4. Magazine Met Zorg Aangepakt - tien jaar Top600.pdf
Tekst van het document
Met zorg aangepakt
10 jaar met zorg aangepakt
Amsterdam-Amstelland
4
10 jaar Top600
Inhoud
Inhoud Voorwoord
6
Tien jaar met zorg aangepakt
Kerncijfers
8
12
Wij sluiten aan op de straat
De regisseurs
Dat we gezinnen helpen, daarvan ben ik overtuigd
46
50
52
In beeld: Top600-aanpak
Column Sigrid van de Poel
Colofon
56
58
Percentage gescreende Top600-personen door de GGD
Onmenselijkheid met menselijkheid bestrijden
Column Janis Tamsma
14
100 90 80 70
Wat levert de aanpak op? 73%
60
20
70%
71%
De regisseurs
30 20 10 2015
2016
2017
2018
2019
Voor elkaar rennen
De regisseurs
Inzichten van de GGD
25
28
30
De regisseurs
Het uitdagende vak van regie voeren
Wij willen betrokken zijn - het verhaal van de moeders
34
36
JC Zaanstad We willen alle geïnterviewden, column schrijvers, en andere collega’s die een bijdrage aan deze publicatie hebben geleverd, van harte bedanken. Daarnaast bedanken we graag het Kernteam Top600 & Top400 voor hun niet aflatende inzet voor onze aanpak, hun inhoudelijke deskundigheid, creatieve oplossingen en collegialiteit.
70%
22
40
Het magazine ‘Met zorg aangepakt, 10 jaar Top600’ is een uitgave van de gemeente Amsterdam. Tekst Evelien Vos, Daniël Hofstra Tekstcorrecties Francien van Leusden Redactie Daniël Hofstra Fotografie Paul Tolenaar Vormgeving Vorm de Stad, Tom van Veenhuijzen Druk Koninklijke Van der Most Contact secretariaatacv@amsterdam.nl
Dankwoord
56%
50
0
5
10 jaar Top600
47%
60
62
Het positieve pad laten zien
Een volledig beeld van de veelpleger
2020
68 42
Jongeren bereikbaar maken
78
72 Onze kernpartners
82
We waren voornemens om onze zeer gewaardeerde politiecollega Peter Rossen ook te interviewen voor deze publicatie. Hij overleed echter vlak voordat het interview zou worden afgenomen. Peter heeft bijna 10 jaar zijn beste krachten gegeven voor de Top600- & Top400-aanpak. Hij was teamleider/regisseur, lid van het coördinatieteam IPGA, spil naar de IPGAteams, deelnemer aan het programmateam, het ITAT en ITAT Expert. In deze jaren heeft hij ongelofelijk veel betekend: voor onze aanpakken, voor het Actiecentrum Veiligheid en Zorg en voor ons als zeer betrokken, fijn en hartelijk mens. Tot slot willen wij heel graag alle regisseurs, interventieplegers en andere medewerkers die zich elke dag met hart en ziel inzetten voor de aanpak zeer bedanken. Dankzij jullie kunnen we een verschil maken in het leven van de personen op de lijst en een belangrijke bijdrage leveren aan een veiliger regio Amsterdam-Amstelland.
6
10 jaar Top600
Voorwoord: Femke Halsema, burgemeester Amsterdam
Voorwoord Femke Halsema, burgemeester Amsterdam
Stel, iemand heeft een lang strafblad en staat onder reclasseringstoezicht, maar heeft tegelijk schuldhulpverlening, verslavingszorg en inten sieve psychiatrische begeleiding nodig. Of: een jongere is bij politie en justitie in beeld als ‘jonge aanwas’ in de drugscriminaliteit, maar is tegelijkertijd een kind met een jeugdbescher mingsmaatregel, slachtoffer van huiselijk geweld en in begeleiding vanwege zijn licht verstande lijke beperking. Al die problemen versterken elkaar. Als instanties dan hun inzet niet goed op elkaar afstemmen, zijn de afzonderlijke inspan ningen als losse flodders. In de wereld van veiligheid, de zorg en het sociaal domein wordt van oudsher vanuit verschillende visies en mensbeelden gewerkt. Is iemand primair dader van zijn delicten of vooral slachtoffer van zijn problemen? Moet hij worden aangepakt of moet hij vooral zorg krijgen? Dat verschil zie je terug in de taal die gebruikt wordt. Hebben we te maken met een subject, een patiënt of een cliënt? Gelukkig is er de afgelopen jaren over en weer veel geleerd. Daar ben ik trots op. Dat we erin slagen om als het erop aan komt, dus in de meest complexe casuïstiek, over onze eigen organisatiegrenzen heen te kijken en te doen wat nodig is voor de persoon in kwestie.
Vertrouwen in elkaars exper tise, een gedeeld commitment en regie op het geheel aan interventies zijn de sleutels, minder recidive en een beter toekomstperspectief het doel. Daar zijn zowel de samenleving als de betreffende personen zelf bij gebaat. Deze intensieve samenwerking hebben we in onze regio in ruim tien jaar met elkaar opgebouwd. De historie van die samenwerking loopt van ketenunits aan het begin van deze eeuw, via het programmabureau Top600 en de Veiligheidshuizen, naar het Actiecentrum
Veiligheid en Zorg zoals we dat vandaag ken nen. De Top600 is het oudste en bekendste pro gramma dat vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg wordt uitgevoerd. In de afgelopen drie jaar is de Top600 aangepast aan de actuele vei ligheidsproblematiek en zijn nieuwe elementen toegevoegd. Over die geschiedenis en over de lessen die we gaandeweg geleerd hebben, kunt u in dit magazine lezen. Ik wil mijn waardering uitspreken voor alle partners in het netwerk. We zullen onze samenwerking de komende jaren hard nodig hebben. Want we zien hoe de drugscriminaliteit onze wijken en jonge mensen ontwricht. Een verharding van de straatcultuur, wapengebruik en excessief geweld in de openbare ruimte, die grote impact hebben op de veiligheidsbeleving van mensen. Incidenten met personen die ver ward gedrag vertonen en geweld plegen. Voor de meest complexe problematiek op het snijvlak van veiligheid, zorg en sociaal domein zal onze samenwerking nodig blijven. Alleen samen kunnen we een antwoord bieden zoals we dat willen: krachtig en humaan.
