CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Eindrapportage_Aanpak_Doorgroeiers.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 1 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Driehoek tegen Drugscriminaliteit - Visie en Voortgang en Rapportage Weerbaar Amsterdam 2019-2022 en afdoening toezeggingen (VN2023-013096)30.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Amsterdam-Amstelland

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

2

Inhoudsopgave

Samenvatting4 Het advies

9

1. Aanleiding

11

2. Projectaanpak op hoofdlijnen

14

3. Verantwoording methode en onderzoek

15

4. Afbakening en definities

16

5. Resultaten onderzoek

18

7. Nieuwe interventies

34

8. Samenwerking tussen het RIEC en het AcVZ

39

9. Uitgelicht: context-/gebiedsgericht werken

45

10. Verhouding tot aanpak Top600/ Top400

47

11. Werkproces en samenwerking met partners

51

Bijlage 1 Projectaanpak op hoofdlijnen

56

Bijlage 2 Signalen van doorgroeien

58

Bijlage 3 Ingezette interventies aanpak

59

Bijlage 4 Inclusiecriteria Aanpak Doorgroeiers 1

61

Bijlage 5 Instroomcriteria Top400 en Top600 

62

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Colofon Organisatie: Actiecentrum Veiligheid en Zorg Amsterdam-Amstelland Onderdeel: Programma Weerbaar Amsterdam - drugscriminaliteit Auteur: Michiel Geuzinge (m.geuzinge@amsterdam.nl) Status: definitief Versienummer: 2.0 Redactie: M. Geuzinge Fotografie: E. van Eis Vormgeving: Vorm de Stad

23 januari 2023

3

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Samenvatting

De opdracht Op 16 november 2020 heeft de Stuurgroep Veiligheid en Zorg van de regio AmsterdamAmstelland ingestemd met het inrichten en uitvoeren van een integrale persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers. Doorgroeiers worden omschreven als personen die de verbindende schakel zijn tussen de Jonge aanwas en de zware georganiseerde criminaliteit en die een rol hebben bij het werven van kwetsbare jongeren. Voor deze doelgroep zou de inzet van een persoonsgerichte aanpak gerechtvaardigd zijn, want bij afzijdig blijven is het een reëel risico dat individuen doorgroeien tot toonaangevende leden van (internationale) drugsnetwerken. Gedurende twee jaar is onderzoek gedaan naar de doelgroep. Er is een persoonsgerichte aanpak opgezet waar 40 personen in zijn gekomen. Tijdens de aanpak is begonnen met het ontwikkelen van nieuwe interventies en interventiestrategieën. Met het Regionale Informatieen Expertise Centrum Amsterdam-Amstelland (RIEC) is verkend hoe hun aanpak van ondermijning verbonden kan worden met de persoonsgerichte aanpak van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). Na twee jaar kan de volgende balans worden opgemaakt.

Resultaten onderzoek Doorgroeiers zijn jongeren en jongvolwassenen die zich meermaals schuldig hebben gemaakt aan ernstige (gewelds)misdrijven, drugsgerelateerde en ondermijnende criminaliteit. Ze staan in contact met of maken deel uit van criminele samenwerkingsverbanden. Door hun groeiende status en positie kunnen ze een negatieve invloed uitoefenen op overige jongeren. Ze sturen Jonge aanwas aan, maar zijn niet de top van een netwerk. Daar staan ze wel mee in verbinding. Ze zijn aanstormend crimineel talent, ‘te groot voor de wijk(agent) en nog te klein voor de recherche.’ Er is geen typische criminele carrière van een Doorgroeier. De traditionele loopbaan bestaat, maar tegenwoordig gaan processen snel en onvoorspelbaar. Professionals geven aan dat het

belangrijk is om op te vallen, lef te tonen en loyaal te zijn, bijvoorbeeld door het plegen van geweld. Er is geen sprake van een bepaald instapdelict. Doorgroeiers worden omschreven als opportunistische multiplegers die diverse delicten plegen, zolang het maar geld en status oplevert. Hier vallen ook cybercrime en online fraude onder. Voor Doorgroeiers die bewust toetreden zijn geld en status de belangrijkste redenen. Een deel wordt ‘er in getrokken,’ professionals moeten daar alert op zijn. Velen hebben een verleden in criminele jeugdgroepen en waren zichtbaar op straat, anderen komen ‘uit het niets’ in beeld. ‘Ongrijpbaarheid’ is een belangrijk onderscheidend kenmerk van Doorgroeiers. Ze gedragen zich in het contact met professionals netjes en zijn sociaal slim, waardoor het lijkt dat ze zich aan afspraken houden. Ze opereren onder de radar, laten anderen het werk doen en proberen niet op te vallen. Een belangrijke factor is dat drugscriminaliteit vaak heimelijk en onzichtbaar plaatsvindt. Deze ongrijpbaarheid wordt ook bevorderd door de onlinewereld, die een belangrijk deel van hun leefwereld is. Daar worden klussen aangeboden, contacten gelegd en kunnen drugs en wapens worden gekocht. Het is voor professionals zeer moeilijk om daar zicht op te krijgen. Professionals ervaren een relatie tussen een antisociale persoonlijkheid en toetreden tot de georganiseerde misdaad.

Ze onderscheiden verder twee categorieën in de doelgroep: 1. Uitvoerende Doorgroeiers: deze gaat door met het plegen van ernstige criminaliteit maar lijkt niet over de juiste capaciteiten te beschikken om hogerop te komen en blijft steken op een bepaald niveau. 2. Strategische Doorgroeiers: slim, manipulatief, ondernemend. Goede netwerker. Laat anderen werken. Innemend en charmant, kil en meedogenloos. Gaat volledig voor eigen belang.

4

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Experts zien uithalers ook als potentiele Doorgroeiers. Door de platte structuur van de netwerken zijn ze enkele schakels verwijderd van de top. Ze zijn vaak snel met het mee­ financieren van grote partijen drugs, wat een vorm van doorgroeien is. De focus van de Aanpak Doorgroeiers op drugshandel werkt beperkend. Het zijn namelijk multiplegers die ook met andere delicten geld verdienen. Daarnaast kan een Doorgroeier een andere rol hebben in het netwerk dan de handel in drugs. Ze kunnen zich ook bezig­ houden met activiteiten die aan drugscriminaliteit gerelateerd zijn: geweld plegen, wapens verhandelen, afpersing. De onderzoekers pleiten voor vroegtijdig contact en het letten op gedragsverandering om (potentiële) doorgroeiers op te merken en aan te kunnen pakken. Het opbouwen van een (vertrouwens-) band is hierbij belangrijk. Daarnaast moet de pakkans omhoog. Focus niet te veel op drugs en de grote jongens, maar heb aandacht voor het hele proces van doorgroeien.

Uitvoering persoonsgerichte aanpak Gedurende de aanpak zijn 40 personen ingestroomd en 9 weer uitgestroomd. Regiepersonen zijn man, gemiddeld 23 jaar en meestal thuiswonend. Van de regie­personen woont nu 31% buiten Amsterdam. De in Amsterdam woonachtige personen woonden verspreid over alle stadsdelen. De meeste regiepersonen hadden geen dagbesteding en geen uitkering, maar wel officiële schulden. We hebben geen beeld van onofficiële ‘straatschulden,’ wel vermoedens. Alle regiepersonen waren bekend bij justitie, 92% vanwege vermogensdelicten en 83% vanwege geweldsdelicten. Slechts 56% vanwege een drugsdelict. Verder blijkt dat 54% van de regiepersonen ooit in de aanpak van de Top400 dan wel de Top600 zat. Bijna de helft van de personen die instroomden in de Aanpak Doorgroeiers was nog niet bekend bij een andere aanpak. Er is weinig verschil in achtergrondkenmerken tussen beide groepen en er is uitwisseling mogelijk: een Doorgroeier kan gedurende de regie worden aangehouden en daarmee aan de criteria voor de Top600 komen te voldoen en

