CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. H-buurt Midden_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘H-buurt Midden’ (VN2024-007555)30.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

16 alinea's met “luchtkwaliteit”: 45 657 659 662 663 667 668 670 673 674 676 681 682 688 696 777

Bestemmingsplan H-Buurt Midden

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan H-buurt Midden

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.T2101BPSTD-VG01

Datum print

17 Mei 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

7 Inleiding

9

Aanleiding Bevoegdheden Leeswijzer

9 10 10

Plankader

11

Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Geschiedenis van het plangebied Beschrijving van het plangebied Eerdere besluitvorming

11 11 11 14 15 17

Beleidskader

19

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

19 21 24 25

Hoofdstuk 4

Het ruimtelijk kader

39

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Uitgangspunten Bouwen Programma Verkeer en parkeren Openbare ruimte

39 42 44 46 46

Hoofdstuk 5

M.e.r. / mer-beoordelingsplicht

49

Hoofdstuk 6

Verkeer en parkeren

51

Algemeen Beleid en regelgeving Bereikbaarheid Parkeren en verkeersaantrekkende werking

51 51 55 57

Geluid

65

Algemeen Beleid en regelgeving Plangebied Conclusie

65 65 68 70

Luchtkwaliteit

73

Algemeen Beleid en regelgeving Conclusie

73 73 77

Bodem

79

1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 Hoofdstuk 9

Gemeente Amsterdam

blz. 4

9.1 9.2 9.3 9.4

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie

79 79 80 81

Cultuurhistorie en archeologie

83

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie

83 83 85 85

Duurzaamheid

87

Algemeen Beleid en regelgeving Duurzaamheid plangebied Conclusie

87 87 91 91

Hoofdstuk 12

Externe veiligheid

93

12.1 12.2 12.3 12.4

Algemeen Beleid en regelgeving Plangebied Conclusie

93 93 96 98

Hoofdstuk 13

Hoogbouwaspecten

99

13.1 13.2 13.3

Beleid en regelgeving Resultaten onderzoek Conclusie

99 102 103

Hoofdstuk 14

Luchthavenindelingsbesluit

105

Hoofdstuk 15

Milieuhinder bedrijvigheid

107

Beleid en regelgeving Plangebied - resultaten onderzoeken Conclusie

107 107 111

Hoofdstuk 16

Natuur en Landschap

113

16.1 16.2 16.3 16.4 16.5

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Hoofdgroenstructuur Conclusie

113 113 114 118 119

Water

121

Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie

121 121 125 128

Juridische planbeschrijving

129

Algemeen Artikelgewijze toelichting

129 129

Economische uitvoerbaarheid

133

Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 10.4 Hoofdstuk 11 11.1 11.2 11.3 11.4

15.1 15.2 15.3

Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3 17.4 Hoofdstuk 18 18.1 18.2 Hoofdstuk 19

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 5

19.1 19.2 Hoofdstuk 20 20.1 20.2 20.3

Kostenverhaal Eigendom grond

133 133

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

135

Participatie Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Zienswijzen

135 137 137

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 7

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de plek van de parkeergarages Hakfort en Huigenbos en het voormalige crechegebouw aan Bullewijkpad 51 in de H-buurt komt een nieuwe woonbuurt: de H-buurt (midden) waar maximaal 500 woningen gerealiseerd worden. Ook komen hier werkplekken, voorzieningen en een huis voor de wijk. Garage Huigenbos is in 2018 al gesloopt. Op die plek is in 2019 een tijdelijk trapveldje gemaakt, een tijdelijk kunstwerk om op te spelen geplaatst en een tijdelijke moestuin aangelegd. Garage Hakfort wordt waarschijnlijk in 2024 gesloopt. Amsterdam heeft behoefte aan (veel) woningen. Binnen de ring A10 is daar niet veel ruimte meer voor. De gemeente Amsterdam bouwt daarom vooral woningen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost/Ouder-Amstel. De H-buurt Midden is één van de plekken waar nog woningen kunnen worden gebouwd. De nieuwe gebouwen komen op de plek van de parkeergarages Hakfort en Huigenbos en Bullewijkpad 51. In het nieuwe plan komt een mix van verschillende soorten woningen. De woningen worden in verschillende bouwmassa's gebouwd. In de plint van de bebouwing, grenzend aan het Bullewijkpad en het (reeds aanwezige) plein komen maatschappelijke- en commerciële voorzieningen en werkplekken. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. 1.1.1

Omgevingswet

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, lid 2, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht van toepassing op een bestemmingsplan, waarvan het ontwerp voor 1 januari 2024 ter inzage heeft gelegen. Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 14 september 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Dat betekent dat alle wet- en regelgeving, welke voor 1 januari 2024 gold, nog van toepassing is op dit bestemmingsplan. 1.1.2

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Voorliggend bestemmingsplan moet worden gezien als een onderdeel van deze categorie. Op grond van artikel 4.30 van de Invoeringswet Omgevingswet verandert hier (met de invoering van de Omgevingswet) niets aan.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

1.2

Bevoegdheden

Het plangebied is niet aangewezen als grootstedelijk gebied. De voorbereiding, het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan en het vrijgeven van het voorontwerp, is de bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeelcommissie Zuidoost. Het voorontwerp is ter kennisname naar het Algemeen Bestuur gestuurd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt, na advies van de Stadsdeelcommissie Zuidoost, vrij gegeven voor ter inzage legging en de gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast.

1.3

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 20 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van het plangebied als ook de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. Hoofdstuk 4 beschrijft het te realiseren plan. In hoofdstuk 5 tot en met 17 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 18 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 19 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 20 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).

Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlagen bij de toelichting en regels gevoegd.

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt direct ten zuiden van de Karspeldreef op nog geen 150 meter afstand van metrostation Bullewijk. Het plangebied H-midden wordt aan de noordkant begrensd door de Karspeldreef, aan de oostkant door de Huntumdreef, aan de westkant door Heesterveld, metrohalte Bullewijk en Amstel III en aan de zuidkant door de flats Hakfort en Huigenbos. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 6,4 hectare. De grond is in eigendom van de gemeente.

Ligging en begrenzing plangebied

2.2

Doelstelling

Gelet op de huidige wet- en regelgeving is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat voorziet in een goede eigentijdse planologische en juridische regeling voor het gebied. De gewenste herontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan maakt de gewenste nieuwbouw mogelijk.

