4. bijlagen Bestemmingspan Johan Greivestraat.pdf
Tekst van het document
Johan Greivestraat vast te stellen bestemmingsplan 16 juni 2023
Johan Greivestraat
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Boom Effect Analyse
4
Bijlage 2
Omgevingsgeluid omliggende bedrijven
34
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
42
Bijlage 4
Onderzoek stemgeluid KDV
197
Bijlage 5
Hogere waarden Wet geluidhinder
226
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
228
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna
454
Bijlage 8
Aanvullend onderzoek huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen
485
Bijlage 9
Stikstofdepositie
504
Bijlage 10
Verkeersonderzoek
529
Bijlage 11
Externe veiligheid
589
Bijlage 12
Geohydrologisch onderzoek
599
Bijlage 13
Trillingsonderzoek
633
Bijlage 14
Bezonningsstudie
660
Bijlage 15
Windonderzoek
675
Bijlage 16
MER Aanmeldnotitie
698
Bijlage 17
Verslag online informatiebijeenkomst
726
Bijlage 18
Nota van Beantwoording zienswijze
744
Bijlage 19
ontwerpomgevingsvergunning
746
Bijlage 20
Toelichting als PDF
748
2
Johan Greivestraat
Bijlagen bij de toelichting
3
Johan Greivestraat
Bijlage 1 Boom Effect Analyse
4
Boom Effect Analyse Ten behoeve van herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat te Amsterdam
In opdracht van De Key
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
In opdracht van: Naam Contactpersoon Postadres Postcode + plaats Projectstatus
: Woonstichting De Key : Dhr. H. Joosten : Turbinestraat 6 : 1000 CP Amsterdam : Oriëntatiefase (SO)
Datum rapport Onderzoeker Opgesteld door Gecontroleerd door Opnamedatum BEA 1 Opnamedatum BEA 2 Status Versie
: 26 november 2020 : Dhr. B. Bankras, european tree technician : Dhr. B. Bankras, european tree technician : Dhr. R. Boon : 8 september 2020 : 3 november 2020 : Definitief : 5.0
Smit Groenadvies BV Adres Telefoonnummer E-mail Internet
: Zijperweg 3 1742 NE Schagen : 06 22 39 29 50 : ben@smitgroenadvies.nl : www.smitgroenadvies.nl
2 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Inhoud 1
INLEIDING
4
1.1 1.2
5 5
De onderzoeksvraag Leeswijzer
2
CONCLUSIE
6
3
ADVIES
8
4
DE WERKZAAMHEDEN
10
4.1 4.2 4.3
10 10 11
5
6
7
De geplande werkzaamheden Invloed van de werkzaamheden op de boom Bronbemaling
DE TOEGEPASTE ONDERZOEKSMETHODE
12
5.1 5.2 5.3 5.4
12 13 13 13
Inventarisatie en conditiebepaling van de boom Visuele controle op gebreken Beoordeling van de groeiplaats boven- en ondergronds Toekomstverwachting
ONDERZOEKSRESULTATEN
14
6.1 6.2
14 18
Boom inventarisatie en BoomVeiligheidsControle (BVC) Groeiplaatsonderzoek
ANALYSE
20
BIJLAGE 1 FOTO’S
22
BIJLAGE 2 WERKEN ROND BOMEN
29
3 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
1
Inleiding
Woonstichting De Key heeft het voornemen om het terrein met de wooncomplexen aan de Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat in Amsterdam te slopen en te vervangen door nieuwbouw. Hierbij zal het terrein opnieuw worden ingericht en aansluiten op de herinrichting die heeft plaatsgevonden langs de sloot aan de westzijde van de Johan Greivestraat. Voor deze herinrichting is Smit Groenadvies gevraagd om meerdere onderzoeken uit te voeren, waaronder een Boom Effect Analyse (BEA). Er is gekeken met de beoogde plannen voor de herinrichting wat de (on) mogelijkheden zijn bij de bomen waarbij de conditie en de levensduur van de bomen niet minder mag worden dan die nu is. Het streven is zelfs dat de conditie en de levensduur zal verbeteren. Er is niet alleen gekeken naar de bomen die eigendom zijn van De Key maar aanvullend is ook naar bomen gekeken die eigendom zijn van de Gemeente Amsterdam. Bij de herinrichting wordt ook het straatbeeld veranderd waarbij, mogelijk, bomen van de gemeente in de weg staan. Ook hierbij zal gekeken en onderzocht worden wat de (on)mogelijkheden bij deze bomen zijn. De noordzijde en de zuidzijde van het plangebied zijn al heringericht. In afbeelding 1 is het plangebied, rood omkaderd, weergegeven.