een persoon kan uit de Top600 of Top400 uitstromen maar wel aan de criteria van de Aanpak Doorgroeiers voldoen. Maar deze overlap is gedeeltelijk, we krijgen ook personen in aanpak die in het geheel niet in beeld waren. Tijdens de aanpak stroomden 4 Doorgroeiers in de Top600 DG/HIC en 1 in de Top400. Een verklaring is dat door ze door de regie vanuit de aanpak meer aandacht hebben gekregen en daardoor zijn aangehouden. Daarmee wordt alsnog voldaan aan de criteria van de Top600/ Top400. Typerend voor de doelgroep is dat ze een afwijzende houding hebben. Regiepersonen willen onzichtbaar blijven, ontwijken contact en zijn vijandig. Ze zijn zeer moeilijk te bereiken en vaak is er geen strafrechtelijk kader dat een regiepersoon verplicht om mee te werken. Regisseurs geven aan dat ze vanwege de zeer moeilijke benaderbaarheid eerst inzetten op lik op stuk en in het bijzonder op het zichtbaar maken van personen. Dit laatste omdat tijdens de aanpak is gebleken dat dit een effectieve stap is bij de doelgroep. Het werkt volgens regisseurs verstorend, status verlagend en maakt personen minder aantrekkelijk voor criminele partners om mee samen te werken in het drugsmilieu. Wanneer er vervolgens contact gelegd was, kon geprobeerd worden interventies in te zetten die meer gericht zijn op zorg- en gedragsverandering en het krijgen van een positieve dagbesteding.

Het is van belang om de optie van positieve interventies open te houden, want het komt voor dat een regiepersoon in de loop van de tijd meer open staat voor contact. Bijvoorbeeld vanwege de komst van een partner of kind of een ingrijpende gebeurtenis. De specifieke criteria voor het toetsen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit voldoen goed. Regisseurs die hiermee bekend zijn, herkennen eerder en vaker signalen van doorgroeien. In het begin stroomden veel personen in die zich op straat manifesteerden. Dat komt omdat de aanmelding liep via Projectleiders Jeugd en Veiligheid en de wijkagent. Later in het project zijn Doorgroeiers ingestroomd die meer onder de radar opereren en dat zijn toch de personen die men in beeld wil krijgen. Deze nieuwe instroom komt door beter contact met de werkvoorbereiding opsporing (WVO) van de

5

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

districtsrecherche. Die verbinding moet verder ontwikkeld worden.

Effectiviteit en werkzame bestanddelen van de persoonsgerichte aanpak Het is een zeer moeilijke doelgroep, die een langdurige betrokkenheid en veel geduld vraagt. Het is in de loop van het project gelukt om bij enkele personen het gedrag in een meer positieve richting te beïnvloeden. Bij een deel kwam dat omdat er sprake was van forse onderliggende sociale en/of zorgproblemen en de personen in kwestie open stonden voor een gesprek hierover. Het effect van deze gedragsverandering was meteen zichtbaar in de wijk, regiepersonen pleegden minder overlast en criminaliteit, maar we moesten tegelijkertijd constateren dat het hier gaat om meer uitvoerende Doorgroeiers. Regie voeren over meer strategisch opererende Doorgroeiers is nog veel complexer. Toch is het ook daar gelukt om het gedrag van regiepersonen te beïnvloeden. In een enkel geval is het gelukt om iemand uit de drugscriminaliteit te laten stappen, maar na langdurige regie en de inzet van een gespecialiseerde jongeren­werker. Deze inzet is niet te kopiëren naar andere regiepersonen. De mate waarin interventies de beoogde effecten bereiken zijn afhankelijk van de regiepersoon en de omstandigheden, maar er zijn wel enkele werkzame bestanddelen te identificeren.

Aandachtspunten De onlinewereld is een grote aanjager van doorgroeiprocessen. Het is van het grootste belang dat er meer mogelijkheden komen om er inzicht in te krijgen. Die zijn er nu niet (vanwege het ontbreken van een juridische basis) en dat heeft grote nadelige gevolgen voor de effectiviteit van regie. Ook basale financiële informatie is nodig om een goed beeld te krijgen van een regiepersoon. Heeft hij een inkomen? Heeft zijn bedrijf inkomsten? Die mogelijkheid is er nu niet.

Nieuwe interventies De ervaringen met de inzet van nieuwe interventies zijn wisselend. In sommige gevallen is erg veel hinder ondervonden van de maatregelen tegen corona. Er zijn organisatorische tegenslagen geweest en soms bleek de praktijk ingewikkelder dan eerst gedacht. We kunnen

echter ook een aantal concrete resultaten laten zien en een enkele veelbelovende interventie. De afgelopen twee jaar is een goed fundament gelegd om in de praktijk op verder te bouwen. De samenwerking met de Straatcoaches van SAOA levert goede resultaten op. Het draagt bij aan het zichtbaar maken van personen en het verbetert de informatiepositie. Regisseurs krijgen goed inzicht in de sociale omgeving van een regiepersoon en zijn werkwijze. Niet elke Doorgroeier die zich op straat manifesteert is echter geschikt om aan te melden, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een veiligheidsrisico. Het is een zware doelgroep. Daar zijn afspraken over gemaakt. Enkele regiepersonen kwamen gedurende het project in detentie. Detentie is een goed moment om met een moeilijk benaderbare persoon in contact te komen. Het wordt mogelijk om een persoon uit een crimineel netwerk te halen en het is een goed moment om voort­ gezet crimineel handelen te onderbreken. We hebben nog lang niet alle mogelijkheden op dit gebied benut en zijn in gesprek met het programma Detentie en Terugkeer over verdere samenwerking in 2023. Gedurende de aanpak hebben we geïnvesteerd in de ontwikkeling van interventies met de focus op het bieden van perspectief.

Het laten zien dat het mogelijk is om op een legale, veilige en zinvolle manier een bestaan op te bouwen, is ook noodzakelijk om jongeren uit het drugsmilieu te krijgen, want ze leven veelal in een omgeving met veel armoede, sociale problematiek, onveiligheid en weinig goede voorbeelden. Deze groep heeft in de regel weinig vertrouwen in de overheid. Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is nodig om te kunnen komen tot een duurzame gedragsverandering. In het kader van de Top600 en Top400 heeft de afdeling Werk en Veiligheid van WPI al expertise opgebouwd om te komen tot deze vertrouwensrelatie. Wat voor deze aanpakken geldt, gaat ook op voor Doorgroeiers. Het vraagt veel tijd en inzet over een langere periode en de focus moet eerst zijn gericht op bestaanszekerheid, daarna wordt gewerkt aan het perspectief.

6

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Werk kan een goede beschermende factor zijn tegen verder afglijden in de criminaliteit, maar het ontwikkelen van aantrekkelijke alternatieven op dit gebied is niet uit de verf gekomen. Door de coronamaatregelen vielen bijvoorbeeld stageplaatsen en werkplekken bij ondernemers weg. We zijn dit samen met WPI, Werk en Veiligheid weer aan het oppakken. Interventies met ervaringsdeskundigen, rolmo­ dellen en een focus op positieve identiteitsont­ wikkeling lijken veelbelovend, maar we hebben die maar in een enkel geval in kunnen zetten. We moeten er meer ervaring mee opdoen om gefundeerde uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit. Er is onderzocht wat de mogelijkheden zijn om van criminelen in de openbaarheid luxegoede­ ren af te pakken die op criminele wijze of met vermoedelijk onrechtmatig verdiend geld zijn verkregen. De pilot bracht niet het gewenste resultaat op. Een snelle strafrechtelijke actie is niet haalbaar. Het kost veel tijd en capaciteit om een goed dossier op te bouwen voor een persoonsgerichte afpak-interventie terwijl de verwachte opbrengsten onzeker zijn en het afbreukrisico hoog. Dit kan het beste in projectmatig verband worden opgepakt.

Samenwerking tussen AcVZ en het RIEC: de mogelijkheden Een Doorgroeier is onderdeel van een netwerk dat criminele activiteiten uitvoert en daarbij gebruik maakt van legale bedrijven en dienstverleners. Dat brengt de persoonsgerichte aanpak van het AcVZ in contact met de ondermijningsaanpak van het RIEC. Bij Doorgroeiers moet je je snel een beeld kunnen vormen van diens netwerk en werkwijze. Door de samenwerking met het RIEC leren de regisseurs waar ze op moeten letten en welke vragen ze kunnen stellen aan partners. Op operationeel niveau heeft de samenwerking nuttige mogelijkheden om snel en juridisch geborgd een beeld te krijgen van het ‘bedrijfsmodel’ van een Doorgroeier. Het gaat dan om de duiding van een signaal en de invulling van de context van de Doorgroeier, die nodig is om een effectief plan van aanpak te maken. Het aanmelden van een Doorgroeier bij het RIEC is alleen zinvol als er potentie is voor een kansrijke systeemgerichte aanpak.

