CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. BP Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 7 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan “Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3” (VN2022-035500)26.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 Toelichting

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam

Colofon Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn Datum Planstatus

NL.IMRO.0363.F2101BPSTD-VGW01 21 oktober 2022 bestemmingsplan (vastgesteld)

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4 Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 Hoofdstuk 10

5 Inleiding

7

Aanleiding Crisis en herstelwet Leeswijzer

7 8 8

Plankader

11

Ligging en begrenzing Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke en functionele structuur Verkeer en parkeren Groen en water Geldend planologisch kader

11 13 17 30 31 32

Beleidskader

35

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

35 35 38 40

Vernieuwing plangebied

55

Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost Kavelregels kavel 5 (blok E)

55 67

MER / MER(beoordelings)plicht

69

MER beoordelingsplicht Vormvrije MER-beoordeling

69 70

Verkeer en parkeren

73

Verkeer Parkeren

73 74

Ladder voor duurzame verstedelijking

77

Woningbehoefte Bedrijfsruimtes

77 78

Geluid

79

Wegverkeerslawaai Industrielawaai Spoorweglawaai Stille zijdes

79 80 80 81

Luchtkwaliteit

83

Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) Besluit gevoelige bestemmingen Beleid gemeente Amsterdam

83 83 83

Bodem

85 Gemeente Amsterdam

blz. 4

Hoofdstuk 11

Cultuurhistorie en archeologie

87

Cultuurhistorie Archeologie

87 91

Externe veiligheid

93

Inrichtingen Transport Buisleidingen

93 93 93

Hoofdstuk 13

Luchthavenindelingbesluit

95

13.1 13.2 13.3 13.4

Inleiding Bouwhoogte Vogelaantrekkende functies 20 Ke-contour (LIBB 5)

95 95 97 97

Hoofdstuk 14

Trillinghinder

103

Hoofdstuk 15

Natuur en landschap

105

15.1 15.2 15.3

Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie

105 105 106

Water

107

Algemeen Beleid Uitwerking

107 107 109

Hoofdstuk 17

Juridische planbeschrijving

115

17.1 17.2 17.3

Totstandkoming planregeling Opbouw bestemmingsplan Toelichting per artikel

115 115 115

Economische uitvoerbaarheid

117

Wettelijk kader Het plan

117 117

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

119

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro en ambtelijk overleg Participatie Ontwerpbestemmingsplan

119 119 120

11.1 11.2 Hoofdstuk 12 12.1 12.2 12.3

Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3

Hoofdstuk 18 18.1 18.2 Hoofdstuk 19 19.1 19.2 19.3

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op 30 januari 2013 heeft de voormalige stadsdeelraad van Nieuw-West het Vernieuwingsplan Jacob Geelbuurt vastgesteld. In het Vernieuwingsplan is de ambitie vastgelegd om de Jacob Geelbuurt te vernieuwen tot een duurzame woonbuurt. Een buurt waar iedereen het beste uit zichzelf kan halen, met een gevarieerd woningaanbod en een schone en veilige openbare ruimte. In het kader van de vernieuwing zijn de afgelopen jaren al diverse woonblokken in de Jacob Geelbuurt gerenoveerd en schoolgebouwen vernieuwd. Ook is er nieuwbouw gerealiseerd op de hoek van de Jacob Geelstraat en de Comenuisstraat (appartementen). Als sluitstuk van de vernieuwing van de Jacob Geelbuurt is nu het oostelijk deel van de Jacob Geelbuurt aan de beurt. Alle blokken van De Alliantie in dit deel zullen worden gesloopt en worden vervangen door nieuwbouw. Voor de vernieuwing van het oostelijk deel van de Jacob Geelbuurt is in november 2019 door de gemeenteraad een Investeringsnota vastgesteld.

Afbeelding: ligging Jacob Geelbuurt Oost (links) en Ontwikkelingskaart Vernieuwingsplan Jacob Geelbuurt (bron: Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost)

Het geldende bestemmingsplan 'Slotervaart' gaat ter plaatse van de Jacob Geelbuurt Oost uit van de huidige situatie. De beoogde vernieuwing zoals die nu voorligt past niet in het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde vernieuwing mogelijk te maken zijn één of meerdere planologische procedures nodig. De vernieuwing van de Jacob Geelbuurt vindt in 3 fases plaats. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het planologisch mogelijk maken van fase 2 en 3 van de vernieuwing. Voor fase 1 is al een planologische procedure opgestart doordat De Alliantie hiervoor in 2020 een omgevingsvergunning 'strijdig gebruik bestemmingsplan' heeft aangevraagd (Wabo afwijkingsprocedure, OLO-nummer 5272089).

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding: fasering vernieuwing Jacob Geelbuurt (bron: Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost)

1.2

Crisis en herstelwet

De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort en is het belanghebbende begrip aangepast. De projecten waarvoor dit geldt, zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een project als bedoeld in bijlage I van de Crisisen herstelwet aangezien er meer dan 11 woningen/woonruimten in een aaneengesloten gebied mogelijk worden gemaakt. Het voorliggende bestemmingsplan valt daarmee onder de werking van de Crisis- en herstelwet.

1.3

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 18 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 9

van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. Er wordt ingegaan op de ligging/begrenzing, de ontstaansgeschiedenis en de ruimtelijke en functionele structuur. Ook wordt ingegaan op het geldende bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 zijn de ruimtelijk-functionele uitgangspunten en stedenbouwkundige uitgangspunten van het beoogde plan voor de transformatie en herontwikkeling van de Noordstrook beschreven waarbij als eerst is ingegaan op het vastgestelde SPvE. In hoofdstuk 5 tot en met 16 komen diverse omgevingsaspecten aan bod. De relevante rapporten zijn als bijlage bij de toelichting gevoegd. In hoofdstuk 17 is uitgelegd op welke wijze het voorgaande is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 18 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 19 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (onder andere het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).

Gemeente Amsterdam

blz. 10

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt in het westen van Amsterdam, in de wijk Slotervaart Noord in stadsdeel Nieuw-West. De wijk Slotervaart Noord bestaat uit drie buurten, waaronder de Jacob Geelbuurt. Deze buurt is ingekaderd door de spoordijk in het oosten en de eveneens op een dijk gelegen stadsautoweg Cornelis Lelylaan in het zuiden. In westelijke richting is de buurt afgebakend door de Johan Huizingalaan terwijl de Robert Fruinlaan de noordelijke grens vormt. De begrenzing van het plangebied 'Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3' is als volgt: in het noorden: delen van de percelen Christiaan Snouck Hurgronjehof 2-26 en Jacob Geelstraat 25-27; in het oosten: de groenstrook aan de westkant van de Ringspoorlijn; in het zuiden: de rijweg van de Comeniusstraat; in het westen: de rijweg van de Jacob Geelstraat. Het perceel ter plaatse van Comeniusstraat 2-12 (locatie Leger des Heils) maakt geen onderdeel uit van het plangebied aangezien hier nog geen vernieuwing gaat plaatsvinden. In de navolgende afbeelding is de begrenzing van het bestemmingsplan weergegeven.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Afbeelding: begrenzing plangebied 'Jacob Geelbuurt Oost. fase 2 en 3'

Het plangebied heeft een oppervlak van circa 20.240 m².