Afbeelding 1; het plangebied is met rood aangegeven
4 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
1.1
De onderzoeksvraag
Bij de herontwikkeling van de Johan Greivestraat en de Piet Mondriaanstraat is de onderzoeksvraag als volgt: ‘Wat zijn de (on)mogelijkheden bij de huidige bomen binnen het projectgebied met behoud of verbetering van de huidige conditie en levensduur’. 1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt in gegaan op de conclusie waarbij in hoofdstuk 3 een advies opvolgt. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkzaamheden en de invloed daarvan op de boom. De onderzoeksmethodes zijn te vinden in hoofdstuk 5 met de resultaten in hoofdstuk 6. Tenslotte staat in hoofdstuk 7 de analyse van de onderzoeksresultaten.
5 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
2
Conclusie
Bij het onderzoek zijn naast de bomen die eigendom zijn van De Key, ook bomen die eigendom zijn van de Gemeente Amsterdam beoordeeld. Bij de herinrichting van het gebied wordt namelijk ook het straatbeeld veranderd waarbij, mogelijk, bomen van de gemeente in de weg staan. Ook hierbij zal gekeken en onderzocht worden wat de (on)mogelijkheden bij deze bomen zijn.
Afbeelding 2; overzicht van de locatie
In afbeelding 2 is de huidige situatie weergegeven met hierop kaartlagen aangebracht. Deze zijn als volgt: • Blauwe lijnen: Dit is het ontwerp van de herinrichting. • Groene vlakken: Dit zijn de nieuw te bouwen gebouwen. • Rode kruizen: Deze bomen zijn al niet meer aanwezig. • Rode punten: Deze bomen zijn van De Key met bijbehorende boomnummers. • Groene punten: Deze bomen zijn van de Gemeente Amsterdam met boomnummers. In het totaal zullen er 16 bomen gekapt moeten worden vanwege de herinrichting. Maar bij de herinrichting is het voorstel om ook minimaal 30 bomen aan te planten.
6 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Uit het onderzoek blijkt het volgende: Van de bomen die eigendom zijn van de gemeente, kunnen de volgende behouden blijven: • • • •
Boomnummer 1 tot en met 7, dit zijn recent aangeplante Liquidambar styraciflua. Deze staan aan de noordzijde. Boomnummer 8, recent aangeplante Paulownia tomentosa. Deze staat aan de westzijde in heringericht gedeelte. Boomnummer 13, Tilia europaea ‘Zwarte Linde’. Boomnummer 16 en 17, Tilia europae ‘Palida’.
Van de bomen die eigendom zijn van De Key kunnen de volgende behouden blijven: • Boomnummer 934, Malus, deze boom is verplantbaar. • Boomnummer 941, Aesculus. Voor behoud van deze beeldbepalende kastanje moet men wel rekening houden met de aanwezige wortels bij aanleg van het pad. Hieronder is de minimale graafafstand weergegeven. Aan de westzijde van het plangebied langs de aanwezige watergang heeft recent al een herinrichting plaatsgevonden. Hierstaan enkele bomen buiten het plangebied maar redelijk dichtbij de grens. Hier geldt dat er niet gewerkt mag worden in de kroonprojectie +1,5meter.