10 jaar Top600
7
8
10 jaar Top600
Introductie: Tien jaar met zorg aangepakt
10 jaar Top600
Tien jaar met zorg aangepakt Dit redactionele artikel vormt de basis voor het magazine ‘10 jaar Top600.’ Wat houdt de werkwijze van de Top600 eigenlijk in? Hoe heeft de aanpak zich in de 10 jaar ontwikkeld? En welke belangrijke rol speelt de Top600-aanpak in de strijd tegen het drugsgerelateerde geweld en het afglijden van jongeren? Flora de Groot (hoofd Actiecentrum Veiligheid en Zorg, hierna: AcVZ), Sanneke van Grinsven (programmamanager Top600 & Top400) en Christine van Dijk (projectleider Top600 bij de start en vervolgens programma manager) aan het woord. Een ronde door de Pijp in Amsterdam-Zuid Tien jaar geleden vormde de dodelijke overval op een juwelier het dieptepunt in een periode waarin ‘High Impact Crime’ (HIC) delicten zoals woninginbraken, straatroven met ernstig geweld en zware bedreigingen de regio Amsterdam teisterden. Voor wijlen burgemeester Eberhard van der Laan was daarmee de maat vol. Kort voor de dodelijke overval deed hij samen met een districtschef van de politie een ronde door de Pijp in Amsterdam Zuid. De commissaris vertelde de burgemeester dat hij precies wist wie de plegers van deze delicten waren, maar dat ze er maar niet
Flora de Groot (hoofd AcVZ, links) en Sanneke van Grinsven (programmamanager Top600 & Top400, rechts)
in slaagden om hen structureel aan te pakken. Van Dijk: ‘Het besef ontstond dat veelplegers met complexe problematiek op bijna alle leefgebieden te maken hebben met veel organisaties. Van reclassering tot schuldhulpverlening en van het Openbaar Ministerie (OM) tot jeugdbescherming. Maar dat geen van deze organisaties de taak had om naar de hele situatie van de persoon te kijken, alle betrokken partners om tafel te zetten en te zorgen dat er één gezamenlijk plan van aanpak gemaakt wordt.’ Met alleen strafrecht kom je er niet De Groot: ‘De burgemeester besloot dat zo’n gezamenlijke aanpak nodig was om deze heftige delicten met veel impact voor de slachtoffers terug te dringen. Alleen straffen was niet voldoende om veelplegers met complexe levens op het rechte pad te krijgen - maar uitsluitend inzetten op zorg of hulpverlening ook niet. Een intensieve samenwerking tussen de organisaties uit de werelden van veiligheid, zorg en sociaal domein werd daarom gezien als een voorwaarde om tot een goede combinatie van straffen en perspectief bieden te komen.’ Samen met het OM en de politie kwam Van der Laan in 2011 tot de Top600-aanpak: een integrale persoonsgerichte aanpak gericht op personen die meermaals veroordeeld zijn voor
HIC-delicten. De Top600-aanpak heeft al tien jaar dezelfde doelstellingen: het terugdringen van recidive, het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende persoon (en daarmee het beschermen van de samenleving) en het voorkomen van afglijden in de criminaliteit van minderjarige broertjes, zusjes en kinderen van de personen in regie. Belang van integrale samenwerking Het AcVZ voert de Top600-aanpak uit (sinds 2015, toen het programmabureau Top600 is opgegaan in het AcVZ, red.) en is inmiddels een samenwerkingsverband van meer dan veertig netwerkpartners. Al in de eerste jaren bleek dat de aanpak resultaten opleverde: een jaar na instroom op de Top600-lijst halveerde de recidive voor ongeveer de helft. In de jaren die volgden, en waarin nieuwe veelplegers instroomden, bleef dit het beeld. ‘Voor een belangrijk deel was dit te danken aan de grote en vaak extra inzet van alle betrokken netwerkpartners. Het streven naar integrale samenwerking vroeg veel van alle partners, maar leverde ook veel op’, zo vertelt Van Dijk. Integraal en persoonsgericht Tien jaar later is integraal persoonsgericht werken nog steeds het uitgangspunt. De Groot:
‘Integraal werken gaat verder dan samenwerken. Bij integraal samenwerken stel je de persoon om wie het gaat en zijn of haar situatie centraal en vanuit daar bekijk je met elkaar wat iedereen kan betekenen. Dat is in elke situatie iets anders. Soms is het nodig dat iemand meer doet dan in zijn of haar functieomschrijving staat en soms betekent het juist dat een professional een onderdeel van zijn of haar taak beter aan een andere partij over kan laten of even moet wachten met het uitvoeren van zijn taak. Partners kijken dus voorbij het eigen (organisatie)belang en werken samen aan het gemeenschappelijke doel.’ Regie Een belangrijk kernpunt van de integrale persoonsgerichte aanpak is dat op drie niveaus regie wordt gevoerd: bestuurlijk (door de Stuurgroep Veiligheid en Zorg, met de burgemeester van Amsterdam als voorzitter, red.), op het programma en op de persoon. Alle personen op de Top600-lijst krijgen een eigen regisseur toegewezen vanuit 14 kernpartners: van de politie, het OM en reclasseringsorganisaties tot gemeentelijke organisaties zoals de GGD, de directie Openbare Orde en Veiligheid en de directie Werk, Participatie en Inkomen. De regisseur overziet de inzet van alle bij de persoon betrokken partijen, verbindt dit in één
9
10
10 jaar Top600
plan van aanpak en stemt alle interventies op elkaar af. Het plan van aanpak is - behalve op straf en begrenzing (lik op stuk) - gericht op het verbeteren van iemands leven. Bijvoorbeeld op inkomen en positieve dagbesteding, opleiding of woonsituatie, therapie of begeleiding. Het AcVZ ondersteunt de regisseurs hierin. Zo volgen alle regisseurs een programma voor vakontwikkeling (gericht op kennis en competenties, red.), en kunnen zij er terecht met vragen over privacy en het inzetten van specifieke interventies. Ook kunnen ze er de casus escaleren als ze vastlopen. Van Grinsven: ‘De Top600 is een groep actieve veelplegers met complexe problematiek, zoals een omgeving met veel risicofactoren, vaak een verstandelijke beperking, verslavingsproblematiek en/of psychiatrische klachten. Dit maakt de problematiek heel taai en betekent dat een lange adem nodig is. Maar ook dat de regisseurs te maken hebben met veel ingewikkelde procedures en financieringsstromen. Waar nodig ondersteunen we ze vanuit het AcVZ hierbij.’ Focus Naast regie is focus een belangrijk kernpunt van de Top600-aanpak. Dit omdat uit onderzoek blijkt dat door focus op bepaalde plegers of delicten de kans op een positief effect het grootst is.
Gezamenlijk hebben de partners criteria vastgesteld, gericht op aanhoudingen door de politie en veroordelingen door de rechtbank, die bepalen wanneer iemand op de Top600-lijst komt en die bepalen wanneer iemand uitstroomt. De personen op de lijst hebben de focus. Daarnaast hebben de partners bij de start van de aanpak een convenant opgesteld waarin de samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd, en deze zijn recent geactualiseerd in een gegevensregeling die hangt onder het algemeen convenant van het AcVZ. Dit maakt het uitwisselen van informatie en intensiever samenwerken mogelijk. Van Grinsven: ‘Mensen vragen regelmatig of wij extra bevoegdheden hebben, dat is niet zo. We hebben wel meer gezamenlijke aandacht voor een persoon, een hele goede informatiepositie en maken daardoor optimaal gebruik van de wettelijke bevoegdheden en kaders die de partners hebben.’
Introductie: Tien jaar met zorg aangepakt
Systeemfouten oplossen Een derde kernpunt van de Top600-aanpak is de monitoring. Dit doet het AcVZ zodat ze kunnen sturen op de overkoepelende doelen van de aanpak, maar ook op het niveau van de persoon. Door de persoon en problematiek centraal te stellen, stuiten regisseurs en andere professionals eerder op zogenaamde ‘systeemfouten’: procedures, regels, wetten en afspraken die in de praktijk anders uitpakken en tot knelpunten leiden. Wanneer regisseurs en professionals deze knelpunten in verschillende casussen signaleren, kijken de netwerkpartners van het AcVZ vervolgens samen naar een oplossing. De Groot: ‘Dan moet je bijvoorbeeld denken aan wetgeving met een negatief neveneffect in de praktijk, het ontbreken van actuele informatie voor de rechter op een zitting of een verstandelijk beperkt persoon wiens schulden bij het CJIB torenhoog oplopen omdat hij de regels niet kent of begrijpt. Om op persoonsniveau naar oplossingen voor schulden te kijken heeft de Top600-aanpak een samenwerking met het CJIB opgezet.’ Eerder ingrijpen: Top400 In de eerste jaren van de aanpak ontstond bij de netwerkpartners een steeds beter beeld van de personen die op de lijst kwamen. In de Top600 bleken veel ‘verharde’ jongens te zitten, die gebaat zouden zijn geweest bij eerder ingrijpen. In 2015 is daarom de Top400-aanpak opgericht.
De Top400 is integrale persoonsgerichte regie voor jongeren van 12 tot en met 23 jaar die al meermaals door de politie zijn aangehouden en bij wie uit zorgsignalen blijkt dat het niet goed gaat. Er is dan bijvoorbeeld sprake van schoolverzuim of huiselijk geweld. De Top600 en Top400 zijn nauw met elkaar verweven. Meer inzet op drugscriminaliteit Een belangrijke meerwaarde van de Top600aanpak is, naast de afname van de recidive, dat netwerkpartners door hun betrokkenheid bij complexe casussen, trends binnen de doelgroep en in de omgeving van de doelgroep eerder signaleren. Van Grinsven: ‘We zagen het effect van de toenemende drugscriminaliteit in de regio, maar ook in onze doelgroep. Jongeren die onder invloed van zwaardere criminelen werden meegezogen. Alle netwerkpartners zagen dit in hun eigen caseload en voelden de urgentie om in te grijpen.’
10 jaar Top600
Eind 2018 besloten de partners van de Top600, ook op verzoek van burgemeester Halsema, daarom de instroomcriteria uit te breiden met drugs- en geweldsdelicten (DG-delicten, red.), waaronder (vuur)wapenbezit. Dit gold ook als belangrijke maatregel binnen het programma WMWW, gericht op het terugdringen van drugshandel. De Groot: ‘Al die jongeren die zich bezighielden met drugs, maar geen HIC-delicten pleegden, ontsprongen zo de dans van de Top600 en dát wilden we niet!’ Een kleine drie jaar later is het nog te vroeg om uitspraken te doen over de effecten van deze uitbreiding op het terugdringen van het drugsgerelateerde geweld in de stad. Wel ziet de Top600aanpak in 2020 al een recidivevermindering op de drugs- en geweldsdelicten en een recidivevermindering op de groep personen die op basis van de drugs- en geweldsincidenten instromen. Nieuwe doelgroep en nieuwe interventies Uit recent onderzoek van de politie waarin de HIC-instromers en de DG-instromers zijn vergeleken, blijkt dat zij vrijwel dezelfde complexe achtergrond en antecedenten hebben. Van Grinsven: ‘Je kan dus stellen dat de Top600aanpak in zekere zin al goed op de nieuwe doelgroep aansluit, maar dat we ook op zoek moeten naar andersoortige interventies om de drugsproblematiek aan te pakken.’ De Top600 draagt onder andere bij aan de nieuwe interventies die vanuit WMWW worden opgezet.