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 13

2.2

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied is gelegen in de wijk Slotervaart Noord, welke samen met Slotervaart Zuid het gebied Slotervaart vormt. Slotervaart is een karakteristieke naoorlogse tuinstad die onderdeel uitmaakt van de Westelijke Tuinsteden. 2.2.1

Planvoorbereiding

Amsterdam was er tegen het einde van de 19e eeuw slecht aan toe: hoge werkeloosheidcijfers, honger en slechte hygiëne met als gevolg hoge sterftecijfers. Woningbouw werd in die tijd uitsluitend gerealiseerd in opdracht van particuliere investeerders en was veelal vanuit speculatie ingegeven. Dit had nadelige gevolgen voor de kwaliteit én de huurprijzen. Door de inwerkingtreding van de Woningwet in 1901 en het instellen van bouwtoezicht verbeterde de situatie enigszins maar het enorme tekort aan kwalitatief goede en betaalbare woningen lost zich niet zomaar op. Amsterdam barst uit haar voegen en heeft daarom in 1921 agrarisch gebied rondom de stad geannexeerd. In dit gebied wil de stad gaan uitbreiden. De eerste gebiedsuitbreidingen vinden plaats via de door H.P. Berlage ontworpen plannen voor Zuid en West. In deze gebiedsuitbreidingen is sprake van gesloten bouwblokken en lange straatwanden. In de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw veranderen de stedenbouwkundige opvattingen onder invloed van de tuinstadgedachte (Engeland en de Verenigde Staten) en het Nieuwe Bouwen (Duitsland). Het hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam, Cornelis van Eesteren, krijgt daarom de opdracht om voor de gemeente een uitbreidingsplan te maken met voldoende woningbouw tot de eeuwwisseling (2000).

Dit werd het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP), welke in 1935 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het AUP volgde de moderne stedenbouwkundige ideeën van die tijd, waaronder het gebruik van een gedetailleerd sociaal en wetenschappelijk onderzoek en bevolkingsgroeiprognose om de vier hoofdfuncties wonen, werken, recreatie en verkeer in relatie tot elkaar in de ruimte te ordenen. De stad kreeg hierin een vingervormig bebouwd gebied, van het midden tot de rand, waartussen de groene zones waren gepland.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Afbeelding: het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam, het plangebied is indicatief met een zwarte pijl aangegeven (bron: amsterdam.nl)

De grootste uitbreiding die in het AUP is voorzien zijn de Westelijke Tuinsteden, aan de westkant van de stad. De stedenbouwkundige structuur van de Westelijke Tuinsteden is het resultaat van het samenspel tussen de infrastructuur, de bebouwing en het water- en groenstructuur: de Sloterplas en het Sloterpark vormen de groene kern van het nieuwe stadsdeel, terwijl het Rembrandtpark en de Westlandgracht, op de overgang van oud naar nieuw, de stedenbouwkundige ontwikkeling van de wijken binnen de ringspoorbaan afronden. De in Tuinstad Slotervaart gelegen Jacob Geelbuurt is in het AUP aangewezen als 'Woonwijken, gemiddeld 70 woningen per hectare'. De gedachte achter een dergelijke buurt was een moderne stadsbuurt met eigen voorzieningen, veilig en op enige afstand van werkgebieden en binnenstad gelegen. Het door de gemeenteraad vastgestelde AUP fungeert als een ‘plan-in-hoofdzaak’, oftewel een globaal bestemmingsplan. Doordat in het AUP de verkaveling op buurtniveau nog niet is ingetekend dient voorafgaand aan de uitvoering van een gebied eerst een verkavelingsplan te worden opgesteld waarin de exacte invulling van wonen, wegen en bijzondere gebouwen wordt vastgelegd. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog volgt er vanaf 1942 een bouwstop waardoor de uitvoering van Tuinstad Slotervaart wordt uitgesteld.

Na de oorlog, in 1950, wordt het AUP herzien vanwege enkele maatschappelijke ontwikkelingen. Vervolgens worden er op basis van het herziene AUP verkavelingsplannen voor de verschillende woonbuurten in de Westelijke Tuinsteden opgesteld. In deze verkavelingsplannen werden bebouwing en open ruimte integraal ontworpen. Vanwege de nieuw structurerende rol van groen, om de verschillende buurten en schaalniveaus met elkaar te verbinden, werden groensupervisoren aangesteld bij de uitwerking van de herzieningsplannen. Landschapsarchitect Mien Ruys werd benoemd tot groensupervisor van Slotervaart en Overtoomse Veld en Westlandgracht, naast de stedenbouwkundige supervisor, architect H.T. Zwiers. Er waren in het begin nog geen specifieke ontwerprichtlijnen voor de groengebieden, maar de ontwerpers werden geacht om deze zo bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 15

gevarieerd mogelijk in te richten. Ze maakten gebruik van modernistische kernbegrippen als asymmetrie, geometrische vormen, regelmaat, differentiatie en soberheid. 2.2.2

Realisatie

Tuinstad Slotervaart is grotendeels gebouwd in de periode tussen 1954 en 1965. Het herziene AUP was de basis voor het ontwerp en de aanleg van de wijk. De naam van Tuinstad Slotervaart refereert aan de waterweg die in de middeleeuwen tussen de Overtoomse Sluis en het dorp Sloten liep. In Slotervaart is voor het eerst binnen Amsterdam de particuliere bouw (woningbouw voor de vrije markt) een flink aandeel van de totale woningbouw binnen de wijk gaan vormen. De wijk kreeg in vergelijking tot de andere tuinsteden veel laagbouw woningen, maar evengoed zijn er ook veel (middel)hoogbouw (gestapelde) woningen gerealiseerd. De laagbouw woningen waren klein van opzet. Langs de Cornelis Lelylaan werd hoogbouw gerealiseerd, om een “verticaal” accent in het stadsbeeld te bewerkstelligen. Bij de realisatie van de woningen was de hoeveelheid belangrijker dan de kwaliteit: er moest in het kader van de wederopbouw gebouwd worden om aan de grote behoefte aan woningen te voldoen. In Slotervaart werd de “herhalingsbouw” veelvuldig toegepast. Vrijwel alle woningen, zowel de laagbouw als de (middel)hoogbouw, werden in een zich herhalend haakvormig stempelpatroon gerealiseerd waarbij de woningen rondom een hof kwamen met deels openbaar groen en deels (privé) tuinen.

