4. Bijlagen bij de Toelichting.pdf
Tekst van het document
7.2.4
Rekenmodel ......................................................................................................................... 38
4/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
7.3 8
Resultaten ........................................................................................................................ 39
Akoestisch onderzoek Sportplaza Mercator ............................................................................ 41 8.1
Richtafstand VNG ............................................................................................................. 44
8.2
Uitgangspunten ................................................................................................................ 46
8.2.1
Representatieve bedrijfssituatie 1 ........................................................................................ 46
8.2.2
Representatieve bedrijfssituatie 2 ........................................................................................ 49
8.2.3
Geluidmetingen relevante geveldelen.................................................................................. 49
8.2.4
Bronvermogens.................................................................................................................... 51
8.2.5
Rekenmethode..................................................................................................................... 51
8.2.6
Rekenmodel ......................................................................................................................... 51
8.3
Resultaten ........................................................................................................................ 54
8.3.1
Representatieve bedrijfssituatie 1 ........................................................................................ 54
8.3.2
Representatieve bedrijfssituatie 2 ........................................................................................ 55
8.4
Bestaande bedrijfsvoering ................................................................................................ 56
8.4.1
Representatieve bedrijfssituatie 1 ........................................................................................ 56
8.4.2
Representatieve bedrijfssituatie 2 ........................................................................................ 58
9
Akoestisch onderzoek LTS ...................................................................................................... 60 9.1
Richtafstand VNG ............................................................................................................. 61
9.2
Uitgangspunten ................................................................................................................ 63
9.2.1
Representatieve bedrijfssituatie ........................................................................................... 63
9.2.2
Geluidmetingen relevante geveldelen.................................................................................. 65
9.2.3
Bronvermogens.................................................................................................................... 66
9.2.4
Rekenmethode..................................................................................................................... 66
9.2.5
Rekenmodel ......................................................................................................................... 66
9.3
Resultaten ........................................................................................................................ 68
9.4
Bestaande bedrijfsvoering ................................................................................................ 69
10 Akoestisch onderzoek Reade .................................................................................................. 71 10.1
Richtafstand VNG ............................................................................................................. 72
11 Akoestisch onderzoek kantoor gemeente................................................................................ 72 11.1
Richtafstand VNG ............................................................................................................. 73
12 Resultaten en gecumuleerde geluidbelasting .......................................................................... 74 12.1
Resultaten oostelijke bebouwing (fase 1) ......................................................................... 75
5/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
12.1.1
Geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer ..................................................................... 75
12.1.2
Geluidbelasting vanwege bedrijvigheid................................................................................ 77
12.2
Resultaten oostelijke + westelijke bebouwing (fase 2) ..................................................... 78
12.2.1
Geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer ..................................................................... 78
12.2.2
Geluidbelasting vanwege bedrijvigheid................................................................................ 80
13 Toetsing beleid gemeente Amsterdam .................................................................................... 81 14 Samenvatting met conclusies .................................................................................................. 82
Bijlage 1
Wet geluidhinder
Bijlage 2
Figuren
Bijlage 3
Invoergegevens rekenmodel
Bijlage 4
Resultaten weg- en railverkeer
Bijlage 5
Resultaten ‘alles-in-één-school’
Bijlage 6
Resultaten horeca
Bijlage 7
Resultaten Sportplaza Mercator
Bijlage 8
Resultaten LTS met café / restaurant De School
Bijlage 9
Overzicht geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer en gecumuleerde geluidbelasting
Bijlage 10
Overzicht dove gevels, vast te stellen hogere waarden en benodigde geluidwering gevel
Bijlage 11
Geluidbelasting vanwege bedrijvigheid
6/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
In opdracht van de gemeente Amsterdam is door TAUW een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de herontwikkeling van het Mercatorpark in Amsterdam. De gemeente is voornemens een deel van de huidige bebouwing te slopen en circa 1.000 nieuwe woningen, een ‘alles-in-één-school’ en horeca te realiseren. Het doel van het akoestisch onderzoek is om de geluidbelasting ten gevolge van de omliggende geluidbronnen inzichtelijk te maken. Het wettelijk kader is opgenomen in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de algemene uitgangspunten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het akoestisch onderzoek weg- en railverkeer. In hoofdstukken 6 tot en met 11 wordt ingegaan op de diverse inrichtingen gelegen binnen het plangebied. Het betreft hier zowel de nieuw te realiseren inrichtingen als de bestaande inrichtingen. In hoofdstuk 12 worden de resultaten samengevat inclusief de gecumuleerde geluidbelasting. In hoofdstuk 13 worden de resultaten getoetst aan het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam. Tot slot wordt in hoofdstuk 14 een samenvatting met conclusies weergegeven.