7 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
3
Advies
De Key heeft aangegeven dat er sloop en nieuwbouw zal gaan plaatsvinden. Ook zal er een herinrichting van het gehele plangebied plaatsvinden. Hierop is ook het advies gebaseerd. Voor sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden moet men bij de bomen een minimale vrije ruimte aanhouden van de kroondiameter + 1,5meter. In de kroonprojectie kan en mag niet gebouwd worden. Dit zal ten kosten gaan van het boombeeld en de conditie van de boom. Ook is er een extra 1,5meter vrije ruimte om de kroonprojectie nodig, vanwege eventuele steigers, hijsmachine en dergelijke die nodig zijn. In de kroonprojectie + 1,5meter mag ook geen opslag van materiaal en materieel zijn. Bomen in eigendom van de gemeente Boomnummer 1 tot en met 8 zullen moeten worden beschermd met een afzetting. Deze afzetting zorgt ervoor dat er binnen de kroonprojectie +1,5meter geen opslag of dergelijke kan plaatsvinden. Boomnummer 9 tot en met 12 kunnen niet behouden worden. De conditie van deze bomen is matig en het huidige boombeeld is niet wenselijk. Op deze plaats zullen deze bomen niet duurzaam behouden kunnen worden. Ook is dit niet mogelijk voor de aanleg van de parkeerplaatsen. Met aanpassingen voor de herinrichting zal de conditie en het boombeeld niet verbeteren, hierdoor is de keuze gemaakt om deze bomen te verwijderen. Boomnummer 13 is en prachtige volwassen linde.
Deze boom zal worden beschermd met een afzetting ter hoogte van de kroonprojectie +1,5meter. Om in deze afgezette ruimte te mogen werken zal een werkplan moeten worden opgesteld welke ter goedkeuring overlegd moet worden aan een european treetechnician. Ook is er nu vooral verharding in de kroonprojectie van deze linde. In de herinrichting zal er voor deze boom in de verharding een open groeiplaats van ca. 4x4 meter moeten worden gerealiseerd. Boomnummer 14 en 15 zijn niet te behouden in het ontwerp. Hiervoor zal compensatie moeten worden gerealiseerd. Boomnummer 16 en 17 kunnen worden behouden. In het ontwerp is op deze locatie parkeerplaatsen aangegeven. Deze twee lindes zijn prachtige volwassen exemplaren met een beeldbepalende functie. Het advies is om deze parkeerplaatsen te laten vervallen en er een open groeiplaats van ca. 4x4 meter in de verharding te creëren. Bomen in eigendom van De Key Boomnummer 931, 932 en 933 zijn niet te behouden met de voorgestelde nieuwbouw. Gezien de levensverwachting en de conditie van boomnummer 932 en 933 en vanwege de essentaksterfte zijn deze niet te behouden. Boomnummer 934 is te behouden mits deze wordt verplant. Na verplanten en eventueel in tijdelijk depot zetten zal er wel nazorg nodig zijn voor de boom. Boomnummer 935 en 936 zijn niet te behouden vanwege gebreken aan de bomen.
