CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Bijlagen bij de Toelichting.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (VN2024-006382)5.209 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X Gemeente X Amsterdam X

Bestemmingsplan Cruquius Brug Nieuwe Vaart E.O.

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o.

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NLIMR0.0363.M2303BPSTD-VG01

Datum print

24 April 2024

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave bijiagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Cultuurhistorie

7

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

21

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuvve Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 5

bijiagen bij toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 7

B ijlage 1

Cultuurhistorie

Gemeente Amsterdam

C 12-046 December 2012

x x x

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

Cultuurhistorische verkenning Cruquiusweg e.o. C 12-046 Amsterdam 2012

C 12-046

Gemeente Amsterdam

December 2012

Bureau Monumenten & Archeologie

Inhoud Inleiding

3

1

Beleidskader

4

2

Historisch stedenbouwkundige analyse

5

3

Cultuurhistorisch betekenisvolle elementen, structuren en bebouwing

7

4

Conclusie

11

Colofon

12

2

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

C 12-046 December 2012

Inleiding

Stadsdeel Oost heeft Bureau Monumenten en Archeologie (BMA) verzocht te adviseren over de bovengrondse cultuurhistorische waarden die bij het opstellen van het bestemmingsplan voor het plangebied Cruquiusweg e.o. van belang zijn. Dit heeft geresulteerd in een beknopte uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een overzicht van de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Bij cultuurhistorische waarden gaat het over sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefonngeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Het is meestal niet nodig alle cultuurhistorische elementen aan te wijzen als beschermd monument of gezicht. Het is wel van belang dat cultuurhistorische waarden worden betrokken in de planvorming en worden meegewogen in de besluitvorming over de inrichting van een gebied. Afbeelding: begrenzing bestemmingsplan 'Cruquiusweg e.o.'

oTHAvEN

A L. •

nsy

VECPIARNT

0

LEI III Mil MCI ram

Z [ Z q Ili U

/7.111

itio

nv. , AI

R

l

im III

I

juin immi

fit tliinnnrov cirms ------- --

3

C 12-046

Gemeente Amsterdam

December 2012

Bureau Monumenten & Archeologie

1 Beleidskader

Naar aanleiding van de Modernisering van de Monumentenwet en de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, d.d.17 juni 2011, staatsblad 5 juli 2011, nr 339) dient per 1 januari 2012 bij het maken van bestemmingsplannen een beschrijving te worden opgenomen "van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden". In de toelichting van de Bro staat dat dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dit vermindert de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten omdat aan het belang van de cultuurhistorie dan waarde wordt toegekend via het proces van de ruimtelijke ordening. Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening ook aan bod in de Beleidsnota 'Ruimte voor Geschiedenis' (vastgesteld 13 april 2005) en 'Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam' (vastgesteld 14 november 2011). De Infornnatiekaart Landschap en Cultuurhistorie van de provincie Noord-Holland is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (besluit d.d.21 juni 2010).

De kaart geeft in zijn algemeenheid informatie over landschapstypen, aardkundige waarden, cultuurhistorische objecten/monumenten, archeologische verwachtingen en structuurdragers als militaire structuren en historische dijken. Deze informatiekaart is voor wat betreft bovengrondse cultuurhistorische waarden vooral gericht op gemeenteoverschrijdende zaken en is daardoor minder geschikt voor het in kaart brengen van de lokale waarden.

4

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

2 Historisch stedenbouwkundige analyse Op de plankaart van J.G. van Niftrik uit 1867 (Kaarten van Amsterdam, p 31) zijn de stadsrietlanden nog een natuurgebied. In 1875, op de kaart van J. KaIff (Kaarten van Amsterdam, p 50-51), tekenen de eerste ontwikkelingen van het Oostelijk Havengebied zich af. De Handelskade en het Spoorwegbassin zijn aangegeven, met de bijbehorende spoorinfrastructuur. Ook zijn aan de Nieuwe Vaart terreinen gereserveerd voor een veemarkt annex abattoir. In 1895 nam de gemeenteraad het besluit om een nieuw entrepot to bouwen, waarvoor de Entrepothaven werd gegraven. Het plangebied dat nu als 'Cruquius' wordt aangeduid, had daarmee zijn definitieve vorm gekregen: een landtong tussen de Entrepothaven en de Nieuwe Vaart met aan de noordzijde de reeks pakhuizen van het entrepot en ten zuiden daarvan het abattoir en de veemarkt. Het deel ten oosten van de tegenwoordige Van Lohuizenlaan zou later bebouwd worden als een karakteristiek rommelig bedrijventerrein. Het Zeeburgerpad verscheen ook al vroeg op de kaart, in 1878, toen in verband met de afsluiting van het IJ parallel aan de Nieuwe Vaart het Lozingskanaal werd geprojecteerd. Ook hier staan bedrijfsgebouwen.