Naast woningen bevatte Slotervaart ook andere gebruikelijke onderdelen van een woonwijk uit die tijd, zoals scholen, een bejaardencentrum, kinderopvang en kerken. Deze voorzieningen werden op diverse locaties tussen de “stempels” gerealiseerd. De eerste bewoners namen in 1955 hun intrek in Tuinstad Slotervaart. In de jaren daarna kwamen veel bewoners uit de overbevolkte binnenstad en de negentiende eeuwse buurten naar de Westelijke Tuinsteden. Zij prezen de ruime aanwezigheid van het groen. Ook de grootte en de lichttoetreding van de woningen werden hoog gewaardeerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Afbeelding: de wijk rond de periode van de aanleg, waarbij de Sloterplas al was gegraven maar het Sloterpark nog niet was begroeid.

De bebouwing in het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan is in 1957-1958 gerealiseerd naar een ontwerp van architect Jaap Bot, 23 jaar na de vaststelling van het AUP. In totaal werden bij de oplevering zeven strookvormige blokken binnen het plangebied gerealiseerd. Deze blokken waren ook in een herhalend haakvormig stempelpatroon rondom een hof gerealiseerd. De buurt waarin de bebouwing zich bevindt is vernoemd naar de literator en filoloog Jacob Geel.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 17

Afbeelding: de bebouwing langs de Jacob Geelstraat in december 1957 vlak voor oplevering, ter hoogte van de kruising met het Hermanus van der Tuukhof (bron: Beeldbank Amsterdam)

Door de soms matige kwaliteit van de bebouwing en sociale problemen kwamen de Westelijke Tuinsteden in de jaren '80 en '90 in een neerwaartse spiraal terecht. De afgelopen decennia heeft er daarom op veel plekken in de Westelijke Tuinsteden stedelijke vernieuwing plaatsgevonden, ook in een deel van de Jacob Geelbuurt.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

2.3.1

Jacob Geelbuurt

Het plangebied is gelegen in de Jacob Geelbuurt. Hedendaags is deze buurt sterk ingekaderd door de spoordijk in het oosten en de eveneens op een dijk gelegen stadsautoweg Cornelis Lelylaan in het zuiden. In westelijke richting is de buurt afgebakend door de Johan Huinzingalaan terwijl de Robert Fruinlaan de noordelijke grens vormt. De buurt wordt doorsneden door twee doorgaande oostwest gerichte verbindingen: de Hemsterhuisstraat en de Comeniusstraat. Tussen deze oostwest gerichte verbindingen bevindt zich de Jacob Geelstraat, welke binnen de buurt een belangrijke noordzuid gerichte verbinding is.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Afbeelding: plattegrond Jacob Geelbuurt, de grenzen van de buurt zijn met een zwarte lijn aangegeven en die van het plangebied met een rode llijn (bron: www.maps.amsterdam.nl)

In de Jacob Geelbuurt is nog veel van de oorspronkelijke verkavelingsopzet en bebouwing aanwezig. Ruim zestig jaar na realisatie vormen licht, lucht en ruimte nog steeds de belangrijkste basiskwaliteiten van de buurt. Er is nog steeds sprake van een heldere tuinstedelijke structuur met veel groen, lange zichtlijnen, een hiërarchisch stratenpatroon en open bouwblokken in ensembles. Kenmerkend voor de Jacob Geelbuurt is de grote hoeveelheid openbare ruimte en de wijze waarop de opbouw van straten, wegen en tuinen, hoven en groenstroken ruimtelijk is georganiseerd. Een fors deel van deze openbare ruimtes bestaat uit collectieve hoven tussen bouwblokken. Ze maken deel uit van de ‘tussenschaal’; een ruimtereeks vanaf de afgebakende verblijfplek bij de woning naar de grotere schaal van parkstroken, stadswegen, het park en uiteindelijk de stad en het landschap. Het groen, de openbare ruimte en de bebouwing zijn als ruimtelijke eenheid ontworpen, met optimale bezonning van de woningen en veel lichtinval.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 19

Afbeelding: hoofdgroenstructuur met stempelpatroon van gebouwen Slotervaart, de Jacob Geelbuurt bevindt zich rechtsboven (bron: Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost)

Voor de bebouwing in de Jacob Geelbuurt geldt het volgende: Jacob Geelbuurt Noord: Het tussen de Robert Fruinlaan en de Hemsterhuisstraat gelegen deel van de buurt bestaat uit haakvormige woonblokken rondom in totaal vijf groene hoven. De haakvormige blokken bestaan uit vijf lagen met kap, met uitzondering van de parallel aan de Hemsterhuisstraat gelegen éénlaagse blokjes met kap. Het blokdeel langs de Johan Huizingalaan bevat een publieke plint met functies als horeca en detailhandel. In de strook tussen de Hemsterhuisstraat en de Nicolaas Japikestraat bevinden zich nog bedrijfsbebouwing, een tweetal strookvormig blok met woningen boven bedrijfsruimtes en een vijflaags haakvormig woonblok met kap en een bedrijfsruimte op de kop. Jacob Geelbuurt Oost: Het ten oosten van de Jacob Geelstraat gelegen deel bestaat uit strookvormige woonblokken rondom drie groene hoven. Elk hof wordt begrensd door strookvormige blokken van vijf lagen met kap en een zuidelijke rand van twee bouwlagen met een kap. Alleen bij het zuidelijke hof is sprake van een iets afwijkende opzet doordat deze rand wordt gevormd door een drielaags strookvormig gebouw (locatie Leger des Heils). Op de noordwestelijke hoek van elk hof is een kleinschalige bedrijfsruimte aanwezig.

