CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt_Toelichting-gecomprimeerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 24 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (ZD2021-013721)28.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Erasmuspark- En Robert Scottbuurt

Onherroepelijk

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.E1803BPSTD-VG02

Datum print

11 Oktober 2021

Planstatus

onherroepelijk

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Crisis en herstelwet Leeswijzer

7 9 10

Plankader

11

Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Historisch stedenbouwkundige analyse Functionele beschrijving van het plangebied

11 12 12 22 37

Beleidskader

39

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Stadsdeelbeleid

39 39 40 42 60

Het ruimtelijk kader

65

Ruimtelijk-functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten Projecten

65 73 77

MER / MER(beoordelings)plicht

79

MER beoordelingsplicht Vormvrije MER-beoordeling

79 79

Geluid

81

6.1 6.2 6.3

Verkeerslawaai Industrielawaai Spoorweglawaai

81 81 82

Hoofdstuk 7

Luchtkwaliteit

83

Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) Besluit gevoelige bestemmingen Beleid gemeente Amsterdam

83 83 83

Hoofdstuk 8

Bodem

85

Hoofdstuk 9

Cultuurhistorie en archeologie

87

Cultuurhistorie Archeologie

87 97

Externe veiligheid

99

Inrichtingen

99

1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6

7.1 7.2 7.3

9.1 9.2 Hoofdstuk 10 10.1

Gemeente Amsterdam

blz. 4

10.2 10.3 10.4

Transport Buisleidingen Vuurwerk

99 100 100

Hoofdstuk 11

Luchthavenindelingbesluit

101

11.1 11.2 11.3

Inleiding Bouwhoogte Vogelaantrekkende functies

101 101 102

Hoofdstuk 12

Natuur en landschap

103

Hoofdstuk 13

Water

105

Algemeen Beleid Uitwerking

105 105 106

Hoofdstuk 14

Juridische planbeschrijving

115

14.1 14.2 14.3

Totstandkoming planregeling Opbouw bestemmingsplan Toelichting per artikel

115 115 116

Hoofdstuk 15

Economische uitvoerbaarheid

123

Hoofdstuk 16

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

125

Vooraankondiging artikel 1.3.1. Bro Participatie Overleg ex artikel 3.1.1. Bro en ambtelijk overleg Ontwerpbestemmingsplan

125 125 125 130

13.1 13.2 13.3

16.1 16.2 16.3 16.4

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het nu geldende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is vastgesteld op 16 januari 2008 en goedgekeurd op 9 mei 2008. Tot 1 juli 2018 was het conform de Wet ruimtelijke ordening verplicht om bestemmingsplannen ouder dan 10 jaar te actualiseren. Hoewel deze verplichting niet langer bestaat als de plannen digitaal raadpleegbaar zijn, heeft het bestuur van stadsdeel West besloten om het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt wel te actualiseren. Als in 2021 naar verwachting de nieuwe Omgevingswet in werking treedt, is het hele grondgebied van stadsdeel West bedekt met actuele bestemmingsplannen. Op een aantal terreinen (zoals hotels en kleinschalige bedrijfsruimte) is sinds de vaststelling van het geldende bestemmingsplan nieuw beleid vastgesteld dat in dit bestemmingsplan moet worden meegenomen. Daarnaast is sinds de vaststelling van het voorheen geldende bestemmingsplan een aantal projecten gerealiseerd en een aantal omgevingsvergunningen (in afwijking van het) bestemmingsplan verleend. De gerealiseerde projecten worden overeenkomstig de vergunde situatie in dit bestemmingsplan opgenomen. Hetzelfde geldt voor de verleende omgevingsvergunningen. Tenslotte zijn er een aantal locaties waar nog geen bestemmingsplan van kracht is. Dit zijn zogenaamde 'witte vlekken' waar geen bouw- en gebruiksbepalingen van toepassing zijn.

Deze vlekken zijn opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is gelet op het voorgaande gericht op beheer en maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk. Op de afbeelding is de luchtfoto van het plangebied weergegeven.

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 9

1.2

Crisis en herstelwet

De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, om bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis en versnelling van de woningbouw. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort en is het belanghebbende begrip aangepast. De projecten waarvoor dit geldt, zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. Het voorliggende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt bevat geen ontwikkelingen of projecten als bedoeld in bijlage I en is niet opgenomen als project zoals bedoeld in bijlage II van de Crisis- en herstelwet. Op grond van het voorgaande valt het voorliggende bestemmingsplan niet onder de werking van de Crisis- en herstelwet.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

1.3

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft inzicht in de achtergronden en gemaakte keuzes (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 16 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van de geldende bestemmingsplannen, het plangebied en de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 zijn de ruimtelijk-functionele en stedenbouwkundige uitgangspunten van het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 5 tot en met 13 komen de diverse omgevingsaspecten aan bod. De uitleg over de wijze waarop dit juridisch vertaald is, staat in hoofdstuk 14.

Hoofdstuk 15 gaat in op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 16 de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Alle relevante rapporten en onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting gevoegd.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing

De Erasmuspark- en Robert Scottbuurt ligt in het westen van Amsterdam in stadsdeel West. Uitgangspunt bij de bepaling van de plangrenzen is dat aangesloten wordt om de omliggende reeds vastgestelde bestemmingsplannen en dat met het nieuwe bestemmingsplan het voorheen geldende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008) volledig wordt vervangen. Gelet op de vaststellingsdatum wordt ook het geldende bestemmingsplan Admiralengracht (2010) en Amundsen (2014) meegenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Het Fridtjof Nansenhof wordt gelet op het recent (juni 2017) vastgestelde bestemmingsplan buiten dit bestemmingsplan gelaten. Aan de westzijde wordt aangesloten op het bestemmingsplan Kolenkitbuurt / Laan van Spartaan. Aan de noordzijde wordt aangesloten op de bestemmingsplannen Bos en Lommerplein 2013 en In Den Gulden Winckel (2013). Aan de oostzijde wordt aangesloten op het bestemmingsplan Landlust en Gibraltarbuurt. De globale begrenzing van het bestemmingsplan is als volgt: a. b. c. d.

in het noorden: Erasmusgracht, Griseldestraat, Bos en Lommerweg; in het westen: Einsteinweg (Ring A10 West) in het zuiden: Jan van Galenstraat in het oosten: Vier Heemskinderenstraat / Joos Banckersweg.

Op de onderstaande afbeelding is de begrenzing aangegeven.

Daarnaast is een aantal zogenaamde 'witte vlekken' toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dit zijn locaties waarvoor in het verleden nooit een bestemmingsplan is vastgesteld of waarvan de regeling zo oud is dat deze niet meer geldt. Het gaat om een paar kleine strookjes in het talud van de A10 met een

Gemeente Amsterdam

blz. 12

verkeersfunctie, die op ongeveer 1 kilometer van het plangebied liggen ter hoogte van het dorp Sloterdijk.

Afbeelding: witte vlekken die meegenomen worden in dit bestemmingsplan

2.2

Doelstelling

Gelet op de huidige wet- en regelgeving is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat voorziet in een goede eigentijdse planologische en juridische regeling voor het gebied. Dit bestemmingsplan beoogt hierin te voorzien. Voorliggend bestemmingsplan betreft een actualisering van het vigerende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt dat is vastgesteld op 16 januari 2008. Het nieuwe bestemmingsplan is conserverend van aard, in die zin dat het aansluit op de huidige planologische bestemmingsplanregeling, tussentijds vergunde uitbreidingen en vastgesteld beleid.

