal een groene visuele verbinding ontstaan. De definitie in het bestemmingsplan wordt naar aanleiding van de zienswijze licht aangepast. 5.4 Opmerking In art. 3.4.6. staat beschreven dat het maximum vierkante meter per vestiging aan detailhandel in dagelijkse goederen niet groter mag zijn dan 200 m2. Een van de winkelunits aan de Floraweg/ Klaprozenwegzijde (bouwblok D12/D13) overschrijdt dit metrage; de ruimte meet 392 m2. Noch in het ontwikkelkader, noch in de anterieure overeenkomst, noch in de samenwerkingsovereenkomst zijn vergelijkbare beperkingen opgenomen.
De ruimte is opgenomen in het schetsontwerp en goedgekeurd door de supervisor. Graag ziet appellant in het bestemmingsplan voor dit bouwdeel van hoger metrage opgenomen voor de individuele detailhandelsvestigingen. Beantwoording Ten behoeve van afwijkende (grotere) metrages wordt een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Op deze manier kan de gemeente blijven sturen op de wens om kleinere winkels te realiseren. 5.5 Opmerking In art. 3.4.8 staat alleen een maximum bvo voor supermarkten. Er zijn twee partijen die een supermarkt op het bouwblok D gaan ontwikkelen en die dus beiden een claim kunnen doen op deze supermarktmeters. Dit zou mogelijk kunnen leiden tot de vraag of hier een schaars recht aan de orde is, maar bovenal is deze regeling rechtsonzeker. Daarnaast wijkt de planregeling ook of van het ontwikkelkader, daarin wordt op pagina 6 gemeld dat twee supermarkten tussen de 1.400-1.900 m2 bvo met een totaal oppervlak van maximaal 3.300m2 bvo mogelijk zullen worden gemaakt. In de anterieure overeenkomst is als aanvullende afspraak tussen appellant en gemeente opgenomen dat de supermarkt maximaal 1.650 m2 bvo mag zijn. In verband hiermee ziet appellant graag dat de planregeling op deze locatie wordt gedetailleerd door het aantal supermarkten te beperken tot 2 en een maximum bvo per supermarkt wordt opgenomen.
Beantwoording Het bestemmingsplan wordt overeenkomstig deze zienswijze aangepast. 6. N.V. Nederlandse Gasunie 6.1 Opmerking Uit de verbeelding blijkt dat de in het plangebied aanwezige gastransportleidingen niet juist zijn weergegeven. Ten tijde van het indienen van de zienswijze wordt de laatste hand gelegd aan het definitieve ontwerp. De Gasunie verzoekt de gemeente om met de vaststelling te wachten op het definitieve ontwerp en dit tracé in te
11
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
passen op de verbeelding en te voorzien van de gebruikelijke dubbelbestemming 'Leiding-Gas' welke 4 meter ter weerszijde van de leiding bedraagt.
Beantwoording De gemeente is al langer intensief in contact met de Gasunie over de nieuwe tracés van de leidingen en past de verbeelding aan op het moment dat de definitieve ligging duidelijk is. 6.2 Opmerking Bij inzage van het artikel 'Leiding - Gas' blijkt dat de regels die opgenomen zijn om of te kunnen wijken van de bouwregels afwijken van hetgeen gesteld in artikel 14 van het Bevb. Het huidige artikel 6 biedt een beoordelingsvrijheid die niet door artikel 14 derde lid Bevb geboden wordt. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. De Gasunie verzoekt om artikel 6 lid 3 uit te breiden met het toetsingskader dat er geen kwetsbare objecten worden toegelaten. Tevens wordt verzocht om artikel 6.5.1 uit te breiden met de volgende werkzaamheden: Het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; Beantwoording De regels worden overeenkomstig de opmerkingen aangepast. 6.3 Opmerking In artikel 6.5.4 staat aangegeven dat voordat er een vergunning wordt verleend het bevoegd gezag schriftelijk advies inwint bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad.
Door dit zo te verwoorden biedt het huidige artikel een beoordelingsvrijheid die niet door artikel 14 derde lid Bevb wordt geboden. Hierin is bepaald dat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet mag worden geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Gasunie is van mening dat het bevoegd gezag alleen een zorgvuldige afweging omtrent het niet schaden van de leidingen kan maken indien gebruik is gemaakt van de kennis en expertise van Gasunie betreffende de leiding. Verzocht wordt derhalve het woord 'evenredig' in lid 6.4 te schrappen. Beantwoording De regels worden overeenkomstig de opmerkingen aangepast. 6.4 Opmerking In de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Voor wat betreft de bepaling onder 'b' is Gasunie van mening dat de beoordeling hiervan ligt bij de leidingbeheerder. Gasunie ziet deze bepaling graag geschrapt worden of anders deze aan te vullen met de verplichting dat er schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de leidingbeheerder. Beantwoording De regels worden overeenkomstig de opmerkingen aangepast.