De persoon moet een relatie hebben met een persoon, systeem, bedrijvenstructuur die valt onder de prioriteiten van het RIEC. De inzet van een persoonsgerichte aanpak heeft meerwaarde in een brede RIEC-aanpak die er onder meer op is gericht om een netwerk waar doorgroeiers ook actief zijn, duurzaam te verstoren. Bijvoorbeeld een criminele familie die ook jongeren inzet, een MVC-aanpak waar een groepering bij betrokken is. De Co-creatie Zone6, waar een MVCen gebiedsgerichte aanpak samen komen is een aansprekend model. Bij een dergelijke samenwerking houden de persoonsgerichte aanpak en de brede RIECaanpak hun eigen focus. De inzet van interventies wordt op elkaar afgestemd, er worden geen persoonsgegevens gedeeld. De afstemming is op tactisch niveau via sturingsinformatie (coördinatie). Er ligt nu een eerste opzet voor een samenwerkingsmodel dat in de praktijk gebracht kan worden. Voor de samenwerking tussen AcVZ en RIEC is het nodig dat men op organisatieniveau goed op elkaar blijft aangesloten. De ontwikkelingen in de aanpak van ondermijning gaan razendsnel en daar moet men binnen het AcVZ goed zicht op hebben voor de aanpak. Het AcVZ heeft weer belangrijke kennis over de sociale omgeving waarin de doelgroep opereert en een goed overzicht van belangrijke criminologische trends en ontwikkelingen die voor het RIEC relevant zijn.

Relevante ontwikkelingen in de omgeving We zien drie ontwikkelingen rond context-/ gebiedsgericht werken die relevant zijn voor de aanpak: 1. Een heroriëntatie in de jeugdaanpak omdat in de stadsdelen fluïde netwerken actief zijn waar jong, oud, Jonge aanwas, Doorgroeiers en zwaar crimineel door elkaar lopen 2. De Masterplannen voor Zuidoost en NieuwWest, en in het verlengde de aanpak van de Wildemanbuurt, waar ook Doorgroeiers in beeld zijn 3. Gebieds- en contextgerichte aanpak onder regie van het RIEC (Co-creatie Zone6)

7

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Verhouding Aanpak Doorgroeiers tot de Top600/Top400/Loket De doelgroep past in de doelstelling van het AcVZ. De start van de regie is anders. Vanwege de afwijzende houding moet vaak gestart worden met de inzet van lik op stukinterventies, maar in de aanpak worden ook veel interventies ingezet op het gebied van zorg en het sociaal domein. Niet elke regisseur van het AcVZ kan regie voeren over Doorgroeiers. Het is een zware doelgroep, er is specifieke kennis nodig om signalen van betrokkenheid bij drugscriminaliteit te duiden en een regisseur moet goed inzicht hebben in het opsporingsproces en het strafrecht. Daarnaast is kennis van de wereld van het RIEC onmisbaar. Regie bij Doorgroeiers heeft een lange adem nodig, men moet niet onrustig worden als er lange tijds niets gebeurt. De vakinhoudelijke basis van de regie is hetzelfde als de andere aanpakken. Van de Doorgroeiers zat zoals gezegd 54% in de Top600 en/of Top400. Deze groep verschilt qua achtergrond niet sterk van de 46% die ‘nieuw’ in regie kwam. De 46% is ingestroomd omdat de Aanpak Doorgroeiers een andere werkwijze volgt bij aanmelding en triage en omdat bij de toetsing ook wordt getoetst aan andere, zachte, criteria. Zo is een veroordeling of dagvaarding niet nodig om in te stromen.

Dat is een fundamenteel ander uitgangspunt dan bij de Top600 en Top400 die gebaseerd zijn op objectieve criteria en daarmee zijn deze elementen van de doorgroeiersaanpak lastig te integreren in de eerdergenoemde aanpakken. Een punt van aandacht zijn personen die uitstromen uit de Top600/Top400, maar wel voldoen aan de criteria van de aanpak Doorgroeiers. Er moet nog nagedacht worden over hoe dit in te richten.

Werkproces en samenwerking met partners Binnen het academisch veld en in de praktijk circuleren meerdere definities van wat een Doorgroeier is. Bij partners van de aanpak zijn er ook verschillende beelden. Om een aanpak effectief te laten zijn is het van belang dat het begrip Doorgroeier helder gedefinieerd en afgebakend is en dat deze definitie door alle partners wordt gedeeld en gebruikt. Bij de start van de aanpak bleken belangrijke

organisatorische randvoorwaarden, zoals capaciteit en vullen van basisdossiers, in de praktijk minder goed geregeld. Er zijn steviger afspraken nodig met de partnerorganisaties. Het Beoordelingskader is geëvalueerd. De criteria moeten worden herijkt, maar handhaaf de ‘zachte signalen’ omdat ze noodzakelijk zijn om de doelgroep in beeld te krijgen. De toepassing van het Beoordelingskader in het werkproces behoeft enige aanpassing. De samenstelling van het Triageteam is tegen het licht gehouden en behoeft aanpassing: we adviseren om een vertegenwoordiger van de (jeugd)reclassering uit te nodigen voor structurele deelname. We dringen er op aan dat het mogelijk wordt om een Officier van Justitie te verbinden aan de Aanpak Doorgroeiers. Het gaat om het koppelen aan bepaalde Doorgroeiers bij wie ingezet wordt op opsporen, om daarmee de informatiepositie te versterken en vervolgens de strategie te bepalen voor een eventuele strafrechtelijke of alternatieve aanpak. Verder is expertise op het gebied van trauma nodig, in de fase van Triage en tijdens het regievoeren. Voor de interne organisatorische verankering is het van belang dat binnen het AcvZ een of meer contactpersonen/accountmanagers wordt/worden aangesteld om op operationeel, tactisch en bestuurlijk niveau contact te houden met het RIEC.

We geven het RIEC-bureau in overweging mee om de huidige samenwerking van medewerkers verder te bestendigen. Op dit moment werkt de aanpak met drie regisseurs die zich exclusief op Doorgroeiers richten. Dat maakt het team kwetsbaar. Het is beter om met een grotere groep regisseurs te werken die enkele Doorgroeiers in regie nemen. Ook vanwege persoonlijke veiligheid verdient dit de voorkeur. Partners geven aan behoefte te hebben aan meer duidelijkheid over de relatie met andere aanpakken. Regiepersonen die aan het profiel van een Doorgroeier voldoen, zitten in de Top600 en Top400 en komen naar voren in de aanpak van de Wildemanbuurt en de Masterplannen voor Zuidoost en Nieuw-West. Dat vraagt om goede interne afstemming en het is partners nu niet altijd duidelijk hoe deze is georganiseerd.

8

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Het advies

Partners benadrukken dat de urgentie om de invloed van de drugshandel op jongeren terug te dringen alleen maar is gegroeid. De persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers is relevant omdat deze personen een grote maatschappelijke impact hebben. Zij verstevigen de criminele kansenstructuren op wijkniveau en hebben een grote negatieve, ontwrichtende invloed. De toegevoegde waarde van de aanpak is dat ze is gericht op de verbindende schakel tussen de Jonge aanwas en de zware georganiseerde criminaliteit. Wanneer deze eruit wordt gehaald, verzwakt het netwerk. Het is wel een zeer complexe en taaie doelgroep waar veel tijd in geïnvesteerd moet worden. We zullen realistisch moeten zijn qua verwachtingen: het zal regelmatig voorkomen dat de mogelijkheden uitgeput raken om met een persoonsgerichte aanpak iets te bereiken. Tegelijkertijd zijn de afgelopen twee jaar ook enkele goede resultaten behaald, met merkbaar positieve impact in buurten. Uit de resultaten en bevindingen van de aanpak zijn enkele uitgangspunten te halen die de effectiviteit en meerwaarde van een integrale aanpak van Doorgroeiers vergroten. De consensus is dat het inzetten van de persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers onderdeel moet zijn van een brede context-/gebiedsgerichte aanpak die een netwerk duurzaam wil verstoren.