Jacob Geelbuurt Zuid: In het gebied tussen de Comeniusstraat en de Cornelis Lelylaan bevindt zich het als rijksmonument aangewezen Sloterhof. Dit ensemble bestaat uit diverse haakvormige blokken en enkele half open blokken rondom groene hoven. De groene hoven zijn gericht op het zuiden (richting de groenstrook langs de Cornelis Lelylaan). De bebouwing van het Sloterhof bestaat uit één- vijf- en negenlaagse bebouwing. Aan de noordzijde zijn in de plint aan de Comeniusstraat diverse publieke functies gevestigd, zoals horeca en detailhandel. Jacob Geelbuurt West: Het tussen de Justus Halbertsmastraat en de Johan Huizingalaan gelegen deel van de buurt bestaat uit haakvormige woonblokken rondom in totaal zes groene hoven. Elk hof wordt begrensd door strookvormige blokken van twee lagen met kap. Op de noordoostelijke hoek van de hoven langs de Justus Halbertsmastraat is telkens een kleinschalige bedrijfsruimte aanwezig. Jacob Geelbuurt Midden: Het middendeel van de buurt was oorspronkelijk bedoeld voor de

Gemeente Amsterdam

blz. 20

maatschappelijke voorzieningen in de buurt. Hier bevonden zich de Pius X-kerk en enkele schoolgebouwen. De kerk is enkele jaren geleden gesloopt en vervangen door een nieuw schoolgebouw. In het zuidelijk deel, langs de Comeniusstraat, is in 2018 een U-vormig wooncomplex gebouwd. Het deel langs de Comeniusstraat is zeslaags, de evenwijdig aan de Jacob Geelstraat en Justus Halbertsmastraat gelegen bouwdelen zijn drielaags. De Jacob Geelbuurt maakt, net als de rest van Tuinstad Slotervaart en Tuinstad Slotermeer, onderdeel uit van het gebied dat door het Rijk is aangewezen als “wederopbouwgebied van nationaal belang”. In het navolgende wordt nader ingezoomd op het plangebied en daarna op de directe omgeving van het plangebied. 2.3.2

Plangebied

De zeven oorspronkelijke bouwblokken zijn nog steeds in het plangebied aanwezig en maken, samen met de overige tussen de Jacob Geelstraat en de spoorlijn gelegen blokken (fase 1, tussen de Hemsterhuisstraat en het Christiaan Snouck Hurgronjehof), onderdeel uit van de Jacob Geelbuurt Oost. Het oostelijk deel van buurt wordt aan de noordzijde begrensd door de Hemsterhuisstraat en aan de zuidzijde door de Comeniusstraat.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 21

Afbeelding: luchtfoto Jacob Geelbuurt Oost, met de 7 in het plangebied gelegen blokken (bron: Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost)

In het plangebied bevinden zich zeven strookvormige blokken rondom een tweetal hoven. Het betreft van noord naar zuid de volgende blokken: Jacob Geelstraat 25-47 en Christiaan Snouck Hurgronjehof 2-26 (perceelnummer D 7218, zie respectievelijk 1 en 2 in de navolgende afbeelding), Hermanus van der Tuukhof 32-48 (perceelnummer D 4709, zie 3 in de navolgende afbeelding), Hermanus van der Tuukhof 1-7 (perceelnummer D 4710, zie 4 de navolgende afbeelding), Hermanus van der Tuukhof 2-24 en Jacob Geelstraat 49-71 (perceelnummer D 4711, zie respectievelijk 5 en 6 in de navolgende afbeelding) en Jacob Geelstraat 73-79 (perceelnummer D 4712, zie 7 in de navolgende afbeelding). Het meest noordelijke blok (blok 1 = Jacob Geelstraat 25-27 en Christiaan Snouck Hurgronjehof 2-26) zal op korte termijn worden gesloopt in verband met de realisatie van fase 1.

Afbeelding: luchtfoto van het plangebied in vogelvlucht, gezien vanuit het zuidoosten, de nummering verwijst naar de bloknummering in de voorgaande tekst (bron: Google Earth)

Het perceel met bebouwing waarin het Leger des Heils is gevestigd (Comeniusstraat 2-12) bevindt zich net buiten het plangebied van het bestemmingsplan, direct ten zuidoosten van het plangebied. De ook in de Jacob Geelbuurt Oost gelegen blokken Christiaan Snouck Hurgronjehof 1-7, Christiaan Snouck

Gemeente Amsterdam

blz. 22

Hurgronjehof 28-46, Jacob Geelstraat 3-23 en Hemsterhuisstraat 3-25 bevinden zich ten noorden van het plangebied. Deze blokken worden beschreven in subparagraaf 2.3.3. Het plangebied heeft betrekking op twee van de drie woonhoven in de Jacob Geelbuurt Oost. De drie woonhoven zijn nagenoeg op eenzelfde manier gestempeld doordat de noord-, oost- en westrand van het hof worden gevormd door een middelhoog strookvormig bouwblok van vijf bouwlagen en een kap. De goot- en bouwhoogte van deze blokken bedraagt respectievelijk circa 15 en 18 meter en de blokken zijn enigszins verspringend van elkaar gepositioneerd. De zuidelijke rand van het hof bestaat uit een klein strookvormig blok van twee lagen en een kap en een goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 6 en 9 meter. Door de positionering van de middelhoogbouw en doordat de zuidelijke rand wordt gevormd door een klein blok is er sprake van een hof met open hoeken. Bij het zuidelijke woonhof bestaat de oostrand uit een haakvormig blok van één tot drie lagen zonder kap. Dit blok, welke in gebruik is bij het Leger des Heils, bevindt zich buiten het plangebied.

Afbeelding: opbouw stempel rondom een hof (bron: Investeringsnota Jacob Geelbuurt Oost)

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 23

Afbeelding: middelhoogbouw en laagbouw, gezien vanaf het Hermanus van der Tuukhof (bron: https://www.google.nl/maps/)

De verdiepingen van de middelhoogbouwblokken zijn in gebruik als appartementen. De plinten van de deze blokken bieden naast portiekingangen plek aan naar de straat gekeerde bergingen en (10) garageboxen. Achter de bergingen bevinden zich woonruimtes van de 1e verdieping met een privétuin. Doordat de plinten aan de straatzijdes geen actieve functies bevatten is er aan de straatzijdes sprake van blinde plinten.

Afbeelding: blinde plinten langs de Jacob Geelstraat(bron: https://www.google.nl/maps/)

Op de noordwestelijke koppen van de beide hoven zijn kleine uitbouwen van de noordelijke strookvormig blokken aanwezig. Deze eenlaagse uitbouwen hebben een bouwhoogte van circa 4 meter en bieden plek aan niet-woonfuncties. Het gaat in dit geval om een wijkkantoor van De Alliantie en een kantoor van jongerenstichting Ara Cora.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

Afbeelding: eenlaagse bedrijfsruimtes op de hoek van de Jacob Geelstraat

De laagbouw bestaat volledig uit boven/benendewoningen met een op het zuiden georiënteerde privétuin voor de benedenwoningen. De entrees van de woningen bevinden zich aan de noordzijde. De blokken binnen het plangebied bieden plek aan 194 sociale huurwoningen en 265 m² bedrijfsruimte. De bebouwing in het plangebied heeft een grondoppervlak van circa 3.825 m². De hoven in het plangebied hebben een groene invulling met privétuinen en groenvoorzieningen maar ook verharding vanwege verkeersareaal (rijwegen, parkeerplaatsen en stoepen) en speelvoorzieningen.