PW 1:10.000 1922 In het laatste kwart van de twintigste eeuw kwam een einde aan de scheepvaartactiviteiten in het Oostelijk Havengebied, waarna het werd getransformeerd tot een woongebied. Ook de veemarkt en het abattoir verdwenen in 1985, een aantal markante historische gebouwen hiervan zijn behouden gebleven. De stedenbouwkundige structuur van het complex is min of meer gehandhaafd. De pakhuizen van het entrepot werden verbouwd tot woningen. Het bedrijventerrein ten oosten van de Van Lohuizenlaan en het Zeeburgerpad hebben bij deze transformatie hun oorspronkelijke bestemming en karakter behouden. Het noordwestelijk deel van het plangebied is ingrijpend vernieuwd met grootschalige bebouwing, deels wonen, deels kantoren. Zoals blijkt uit het bovenstaande heeft het plangebied een heterogeen stedenbouwkundig karakter. De hoofdstructuur dateert uit het laatste kwart van de negentiende eeuw maar ook de stadsvernieuwing heeft rond 1990 onmiskenbare

5

C 12-046

Gemeente Amsterdam

December 2012

Bureau Monumenten & Archeologie

sporen nagelaten. Een en ander komt tot uitdrukking in de verschijningsvorm van de stedelijke ruimte die uitgesproken divers is. Gedurende de twintigste eeuw werd het stedenbouwkundig werk gedomineerd door een streven naar strenge orde in de snel opeenvolgende stadsuitbreidingen, zowel esthetisch als functioneel. Mede door de stadsvernieuwing aan het eind van deze eeuw kwam daar langzaam verandering in. Het plangebied is een karakteristiek voorbeeld van veranderende inzichten in de stedenbouw na de periode van het functionalisme waarin het Algemeen Uitbreidingsplan als de hoogste wijsheid werd beschouwd.

6

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

3 Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing 3.1 Betekenisvolle structuren en elementen

Nieuwe Entrepotsluis Linksboven: spoorbrug 445, rechtsboven: sluisdeuren zuidzijde, rechts- en Iinksonder: brug 352 De Nieuwe Entrepotsluis uit 1899 is een schutsluis tussen de Entrepothaven en de Nieuwe Vaart. Met spoorbrug 445, nu een voetgangersbrug, en brug 352 met haar vier lantaarns waarop het jaartal 1899 prijkt, vormt de sluis een ensemble dat cultuurhistorische waarde heeft. Overigens ontbreekt een van de lantaarns.

7

C 12-046

Gemeente Amsterdam

December 2012

Bureau Monumenten & Archeologie

Zeeburgersluis Links: gezien in oostelijke richting en rechts: voormalige voorboezem rechts de Zeeburgersluis Het waterstaatkundige complex in de zuidoosthoek van het plangebied herinnert aan de oorspronkelijke functie van het Lozingskanaal. Het Zeeburgerpad vormt een bijzonder waterstaatkundig en stedenbouwkundig gegeven als dijklichaam dat oorspronkelijk de waterscheiding vormde tussen de Nieuwe Vaart en het Lozingskanaal waardoor water uit de voormalige Zuiderzee werd ingelaten, via een gemaal, een voorboezem en een syphonsluis onder het Merwedekanaal door. Met dit water werden de grachten schoon gespoeld. Het gemaal, Zeeburgerdijk 801, is een gemeentelijk monument. De Nieuwe Vaart werd rond 1650 gegraven, met het oogmerk aanslibbing in de haven door middel van doorstroming tegen to gaan. 3.2 Monumenten Er zijn een aantal gemeentelijke monumenten in het gebied: Het complex: Veemarkt 44A, 78-80, 90, 83-95, 160-164, 168-174, Veelaan 17-18, Cruquiusweg 46-48, 102 Het gemaal aan de Zeeburgerdijk 801 Veelaan 22-26, 34-39, 40-45 en 49-52 Voor Cruquiusweg 3 en 9 loopt momenteel een plaatsingsprocedure.