Boomnummer 937 en 1084 zijn niet te behouden met de voorgestelde nieuwbouw. Gezien de levensverwachting en de conditie van deze bomen en vanwege de essentaksterfte zijn deze niet te behouden. Boomnummer 938, 939 en 940 zijn niet te behouden vanwege de voorgestelde nieuwbouw. Dit gezien de aanwezige gebreken en gezien het feit dat de Sorbus slecht te verplanten is. Boomnummer 941 is te behouden. De boom is een beeldbepalende boom en een prachtig exemplaar voor in de stad. Wel zal er bij de boom rekening moeten worden gehouden met de bescherming van de kroonprojectie +1,5meter. In het ontwerp is in deze ruimte nu een pad ontworpen en voor de aanleg van dit pad zal er een werkplan moeten worden gemaakt welke ter goedkeuring overlegd moet worden aan een european treetechnician. 8 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Voor de gehele inrichting is het advies om vóórdat er kapvergunningen worden aangevraagd deze plannen ter plaatse te bespreken met de vergunningsverlener van de Gemeente Amsterdam. De ervaring leert dat er dan zorgvuldiger gekeken wordt naar wat er aan herplant terug kan komen dan naar wat er verdwijnt. Bij de nieuwbouw wordt er zeer waarschijnlijk gebruik gemaakt bronbemaling. In hoofdstuk 4.3 wordt besproken hoe hier mee om te gaan. Bij het opstellen van het definitieve ontwerp, zal er in combinatie met een hydrologisch onderzoek een plan gerealiseerd worden, waarbij de bronbemaling geen effect op de te handhaven bomen mag hebben. Voor werkzaamheden rond de bomen, of te wel in de kroonprojectie +1,5meter zal een goedgekeurd werkplan worden opgesteld. Deze zal ter goedkeuring worden overlegd aan een european treetechnician. Dit werkplan zal worden opgesteld volgens Handboek Bomen, Hoofdstuk 2 ‘Werken rond bomen’ van het Norminstituut Bomen. Hierin wordt omschreven hoe de uitvoering van werkzaamheden rond bomen moet plaatsvinden zodat er sprake is van een verantwoorde inpassing van de te handhaven bomen. Deze werkzaamheden mogen nooit leiden tot een bedreiging van de beoogde duurzame instandhouding van de te handhaven bomen. In de bijlage 2 is een afbeelding te zien ‘Werken rond bomen’.
Voor de nieuwe inrichting waarbij voorgesteld wordt om minimaal 30 nieuwe bomen aan te planten, zal een uitgewerkte werkomschrijving voor de nieuwe aanplant gemaakt moeten worden. Hierin wordt omschreven wat er bij welke boom qua groeiplaatsverbetering gedaan moet worden zodat de nieuwe bomen hun beoogde omlooptijd zullen halen. Denk hierbij aan: • • •
De juiste boom op de juiste plaats. De grootte van de groeiplaats. Toevoeging van groeisubstraten.
Foto’s van de bomen staan in de bijlage 1.
9 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
4
De werkzaamheden
4.1
De geplande werkzaamheden
Volgens de aangeleverde documentatie zal er nieuwbouw plaatsvinden. Ook zal het gehele terrein binnen de rode contourlijnen worden heringericht. In het onderzoek is rekening gehouden met het volgende: • • • • 4.2
Opslag materiaal en materieel; Transport; Rijbewegingen machines; Steigers. Invloed van de werkzaamheden op de boom
De toekomstverwachting van de bomen kan ernstig verstoord worden door nieuwbouw werkzaamheden die uitgevoerd worden. Hieronder staat een opsomming van wat de gevolgen kunnen zijn. Schade bovengronds Door de inzet van zwaar materieel en het werken in korte nabijheid van de bomen, is er een verhoogde kans op stam- en/of kroonbeschadiging. Schade ondergronds Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ontstaat er wortelverlies als gevolg van de graafwerkzaamheden. Tevens bestaat er een groot risico op bodemverdichting van de groeiplaats door inzet van zwaar materieel. Daarnaast kan er indirect wortelschade/sterfte ontstaan door een verstoorde diffusie van bodemgassen met de buitenlucht als gevolg van opslag van materiaal en materieel. Onder het begrip wortelschade wordt de schade aan de opnamewortels verstaan. Deze wortels zorgen voor de opname van voedingsstoffen en vocht. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale hoeveelheid opnamewortels. Onder het begrip stabiliteitswortelschade wordt de schade aan de wortels verstaan die zorgen voor de stabiliteit van de boom. Het wordt weergeven in procenten ten opzichte van de totale hoeveelheid stabiliteitswortels.
Voor het percentage schade aan de beworteling zijn onderstaande richtlijnen opgesteld: • Tot 10% verlies is acceptabel bij een goede groeiontwikkeling; • Bij 10-20% wortelschade is compensatie gewenst; • Bij 20-40% wortelverlies is individuele afweging noodzakelijk; • Bij meer dan 40% wortelverlies van de stabiliteitswortels (>5cm diameter) is er sprake van acute instabiliteit. In de regel heeft een boom 3 jaar nodig om het wortelverlies te compenseren als de doorwortelbare ruimte hiervoor toereikend zijn.