Afbeelding: groen en verharding in het Hermanus van den Tuukhof(bron: https://www.maps.amsterdam.nl/)

De bebouwing in het plangebied bevindt zich over het algemeen in bouwtechnische matige staat en de woningen voldoen niet meer aan de hedendaagse woon- en duurzaamheidseisen.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 25

2.3.3

Omgeving plangebied

Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich het meest noordelijke woonhof van de Jacob Geelbuurt Oost. Dit hof is op dezelfde manier opgebouwd als de twee hoven in het plangebied, dus met drie strookvormige woonblokken van vijf bouwlagen met een kap (goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 15 en 18 meter) rondom een hof, een klein woonblok van twee bouwlagen met een kap aan de zuidkant van het hof (goot- en bouwhoogte van respectievelijk circa 6 en 9 meter) en een eenlaagse bedrijfsruimte op de noordwestelijke kop (bouwhoogte circa 4 meter). Het noordelijke woonhof met 120 sociale huurwoningen en 135 m² bedrijfsruimte zal ook worden herontwikkeld (zie paragraaf 4.1).

Afbeelding: een deel van de bebouwing rondom het hof ten noorden van het plangebied, gezien vanaf de Hemsterhuisstraat (bron: https://www.google.nl/maps/)

Ten oosten van het plangebied bevinden zich de groenzone langs de Ringspoorlijn (zie paragraaf 2.5) en de op een dijktalud gelegen Ringspoorlijn. Aan de andere zijde van het dijktalud van de Ringspoorlijn ligt de wijk Overtoomse Veld. Zoals in de vorige subparagraaf is beschreven bestaat de oostelijke rand van het zuidelijke woonhof van het plangebied uit een wat afwijkend haakvormig blok. Dit blok uit 1999 is in gebruik als orthopedagogisch centrum Middelveld en opvangtehuis van het Leger des Heils. Hier kan behandeling met verblijf worden geboden aan licht verstandelijk beperkte jongeren in de leeftijd van 15 tot 23 jaar. Het blokdeel dat evenwijdig aan de Ringspoorlijn is gelegen is drielaags zonder kap (bouwhoogte circa 10 meter), het blokdeel dat evenwijdig aan de Comeniusstraat is gelegen bestaat uit één laag zonder kap (bouwhoogte circa 4 meter).

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Afbeelding: de ten zuidoosten gelegen bebouwing van het Leger des Heils aan de Comeniusstraat

Het als rijksmonument aangewezen ensemble van het Sloterhof uit 1958 is gelegen tussen de Comeniusstraat en de Cornelis Lelylaan en bevindt zich ten zuiden van het plangebied. Recht tegenover het plangebied staan drie haakvormigeblokken van het ensemble (Comeniusstraat 1-153, Comeniusstraat 155-185 en Comeniusstraat 187-215). De langwerpige delen van de haakblokken zijn haaks op de Comenuisstraat en de Cornelis Lelylaan gepositioneerd. Het meest oostelijke blok aan de zijde van de Ringspoorlijn is achtlaags zonder kap (bouwhoogte circa 24 emeter), de overige twee haakblokken bestaan uit vijf bouwlagen zonder kap (circa 16 meter). De haakblokken bevatten woningen waarbij in de plint op de hoeken van de twee wat lagere haakblokken een niet-woonfunctie aanwezig is. De korte en evenwijdig aan de Comenuisstraat gelegen blokdelen zijn in gebruik als garageboxen en nutsvoorzieningen. Deze blokdelen zijn éénlaags (bouwhoogte circa 3 meter).

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 27

Afbeelding: een deel van de de bebouwing van het ensemble van het Sloterhof aan de Comeniusstraat

In de strook ten westen van het plangebied bevinden zich achtereenvolgens van zuid naar noord een appartementencomplex (Jacob Geelstraat 56-142 en Justus Halbertsmastraat 51-115), een basisscholencomplex (Jacob Geelstraat 48), een internaat van een stichting (Jacob Geelstraat 46), een basisschoolgebouw (Jacob Geelstraat 42) en een middelbare schoolgebouwencomplex (Jacob Geelstraat 36-38). Het appartementencomplex is in 2018 gebouwd in een U-vorm waarbij het deel langs de Comenuisstraat grotendeels zeslaags is (bouwhoogte circa 20 meter). De langs de Jacob Geelstraat en Justus Halbertsmastraat gelegen delen zijn ieder drielaags (bouwhoogte circa 11 meter). Het binnenterrein van het blok is in gebruik als parkeerterrein. Het parkeerterrein is vanaf de Jacob Geelstraat bereikbaar via een afsluitbare toegang.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Afbeelding: het appartementencomplex ten westen van het plangebied, gezien vanaf de Comenuisstraat (bron: https://www.google.nl/maps/)

Ten noorden van het appartementengebouw staat een basisscholencomplex uit 1965. Het complex is in gebruik bij de Huibersschool. Het hoofdvolume is een rechthoekig éénlaags gebouw (bouwhoogte circa 4,5 meter) met een gevel aan zowel de Jacob Geelstraat als aan de Justus Halbertsmastraat. De hoofdingang bevindt zich aan de Jacob Geelstraat. Op het terrein is ook nog een gymzaal aanwezig (bouwhoogte circa 7 meter). De rest van het terrein is in gebruik als schoolplein.

Afbeelding: het basisscholencomplex ten westen van het plangebied, gezien van de Jacob Geelstraat(bron: https://www.maps.amsterdam.nl/)

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 29

Halverwege de strook ten westen van de Jacob Geelbuurt Oost bevindt zich een pleinvormige ruimte. Aan de zuidkant van dit plein is in 2000 een rechthoekig gebouw gerealiseerd, welke in gebruik is als internaat van stichting Ekmel. Het gebouw is drielaags zonder kap (bouwhoogte circa 12 meter).

Afbeelding: het gebouw ten behoeve van een stichting ten westen van het plangebied, gezien van de Jacob Geelstraat(bron: https://www.maps.amsterdam.nl/)

Aan de westkant van het plein is in 2016 een tweelaags schoolgebouw gebouwd (bouwhoogte circa 10 meter). Het schoolgebouw is in gebruik bij de Huizingaschool. Het schoolplein bevindt zich aan de zijde van de pleinachtige ruimte. Doordat de pleinachtige ruimte is ingericht met diverse speeltoestellen loopt het schoolplein als het ware over in het openbare gedeelte.

Afbeelding: het basissxhoolgebouw ten westen van het plangebied, gezien vanaf de Jacob Geelstraat (bron: https://www.google.nl/maps/)

Aan de noordzijde van het plein staat het uit 1971 stammende scholencomplex. Dit scholencomplex is in 2017 gerenoveerd en in gebruik genomen door het Comenius College. Het schoolgebouw is aan de zijde van het plangebied drielaags zonder kap (bouwhoogte circa 11 meter).