Eén van die interventies is het netwerk van zogenaamde credible messengers dat wordt opgebouwd. De Groot: ‘Credible messengers zijn mensen die deze moeilijk bereikbare jongeren - want ze zijn vaak wantrouwend en zorgmijdend - weten te ‘raken.’ Mensen die geworteld zijn in de wijken, de problematiek begrijpen en soms van dichtbij hetzelfde hebben meegemaakt. Zij hebben de meeste kans om tot kwetsbare jongeren (en hun omgeving) door te dringen, zodat zij met hen aan de slag kunnen. Binnen de Top600 worden deze credible messengers op verschillende manieren ingezet. Aanscherpen van de vakontwikkeling voor regisseurs Een belangrijk kenmerk van drugscriminaliteit is dat het zich veel meer onder de radar afspeelt dan HIC-delicten. Het is voor de regisseurs veel moeilijker om zicht te krijgen op de activiteiten van de persoon en zijn of haar netwerk. ‘Om deze
reden is vanuit het AcVZ de vakontwikkeling voor de regisseurs aangevuld,’ vertelt Van Grinsven. ‘Op welke signalen moet je als regisseur bijvoorbeeld alert zijn? Welke informatie kun je halen bij partners uit de wijk?’ Daarnaast vragen de geweldsincidenten die te maken hebben met het toenemende wapenbezit om nieuwe vaardigheden voor regisseurs. Van Grinsven: ‘Wat kunnen de redenen zijn van wapenbezit? Hoe kunnen zij of een van de andere betrokken organisaties het best in gesprek gaan met personen die (mogelijk) een wapen dragen? Hoe kunnen zij hun eigen veiligheid bewaken? Dat is helaas steeds belangrijker tegenwoordig en hier proberen we de regisseurs en andere professionals beter op toe te rusten.’ 2022 en verder: drugs, wapens en context gericht werken Drugsgeweld, wapenproblematiek en drillrapgerelateerd geweld zijn, naast de bestaande focus op HIC-delicten, de komende jaren belangrijke thema’s voor de Top600. Daarnaast zet de Top400 nog meer in op preventie. De Groot: ‘We zijn verder ook van plan om te kijken hoe we het persoonsgericht werken kunnen uitbreiden naar meer contextgericht werken.
Wat is de negatieve invloed van het netwerk rondom een persoon en hoe kunnen we dit doorbreken? Maar ook: komt deze persoon vaak op een specifieke locatie met andere personen die in verband worden gebracht met criminaliteit? Dus meer werken vanuit de vraag op welke manieren we het netwerk waarin iemand zit kunnen verzwakken. Uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het programma WMWW weten we dat bovenregionale drugsnetwerken een enorme invloed op wijkniveau hebben. Dit betekent dat we de wijk meer centraal stellen en binnen die wijk personen, locaties, bedrijven en gezinnen in kaart brengen die allemaal een rol spelen in de drugsnetwerken en invloed hebben op de lokale samenleving.’ Om in te blijven spelen op het dynamische veiligheidsvraagstuk blijft het AcVZ de komende jaren continu de aanpakken verder ontwikkelen en zorgen voor verbinding tussen de werelden van straf, zorg en sociaal domein. De Groot: ‘De actuele problematiek van (drugs)criminaliteit en geweld is groot en vraagt om een grootschalig en langdurig in te zetten palet aan maatregelen en programma’s - en binnen dit palet zien we de Top600 als essentieel onderdeel.’
11
12
Cijfers: Om wie gaat het?
10 jaar Top600
13
10 jaar Top600
Kerncijfers sinds de start
Kerncijfers op dit moment
(periode 1 oktober 2012 – 1 april 2021)
(peilmoment 1 april 2021)
aantal aantal personen personen
Figuur 596 1 Aantal personen 604 140
140 120
578
604
596
525
578
Instroom
525
461
449
120 100
461
449
501
Uitstroom Instroom Totaal op de lijst Uitstroom
501
Totaal op de lijst
100 80 80 60
Vanaf 2015 tot april 2019 is een daling van het aantal personen op de Top600-lijst te zien. Iedereen die aan de Top600-criteria voldoet stroomt in principe in de aanpak, dus aannemelijk is dat deze daling samen hangt met de dalende trend van het aantal HIC-delicten in de stad en de rest van Nederland het afgelopen decennium.
Toelichting woonplaats 38 33
18
54
76
60 40
14
40 20
Vanaf juli 2019 is het aantal personen in de aanpak gestabiliseerd. Dit komt o.a. door de invoering van de Drugs- en Geweld-criteria (DG-criteria). In 2020 en 2021 zijn er wel minder personen in de aanpak gestroomd, vermoedelijk als gevolg van de corona-maat regelen waardoor er in algemene zin minder personen zijn aangehouden en veroordeeld voor HIC- en DG-delicten.
20 0
0 okt. apr. okt. apr okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. jul. okt. okt. apr. okt. apr. okt. apr2014 okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. 2019 jul. okt. okt. apr. 2013 2015 2016 2017 2018 2021 2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2021
In totaal hebben 248 personen een verblijfadres in Amsterdam, waarvan er 30 in een instelling wonen. Daarnaast staan 53 personen ingeschreven op een briefadres in Amsterdam, waarvan een aanzienlijk deel in stadsdeel Oost. Van de overige personen hebben 9 een adres in een Amstelland-gemeente en 44 buiten de regio. 58 personen staan ingeschreven op hun detentielocatie en van 89 personen is geen adres bekend in het systeem (maar bijvoorbeeld wel bij de regisseur).
4
3
46 4
1
Jongste 15 jaar
0
Gemiddelde 27 jaar
1
leeftijd leeftijd in jaren in jaren
Figuur 2 Leeftijd 30 28 30 26 28 24 26 22 24 20 22 18 20 16 18
% minderjarigen 25,1 25,1
8%
8%
8%
8%
8%
8%
7% 7%
8%
8%
8%
9%
7% 7% 5%
5%
5%
5%
5%
5%
6% 6%
12 14 10
26,7
Totaal % minderjarigen
28,2
26,7
Totaal
4% 4%
5% 3% 3%
5%
6% 5% 6% 5%
7%
7% 6%
7%
7% 6%
Door de jaren heen is een lichte toename te zien van de gemiddelde leeftijd van de personen in de aanpak tot april 2019.
Daarna volgt een daling en stijgt het percentage minderjarigen licht. Deze verschuiving is grotendeels toe te schrijven aan de invoering van de DG-criteria in 2019 die gericht is op een jongere doelgroep (tot 30 jaar). In 2021 is de gemiddelde leeftijd 27 jaar. Ongeveer driekwart is jonger dan 30 jaar en een klein deel minderjarig (6%).