2.3

Geldend planologisch kader

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: bestemmingsplan Restgebieden Zuidoost; bestemmingsplan Grote H-buurt / Holendrecht; bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders; bestemmingsplan Drijvende bouwwerken; bestemmingsplan Darkstores. Bestemmingsplan Restgebieden Zuidoost Het geldende bestemmingsplan 'Restgebieden Zuidoost' is op 15 maart 2015 vastgesteld. De gronden hebben de bestemmingen 'verkeer-1' (openbare ruimte), 'verkeer – 2' (parkeergarages), 'groen', 'maatschappelijk – 1' en 'bedrijf' (autowasstraat en nutsvoorziening). De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Op grond van het geldende bestemmingsplan zijn naast parkeergarages, de volgende oppervlakten aan functies toegestaan: 600 m2 aan maatschappelijke voorzieningen; circa 6.000 m2 aan gemengde functies, waarvan 120 m2 aan een belwinkel. Omdat in de regels niet Gemeente Amsterdam

blz. 12

bepaald is dat de gemengde functie alleen op de begane grond gerealiseerd mogen worden, en de maximaal toegestane bouwhoogte hier 10 meter is, is er ruim 6.000 m2 aan gemengde functies mogelijk; 200 m2 aan een wasstraat en 200 m2 aan nutsvoorzieningen.

Uitsnede bestemmingsplan 'Restgebieden Zuidoost' (bron: Investeringsnota H-midden) Bestemmingsplan Grote H-buurt / Holendrecht Kleine delen van het plangebied vallen binnen het geldende bestemmingsplan 'Grote H-buurt / Holendrecht' dat op 30 mei 2013 is vastgesteld. Het betreft gronden die de bestemming 'groen' en 'verkeer-1' hebben. De realisatie van met name de ontsluiting is strijdig met de bestemming groen. Daarom maken delen van het bestemmingsplan Grote H-buurt/ Holendrecht onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan.

Indicatieve locaties waar bestemmingsplan Grote H-buurt / Holendrecht van toepassing is (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders Het (paraplu-) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is op 7 oktober 2021 vastgesteld door de

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 13

gemeenteraad van Amsterdam. Het bestemmingsplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale KeldersAmsterdam in een juridisch planologisch kader. Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Waar de aanleg van een enkele kelder in de regel geen of nauwelijks effect heeft op het grondwater zal een cumulatie van kelders wel effect hebben. Door de situatie op de Amsterdamse woningmarkt is een (verdere) toename van de aanleg van kelders te verwachten. Voor het grondgebied waar (paraplu-) plan voor geldt de eis van grondwaterneutraliteit voor alle toekomstige kelderaanvragen. Het plan onderscheidt twee zones: gebiedsaanduiding 'overige zone 1' gebiedsaanduiding 'overige zone 2'. In beide zones is het verboden kelders te bouwen, dan wel bestaande kelders te vergroten. Uitsluitend bestaande kelders zijn toegestaan welke legaal gerealiseerd zijn, of waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend. Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt binnen 'overige zone 1'. Binnen deze zone geldt een absoluut verbod op het realiseren van kelders. Er is geen afwijkingsmogelijkheid om onder voorwaarde wel een kelder te realiseren.

In artikel 9.4 van de regels is het verbod voor nieuwe ondergrondse bouwwerken, dan wel het vergroten van bestaande ondergrondse bouwwerken, opgenomen. Daarmee is het parapluplan verwerkt. Bestemmingsplan Drijvende bouwwerken Op 18 september 2019 heeft de gemeenteraad het parapluplan 'Drijvende bouwwerken' vastgesteld. Dit bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van de wetswijzing met de 'Wet Verduidelijking voorschriften woonboten'. Deze wet is het gevolg van een tweetal uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). In deze uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat in een aantal gevallen (woon)boten en bedrijfsvaartuigen beschouwd moeten worden als bouwwerken. Dat was voorheen niet het geval. Op grond van deze uitspraken is de wetgeving op dit punt aangepast. De Wet Verduidelijking voorschriften woonboten is op 1 januari 2018 in werking getreden. Dit bestemmingsplan is van toepassing op de bestemming 'verkeer', waar een bestemmingsplan ligplaatsen voor woonboten en/of bedrijfsvaartuigen mogelijk maakt, en de verschillende bestemmingen 'water'. Omdat beiden niet voorkomen binnen het plangebied, is dit paraplu-plan niet relevant voor voorliggend bestemmingsplan. Bestemmingsplan Darkstores De gemeenteraad heeft op 21 maart 2023 het paraplu-bestemmingsplan 'Darkstores' vastgesteld.

Het plan bevat een verbod op het mogelijk maken van nieuwe darkstores. Nieuwe darkstores zijn alleen mogelijk met een afwijkingsbevoegdheid. Darkstores zijn specifiek op vijf locaties toegestaan. De aangewezen vijf locaties liggen niet binnen het plangebied. Het gebruik als darkstore wordt in voorliggend bestemmingsplan opgenomen als strijdig gebruik. Tevens is de afwijkingsbevoegdheid, voor het onder voorwaarden mogelijk maken van een darkstore, opgenomen.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

2.4

Geschiedenis van het plangebied

Bouw H-buurt De H-buurt is gelegen in de Bijlmer en gebouwd tussen de jaren '60 en '80. Het ontwerp voor de Bijlmer werd geïnspireerd door de functionele stad ideeën van de CIAM, waarbij een strikte scheiding van verkeersstromen, wonen, werken en recreëren een belangrijk rol speelde. Deze scheiding van functies is terug te zien in de stedenbouwkundige opbouw van de H-buurt. Door de hoge dreven en de architectuur uit verschillende perioden, bestaat de buurt uit meerdere subbuurten met ieder haar eigen karakteristiek en opgaven. De Rechte H-buurt, gebouwd in 1968, was de eerste buurt die gebouwd werd volgens de Bijlmerideologie. In een parkachtige omgeving werden acht galerijflats gebouwd, met parkeergarages verbonden door middel van een droogloop. Licht, lucht en ruimte voor arm en rijk was kort samengevat de woon- en leefideologie die centraal stond.