Dit sluit aan bij de beweging die AcVZ, RIEC en partners al aan het maken zijn zoals bijvoorbeeld in Zuidoost en Nieuw-West (Masterplannen). Om de aanpak effectief te laten zijn is het van belang dat vooraf het begrip Doorgroeier helder gedefinieerd en afgebakend is en dat deze definitie door alle partners wordt gedeeld en gebruikt.

Het zwaartepunt van deze definitie zou meer moeten komen te liggen op de categorie ‘Strategische Doorgroeier’, de categorie die onder de radar opereert en de potentie en ambitie heeft om zich verder te ontwikkelen in een netwerk. Deze groep willen we in beeld krijgen.1 De focus moet daarbij breder zijn dan alleen op drugs. Doorgroeiers zijn multiplegers die met veel soorten delicten geld verdienen, ook met afpersing en online fraude. Deze benadering vraagt een andere manier van selecteren: proactief, op basis van gezamenlijke analyses van partners van een fenomeen, netwerk, buurt. Ontwikkel daarbij de verbinding met de districtsrecherche en Openbaar Ministerie verder om de onzichtbare Strategische Doorgroeier in beeld te krijgen. De samenwerking tussen AcVZ en RIEC zou moeten blijven plaatsvinden volgens het model van de tactische afstemming op sturingsinformatie (coördinatie), waarbij ook vooruit wordt gekeken naar de mogelijke komst van de Wet gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (Wgs) die aanknopingspunten geeft voor een meer gestroomlijnde samenwerking. Het huidige werkproces kan in de kern gehandhaafd worden maar zal op onderdelen herijkt moeten worden (beoordelingskader). We bepleiten dat aan het Triageteam expertise van de (jeugd)reclassering wordt toegevoegd, door een vertegenwoordiger van de Reclasseringsorganisaties uit te nodigen om structureel deel te nemen.

Ook verdient het aanbeveling dat de aanpak de beschikking krijgt over kennis op het gebied van trauma.

1 Dat wil niet zeggen dat de groep Uitvoerende Doorgroeiers, ‘Doorgaanders’ of Criminal Locals geen aandacht moet krijgen, deze aanpak heeft laten zien dat het mogelijk is om positieve invloed te hebben op personen in deze categorieën. Daar is een gesprek in ander verband voor nodig

9

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Voor het interventierepertoire van de regisseurs geldt dat: ga door met het opdoen van ervaring met de inzet van ervaringsdeskundigen, rolmodellen en interventies gericht op positieve identiteitsontwikkeling. We zien ook mogelijkheden in de samenwerking met het programma Detentie en Terugkeer en DJI/ JC Zaanstad, die moet verder ontwikkeld worden. Pak verder in 2023 samen met WPI de ontwikkeling van aantrekkelijke alternatieven voor werk op, waarbij ondernemerschap en de samenwerking met ondernemers in ieder geval prioriteit zouden moeten krijgen. De omstandigheden zijn nu gunstig. Er zijn ten slotte twee punten die de effectiviteit van regisseurs fors beperken en waar bestuurlijke inzet nodig is: 1. Agendeer bij politiek en bestuur de noodzaak om meer mogelijkheden te krijgen voor inzicht in de online leefwereld van Doorgroeiers 2. Start met de Belastingdienst en het RIECbureau een verkenning naar de mogelijkheden voor een hit/no hit QuickScan van enkele fiscale gegevens over inkomen

10

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

1. Aanleiding

“Het probleem van de drugscriminaliteit treedt op verschillende niveaus naar voren. De coca­ ïnehandel in Amsterdam wordt aangestuurd door in het buitenland verblijvende drugs­ handelaren. Vriendengroepen in buurten en straten zijn verbonden met die internationale netwerken. De internationale systemen leiden op die manier uiteindelijk naar een individueel huisadres.” Uit: Driehoek tegen drugscriminaliteit, 2021 Jongeren betrokken bij drugshandel en gerelateerd excessief geweld

In 2018 is in opdracht van de Amsterdamse driehoek en de Stuurgroep Veiligheid en Zorg een verkenning gestart naar het uitbreiden van de Top600-criteria met drugscriminaliteit en geweld. Dit was mede ingegeven omdat men een toenemende impact van drugshandel zag op het openbare leven in wijken. Zo waren er meerdere ernstige geweldsincidenten waar jongeren bij betrokken waren. Ook waren er zorgen over de aantrekkingskracht van de drugshandel en het snelle geld dat er mee verdiend kon worden op kwetsbare jongeren. Criminele netwerken hadden voet aan de grond gekregen en een grote negatieve, ontwrichtende invloed op wijken. De verkenning werd uitgevoerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). Uit de verkenning bleek dat onder de personen die op basis van de zogenaamde HIC2-criteria instroomden een aanzienlijk aantal ook betrokken was bij drugscriminaliteit. Het kon door de opzet van de aanpak er in resulteren dat personen uit de Top600 stroomden omdat zij geen HIC-delicten meer pleegden, maar ondertussen wel actieve plegers van drugsdelicten waren. In 2019 heeft de Stuurgroep Veiligheid en Zorg besloten om de criteria te verbreden.

De verbreding van de criteria leidde tot een forse instroom van personen in de Top600. Professionals en wetenschappers signaleerden echter dat een groep jongeren en jongvolwassen die actief is in de drugscriminaliteit en een zeer negatieve invloed heeft, nog steeds buiten beeld blijft. Ze kunnen gelieerd worden aan drugsgeweld en het daarmee gepaard gaande excessief geweld, hebben een netwerk in het drugsmilieu en een status op straat die ze gebruiken om kwetsbare jongeren te werven. Desalniettemin weten ze door slim opereren onder de radar te blijven. Ook voor deze groep zou een persoonsgerichte aanpak gerechtvaardigd zijn, want bij afzijdig blijven is er een reëel risico dat individuen doorgroeien tot toonaangevende leden van (gewelddadige) criminele samenwerkingsverbanden die ook actief zijn in de (internationale) drugshandel. Ontwikkeling in de integrale aanpak van ondermijning: MVC

De aanpak van ondermijning onder regie van het RIEC maakt in dezelfde periode ook een ontwikkeling door. Het wordt nog meer een brede systematische aanpak gericht op het duurzaam verstoren van de criminele kansenstructuren die ondermijnende drugscriminaliteit mogelijk maken. Dat betekent meer aandacht voor financiële, economische en logistieke factoren die zorgen voor het gunstige ‘vestigingsklimaat’ voor drugshandel, maar ook een focus op de sociale kansenstructuren die een criminele loopbaan mogelijk maken. In 2019 startte onder regie van het RIEC Amsterdam-Amstelland de aanpak van Moeilijk Vervangbare Clusters (MVC’s). Dat is een innovatieve aanpak die zich richt op het in kaart brengen en het verwijderen van de cruciale schakels in criminele netwerken, om zo het gehele netwerk te verstoren en criminele

2 High Impact Crime (HIC): een verzamelnaam voor delicten als woninginbraak, overvallen, straatroof en geweldsmisdrijven. Deze delicten hebben grote impact op slachtoffer en samenleving en veel overeenkomsten zowel qua aard als qua dadergroepen en aanpak

11

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

12

activiteiten te stoppen. Een cluster is de ‘inner circle’ rondom een crimineel: de vertrouwelingen die gedurende een lange tijd structureel met de crimineel samenwerken. We spreken van een moeilijk vervangbaar cluster wanneer het gaat om personen die rollen hebben die cruciaal zijn voor het criminele proces op de criminele markt. Het is de bedoeling om door activiteiten op een MVC te richten het onderliggende criminele systeem daadwerkelijk te beschadigen.3

en jongvolwassenen betrokken is. Het opsporen en vervolgen van leiders van een crimineel samenwerkingsverband is namelijk niet zinvol als hun positie meteen wordt ingenomen door een opvolger. Ook de nieuwe aanwas en de personen die hun criminele loopbaan zijn gestart behoeven een aanpak. Zo ontstaat in de praktijk behoefte aan een persoonsgerichte aanpak van Doorgroeiers die verbonden is met de bredere systeem- en dadergerichte benadering van ondermijnende samenwerkingsverbanden.