9%
8%
14 16 10 12
28,2
apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. jul. okt. apr. okt. apr. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. okt. apr. 2019 jul. okt. apr. okt. 2021 apr. 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2020 2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2 jaar en 10 maanden
34% - 37% 156
HIC
372 74%
112 22% 17
3% Gemiddelde duur op lijst bij uitstroom
Personen doorstroom Top400 naar Top600
1650
1149
Totaal op de lijst sinds de start
Uitgestroomd
Oudste 70 jaar
Gedetineerd aan het einde van het jaar
1%
99%
Geslacht
Drugs & Geweld
501 Huidige Top600
14
10 jaar Top600
Professionals: Aan het woord
10 jaar Top600
Onmenselijkheid met menselijkheid bestrijden
Minchenu Maduro en Erik Jongman. Beiden hebben ze sinds de oprichting van de Top600 ontelbare regisseurs en partners getraind en vele jongeren gecoacht. Elkaar hebben ze maar een paar keer ontmoet, ‘maar in gedachten zijn we vaak bij elkaar.’ Na een brassa (omhelzing, red.) van Maduro, beginnen ze te praten over hoe zij met de jongeren van de Top600 omgaan en waarom, en zijn ze niet meer te stoppen. De enige stilte valt als Maduro het over de achtergrond van de jongeren heeft: ‘Het emotioneert me als ik denk aan de onmogelijke situaties waarin we samen met hen een lichtpuntje proberen te vinden.’ Minchenu Maduro en Erik Jongman
15
16
10 jaar Top600
Professionals: Aan het woord
Jongman: ‘Wij doen verschillende dingen, jij gebruikt je creativiteit en ik ben van het praten, maar in de basis doen we hetzelfde. We gebruiken onszelf als instrument om bij deze jongeren binnen te komen.’ Maduro: ‘In opleidingen gaat het nog steeds over “professioneel gedrag”, maar dat werkt bij deze jongeren niet. We moeten ons juist kwetsbaar opstellen. Ik ben diabetes patiënt en dat weten die jongens bijvoorbeeld. Ik geef het aan als ik een slechte dag heb en dan vertrouw ik erop dat ze daar zorgvuldig mee omgaan. Of toen mijn oma overleden was en mijn emoties hoog zaten, dat vertelde ik toen ook. Voor veel hulpverleners gaat dat te ver, maar voor mij werkt het. Alleen zo kan ik vertrouwen opbouwen. Deze jongeren zien het gelijk als je niet echt bent, ze zijn streetwise, op straat leren ze de ander te lezen.’ Jongman: ‘Toen ik dertig jaar geleden in het veld begon (bij Harreveld, red.) was het ook common sense dat je in relatie tot je cliënt neutraal moest blijven en geen emoties mocht tonen. Tegelijkertijd merkte ik dat jongens op de groep me steeds meer als een soort oudere broer of vader begonnen te zien. Toen heb ik besloten: ik ga niet mee met de norm. Ik wil wat het beste is voor hen en dat is wel mijn emoties tonen. Echt zijn en laten zien dat ik om ze geef, maar hen niet met mijn emoties belasten. Ik zeg bijvoorbeeld nooit dat ik teleurgesteld ben in iemand.
Als ik bepaalde verwachtingen heb, is dat mijn probleem.’
Minchenu Maduro is pedagoog, spreker en trainer. Ze werkt al ruim twintig jaar met gedetineerden en ex-gedetineerden. Voor de Top600 verzorgt zij diverse trainingen gericht op persoonlijke en professionele ontwikkeling voor zowel professionals als personen binnen de Top600-aanpak.
Maduro: ‘Vind je dat nooit lastig? Bepalen wat je wel of niet van iemand kan verwachten? Ik heb weleens gehad dat ik een jongere overvraagd heb. Dat ik te snel ging met nieuw gedrag voorstellen, dat diegene dat eigenlijk voor mij deed, maar nog niet connected was met zichzelf. Sowieso is nieuw gedrag lastig, laatst zei een cliënt tegen me: “Ik kan niet meer terug naar mijn oude ik, ik voel alle emoties.” Voor hem was het heel eng om dat te realiseren. Hoe moet hij daarmee omgaan in de gevangenis waarin kwetsbaarheid als zwak wordt gezien? Ik denk ook weleens na of ik mijn cliënten niet overvraag. Veel van de jongens zijn heel rap van tong en talig, maar dat wil niet zeggen dat ze alles begrijpen. In mijn sessies met de jongeren probeer ik voldoende veiligheid te creëren, dat ze mij durven te vragen: “Wat bedoel je daarmee?” Het is heel belangrijk om frustratie te voorkomen.’
10 jaar Top600
17
Jongman: ‘Ja, wij vragen ons af wat zij aankunnen en andersom maken zij ook een inschatting van wat wij aankunnen. Of we sterk genoeg zijn om bepaalde informatie te handelen. Soms spreek ik jongens die al een jaar in therapie zijn en die hun psycholoog niet verteld hebben dat ze mishandeld zijn.’ Maduro: ‘Ja, dat soort situaties ken ik ook. Dat ik met een jongen, die ik al lang ken, in de auto zit en dat hij strak uit het raam kijkt en opeens zegt: “Minchenu, ik ga je nu iets vertellen en daar mag je nooit meer iets over vragen.”’ Jongman: ‘Voordat ze je in vertrouwen nemen, kijken ze, kan die persoon het aan, maar ook: wat heeft diegene mij te bieden? Bij jou voelen ze dat je een bepaalde levenswijsheid hebt. Ik ben in dat opzicht strategisch, als ik bij de ander een tekort zie, profileer ik een bepaald stuk van mezelf meer. Dan vertel ik dat ik relaties vroeger wel ingewikkeld vond. Verliefd zijn, een eerste stap zetten, hoe ik aan het stuntelen was. Niemand bespreekt dat met hen, al hun vrienden scheppen op. Eerst doen ze alsof ze me niet horen, maar na een tijdje komt de ene vraag na de andere. Hoe deed je dat dan? En dat? Soms denk ik, netwerkpartners zouden deze jongen nu moeten zien!’ Maduro: ‘Ik denk dat de Top600-aanpak wel heeft geholpen daarin.
Netwerkpartners hebben wel een genuanceerder beeld van deze jongeren gekregen.’ Jongman: ‘Ja en doordat ze een genuanceerder beeld hebben, gaan ze misschien anders met hen om. Daar doe ik het allemaal voor, het enige dat me echt interesseert zijn de cliënten. Voor hen doe ik mijn best om een goede samenwerking met partners op te zetten, omdat die jongeren er baat bij hebben als de partners mij of een andere therapeut op het juiste moment bellen. En als het contact op een overleg met een partner niet goed is, merkt zo’n jongere dat gelijk; “Jij vindt hem ook een lul hè?” Dat moet je niet hebben.’ Maduro: ‘Nee, we willen juist het vertrouwen vergroten. Dat de jongeren denken: eigenlijk moet ik de politie haten, maar dat ze, door hoe wij met hen samenwerken, beginnen te twijfelen. Doordat we meer samenwerken, merk ik dat ik vaker denk: nee, tot hier is mijn stuk en nu is het tijd voor iemand anders. Mijn missie is groter dan ik. We doen het samen! Het kan ook alleen sa-
Jongman behandelt al ongeveer 30 jaar jongvolwassenen met gedragspro blemen uit multiprobleemgezinnen. Voor de Top600 behandelt hij perso nen en denkt mee met de visie van behandeling en de invulling daarvan. Ook geeft hij advies en training aan verschillende professionals.
18
10 jaar Top600
men, het is onmogelijk om alleen een beweging op gang te houden.’ Jongman: ‘Er is echt iets veranderd in de stad sinds het initiatief van Van der Laan.’ Maduro: ‘Ja, netwerkpartners bellen ons ook eerder. Die zien dat onze inzet werkt.’ Jongman: ‘De laatste tijd positioneer ik me nog duidelijker op overleggen. Dan zeg ik: “Ik weet dat jullie deze jongen een rotzak vinden. Ik hoor het en ik begrijp jullie, maar mag ik ook zijn goede kant, zijn kwetsbare kant zien? Mag ik mijn rol nemen?” Dan ontstaat er meestal wel ruimte.’ Maduro: ‘Het is zo belangrijk dat die ruimte er is. Dat we investeren in die jongeren, ze niet gewoon opsluiten. Het lijkt alsof de Top600 één doelgroep is, maar het zijn heel verschillende jongeren. De enige overeenkomst is dat hun achtergrond complex is. De ellende waar ze zich uit vechten… armoede, geweld, misbruik, verwaarlozing. Het emotioneert me als ik denk aan de onmogelijke situaties waarin we samen met hen een lichtpuntje proberen te vinden. Het lukt niet altijd en soms alleen heel even, maar ook een kort lichtpuntje is waardevol. Weer verbinding maken met het menselijke, nadat ze een onmenselijke daad hebben gepleegd. Dat geeft hen hoop.’ Jongman: ‘Wij proberen voorbij wat ze gedaan hebben te kijken, niet te oordelen, geduld te hebben en te zien wie iemand echt is. Soms hebben jongeren dat nog nooit meegemaakt.
Voor hen is het doodeng: nu zie je mij en wat ga je daarmee doen?’ Maduro: ‘Dan bellen ze elkaar soms om navraag te doen over me: “Ee, dit klopt niet man!” En dan zegt die ander: “Nee jongen, zo is zij gewoon!”’