8

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

3.3 Betekenisvolle bebouwing

Gemeentelijke Entrepotgebouwen De resterende pakhuizen van het entrepot, Zeeburgerkade 30-826, hebben geen status maar zijn wel in hoge mate beeldbepalend. Zij dateren uit de jaren 1898-1902. Het bijbehorende Pakhuis Koning Willem I, Cruquiusweg 31-33, is verbouwd om het Internationaal lnstituut voor Sociale Geschiedenis to huisvesten, waarbij het oorspronkelijke gebouw in de structuur behouden is gebleven. Ook Zeeburgerkade 830, nu The Harbour Club, was onderdeel van het Entrepot, de houtconstructie van dit gebouw is bewaard gebleven. De befaamde provo/kunstenaar Robert Jasper Grootveld gebruikte het als atelier. Oliefabrieken Insulinde Het terrein Cruquiusweg 89-97 is sinds 1919 in gebruik voor de opslag van plantaardige °lien. Eerst voor de N.V. Oliefabrieken Insulinde, vanaf 1926 onder de naam AMATEX (Amsterdamse Maatschappij tot Exploitatie van opslagterrein). Het hart van het complex lag rond het in 1919 gebouwde Ketelhuis met Pompengebouw en kantoor annex woning. Deze drie gebouwen staan er nog steeds, zij het ernstig aangetast. Complex Vettewinkel en Zonen Aan de Cruquiusweg 102-104 was vanaf 1934 vernis en verffabriek Vettewinkel en Zonen gevestigd die de locatie in gebruik had als lakfabriek en magazijn. De eerste gebouwen worden door G.J. Langhout ontworpen, evenals diverse uitbreidingen in 1946. Het vierkante, open gebouw uit 1958 van G.J. en A.J.

Langhout is gemeentelijk monument (Cruquiusweg 102). Fabrieksgebouw firma Orenstein en Koppel Op het achterterrein van Cruquiusweg 142 staat een langshal die in 1939 gebouwd is in opdracht van de firma Orenstein en Koppel. De hal is relatief goed bewaard gebleven en is daardoor een voorbeeld van vooroorlogse fabrieksbebouwing. Enkele van de omliggende hallen zijn in de kern eveneens vooroorlogs, maar aan de buitenzijde voorzien van moderne gevelbekleding. De verschillende onderdelen van het complex zijn goed bewaard gebleven, wat het geheel een hoge ensemblewaarde geeft. Bovendien vertegenwoordigen de afzonderlijke gebouwen ook een hoge architectonische waarde. Kantoorgebouw met woonhuis Cruquiusweg 152-154 is in 1908 gebouwd als 'kantoorgebouw met woonhuis voor de werkmeester' voor de Metaalwarenfabriek Neerlandia naar ontwerp van de Amsterdamse architect W. Langhout. Architectonisch van belang als een vroeg twintigste-eeuws representatief kantoorgebouw. Illustreert als beeldbepalend pand de industriele geschiedenis van de Cruquiusweg.

9

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

Overige bebouwing stadsvernieuwing Aangezien bebouwing in het kader van stadsvernieuwing hoofdzakelijk van relatief recente datum is, zijn er nog geen inventarisaties gemaakt van potentieel monumentwaardige gebouwen/structuren. Dat impliceert niet dat hier geen waardevolle gebouwen of structuren kunnen bestaan.

10

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

3 Conclusie Het plangebied vormt een boeiend stedenbouwkundig en architectonisch ensemble, waarin de negentiende-eeuwse ontwikkeling van de haven en de stadsvernieuwing tot een verrassende synthese zijn gekomen. De resterende structuren en gebouwen van de veemarkt en het abattoir getuigen van een omwenteling in de voedselvoorziening van de destijds spectaculair groeiende Europese steden. De rommelige bedrijvigheid in het oostelijk deel van het plangebied en langs het Zeeburgerpad vormt een karakteristiek gegeven. Andere Oostelijke Haveneilanden zijn getransformeerd tot vrijwel monofunctionele woongebieden met in wezen eenvormige architectuur. Een aantal stedenbouwkundige elementen herinneren aan de gecompliceerde waterhuishouding van de historische stad en het probleem van de fecalien. Het gaat hierbij om de Nieuwe Entrepotsluis met beide bruggen, het Zeeburgerpad als voormalige waterscheiding tussen de Nieuwe Vaart en het Lozingskanaal, en het waterstaatkundige complex bij het gemaal Zeeburgerdijk 801.