Op basis van het Nationaal Inlichtingenbeeld Ondermijning (NIBO) en de regionale variant, het RIBO, worden MVC’s geselecteerd voor een aanpak. Daar wordt vervolgens een integrale aanpak voor ontwikkeld en uitgevoerd. Soms is het nodig om ook interventies in te zetten tegen sociale (gelegenheids-)structuren die de werking van het MVC ondersteunen. Bijvoorbeeld als een groep criminele jongeren

Samenwerking tussen AcVZ en RIEC

De Aanpak Doorgroeiers is onderdeel van het “Versterkingsplan incidentele middelen 20192021” van het RIEC. De samenwerkende partners binnen het RIEC hebben gekozen voor drie focuslijnen: 1. het verstoren van criminele geldstromen, 2. het aanpakken van criminele dienstverleners, met als onderdeel de aanpak van MVC’s en 3. het aanpakken van Doorgroeiers.

Aanpak drugseconomie Amsterdam Amstelland Doel en focus Focus

1

2

3

Het RIEC 6-luik Criminele geldstromen

Cruciale schakels

Doorgroeiers

Doel Verstoren van de criminele geldstromen.

Verplaatsen vermogen

Cruciale schakels

Aanpak doorgroeiers

• Money transfer organizations • Underground banking

• Moeilijk vervangbare clusters • Boekhouders en notarissen

• Onderzoek jonge aanwas • Persoonsgerichte aanpak

Investeren vermogen

Cruciale locaties

• Vastgoed • Luxegoederen

• Misbruik woningen • Misbruik ondernemingen

Beïnvloeden recruteringsprocessen

Aanpakken van criminele dienstverleners/ondernemers. Aanpakken van doorgroeiers en recruteringsprocessen. Aanpak via drie versterkingslijnen en de focuspunten binnen het RIEC 6-luik.

€

Figuur 1: Zesluik RIEC Amsterdam-Amstelland

3

(Whitepaper Hyperion, 2017).

• Doorbreken doorgroei proces • Voorkomen nieuwe aanwas

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Vanwege de ervaring van het AcVZ met het uitvoeren van persoonsgerichte aanpakken op het snijvlak van zorg en veiligheid, is de aanpak van Doorgroeiers daar ondergebracht.

1.1 Weerbaar Amsterdam – Drugscriminaliteit De Aanpak Doorgroeiers valt onder het programma Weerbaar Amsterdam – Drugscriminaliteit. Dat is verantwoordelijk voor een breed palet maatregelen gericht op het tegengaan van de ontwrichtende werking van drugshandel op wijken en bewoners, in het bijzonder kwetsbare jonge mensen. De Aanpak Doorgroeiers is daarom in verbinding met andere maatregelen uit het programma, zoals de Eervolle Uitweg/het Andere Verhaal, de Credible Messengers, de aanpak in de wijken en wordt samengewerkt met het project Doorbreken criminaliteit tijdens detentie van het programma Detentie en Terugkeer.

1

13

1.2 Opdracht Op 16 november 2020 heeft de Stuurgroep Veiligheid en Zorg ingestemd met het inrichten en uitvoeren van de Aanpak Doorgroeiers. Hiermee willen de partners meer zicht en grip krijgen op het fenomeen “doorgroeien” in het criminele drugsmilieu. De aanpak heeft drie doelen: 1. Aan de hand van casuïstiek en onderzoek het fenomeen Doorgroeiers beter in beeld krijgen en daarbij samenhang zoeken met andere (landelijke) partners. 2. Tegengaan dat jongvolwassenen doorgroeien in drugscriminaliteit. 3. Het verstoren van de rekruteringsprocessen van criminele netwerken die jongeren inzetten in drugscriminaliteit.

Doorgroeiers in beeld

1

3

Verstoring rekrutering

2 3

2

Jonge aanwas Figuur 2 Projectaanpak op hoofdlijnen

Tegengaan doorgroeien

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

2. Projectaanpak op hoofdlijnen

De opdracht van de Stuurgroep Veiligheid en Zorg is uitgewerkt in vier hoofdlijnen waar concrete activiteiten aan zijn gekoppeld:

1. Onderzoek naar doorgroeiprocessen en zicht krijgen op aard en omvang De activiteiten moeten meer inzicht geven in doorgroei- en rekruteringsprocessen en in aard en omvang van het fenomeen doorgroeien in drugscriminaliteit.

2. Het uitvoeren van een integrale persoonsgerichte aanpak (iPGA) van Doorgroeiers Het voorkomen van (verder) doorgroeien van geselecteerde personen en verwerven en ontwikkelen van voldoende en passende expertise m.b.t. regievoering.

3. Het doorbreken van doorgroeiprocessen (bieden passend perspectief) Het ontwikkelen, toepassen en verfijnen van bestaande en nieuwe interventies, op basis van het hele palet van perspectief bieden tot en met de inzet van pijler 1 (lik-op-stuk).

4. Het voorkomen van nieuwe aanwas Het in aanpak nemen van Doorgroeiers moet er ook toe leiden dat hun rekruteringsactiviteiten worden verstoord In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle uitgevoerde activiteiten.

14

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

3. Verantwoording methode en onderzoek

In de Aanpak Doorgroeiers is gekozen voor een benadering waar inzicht verkrijgen, leren en toepassen gelijktijdig gebeurt: actieonderzoek. Eén van de overwegingen hiervoor is dat drugscriminaliteit een ontwrichtende werking heeft op buurten en wijken en directe actie vraagt. Verder is relatief weinig bekend over het fenomeen Doorgroeiers en er is grote behoefte aan inzicht. Actieonderzoek koppelt onderzoek aan het direct toepassen van de verzamelde inzichten om een verandering in de praktijk te realiseren. Belangrijke kenmerken zijn: • Met het onderzoek gelijk iets doen in plaats van een probleem alleen willen verklaren. • Het is gericht op concrete, snel toepasbare interventies en oplossingen. • Intensieve samenwerking van onderzoeker en betrokkenen. • Pragmatische benadering. • Lerende omgeving. • Cyclisch: de inzichten die tijdens het onderzoek worden opgedaan, worden meteen betrokken bij de uitvoeringspraktijk en omgezet in concrete interventies. Ze bepalen zo de volgende stap in het proces. Het is geen specifieke methode van onderzoek. Een actieonderzoeker kan een veelheid aan methoden hanteren. Bij de Aanpak Doorgroeiers is gebruik gemaakt van kwantitatieve analyse en kwalitatief onderzoek, verdiepende interviews, bronnenonderzoek, casestudies en tijdlijnen. Bij de dataverzameling is ook gebruik gemaakt van geanonimiseerde informatie uit politiesystemen.

3.1 Beperkingen onderzoek en evaluatie Het is van belang te vermelden dat er vanwege de tot nu toe relatief korte doorloop van de aanpak weinig data voorhanden is. Resultaten van de analyse hiervan bieden om die reden slechts een voorlopige indruk. De uitvoering van de aanpak vond grotendeels plaats tijdens de corona-pandemie. De beperkende maatregelen, zoals de lock downs, hebben effect gehad op de doelgroep en hebben de inzet van bepaalde interventies bemoeilijkt. Er is gebruik gemaakt van explorerend kwalitatief onderzoek omdat er nauwelijks gegevens/ cijfers beschikbaar zijn op het gebied van Jonge aanwas en Doorgroeiers in de drugscriminaliteit. Over de exacte aard en omvang van verschijningsvormen kunnen dan ook geen uitspraken worden gedaan. De reden hiervoor kan zijn dat drugscriminaliteit onder jonge jeugd weinig voorkomt, niet gemeld wordt bij betrokken instanties of doordat zulke jonge kinderen minder consequent geregistreerd worden bij de politie. Voor Doorgroeiers geldt dat drugscriminaliteit veelal verborgen criminaliteit is. Om toch meer inzicht te krijgen is een groot aantal interviews met professionals gehouden en is in de politiesystemen gezocht naar meerdere casussen die illustratief zijn voor hoe minderjarigen in de drugscriminaliteit terecht zijn gekomen.