Professionals: Aan het woord
Jongman: ‘Ja en het zijn heel vaak jongeren die de pech hebben de meest kwetsbare uit het gezin te zijn hè? In de Top600 zit een aantal intelligente, manipulatieve types, maar veel meer jongeren hebben een relatief laag IQ, kunnen zich niet goed concentreren, zijn impulsiever. Op school gaan ze achter lopen en uitvallen, ouders weten niet hoe ze met hen om moeten gaan... op straat kunnen ze met hun impulsieve en agressieve gedrag wel indruk maken.’ Maduro: ‘Ja, daar krijgen ze een bijnaam en zijn ze iemand. Het lijkt wel alsof ze steeds jonger worden. Ik ken de cijfers niet, maar ik denk dat het wel iets te maken heeft met wat ze via social media zien. De heftigheid die ze via hun scherm tot zich krijgen is genormaliseerd. Daaronder blijven emoties een grote rol spelen. Veel van die jongeren hebben geen idee hoe ze daarmee om moeten gaan. Die exploderen bij het minste. Als je vraagt: “Waar ben je dan boos over?” Dan is het: “Hij heeft iets over mijn moeder gezegd op Tiktok.” We moeten hen veel eerder in het vizier krijgen. Dat vind ik nu frustrerend, we komen vaak als het al te laat is.’ Jongman: ‘Daar werk ik nu aan in Amsterdam Zuidoost. Een netwerk van partners waarmee we de gezinnen van kwetsbare jongeren eerder bereiken. Dat we per gezin kijken, wie de meeste kans heeft om bij het gezin binnen te komen.
Om daar zonder protocol op de bank te zitten om het over de jongere te hebben en mee te denken met de ouders. Als we hen eerder ondersteunen loopt het minder uit de hand. We moeten meer focussen op de ouders.’ Maduro: ‘Ja en dat maakt het duurzaam. Ons weten ze vaak ook na jaren weer te vinden, maar hun ouders blijven hun ouders. Dat blijft altijd.’
10 jaar Top600
“Wij proberen voorbij wat ze gedaan hebben te kijken, niet te oordelen, geduld te hebben en te zien wie iemand echt is. Soms hebben jongeren dat nog nooit meegemaakt. Voor hen is het doodeng: nu zie je mij en wat ga je daarmee doen?”
19
20
10 jaar Top600
Column Janis Tamsma (Hoofd Operatiën, Politie Eenheid Amsterdam)
Column: Janis Tamsma
10 jaar Top600
21
Door de aanpak komt hij telkens een stapje dichterbij Een jongen met posttraumatische stressstoornis, die op straat leeft door een moeilijke verstandhouding met zijn moeder en strafbare feiten pleegt om te kunnen overleven. En het idee heeft dat dit het enige is wat hij kan. Dit voorbeeld onderstreept voor mij het belang van de Top600. Wij hebben als politie, o.a. samen met de gemeente, in dit soort gevallen een belangrijke opgave te vervullen. Met de Top600-aanpak wordt zo’n jongen niet alleen gecorrigeerd maar worden ook mogelijkheden geboden. Door bijvoorbeeld het inzetten op een uitkering in combinatie met werk en hulp bij het vinden van een verblijfplaats. We hebben een maatschappelijke belofte waar te maken om bescherming en zorg te bieden aan kwetsbare personen. We willen daders begrenzen, (herhaald) slachtofferschap voorkomen en High Impact Crime, excessief geweld en drugscriminaliteit terugdringen. De integrale persoonsgerichte aanpak speelt hierbij een belangrijke rol en de afgelopen 10 jaar hebben we gezien dat de aanpak zijn vruchten afwerpt. Persoonsgericht werken in plaats van incidentgericht werken, werkt. Het is complexe problematiek, waarbij het rendement niet altijd direct zichtbaar is.
Zo zal die jongen die ik zojuist noemde misschien niet meteen ophouden met het plegen van strafbare feiten, maar door de aanpak zie je na een tijd dat hij telkens een stapje dichterbij komt en hulp ook accepteert. Langzaam zie je recidivevermindering en daadwerkelijk een gedragsverandering. En uiteindelijk komt hij niet meer dagelijks bij ons in beeld en krijgt hij zijn leven weer op de rit. In die 10 jaar Top600 hebben we zeker ook lessen geleerd. De aanpak was oorspronkelijk alleen gericht op het tegengaan van High Impact Crime maar is in de loop der tijd, ingegeven door maatschappelijke ontwikkelingen, verder uitgebreid. We hebben gekeken hoe we processen kunnen verbeteren als het gaat om samenwerking en afstemming binnen de politie en met partners. Laat onverlet dat wij met elkaar moeten blijven waken voor versplintering. Eén team, één doel. Niet alleen in acute situaties maar ook bij vroegsignalering. Waarbij we elkaar weten te vinden en elke partner haar verantwoordelijkheden kent en bijdrage levert. Om ons aandeel in deze belangrijke opgave nog beter te vervullen en een betrouwbare samenwerkingspartner te blijven, bouwt de Eenheid Amsterdam nu aan een duurzame organisatiestructuur en werkwijze. Klinkt wat technisch maar waar het om gaat is dat alle zorg en veiligheid facetten zoveel mogelijk op lokaal niveau worden ingebed.
Hiermee zorgen wij ervoor dat de politiecollega’s in de basisteams nog dichter op de problematiek en casuïstiek zitten en snel kunnen handelen. Daarbij maken wij gebruik van zorg en veiligheid-regisseurs. Dit zijn toegewijde professionals met de nodige kennis en expertise binnen het domein Zorg en Veiligheid en die fungeren als spin in ’t web. Op deze manier zijn alle politiemedewerkers, alle afdelingen, op elk niveau samen met partners nog meer verbonden in overlappende netwerken waarin we met elkaar de goede dingen goed doen, nu en in de toekomst. Zodat wij jongeren, zoals die kwetsbare jongen uit mijn voorbeeld, perspectief kunnen blijven bieden.
22
10 jaar Top600
Cijfers: Wat levert de aanpak op?
Wat levert de aanpak op? Na tien jaar Top600 rijst onherroepelijk de vraag: wat levert de aanpak op? Wat betekent zij voor de Top600-personen en voor de veiligheid in de stad?
De drie doelstellingen 1. Het terugdringen van recidive (met name HIC en DG) 2. Het verbeteren van het toekomstperspectief van de betreffende persoon (en daarmee het beschermen van de samenleving) 3. Het voorkomen van afglijden van minderjarige broertjes en zusjes (en kinderen van de personen in regie zelf) in de criminaliteit
Verbeteren toekomstperspectief Hieronder staan een aantal voorbeelden van interventies, waarvan het AcVZ de resultaten de afgelopen jaren inzichtelijk maakte. Meer voorbeelden, verdieping en duiding zijn te vinden in de jaarlijkse (effect)monitoren van het AcVZ.
Elk jaar is er een recidivedaling zichtbaar van personen die op dat moment nog op de lijst staan (figuur 3). Vanaf 2014 schommelt de totale recidivedaling tussen de 30 en 50 procent.
Figuur 3: Afname totale recidive huidige Top600-lijst
100
100
90
90
80
80
70
70
60
60
Ook bij de personen die zijn uitgestroomd uit de aanpak blijft de recidive na uitstroom constant laag, met een constante daling van rond de 60 procent (figuur 5).
40
48%
46%
46%
30
41%
45%
40
43%
20
90
10
10
80
0
60
49%
50 40 30
45%
48%
2019
2020
41%
41%
20
34%
31%
2016
2017
10 0
2014
2015
2018
Figuur 4: Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar 2,5
Voor regie
Na regie
2015
2016
2017
2018
50%
52%
2016
2017
65%
63%
2019
2020
56%
30
20
70
62%
50
100
2,3
In figuur 4 is te zien dat de Top600-personen in de twee jaar vóór de start van de aanpak gemiddeld meer dan twee keer per jaar gedagvaard zijn, oftewel met een zaak voor de rechter moesten komen. Al snel nadat deze personen in de aanpak opgenomen worden, daalt dit naar gemiddeld iets meer dan één dagvaarding per jaar.
Percentage positief afgeronde reclasseringstoezichten
Percentage opgelegde bijzondere voorwaarden
50
Terugdringen van recidive Het AcVZ berekent de recidive door van alle personen in de aanpak de gepleegde misdrijven (dagvaardingen door het OM) vóór de start van de aanpak te vergelijken met de gepleegde misdrijven (ten minste een jaar) ná de start van de aanpak. Hieronder volgt een samenvatting van de recidivemetingen van 2014 tot en met 2020 (van personen die nog op de lijst staan en van personen die reeds zijn uitgestroomd). Uitgebreide metingen en analyses, inclusief duiding van alle cijfers en kanttekeningen bij de recidivemeting, zijn te vinden in de jaarlijkse (effect)monitoren en in de raadsbrief Meerjarige resultaten Top600 en Top400.