11

C 12-046 December 2012

Gemeente Amsterdam Bureau Monumenten & Archeologie

Colofon Datum: 17-12-2012 Status: Definitief Redactie: Jeroen Schilt Tekst: Vincent van Rossem

© Bureau Monumenten & Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2012 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enigerlei andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van BMA. BMA aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

12

blz. 20

bestemmingsplan_Cruquius brug Nieuwe Vaart e.o. (vastgesteld)

blz. 21

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

Gemeente Amsterdam

IDDS maakt ontwikkelen mogelijk Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam

IDDS Ruimte & Ontwikkeling B.V. 's-Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk IDDS.nI

Postbus 126 2200 AC Noordwijk info@idds.nl 071 - 402 8586

KyK: 09157054 BTW: NL 815255172 B01 IBAN: NL21 RABO 0364 6212 22

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam

Datum Kenmerk Auteur Vrijgave

28 februari 2024 A5126-07/DSL/rapl D. van Slooten MSc Mevr. B. van den Hoed MSc

Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam

IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrap1

2/13

I: „.1 lip; .1'• Err ,.:

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2.

Wettelijk kader

6

3. 3.1 3.2 3.3

Beoordeling planvoornemen Bouwwerktuigen tijdens de aanlegfase Aanlegfase (tijdelijk effect van 12 maanden — rekenjaren: 2025) AERIUS-modellen

7 7 8 11

4.

Rekenresultaten en conclusie projecteffect

12

5.

Bijlagen

13

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

3/13

1.

Inleiding

De gemeente Amsterdam is voornemens een nieuwe vaste uitneembare brug voor langzaam verkeer over de Nieuwe Vaart in gemeente Amsterdam to realiseren. Gezien het feit dat het hier om een infrastructurele ontwikkeling gaat, waarbij het desbetreffende perceel niet reeds bebouwd is, wordt geen sloopfase meegenomen. Eveneens zal de gebruiksfase buiten beschouwing worden gelaten, aangezien het hier gaat om langzaam verkeer en daarmee geen stikstofuitstoot gemoeid zal zijn. Voor het beoogde plan is een stikstofonderzoek nodig, omdat stikstofgevoelige Natura 2000gebieden in de omgeving liggen. Een stikstofberekening is uitgevoerd voor de aanlegfase. Figuur 1 geeft een schematische weergave van de toekomstige situatie. Figuur 2 toont een globale afbakening van het plangebied.

Figuur 1: Impressie plattegrond toekomstige situatie (Ontwerp Bestemmingsplan Cruquius brug Nieuwe Vaart)

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrap1

4/13

IDDS

Figuur 2: Globale afbakening plangebied

In dit rapport wordt eerst het wettelijk kader behandeld. Vervolgens wordt het planvoornemen in hoofdstuk 3 beoordeeld. Hierin wordt uiteengezet welke uitgangspunten gehanteerd worden als input voor de AERIUS Calculator. Vervolgens worden de rekenresultaten in hoofdstuk 4 beschreven. De bijlagenlijst en literatuurlijst is in hoofdstuk 5 opgenomen.

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrap1

5/13

2.

Wettelijk kader

De Omgevingswet (Ow) is in werking getreden op 1 januari 2024 en bevat alle wetten en regels over onze leefomgeving. Specifiek voor de bescherming van soorten en natuurgebieden geeft de wet uitvoering aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor het aspect stikstof is de wetgeving rondom natuurgebieden relevant. De Ow regelt de bescherming van natuurgebieden (Natura 2000) voor plannen en projecten. Voor projecten geldt onder de Ow een vergunningplicht (art. 5.1 lid 1) indien verslechterende of significant verstorende gevolgen niet uitgesloten kunnen worden (Bal art. 11.1), tenzij het gaat om een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen geval Onder de Omgevingswet is het Nationaal programma stikstofreductie en natuurverbetering actief. In dit programma worden maatregelen opgesteld ter vermindering van stikstofdepositie op stikstof gevoelige habitats, rekening houdend met de verwachte sociaal economische effecten en de weging van de haalbaarheid en betaalbaarheid van de maatregelen. Ook worden tussentijdse doelstellingen opgenomen inclusief een inspanningsverplichting om tijdig te voldoen aan de volgende gestelde doelen: a. In 2025 dient op ten minste 40% van de stikstofgevoelige habitats de kritische depositiewaarde (KDW) niet meer te worden overschreden; b.