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Afbeelding: het scholencomplex ten westen van het plangebied, gezien vanaf de Jacob Geelstraat (bron: https://www.google.nl/maps/)

2.4

Verkeer en parkeren

2.4.1

Verkeersstructuur

Auto's In het AUP werd de hiërarchische opbouw van woonstraat, buurtstraat, wijkweg, stadsstraat naar autoweg al vastgelegd. Typerend voor het ‘tuinstadkarakter’ is de ‘tussenschaal’ van buurtstraat en wijkweg. De Jacob Geelbuurt is via de doorgaande wegen Robert Fruinlaan, Hemsterhuisstraat, Johan Huizingalaan en Comeniusstraat goed aangesloten op het (auto)wegennetwerk van Nieuw West. De Johan Huizingalaan is een noordzuidgerichte verbinding (plusnet auto), de overige wegen zijn oostwestgericht. De buurt is via deze doorgaande wegen verbonden met omliggende wijken en de rest van Amsterdam. De wegen kennen een snelheidsregime van 50 km/u, met uitzondering van de 30 km/u wegen Comeniusstraat en de Hemsterhuisstraat. Voor het plangebied zijn met name de Comeniusstraat en de Hemsterhuistraat van belang voor het autoverkeer omdat de noordzuidgerichte buurtstraat Jacob Geelstraat begint en eindigt bij deze straten. Nagenoeg al het autoverkeer van en naar het plangebied rijdt dus via de Comeniusstraat of de Hemsterhuistraat naar de Jacob Geelstraat. Het Hermanus van der Tuukhof en Christiaan Snouck Hurgronjehof in het plangebied zijn vanaf de Jacob Geelstraat te bereiken via doodlopende woonstraten. Openbaar vervoer Alhoewel er in de Jacob Geelbuurt alleen ov-haltes aan de randen zijn, is de buurt wel goed bereikbaar met diverse vormen van openbaar vervoer.

Direct ten zuidoosten bevindt zich namelijk het ov-knooppunt Lelylaan (trein, metro, tram en bus). Ook bevinden zich nog bushaltes op de Johan Huizingalaan en de Robert Fruinlaan. Gelet op de loopafstand is voor het plangebied vooral ov-knooppunt Lelylaan van belang. Langzaam verkeer De Robert Fruinlaan is een oost-westroute voor fietsers die als het plusnet is aangewezen. Ook de noord-zuidroute via de Johan Huizingalaan is als zodanig aangewezen. Fietsroutes die tot het plusnet behoren zijn gericht op het bieden van (doorstroom)kwaliteit voor grote verkeersstromen met de hoogste prioriteit als er afwegingen gemaakt moeten worden tussen netwerken. Direct ten zuiden van het

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 31

plangebied is het fietspad van de Comenuisstraat aangewezen als Hoofdnet Fiets. Bij het Hoofdnet Fiets is het beleid gericht op het behouden van voldoende ruimte om het verkeer af te kunnen wikkelen. De Comenuisstraat vormt de fietsverbinding tussen het Sloterpark ten westen van Slotervaart en het Rembrandtpark ten oosten van de A10-West.

Afbeelding: het fietsnetwerk in en rond de Jacob Geelbuurt (bron: https://maps.amsterdam.nl/)

2.4.2

Parkeren

In de Jacob Geelbuurt vindt autoparkeren voornamelijk plaats op straat. Er zijn in de buurt wel enkele private parkeerterreinen en/of garageboxen. Ook in het plangebied is sprake van voornamelijk parkeren op straat. Het gaat om langsparkeren bij de Jacob Geelstraat en dwars- en langsparkeren in het Hermanus van der Tuukhof. In het zuidelijk woonhof vindt geen parkeren plaats. Binnen de Jacob Geelbuurt geldt betaald parkeren van maandag t/m zaterdag, van 09:00 tot 19:00 uur.

2.5

Groen en water

Het groen in de buurt is onderdeel van de structuur op grotere schaal van tuinen, via plantsoenen, parkzones en laanbeplanting tot parken. De buurt kent een tuinstedelijke structuur met veel groen. Dit groen bevindt zich voornamelijk in de hoven maar aan de oostkant van de buurt (en het plangebied) bevindt zich een grote doorgaande groenzone langs de Ringspoorlijn. Ter hoogte van het plangebied bestaat de groenzone onder meer uit een voetpad tussen de Hemsterhuisstraat en de Comeniusstraat en een watergang. De woonhoven in het plangebied zijn via voetpaden verbonden met de groenzone.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Afbeelding: de groenzone langs de Ringspoorlijn gezien vanaf de Hemsterhuisstraat (bron: https://www.google.nl/maps/)

2.6

Geldend planologisch kader

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voorliggende bestemmingsplan geldt voor het plangebied het op 1 juli 2009 vastgestelde bestemmingsplan 'Slotervaart 2007'. De gemeente heeft verder op 7 oktober 2021 een paraplubestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders' vastgesteld. 2.6.1

Bestemmingsplan 'Slotervaart 2007'

Het bestemmingsplan is conserverend van aard doordat uit is gegaan van de indertijd bestaande situatie.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 33

Afbeelding: uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Slotervaart 2007'

De bebouwing in het plangebied is grotendeels bestemd als 'Woningen 1' (W1). Gronden met deze bestemming mogen ter plaatse van het plangebied worden gebruikt voor woningen (met inbegrip van bergingen en huisgebonden beroepen) en tuinen. De begane grondlaag van twee blokken mogen daarbij ook worden gebruikt voor gebouwde parkeervoorzieningen (+p). Niet-woonfuncties zijn toegestaan in de als 'Centrumvoorzieningen' (C) bestemde bebouwing, op de hoek van de Jacob Geelstraat met de Gemeente Amsterdam

blz. 34

Hermanus van der Tuukhof en Christiaan Snouck Hurgronjehof. Het gaat daarbij om ateliers, kantoren, consumentverzorgende dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen. De onbebouwde ruimte ter plaatse van het plangebied is bestemd als 'Tuinen' (T), 'Verkeersareaal' (Va) of 'Groenvoorzieningen' (G). Voor alle als 'Woningen 1' (W1) en 'Centrumvoorzieningen' (C) bestemde gronden geldt een op de plankaart aangegeven maximum goothoogte en/of maximum bouwhoogte. Op de plankaart is voor de middelhoogbouw uitgegaan van een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 15 en 18 meter. Voor de laagbouwblokken is een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 9 meter van toepassing terwijl voor de bedrijfsruimtes op de hoeken een bouwhoogte van maximaal 4 meter aan de orde is. In de bestemmingen 'Tuinen' (T), 'Verkeersareaal' (Va) of 'Groenvoorzieningen' (G) zijn ter plaatse van het plangebied geen gebouwen toegestaan. 2.6.2