2.3

Geldend planologisch kader

Ter plaatse van de het plangebied de Erasmuspark- en Robert Scottbuurt waren de volgende planologische regelingen van kracht: 1. bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008) - nummer 12 op onderstaande kaart 2. paraplubestemmingsplan Stadsdeel West Amsterdam deel 1 (2012) - arcering op onderstaande kaart 3. bestemmingsplan Admiralengracht - nummer 13 op onderstaande kaart 4. bestemmingsplan Amundsen - nummer 40 op onderstaande kaart 5. paraplubestemmingsplan verbod massagesalons. 6. paraplubestemmingsplan kiosken (2017)

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 13

Afbeelding: geldende bestemmingsplannen in plangebied Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (zwart omlijnd) 2.3.1

Bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008)

Het voormalige bestemmingsplan is op 16 januari 2008 vastgesteld door de stadsdeelraad van het toenmalige stadsdeel Bos & Lommer (no. B&L/2007/9050). Het bestemmingsplan is op 9 mei 2008 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland (kenmerk 2008-26641). Beschrijving bestemmingen geldend bestemmingsplan Gemengd I (GD I) De winkelstrip langs de Bos en Lommerweg 215-347 is bestemd als "Gemengd I". Hetzelfde geldt voor de hoekpanden van de blokken die haaks op de Bos en Lommerweg zijn gebouwd (huisnummers 199-207).

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Op de begane grond zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d. e.

detailhandel; consumentverzorgende dienstverlening (met uitzondering van belhuizen), horecabedrijven categorie I, III en IV die zijn opgesomd in de horecabedrijvenlijst, maatschappelijke voorzieningen (met uitzondering van geluidgevoelige bestemmingen) woningtoegangen.

Op de verdiepingen zijn alleen woningen met bijbehorende bergingen en andere nevenruimten toegestaan. In de woning is beroep aan huis tot maximaal 40% van het oppervlakte van de woning. De eventueel onbebouwd blijven de delen mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming van aangrenzende gronden. Horeca categorie I zijn fastfoodrestaurants, snackbars automatieken en loketverkooppunten, horeca III zijn cafés en bars en horeca catgeorie IV zijn restaurants, lunchrooms, ijssalons en koffie- en theehuizen. In het plangebied zijn in de bestemming "Gemengd I" in totaal maximaal 4 horecazaken toegestaan, met elk een maximum bruto vloeroppervlakte van 250 m2. De bouwhoogte van de gebouwen is op de verbeelding aangeduid. De gebouwen mogen worden voorzien van een dakterras, op enkele uitzonderingen na die zijn voorzien van de aanduiding "geen dakterrassen toegestaan". Bij het dakterras mag een dakterrasafscheiding van maximaal 1,20 meter worden gebouwd en een toegangsvoorziening (luik) van maximaal 0,50 meter. Gemengd II (GD II) Veel hoekpanden en tussenpanden met een bedrijfsruimte op de begane grond zijn bestemd als "Gemengd II". Op de begane grond zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c. d.

detailhandel consumentverzorgende dienstverlening (met uitzondering van belhuizen), horecabedrijven categorie I en IV die zijn opgesomd in de horecabedrijvenlijst, horeca categorie III alleen ter plaatse van de Hoofdweg, de Jan van Galenstraat met de even nummers 162 t/m 178, 184 t/m 196 en 198 t/m 210; e. maatschappelijke voorzieningen (met uitzondering van geluidgevoelige bestemmingen), f. bedrijven categorie I en II,

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 15

g. kantoren met daaraan ondergeschikte bewoning, h. woningtoegangen. Een aantal panden is voorzien van de aanduiding "woning". Daar zijn ook woningen op de begane grond toegestaan. Daarbij geldt wel dat als de woning eenmaal is omgezet naar een bedrijfsruimte, de ruimte niet weer mag worden omgevormd naar een woning. Op de verdiepingen zijn alleen woningen met bijbehorende bergingen en andere nevenruimten toegestaan. In de woning is beroep aan huis tot maximaal 40% van het oppervlakte van de woning. De eventueel onbebouwd blijven de delen mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming van aangrenzende gronden. De bouwhoogte van de gebouwen is op de verbeelding aangeduid. De gebouwen mogen worden voorzien van een dakterras, op enkele uitzonderingen na die zijn voorzien van de aanduiding "geen dakterrassen toegestaan". Bij het dakterras mag een dakterrasafscheiding van maximaal 1,20 meter worden gebouwd en een toegangsvoorziening (luik) van maximaal 0,50 meter. In de planregels zijn maximale aantallen vestigingen horeca en vestigingsgroottes vastgelegd: 1. maximaal 5 horecavestigingen categorie I en IV; 2. maximaal 3 horecavestigingen categorie III (aan de Hoofdweg en de genoemde adressen aan de Jan van Galenstraat); 3. maximum vloeroppervlakte per vestiging detailhandel, consumentverzorgende dienstverlening, horeca, kantoren en bedrijven: 250 m2; 4.

per bedrijf mag maximaal 25% van het bedrijfsoppervlakte worden gebruikt voor opslag. Wonen (W) De meeste woningen zijn bestemd als "Wonen". Toegestaan zijn woningen met bijbehorende bergingen, kelders en andere nevenruimten. In de woning is beroep aan huis tot maximaal 40% van het oppervlakte van de woning. De eventueel onbebouwd blijven de delen mogen worden gebruikt overeenkomstig de bestemming van aangrenzende gronden. Dakterrassen zijn toegestaan met dakterrasafscheidingen van maximaal 1,20 meter en een toegangsvoorziening (luik) van maximaal 0,50 meter. Maatschappelijk (M) In de bestemming "Maatschappelijk" zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan, zowel geluidgevoelige als niet-geluidgevoelige bestemmingen. Op de volgende plekken is een aanduiding opgenomen (g), waarbij is geregeld dat geluidgevoelige bestemmingen zijn uitgesloten: a. Erik de Roodestraat 16 b. maatschappelijke voorzienig in het Erasmuspark (geen huisnummer)

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Het gebouw aan de Erik de Roodestraat 16 is inmiddels verbouwd en in gebruik als een indoor speelvoorziening. In het voorliggende bestemmingsplan is dit gebouw om die reden bestemd als "Cultuur en ontspanning". Het bijbehorende gebouw aan de Robert Scottstraat 7 is inmiddels verbouwd en in gebruik als wonen, zodat de bestemming van dat gebouw is gewijzigd naar "Wonen". In het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008) was het kerkgebouw aan de Erasmusgracht 24-28 bestemd als "maatschappelijk". Ter plaatse waren tevens twee dienstwoningen toegestaan. Het voormalige kerkgebouw is inmiddels volledig verbouwd en in gebruik ten behoeve van woningen, zodat de bestemming van dit gebouw in het voorliggende bestemmingsplan is gewijzigd naar "Wonen". Tuin (T) De tuinen in het gebied zijn bestemd als "Tuin" (T). Deze gronden mogen worden ingericht en gebruikt als tuin. In de tuin zijn bijbehorende bouwwerken (aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen) toegestaan met een gezamenlijk oppervlakte van 30 m2 voor zover de tuin voor minimaal 50% onbebouwd blijft. Op de aan- en uitbouwen zijn dakterrassen toegestaan met dakterrasafscheidingen (hekwerken) van maximaal 1,20 meter hoog. Vrijstelling kan worden verleend voor aan- en uitbouwen met een diepte van 4 meter, behorende bij de hoofdgebouwen met de bestemming "Gemengd I".