In 2030 dient op ten minste 50% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden; en c. In 2035 dient op ten minste 74% van de stikstofgevoelige habitats de KDW niet meer te worden overschreden. Voor plannen en projecten waarbij werkzaamheden plaatsvinden met stikstofemissies als gevolg, is een van de manieren om aan te tonen dat verslechterende of significant verstorende gevolgen uitgesloten kunnen worden, een stikstofberekening. Onderliggende stikstofberekening is opgesteld met behulp van AERIUS Calculator versie 2023.1. Eventuele vervolgstappen Bij een stikstofdepositie uitkomst boven 0,00 mol/ha/jr, oftewel een mogelijke verslechtering, behoeft niet altijd een vergunning te worden aangevraagd. Verschillende vervolgstappen bestaan om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling daadwerkelijk een verslechtering tot gevolg heeft en of hier een eventuele vergunningplicht voor geldt. De eerstvolgende stap hierin is intern salderen. Intern salderen Met intern salderen wordt de stikstofdepositie die een plan veroorzaakt binnen het project/activiteit opgelost. Hierbij wordt bijvoorbeeld bij de bouw of uitbreiding van een pand gekeken of reeds op locatie al stikstofuitstoot aanwezig was en of deze uitstoot meer depositie veroorzaakt dan de nieuwe situatie.

Als intern salderen geen oplossing biedt kan met behulp van een ecologische voortoets onderzocht worden of (significante) verslechtering of significante verstorende gevolgen op Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden.

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

6/13

• IODS 3.

Beoordeling planvoornemen

In Tabel 1 zijn de nabijgelegen Natura 2000-gebieden met de bijhorende afstand tot het plangebied en de stikstofgevoeligheid beschreven. Tabel 1: Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natura 2000-gebied

Afstand tot het plangebied

Stikstofgevoeligheid

Markermeer & IJmeer

1,7 kilometer

Niet gevoelig

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

6,4 kilometer

Gevoelig

Botshol

11,5 kilometer

Zeer gevoelig

Naardermeer

11,7 kilometer

Gevoelig

Beoordeeld wordt of als gevolg van het project de kwaliteit van het natuurlijke leefgebied of de habitat van soorten in een Natura 2000-gebied kan verslechteren. Met behulp van het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS is de aanleg- en gebruiksfase van het planvoornemen doorgerekend. Figuur 3 geeft het plangebied weer met de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Ilpe

land, Oostzanery aan

eld,

Market

ensland.

eld & Twiske

perveid,

nd. Oostzanerveld & Twiske

•

Legenda •

Plangebied

Natura 2000-gebieden Botshol Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske Markermeer & Ulmer Naardermeer 0 2.000 4.000 m MCI

TopoPlus,

SPOTinfo

r—totstrot

Figuur 3: Uitsnede rondom het plangebied met de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden

3.1

Bouwwerktuigen tijdens de aanlegfase

Bij het definieren van de bronkenmerken voor mobiele werktuigen in de AERIUS Calculator wordt gekozen voor de sectorgroep Mobiele werktuigen en de specifieke sector Bouw, Industrie

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrap1

7/13

1111 iDDS en Delfstoffenwinning. Onder deze sectorgroep dient van de mobiele werktuigen de stageklasse to worden ingevoerd. Ook is het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en het AdBlue verbruik per jaar benodigd. Brandstofverbruik Voor het brandstofverbruik wordt gebruik gemaakt van het Excel document `tabellen bij rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik)'. Dit document is gepubliceerd op 13 december 2021 en bevat de gemiddelden van brandstofverbruik in liters per uur afhankelijk van het gemiddelde belastingpercentage (35% tenzij anders aangegeven) en het vermogen (kW). AdBlue verbruik Het AdBlue verbruik is op basis van het `Eindrapport data onderzoek mobiele machines in Nederland' (Dellaert, et al., 2021) berekend. In het eindrapport wordt uitgegaan van een verbruik van 7% AdBlue per liter diesel. Oftewel een fractie van 0,07 liter AdBlue per liter. In onderstaande berekening is uitgegaan van een fractie van 0,06 liter AdBlue voor mobiele werktuigen met een stageklasse IV en nieuwer, omdat het SCR-systeem in bouwwerktuigen pas optimaal werkt bij een warme motor. Planning In totaal zal de aanlegfase 12 maanden duren en starten in 2024.