Ligging H-buurt Midden ten opzichte van de Rechte H-buurt (bron: www.google.nl) In 1974, kort na de bouw van de Rechte H-buurt, werden de flats Hakfort en Huigenbos in een vergelijkbare opzet gebouwd. De verkaveling van Hakfort en Huigenbos wijkt echter af van de oorspronkelijk beoogde rechte en orthogonale opzet en is een meer beschut alternatief op de lange haken van de Bijlmermeer. De flats Hakfort en Huigenbos omsluiten fraai ingerichte en deels oudere groenvoorzieningen, die als open binnenhoven vrij zijn gebleven van autoverkeer. In het kader van de vernieuwing van de Bijlmer zijn de flats in de H-buurt en Hakfort/ Huigenbos bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 15

gerenoveerd, waarbij veel aandacht werd besteed aan de veiligheid in en rond de flats. Vernieuwing De vernieuwing van de Bijlmermeer startte in 1992 met de grootscheepse sloop van de hoogbouw en gebiedsontwikkeling in met name de F-buurt, E-buurt, D-buurt, G-buurt en K-buurt. H-midden maakte, met uitzondering van enkele kleine wijzigingen, geen deel uit van de eerste fase van de Bijlmervernieuwing. In 2001 werd voor een verdere vernieuwing het 'Finale Plan van Aanpak' opgesteld. Dat voorzag in de sloop van nog eens 4.000 woningen, bovenop de al gesloopte 2.500 woningen. In het Finale Plan van Aanpak werden de flats Hakfort en Huigenbos wel genoemd. Tegen de mogelijke sloop van resterende hoogbouw kwamen actieve bewonersgroepen in verzet. Dat leidde tot het nagenoeg geheel opknappen van de Hakfort - en Huigenbos flats, waarmee deze weer toekomstbestendig zijn gemaakt. In 2017 heeft de gemeenteraad besloten de garages Huigenbos en Hakfort te slopen. Dat gebeurde met het 'Plan van Aanpak bewonersgarages G/H buurt Amsterdam Zuidoost'. Voorgesteld werd om de vrijgekomen locaties integraal op te pakken in de gebiedsontwikkeling. Garage Huigenbos is vanwege de slechte technische staat al in 2018 gesloopt.

Na de terugval in de woningbouw door de fianciële crisis in de periode 2008 tot 2014, kwam voor de Bijlmer de aandacht voor vernieuwing en toevoeging van woningbouw in 2015 weer op gang.

2.5

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied ligt centraal in de H-buurt tussen de Huntum- en Karspeldreef, de oorpronkelijke Bijlmerflats Hakfort en Huigenbos en de woonbuurt Heesterveld. De Huntum- en Karspeldreef liggen op hoogte (op een talud), de routes voor langzaam verkeer liggen op het maaiveld. De verkeersstromen (auto, fiets en metro) zijn gescheiden van elkaar aangelegd. De metrobaan en dreven liggen verhoogd; het fietsnetwerk loopt kruisingsvrij onder de dreven en metrobaan door. Op loopafstand (150 tot 450 meter) ligt het metrostation Bullewijk. Op circa 800 meter afstand ligt intercitystation Amsterdam Bijlmer Arena. Het plangebied is zowel met het openbaar vervoer als met de auto zeer goed bereikbaar. Centraal in het plangebied, tussen de twee voormalige parkeergarages, ligt een plein dat onder het viaduct van de Karspeldreef door loopt. Het Nelson Mandelapark en winkelcentrum de Amsterdamse Poort liggen op loopafstand (circa 500 meter). Binnen het plangebied zijn de volgende functies aanwezig: parkeergarage Hakfort; verschillende bedrijvigheid in de plint van de garage Hakfort aan het Bullewijkpad; autowasstraat Ray's carwash Hakfort; wat speeltoestellen op het plein tussen de (voormalige) parkeergarages; een snack kraam. In de omgeving zijn verschillende voorzieningen te vinden, zoals basisscholen en sportfaciliteiten.

In Heesterveld zit sinds 2012 een tijdelijke 'creative community' met studenten en creatieve bedrijfjes. In Amstel lll, aan de overzijde van het spoor, wordt een hoogstedelijke wijk ontwikkeld met circa 10.000 woningen (verdeeld in sociaal, middensegment en vrije sector). Het plangebied is omgeven door verschillende groengebieden: het Nelson Mandelapark, de spoorzone, de groengebieden van het noordelijk deel van de H-buurt, het glooiende landschap tussen Hakfort/Huigenbos en het toekomstige park op de Gaasperdammertunnel. Het plangebied zelf mist momenteel een duidelijke groenstructuur. Tussen de flats in de omgeving liggen openbare groene hoven Gemeente Amsterdam

blz. 16

met een speelplaats, maar het groen is gefragmenteerd en niet met elkaar verbonden. Het gebied wordt voor de auto ontsloten via de Karspeldreef. Parkeerplaatsen bevinden zich aan de Karspeldreef en in de straten bij Hakfort/ Huigenbos en Heesterveld. Er is veel ruimte voor langzaam verkeer, met brede routes in een groene setting.

Verkeerssituatie (bron: Investeringsnota H-buurt Midden) In het plangebied is sprake van hoogteverschillen. Het maaiveldniveau in het gebied varieert van 2 meter boven N.A.P. op de dreven tot -2,75 meter onder N.A.P. in het lager gelegen maaiveld.

Beeld vanaf de Karspeldreef op garage Hakfort en de carwash (bron: www.google.nl)

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 17

Beeld vanaf de Huntumdreef op het plangebied (bron: www.google.nl)

Plein tussen de (voormalige) parkeergarages vanaf de Hakfort (bron: www.google.nl)

Garage Hakfort (bron: www.google.nl)

2.6

Eerdere besluitvorming

1. Plan van Aanpak bewonersgarages G/H buurt Amsterdam Zuidoost. Op 20 december 2017 besloot Gemeente Amsterdam

blz. 18

de gemeenteraad om onder andere parkeergarage Huigenbos te slopen en om parkeergarage Hakfort beperkt te herstellen. Beperkt, omdat deze parkeergarage later in de tijd ook gesloopt gaat worden. De locatie van de beide garages vormen in hoofdlijnen de locatie voor een gebiedsontwikkeling. 2. Verkenning van kansen H-buurt. Principenota H-buurt.Deze verkenning is in mei 2019 vastgesteld en vormt daarmee het uitgangspunt voor de herontwikkeling. In de studie wordt de H-buurt aangemerkt als ontwikkelingsbuurt op zowel het sociaal-economische vlak, maar ook als het gaat om gebiedsontwikkeling. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.4.10. 3. Op 12 januari 2021 heeft het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost ingestemd met de studie 'Blik op de Bijlmer 2019-2040'. De herontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, past binnen deze visie. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.4.11. 4. Investeringsnota H-midden (vastgesteld door de gemeenteraad op 20 april 2022). 2.6.1