23
10 jaar Top600
2019
0
2020
Maatwerk in bijzondere voorwaarden Het door de rechter opleggen van bijzondere voorwaarden is een belangrijke stok achter de deur bij het Top600- plan van aanpak. Waar in het begin van de aanpak (mei 2011) het aandeel bijzondere voorwaarden nog 29% was, is dit na extra inzet hierop jaarlijks uitgegroeid naar percentages tussen de 41% en 53%. In vergelijking met niet Top600-personen, krijgen Top600-personen vaker bijzondere voorwaarden opgelegd.
2015
2018
Positief afgeronde reclasseringstoezichten De inzet van reclasseringstoezicht is een belangrijk instrument voor de combinatie van straf en zorg. Sinds de start van de aanpak varieert het aandeel positief afgesloten reclasseringstoezichten tussen de 50% en 65%.
2,1
2,0
De daling in het aantal gedagvaarde zaken is het sterkst in het eerste jaar na start van de regie
1,5
1,0
100 90
2 jaar
1 jaar
1,3
1,3
1,1
1 jaar
2 jaar
3 jaar
1,1
4 jaar
1,1
5 jaar
Figuur 5: Afname totale recidive uitstroom Top600
70
60 50 40
59%
30 20 10 0
2014
2015
2016
2017
2018
2019
56% 47%
58%
2015
36%
2016 2015
2016
2017
2018
2019
2020
0
20
40
68%
38%
60
80
100
120
60%
57%
39%
Achteruitgang
30
0 59%
40%
Vooruitgang
70%
40
10 59%
70%
71%
50
20
58%
73%
60
90 70
55%
2014
80
100 80
Ontwikkeling op de totaalscore van de Zelfredzaamheid-Matrix
Percentage gescreende Top600-personen door de GGD
2020
Screeningen GGD voor inzicht in problematiek In de periode 2015 t/m 2020 was aan het einde van elk jaar 47% tot 73% van de personen, die op dat moment op de Top600-lijst stonden, gescreend. In 2020 was het percentage gescreende Top600-personen, mede als gevolg van de coronapandemie, een stuk lager dan de jaren ervoor.
Zelfredzaamheid en verbetering op leefgebieden De verbetering op verschillende leefgebieden van personen in de Top600 wordt gemeten aan de hand van de Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM). Uit analyses uitgevoerd in 2014, 2015 en 2016 is te zien dat het percentage Top600-personen dat een vooruitgang liet zien op de ZRM-totaalscore tussen de 55% en 68% varieerde.
24
10 jaar Top600
Toeleiding naar werk of opleiding 100 90 80 70 60 50 40
43%
38%
30
34%
20
38% 30%
30%
2018
2019
Cijfers: Wat levert de aanpak op?
Voorkomen van afglijden van broertjes, zusjes en minderjarige kinderen Het PIT begeleidt actief minderjarige broertjes, zusjes en kinderen van Top600-personen (vanaf 8 jaar). De effectiviteit van de PIT aanpak is aangetoond in onderzoek waar significante afname van grensoverschrijdend en agressief gedrag na 6 en 12 maanden werd aangetoond bij 70-80% van de kinderen.
10 0
2015
2016
2017
2020
Toeleiding naar opleiding, werk en inkomen Voor de personen in de Top600 en Top400 is er het speciaal daartoe ingerichte Interventieteam van Werk, Participatie en Inkomen (WPI), dat zich bezighoudt met werk, inkomen, dagbesteding en schulden. In de periode 2015 tot en met 2020 zijn er voor de Top600-personen per jaar tussen de 30% en 43% van de begeleidings trajecten van WPI positief afgesloten. Vooruitgang op de situatie na detentie in vergelijking met de situatie voor detentie (periode 2017-2020)
Van Zonneveld (2019). Early Intervention in children at high risk of future criminal behaviour, indications form neuro cognitive and neuroaffective mechanisms, 90-107. https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/ item%3A2980576/view
10 jaar Top600
Voor elkaar rennen Nigel (25) meldt zich op dinsdagochtend om tien uur bij Reclassering Nederland op de Wibautstraat in Amsterdam. Omdat zijn oud-regisseurs vanuit de William Schrikker Stichting1 Kim en Alexandra veel voor hem hebben gedaan, wil hij als laatste gunst richting hen wel vertellen over zijn ervaringen met de aanpak. Nigel is net vrij, staat nog op de Top600lijst en heeft de dag ervoor gereageerd op een woning in Rotterdam. In Amsterdam Zuidoost kent hij iedereen, hij wil rust. Kim: ‘Weet je nog dat we jaren geleden samen naar Lunteren reden en zaten te tellen? Tussen je twaalfde en negentiende had je al op dertien plekken gewoond!’ De namen Nigel en Bob zijn gefingeerd
Zor g
1 - 8%
8 - 18%
6 - 7%
7 - 12%
ng esti isv Hu
wijs -be ID
Dagb e s ted ing
4 - 8%
uld Sch
7 - 16%
Inko me n
Detentie: een impactmoment In de periode 2017 tot en met 2020 is elk jaar op alle leefgebieden (zorg, schulden, dagbesteding, huisvesting, werk en inkomen en ID-bewijs) een vooruitgang te zien op de situatie direct na detentie in vergelijking met de situatie voorafgaand aan detentie. Over het algemeen genomen varieert de toename tussen de 1%- en 18%-punt. Het programma Detentie en Terugkeer zet hier met de Penitentiaire Inrichtingen op in. Procentpunt is het absolute verschil tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Wanneer bijvoorbeeld 90% een ID-bewijs heeft voor en 95% na detentie, dan is er een toename van 5%-punt.
25
1
De William Schrikker Stichting biedt jeugdbescherming en jeugdreclassering voor jongeren met een verstandelijke beperking.
26
10 jaar Top600
Professionals: In actie
Nigel was zestien toen hij op de Top600-lijst kwam. Na, in Nigels woorden, ‘een beetje een moeizame jeugd, van instelling, naar instelling, naar instelling.’ Hij zat voor drie maanden vast, Nigel weet niet meer waarvoor. Alexandra: ‘Het moeten High Impact Crimes geweest zijn.’ Kim: ‘Het waren meerdere dingen; woninginbraak, straatroof en scooterdiefstal.’
Alexandra: ‘Hoe kwam het dat Kim jou zo goed kende, denk je?’
Nigel merkte pas dat hij op de Top600-lijst stond toen hij een ISD-maatregel kreeg (plaatsing in een inrichting bestemd voor veelplegers gebeurt op basis van de maatregel Inrichting Stelselmatige Daders, red.): ‘Toen wilden allemaal mensen opeens betrokken zijn in mijn zaak, in mijn leven. Ik moest praten met die en die over dit, dat. Ik kreeg een regisseur van de politie, Bob, maar daar wilde ik natuurlijk niet mee praten.’
Kim: ‘Ik ging soms voor je door het vuur, maar ik was ook wel duidelijk toch?’
Kim: ‘O ja, dat was geen regisseur maar een contactpersoon vanuit de Integrale Persoonsgerichte Aanpak van de politie (IPGA, red.). In het begin was alles nog meer met elkaar verweven. Ik werkte vanuit de jeugdreclassering al met jou en ik werd toen jouw regisseur vanuit de Top600aanpak. Uiteindelijk heb je wel met Bob gepraat, toch?’ Nigel: ‘Ja, toen iedereen wilde praten, viel het kwartje dat ik in de Top600 zat. Maar toen dacht ik: zo werkt het niet. Iedereen wil mijn verhaal en informatie, maar wat doen ze daarmee?’ Alexandra: ‘Ja, ondanks dat de regisseur het aanspreekpunt is, wilde de politie tóch ook graag contact en wilde Werk, Participatie en Inkomen (WPI) toch óók graag een keer met je zitten. Je was daar heel duidelijk in, vanaf het begin. Alleen als je weet wat je eraan hebt, wil je een gesprek. In de zeven jaar dat ik je ken, ben je steeds rustiger geworden en weet je beter wat je wel en niet wil.’ Nigel: ‘Het was wel een geluk dat ik Kim had. Kim heeft vanaf het begin heel veel voor me gedaan. Die is voor me door het vuur gegaan. Als er een woongroep was waar ik graag naar toe wou of zo, en die was vanaf vijfentwintig jaar en ik was drieëntwintig dan deed zij echt haar best. Dan wist ik daarna: nu moet ik zorgen dat ik het niet verpest en dat ik hier kan blijven.
Zij weet wat mijn bedoeling is en wat mijn intenties zijn en dat kan ze goed zeggen bij dat soort instellingen.’
Nigel: ‘Met Kim had ik het soms ook over niet zakelijke dingen. Dan gingen we even wandelen, vijf of tien minuten en hadden we het over heel andere dingen. Soms een beetje over de toekomst. Zo vind ik dat de band sterker is geworden.’