Overeenkomstig de "Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator" van BIJ12 is rekening gehouden met het uitgangspunt dat de depositiebijdrage van een project wordt gemodelleerd over de aaneengesloten twaalf maanden waarin de depositie het hoogst is. 3.2

Aanlegfase (tijdelijk effect van 12 maanden — rekenjaren: 2025)

Op basis van de planning en de werkzaamheden zijn de benodigde mobiele bronnen vastgesteld. In de onderstaande tabellen zijn de eigenschappen en gegevens van de mobiele bronnen weergegeven. De mobiele bronnen worden gemodelleerd in AERIUS op basis van het aantal draaiuren. Tabel 2: Benodigd materieel gedurende de aanlegfase 2025 Bouwjaar vanaf

Type motor

Brandstof kW Stageklasse verbruik [liter/uur]

Mobiele hijskraan

2014

Diesel

390

Stage-IV

38,12

90

Graafmachine

2014

Diesel

132

Stage-IV

13,26

Betonpomp

2014

Diesel

375

Stage-IV

36,67

Betonmixer (lossen op bouwplaats)

2014

Diesel

265

Stage-IV

Shovel

2014

Diesel

130

Stage-IV

Trilplaat

2014

Elektrisch

Bron

Draaiuren

Brandstof Ad Blue gebruik Verbruik [liter/jaar]

[liter/jaar]

3.431

206

160

2.122

127

50

1.834

110

26,07

50

1.304

78

13,07

120

1.568

94

Wegverkeer tijdens de aanlegfase Voor de aanleg van de vaste uitneembare brug wordt gebruik gemaakt van diverse transportbewegingen voor de aan- en afvoer van bouwmateriaal, de mobiele bronnen en het personeel. Hiervoor is uitgegaan van onderstaande worstcase gegevens:

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSLJrap1

8/13

ffi

■

ai m

IDDS • •

5 vrachtauto bewegingen per maand; en 80 personenbussen en -auto's per maand.

Voor het aantal werkbare maanden is gerekend met 12 maanden. Tabel geeft het totaal aantal bewegingen per categorie in de aanlegfase weer. Tabel 3: Inzet verkeersbewegingen gedurende de gehele aanlegfase Bron (verkeer)

Totaal aantal voertuigen

Totaal aantal bewegingen

Categorie

Vrachtwagens

60

120

Zwaar verkeer

Personenbussen en -auto's

960

1.920

Licht verkeer

Worstcase is gekozen om de genoemde getallen in te voeren als jaargemiddelde. Aangezien de bouw feitelijk gezien een tijdelijk effect betreft, zal de emissie na de aanlegfase stoppen. Aan het eind van deze paragraaf is een verantwoording voor de route van het wegverkeer en de filevorming opgenomen. Stationaire emissie wegverkeer Vrachtwagens die van en naar de projectlocatie rijden worden op locatie geladen en/of gelost, waarbij de motor regelmatig blijft draaien. Aansluitend bij de richtlijnen "Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator" van BIJ12 is de emissie voor de vrachtwagens bepaald, bij stationair draaien. Per vrachtwagen wordt uitgegaan van een laad/lostijd van 15 minuten (= 1/4 uur). Dit is de gemiddelde tijd die nodig is om een vrachtwagen te legen of vol te zetten. Uitgegaan is van zwaar wegverkeer voor de laad- en losactiviteiten binnen het plangebied. Voor de invoering is gekozen om dit als vlakbron in te voeren. De stationaire draaiuren zijn op basis van tabel 3 bepaald. De resulterende gegevens zijn in tabel 4 weergegeven en ingevoerd in AERIUS. Tabel 4: Emissie berekening stationaire draaiuren vrachtwagens

Jaar

2025

Zwaar wegverkeer emissie stationair

Tijd stationair

Invoer in AERIUS

(gram per uur)

(in uren)

(kilogram per jaar)

74,574 NO,

60 *Y4= 15

1,119 NO,

0,8964 NH3

60 *Y4= 15

0,013 NH3

Verantwoording heersend verkeer en stagnatiefactor Om vast te stellen hoe het verkeer vanuit het plangebied opgaat in het heersende verkeer, is gebruik gemaakt van gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Hier zijn monitoringsgegevens van wegverkeer beschikbaar. Route 1: Nieuwevaartweq - Cruquiusweq - Th. K. van Lohuizenlaan 9 Zeeburgerdijk 9 Zuiderzeeweq Uit de gegevens van het CIMLK is de verkeersintensiteit bepaald op de Zuiderzeeweg ter plaatse van de kruising met de Zeeburgerdijk in Amsterdam. Op dit segment zijn de volgende gegevens bekend:

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

9/13

• • • •

12.673 verkeersbewegingen Iicht verkeer per dag; 420 verkeersbewegingen middelzwaar verkeer per dag; 192 verkeersbewegingen zwaar verkeer per dag; en 191 verkeersbewegingen busverkeer per dag.