10 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
4.3
Bronbemaling
Ten tijde van het graven van een bouwkuip bij nieuwbouw zal er waarschijnlijk ook bronbemaling plaatsvinden. Veranderingen in de grondwaterstand of bronbemaling zijn binnen de kwetsbare boomzone zonder toestemming (Goedgekeurd Werkplan) niet toegestaan. Het (tijdelijk) verhogen van de grondwaterstand (GWS) met meer dan 10% of het (tijdelijk) verlagen van de GWS met meer dan 20% van de bestaande bewortelingsdiepte kan schade aan de wortels en daarmee aan de bomen veroorzaken. Zie afbeelding 4. Een verhoging van de GWS in het groeiseizoen kan leiden tot acute wortelsterfte vanwege zuurstofgebrek. Dit zal leiden tot afsterving van de bomen. Een daling van de GWS in het groeiseizoen is vooral bedreigend wanneer deze langere tijd aanhoudt. De mate van verandering, de tijdsduur van de verandering en de periode is van invloed. In droge periodes zal een verlaging van de GWS sneller fatale gevolgen hebben. Tevens hebben veranderingen in de GWS buiten het groeiseizoen (november t/m februari) doorgaans minder invloed op de bomen.
Afbeelding 3; leidraad voor grondwaterfluctuaties
11 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
5
De toegepaste onderzoeksmethode
Er zijn verschillende stappen ondernomen voor deze Boom Effect Analyse: • Inventarisatie en conditiebepaling van de bomen. • Visuele controle op symptomen van verzwakking. • Toekomstverwachting. • Beoordeling van de groeiplaats. In onderstaande paragrafen worden de verschillende onderzoeksmethoden toegelicht. 5.1
Inventarisatie en conditiebepaling van de boom
Bij de inventarisatie en conditiebepaling is bepaald welke boom aanwezig is en wordt bepaald wat de conditie hiervan is. Inventarisatie Het gaat hierbij bijvoorbeeld om soort, grootte en locatie. Naast deze vaste gegevens worden ook variabele gegevens opgenomen, als stamomtrek en kroonafmeting. Conditiebepaling De conditiebepaling is een momentopname van de verschijningsvorm van de boom. Bij de conditiebepaling wordt gebruik gemaakt van de conditiebepaling van Roloff. Roloff beschrijft met name de verandering van het vertakkingspatroon bij afname van de conditie. Bij de conditiebepaling van de bomen is gebruik gemaakt van vier classificaties, te weten; goed(0), redelijk(1), matig(2) en slecht(3). In afbeelding 5 is de conditiebepaling volgens de methodiek van Prof. Dr. A. Roloff toegelicht.
Afbeelding 4: conditiebepaling volgen Prof. Dr. A. Roloff
12 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
5.2
Visuele controle op gebreken
VTA methode De boomveiligheidscontrole is uitgevoerd met behulp van de VTA methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assessment. Bij deze visuele beoordeling van bomen, wordt gericht gekeken naar de bouw en het groeigedrag van de boom. Het breukrisico wordt beoordeeld door te kijken naar de stam, stamvoet, takaanzetten, kroonopbouw en aanwezigheid van zwammen. Bij de conclusie wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën: Zonder gebrek
Een boom wordt goedgekeurd als er geen symptomen bij een boom worden aangetroffen die op een defect wijzen.
Attentieboom
Bomen waarbij wel een symptoom gevonden wordt, maar waarvan duidelijk is dat deze op het moment van controle geen verhoogd risico veroorzaakt, worden als attentieboom aangeduid.
Risicoboom
Bomen waarbij een symptoom gevonden wordt die een verhoogd risico veroorzaakt en bomen waarbij een symptoom gevonden wordt waarvan op het moment van controle niet kan worden aangegeven of het een verhoogd risico veroorzaakt, worden aangemerkt als zijnde risicoboom.
Afgekeurd
Bomen waarvan op het moment van de controle duidelijk is dat zij een verhoogd risico veroorzaken, worden aangemerkt als afgekeurd. Vanuit het oogpunt van veiligheid dienen deze bomen verwijderd te worden.