Stedenbouwkundig plan en Investeringsnota H-buurt Midden

Het ontwerp stedenbouwkundige plan (SP) is medio juli 2021 ter inzage gegaan. Gedurende de termijn van ter inzage legging zijn er 8 inspraakreacties ingediend. Deze hebben op onderdelen geleid tot een aapassing van het SP. De samenvatting en beantwoording van deze reacties vormen een onderdeel van de vast te stellen Investeringsnota H-buurt Midden, welke op 20 april 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. De investeringsnota vormt de basis voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan wijkt op de volgende punten af van de vastgestelde investeringsnota: 1. De autowasstraat aan de Karspeldreef blijft bestaan. De gemeente Amsterdam is eigenaar van de gronden, maar heeft de gronden in eeuwigdurende erfpacht uitgegeven. Het is niet gelukt om tot een overeenkomst te komen met de erfpachter. Onteigenen is niet noodzakelijk om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken, zo blijkt uit het verrichte akoestische onderzoek. Daarom wordt afgezien van onteigenen. 2. Het bestemmen van de autowasstraat heeft gevolgen voor de inrichting van de openbare ruimte en met name voor de realisatie van parkeerplaatsen. Om de huidige 238 parkeerplaatsen in de openbare ruimte terug te kunnen brengen, is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ruimer dan de aangehouden grens in de investeringsnota. 3.

Het pand op de hoek Karspeldreef / Huntumdreef (de panden C en D uit de Investeringsnota) wordt anders vorm gegeven. De blokken C en D zijn samengevoegd tot één pand. Voor maximale ontwerpvrijheid is het hele bouwblok voorzien van een maximale bouwhoogte van 27 meter (8 bouwlagen). Dit geeft de ontwikkelende partij (waarschijnlijk een woningstichting) de gelegenheid om deze kavel optimaal te verkavelen. In de toelichting van dit bestemmingsplan worden, daar waar dat geen afbreuk doet aan de inhoud, de illustraties uit de Investeringsnota gebruikt.

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 19

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt in z'n geheel (behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit.

De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten, namelijk: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes te helpen maken hanteert het rijk een omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. NOVI-gebieden In een aantal gebieden met grote opgaven en complexe problematiek bieden de (institutionele) kaders onvoldoende ruimte voor goede oplossingen. Daarom zijn acht voorlopige NOVI-gebieden benoemd. In goede afstemming met lopende trajecten kijken Rijk en regio gezamenlijk naar mogelijke oplossingen voor deze gebieden, die de huidige kaders ter discussie durven te stellen.

Criteria bij het aanwijzen van een beperkt aantal NOVI-gebieden zijn: er is sprake van grote integrale opgaven ofwel transities die essentieel zijn voor Nederland, waarbij samenwerking Rijk-regio en verder denken dan bestaande kaders noodzakelijk is; de aanwijzing heeft toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige inzet dan wel trajecten die Rijk en regio al samen oppakken, die waar mogelijk vereenvoudigen en niet onnodig daarmee dubbelen; er is een duidelijke schakel naar (dan wel zicht op) concrete uitvoering Voorlopig zijn de volgende vier gebieden aangewezen:

Gemeente Amsterdam

blz. 20

Transities van havengebieden in regio Rotterdam en Amsterdam Transities landelijk gebied: De Peel en het Groene Hart Energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking: Groningen en regio Zwolle Transities in grensoverschrijdende context: Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws Vlaamse kanaalzone. De NOVI gaat vergezeld met een Uitvoeringsagenda, waarin staat hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Zo helpt de NOVI om keuzes te maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Consequentie NOVI voor plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan twee van de vier prioriteiten en de afwegingsprincipes van de NOVI, namelijk: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; sterke en gezonde steden en regio’s. Dat blijkt uit de hoofdstukken 5 t/m 17. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming van de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) worden in de Amvb Ruimte juridisch geborgd. Deze Amvb Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, electriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Ook treden de eerder vastgestelde regels op 1 oktober 2012 verlaat in werking met betrekking tot de ruimtelijke bescherming van het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes en met betrekking tot voorwaarden aan windmolens en hoge bebouwing rond militaire radarposten. Consequentie Barro voor plangebied Het Barro heeft geen consequenties voor het binnenstedelijk gelegen plangebied. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Ladder voor duurzame verstedelijk ing De ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 21

een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Als stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De tot 1 juli 2017 in artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder a, (en vierde lid) van het Bro opgenomen eis dat de actuele regionale behoefte dient te worden beschreven is gewijzigd in die zin dat de elementen "actuele" en "regionale" komen te vervallen. Bestemmingsplannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, dienen in de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De Afdeling hanteert een aantal uitgangspunten, die gehanteerd worden bij de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling (uitspraak 201608869/1/R3). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt.

Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Consequentie Bro voor plangebied Met voorliggend plan worden maximaal 500 woningen en 4.600 m2 bvo aan niet woonfuncties ontwikkeld in binnenstedelijk gebied. Zoals beschreven in paragraaf 2.3 is op grond van het geldende bestemmingsplan 7.000 m2 aan niet woonfuncties (naast de parkeergarages) mogelijk. Ten opzichte van de maximale planologische invulling is er een afname van het programma aan niet woonfuncties. Een onderbouwing van de behoefte is daarom niet nodig. De realisatie van maximaal 500 woningen dient wel onderbouwd te worden. Zoals blijkt uit de paragraven 3.3 en 3.4.1 t/m 3.4.2 is de vraag naar woningen in Amsterdam hoog. Hieruit blijkt dat volgens de laatste prognoses de woningbehoefte tot 2040 met minimaal 250.000 woningen groeit. Met het Rijk heeft de MRA-regio afgesproken tot 2025 gemiddeld 15.000 woningen per jaar te bouwen. Een forse opgave die grotendeels via complexe binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen moet worden ingevuld. Bovendien moet de bouw van nieuwe woningen ook bijdragen aan een toekomstbestendige en betaalbare woningvoorraad.