Hieruit volgt dat: • • •

Een toename van circa 4 verkeersbewegingen licht verkeer per dag in de aanlegfase. Dit Ieidt verhoudingsgewijs tot een toename van circa (4 / 12.673 * 100 =) 0,03%; Een toename van 0,5 verkeersbewegingen zwaar per dag in de aanlegfase. Dit leidt verhoudingsgewijs tot een toename van circa (0,5 / 192 * 100 =) 0,26%; en Een toename van 4,5 bewegingen van het totale verkeer per dag in de aanlegfase, zoals bepaald in Tabel , verhoudingswijs resulteren in een toename van circa (4,5 / 220 * 100 =) 0,03%.

Aansluitend bij de richtlijnen van BIJ12 wordt het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld bij enkele procenten. Op dit segment geldt een stagnatiefactor van 0. Dit Ieidt tot een invoer in de AERIUS Calculator waarbij een percentage van 1% wordt gebruikt voor het berekenen van de filevorming voor een worstcase scenario.

emvpe,

Detailgegevens

x: 125137 y: 486471

O Wegdeel

34366966_1279883

x

Kenmerken Maximumsnelheid

70 krntu

Maximumsnelheid, dynamisch I.Vegbeheer

Gemeen:e

Overheid

Gemeen:e Amsterdam

Opmerking

MT2017_2548

Intensiteiten

Voertuigen

Licht verkeer

12.673

Lichtverkeer, dynamisch

In file (%) 0

0

Middelzwaar verkeer

420

0

Zwaar verkeer

192

0

Busverkeer

191

0

7,17.cmg. 1P1-46,,,melI

Figuur 4: Uitsnede QGIS met CIMLK input (www.cimlkonl/kaart)

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

10/13

IDDS 3.3

AERIUS-modellen

De gegevens van de aanlegfase zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator. Overeenkomstig de "Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator" van BIJ12 is rekening gehouden met het uitgangspunt dat de depositiebijdrage van een project wordt gemodelleerd over de aaneengesloten twaalf maanden waarin de depositie het hoogst is. De volledige aanlegfase bestaande uit 12 maanden is in het rekenjaar 2025 ingevoerd. De AERIUS Calculator heeft de emissie en depositie van het plan berekend. De uitsneden zijn in opgenomen om weer to geven welke bronnen op welke locatie zijn voorzien. nocalmat

Si

Iffoirgr. 1

lkirekend Cho seltsstocoll

4rootste

Inc>, 'Ct.*/

H cop* totals *politic lmol Iiihafit)

Mot too...oil. pluirtterdi

Met al name ,ha gekarterni)

Grootcte Ana,* (ono! k I,

• ',ppm rel.*. vow cleniovorisvo

Figuur 5: Uitsnede AERIUS-Calculator aanlegfase 2025

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSL/rap1

11/13

4.

Rekenresultaten en conclusie projecteffect

Het projecteffect is berekend met behulp van de AERIUS Calculator versie 2023.1. Hierbij is een berekening gemaakt voor de uitstoot van de bouwmachines en het verkeer in de aanlegfase. De conclusie luidt dat geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden getroffen door de voorgenomen ontwikkeling aan de Pigmentstraat 37 to Amsterdam. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt daarom geen toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000gebieden. Aangezien uit de analyse blijkt dat het projecteffect niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr, geldt geen vergunningsplicht volgens Artikel 5.1, lid 1 (Ow). Een nader onderzoek naar stikstofdepositie is daarom niet nodig.

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

12/13

Bijlagen

5. •

Bijlage I. A5126-07 AERIUS uitdraai aanlegfase 2025

Literatuurlijst • •

TNO. (2021). AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12. (2023). Instructie gegevensinvoer voor AER1US Calculator 2023.

Stikstofonderzoek Pigmentstraat 37, Amsterdam - A5126-07/DSUrapl

13/13

•

A

AERIUS'

Projectberekening

CALCULATOR

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

•

Overzicht

•

Samenvatting situaties

•

Resultaten

•

Detailgegevens per emissiebron

Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

•

Projectberekening

A

AERIUS' CALCULATOR

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

IDDS. B.V. Ruimte 8tOntwikkeling 37 's-Gravendijckseweg, 2201 CZ Noordwijk

Activiteit Omschrijving Toelichting

A5126 Aanlegfase vaste uitneembare brug nieuwe vaart Amsterdam

Berekening AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RkcYSrszzevk 23 februari 2024, 12:13 Wn b - reken grid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH,

Emissie NO.