1.2
Omschrijving van de situatie
Het Mercatorpark wordt begrensd door de A10 (westzijde), de Jan van Galenstraat (noordzijde), de Orteliuskade (oostzijde) en de Jan Evertsenstraat (zuidzijde). Midden door het plangebied loopt de Admiraal Helfrichstraat. In figuur 1.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven inclusief de ligging van de voor het plangebied relevante wegen. Het plangebied ligt binnen de geluidzones van de volgende wegen: A10 Jan van Galenstraat
Jan Evertsenstraat (inclusief tramverkeer) Hoofdweg (inclusief tramverkeer) Mercatorplein
Het plangebied is tevens gelegen binnen de geluidzone van het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp. In het kader van de Wet geluidhinder (hierna Wgh) wordt de geluidbelasting vanwege het verkeer op deze (spoor)wegen onderzocht. Een uitgebreide toelichting op de Wet geluidhinder is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport.
7/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Jan van Galenstraat Orteliuskade Hoofdweg
A10 Mercatorplein
Jan Evertsenstraat
Admiraal Helfrichstraat
Figuur 1.1 Luchtfoto met ligging plangebied en relevante wegen
Naast de voornoemde geluidbronnen is het plangebied ook gelegen binnen de invloedssfeer van de Orteliuskade en de Admiraal Helfrichstraat. Voor deze wegen geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ook de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 km/uur wegen onderzocht. Binnen het plangebied worden een ‘alles-in-één-school’ en horeca gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn tevens Sportplaza Mercator, LTS met café/restaurant De School, Reade en een kantoor van de gemeente Amsterdam gelegen. Ook de geluidbelasting veroorzaakt door de activiteiten van deze inrichtingen is onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het plan omvat de nieuwbouw van circa 1.000 nieuwe woningen, een ‘alles-in-één-school’ en horeca. In figuur 1.2 is de situering van de bouwblokken binnen het plangebied weergegeven.
8/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Figuur 1.2 Situering bouwblokken binnen plangebied
2 Wettelijk kader 2.1
Wet geluidhinder
Voor de Wet geluidhinder zijn zowel de A10, de Jan van Galenstraat, de Jan Evertsenstraat, de Hoofdweg en het Mercatorplein als het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp gezoneerde (spoor)wegen. Voor deze (spoor)wegen dient de te verwachten geluidbelasting op de gevels van de nieuw te realiseren woningen te worden onderzocht en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. De nieuw te realiseren woningen zijn ook gelegen binnen de invloedssfeer van een aantal 30 km/uur wegen. Het gaat daarbij om de Orteliuskade en de Admiraal Helfrichstraat. De geluidbelasting vanwege het verkeer op deze wegen moet daarbij worden beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 2.1.1
Grenswaarden Wet geluidhinder en aftrek artikel 110g
De normstelling in de Wet geluidhinder bestaat uit een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde. Als de berekende geluidbelasting lager is dan de voorkeursgrenswaarde, dan vormt de bron geen belemmering voor het plangebied.
9/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Voor een berekende geluidbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximale ontheffingswaarde, is nieuwbouw alleen mogelijk wanneer ontheffing wordt verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarbinnen het plan wordt gerealiseerd. Indien vastgesteld, dient hierbij rekening gehouden te worden met het geluidbeleid van de gemeente. In het geval dat de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dient de betreffende gevel als een dove gevel te worden uitgevoerd. Een dergelijke gevel heeft geen te openen delen in geluidgevoelige ruimtes, waardoor toetsing aan de geluidnormen niet is vereist. Op basis van artikel 110g Wet geluidhinder en artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 mag er op de geluidbelasting vanwege een weg, op de gevel van woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen, een aftrek worden toegepast in verband met het stiller worden van het verkeer in de toekomst. De Orteliuskade en de Admiraal Helfrichstraat zijn stedelijke wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur. In de Wet geluidhinder heeft een 30 km/uur weg geen wettelijke geluidzone. Vanwege de afweging of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt de geluidbelasting vanwege het verkeer op deze wegen echter toch berekend en getoetst. Bij de toetsing houden we de grenswaarden van de Wet geluidhinder aan.