In de verzamelde gegevens is gezocht naar gemeenschappelijke kenmerken en omstandigheden die als aanknopingspunt kunnen dienen om interventies op in te zetten. En we willen blijven benadrukken: een deel van de doelgroep heeft als kenmerk dat het zich aan het zicht van overheid en instanties onttrekt en ‘onder de radar’ opereert. We hebben met de aanpak enkele aanknopingspunten gevonden om beter zicht op de doelgroep te krijgen, maar het blijft nog steeds een ‘dark number.’

15

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

4. Afbakening en definities

4.1 Definitie van Doorgroeiers Binnen de aanpak worden Doorgroeiers omschreven als personen die een schakel zijn tussen de Jonge aanwas en de zware georganiseerde criminaliteit, en die een rol hebben bij het rekruteren van kwetsbare jongeren (uit bijvoorbeeld een jeugdgroep). Zij behoren dus niet meer tot de groep die hun eerste stappen zet in de (drugs)criminaliteit. Tegelijkertijd zijn ze nog niet dusdanig ontwikkeld in hun criminele loopbaan dat zij tot de meest zware criminelen in het drugsmilieu behoren. Wel staan ze hiermee in verbinding. Deze omschrijving is vertaald in vier inclusiecriteria.4 De doelgroep van de aanpak bestaat uit alle personen in de regio AmsterdamAmstelland die voldoen aan elk van deze vier voorwaarden: 1. De persoon kan gelieerd worden aan drugscriminaliteit en/of het daarmee gepaard gaand (excessief) geweld; 2. De persoon heeft een netwerk binnen het drugsmilieu; 3. De persoon beschikt over een zekere status voortkomend uit de handel in drugs, en gebruikt deze om kwetsbare jongeren aan te trekken of aan te sturen in de uitvoering van drugscriminaliteit en/of het daarmee gepaard gaand (excessief) geweld; 4. Bij de persoon is sprake van problematiek op het snijvlak van de domeinen veiligheid, zorg en het sociaal domein.

Deze voorwaarden zijn verder uitgewerkt in een Beoordelingskader5 met feiten en signalen dat wordt gebruikt bij het beoordelen van personen die worden aangemeld voor de aanpak. Deze feiten en signalen zijn naar voren gekomen uit een overkoepelende analyse

van informatie die voortkomt uit bestaande casuïstiek (bij partners en andere programma’s van het AcVZ), uit relevante literatuur, uit een eerder onderzoek naar drugscriminaliteit in de Top600, uit input van een ervaringsdeskundige en uit input van specialisten bij de politie, AcVZ en RIEC.

4.2 Definities Doorgroeiers in landelijk onderzoek en de praktijk Voor een goede duiding van dit rapport is het van belang te weten dat landelijk in praktijk en binnen het academische veld verschillende definities gehanteerd worden voor Doorgroeiers. Sommige definities bevatten een leeftijdsafbakening (zo hanteert de politie een leeftijdsafbakening van 12 tot 23 jaar of bakenen af op basis van een bepaald gepleegd delict. Andere definities zijn ruimer en gaan bijvoorbeeld niet alleen over doorgroeien in de drugscriminaliteit, maar over alle vormen van criminaliteit.6 Daarnaast focussen sommige definities zich op personen die al zijn doorgegroeid7 (retrospectief), terwijl andere definities doelen op personen die mogelijk (nog) verder gaan doorgroeien (prospectief). Een voorbeeld van deze laatste categorie is de definitie die Bureau Beke hanteert voor potentiële Doorgroeiers of rising stars.8 Zij operationaliseren deze groep op basis van de combinatie van leeftijd en actieradius. Is een persoon maximaal 21 jaar oud en opereert hij voornamelijk lokaal of regionaal, dan is hij volgens deze benadering een rising star. Overigens hoeven ze zich niet per definitie met drugscriminaliteit bezig te houden om tot de doelgroep te worden gerekend. In de literatuur worden enkele kenmerken benoemd die typerend zouden zijn voor

4 Regeling gegevensverwerking Integrale Persoonsgerichte Aanpak Doorgroeiers, november 2020 5 Het Beoordelingskader is vastgesteld door de Stuurgroep Veiligheid en Zorg en onderdeel van de gegevensregeling (Bijlage 2) 6 Van Koppen, Van der Geest & Kleemans, (2017). Doorgroeiers in de misdaad: De criminele carrières en achtergrondkenmerken van jonge daders van een zwaar delict. 7 Van Koppen, Van der Geest & Kleemans, (2017) 8 Bureau Beke (2021) Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken

16

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

Doorgroeiers. Zo zouden Doorgroeiers afwijken van de doorsnee veelpleger (met vaak een laag IQ/een licht verstandelijke beperking) vanwege een hoger intelligentieniveau en zouden ze strategisch en calculerend gedrag vertonen, waarmee ze onder de radar blijven. Ze zijn aanstormend crimineel talent, ‘te groot voor de wijk(agent) en nog te klein voor de recherche.’9 Volgens onderzoekers van Bureau Beke10 bevinden Doorgroeiers zich tussen ‘Criminal locals’ en de harde kern. ‘Criminal locals’ zijn de minder succesvolle criminelen die wel door­ gaan met criminaliteit maar niet doorgroeien. Anderzijds benoemen de onderzoekers de Harde kern, die bestaat uit professioneel opererende criminelen die bovenlokaal opereren. Daar waar de Harde kerners een rolmodel vormen voor Doorgroeiers, zijn Doorgroeiers op hun beurt rolmodel voor Jonge aanwas.

4.3 Definitie Jonge aanwas Ook over Jonge aanwas worden in praktijk en wetenschap verschillende definities gehanteerd. In deze eindrapportage omschrijven we Jonge aanwas als volgt: minderjarigen tussen de 9 en 15 jaar die betrokken raken bij drugsgerelateerde criminaliteit.11 Hiermee zijn alle activiteiten bedoeld die gelieerd zijn aan drugscriminaliteit, zoals het wegbrengen van een pakketje, de handel in drugs en drugsgerelateerd geweld. Ook andere activiteiten waarbij er een duidelijke relatie is met een crimineel drugsnetwerk horen hierbij, zoals een boodschap doen bij de supermarkt of een telefoon uitlenen aan een drugsdealer.

4.4 Landelijke beweging naar gezamenlijke definitie Enkele RIEC’s hebben het initiatief genomen om een gezamenlijke definitie van Jonge aanwas en Doorgroeiers vast te stellen. Die beoogt dat in ieder geval binnen de RIEC’s wordt gewerkt met dezelfde begrippen en dezelfde taal. Ook kunnen ontwikkelde producten, zoals handelingskaders, breder gedeeld worden. Het proces van definiëren is nog niet afgerond, maar het is een relevante ontwikkeling voor de toekomst van de Aanpak Doorgroeiers.

4.5 Eenduidige en gedeelde definitie nodig Om een aanpak effectief te laten zijn is het is het allereerst van belang dat het begrip Doorgroeiers helder gedefinieerd en afgebakend is en dat deze definitie door alle partners wordt gedeeld en gebruikt. Bij een vervolg van de aanpak is de aanbeveling aan de partners om gezamenlijk een duidelijke en sluitende definitie van Doorgroeiers vast te stellen die zich onderscheidt van andere doelgroepen. Deze definitie zou moeten aansluiten op de landelijke.

9 Weijers Ferwerda & Roks (2021). Te groot voor de wijkagent, te klein voor de recherche. PROCES,(100), 5, 264-275. 10 Bureau Beke (2021) Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken 11 Peeck, V, Witteveen, Z., & Sikkens-Dokter, E. (2021). Dealers in de dop: Een kwalitatief onderzoek naar Jonge aanwas in de drugscriminaliteit in Midden-Nederland. Nationale Politie, Dienst Regionale Informatie Organisatie, Team Analyse & Onderzoek.