Amsterdam geeft in haar visie aan (zie paragraaf 3.4.1) tot 2050 minimaal 150.000 nieuwe woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Daarmee is de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling aangetoond.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid

Op 19 november 2018 is de provinciale omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 borduurt voort op de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Noord-Holland herbergt vele kwaliteiten. Kwaliteiten die een basis bieden voor verdere ontwikkeling richting de toekomst. De visie houdt rekening met alle invloeden die op de provincie afkomen. Ook wordt in de visie gekeken naar hoe de provincie verbonden is met Nederland, Europa en de rest van de wereld. Vanuit die context - van aanwezige kwaliteiten en verbinding met de omgeving - wordt gekeken hoe naar de toekomst.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

Amsterdam is vanouds een internationale handelsstad, waar dagelijks grote stromen mensen, goederen, informatie en geld doorheen gaan. In de 17e eeuw uitgegroeid tot wereldhandelsstad, berust de huidige economie nog steeds op handel, logistiek en bankieren. De toegang tot de globale netwerken via luchthaven, zeehaven en internethub zijn daarbij essentieel. Een aantal aspecten zijn van belang voor de stad: Landschap als onderdeel metropolitaan systeem. Het is noodzakelijk dat het landschappelijke raamwerk in de metropool wordt versterkt, bijvoorbeeld door het verbinden van gebieden. Verdichting in de stad vraagt ook om versterking van groen in en om de stad. Een voorbeeld zijn de transformatiegebieden van Greenport Aalsmeer. Hier kan het landschappelijk raamwerk zelfs worden uitgebreid. Ontwikkelingen zijn mogelijk, mits onder strikte voorwaarden. Het metropolitane landschap zal steeds vaker verschillende opgaven moeten stapelen en diverse belangen moeten verenigen. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief. Bij alle ontwikkelingen wordt gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit. Meer biodiversiteit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Natuurinclusiviteit (groen en water) in de stad draagt bij aan het voorkomen van hittestress, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Optimale energiemix.

De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. De warmtevoorziening is een belangrijk onderdeel van de energietransitie in Noord-Holland. Er moeten strategieën komen voor warmtesystemen die de warmte van hernieuwbare bronnen samen met restwarmte van bedrijven naar afnemers brengen (bedrijf, wijk en regio). De provinciale visie is alleen bindend voor de provincie zelf. Voor de aspecten uit de visie, waarvan de provincie het belangrijk vindt dat deze doorwerken naar de gemeenten, zijn regels in de provinciale omgevingsverordening opgenomen. 3.2.2

Omgevingsverordening provincie Noord-Holland

De doorwerking van de omgevingsvisie naar de gemeenten toe wordt geregeld met de provinciale omgevingsverordening. Op 17 november 2020 is de omgevingsverordening in werking getreden. Nadien zijn meerdere aanpassingen doorgevoerd, waaronder het 'Wijzigingsbesluit - herbegrenzing bijzonder provinciaal landschap en natuurnetwerk Nederland. De geconsolideerde versie van 1 januari 2023 is de meest recente versie. De verordening bevat algemene regels omtrent de inhoud van onder andere gemeentelijke omgevingsplannen (bestemmingsplannen) . Het gaat daarbij niet alleen om de inhoud in strikt juridische zin, maar ook om eisen aan de toelichting. De omgevingsverordening bevat de volgende instructieregels voor het opstellen van een omgevingsplan (bestemmingsplan): Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Paragraaf 6.1.6 Wonen binnen de LIB 5 zone Schiphol Artikel 6.62 Klimaatadaptatie Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Dit artikel geeft aan dat een omgevingsplan (bestemmingsplan) alleen een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk kan maken, als de ontwikkeling in overeenstemming is met de regionale schriftelijke afspraken.

Onder stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening bedoeld: de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 23

De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een stedelijke ontwikkeling. Paragraaf 6.1.6 Wonen binnen de LIB 5 zone Schiphol Deze paragraaf ziet op het toevoegen van woningen binnen de LIB 5 zone Schiphol, zijnde het planologisch afwegingsgebied, zoals bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol. Deze paragraaf bevat regels met het oog op: het waarborgen van terughoudendheid met woningbouw in het landelijk gebied binnen de LIB 5 zone Schiphol; het expliciet meewegen van luchtvaartgeluid in ruimtelijke plannen waarin woningen worden toegevoegd binnen de LIB 5 zone Schiphol Voor zover een ruimtelijk plan nieuwe woningen toestaat op gronden die liggen binnen het werkingsgebied LIB 5 zone wordt in de toelichting op dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen.

Ligging plangebied ten opzichte van de LIB5 zone (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Artikel 6.62 Klimaatadaptatie De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: wateroverlast; overstroming; hitte en; droogte. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling

Gemeente Amsterdam

blz. 24

plaats vindt. 3.2.3

Conclusie provinciaal beleid

1. De stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt past binnen de in de MRA regio gemaakte afspraken. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.3.1. 2. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en ligt buiten de LIB5 zone van Schiphol. Nadere argumentatie voor het aspect luchtvaart-geluid is niet nodig. 3. In de hoofdstukken 11 en 17 wordt nader in gegaan op het voorkomen van wateroverlast en het voorkomen van hitte en droogte. Geconstateerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de instructieregels van de provincie.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De MRA is een samenwerkingsverband van 31 gemeenten, twee provincies (Noord-Holland en Flevoland) en de Vervoerregio Amsterdam. Met de MRA Agenda als basis wordt samengewerkt op het gebied van Ruimte, Economie en Mobiliteit, en ook op het gebied van Wonen. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Metropoolregio Amsterdam.

Internationale topregio met hoge leefkwaliteit (MRA agenda 2020-2024) De MRA Agenda is opgesteld in opdracht van de Agendacommissie van de MRA. De samenwerking richt zich op het versterken van de internationale positie van de MRA als economische topregio met hoge leefkwaliteit. Hierbij zijn twee leidende principes: toekomstbestendige metropool, die gericht is om binnen 30 jaar klimaatneutraal, volledig circulair en klimaatbestendig te zijn; evenwichtige metropool zonder grote sociaaleconomische verschillen tussen gebieden, waar sprake is van kansengelijkheid en hoge leefkwaliteit. Deze overkoepelende ambities komen tot uiting in vier bestuurlijke opdrachten: 1. 2. 3. 4.

samenwerking verder versterken; werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit versterken; vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem.