In tabel 2.1 zijn voor de verschillende (spoor)wegen de gehanteerde aftrek, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde per (spoor)weg weergegeven. Voor het berekenen van de gecumuleerde geluidbelasting is de aftrek niet toegepast. Tabel 2.1 Overzicht gehanteerde aftrek, voorkeursgrenswaarde en maximaal toelaatbare waarde per bron Bron
Aftrek
Voorkeurs-
Maximale
artikel 110g
grenswaarde
ontheffingswaarde
[dB]
Wgh
Wgh
[dB]
[dB]
- Wegverkeer A10
2, 3 of 4
48
53
Jan van Galenstraat
5
48
63
Jan Evertsenstraat
5
48
63
5
48
63
5
48
63
5
48
63
5
48
63
55
68
(inclusief tramverkeer) Hoofdweg (inclusief tramverkeer Mercatorplein (inclusief tramverkeer) Orteliuskade Admiraal Helfrichstraat
- Railverkeer Spoor tussen Amsterdam Sloterdijk
n.v.t.
en Badhoevedorp
10/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Met betrekking tot het tramverkeer wordt opgemerkt dat trams sinds 1 juli 2012 expliciet vallen onder hoofdstuk VI Zones van wegen van de Wet geluidhinder. Hierop gelet is het tramverkeer op de Jan Evertsenstraat en de Hoofdweg cumulatief met het wegverkeer op de beide wegen (per weg afzonderlijk) beoordeeld, waarbij de aftrek ex artikel 110g Wgh niet alleen op het wegverkeer maar ook op het tramverkeer is toegepast. Ter hoogte van het bouwplan rijden evenwijdig aan het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp de metrolijnen 50 en 51. Volgens de bijlage behorend bij artikel 1 van de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder varieert de zonebreedte van de metrolijnen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam van 25 meter tot 100 meter. De afstand van het plangebied tot de beide metrolijnen bedraagt meer dan 500 meter, en is daarmee ruimschoots groter dan 100 meter. De metrolijnen behoeven daarmee niet in het akoestisch onderzoek te worden betrokken. Het voor het plan uitgevoerde akoestisch onderzoek met betrekking tot het weg- en railverkeer is in dit rapport beschreven in hoofdstuk 5. 2.1.2
Geluidbeleid gemeente Amsterdam
Het beleidsdocument ‘Amsterdams Geluidbeleid 2016, Hogere waarde Wet geluidhinder (gewijzigd)’, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 5 maart 2019, voegt het Amsterdams beleid ‘Vaststelling hogere grenswaarden Wet geluidhinder’ en de verschillende uitvoeringsregels en -afspraken samen en vervangt deze stukken. Het ‘Amsterdams geluidbeleid 2016’ maakt het geluidbeleid kenbaar, beschrijft het doel van het beleid en geeft de mogelijkheid om rekening te houden met nieuwe situaties en nieuwe maatregelen. Dit beleid wordt omschreven in onderstaande opsomming: Het Amsterdamse geluidbeleid wordt zowel in stadsdeelprojecten als in grootstedelijke
projecten toegepast In het hogere waarden besluit wordt conform artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder1 gemotiveerd waarom geluidbeperkende maatregelen redelijkerwijs niet of in onvoldoende
mate realiseerbaar zijn. Hoe groter de overschrijding, hoe uitgebreider de motivatie De nieuw te realiseren woningen dienen een stille zijde te hebben, in de zin dat de woning minimaal beschikt over een gevel of geveldeel waar de geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde en deze gevel of dit geveldeel grenst aan een geluidgevoelige ruimte en beschikt over een raam dat een zodanige spuiventilatie kent dat voldaan wordt aan de desbetreffende eisen van het Bouwbesluit 2012. De verplichting van een stille zijde geldt niet voor andere geluidgevoelige functies
1
In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is vermeld dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugdringen van de geluidbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard
11/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen tot de voorkeurswaarde, is een stille zijde met een geringe overschrijding van de voorkeurswaarde ook acceptabel, mits voorzien van een deugdelijke motivering Deze verhoging ten opzichte van de voorkeurswaarde bedraagt maximaal 3 dB naar analogie
van de verhoging die wordt gehanteerd bij cumulatie van het geluid van meerdere bronnen Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een dove gevel, dient deze altijd te beschikken over een stille zijde Bij nieuwe woningen die beschikken over een buitenruimte ter plaatse van de stille zijde, is de buitenruimte bij voorkeur ook stil Plannen waarvoor hogere grenswaarden noodzakelijk zijn, worden voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluidhinder Amsterdam (hierna TAVGA)2 De reactie van het TAVGA en de verwerking van deze reacties in het bestemmingsplan worden vermeld in het besluit vaststelling hogere grenswaarden Het bevoegd gezag dat de hogere grenswaarden vaststelt, zorgt voor de aanmelding bij het gemeentelijk kadaster Bij de vaststelling van een hogere waarde wordt rekening gehouden met de samenloop (cumulatie) van de geluidbelasting van verschillende bronnen