Vrijstelling kan worden verleend als het gebruiksdoel van de aan- en uitbouw overeenkomt met het gebruik van het bijbehorende hoofdgebouw, aannemelijk is dat de onbebouwde gronden na realisatie van de aan- en uitbouw niet zullen worden gebruikt voor opslag. Vrijstelling kan worden verleend voor de bouw van scootsafes met een inhoud van maximaal 3 m3. Vrijstelling kan alleen worden verleend indien de medische noodzaak is aangetoond, plaatsing inpandig niet mogelijk is en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en opstallen. Het gebruik van tuinen als parkeerruimte voor motorvoertuigen en opslagdoeleinden is niet toegestaan.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 17

Groen (G) In de bestemming "Groen" zijn groenvoorzieningen, fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, sierwater en kademuren toegestaan. Bruggen voor langzaam verkeer staan apart aangeduid. Hetzelfde geldt voor de boezemkering rondom het Erasmuspark. Bouwwerken geen gebouwen zijn toegestaan, met uitzondering van scootsafes. Ter plaatse van de aanduiding "boezemkering" mag alleen ten behoeve van de waterkering worden gebouwd. Daarvan is vrijstelling mogelijk als de waterhuishoudkundige belangen niet worden geschaad. Nutsvoorzieningen (gebouwen) zijn toegestaan tot een oppervlakte van 25 m2 en een bouwhoogte 6 meter. Groen, nutsvoorzieningen (Gl) Het nutsgebouw aan de rand van het Erasmuspark is bestemd als "Groen, nutsvoorzieningen". Ter plaatse zijn zowel nutsvoorzieningen als groenvoorzieningen toegestaan. Het bestemmingsvlak, tevens bouwvlak, mag volledig worden bebouwd tot een hoogte van 6 meter.

Verkeer (V) De straten waar autoverkeer mogelijk is zijn bestemd als "Verkeer". Naast rijwegen zijn ook onder andere parkeerplaatsen, inritten naar gebouwde parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, geluidwerende voorzieningen, groenvoorziengen, water, huisvuilinzamelings- systemen en nutsvoorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn toegestaan met een maximum oppervlakte van 20 m2 per gebouw en een maximale bouwhoogte van 3 meter. Er kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaatsing van gebouwen ten behoeve van onder meer de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Er is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen voor: a. de plaatsing van een overkapping ter plaatse van de aanduiding "overkapping". Dit geldt voor de stoep boven de winkels aan de zuidzijde van de Bos en Lommerweg. b. de plaatsing van reclameborden en reclamezuilen c. de plaatsing van een scootsafe met een maximale inhoud van 3 m3. In het nieuwe bestemmingsplan worden deze vrijstellingsmogelijkheden als volgt overgenomen: de overkapping wordt mogelijk gemaakt via de algemene afwijkingsregels, dus dezelfde procedure maar in een ander artikel opgenomen. De plaatsing van reclameborden en reclamezuilen loopt via de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam. De scootsafes zijn in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen als een bouwrecht, dat is in lijn met het in 2012 vastgestelde paraplubestemmingsplan.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Verkeer, autosnelweg (Vl) De Ringweg A10 is bestemd als "Verkeer, autosnelweg". Toegestaan zijn autosnelwegen inclusief open afritten en het verkeersareaal als bedoeld bij de bestemming "Verkeer". Bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van 20 meter, gemeten ten opzichte van het wegdek. In dit nieuwe bestemmingsplan is de Ringweg A10 ook voorzien van een aparte verkeersbestemming. De bouwwerken die in het vigerende bestemmingsplan werden toegestaan zijn inmiddels op grond van het Besluit omgevingsrecht toegestaan zonder omgevingsvergunning. Het gaat hierbij om lichtmasten, bewegwijzeringsborden, matrixborden en andere bouwwerken ten behoeve van de geleiding van het verkeer. Verkeer, verblijfsgebied (VII) Openbaar terrein / pleinen die niet toegankelijk zijn voor het autoverkeer zijn in het geldende bestemmingsplan uit 2008 bestemd als "Verkeer, verblijfsgebied". Toegestaan is verblijfsgebied met daarbij behorende fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en huisvuilinzamelingssystemen. Er is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen voor scootsafes. Parkeren van motorvoertuigen is aangemerkt als "verboden gebruik". Water (WA) De waterpartijen zijn bestemd als "Water" (WA).

Toegestaan is vaarwater, sierwater, oevers en waterhuishoudkundige voorzieningen zoals keermuren, beschoeiingen, steigers en andere bouwwerken geen gebouwen zijnde. Ligplaatsen voor woonboten, bedrijfschepen en binnenvaartschepen zijn aangemerkt als "verboden gebruik". Hetzelfde geldt voor het gebruik als stortplaats voor al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten. 2.3.2

Bestemmingsplan Admiralengracht

Het bestemmingsplan Admiralengracht is op 17 februari 2010 vastgesteld door de deelraad van voormalig stadsdeel Bos en Lommer (besluitnummer RAAD/2010/4). Het bestemmingsplan had tot doel om een actueel juridisch planologisch (beheers)kader te bieden voor de 162 woningen die eind 2003 zijn opgeleverd. De woningen zijn bestemd als "Wonen" waarbij de vergunde bouwhoogte op de verbeelding is vastgelegd. Onder de woningen is een parkeergarage gerealiseerd die met de aanduiding "(pg)" is aangeduid. De bestaande sportvoorzieningen (gymzaal en sportveld) zijn bestemd als "Sport". De verkeersruimte waar autoverkeer is toegestaan is bestemd als "Verkeer-1". Autovrije (plein)ruimte is bestemd als "Verkeer-2". Het water is bestemd als "Water" waarbij de bestaande steigers en het helofytenfilter is bestemd.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 19

2.3.3

Bestemmingsplan Amundsen

Het bestemmingsplan Amundsen is op 10 september 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam (nummer 181/611). De nieuwe woningen zijn bestemd als "Wonen". De hoeken zijn voorzien van de nadere aanduiding "gemengd". Op de begane grond zijn ter plaatse horeca van categorie 3, horeca van categorie 4, maatschappelijke voorzieningen, culturele voorzieningen en bedrijven toegestaan, naast de woningen die ook op de begane grond zijn toegestaan. Voor deze niet-woonfuncties geldt wel een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 150 m2. Gebouwen zijn alleen toegestaan in het bouwvlak. In afwijking daarvan mag 25% van de gronden buiten het bouwvlak worden bebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor het noordelijke bouwvlak geldt een maximale bouwhoogte van 8 meter, voor het zuidelijke blok geldt een maximum bouwhoogte van 4 meter. Kelders zijn toegestaan onder het bouwvlak, met een maximale diepte van 4 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 20

In het nieuwe bestemmingsplan zijn de bebouwingscontouren en hoogtes overgenomen. De gemengde functies die op de hoeken waren toegestaan zijn niet in de definitieve bouwplannen en de verleende omgevingsvergunning (d.d. 16 december 2014), opgenomen en ook niet gerealiseerd. Om die reden is voor het voorliggende bestemmingsplan uitsluitend de woonfunctie aangehouden. 2.3.4

Paraplubestemmingsplan Stadsdeel West, Amsterdam deel 1 (2012)

Het paraplubestemmingsplan is vastgesteld door de stadsdeelraad op 5 juni 2012 (besluit nummer 2012/3121). Met het paraplubestemmingsplan zijn op hoofdlijnen de volgende wijzigingen aangebracht aan het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008). Kinderopvangvoorzieningen Kinderopvangvoorzieningen zijn een gewenste functie in een woongebied. Echter, een overmaat van kinderopvangvoorzieningen in een bepaald gebied of een concentratie ervan kan leiden tot (geluid)overlast bij omwonenden. Om die reden is de bestemmingsplanregeling met het paraplubestemmingsplan gewijzigd, waarbij per bouwblok maximaal één kinderopvangvoorziening wordt toegestaan. Bestaande gevallen waarbij er 2 of meer kinderopvangvoorzieningen zijn gerealiseerd worden gerespecteerd. Daartoe is in het bestemmingsplan een definitie toegevoegd van een bouwblok. Kinderopvangvoorzieningen zijn toegestaan in gebouwen met een maatschappelijke bestemming. In andere bestemmingen waar maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn, is het maximum oppervlakte per vestiging beperkt tot 250 m2. De met het paraplubestemmingsplan geïntroduceerde regeling is nog steeds wenselijk en daarom overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Kiosken Het paraplubestemmingsplan maakt kiosken in de openbare ruimte mogelijk.