12
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
7. TenneT TSO B.V. 7.1 Opmerking Het voorgenomen plan bevat de planologische mogelijkheid tot de bouw van nieuwe woningen in de buurt van onze hoogspanningsverbinding (en een hoogspanningsstation en andere verbindingen). Binnen de grenzen van dit plan bevindt zich de ondergrondse hoogspanningsverbinding Amsterdam Noord Klaprozenweg – Amsterdam Hoogte Kadijk 150, die in eigendom en beheer is van TenneT. De aanwezigheid van deze hoogspanningsverbinding kan beperkingen opleveren voor het gebruik van de gronden. Verder bevindt zich in de nabijheid hiervan een 150kV-station dat wordt beheerd door TenneT. De aanwezigheid hiervan is u bekend (en omschreven in het Ontwikkelkader EVA 2035). T.a.v. de verbinding geldt dat door dit initiatief van de gemeente de afstand tussen woningen en de assets van TenneT dan ook veel kleiner wordt vergeleken met de huidige situatie. Dat is conform het huidige voorzorgsbeleid magneetveld geen issue omdat dit beleid niet van toepassing is op ondergrondse hoogspanningskabels en hoogspanningsstations, enkel op bovengrondse hoogspanningslijnen. Echter, de gemeente Amsterdam hanteert (voor zover TenneT nu bekend) mogelijk een andere werkwijze waardoor dit wel een issue kan zijn of worden voor zowel de 150kV-verbinding liggend binnen de grenzen van dit plan alsook de overige assets van TenneT die in de nabijheid zijn gelegen.
TenneT is van mening dat de bestaande assets zoals nu bekend bij de gemeente en de voorziene uitbreidingen zoals beschreven in het Ontwikkelkader EVA op geen enkele wijze nadelige invloed mogen ondervinden van deze ontwikkeling. Eventuele te treffen maatregelen zijn altijd voor rekening en risico van de gemeente omdat TenneT de gemeente in deze beschouwd als de veroorzaker. In het kader van de zorgvuldige afweging van belangen zal in het kader van het bestemmingsplan moeten worden beoordeeld of bestaande (hoogspannings)kabels en/of leidingen niet onevenredig worden benadeeld in hun functioneren als gevolg van de betreffende ruimtelijke ontwikkeling. De bestaande hoogspanningsverbinding is in het bestemmingsplan onvoldoende in de afweging meegenomen. Verzocht wordt dit alsnog te doen. Beantwoording Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijze is een veldsterkteberekening uitgevoerd waarbij de contour in beeld is gebracht waar het jaargemiddeld magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Uit de resultaten blijkt dat de toekomstige bebouwing buiten de 0,4 microteslazone van de hoogspanningskabel ligt. De afstand tussen de contour die de grens van 0,4 microtesla aangeeft en de toekomstige bebouwing is minimaal 2 meter. De uitkomst van het onderzoek is verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en bijgevoegd als bijlage bij het bestemmingsplan.
13
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
8. Hartman Consultancy namens De Vier zienswijzen I en II en zienswijze De Vier Door Hartman Consultancy zijn in de vorm van twee verschillende brieven (van 23 en 24 november 2022) zienswijzen ingediend. Door De Vier is bij brief van 24 november 2022 zienswijze ingediend. De inhoud van de brieven komt grotendeels overeen. Bij de samenvatting van de zienswijzen en de beantwoording daarvan hebben wij de brieven in samenhang in behandeling genomen en beantwoord. 8.1 Opmerking Appellant begrijpt niet waarom er wordt gekozen voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan nu er recentelijk (2020) al een bestemmingsplan onherroepelijk is geworden waarin wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen ten behoeve voor de verdere ontwikkeling van het plangebied. De motivering in de toelichting om voor een nieuw bestemmingsplan te kiezen is niet deugdelijk. De opgegeven reden, te laag aantal woningen en onvoldoende ruimte voor het uitwisselen van economische functies, overtuigen niet omdat deze knelpunten ook al bestonden ten tijde van de procedure van het vigerende bestemmingsplan Klaprozenbuurt. Beantwoording In het vigerende bestemmingsplan ‘Klaprozenbuurt 2’ zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen per ontwikkeleenheid (een samenstel van een aantal te realiseren bouwblokken).