2.1.3
Amsterdamse praktijk
Er treedt een onaanvaardbare geluidbelasting op in het geval dat de gecumuleerde waarde meer dan 3 dB hoger is dan dat de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden. Een verhoging van de geluidbelasting met 3 dB komt overeen met een verhoging van de geluidbelasting die als significant hoger wordt ervaren. In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er worden oplossingen gezocht met dove gevels. Wanneer de gecumuleerde geluidbelasting ten minste 2 dB hoger is dan de niet-gecumuleerde geluidbelasting, wordt aanbevolen de gevel zodanig te dimensioneren dat het akoestisch binnenklimaat van 33 dB voor weg- en railverkeerlawaai respectievelijk 35 dB(A) voor industrielawaai wordt behouden. Dit kan reden zijn voor extra gevelisolatie. Indien sprake is van cumulatie speelt de cumulatieve waarde op twee momenten een rol:
Bij het vaststellen van de hogere waarden. Met de cumulatieve waarde wordt beoordeeld of er sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting. Zoals in paragraaf 3.7 ‘Onderzoek naar cumulatie’ van het beleid wordt beschreven is er sprake van een onaanvaardbare geluidbelasting wanneer de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 3 dB hoger dan de hoogste van de maximale ontheffingswaarden is. De maximale toelaatbare cumulatieve geluidbelasting conform Amsterdams beleid in deze situatie is de maximaal toelaatbare ontheffingswaarde 68 dB + 3 dB = 71 dB
2
Het TAVGA is een commissie waarin vertegenwoordigers van Ruimte en Duurzaamheid, de Omgevingsdienst en de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) zitting hebben. Het voorzitterschap en het secretariaat van deze commissie worden verzorgd door Ruimte en Duurzaamheid
12/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Bij het bepalen van de geluidwering van de gevel. Op grond van de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit wordt de geluidwering van de gevel van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen bepaald door de afzonderlijke geluidbelasting van wegverkeer, railverkeer, industrie of luchtvaart. Hiermee wordt voorbijgegaan aan het effect dat de samenloop van verschillende bronnen kan hebben. Met andere woorden, de woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen ondervinden het geluid veroorzaakt door de voornoemde bronnen ook niet per bron(soort) afzonderlijk maar voor meerdere bronsoorten tegelijk, hetgeen kan leiden tot een hogere geluidbelasting. In ruimtelijke plannen waarbij de gecumuleerde geluidbelasting (dus de geluidbelasting veroorzaakt door meerdere bronsoorten tezamen) 2 dB of meer boven de niet-gecumuleerde geluidbelasting ligt, moet hiermee bij het bepalen van de geluidwering van de gevel rekening worden gehouden. Indien noodzakelijk wordt extra geluidwerende maatregelen toegepast om het effect van de samenloop te compenseren
2.2
Activiteitenbesluit
De binnen het plangebied reeds aanwezige inrichtingen vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het betreft hier Sportplaza Mercator, LTS met café / restaurant De School, Reade en het kantoor van de gemeente Amsterdam. In het Activiteitenbesluit zijn de onderstaande grenswaarden gegeven: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en de daarin plaatsvindende activiteiten, mag op de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan:
50 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur (dagperiode) 45 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur (avondperiode) 40 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur (nachtperiode)
Het maximaal optredende geluidniveau LAmax mag op de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan:
70 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur (dagperiode) 65 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur (avondperiode) 60 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur (nachtperiode)
De in de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten.