Bestemmingsplan 'Grondwaterneutrale kelders'

In het bestemmingsplan is bepaald dat regels die kelders mogelijk maken in het betreffende moederplan komen te vervallen. De gronden ter plaatse van het plangebied zijn mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen. Het bouwen van nieuwe kelders is daarbij niet toegestaan, tenzij toepassing wordt gegeven aan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Daarvoor is het noodzakelijk dat de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Om te bepalen of een kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd geldt: voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van maximaal 300 m² en een maximale bouwdiepte van 4 meter dat burgemeester en wethouders de aanvraag toetsen aan de beleidsregels "Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam"; voor kelders met een totale brutovloeroppervlakte van meer dan 300 m² of een bouwdiepte van meer dan 4 meter dat op basis van een geohydrologisch onderzoek moet worden aangetoond dat het bouwplan niet strijdig is met het belang van grondwaterneutraal bouwen, zijnde 'het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden.

Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast.'. In het voorliggende bestemmingsplan zijn de relevante regels uit het paraplubestemmingsplan overgenomen.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 35

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het plangebied heeft betrekking op twee fases van de vernieuwing van de Jacob Geelbuurt Oost. In het navolgende wordt achtereenvolgens ingegaan op het relevante rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Omdat het plangebied onderdeel uitmaakt van een grotere ontwikkeling, zijnde fases 1, 2 en 3 van Jacob Geelbuurt Oost, is daar waar nodig ook rekening gehouden met deze grotere ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 aan de Tweede Kamer verzonden en richt zich op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten. De NOVI helpt bij het maken van de noodzakelijke keuzes: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

Conclusie De beoogde herontwikkeling heeft betrekking op een verdichting binnen bestaand stadsgebied waardoor ook bij kan worden gedragen aan het verbeteren van de duurzaamheid door het treffen van energie neutrale maatregelen . Het voornemen tot verdichting in het plangebied is in overeenstemming met de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro is op 1 januari 2017 voor het laatst gewijzigd. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Schiphol, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Conclusie Het plangebied is een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Gemeente Amsterdam

blz. 36

2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Ten aanzien van de metropool Amsterdam wordt geconstateerd dat deze zich snel ontwikkeld. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen.

Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij dient oog te worden gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook dient er een vinger aan de pols te worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. De bestaande voorraad woningen wordt daarbij betrokken. Conclusie Het bestemmingsplan maakt verdichting mogelijk in binnenstedelijk gebied, nabij een knooppunt voor openbaar vervoer. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling zal de bestaande stedelijke structuur worden versterkt. Op deze wijze wordt de beschikbare binnenstedelijke ruimte zo optimaal mogelijk benut en wordt het landschap gespaard. Ook wordt ingezet op besparing van energie en een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting. Dit past binnen de hoofddoelstellingen in het provinciale beleid. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. Deze omgevingsverordening is op 15 juni 2022 herzien. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. Deze verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Wel zal hierin duidelijk het provinciaal belang naar voren moeten komen. Het uitgangspunt daarbij is dat de bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet en het provinciale beleid daarbij zoveel mogelijk eenduidig wordt geregeld. Relevante regels Voor het plangebied zijn de regels met betrekking tot 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' en 'LIB 5 zone Schiphol' relevant: bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 37

Een ruimtelijk besluit of plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van het project geldt dat de functie wonen niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling aangezien deze functie al is toegestaan in het geldende bestemmingsplan. Wel is er sprake van een andere configuratie door een andere verkavelingsopzet. Er is planologisch gezien echter geen sprake van een toename van het aantal woningen aangezien het beoogde woningaantal strikt genomen ook mogelijk is binnen de toegestane bouwvolumes. De beoogde woningen passen bovendien in de gemeentelijke structuurvisie (zie paragraaf 3.3) en zijn bedoeld om een bijdrage te leveren aan de enorme bouwopgave voor woningen binnen Amsterdam. Deze bouwopgave is input geweest voor het Regionaal Actieprogramma Wonen in de regio Amsterdam. Het plangebied ligt binnen de 20 Ke-contour.

Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour wordt in de toelichting van het bestemmingsplan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen.

Afbeelding: uitsnede LIB 5 zone (bron: Omgevingsverordening NH2020)

Conclusie Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Doordat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is regionale afstemming niet nodig. Het plan past overigens binnen de afspraken die zijn gemaakt in het kader van het Regionaal Actieprogramma Wonen in de regio Amsterdam (zie de navolgende paragrafen en hoofdstuk 7). Verder dient er vanwege de ligging binnen de :IB 5 zone van Schiphol (voorheen 20 Ke-contour) rekenschap te worden gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer. Ook dienen de redenen te worden vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. Op de ligging binnen de LIB 5 zone zal in hoofdstuk 13 nader worden ingegaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Op basis van de MRA Agenda stemmen gemeenten fasering en programmering van de woningbouwplannen met elkaar af. Die afstemming bestaat uit het uitwisselen van informatie en inzicht in de feitelijke ontwikkelingen op de regionale woningmarkt.

Dit gebeurt onder meer door het monitoren van zowel de beschikbare harde en zachte plancapaciteit en van de daadwerkelijke jaarlijkse woningproductie. Op basis van het gezamenlijk inzicht worden opgaven geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt. De MRA is een economisch sterke regio. Dat leidt tot een sterke bevolkingsgroei en grote woningvraag. Alles wijst erop dat de vraag naar woningen in de regio de komende decennia blijft groeien. De vraag naar woningen wordt bovendien versterkt doordat huishoudens steeds kleiner worden. Tot 2040 zijn in de MRA nog circa 250.000 nieuwe woningen nodig om aan de woningvraag te voldoen, een enorme opgave. Het faciliteren van de groei is belangrijk voor het behoud van de sterke economische concurrentiepositie. Om een aantrekkelijke en betaalbare woningmarkt te zijn waar mensen graag wonen en om te zorgen dat er in de regio voldoende arbeidspotentieel aanwezig is. De gezamenlijke inzet is vooral gericht op het stimuleren van de woningproductie. Hier wordt bijvoorbeeld vorm aan gegeven door bestaande woningbouwplannen versneld uit te voeren, en knelpunten met elkaar op te lossen. Daarnaast wordt gezocht naar mogelijkheden voor intensivering van programma's en naar nieuwe locaties. Binnenstedelijk bouwen en zo veel mogelijk woningbouw rond knooppunten van OV zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Uitdaging is zo goed mogelijk in te spelen op de actuele woningvraag, met aandacht voor diverse groepen woningzoekenden en dus een divers aanbod van woningtypen/ woonmilieus en prijssegmenten. Betaalbaarheid is hierin een belangrijk aandachtspunt. Het creëren van het diverse woonaanbod gebeurt zowel door te investeren in de bestaande voorraad, als door transformatie en door nieuwbouw. Vanuit het belang van een sterke economische regio is er extra aandacht voor de mogelijkheden van internationals en pas afgestudeerden. Conclusie Het beoogde plan heeft betrekking op een andere configuratie van woningbouw. Het plan leidt planologisch gezien niet tot een toename van het aantal woningen maar feitelijk wel. Met het project wordt uitvoering gegeven aan een deel van de enorme woningbouwopgave van circa 250.000 nieuwe woningen voor de metropoolregio. Het voorliggende plan past daarmee binnen de plannen van de metropoolregio.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 39