Nigel: ‘Jazeker! Duidelijk, duidelijk. Jullie alle twee. Ik wist het wanneer het geen geintje was. Dan maakten jullie je zin af met letterlijk een punt erachter. En als ik het dan toch verpestte, dan was het: “Ik heb je gewaarschuwd, kijk wat ervan is gekomen.” Als ik vastzat bijvoorbeeld. Maar dan zeiden jullie ook: “Zie het als een tweede kans, denk erover na.” Als een soort coach meer.’ Alexandra: ‘Ik vind ook dat je volwassener bent geworden.’ Kim: ‘Vind ik ook, weet je nog hoe je vroeger op zo’n gesprek als dit zat?’ Nigel: ‘Ja, ja.. Zo achterover, met mijn pet op. En “ja, ja, ja” zeggen, maar eigenlijk was het “nee”. Ja, ik ben gewoon ouder geworden.’ Kim: ‘Maar is het alleen ouder worden of heb je ook zelf dingen veranderd?’ Nigel: ‘Ik denk mijn denkwijze. Hoe ik dingen kan bereiken bij mensen die ik niet ken. Eerst goed nadenken, een normaal gesprek voeren, kijken of je een klik hebt.’ Alexandra: ‘De laatste maanden dat je vastzat hebben we het ook over werk gehad hè. Die sociale kant van jou is echt een kracht en je bent heel verantwoordelijk.’ Kim: ‘En je hebt echt een leiderschapskwaliteit, die heb je soms negatief ingezet, maar ook positief. Weet je nog die sportlessen die je in De Koppeling (instelling voor Jeugdzorgplus, een vorm van gesloten jeugdhulp, red.) hebt gegeven? Mensen gaan echt voor jou.’
27
10 jaar Top600
Alexandra: ‘Die kwaliteiten heb je ons laten zien door de jaren. Dankzij de aanpak konden wij bij jou betrokken blijven. Je ontwikkeling zien en jou die laten inzien. Je bent niet alleen je dossier. Je kunt veel en je werkt overal aan mee!’ Nigel: ‘Anders kan ik toch niet vooruit gaan?’
we een persoon eindelijk zo ver hebben om mee te werken aan een traject, maar dat we het niet meteen kunnen regelen. Dit kan tot wantrouwen bij de persoon leiden: zie je wel, ze doen toch niks, waarom zou ik mij dan openstellen? Dan ben je ze weer kwijt.’ Nigel: ‘Ja, en daar wil ik wel bij zeggen: mijn beleving is anders, ik heb jullie. Jullie rennen voor mij.’
Alexandra: ‘Maar dat is toch goed?’ Nigel: ‘Vind je?’ Alexandra: ‘Jij denkt na over je leven en waar je naar toe wil.’ Nigel: ‘Ja, ja, ja… Maar ik zeg eerlijk, we hadden het over werk, maar ik ben buiten gekomen en alles kwijtgeraakt. Ik ben nu op zoek naar een huis. Gister heb ik gereageerd op een woning in Rotterdam. Amsterdam Zuidoost is te druk, overal waar ik loop ken ik mensen.’ Kim: ‘Weet je nog dat we jaren geleden samen naar Lunteren reden en zaten te tellen? Tussen je twaalfde en negentiende had je al op dertien plekken gewoond! Het klinkt als een goed plan; eerst de basis op orde. Een huis, rust en dan werk als volgende stap.’ Nigel: ‘Ja, dat is trouwens wel een advies dat ik heb aan de aanpak, mag dat? Ik denk dat er nog meer voor jongeren gedaan kan worden. Heel veel mensen krijgen niet de hulp die ik van jullie heb gekregen. Die kunnen nog sterker geholpen worden, met een huis, financiën, psychische problemen, weet ik veel. Het zijn normale mensen die ook gewoon normale hulp nodig hebben. Sommige mensen die ik ken, zitten al zes jaar in de aanpak en zijn nog steeds op dezelfde plek of maar één stap vooruit. Bijvoorbeeld in hun denkwijze. Maar dat zijn niet genoeg stappen om sterk voor zichzelf te staan.’ Alexandra: ‘Ja, het is een lastige situatie.
We kunnen niet van iemand verwachten dat hij naar school gaat, werkt én zijn taakstraf doet, als hij geen vaste woonplek heeft. Het is heel moeilijk om een woonplek te regelen. Soms is er nog net iets meer nodig dan de aanpak nu kan bieden. Voor sommige mensen die op de Top600-lijst staan, overleggen we veel en bereiken we relatief weinig. De bezuinigingen en wachtlijsten in het zorg- en veiligheidsdomein zijn echt een groot obstakel momenteel. Hierdoor komt het soms voor dat
Alexandra: ‘Ja, maar wacht, wij rennen voor jou omdat we zien dat je mee rent! Er zijn ook jongens die niets willen hè?’ Nigel: ‘Ja oké, ik ren mee dus. Dat is een tip die ik weer aan de jongens geef: Kijk hoever je samen met een regisseur kunt gaan, maar als je ziet dat het niet werkt, als die klik er niet is, verzamel argumenten en vraag een ander persoon. Het gaat niet alleen om zakelijk, het gaat om jou.’ Kim: ‘Goed advies. En hoe zie jij jouw Top600 toekomst eigenlijk? Hoop je dat je snel uit de aanpak bent?’ Nigel: ‘Tuurlijk, tuurlijk. Het gevoel van zelfstandigheid komt dan nog wat meer naar boven denk ik. Dan kan ik niet meer om hulp vragen, dan moet ik dingen met het UWV of zo zelf uitvogelen. Ik denk dat ik dat straks wel kan. Ik ben vorige week nog helemaal vanuit de Bijlmer op mijn scooter naar West gegaan om daar een brief en een kopie van mijn ID te brengen. Komt goed.’ Kim en Alexandra zijn nu beiden werkzaam voor Reclassering Nederland.
“Die kwaliteiten heb je ons laten zien door de jaren. Dankzij de aanpak konden wij bij jou betrokken blijven. Je ontwikkeling zien en jou die laten inzien. Je bent niet alleen je dossier. Je kunt veel en je werkt overal aan mee!”
28
10 jaar Top600
Gezichten van de aanpak: De regisseurs
“Het mooie van de Top600aanpak vind ik het out-of-the box denken. Geen één idee is gek en er wordt altijd met je meegedacht.” Eleonora (regisseur vanuit Leger des Heils)
10 jaar Top600
‘Op een positieve manier perspectief bieden aan jongeren die het moeilijker hebben. Dat doel had ik altijd voor ogen - en dat is gelukt op de manier hoe ik nu mijn werk als regisseur invul. Iets extra’s doen, de straat op, het verschil betekenen voor sommige jongens en echt het één op één contact. Dat is mijn manier van werken en past goed bij mij. Voor verandering zorgen, dat is mijn drijfveer en ik krijg van Top600- en Top400personen en netwerkpartners vaak terug dat dat lukt. Tuurlijk, niet met iedereen. Sommige jongens willen niks met de overheid te maken hebben. Dat is hun goed recht, maar dan voer ik regie gericht op repressie en onderhoud ik veel contact met netwerkpartners. Ik stel mijzelf altijd de vraag: wat werkt goed voor deze persoon? Daar pas ik vervolgens mijn manier van regie voeren op aan.’
“Iets extra’s doen, de straat op, het verschil betekenen voor sommige jongens en echt het één op één contact. Dat is mijn manier van werken en past goed bij mij.” Yassine (regisseur vanuit directie Openbare Orde en Veiligheid, gemeente Amsterdam)
‘Harmonie vind ik belangrijk in mijn werk. Samen problemen oplossen, samen informatie bundelen en samen afspraken maken. Met de personen zelf zoek ik die harmonie ook altijd op. Contact maken en houden. Er voor iemand zijn. Als het nodig is kan ik tegelijkertijd heel direct en confronterend zijn. Het mooie van de Top600-aanpak vind ik het out-of-the box denken. Geen één idee is gek en er wordt altijd met je meegedacht. Ik krijg een trots gevoel als ik zie dat personen uit mijn caseload uitstromen. Dan denk ik: ja, we hebben met z’n allen toch voor gedragsverandering gezorgd! Met een goed gevoel laten we de persoon dan los.’