Na de vaststelling van het paraplubestemmingsplan is gebleken dat deze regeling tot ongewenste (bouw)ontwikkelingen heeft geleid. Daarom is in juli 2016 een paraplubestemmingsplan "Kiosken" ter visie gelegd waarin de bouw van kiosken als recht niet langer wordt toegestaan. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 15 februari 2017. Alleen de bestaande kiosken worden toegestaan. Voor nieuwe kiosken zal een aparte procedure moeten worden doorlopen. bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 21

In voorliggend bestemmingsplan is als uitgangspunt aangehouden dat alleen de bestaande kiosken worden toegestaan. Voor de bestaande kiosken is de maatvoering vastgelegd zoals in het paraplubestemmingsplan is aangegeven: oppervlakte maximaal 15 m2, bouwhoogte maximaal 3 meter. De kiosken mogen uitsluitend worden gebruikt voor de functies die conform het paraplubestemmingsplan zijn toegestaan: detailhandel en horeca van categorie 4. Dakterrassen en toegangsopbouwen In het geldende bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt was het toegestaan om de maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen en aan- en uitbouwen met maximaal 1,20 meter te overschrijden ten behoeve van dakterrasafscheidingen en met 0,50 meter ten behoeve van daktoegangsconstructies, op voorwaarde dat het dakterras en de dakterrasafscheidingen minimaal 2 meter van de voor- en achtergevel zouden worden gebouwd. Met de parapluherziening is de regeling op onderdelen aangepast. Dakterrassen en toegangsopbouwen zijn onder voorwaarden bij recht toegestaan. Een afwijkingsprocedure is nodig voor toegangsopbouwen op orde-2 panden. Bij orde-1 panden zijn dakterrassen en toegangsopbouwen niet toegestaan. Op de ordekaarten van de gemeente Amsterdam is aangegeven tot welke orde elk gebouw behoort, zie http://maps.amsterdam.nl/ordekaart/. De criteria waarbij dakterrassen toegangsopbouwen worden toegestaan zijn: 1.

dakterrassen en toegangsopbouwen zijn alleen toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; 2. het dakterras staat op minimaal 2,0 meter afstand van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen openbare ruimte en op minimaal 1,0 afstand van de dakrand van het platte dak dat grenst aan lager gelegen privé buitenruimten of gemeenschappelijke binnentuinen, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt voor aanbouwen; 3. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot bovenkant terrasvloer bedraagt maximaal 50 centimeter; 4. hekwerken maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer; 5. hoogte van de toegangsopbouw niet meer dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; 6. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand bedraagt minimaal de hoogte van de toegangsopbouw; 7. toegangsopbouw maximaal oppervlak van 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); 8. Bij orde-2 panden zijn dakterrassen onder bovengenoemde voorwaarden toegestaan. 9. Bij orde-2 panden worden toegangsopbouwen uitsluitend toegestaan met toepassing van een afwijking Wabo 2.12 lid 1 sub a onder 1. Deze binnenplanse afwijkingsregel wordt in dit bestemmingsplan ingebouwd. De toegangsopbouw op een orde-2 pand mag niet leiden tot onevenredige visuele aantasting van het pand. Per geval zal stedenbouwkundig advies worden gevraagd.

In het voorliggende bestemmingsplan is de regeling ten aanzien van dakterrassen en toegangsopbouwen overgenomen. 2.3.5

Paraplubestemmingsplan verbod massagesalons (2013)

Het Paraplubestemmingsplan verbod massagesalons (bestemmingsplannen op papier) is door de toenmalige stadsdeelraad van stadsdeel West op 25 juni 2013 is vastgesteld. Diverse bestemmingsplannen waaronder Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (2008) zijn door dit paraplubestemmingsplan gewijzigd. Het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt is als volg gewijzigd:

Gemeente Amsterdam

blz. 22

Daarmee is het gebruik van gebouwen en gronden als massagesalon aangemerkt als verboden gebruik. Met de bestuursopdracht "Aanpak massagesalons" (2012) is beoogd de nieuwvestiging van dubieuze massagesalons te voorkomen. Daarnaast worden de bestaande massagesalons aangeschreven en gecontroleerd op illegale praktijken. In de bestemmingsplannen van stadsdeel West worden massagesalons daartoe aangemerkt als verboden gebruik. Het is mogelijk door aanpassing van het bestemmingsplan het huidige aantal massagesalons te bevriezen. De uitstraling van massagesalons in West hebben een negatieve uitstraling voor de betreffende winkel- en woonstraten en zijn daarmee van invloed op de openbare ruimte. Bovendien kunnen massagesalons aangemerkt worden als een criminogene branche. De ernst van de verdenkingen, het aantal en de uitstraling van de massagesalons rechtvaardigen aanpassing van het bestemmingsplan. In de deelraad is op 18 december 2012 een motie aangaande massagesalons aangenomen. De motie roept op in dit bestemmingsplan een formulering op te nemen waarmee bonafide massagesalons zo min mogelijk worden uitgesloten. Hierbij dient dan rekening gehouden te worden met ZZP-ers en gediplomeerde fysiotherapeuten in de massage-branch. Fysiotherapeuten die zich als zodanig willen vestigen worden door het verbod op massagesalons niet geraakt.

In het voorliggende bestemmingsplan is de planregeling uit het paraplubestemmingsplan overgenomen door massagesalons als verboden gebruik aan te merken. Alleen de bestaande vestigingen zijn op de planverbeelding aangeduid en daarmee toegestaan. Nieuwe vestigingen of verhuizing van bestaande vestigingen is daarmee niet mogelijk. 2.3.6

Paraplubestemmingsplan Kiosken (2017)

Met ingang van 16 juli 2016 heeft het ontwerpbestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Kiosken ter visie gelegen. Het paraplubestemmingsplan is op 15 februari 2017 vastgesteld. Kern van het paraplubestemmingsplan is dat alleen de bestaande kiosken positief worden bestemd en dat nieuwe kiosken niet als recht in bestemmingsplannen worden opgenomen. Hiervoor zal een afwijkingsprocedure moeten worden doorlopen. In het voorliggende bestemmingsplan is dit vertaald door ten aanzien van kiosken te bepalen dat uitsluitend de bestaande kiosken zijn toegestaan. Hiervoor is de maatvoering aangehouden die al in het eerdere paraplubestemmingsplan (zie paragraaf 2.3.4 van deze toelichting) was bepaald: maximum oppervlakte 15 m2 per kiosk, maximale bouwhoogte 3 meter.

2.4

Historisch stedenbouwkundige analyse

2.4.1

Uitbreidingsplan Bosch en Lommer

Uitbreidingsplan Het gehele plangebied maakt onderdeel uit van het 'Uitbreidingsplan Bosch en Lommer'. Dat kwam na een lange voorgeschiedenis tot stand in 1935. Het is ontworpen door de Afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken. Deze dienst werd in 1928 opgericht om toekomstige stadsuitbreidingen

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 23

vanuit één visie te laten plaatsvinden. Amsterdam had in 1921 enkele naburige gemeenten geannexeerd wat de stad veel nieuwe bouwgrond voor de zo noodzakelijke woningbouw opleverde. Na de negentiende-eeuwse stadsuitbreiding op basis van het 'Plan Kalff' uit 1877 en het vroeg twintigste-eeuwse 'Uitbreidingsplan Zuid' van H.P. Berlage uit 1917, bood de annexatie opnieuw ruimte voor grootschalige planmatige uitbreiding. Stadsontwikkeling ontwierp hiertoe het 'Algemeen Uitbreidingsplan' (AUP) dat in 1935 officieel werd vastgesteld. In 1922 was door particulier initiatief al aan een uitbreiding aan de westzijde van de stad begonnen, het zogeheten 'Plan West'. In april 1929 presenteerde Stadsontwikkeling een schemaplan voor de verdere ontwikkeling van Amsterdam-West. Binnen dit kader werden er verschillende deelgebieden aangewezen, waar het huidige Bos en Lommer er één van was. Op een gedetailleerd plan uit juli 1930 werd dit gebied nog aangeduid als het 'Noordgedeelte van Plan West'. Het was omsloten door de Haarlemmerweg in het noorden, de Jan van Galen- en Jan Evertsenstraat in het zuiden, het tracé van de Ringspoorbaan en de Admiralengracht in het westen en het Westelijk Marktkanaal en de Kostverlorenvaart in het oosten. De structuur van dit ontwerp werd gekenmerkt door reeds bestaande stedenbouwkundige elementen.