2.3
Bouwbesluit 2012
Ten behoeve van de realisatie van het plan dient aangetoond te worden dat voldaan kan worden aan de eisen zoals gesteld in het Bouwbesluit 2012 met betrekking tot het beschermen tegen het geluid van technische installaties, zoals bijvoorbeeld warmtepompen.
13/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
‘Een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, veroorzaakt op de perceelgrens met een perceel voor een (andere) woonfunctie een geluidniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.’ Op dit moment is nog niet bekend welke technische installaties toegepast gaan worden, niet voor de binnen het plangebied te realiseren ‘alles-in-één-school’ en horeca, als voor de binnen het plangebied te realiseren woningen. Daarmee is ook nog niet duidelijk hoeveel geluid deze installaties zullen gaan produceren. Er kan nu dus nog niet worden beoordeeld of met de op en/of bij de ‘alles-in-één-school’ en/of horeca en/of woningen op te stellen technische installaties aan de hieraan gestelde eis voldaan kan worden. Ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning, wanneer bekend is welke installaties met bijbehorend bronvermogen daadwerkelijk toegepast gaan worden, dient dit separaat beoordeeld te worden en ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd te worden.
3 Goede ruimtelijke ordening Binnen het plangebied worden een ‘alles-in-één-school’ en horeca gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn tevens Sportplaza Mercator, LTS met café/restaurant De School, Reade en een kantoor van de gemeente Amsterdam gelegen. Om te kunnen beoordelen of ter plaatse van de binnen het plangebied nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat, dient de geluiduitstraling van de voornoemde inrichtingen inzichtelijk te worden gemaakt. Naast het beoordelen of er voor de nieuw te realiseren woningen sprake is van een goed woonen leefklimaat, dient ook beoordeeld te worden of de bestaande inrichtingen binnen het plangebied door de komst van de nieuwe woningen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Om te bepalen welke geluidruimte deze inrichtingen in de bestaande situatie hebben, is het geluid veroorzaakt door de activiteiten van Sportplaza Mercator, LTS met café/restaurant De School, Reade en het kantoor van de gemeente Amsterdam - waar relevant - ook bepaald op de gevels van bestaande woningen. Het voor het plan uitgevoerde akoestisch onderzoek met betrekking tot de ‘alles-in-één-school’, de horeca, Sportplaza Mercator, LTS met café/restaurant De School, Reade en het kantoor van de gemeente Amsterdam is in dit rapport beschreven in hoofdstuk 6 tot en met hoofdstuk 11.
14/84
Kenmerk
3.1
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’
3.1.1 Richtafstanden hindercontouren De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ geeft per bedrijfscategorie een ‘veilige’ afstand voor het milieuaspect geluid, de zogenaamde richtafstand. Wanneer woningen binnen deze richtafstand3 zijn gelegen, dan is de realisatie van het plan alleen gemotiveerd mogelijk als aangetoond wordt dat ter plaatse van de woningen wordt voldaan aan de geluidgrenswaarden. De VNG-publicatie gaat bij de gestelde richtafstanden uit van de afstand van een woning van derden tot de grens van een inrichting. 3.1.2 Stappenplan De VNG-publicatie omschrijft voor de beoordeling van geluidhinder het volgende stappenplan: Stap 1 Indien de richtafstanden niet worden overschreden, kan onderzoek en verdere toetsing in beginsel achterwege blijven. Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is: a.
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk en/of rustig buitengebied’ van maximaal: 45 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) 65 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde) 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking LAeq (etmaalwaarde)
b.
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘gemengd gebied’ van maximaal:
c.
50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde) 50 dB(A) verkeersaantrekkende werking LAeq (etmaalwaarde)
Vrijstelling is dan mogelijk
Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is: a. Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk en/of rustig buitengebied’ van maximaal: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde)
3
50 dB(A) verkeersaantrekkende werking LAeq (etmaalwaarde)
De richtafstand wordt gemeten vanaf de terreingrens van de inrichting
15/84
Kenmerk
b.
c.