Bij de toedeling van aantallen woningen en niet-woonfuncties is onvoldoende ruimte gelaten voor het uitwisselen van aantallen woningen en niet-woonfuncties tussen de verschillende bouwblokken (en dus wijzigingsbevoegdheden). Het voortschrijdend inzicht in de beperkingen van de wijzigingsbevoegdheden is met name ontstaan door gesprekken met ontwikkelende partijen over concrete bouwplannen. Er is bij nader inzien te veel uitgegaan van een gereguleerde verdeling van programma over de verschillende bouwblokken. Met het opnieuw opstellen van een bestemmingsplan bestaat de mogelijkheid deze onvolkomenheden te repareren. Bewoners en gebruikers van het plangebied worden als gevolg hiervan niet benadeeld in hun rechtspositie. Het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 heeft grotendeels dezelfde opzet als het wijzigingsplan gehad zou hebben. 8.2 Opmerking Het bedrijf De Vier wordt in het bestemmingsplan wegbestemd. Er zijn bedrijven toegestaan tot maximaal milieucategorie 3.1. Het bedrijf De Vier valt binnen milieucategorie 4.1. Bedrijven uit deze milieucategorie zijn op basis van artikel 3 (Gemengd) niet toegestaan. Door het wegbestemmen komt het bedrijf in een slechtere positie terecht onder bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2. Een onderbouwing voor het wegbestemmen is in het bestemmingsplan niet te vinden.
Appellant is daarnaast van mening dat zijn bedrijf, inclusief milieucategorie 4.1., legaal op de huidige locatie aanwezig is. Dat blijkt uit het vigerende bestemmingsplan alsmede de uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2021:438). Uit r.o. 9.2 van de uitspraak van de Raad van State is bepaald dat in geval van verhuizing of uitkoop de gemeente verplicht is om de verplaatsingskosten c.q. een schadevergoeding aan appellant te betalen. Appellant dreigt door deze handelwijze van de gemeente (planologisch) tussen wal en schip te geraken en dat is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Beantwoording In het vigerende bestemmingsplan ‘Klaprozenbuurt’ (vastgesteld op 16-06-2021), het voordien geldende bestemmingsplan ‘Metaalbewerkerweg en omgeving’ (vastgesteld op 19-06-2013) en het weer voordien geldende ‘Banne Buiksloot, eerste herziening’ (vastgesteld 26-03-2008) had het bedrijf De Vier (en / of het perceel Slijperweg 15) geen bestemming die een bedrijf uit Milieucategorie 4.1 mogelijk maakt. Er is in het 14
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
ontwerp bestemmingsplan Klaprozenweg 2 dan ook geen sprake van het wegbestemmen van het bedrijf De Vier. Dit staat los van de vraag of het bedrijf op de locatie legaal aanwezig is. In het ontwerp bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. Alleen al door de aanwezigheid van bestaande woonfuncties op de aan het bedrijf De Vier grenzende percelen Slijperweg 13, Polijsterweg 9 en Polijsterweg 7 is het niet zonder nader onderzoek mogelijk om een bedrijf uit milieucategorie 4.1 planologisch mogelijk te maken omdat de richtafstanden niet in acht kunnen worden genomen. In rechtsoverweging 9.2 van de tussenuitspraak staat over het niet met een maatbestemming opnemen van De Vier het volgende opgenomen: ‘Gelet op deze toelichting van de raad en de aard van de door de raad gewenste en in het plan vastgelegde ontwikkeling voor het plangebied acht de Afdeling de door de raad gemaakte keuze om in het nieuwe plan een conserverende bedrijfsbestemming aan het perceel toe te kennen niet onredelijk. Gebleken is dat de raad zich richt op verplaatsing van het bedrijf bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van woningbouwontwikkeling. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [appellante sub 2].