Het Westelijk Marktkanaal, de Admiraal de Ruyterweg, die ook al geheel bebouwd was, de Hoofdweg, die doorgetrokken werd naar het Bos en Lommerplein, en de geprojecteerde ringweg, tegenwoordig de A10, vormden dominante noord-zuid gerichte structurerende elementen. Het dijklichaam van de Ringspoorbaan begrensde het gebied aan de westzijde. Ook de oost-west gerichte structuur lag in feite vast. De Jan van Galenstraat en de Erasmusgracht, in het verlengde van de De Rijpgracht, waren al voor de annexatie in 1921 op de kaart gezet door de Gemeente Sloten. De profielen van de zijstraten die de Admiraal De Ruyterweg van oost naar west kruisen, waren zelfs al bebouwd en dus een vaststaand stedenbouwkundig feit. De Afdeling Stadsontwikkeling was genoodzaakt om voor de latere Bos en Lommerweg gebruik te maken van de enige zijstraat van de Admiraal de Ruyterweg die wat breder was. Dit werd de doorgaande verkeersverbinding in westelijke richting, met een viaduct in het dijklichaam van de Ringspoorbaan. De profielen van de twee andere zijstraten waren smaller en sloten aan op doodlopende woonstraten, de Wiltzanghlaan en de Reinaert de Vosstraat. Het stedenbouwkundige ontwerp voor Bos en Lommer uit 1935 wordt gekenmerkt door een hoge mate van symmetrie.

De gedeelten ten oosten en westen van de Multatuliweg (nu ringweg A10) zijn min of meer aan elkaar gespiegeld en dienen als één ruimtelijke eenheid gezien te worden. De hoofdstructuur van Bos en Lommer is nooit meer gewijzigd en alleen de latere, verhoogd aangelegde A10 heeft ingrijpende gevolgen gehad voor het oorspronkelijke ontwerp. De uiteindelijke plankaart uit 1935 verschilt echter wel van de kaart voor het 'Noordgedeelte van Plan West' uit juli 1930. Zo was het om financiële redenen noodzakelijk om het gebied ten oosten van de Admiraal de Ruyterweg eerst te ontwikkelen, omdat dit reeds was opgespoten. Hiervoor werd in november 1930 een afzonderlijk voorstel ingediend bij de Gemeenteraad: het 'Uitbreidingsplan Landlust'. Ook dit plan zou op onderdelen nog herhaaldelijk gewijzigd worden, maar het werd in grote lijnen uitgevoerd conform de kaart van juli 1930, met gesloten blokbebouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

Afbeelding: uitsnede van de plank aart voor "Bosch en Lommer" uit 1935. De strokenverkaveling vormt een groot verschil met de gesloten bouwblokken van vijf jaar eerder. De eerste strokenbouw In Landlust, op het woonveld tussen de Juliana van Stolbergstraat, de Karel Doormanstraat, de Willem de Zwijgerlaan en de Bestevaerstraat werd in 1936 op kleine schaal geëxperimenteerd met open bebouwing naar ontwerp van B. Merkelbach en C. Karsten. Het resultaat van dit experiment zijn goedkope arbeiderswoningen van vier bouwlagen op een verzonken onderbouw met bergingen en aan de gevel geplaatste trappenhuizen. Twee blokken liggen telkens aan een collectieve tuin, toegankelijk vanuit de onderbouw, volgens het principe straat, blok, tuin, blok, straat. Deze opzet kan worden beschouwd als het oertype van de naoorlogse portiek-etageblokken in open bebouwing in de AUP-gebieden. Het bebouwingsplan voor de terreinen ten westen van de Admiraal de Ruyterweg werd vervolgens in de loop der jaren ingrijpend aangepast aan de nieuwste stedenbouwkundige inzichten. Met name het streven naar open bebouwing, zoals in Landlust geïntroduceerd was door de architectonische avant-garde van de jaren twintig, kon met het verstrijken der jaren niet meer terzijde worden geschoven als een ondoordacht experiment. C.

van Eesteren, hoofdontwerper bij de Afdeling Stadsontwikkeling, maar ook voorzitter van de Internationale Congressen voor het Nieuwe Bouwen (CIAM), wilde dit gedachtegoed in de praktijk van de Amsterdamse stedenbouw toepassen. Zo werd het ‘Uitbreidingsplan Bosch en Lommer’ het eerste grootschalige experiment met open strokenverkaveling in Nederland. Het resultaat was evengoed geen onverdeeld succes. De open bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 25

bebouwing was erop gericht meer licht en lucht toe te laten treden tot woningen, maar door de hoge grondprijs moest een deel van bouwblokken op kortere gevelafstanden tot elkaar worden geplaatst dan eigenlijk wenselijk was, zoals aan de Blancefloorstraat en omgeving. Ondanks de beperkingen op het gebied van financiële middelen en de hoge dichtheid is er vertrouwen dat de ingeslagen richting succesvol zal zijn, aldus de directeur van Publieke Werken. W.A. de Graaf: “Toch zijn er redenen te over om te mogen verwachten, dat hier niettemin een stadsk wartier kan ontstaan, dat niet alleen doelmatig zal zijn ingericht, doch dat daarboven uit ook een grote aantrekkelijkheid zal verkrijgen, omdat het zoovele elementen heeft, die een werkelijk schoonen aanleg waarborgen. De zorgvuldige distributie van groen en van de open ruimte bij scholen en andere gebouwen, de open bouwwijze, waarbij het groen der tuinen zijn werking in het stadsbeeld zal doen gevoelen, […] de zeer streng doorgevoerde scheiding van woon- en verkeersstraten, de mogelijkheid tot wandelen, vrij van de drukte der hoofdwegen, het groen en de speelgelegenheden in de woonstraten, dit alles zal zeker de wijk onderscheiden van de meeste der vroeger gebouwde.” [W.A. de Graaf, Toelichting op het uitbreidingsplan Bosch en Lommer, 1935 p.

32-33] Overigens was er ook kritiek op de uitvoering van het plan, met name op het punt van architectuur en de bouwkundige kwaliteit van de woningen was kritiek. De architectuur is voor een deel ook nog tamelijk traditioneel, met name ten zuiden van de Bos en Lommerweg, wat niet afweek van wat de vooruitstrevende architecten voor ogen stond. Dus hoewel Landlust en Bosch en Lommer nog tal van kinderziektes tonen waarvoor verbeteringen nodig waren, zag men het toch als belangrijke stap in de goede richting gezien ten opzichte van de oude stad met de gesloten bouwblokken. Vanaf nu wordt voor de komende decennia gekozen voor een stedenbouwkundig model dat bestaat uit een open verkaveling waarbij het groen voor de beleving van de woonomgeving en het stadsbeeld een dominante rol krijgt. Onderdeel daarvan is het mee laten spelen van (gemeenschappelijk dan wel privé) achtertuinen in de beleving van de openbare ruimte. Hier werd flink geexperimenteerd met privetuinen die het hele binnenterrein beslaan, privetuinen die grenzen aan een kijktuin en privetuinen die aan door de open verkaveling direct aan de straat liggen en waar nog een plantsoen als buffer aan gekoppeld is. Datzelfde motief is ook op de koppen van de blokken aan bijvoorbeeld de Erasmusgracht te zien.