Met name de derde opdracht is relevant voor het plangebied van H-buurt Midden. De regionale bouwopgave is groot. Volgens de laatste prognoses groeit de woningbehoefte tot 2040 met minimaal 250.000 woningen. Met het Rijk heeft de regio afgesproken tot 2025 gemiddeld 15.000 woningen per jaar te bouwen. Een forse opgave die grotendeels via complexe binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 25

moet worden ingevuld. Bovendien moet de bouw van nieuwe woningen ook bijdragen aan een toekomstbestendige en betaalbare woningvoorraad. Wonen in de Metropoolregio 2021. Woningvoorraad en bewoning. Het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ (WiMRA) 2021 geeft de ontwikkelingen op de woningmarkt weer in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en gaat in op de positie van de verschillende regio’s daarbinnen. Het WiMRA is een belangrijke bron voor regionaal inzicht in de werking van en samenhang op de woningmarkt en voor het gesprek over de woningbouwopgave en de betaalbaarheid van het wonen. Het WiMRA wordt uitgevoerd in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de corporaties vertegenwoordigd in de MRA. Uit de WiMRA blijkt dat in Amsterdam: het aandeel vrije sector huurwoning groeit (van 11% in 2017 naar 19% in 2021); weinig middeldure huur woningen (8% in Amsterdam) en betaalbare koop woningen in de woningvoorraad aanwezig is (4%). 3.3.2

Conclusie regionaal beleid

Met dit bestemmingsplan worden maximaal 500 woningen mogelijk gemaakt met een binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Bijna een kwart van de woningen worden sociale huurwoningen. Aanvullend wordt 30% in het segment middensegment huur gerealiseerd en 30% in het middensegment koop. Het middensegment (huur en koop samen) bestaat in uit maximaal 300 woningen. Daarmee bevat het woningbouwprogramma een groot aantal betaalbare woningen. Het borgen van de betaalbaarheid vindt plaats in de uit te geven erfpachtovereenkomsten (privaatrechtelijk). Daarmee is er geen noodzaak om de doelgroepenverordening toe te passen in dit bestemmingsplan (bestuursrechtelijke borging). Het beoogde woningbouwprogramma past binnen de opgaven van de MRA.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Op 8 juli 2021 heeft de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040. Hierop zijn twee uitzonderingen: het beleid over de hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De centrale gedachte van de omgevingsvisie is dat de gemeente voorbereid wil zijn op een groei. De ontwikkeling van de economie en de toename van de bevolking wil de gemeente gebruiken om een betere stad te worden, met meer kansengelijkheid, leefbaarder voor mens en dier en duurzamer in een vitale en goed verbonden regio. Door te groeien wil Amsterdam zijn verantwoordelijkheid nemen. Steden als Amsterdam zijn onmisbaar voor de ontwikkeling van cultuur, wetenschap, samenleving en economie. Maar steden bieden bovendien de beste kans op een duurzame manier van samenleven, waarbij mensen minder beslag leggen op schaarse ruimte en grondstoffen. Zodat we waardevolle landschappen en natuurgebieden niet hoeven vol te bouwen en we fietsend en met het openbaar vervoer naar ons werk kunnen. Daarom wil Amsterdam plek bieden aan meer mensen. Maar groei is voor Amsterdam ook een kans.

Ontwikkeling van de stad betekent de mogelijkheid om de grote ambities waar te maken die we hebben voor de bouw van betaalbare woningen, een inclusieve en innovatieve economie, verduurzaming van de stad, een groene openbare ruimte die uitnodigt tot wandelen en fitsen, minder kansenongelijkheid en meer eigenaarschap en zeggenschap over de eigen Gemeente Amsterdam

blz. 26

leefomgeving. De groeiambities van de 'Structuurvisie Amsterdam 2040. Economisch sterk en Duurzaam' uit 2011 zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is nu al bijna bereikt. De omgevingsvisie heeft vijf strategische keuzes geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.

meerkernige ontwikkeling; groeien binnen grenzen; duurzaam en gezond bewegen; rigoureus vergroenen; samen stad maken.

Hoe de omgevingsvisie in de praktijk haar doorwerking zal krijgen, wordt nog uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Amsterdam. De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaats vinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op pagina 18 van de visie staat dat hoogbouw daarbij een middel kan zijn. Gebouwen hoger dan 70 meter concentreren zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het brede water van het IJ. Voor meer over het gemeentelijke hoogbouwbeleid wordt verwezen naar hoofdstuk 13. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt en kunnen woningen en bedrijfsgebouwen verduurzaamd worden en blijven de kwetsbare landschappen open. Zuidoost Zuidoost is binnen Amsterdam qua ruimtelijke opzet, bebouwing en de relatief grote afstand tot de rest van de stad bijzonder. Dat geldt zeker ook voor de unieke culturele diversiteit, die er in de afgelopen decennia is ontstaan.

Zuidoost zal de komende jaren uitgroeien tot een sterke stedelijke kern met een duidelijk eigen karakter. Daarbij zullen de bestaande buurten in de Bijlmer, Gaasperdam en Gein samen met nieuwe buurten in Bijlmer-West een herkenbare en onderscheidende eenheid gaan vormen. De komende jaren gaat de gemeente daar met een 'Masterplan Zuidoost' invulling aan geven.

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 27

Uitsnede visiekaart (bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050) Plangebied H-Buurt Het plangebied wordt in de omgevingsvisie aangeduid als 'hoogstedelijke buurt' en vormt onderdeel van fase 1 (ontwikkeling in de periode 2021 - 2030). Een hoogstedelijke buurt betekent: ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en meer ruimte voor niet-wonen; groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken; maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling. De hoogste dichtheid wordt mogelijk gemaakt op goed bereikbare plekken, langs de ov-lijnen (zuidoostkant, zuidwestkant, Haven-Stad en noordwestkant). Geconcentreerd rondom de stations komen de meest dichte buurten: de hoogstedelijke centra en hoogstedelijke buurten. Om op een klein oppervlak veel dichtheid te maken is hoogbouw hier een bruikbare bouwvorm. De openbare-ruimtestructuur van nieuwe buurten sluit zoveel mogelijk naadloos aan op die van de bestaande buurten waaraan ze grenzen.