Hoewel het bedrijf hiermee nog eens onder het overgangsrecht wordt gebracht, is - anders dan [appellante sub 2] heeft aangevoerd - naar het oordeel van de Afdeling voldoende gemotiveerd waarom dat gerechtvaardigd is. Op grond van het overgangsrecht kan [appellante sub 2] de bedrijfsvoering voortzetten en verplaatsing is (in ieder geval deze keer) voldoende realistisch. De raad heeft voldoende gemotiveerd dat voldoende middelen beschikbaar zijn om bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid te voorzien in vergoeding van de verplaatsingskosten dan wel een schadeloosstelling als het bedrijf moet worden uitgekocht’. In de uitspraak wordt uiteraard nog uitgegaan van het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid. Daarvan is met het opstellen van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 geen sprake meer, maar voor wat betreft de rechtsbescherming en het beschikbaar houden van voldoende middelen voor het verplaatsen dan wel schadeloos stellen van De Vier, is er geen verschil tussen het opstellen van een wijzigingsplan en een geheel nieuw bestemmingsplan. In de onderzoeken naar milieuzones van bedrijven die door de Omgevingsdienst en LBP Sight zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt (1) wordt aangegeven dat aan de hand van een specifiek (akoestisch) onderzoek kan worden uitgevonden in hoeverre De Vier toch via een maatbestemming kan worden ingepast.
In het kader van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt (1) is alleen onderzoek verricht op hoofdlijnen. Op basis van de in dat plan opgenomen wijzigingsvoegdheden was het per definitie nog nodig nader onderzoek uit te voeren als er woningen met een rechtstreekse regeling mogelijk werden gemaakt in de nabijheid van De Vier. In aanloop naar het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2 is meerdere malen aan De Vier verzocht om medewerking te verlenen aan gericht onderzoek naar de representatieve bedrijfssituatie (geur en geluid). Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek zou het bedrijf mogelijk kunnen worden ingepast met een maatbestemming. Eventueel na maatregelen aan de bron of door middel van een maatwerkvoorschrift hogere grenswaarden op basis van het Activiteitenbesluit. Tot op heden is het niet gelukt hierover een (onderzoeks)afspraak te maken. In het vast te stellen bestemmingsplan is rondom het bedrijf De Vier een contour van 100 meter opgenomen waarbij voorwaarden worden gesteld aan in te dienen omgevingsvergunningen. Deze voorwaarden hebben
15
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
betrekking op het moeten voldoen aan normen voor geluid en geur. Ook is het bedrijf De Vier specifiek benoemd in de regels (artikel 3.4.4 onder c.). Op deze manier zijn de bedrijfsmogelijkheden van De Vier geborgd. Uiteraard bestaat er nog steeds bij de gemeente behoefte aan gericht onderzoek aan de hand waarvan specifieker inzichtelijk wordt gemaakt wat de daadwerkelijke milieuhinder is van het bedrijf zodat maatwerk mogelijk is. 8.3 Opmerking Het bepaalde in artikel 3.4.14 (categorieën strijdig gebruik) uit het ontwerp bestemmingsplan is niet van toepassing omdat de onderdelen a t/m d niet op het bedrijf van appellant van toepassing zijn en het bedrijf van appellant bovendien geen "grote lawaaimaker" is. In het ontwerp bestemmingsplan is het perceel van appellant op de verbeelding zichtbaar met de bestemming "Gemengd" terwijl in artikel 3.4.15 staat vermeld dat de vigerende bestemming op het perceel van toepassing blijft. Dat is tegenstrijdig met elkaar. Verzocht wordt de huidige bestemming van het bedrijf, inclusief milieucategorie 4.1 alsnog in het ontwerp bestemmingsplan op te nemen of de verbeelding van het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat het perceel aan de Slijperweg 15 buiten het plangebied komt te liggen zodat het perceel weer onder het vigerende bestemmingsplan (Klaprozenbuurt 1) komt te liggen.
Beantwoording De in dit artikel 3.4.14 opgenomen vormen van strijdig gebruik zijn inderdaad niet van toepassing op de activiteiten van De Vier. In de beantwoording bij opmerking 8.2 is aangeven waarom het bedrijf niet met een categorie 4.1 in het bestemmingsplan kan worden opgenomen. Ook in het bestemmingsplan Klaprozenbuurt (1) heeft het bedrijf geen maatbestemming die een 4.1 bedrijf mogelijk maakt. De voorgestelde aanpassing van de verbeelding, waarbij het perceel buiten het plangebied van bestemmingsplan Klaprozenweg 2 komt te liggen, zal in die zin juridisch geen verschil maken. 8.4Opmerking Appellant wenst het gestelde in par. 5.5.4. van de toelichting uitdrukkelijk te betwisten. Anders dan in de toelichting wordt beweerd, heeft cliënt weldegelijk medewerking willen verlenen aan geluidsonderzoeken. Hij heeft daar echter voorwaarden aan gesteld in de vorm van voorafgaande inhoudelijke uitleg. Aan dat verzoek is door de gemeente meerdere keren, zelfs tot zeer recent, zonder enige onderbouwing, geen gehoor gegeven. Er is duidelijk geworden, gezien de regels van het onderhavige ontwerp, niet ondenkbaar dat door eventuele medewerking aan een geluidsonderzoek, het bedrijf van appellant in een slechtere positie zal komen. Dat is namelijk gebeurd bij een nabijgelegen bakkerij.