Het privégroen als onderdeel van het beeld- en structuurbepalende element voor de beleving van de wijk als geheel blijkt een thema dat na de oorlog tot in detail uitgewerkt wordt en nog vele decennia toegepast zal worden (zie ook paragraaf over groen). Een ander belangrijk gevolg van alle onderzoeken uit deze periode is dat de bouwverordening in 1935 wordt aangepast, waarbij op basis van objectief meetbare criteria op het gebied van de bezonning, voorschriften ten aanzien van bouwhoogte en gevelafstanden worden opgenomen. Toegespitst op typologie en plattegrond van de woning is Bosch en Lommer bovendien ook de bakermat van het standaard portiek-etageblok dat tot in de jaren zestig de woningvoorraad zou domineren. Met name in het oudste deel, ten zuiden van de Bos en Lommerweg, zijn allerlei variaties te zien, van bergingen op zolder, tot hele en halve verdiepingen met bergingen in de plint. Een overgangsvorm zijn de woonblokken aan weerszijden van de Marieken van Nimwegenstraat uit 1939. Bij een deel van deze woningen heeft het souterrain weer plaatsgemaakt voor een traditionele blokopbouw met begane-grondwoningen en zolderbergingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest de uitvoering van Bosch en Lommer worden gestaakt. Na de oorlogsjaren werd de bouw weer hervat, wat terug te zien is in typologie, de positie van de bergingenlaag en de architectonische uitwerking.

Zo zijn bijvoorbeeld in het middengedeelte van de Bosleeuw een verzonken bergingenlaag, terwijl in de Kolenkitbuurt uiteindelijk bouwblokken met een volwaardige, flexibele begane-grondlaag werden gerealiseerd. Behalve bergingen zijn hierin twee slaapkamers aan de tuinzijde ondergebracht die bij de woning op de eerste verdieping horen en via een binnentrap te bereiken zijn. Ook werd het zo mogelijk winkels, bedrijven of woningen voor alleenstaanden in de plint Gemeente Amsterdam

blz. 26

op te nemen. De verder ontwikkeling hiervan zou zich vanaf de jaren vijftig onder andere in de Westelijke Tuinsteden doorzetten, waarbij er typologisch een overgang plaatsvond van louter portiek-etageblokken naar ruimtelijke composities van laag-, middelhoog- en hoogbouw in een integraal ontworpen groenstructuur. Door de gefaseerde invulling voor en na de oorlog is de historische betekenis van het uitbreidingsplan Bosch en Lommer lange tijd enigszins miskend. Tegenwoordig kan gesteld worden dat het een baanbrekend stedenbouwkundig ontwerp is geweest. De strokenbouwvarianten uit de late jaren dertig en van kort na de oorlog geven een helder beeld van de principiële zoektocht in Amsterdam naar een open stedenbouw, een optimale volkshuisvesting met zoveel mogelijk groenbeleving en een rationele architectuur. 2.4.2

Erasmusparkbuurt

Deze buurt ligt tussen Erasmusgracht, Elckerlijcstraat, Bos- en Lommer- en Vierheemskinderenweg. Het werd nog voor de oorlog gerealiseerd werd en vrijwel geheel volgens het plan. De halfopen en strokenbebouwing kwam tussen 1939 en 1940 tot stand. De betrokkenen waren diverse weinig aannemers en enkele architecten die ook in de 20-40 gordel al actief waren, waaronder L. Peters, M. Gulden en Z. Geldmaker, A.J. Westerman, J.F.A. Göbel en G. den Hartog. Feitelijk is met dit bebouwingstype en deze verkavelingswijze een eerste stap gezet in het voorzien in meer lucht en licht voor grote aantallen woningen tegen een voor arbeiders betaalbare huurprijs. De gebouwen zijn in zoveel mogelijk in een groene omgeving gelegen en door de noord-zuidligging is er een zo optimaal mogelijke bezonning. Alleen de blokken langs de zuidzijde van de Bos en Lommerweg liggen oost-west. Overigens is door later toegevoegde scholen daarachter niet overal het effect van de doorzichten nog intact. Een bekend motief uit de Amsterdamse Schoolperiode om aan de hand van de vormgeving van de bouwblokken de stedenbouwkundige ruimte vorm te geven is hier doorgezet. Zo zijn veel van de blokken op de hoeken afgeschuind, afgerond of verspringen ze. Daarnaast wordt ook met de opbouw in hoogtes van de daklagen gevarieerd, die op de hoeken voor hoogteaccenten of een 'luchtiger' beeld zorgen.

Op de koppen van de strokenbouwblokken aan de Bos en Lommerweg zijn kleine winkelgebouwtjes geschakeld. Een beeldbepalend motief dat in de hele buurt voorkomt zijn de overkragende daklijsten. Andere elementen die het straatbeeld te verrijken zijn bijvoorbeeld erkers. Het langgerekte blok aan de Bos en Lommerweg heeft verspringende kaplagen om het blok te modelleren en een tweetal doorgangen te accentueren.

Afbeelding: achterzijde van de bebouwing langs de Bos en Lommerweg bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 27

Afbeelding: winkelruimten op de k op van blokken die haaks op de Bos en Lommerweg staan.

Afbeelding: typerende strokenbouw met overkragende daklijsten De woonbebouwing is opgedeeld in verschillende typen woningen gezinswoningen. In de plinten op de kop van de woonblokken zijn op veel plaatsen kleinschalige bedrijfsruimten toegestaan. Bergingen zitten vaak in de (helft) van de begane grondlaag, maar er zijn ook blokken waarbij de begane grond geheel voor de woning is, danwel geheel ten behoeve van de bergingen. De Bos en Lommerweg is de centrale winkelstraat, met winkels in de plint. Aan de achterzijde heeft dit langgerekte blok uitbouwen voor de winkels die mee ontworpen zijn. Het beeld hiervan is verschraald door allerlei nieuwe deuren en tal van opbouwen, ventilatie- en schoorsteenpijpen. Overigens zijn ook in de woonstraten ruimtes voor maatschappelijke voorzieningen of winkels opgenomen, overwegend op de hoeken en in de blokken direct achter de Bos en Lommerweg. Aan de oostzijdezijn enkele grotere gebouwen opgenomen voor maatschappelijke voorzieningen zoals onderwijs en religie. Verderop in dit rapport komen de betekenisvolle bebouwing alsook de groenstructuur en –voorzieningen nader aan bod.

Verdichting rond Sportpark Joos Banckersplantsoen vond plaats rond 2000 met de bouw van een reeks vrijstaande blokken en twee stroken die passen in maat en schaal en met rondom doorlopende groene ruimte bij de opzet van de strokenbouw van de Bos en Lommer rond dit deel van het Erasmuspark.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

2.4.3

Robert Scottbuurt

De Robert Scottbuurt is gelegen in een trapeziumvorming gebied dat wordt begrensd door de Erasmusgracht (N), de Jan van Galenstraat (Z), de James Rosskade (W) en de Robert Scottstraat (O). Het werd ontwikkeld in de periode 1944-1953 als katholiek enclave binnen de uitbreidingswijk Bosch en Lommer. In de opzet van de wijk is de weerslag te zien van de veranderende ideeën over het functioneren van een woonwijk in een stedelijke context. Het AUP voorzag nog in de ontwikkeling van een woonwijk met parallel aan de Erasmusgracht drie scholen en daar omheen woningen in noord-zuid gerichte strokenbouw. In de bredere zuidkant werden oost-west georiënteerde stroken bejaardenwoningen voorzien. Deze opzet werd echter herzien toen duidelijk werd dat hier een katholieke woonwijk ontwikkeld zou worden en waarvoor de architect G.H.M. Holt was aangetrokken. De nieuwe opzet kwam tot stand in een hechte samenwerking tussen Van Eesteren en Holt. De planwijziging voorzag een oost-west georiënteerd kerkgebouw ongeveer '...in het midden van de onderwerpelijke wijk ontworpen, als zuidelijke begrenzing van een open ruimte, waarin het speelterrein een plaats is gegeven, aansluitend aan het speelterrein der scholen, zoodat de ruimte aan de noordzijde door scholen wordt begrensd.