Aanieg brug - Beoogd

2025

2,5 kg/j

60,4 kg/j

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Aanieg brug - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

2/7

•

Projectberekening

A

AERIU5 CALCULATOR

Aanleg brug (Beoogd), rekenjaar 2025

Emissiebronnen (

)

Emissie NH3

Emissie

Mobiele werktuigen Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Werktuigen aanteg

2,5 kg/j

58,0 kg/j

Anders... I Anders... I Stationaire emissie wegverkeer

13,0 g/j

1,1 kg/j

Verkeersnetwerk

35,3 g/j

1,3 kg/j

RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

3/7

Projectberekening

A

AERIUS CALCULATOR

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

0 4

Piet H eintutinel

Sporenburg

120

rn eo fD

Borneo

neolaan ra)

Bedriivengebied Cruquiusweg Architectertuurt

Zuider pdijk

2 bronnen

Bednivengebied Zeeburgerkade

Zeeburgerdijk

Flevoparkweg

zuiderzeeweg

eo, SD

500 m

Arolfrki, 44

Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

9 9 9

Grootste toename (projectberekening)

Grootste afname (projectberekening)

Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

4/7

A

Projectberekening

AERIUS CALCULATOR

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanleg brug" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha

Hoogste totale

Met toename

Grootste

Met afname (ha Grootste afname

gekarteerd)

depositie (mot

(ha gekarteerd)

toename (mol

gekarteerd)

N/ha/jr)

(mol N/ha/jr)

N/ha/jr)

Totaal

RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

5/7

Projectberekening

A

AERIU5 CALCULATOR

Aanleg brug, Rekenjaar 2025

Mobiele werktuigen j Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam Locatie

Werktuigen aanleg X:125459,08

Oppervlakte

Y:486713,37 0,11 ha

Naam

Stagekiasse

Brandstof-

Draaiuren AdBlue

Mobiele

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW,

hijskraan

diesel, SCR: ja

34311/j

Stof Emissie

verbruik

verbruik

Graafmachine

58,0 kg/j 2,5 kg/j

NO. NH3

90 u/j

2061/j

NO.

18,9

NH3

0,8 kg/j

NO.

12,4

kg/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW,

2122 l/j

160 u/j

127 l/j

kg/j

diesel, SCR: ja

NH3 0,5 kg/j Beton pom p

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW,

18341/j

50 u/j

110 1/j

NO.

10,2

NH3

0,4 kg/j

kg/j

diesel, SCR: ja Beton mixer

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW,

13041/j

50 u/j

781/j

15681/j

120 u/j

941/j

NO. 7,4 kg/j

diesel, SCR: ja NH3 Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW,

Shovel

0,3 kg/j

NO. 9,1 kg/j

diesel, SCR: ja NH3

0,4 kg/j

Anders... I Anders... Stationai re emissie Uittreedhoogte Warmteinhoud wegverkeer Spreiding X:125459,08

Naam Locatie

0,0 m

NO

0,000 MW 0m

NH

.

1,1 kg/j 13,0 g/j

Y:486713,37 0,11 ha Oppervlakte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Tem porele variatie Continue Emissie

Wegverkeer I Weg Links Rechts NO= 1,3 kg/j

Naam

wegverkeer aanlegfase

Locatie

X:124981,7 Y:486839,66

Type scherm

NO, 0,3 kg/j

Lengte

1.148,97 m

Hoogte

NH3 35,3 g/j

Wegtype

Bin nen bebouwde kom (normaal)

Afstand tot de weg

Rijrichting

Beide richtingen

Tunnelfactor

1

Type hoogteligging

Normaal

Weghoogte t.o.v. maaiveld

Om

Verkeer

sneIteid

Aantal voertuigbewegingen 1.920,0 /jaar

Licht verkeer

Voorgeschreven factoren

Middelzwaarvrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

Zwaarvrachtverkeer

Voorgeschreven factoren

120,0 /jaar

Busverkeer

Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar

RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

6/7

• A AERIUS'

Projectberekening

CALCULATOR

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.1_20240207_c93f01d6e8 2023.1_c93f01d6e8_calculator_nl_stable Database versie Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://ii n k.aeri us. n l/website

RkcYSrszzevk (23 februari 2024)

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402407/1