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘gemengd gebied’ van maximaal: 55 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde) 70 dB(A) maximale geluidniveaus LAmax (etmaalwaarde) 65 dB(A) verkeersaantrekkende werking LAeq (etmaalwaarde) Vrijstelling is dan mogelijk met dien verstande dat het bevoegd gezag moet motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht
Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal vrijstelling doorgaans niet mogelijk zijn. Binnen dit kader wordt opgemerkt dat de in dit hoofdstuk omschreven beoordeling van geluidhinder een niet-wettelijk instrument betreft, maar een ruimtelijk instrument voor het invullen en beheren van de ruimte. Hierbij wordt een scheiding gemaakt tussen verschillende functies, die zich vaak niet met elkaar verdragen. Bij het vaststellen van de richtafstanden ten behoeve van de publicatie is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een grotere of een kleinere afstand uitgegaan kan of moet worden. Des te hoger de geluidbelasting veroorzaakt door de activiteiten van een bedrijf is, des te groter de overschrijding ten opzichte van stap 3 zal zijn. Een geluidbelasting hoger dan stap 3 mag toegestaan worden, maar dit dient beperkt te gebeuren waarbij het bevoegd gezag zeer zorgvuldig zal moeten motiveren waarom het een dergelijke hogere geluidbelasting als acceptabel wordt geacht.
4 Uitgangspunten algemeen 4.1
Documenten, tekeningen en overige data
Voor het onderzoek zijn de volgende gegevens toegepast: Verbeelding voorontwerpbestemmingsplan Mercatorpark d.d. 20 mei 2022, zoals aangeleverd door de gemeente Amsterdam op 10 juni 2022
Brongegevens A10 zoals opgenomen in het landelijk geluidregister en gedownload op 1 oktober 2021 Brongegevens spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp zoals opgenomen in het landelijk geluidregister en gedownload op 1 oktober 2021 Verkeersgegevens gemeentelijke wegen en trambanen voor het prognosejaar 2030 zoals aangeleverd door de gemeente Amsterdam op 18 mei 2021
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) ten behoeve van gebouwen in de naaste omgeving TOP10NL Basisregistratie Topografie (BRT) ten behoeve van bodemgebieden in de naaste
omgeving Geluidbeleid gemeente Amsterdam, zoals vastgesteld op 5 maart 2019 Aanvullende informatie zoals aangeleverd door de gemeente Amsterdam op diverse momenten
16/84
Kenmerk
4.2
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Situatie
De herontwikkeling van het Mercatorpark zal gefaseerd plaats gaan vinden. In de eerste fase zal de bebouwing in het oostelijke deel van het plangebied worden gerealiseerd. Dit betreft de bouwblokken MO1, MO2, MO3 en M04. In de tweede fase zal (mogelijk) de bebouwing in het westelijke deel van het plangebied gerealiseerd worden. Dit betreft de bouwblokken MW1 en MW3. De identificatie van de verschillende bouwblokken wordt weergegeven in figuur 4.1. In de figuur is tevens het (vooralsnog) te handhaven gebouw van Reade weergegeven.
Figuur 4.1 Identificatie nieuw te realiseren bouwblokken en te handhaven gebouw Reade
5 Akoestisch onderzoek weg- en railverkeer 5.1
Uitgangspunten
5.1.1 Verkeersgegevens De brongegevens met betrekking tot de A10 en het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp zijn afkomstig uit het landelijk geluidregister. De verkeersgegevens met betrekking tot de gemeentelijke wegen en trambanen zijn aangeleverd door de gemeente Amsterdam op 18 mei 2021. De etmaalintensiteiten gelden voor het prognosejaar 2030. De door de gemeente aangeleverde gegevens geven een meer accuraat beeld van de etmaalintensiteiten voor het prognosejaar 2030 dan de website ‘Verkeersprognoses Amsterdam 2.5’.