Aan de oost- en westzijde zijn woonhuizen van vier verdiepingen ontworpen en aan de zuidzijde der kerk woningen voor ouden van dagen, die uit slechts een verdieping met kap zullen bestaan, zoodat het kerkgebouw ook van de Jan van Galenstraat af zichtbaar zal zijn'. Hierdoor ontstonden twee afzonderlijke pleinruimtes, een voor de kerk en een terzijden van de kerk en temidden van de scholen. De oriëntatie van de bejaardenwoningen werd gedraaid naar noord-zuid teneinde het zicht op de kerk vanaf de Jan van Galenstraat te verbeteren. Het basisthema dat aan de opzet van de Robert Scottbuurt ten grondslag ligt is de 'core', ofwel het 'samenzijn'. Dit behelst het streven naar een heldere programmatische, stedenbouwkundige en architectonische wijk die (ver)leidt tot de ontmoeting en het samenzijn van de bewoners. De overwegend noordzuid gerichte verkaveling van de bebouwingsstroken krijgt dankzij de trapeziumvorm van het plangebied haar bijzondere waaiervorm. Deze vorm versterkt de openheid en het zicht op de kerk, met name vanaf de Jan v Galenstraat en zorgt tevens voor een soort doorademing van de wijk. In het hart van de wijk is de (bijzondere) bebouwing eenlaags met uitzondering van de hogere kerk die mede hierdoor goed waarneembaar is.

Bijzonder is ook het 'coulisseneffect', dat ontstaat door de hogere, vierlaagse bebouwing op de achtergrond, met name beleefbaar vanuit het centrale gedeelte van de wijk en wederom vanaf de zuidzijde. De kerk is gelegen aan twee pleinruimtes, één aan de westelijke frontale zijde aan de Erik de Roodestraat en een groter plein aan de noordelijke zijde en de Robert Scottstraat. De gedeeltelijk vrije ligging van de kerk aan beide open ruimtes versterkt nog eens de hierboven genoemde beleving van het kerkgebouw en ook de samenhang met de scholen. Het kerkplein heeft een uiterst monumentale werking vanwege de schuin naar elkaar toe neigende situering en de min of meer symmetrische opbouw van de laagbouw aan weerszijden van het plein. Een tertiaire oost-westverbinding tussen het plein en James Rosskade met een 'poort' in de bebouwing aan de Erik de Roodesteraat, versterkt dit effect nog eens. Het speelplein naast de kerk heeft een recreatieve ontmoetingsfunctie. Tevens vormt dit plein, mits goed ingericht, de verbindende ruimte waaraan de bijzondere bebouwing is gelegen, als ware het een 'forum' waaraan de bijzondere bebouwing is gelegen, passend bij de wijkgedachte ten tijde van het ontwikkeling van het gebied. Bijzonder zijn ook de perspectiefwerking en de zichtlijnen naar de kerk tussen de bejaardenwoningen aan het Fridtjof Nansenhof.

Ook binnen de Robert Scottbuurt zijn bijzonder ruimtewerkingen gerealiseerd om het monumentale karakter en de centrale rol van de kerk te benadrukken, onder meer vanaf de James Rosskade en vanaf de noordkant van de Erik de Roodestraat waar de eenlaagse buitenste ring van de school voor een bijzonder zicht op de kerk zorgt. Tot slot is door deze situering van school en bejaardenwoningen een versmalde route aan weerszijden van de kerk ontstaan. Hierdoor

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 29

zijn doorkijkjes tot stand gebracht naar de achterliggende terreinen, die het doorlopende karakter van de wijk kenmerken, maar die tegelijk voor een subtiele definiëring van de verschillende soorten openbare (plein)ruimtes zorgen.

Ook op andere plekken is bewust gezorgd voor een zorgvuldige begeleiding van de doorgaande routes en verblijfsplaatsen in de wijk. Een van de beproefde middelen die is ingezet is de coulissenwerking en het feit dat zichtlijnen in straten steeds beperkt zijn doordat ze beëindigd worden door (koppen van) bebouwing. De trapeziumvorm van het plangebied bood wat dat betreft een gelukkige omstandigheid: het schuine verloop van de Robert Scott- en Erik de Roodestraat kon zo op een haast natuurlijke wijze opgevangen worden met verspringende rooilijnen. De verdraaiing van het klooster is ook op die manier ingezet om een visuele beëindiging en markering van het speelplein tot stand te brengen. Het zorgt voor besloten ruimtewerkingen zonder dat er sprake is van afsluitingen en geslotenheid. Dat laatste is

Gemeente Amsterdam

blz. 30

natuurlijk ook een belangrijk uitgangspunt voor een speelplein waar kleine kinderen zich veilig moeten kunnen voelen. De vernauwing in de Robert Scottstraat, de geschakelde ruimtes van speel- en schoolpleinen alsook het feit dat alleen de Josephkerk een hoge wand vormt, leiden tot een plein dat tegelijk open en luchtig alsook intiem is. Op een aantal punten is het stedebouwkundige weefsel gewijzigd in de afgelopen jaren. Zo was vanaf de Jan van Galenstraat op de hoek met de Robert Scottstraat het sculpturale ensemble van kerk en klooster duidelijk zichtbaar. Dit is echter verloren gegaan door de toevoeging van de bejaardenwoningen in de jaren '80. Daarnaast werden bezoekers van de wijk naar de kerk geleid via de ventweg tussen Fridtjof Nansenhof en de Jan van Galenstraat naar de Erik de Roodestraat. Deze beleving is tegenwoordig slecht ervaarbaar door de verhoogd aanlegde Ringweg A10 en Jan van Galenstraat. Voor het Fridtjof Nansenhof is recent een stedenbouwkundig plan vastgesteld dat voorziet in verdichting op deze locatie. De strokenbouwverkaveling met doorstromend groen en doorzichten naar de kerk blijft daarbij grotendeels intact. De hoogte neemt wel toe.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 31

2.4.4

Groen en openbare ruimte

De inrichting van de openbare ruimte en het gebruik van licht, lucht en ruimte speelt een belangrijke rol in de twintigste-eeuwse stedenbouw. Bij de totstandkoming van het AUP stond het idee van het logisch, organisch ordenen van terreinen met verschillende functies centraal: 'ieder element [heeft] de daarvoor organisch aangewezen ligging zoo goed mogelijk […] verkregen, zoodat alles in goed onderling verband kan uitgroeien tot de hoogere eenheid, die de stad heet' (uit: Feddes, 2009, p. 15). Zowel vanuit het concept van verkeer als groen geldt de woning als de uiterste vertakking van een gelaagd systeem. Het verkeer betekent het contact met de maatschappij, het groen staat voor rust, ontspanning en de aanraking met de natuur. Er werd gestreefd naar een doorgaande ruimte die in schaalniveaus verloopt van de woning via de buurt en wijk naar de stad en het ommeland, van particuliere naar gemeenschappelijke naar openbare ruimte. In ruimtelijke opbouw impliceert dit dat, naarmate de kleinste ruimte (woning) genaderd wordt, de doorgangsruimte plaats maakt voor verblijfsruimte. Gaan wordt verblijven. Doorgaande routes liggen daarom naast woonwijken, in de woonwijken vertakken de straten zich dusdanig dat zij meer en meer relatie met de bebouwing hebben.