3.3.2

Woonakkoord 2021-2025

Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet voor het woonbeleid van Amsterdam en de provincie Noord Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen en onderdeel van de "regionale afspraken" als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de omgevingsverordening en –regeling is bepaald dat de regionale woonakkoorden de uitgangspunten van het regionaal woonbeleid bevatten en in overeenstemming zijn met het provinciaal woonbeleid. In de Omgevingsverordening is tevens bepaald dat een plan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling onderdeel is van "regionale afspraken", ofwel de door de regio zelf vastgestelde woningbouwprogrammering en dit gezamenlijke woonakkoord. De gemeente Amsterdam heeft in het kader van deze regels de status van zelfstandige 'regio'. Amsterdam heeft volgens de provinciale berekening in de jaren 2020-2025 een woningbehoefte van 25.700. De plancapaciteit van Amsterdam is echter groot: 226.600. Hiervan is een groot deel in de verdere toekomst gepland, maar toch is momenteel al een aantal van 55.500 woningen als harde capaciteit aan te merken. Dat is zelfs voldoende voor de woningbehoefte tot aan 2030 (51.300).

De Provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam realiseren zich dat het, met het oog op vertraging in de uitvoering, nodig is meer delen van de plancapaciteit 'hard' te maken om de woningbehoefte te kunnen inlossen en zeker te zijn van voldoende woningbouw. Gezien de hoeveelheid harde plancapaciteit en sturing van Amsterdam op start bouw geldt dit voor andere delen van de MRA (buiten Amsterdam). Amsterdam gaat uit van een woningbouwaantal van ongeveer 7.500 per jaar voor de periode tot aan 2025. Voor de langere termijn (2050) wordt uitgegaan van een groei van de woningvoorraad 5.000 per jaar. De Omgevingsvisie Amsterdam (zie paragraaf 3.4.1) biedt ruimte aan minimaal dit aantal woningen en alle bijbehorende voorzieningen. Het is een groeitempo dat rekening houdt met het absorptievermogen van de stad, het aanleggen van de infrastructuur, energievoorziening, groen en openbare ruimte en dat ook organisatorisch en rekening houdend met crises langjarig haalbaar is. De Jacob Geelbuurt Oost behoort volgens het overzicht op de website www.plancapaciteit.nl met 271 extra woningen tot de plancapaciteit. De woningen/woonruimten die door middel van het voorliggende bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt maken daardoor onderdeel uit van de plancapaciteit. Conclusie Het bestemmingsplan maakt conform regionale afspraken verdichting van bestaand woongebied mogelijk.

In totaal zijn in de Jacob Geelbuurt Oost (fase 1 t/m 3) ruim 500 woningen voorzien, ter vervanging van 312 bestaande woningen. Dit leidt tot een toename van circa 200 woningen. Dat is in overeenstemming met de regionale afspraken. Het beoogde plan maakt daarmee onderdeel uit van de plancapaciteit.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld in de gemeenteraad. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 en is een wettelijk verplicht instrument van de nieuwe Omgevingswet. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. Omdat het project niet is gelegen in de Hoofdgroenstructuuur en de nieuwbouw geen hoogbouw betreft (want lager dan 60 meter) blijven deze twee onderdelen in het navolgende verder buiten beschouwing. De visie is gebaseerd op 5 strategische keuzes. 1. Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is. Een van de hoofddoelen van de visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten. 2. Groeien binnen grenzen: Amsterdam streeft naar minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei mag alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt, kunnen overal woningen en bedrijfsgebouwen worden verduurzaamd en blijven de kwetsbare landschappen open.

Dit kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar op een slimme manier verdicht kan worden. Een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, staat hierbij voorop. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 70 meter) concentreert zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het IJ. De stad wordt ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. 3. Duurzaam en gezond bewegen: om ruimte te houden voor groen, spelen en verblijven en voor de fietser en voetganger, moet de auto een stap terug doen. Door verdichting wordt draagvlak gecreëerd voor ov in de hele stad en komen voorzieningen op loop- en fietsafstand. Buurten worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. 4. Rigoureus vergroening: Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. 5.

Samen stadmaken: De omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Het stadsbestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen.

bestemmingsplan_Jacob Geelbuurt Oost, fase 2 en 3 (vastgesteld)

blz. 41

Afbeelding: uitsnede omgevingsvisie ter hoogte van projectlocatie (rode ovaal)

Het plangebied behoort volgens de visiekaart tot de luwe gebieden. Nieuw-West kent een prettige afwisseling tussen stedelijke en rustige plekken. Kenmerkend is een uitgekiende samenhang tussen gebouwen, buurtgroen en stadsdeelgroen, met Sloterplas en Sloterpark als middelpunt. Op basis van deze kenmerken kan het stadsdeel zich met een sterke eigen kwaliteit verder ontwikkelen. In heel Nieuw-West speelt verduurzaming en kwaliteitsverbetering van woningen een belangrijke rol. Betaalbaarheid is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De verduurzaming van woningen en het verbeteren van de woonkwaliteit, waarbij onder andere vergaande verkamering van woningen moet worden tegengegaan, kan hand in hand gaan met het vergroten van de diversiteit in woningtypen in verschillende buurten. Bewoners moeten wooncarrière kunnen maken in hun eigen buurt. Verdichting en toevoegen van andere woningtypen zijn in veel buurten onmisbaar voor het op peil houden van de leefbaarheid, het voorzieningenniveau en het aanbod aan open baar vervoer. Tegelijkertijd blijft er vrije ruimte in leegstaand vastgoed en aan de randen van de buurten. Verduurzaming en vernieuwing staan soms op gespannen voet met de erfgoedwaarde van buurten. De samenhang tussen gebouwen, buurtgroen en stadsdeelgroen vraagt om ingrepen die de opzet eer aan doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12088862/1