Die is door het toestemming te geven voor het uitvoeren van een geluidsonderzoek, uiteindelijk door het verlagen van een milieucategorie planologisch in een slechtere positie terecht gekomen. Als dat bij appellant zou gebeuren, dan heeft dat een direct verband met de hoogte van eventueel uit te betalen verplaatsingskosten of in geval van uitkoop, de hoogte van door de gemeente te betalen schadevergoeding. Ditzelfde geldt in geval van toekomstige verkoop van het bedrijf van appellant.
16
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
Beantwoording Sinds november 2021, gelijktijdig met de start van het voorbereiden van het bestemmingsplan Klaprozenbuurt 2, is regelmatig contact opgenomen met appellant om een afspraak te maken voor onderzoek naar de bedrijfssituatie (geluid, geur, gevaar). Ook is er onderbouwing gegeven waarom dit onderzoek nodig wordt geacht. Door en namens appellant is aangegeven dat onderzoek buiten de inrichting zou moeten volstaan. De gemeente heeft daarbij aangegeven dat een onderzoek buiten de inrichting niet effectief is omdat er dan ook ander omgevingslawaai wordt mee-gemeten en omdat niet te controleren is of er op het moment van meten sprake is van een representatieve bedrijfssituatie. Tijdens periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen (oktober 2022) zijn door appellant vragen gesteld over de opzet van het onderzoek, de normen waaraan wordt getoetst en de kwalificaties van het gekozen onderzoeksbureau. Deze vragen zijn in december 2022 door de gemeente beantwoord. Ten tijde van het opstellen van deze Nota zienswijze is het nog niet gelukt om tot een afspraak te komen over het uit te voeren onderzoek. Bakkerij Kaandorp heeft, ook na het uitgevoerde onderzoek, een maatbestemming gekregen in bestemmingsplan Klaprozenbuurt voor een 3.2 bedrijf.
Deze maatbestemming is dezelfde als voor dit bedrijf was opgenomen in het daarvoor geldende bestemmingsplan ‘Metaalbewerkerweg e.o.’ Het bedrijf wordt juist daardoor niet beperkt in haar bedrijfsvoering. 8.5 Opmerking Doordat in de regels de maximale milieucategorie 3.1 is opgenomen, wordt de toekomstige verkoopbaarheid van het bedrijf negatief beïnvloed en kan er ook negatieve invloed zijn op het bepalen van de verplaatsingskosten c.q. het bedrag dat moet worden betaald bij een eventuele uitkoop van het bedrijf. Naar de mening van appellant is er in geval van een dergelijke negatieve invloed sprake van schending van het gebod van detournement de pouvoir want de gemeente zorgt er, door het wijzigen van de regels, voor dat zij zichzelf in geval van een toekomstige verwerving van het perceel van cliënt zal bevoordelen. Dit vanwege de Wet Voorkeursrecht Gemeenten op het perceel op grond waarvan de gemeente recht van eerste koop heeft. Beantwoording Zoals onder 8.2 is beantwoord heeft de reden van het niet opnemen van het bedrijf als milieucategorie 4.1 te maken met de onverenigbaarheid van een 4.1 bedrijf ten opzichte van bestaande woonfuncties en (tot op heden) het ontbreken van een gericht onderzoek naar de voorwaarden waaronder toch maatwerk mogelijk is. Voor De Vier is, voor zover mogelijk zonder verder onderzoek, maatwerk opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.
Zie hiervoor de beantwoording bij 8.2 en paragraaf 5.6.4 van de toelichting.
17
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
3 Wijzigingen als gevolg van zienswijzen
Zienswijze
Onderwerp
Te wijzigen bij vaststelling bestemmingsplan
4.1 Ad 1, 2, 8, 9 en 10
Vertalen VO bouwplannen op de verbeelding
De verbeelding is overeenkomstig de zienswijze aangepast voor wat betreft de blokken D5, D6 en D8. Het gaat om het aanpassen van bouwhoogtes en bouwdieptes.