Impressie hoogstedelijke buurt (bron: Omgevingsvisie Amsterdam 2050) Consequentie omgevingsvisie voor plangebied De beoogde herontwikkeling is in lijn met de omgevingsvisie. Met het toevoegen van maximaal 500 woningen en het vergroten van het programma aan voorzieningen wordt er bijgedragen aan een hoogstedelijke buurt. Zoals beschreven in paragraaf 4.5 krijgt de 'schakel-functie' van deze locatie in de groene stedelijk structuur een impuls. 3.4.2

Woonagenda 2025

De Woonagenda 2025 is opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam en is op 19 juli 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De vraag die centraal staat in de woonagenda is: wat is er nodig om te zorgen dat Amsterdam een gezonde, dynamische, gemengde stad blijft waar ruimte is voor iedereen? Voor oude Amsterdammers en voor nieuwe Amsterdammers. Voor gezinnen en voor starters. Voor studenten en voor ouderen. Voor mensen met alle soorten inkomens. Die opgave is ingewikkeld.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Hoe ontwikkelen de woningvoorraad en de woningbehoefte zich tot 2025? Dit inzicht is nodig om te weten waar op gestuurd moet worden om de woningvoorraad en de woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. In de woonagenda is een figuur opgenomen waarin de woningvoorraad in 2025 vergeleken met de woningbehoefte in dat jaar. Voor deze prognose is uitgegaan van bestaand beleid ten aanzien van de woningvoorraad, zonder de aanvullende acties uit de woonagenda. De prognose maakt duidelijk waar de komende jaren tekorten in de voorraad ontstaan en voor welke uitdagingen Amsterdam nog staat.

Woningvoorraad en - behoefte in 2025 (bron: Woonagenda 2025) Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat voor heel Amsterdam in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad. Dit zijn woningen met een huurprijs tot maximaal € 710,68. Ook wel 'sociale huurwoningen' genoemd. In de woonagenda zijn actie's benoemd die bijdragen aan voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woningen. Om het aantal betaalbare woningen in de stad te vergroten hanteert Amsterdam de 40/40/20-regeling voor nieuwbouw: 40% sociale huur, 40% middeldure huur en 20% dure huur en koop. Consequentie woonagenda voor plangebied Van de maximaal 500 woningen, wordt 24% sociale huurwoning, 60% middensegment (waarvan 50% huur en 50% koop) en 16% vrije sector koop. Het bestaande woningbouwaanbod in de H-buurt bestaat hoofdzakelijk uit sociale huur (87%). Vanwege de doelstellingen die voor de Bijlmer gesteld zijn (zie paragraaf 3.4.11), is het wenselijk om een meer gemengde woningvoorraad te hebben. Daarom is, in afwijking van de 40/40/20-regeling, gekozen voor het woningbouwprogramma in onderstaande tabel (zie ook paragraaf 4.3). Wonen

Percentage

Aantal

Sociale huur

24%

120

Middensegment huur

30%

150

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 29

Middensegment koop

30%

150

Vrije sector koop

16%

80

Totaal

100%

500

Overzicht te realiseren categorieën woningen (bron: Investeringsnota H-buurt Midden) 3.4.3

Actieplan wooncoöperaties

Op 17 september 2019 heeft het college van B&W het 'Actieplan wooncoöperaties' vastgesteld. Hierin staat dat de gemeente Amsterdam de groei van het aantal wooncoöperaties in de stad sterk gaat stimuleren. In de periode 2020-2021 starten 15 tot 20 wooncoöperaties met huurwoningen in het sociale en middensegment. Het aantal coöperatieve woningen moet in de jaren daarna oplopen tot 7.000 in 2025 om daarna door te groeien tot 40.000 coöperatieve woningen in 2040. Een wooncoöperatie is een vorm van collectief wonen, waarbij de bewoners gezamenlijk vorm geven aan zelfbeheer en zelfbestuur. Een gemeenschap waarin bewoners meer met elkaar delen, variërend van een gemeenschappelijke tuin tot een gezamenlijk huishouden of de gezamenlijke opvang van de kinderen. Er is altijd sprake van een collectief element tussen bewoners en gebruikers van een pand of een gebied. Het actieplan streeft er naar het percentage middeldure huurwoningen te verhogen. Wooncoöperaties dragen bij aan het blijvend beschikbaar houden van woningen in het sociale - en middenhuursegment. Consequentie actieplan voor plangebied De vraag naar middeldure huurwoningen is toegenomen doordat huishoudens met een middeninkomen niet meer in de sociale huursector terecht kunnen en steeds meer mensen een flexibel arbeidscontract hebben.

Daarnaast zijn steeds meer huishoudens door de stijgende prijzen in de koopsector, aangewezen op een middeldure huurwoning. Van het te realiseren woningbouwprogramma wordt 24% gerealiseerd als sociale huurwoningen (120 woningen) en 30% als middensegment huurwoningen (150 woningen). Daarmee wordt bijgedragen aan de doelstellingen van het actieplan, namelijk het verhogen van het aantal betaalbare huurwoningen (meer dan 50% van het woningbouwprogramma). 3.4.4

Huisvestingsverordening Amsterdam 2024

De gemeenteraad heeft de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 vastgesteld. De regels zijn per 1 januari 2020 in werking gegaan. Deze verordening bevat regels voor alle Amsterdamse woningen. De huisvestingsverordening is er om te zorgen dat de woningvoorraad en de leefbaarheid in de Amsterdamse buurten beschermd worden. De gemeente wil dat woningen worden gebruikt om in te wonen en dat er woningen zijn voor alle mensen die in Amsterdam willen wonen. In de verordening staan onder andere nieuwe regels met betrekking tot het toestaan van een Bed & Breakfast (B&B). Het college van B&W heeft een quotum vastgesteld per wijk. Vergunningen voor het gedeeltelijk onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een B&B worden, met inachtneming van een door burgemeester en wethouders per wijk vastgesteld quotum, verstrekt. Wanneer het aantal aanmeldingen voor een wijk hoger is dan het quotum, geschiedt de verdeling Gemeente Amsterdam

blz. 30

middels loting. Voor de wijk Zuidoost geldt een quotum van 84. Momenteel is het nog mogelijk om in ZuidOost een vergunning te verkrijgen voor een B&B (bron: https://kaart.amsterdam.nl/vergunningenbed-breakfast). Aan een vergunning voor het gedeeltelijk onttrekken van een woonruimte aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een B&B worden voorwaarden gesteld, waaronder: de B&B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; de woonruimte die ten behoeve van B&B wordt onttrokken is een deel van een zelfstandige woonruimte; de woonruimte waarbinnen wordt onttrokken is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig voor een periode van ten hoogste acht jaar. Consequentie huisvestingsverordening voor plangebied Met dit bestemmingsplan wordt de regeling uit de huisvestingsverordening vertaald: een B&B is als strijdig gebruik aangemerkt, maar het bevoegd gezag kan, onder voorwaarden, besluiten een B&B toch toe te staan (middels een afwijkingsbevoegdheid). 3.4.5