17

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

5. Resultaten onderzoek

5.1 Jonge aanwas en Doorgroeiers Om meer zicht te krijgen op welke jongeren en jongvolwassenen zich bezighouden met drugshandel en geweld heeft het Team Analyse en Onderzoek van de Politie-Eenheid Amsterdam twee onderzoeken uitgevoerd. 1. Kwalitatief onderzoek naar hoe minderjari­ gen terechtkomen in de drugscriminaliteit Dit eerste onderzoek onderzocht hoe minderjarigen betrokken raken bij drugsgerelateerde criminaliteit, zodat aanknopingspunten gevonden kunnen worden voor gerichte preventieen interventiestrategieën. De focus lag op de jonge leeftijdsgroep, die tussen de 9 en 15 jaar, wat het tot een uniek onderzoek maakt. Het is in 2021 gepubliceerd onder de titel ‘Dealers in de dop.’12 Voor het overzicht en brede perspectief zijn de belangrijkste bevindingen in deze rapportage opgenomen. 2. Kwalitatief onderzoek naar Doorgroeiers in de drugsgerelateerde criminaliteit In het tweede onderzoek lag de focus op delicten die direct- of indirect verband houden met een drugsnetwerk. Onderwerp van onderzoek waren jongeren die woonachtig zijn in gemeenten in de het werkgebied van de Eenheid Amsterdam.

Het ging voornamelijk om jongens vanaf 12 tot 23 jaar, die zich meermaals schuldig hebben gemaakt aan ernstige (gewelds) misdrijven, drugsgerelateerde en ondermijnende criminaliteit, in contact staan met of deel uitmaken van criminele samenwerkingsverbanden en zich door hun groeiende status /positie een negatieve invloed kunnen uitoefenen op overige jongeren. Het volledige onderzoek is apart geagendeerd. In dit hoofdstuk geven we de belangrijkste uitkomsten.

5.2 ‘Dealers in de dop’ - Jonge aanwas in de drugscriminaliteit 5.2.1 Afbakening In dit onderzoek is gekeken hoe minderjarigen in de drugsgerelateerde criminaliteit terecht komen. Er is gesproken met een groot aantal professionals die veel met jongeren te maken hebben en daarnaast zijn 16 casussen geanalyseerd op basis van politie informatie. De informatie werd verzameld in de politie-eenheid Amsterdam en de politie-eenheid Midden Nederland. Er werden geen opvallende verschillen gevonden tussen beide regio’s. We kunnen daar de volgende belangrijke inhoudelijke bevindingen aan toevoegen: 5.2.2 Rekrutering De rekrutering van Jonge aanwas gaat subtiel en veelal door personen uit het eigen netwerk: via school, de buurt of familie rollen ze erin. Hierbij lijken loyaliteit, wederzijds vertrouwen en vriendschap een belangrijke rol te spelen. Er lijkt niet actief geronseld te worden door criminele drugsnetwerken, in de zin dat kwetsbare jongeren worden benaderd door hen onbekende criminelen Er zijn enkele voorbeelden van jongeren die worden aangesproken door een onbekende met de vraag of ze “iets wilden verdienen,” maar dit komt niet veel voor.

5.2.3 Netwerken zoeken doelbewust naar sociaal kwetsbare en beïnvloedbare jongeren Drugsdealers lijken een neus te hebben voor die kinderen en jongeren die gemakkelijk beïnvloedbaar zijn, gevoelig zijn voor aandacht, niet weerbaar zijn tegen negatieve invloed van “verkeerde vrienden” en het thuis vaak niet breed hebben. Ze brengen noodgedwongen veel tijd door op straat. Hierdoor zijn ze gemakkelijk te verleiden. Jongeren met een licht verstandelijke beperking zijn in het bijzonder kwetsbaar om slachtoffer te worden van rekrutering.

12 Peeck, V, Witteveen, Z., & Sikkens-Dokter, E. (2021). Dealers in de dop: Een kwalitatief onderzoek naar Jonge aanwas in de drugscriminaliteit in Midden-Nederland. Nationale Politie, Dienst Regionale Informatie Organisatie, Team Analyse & Onderzoek.

18

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

5.2.4 Het netwerk maakt jongeren afhankelijk, trekt ze binnen en buit ze uit Kwetsbare jongeren zijn op zoek naar erkenning en zijn blij als ze gezien worden en mee mogen doen met oudere (criminele) jongens uit hun wijk. Echter, er wordt uiteindelijk vaak een wederdienst verwacht in de vorm van het wegbrengen van een pakketje of het bewaren van geld of drugs. Langzaam raken de kinderen verwikkeld in het drugsnetwerk, waar ze maar lastig weer uit komen. Jongeren worden gaandeweg onder druk gezet en/of afgeperst om door te gaan. De jongeren komen er echter meestal niet mee naar buiten uit angst voor de dader en omdat ze niet willen ‘snitchen’. Volgens sommigen kan er een vergelijking worden gemaakt met loverboy technieken. In deze visie zou het betrekken van jongeren in de drugscriminaliteit gezien moeten worden als een vorm van criminele uitbuiting waarbij de jongeren eerder beschouwd moeten worden als slachtoffer dan als dader. 5.2.5 Geld en status zijn de belangrijkste motieven om vrijwillig actief te worden Jongeren beginnen soms op eigen initiatief aan drugshandel omdat ze snel en gemakkelijk geld willen verdienen of omdat ze behoefte hebben aan status en erkenning. Dat zijn belangrijke motieven. Vaak begint dat relatief onschuldig: iemand koopt voor zichzelf softdrugs en koopt extra om het vervolgens weer door te verkopen.

Voor veel jongeren voelt dit niet eens als handel: softdrugs is immers legaal en er is vraag naar. Drugsgebruik lijkt te normaliseren en het aanbod van harddrugs op middelbare scholen lijkt ogenschijnlijk toe te nemen.13 Er wordt daarmee een beroep gedaan op het (nog jonge) moraal van de jongeren waar hierin de grens ligt. 5.2.6 Dwang en afpersing Maar het komt dus ook voor dat jongeren gedwongen worden om drugs te verkopen. Onder dreiging van geweld of dat hun dierbaren iets wordt aangedaan, worden ze afgeperst, vaak door leeftijdgenoten of jongeren die niet veel ouder zijn dan zijzelf. Ook zouden jongeren uit angst voor bedreigingen en afpersing zich aansluiten bij jeugdgroepen. In een groep voelen ze zich sociaal sterker en worden ze beschermd. Dat sommige jeugdgroepen zich met

drugshandel bezighouden, waar zij vervolgens ook bij betrokken raken, is de prijs die ze voor deze bescherming betalen. 5.2.7 Slachtoffers kunnen ook daders zijn Drugshandel lijkt op een ‘piramidespel’. Jongeren proberen hogerop te komen door ook jongens voor zich te laten lopen. Slachtoffer- en daderschap lopen daarmee door elkaar heen. 5.2.8 Triggers en risicofactoren: ouderbetrokkenheid Het onderzoek bevestigt grotendeels de bestaande wetenschappelijke inzichten in de risicofactoren om betrokken te raken bij (drugs) criminaliteit. De mate van ouderbetrokkenheid is belangrijke risicofactor. Het onderzoek laat zien dat veel jongeren die met drugscriminaliteit in aanraking komen, vaak opgroeien in gezinnen waar sprake is van een gebrekkige ouderbetrokkenheid. Dit kan zijn doordat er thuis van alles speelt: psychische- of gezondheidsproblemen, schulden of spanningen tussen ouders. Vooral een afwezige vader is volgens veel professionals een belangrijke risicofactor. Maar ook in gezinnen waar ouders druk zijn met hun werk is er niet altijd zicht op het doen en laten van hun kinderen. Daarnaast zijn er jongeren wiens ouders wel betrokken zijn maar bij wie de gedragsproblemen zo groot zijn, dat ze vaak machteloos staan en niet weten hoe ze hun kind nog de baas kunnen.

Sterke banden, een stabiele gezinssituatie, aandacht en toezicht van ouders zijn daarentegen belangrijke beschermende factoren om niet het criminele pad op te gaan. 5.2.9 Alle minderjarigen zijn potentieel kwetsbaar De zoektocht naar vrienden, erkenning en gezien worden, lijkt in de meeste gevallen centraal te staan: iets waar alle jongeren van deze leeftijd gevoelig voor zijn. Dat maakt potentieel alle minderjarigen kwetsbaar. Zeker als daarnaast de normalisering van drugsgebruik en –handel in beschouwing wordt genomen. Dit onderzoek laat zien dat drugshandel overal speelt: ook in de betere wijken en op de middelbare scholen. Veel jongeren lijken geen kwaad te zien in (de verkoop van) drugs.