4.1 Ad 6
Regels voor supermarkten
Naar aanleiding van de zienswijze is artikel 3.4.8 aangepast. Er is een sub b toegevoegd: ‘er zijn maximaal twee supermarkten toegestaan waarbij per supermarkt een maximum bruto vloeroppervlak van 1.650 m2 geldt’.
5.2
Tuinhuis
De verbeelding is aangepast ter plaatse van blok D12/13 waarbij het tuinhuis is ingepast.
18
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
5.3
Oppervlakte binnentuin en begripsomschrijving incisie
Naar aanleiding van de ingediende zienswijze is het voorgeschreven minimale oppervlak van de tuin of beloopbare groene daktuin aangepast naar 4.500 m2 Ook de begripsomschrijving van incisie is aangepast.
5.4
Maximum oppervlakte per vestiging detailhandel in dagelijkse goederen
Naar aanleiding van de zienswijze is in artikel 3.4.6 onder g. de mogelijkheid opgenomen om binnenplans af te wijken ten behoeve van winkels met een groter oppervlak dan 200 m2 per vestiging.
5.5
Regels voor supermarkten
Naar aanleiding van de zienswijze is artikel 3.4.8 aangepast. Er is een sub b. toegevoegd: ‘er zijn maximaal twee supermarkten toegestaan waarbij per supermarkt een maximum bruto vloeroppervlak van 1.650 m2 geldt’.
6.1
Ligging dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’
Op de verbeelding is de locatie van de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’ aangepast naar aanleiding van de laatste stand van het tracé.
6.2
Aanvullen regels ter bescherming van de gasleiding
Naar aanleiding van de zienswijze zijn artikel 6.3 en 6.5.1 onder g. aangevuld.
6.3
Schrappen woord ‘evenredig’
Naar aanleiding van de zienswijze is het woord ‘evenredig’ geschrapt uit artikel 6.5.3
6.4
Wijzigingsbevoegdheid
Naar aanleiding van de zienswijze is artikel 6.6 aangevuld met een sub c. waardoor schriftelijk advies 19
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
moet worden gevraagd bij het inzetten van de betreffende wijzigingsbevoegdheid. 7.1
Onevenredige benadeling bestaande hoogspanningskabel
Naar aanleiding van de zienswijze is een veldsterkteberekening uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. De toelichting is aangevuld waarbij in paragraaf 5.5 wordt ingegaan op de microteslacontouren.
8
Inpassing De Vier
Naar aanleiding van de zienswijze is paragraaf 5.6.4 van de toelichting is aangepast. Ook zijn de regels en de verbeelding aangepast. In artikel 3.4.4 onder c. is het bedrijf De Vier specifiek benoemd. In artikel 14 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waardoor initiatiefnemers die binnen een zone van 100 meter rondom het bedrijf De Vier nieuwe gevoelige functies willen realiseren dienen aan te tonen dat wordt voldaan aan de opgenomen normen voor geur en geluid. Op de verbeelding is de zone van 100 meter rondom De Vier aangegeven door middel van de aanduiding ‘overige zone – 1’.
20
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Nota zienswijzen
4 Ambtshalve wijzigingen
Onderwerp
Te wijzigen bij vaststelling van het bestemmingsplan
Strijdig gebruik
Aan artikel 3.4.14 is sub e. toegevoegd als gevolg waarvan het opslaan, storten of bergen van materialen, voorwerpen en producten op gronden buiten het bouwvlak niet is toegestaan. Ten behoeve van het behouden van bomen aan de westkant van Blok B is dit blok enkele meters in oostelijke richting verplaatst. Artikel 3.2.4 met een regeling voor bestaande gebouwen is geschrapt. Er wordt volstaan met het overgangsrecht zoals opgenomen in artikel Ten behoeve van het inpassen van de gymzaal is in blok A4 de bouwhoogte van een deel van het bouwvlak verhoogd van 11 naar 16 meter Naar aanleiding van jurisprudentie en een aanpassing van de Aeriustool is het onderzoek naar stikstofdepositie aangepast. Ook de gevolgen van de bouwfase zijn in beeld gebracht. Het onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd. In het ontwerpbestemmingsplan was een regeling opgenomen waarbij kostenverhaal mogelijk was door middel van het opstellen van een exploitatieplan behorende bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. De noodzaak voor deze regeling is komen te vervallen nu kostenverhaal is gedekt door arfpacht en/of antererieure overeenkomst.
Verschuiving Blok B Bestaande gebouwen Bouwhoogte blok A4 Onderzoek stikstofdepositie
Vervallen exploitatiegebied
21