Shortstay

Shortstay is het tijdelijk wonen in een zelfstandige woning voor een periode van minimaal zeven nachten en maximaal zes maanden. Shortstay in één appartement is toegestaan voor één huishouden of voor maximaal 4 personen als deze personen deel uitmaken van meerdere huishoudens. Voor de overnachtingen in een shortstay-appartement moet toeristenbelasting worden betaald. Shortstay is bedoeld voor tijdelijk verblijf van expats en internationals die tijdelijk voor werk naar Amsterdam komen. Shortstay is uitdrukkelijk niet bedoeld voor het onderbrengen van toeristen. In de bestaande woningbouw kan shortstay alleen worden uitgevoerd als daar een tijdelijke woningonttrekking op basis van de Huisvestingswet voor is afgegeven. Sinds 14 januari 2014 worden geen nieuwe vergunningen voor shortstay in de bestaande woningbouw meer afgegeven. Consequentie plangebied Met dit bestemmingsplan wordt geen short-stay mogelijk gemaakt. 3.4.6

Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018 - 2022

Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld. De strekking van het detailhandelsbeleid is dat Amsterdam inzet op een sterke en diverse winkelstad waar: 1. bewoners hun dagelijkse boodschappen op redelijke afstand van de woning (750 meter) kunnen doen; en 2. er meerdere interessante winkelgebieden zijn om te winkelen, ook buiten de binnenstad. Het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 doet uitspraken over detailhandel die richtinggevend zijn bij het opstellen en wijzigen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen. Duidelijke kaders voor de detailhandel zijn nodig om initiatieven voor nieuwe winkels of uitbreiding van winkels in Amsterdam te kunnen toetsen: in welke gevallen wil de gemeente hier aan mee werken of niet. Dit beleid blijft van krac ht, totdat de gemeenteraad nieuw detailhandelsbeleid vaststelt. In het beleid zijn twee hoofddoelen geformuleerd. Het eerste doel is 'dagelijkse boodschappen zijn op redelijke afstand van de woning verkrijgbaar'. Dat betekent niet alleen dat binnen (circa) 750 meter

bestemmingsplan_H-buurt Midden (vastgesteld)

blz. 31

afstand van een woning een buurtsupermarkt aanwezig is, maar ook is een clustering van voorzieningen wenselijk. Te denken aan (commerciële) functies als kapper, fietsenmaker of schoenmaker. Consequentie detailhandelsbeleid voor het plan Met het mogelijk maken van maximaal 1.550 m2 aan dienstverlening, horeca en buurtsupermarkt (welke maximaal 200 m2 mag zijn) voldoet voorliggend bestemmingsplan aan het detailhandelsbeleid. Momenteel is er detailhandel en andere dienstverlenende functies aanwezig: op circa 900 meter afstand in het winkelcentrum aan het Abcouderpad - de Holendrechterdreef (ten zuiden van het plangebied); p 600 tot 900 meter afstand aan Hullenbergweg - Haarlerbergweg op 600 tot 900 meter afstand (ten westen van het plangebied); op 600 meter afstand in de Amsterdamse Poort (ten noorden van het plangebied). De voorzieningen die binnen het plangebied mogelijk worden gemaakt dragen bij aan de doelstelling om binnen 750 meter afstand van een woning een buurtsupermarkt en een clustering van voorzieningen te realiseren. 3.4.7

De schoonheid van Amsterdam

Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de welstandsnota 'De schoonheid van Amsterdam' vastgesteld. De stad hecht waarde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving; het is een publiek belang om zorgvuldig met die omgeving om te gaan. Tegelijkertijd wil de gemeente burgers niet onnodig beperken in de mogelijkheid gebouwen aan te passen. Het beoordelen van bouwplannen op redelijke eisen van welstand is een manier om deze twee uitganspunten in de praktijk te brengen. De welstandnota maakt onderscheid in verschillende welstandsniveaus. Het plangebied wordt aangemerkt als 'gewoon'. Het niveau 'gewoon geldt in een groot deel van de stad. Dit zijn gebieden, waar het beleid inzet op beheer van de bestaande kwaliteit. In deze gebieden speelt het aanzien van de stad als geheel een minder grote rol. Hier is het beleid gericht op het praktisch beheer en is het welstandsbeleid ondersteunend aan de gangbare kwaliteit van het gebied'. Het plangebied heeft ook de aanduiding 'geen preventieve toetsing, veel voorkomende kleine bouwplannen'. Hier vindt vooraf geen toetsing plaats van de veel voorkomende kleine bouwplannen of zelfs van alle soorten bouwplannen. Wie hier een plan maakt, krijgt het vertrouwen en kan zelf het initiatief nemen bij de interpretatie van redelijke eisen van welstand. Van het resultaat wordt verwacht, dat het voldoet.

De onder dit regime gerealiseerde bouwwerken mogen niet in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand. Het plangebied wordt aangemerkt als 'woonerven en meanders'. De woonerven in Zuidoost zijn hoofdzakelijk gebouwd in de jaren zeventig en tachtig en bestaan uit afzonderlijke woonbuurten, ontsloten door ringwegen. De buurten hebben zowel rijwoningen als middelhoge blokken. Het karakter is vooral naar binnen gericht. De grootste waarde is de groenstructuur die zorgt voor rustige woongebieden. De waarde ligt ook in de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun eigen architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Uitsnede niveaukaart 'De schoonheid van Amsterdam' (bron: Schoonheid van Amsterdam)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446385/1