13 Zie in dit verband ook ‘Drugshandel en schoolgaande jeugd in Uithoorn. ‘Wie de jeugd heeft…’’, Eric Bervoets, Kyra van den Akker, Nicole Bijl (2022)

19

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

5.2.10 Conclusies voor de benadering van Jonge aanwas Het onderzoek bevat algemene en specifieke aanbevelingen. De volgende lichten we er uit: • Jongeren die kwetsbaar zijn voor instromen in drugscriminaliteit zijn vaak op zoek naar waardering en erkenning. Het is belangrijk om oog te hebben voor deze sociale (groeps)processen die vaak onderliggend zijn aan toetreding. Zorg voor aantrekkelijke alternatieven voor drugscriminaliteit waarin jongeren zich gezien voelen. • Start vroeg met preventiemaatregelen. Begin al op de basisschool met het creëren van bewustwording van de risico’s van drugscriminaliteit bij de kinderen en hun ouders. • Vergroot de ouderbetrokkenheid en doe dit op een laagdrempelige manier. Verbinding met ouders is nodig om de jongeren te bereiken.

Figuur 3: Infographic samenvatting ‘Dealers in de dop

• Tegelijkertijd is er behoefte aan volwassenen die morele sturing geven aan deze kinderen en jongeren. Dit kunnen naast ouders ook docenten, jongerenwerkers, politiemensen of positieve rolmodellen uit de eigen wijk zijn. • Zorg dat er ook oog is voor de mogelijke rol die meisjes spelen binnen de drugshandel. Zij blijven vaak onder de radar, wat hen extra aantrekkelijk maakt voor drugscriminelen. • Over het algemeen zijn het oudere jongens die geld verdienen over de rug van de jongere dealers. Creëer bewustzijn onder professionals dat jonge daders van drugshandel ook slachtoffer kunnen zijn van criminele uitbuiting. Bovendien kan sprake zijn van bedreiging, afpersing en angst.

20

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

5.3 Doorgroeiers: een kwalitatief onderzoek 5.3.1 Afbakening Het onderzoek richt zich op personen vanaf 12 tot 23 jaar, die zich meermaals schuldig hebben gemaakt aan ernstige (gewelds)misdrijven, drugsgerelateerde en ondermijnende criminaliteit, in contact staan met of deel uitmaken van criminele samenwerkingsverbanden en zich door hun groeiende status /positie een negatieve invloed kunnen uitoefenen op overige jongeren. Daarnaast zijn er bij deze personen indicaties die duiden op de intrede of deelname aan de georganiseerde drugscriminaliteit en is er een toename vast te stellen in het verharden van hun gedrag, waaronder het gebruik van geweld en/of (vuur)wapens. Deze definitie focust op drie onderdelen: • De gepleegde delicten: ernstige (gewelds)delicten, drugs- en ondermijnende criminaliteit • Contacten: criminele samenwerkingsverbanden, negatieve invloed op overige jongeren • Verharding: deelname aan georganiseerde drugscriminaliteit, geweld- en wapengebruik In dit onderzoek ligt de focus op drugsgerelateerde criminaliteit. Het betreft delicten die direct- of indirect verband houden met een drugsnetwerk. Het kan naast drugshandel of -bezit, ook gaan om bedreigingen, geweld en wapenhandel. Het onderzoek richt zich op jongeren die woonachtig zijn in de politieeenheid Amsterdam. Dit betreft de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel, Uithoorn.

Voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen is exploratief kwalitatief onderzoek verricht, in een combinatie van literatuuronderzoek en interviews met professionals. Ter illustratie van de bevindingen zijn 16 casussen uit het politieregistratiesysteem BVH geanalyseerd, waaronder casussen uit twee sociale netwerkanalyses die zijn gemaakt in Zuidoost respectievelijk Nieuw-West.

21

5.3.2 Kwetsbaarheden In ‘Dealers in de Dop’ is uitgebreid ingegaan op de risicofactoren die de kans kunnen vergroten dat jongeren terecht komen in de drugs­ criminaliteit. Daarnaast zijn er de afgelopen tijd verschillende onderzoeken verschenen naar factoren die van invloed zijn op betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit. Om niet in herhaling te vervallen wordt hier ingegaan op de risicofactoren en achtergrondkenmerken die door de professionals naar voren zijn gebracht in relatie tot Doorgroeiers: Tabel 1: Door professionals benoemde risicofactoren Doorgroeiers Individuele factoren

Gezinsfactoren

Omgevingsfactoren

Gedragsproblemen

Multiproblematiek

Criminele vrienden

Gebrekkige zelfwaardering

Eenoudergezin

Straatcultuur

Wantrouwen in de overheid

Ongefilterde informatie op sociale media

Crimineel familielid

De professionals zien intelligentie niet als een onderscheidend kenmerk. Een aantal geeft aan dat sprake kan zijn van een licht verstandelijke beperking, maar wijst er ook op dat deze jongeren wel een bepaalde slimheid nodig hebben om echt verder te komen in de georganiseerde criminaliteit. Professionals spreken ook over een gebrekkige gewetensontwikkeling. Veel jongeren in deze groep vertonen psychische tekortkomingen. Ze kunnen zich slecht in anderen verplaatsen, zijn vaak ongevoelig voor straf en hebben antisociale persoonlijkheidstrekken. Ze zijn blind voor de negatieve gevolgen van hun gedrag. Het zijn vaak jongens die lef hebben, ze lijken geen angst te kennen en dit is op jonge leeftijd al waarneembaar. Vaak vertonen ze grensoverschrijdend gedrag. Ook uit de literatuur komt een relatie naar voren tussen een antisociale persoonlijkheid en rekrutering in georganiseerde criminaliteit.

Rapportage

Aanpak Doorgroeiers Evaluatie en advies

5.3.3 Het proces van doorgroeien Jongeren worden door bekenden erin getrokken, maar sommigen bieden zichzelf aan. Doorgroeiers laten geen duidelijk patroon zien in hun criminele carrière. Een deel maakt een klassiek doorgroeiproces door: jong beginnen met het plegen van delicten en gaandeweg steeds meer en ernstiger criminaliteit plegen. Jeugdgroepen spelen hier ook een rol in. Doorgroeiers werden vaak al waargenomen als leden van criminele jeugdgroepen. Een ander deel van de Doorgroeiers raakt vrij plotseling betrokken bij een ernstig geweldsdelict terwijl er geen sprake is van een duidelijk instapdelict of ontwikkelingspatroon. De achtergrond hiervan is nog steeds niet makkelijk te duiden, maar de online wereld is een belangrijke factor. Dit is tegenwoordig een deel van de leefwereld van jongeren. Een proces van doorgroeien kan snel gaan doordat ze daar makkelijk in contact komen met bepaalde mensen, klussen aangeboden kunnen krijgen en wapens/ drugs kunnen kopen of verkopen. Professionals kunnen zeer moeilijk een beeld kunnen krijgen van de online leefwereld van Doorgroeiers en dat is een ernstige belemmering. Er is geen sprake van een bepaald instap­delict. Doorgroeiers worden door professionals ook wel omschreven als multiplegers. Het zijn opportunisten; ze doen alles om aan geld te komen, zolang het ze maar geld en/of status oplevert.

Drugshandel levert nu eenmaal veel geld op maar ze plegen evengoed andere delicten, zoals cybercrime of online fraude. Om op te klimmen in een crimineel milieu is het belangrijk om gezien te worden: jongeren moeten zich bewijzen (lef tonen) om aan lucratieve klussen te komen. Hun loyaliteit en betrouwbaarheid kunnen ze bijvoorbeeld tonen door het uitvoeren van geweldsklussen. De bereidheid tot het plegen van geweld lijkt dan ook een voorwaarde om door te kunnen groeien. Ze moeten een zekere hardheid bezitten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12761877/1