Beplanting heeft in deze opzet enerzijds een functie bij het gaan; als bind- of afbakeningsmiddel zoals de verbindingsroutes van hoofd- en secundaire straten. Anderzijds is het ingezet voor het verblijven; ontspanning en educatie in de verblijfsplaatsen in de wijk, de tuinen en speelplaatsen. Mede vanwege de strokenverkaveling is er een groot scala aan gradaties tussen privé en openbare ruimtes waar specifiek voor ontworpen werd door landschapsarchitecten als Mien Ruys. De ruimtereeks die daarbij werd onderscheiden is: balkon – tuin – binnentuin – stoep – straat – plein – park – weg – stad. De uitgangspunten waren gemeenschapszin, pragmatisme, dienstbaarheid aan de gebruiker, functionaliteit in de beleving, samenhang en afwisseling. De ruimte moest doorlopend zijn, maar ook beslotenheid en beschutting bieden op daartoe geëigende plekken. Scheidingen en verbindingen zijn

Gemeente Amsterdam

blz. 32

(ruimtelijk en/of visueel) tot stand gebracht door gradaties van afscherming. Denk daarbij aan de verhoging van terreinen, rijen heesters en bomen en halfhoge of halfopen muren. Hiermee werd wel beschermd maar nooit helemaal afgeschermd. Zo koos men bijvoorbeeld bij gemeenschappelijke binnentuinen voor een parkachtige inrichting, terwijl het meer stedelijke karakter van straat- en pleinruimtes met meer formele plantsoenen en speelinrichtingen werden ingericht. Lange smalle woonstraten kregen lage (fruit)bomen die genoeg licht en lucht doorlaten, terwijl doorgaande verbindingswegen juist zijn voorzien van markante, hoog opgaande bomen. In pragmatische zin werden bijvoorbeeld speelpleinen van privétuinen afgeschermd door plaatsing van stekelige struiken. Natuurlijk werd de beplantingskeuze ook gestuurd door de architectuur van de omringende bebouwing. Overigens kon in veel gevallen het groen pas enige jaren na de voltooiing van de bebouwing worden aangelegd omdat de pas opgehoogde gronden niet beplant kunnen worden. Voornoemde principes zijn ook toegepast en nog altijd aanwezig in het onderhavige plangebied.

Zo werd ten oosten van de Hoofdweg de route van de scholendriehoek via de Hertspieghelweg naar het Wachterliedplantsoen en het Erasmuspark voorzien van een ruime openbare groenmaat, geaccentueerd door bomen en gazons zodat een parkstrook voor voetgangers en kleine kinderen is gerealiseerd. De strokenbouwflats zijn voorzien van parkachtige kijktuinen, tussen de bejaardenwoningen liggen alternerend privétuinen of gazons met kleine bomen. Door de (soms latere) toepassing van open hekwerken zijn deze gemeenschappelijke ruimtes op weloverwogen locaties zichtbaar vanuit de openbare ruimte en leveren hierdoor een belangrijke bijdrage aan het groene karakter van de wijk. Het buiten dit bestemmingsplangebied gelegen Lidewijdepad met de daar gelegen speelplaatsen is daar een goed voorbeeld van, evenals de doorsteek tussen de Twee Koningen- en Merlijn- en de Elegast- en Blancefloorstraat die de langgerekte straten zo wat opbreekt en voorziet van een fraaie lommerrijke doorsteek. Verder zijn straatruimtes zelf ook ruimschoots voorzien van omkaderde plantsoenen en perken met een meer formeel karakter. De school- en speelpleinen zijn in principe voorzien van laag struikgewas. Sportvelden zijn er ook ten oosten van het Erasmuspark, tegenwoordig op een geringer terrein omdat rond 2000 langs de rand nieuwbouwblokken zijn toegevoegd.

Oost-west is er sprake van een verbindende groen-blauwe as langs de Erasmusgracht en die ook buiten het plangebied doorloopt via de De Rijpgracht aan de oostzijde en aan de westzijde via de Burgemeester van Tienhovengracht enzoverder.

bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)

blz. 33

Al deze groenprincipes zijn in de Robert Scottbuurt toegepast. Zo werd de route naar de kerk vanaf de Jan van Galenstraat via de ventweg en de Erik de Roodestraat geaccentueerd door een bomenrij. Het omgrensde gazon en de bomen zorgen voor een lommerrijke situering van het kerkplein. De portiek-etageflats zijn voorzien van parkachtige kijktuinen, tussen de bejaardenwoningen zijn alternerend privétuinen of gazons met kleine bomen. Het vormt een ronduit romantische begeleiding van de zichtlijnen naar de kerk. Door de toepassing van open hek- en muurwerken zijn deze gemeenschappelijke ruimtes op weloverwogen locaties zichtbaar vanuit de openbare ruimte zodat ze een belangrijke bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk. Verder zijn straatruimtes zelf ook ruimschoots voorzien van omkaderde plantsoenen en perken met een meer formeel karakter. De school- en speelpleinen alsook de ruimte rond het klooster zijn in principe voorzien van laag struikgewas. Dit laatste is echter sterk verwaarloosd waardoor het groen te hoog en massief is geworden en de architectonische en ruimtelijke werking van de bebouwing niet meer goed tot haar recht komt. Verder is tussen Jan van Galenstraat en Fridtjof Nansenhof geen sprake meer van een specifiek gekozen inrichting die voor een goede overgangszone tussen deze doorgaande weg en de woonwijk zorgt.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

2.4.5

Het Erasmuspark

Op de plek van het huidige Erasmuspark was al in het uitbreidingsplan van de gemeente Sloten van 1916 voorzien in een park. Er waren daar toen al tuinderijen en ook percelen die als moestuinen in gebruik waren. Nadat de gemeente Sloten in 1921 door de gemeente Amsterdam was geannexeerd werden de plannen aangepast, maar op dezelfde plek bleef een park voorzien. Het maakt in ligging en aansluiting op omringende groenstructuren, zoals oost-west de Erasmusgracht – de De Rijpgracht , en noord-zuid de Admiralengracht –Wachterliedplantsoen etc) onlosmakelijk onderdeel uit van de AUP-opzet. Het ontwerp van het park werd wel gewijzigd. In de jaren '24-25 werd aan de zuidelijke zijde een begin gemaakt met de aanleg van dat park met de naam Jan van Galenpark. Er kwam een deel van een dubbelle kruisvormige laan met een centrale rondgang en een siergracht rondom. Dat sluit aan op het ontwerp zoals dat op hoofdlijnen getekend is in uitbreidingsplan Bosch en Lommer. De rest van het gebied bleef in gebruik als moestuinen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed het park schade omdat veel bomen gekapt werden voor brandhout. En in de periode daarna had het park weinig aandacht omdat prioriteit uitging naar de woningbouw. Pas eind jaren '50, toen de buurten rondom waren gerealiseerd en de behoefte aan goed functionerend park urgent werd, pakte de gemeente de ontwikkeling van het park weer op.

Er werd voor gekozen om een nieuw ontwerp te maken, voor een modern park dat bovendien paste in deze periode om in korte tijd grote oppervlakken stedelijk groen in te richten. De contour veranderde overigens niet en conform het AUP werden de Admiralen- en Erasmusgracht langs het park aangelegd. Het nieuwe ontwerp kwam in fases tot stand, en het definitieve ontwerp van 1957 werd in 1961 gedeeltelijk uitgevoerd aan de hand van een versoberd uitvoeringsplan. Ontwerp 1957 Het ontwerp van 1957 toont een park dat is opgebouwd uit een aantal strak vormgeven 'kamers' die in een asymmetrische compositie zijn gegroepeerd. Die verschillende kamers zijn gericht op een aantal hoofdfuncties: sport- en speelvelden, een rustig rosarium, een bloemen- annex theetuin, een speelplek voor de kleintjes met een speelvijver en zandbak. Rondom is het park voor een groot gedeelte omzoomd door boombeplanting die een zekere buffer met de omringende buurten en met de Jan van Galenstraat vormt (een motief dat ook bij parken in de Engelse Landschapsstijl voorkomt). De speelweide vormt het hart. Rondom dit hart is een ring van afwisselend halfopen en open beplanting. De bomenrijen langs de lanen vormen een sterk structurerend effect terwijl onder de boomkruinen door lange zichtlijnen mogelijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10779289/1