17/84
Kenmerk
5.1.2
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Rekenmethode
Het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege weg- en railverkeer is uitgevoerd conform Standaard Reken Methode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. 5.1.3 Rekenmodel Van het plangebied en de directe omgeving is een rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu versie V2022.3 revisie 1. In het rekenmodel is uitgegaan van de volgende rekenparameters: Bodemfactor wegen, water en andere terreinverhardingen: 0,0 (akoestisch harde bodem)
Bodemfactor model: 1,0 (akoestisch zachte bodem) Zichthoek: 2 graden Maximaal aantal reflecties: 1
Meteorologische correcties: standaard RMG2012 - SRM II Luchtdemping: standaard RMG2012 - SRM II Geometrische uitbreiding: standaard RMG2012 - SRM II
Onder het plangebied is een bodemgebied met bodemfactor 0,0 (akoestisch harde bodem) ingevoerd. De verdiepingshoogte van de begane grond van alle binnen het plangebied te realiseren bouwblokken bedraagt 4,0 meter. De verdiepingshoogte van elke volgende verdieping bedraagt 3,0 meter. De geluidbelasting is daarom berekend op een hoogte van 2,0 meter (begane grond), een hoogte van 5,5 meter (eerste verdieping) en daarna per verdieping 3,0 meter hoger (dus 8,5 meter, 11,5 meter, 14,5 meter en zo verder). Voor een weergave van het rekenmodel wordt verwezen naar de figuren in bijlage 2 van dit rapport. De invoergegevens van het rekenmodel zijn weergegeven in bijlage 3 van dit rapport.
5.2
Resultaten oostelijke bebouwing (fase 1)
In deze paragraaf wordt de geluidbelasting vanwege het verkeer op de in het onderzoek betrokken (spoor)wegen per (spoor)weg afzonderlijk weergegeven, uitgaande van de situatie dat alleen de bebouwing in het oostelijke deel van het plangebied is gerealiseerd. De beoordeling van de resultaten wordt eveneens weergegeven in deze paragraaf. 5.2.1 A10 Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de A10 ten hoogste 58 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt niet alleen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, maar ook de maximaal te ontheffen waarde van 53 dB.
18/84
Kenmerk
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Daar waar de maximaal te ontheffen waarde wordt overschreden, is het realiseren van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen niet zonder meer mogelijk. Er dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn dan wel dat de betreffende delen van gevels als zogenaamde dove gevel uitgevoerd moeten worden. Een dove gevel is een gevel zonder te openen delen in de geluidgevoelige ruimten (onder meer woonkamer en slaapkamers). 5.2.2 Jan van Galenstraat Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de Jan van Galenstraat ten hoogste 51 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. 5.2.3
Jan Evertsenstraat (inclusief tramverkeer)
Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de Jan Evertsenstraat ten hoogste 57 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden, de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, dient onderzocht te worden of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. 5.2.4
Hoofdweg (inclusief tramverkeer)
Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de Hoofdweg ten hoogste 31 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nergens overschreden. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Hoofdweg vormt geen belemmering voor het realiseren van dit plan. 5.2.5 Mercatorplein Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op het Mercatorplein ten hoogste 26 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nergens overschreden. De geluidbelasting vanwege het verkeer op het Mercatorplein vormt geen belemmering voor het realiseren van dit plan.
19/84
Kenmerk
5.2.6
R001-1286955CDJ-V04-los-NL
Orteliuskade
Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de Orteliuskade ten hoogste 36 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee is de geluidbelasting lager dan 48 dB, zijnde de voorkeursgrenswaarde voor wegen met een zone in de zin van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege het verkeer op de Orteliuskade vormt geen belemmering voor het realiseren van dit plan. 5.2.7
Admiraal Helfrichstraat
Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de Admiraal Helfrichstraat ten hoogste 54 dB inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh bedraagt. Hiermee is de geluidbelasting hoger dan 48 dB, zijnde de voorkeursgrenswaarde voor wegen met een zone in de zin van de Wet geluidhinder, maar lager dan 63 dB, zijnde de maximaal te ontheffen waarde voor wegen met een zone in de zin van de Wet geluidhinder. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het wenselijk om te onderzoeken of er maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn. 5.2.8
Spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp
Uit de resultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp ten hoogste 46 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB nergens overschreden. De geluidbelasting vanwege het verkeer op het spoor tussen Amsterdam Sloterdijk en Badhoevedorp vormt geen belemmering voor het realiseren van dit plan. 5.2.9 Samenvatting In tabel 5.1 wordt de geluidbelasting vanwege het weg- en railverkeer samengevat weergegeven. Per bouwblok wordt de hoogst optredende geluidbelasting per afzonderlijke (spoor)weg gegeven. Per (spoor)weg wordt alleen de hoogst optredende geluidbelasting weergegeven. Voor een overzicht van de resultaten voor alle toetspunten wordt verwezen naar bijlage 4 van dit rapport.
20/84