29
30
10 jaar Top600
5 inzichten van de GGD
10 jaar Top600
1. Meer dan de helft van de Top600-personen functioneert op het niveau van een licht verstandelijke beperking Een jaar na de start van de aanpak bleek dat het percentage Top600-personen dat op het niveau van een licht verstandelijke beperking (LVB) functioneerde, hoger was dan verwacht. ‘Het duurde even voordat we dit goed in beeld kregen,’ aldus onderzoeker Menno Segeren. ‘Veel personen zijn verbaal sterk en spreken in volzinnen, maar een aantal van hen bleek moeite te hebben met het uitvoeren van dagelijkse dingen. Administratie bijhouden, rekeningen betalen, ergens op tijd komen, dat soort dingen. Het hoge percentage heeft ons echt verrast.’
Christel Grimbergen (psychiater GGD) en Menno Segeren (onderzoeker GGD)
Vijf inzichten van de GGD De GGD Amsterdam (hierna: GGD) speelde tijdens de oprichting van de Top600-aanpak een belangrijke rol in het opzetten van het ‘zorgdeel.’ Hoe ging het eigenlijk met de personen die op de lijst kwamen? Welke psychische en sociale ondersteuning was nodig? Om daar goed zicht op te krijgen, ontwikkelde de GGD een screeningsinstrument dat zij in de loop van de jaren steeds verder verfijnde. In tien jaar tijd stelde de GGD op basis van de screening vele behandel- en bejegeningsadviezen op, kwam zij tot adviezen over het zorgaanbod én tot ideeën voor verder onderzoek. De belangrijkste inzichten uit het onderzoek en hun betekenis voor de aanpak zetten we hier op een rij.
De GGD paste haar screeningsinstrument aan om LVB beter in beeld te krijgen (zie kader, red.). Voor zorgpartijen was dit één van de inzichten die een enorme impuls heeft gegeven aan het ontwikkelen van forensisch ambulant aanbod, aldus psychiater Christel Grimbergen. ‘Iedereen kwam met aanpassingen in hun zorgaanbod voor de groep, daarvoor wist niemand goed wat ze met hen aan moesten en werden ze vaak snel weer uitgeschreven, bijvoorbeeld omdat ze niet op afspraken verschenen.’ Levvel (een fusie van De Bascule en Spirit, red.), De Waag en Arkin richtten nieuwe teams op. Levvel startte met De Forensische Formatie, De Waag begon een Topzorg Team en Arkin ontwikkelde Forensisch Ambulante Zorg.
2. Onderscheiden van Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) is belangrijk Voor zo’n vijfentwintig tot veertig procent van de Top600-personen die op LVB-niveau functioneert, is het aannemelijk dat zij NAH hebben, aldus Grimbergen. Dit kan onder andere door geweld, ongelukken, fysieke sporten als kickboksen en middelengebruik veroorzaakt zijn. ‘Typerend voor mensen met NAH is dat zij een gebrekkig probleeminzicht hebben, faalervaringen met eerdere hulpverlening en problemen in het executief functioneren (dit zijn de doe-processen in het brein, die ervoor zorgen dat de mens gedrag bewust kan sturen, red.). We denken dat het heel belangrijk is om deze doelgroep te kunnen onderscheiden, omdat zij gebaat lijkt bij een ander type zorgaanbod. Bij
31
Grimbergen: ‘De zorg is veel outreachender geworden. Dat past veel beter bij deze doelgroep waarvoor de drempel om naar instanties toe te gaan hoog is en vaak sprake is van zorgmijdend gedrag. Bovendien kan het personeel in die gespecialiseerde teams beter getraind worden en krijgt zij snel meer ervaring met deze specifieke doelgroep. Overigens is er nog steeds een tekort aan verblijfplaatsen voor mensen die op LVBniveau functioneren en een gedragsstoornis hebben die bijvoorbeeld tot heel agressief gedrag kan leiden. Die mensen worden nu bij GGZinstellingen geplaatst, maar eigenlijk horen zij daar niet thuis. Dat is een aandachtspunt.’ De GGD spreekt ‘van functioneren op LVBniveau’, omdat zij niet onderzoekt wat de oorzaak is van een afwijkend IQ. Segeren: ‘Sommige Top600-personen scoren laag op de SCIL-test die wij afnemen, maar dat kan bijvoorbeeld ook door een verstoorde schoolloopbaan, faalangst, invloed van drugs of Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) komen.’ Op dit moment onderzoekt de GGD of het mogelijk is om verschillende groepen die functioneren op LVB-niveau, uit te splitsen. Grimbergen: ‘Het liefst zouden we de mensen die op LVB-niveau functioneren, maar die wél de potentie van een gemiddeld IQ hebben, eruit kunnen pikken. Hen zouden we dan bijvoorbeeld in de gevangenis kunnen laten bijspijkeren.’
iemand met agressieproblemen na hersenletsel, heeft cognitieve gedragstherapie bijvoorbeeld niet zoveel zin.’ Op dit vlak is de GGD samen met De Waag, het VUMc en Vesalius, gespecialiseerd in neuropsychiatrische diagnostiek, aan het pionieren. Grimbergen: ‘Om te beginnen is het nodig dat hulpverleners NAH kunnen herkennen en diagnosticeren. Daarvoor heeft de GGD een NAH-screeningsinstrument (KAP NAH, red.) ontworpen dat we aan het valideren zijn. Verder hebben we met de andere partijen gewerkt aan een handreiking voor behandelaars over de oorzaken en gevolgen van NAH in de forensische setting. En uiteindelijk zullen we tot een nieuw behandelaanbod moeten komen. Heel belangrijk en interessant!’
32
10 jaar Top600
5 inzichten van de GGD
3. Ongeveer negen van de tien Top600personen heeft psychiatrische klachten, waaronder persoonlijkheidsproblematiek, verslaving en NAH Grimbergen: ‘Dit percentage toont aan dat met veel mensen op de Top600-lijst echt wat aan de hand is, maar het is niet per se een verklaring voor crimineel gedrag. Voor de meeste stoornissen is op groepsniveau ook niet aangetoond dat een behandeling bijdraagt aan de afname van criminele daden. De enige stoornis waar na behandeling wel een significante daling in crimineel gedrag te zien is, is verslaving. Als je geen geld hebt om je middelengebruik te financieren, is de kans groot dat je weer gaat plegen. Het behandelen van een verslaving is daarom het meest lonend.’ Tegelijkertijd is verslaving heel lastig te behan-
delen, legt Segeren uit: ‘In veel gevallen, onder jongvolwassenen zo’n veertig procent, gaat het om een cannabisverslaving, die al lang speelt en die mensen zelf niet als een probleem zien. Ze zijn daardoor niet gemotiveerd om af te kicken.’
4. Een hoog percentage van de Top600personen heeft zelfredzaamheidsproblemen op meerdere levensdomeinen Uit de screening van de GGD blijkt dat bij Top600-personen, gemiddeld op 6,5 van de elf leefdomeinen iets speelt. Segeren: ‘Dit inzicht legt een basis onder het integraal kijken dat de netwerkpartners vanuit de Top600-aanpak nastreven. Het betekent dat Top600-personen vrijwel allemaal te kampen hebben met situaties van meervoudige problematiek en je de problemen niet kunt oplossen door maar op één domein in te zetten. Het heeft geen zin om alleen iets aan een verslaving te gaan doen, als iemand daarnaast acute problemen op het gebied van
inkomen en huisvesting heeft. Je moet de context betrekken en actief aan regisseurs doorgeven dat ze ook begeleiding moeten optuigen voor de andere domeinen die slecht gaan.’
5. Een hoog percentage van de Top600personen maakt al in de vroege jeugd traumatische levensgebeurtenissen mee Dit inzicht wordt door verschillende onderzoeken onderbouwd. Uit het eerste onderzoek naar Top600-personen (In de nesten, GGD Amsterdam, 2014 red.) bleek ruim driekwart van de eerste lichting van Top600-personen een lange geschiedenis in de Amsterdamse jeugdzorg en jeugdreclassering te hebben. Segeren: ‘Dit betekent niet dat partners in de jeugdzorg hun werk niet goed hebben gedaan, want er is natuurlijk ook een groep mensen die in hun jeugd met reclassering te maken hebben gehad die als volwassene geen crimineel gedrag vertoont. Dit percentage laat vooral zien, dat we in de Top600 echt de moeilijkste, kwetsbaarste groep te pakken hebben.’
Het in 2020 verschenen promotieonderzoek van Segeren naar onder andere Adverse Childhood Experiences (ACEs) laat hetzelfde beeld zien. ACEs zijn tien risicofactoren die in iemands jeugd aanwezig kunnen zijn; van fysieke en emotionele mishandeling en verwaarlozing tot een verslaafd gezinslid of een gezinslid in de gevangenis. Internationaal wordt deze set van risicofactoren gebruikt om te voorspellen van welke psychische en fysieke problemen kinderen later last kunnen krijgen.