5.3
Beoordeling van de groeiplaats boven- en ondergronds
De groeiplaats is visueel beoordeeld waarbij is gelet op de bovengrondse ruimte. Verder zijn er twee proefsleuven gemaakt en enkele grondboringen. Dit om de ondergrondse groeiplaats te beoordelen. Hierbij is ook de beworteling van de bomen bekeken en beoordeeld. De locatie van de proefsleuven en de grondboringen zijn weergegeven bij de resultaten van het groeiplaatsonderzoek in hoofdstuk 6.2. Uit deze gegevens is ook de minimale groeiafstand bepaald zoals weergegeven in hoofdstuk 2, afbeelding 3. 5.4
Toekomstverwachting
De toekomstverwachting wordt bepaald door de leeftijd, conditie, mechanische gebreken, groeiplaatsomstandigheden en in dit geval door de herinrichtingsplannen. Bij de uitslag wordt de boom ingedeeld in één van de volgende categorieën: Goed
Toekomstverwachting van minimaal 15 jaar en meer actieve groei.
Redelijk
Toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar actieve groei.
Matig
Toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar actieve groei.
Slecht
Toekomstverwachting van 1 tot 5 jaar actieve groei.
13 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
6
Onderzoeksresultaten
6.1
Boom inventarisatie en BoomVeiligheidsControle (BVC)
In de onderstaande afbeelding zijn de inventarisatie- en BVC gegevens te vinden. Gemeente bomen boomnummer
1
2
3
boomsoort
Liquidambar styraciflua
Liquidambar styraciflua
Liquidambar styraciflua
kroondiameter n-z (m)
2,0
2,0
2,0
kroondiameter o-w (m)
2,0
2,0
2,0
stamomtrek (cm)
37
37
37
stamdiameter (cm)
11,78
11,78
11,78
opkroonhoogte (m)
2,5
2,5
2,5
hoogte (m)
8,0
8,0
8,0
toekomstverwachting
>15 jaar
>15 jaar
>15 jaar
conditie
goed
goed
goed
status
zonder gebrek
zonder gebrek
zonder gebrek
standplaats
plantvak
plantvak
plantvak
gebreken
geen
geen
geen
takvrije ruimte (m)
2,5-4,5
2,5-4,5
2,5-4,5
maatregel
Al aangepast in nieuw plan
Al aangepast in nieuw plan
Al aangepast in nieuw plan
boomnummer
4
5
6
boomsoort
Liquidambar styraciflua
Liquidambar styraciflua
Liquidambar styraciflua
kroondiameter n-z (m)
2,0
2,0
2,0
kroondiameter o-w (m)
2,0
2,0
2,0
stamomtrek (cm)
37
37
37
stamdiameter (cm)
11,78
11,78
11,78
opkroonhoogte (m)
2,5
2,5
2,5
hoogte (m)
8,0
8,0
8,0
toekomstverwachting
>15 jaar
>15 jaar
>15 jaar
conditie
goed
goed
goed
status
zonder gebrek
zonder gebrek
zonder gebrek
standplaats
plantvak
plantvak
plantvak
gebreken
geen
geen
geen
takvrije ruimte (m)
2,5-4,5
2,5-4,5
2,5-4,5
maatregel
Al aangepast in nieuw plan
Al aangepast in nieuw plan
Al aangepast in nieuw plan
14 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat boomnummer
7
8
9
boomsoort
Liquidambar styraciflua
Paulownia tomentosa
Tilia europaea 'Zwarte Linde'
kroondiameter n-z (m)
2,5
3,8
5,3
kroondiameter o-w (m)
2,3
4,0
5,5
stamomtrek (cm)
meerstammig
42
82
stamdiameter (cm)
5 tot 10 cm
13,38
26,11
opkroonhoogte (m)
geen
2,3
3,8
hoogte (m)
8,0
6,8
14,0
toekomstverwachting
>15 jaar
>15 jaar
5-10 jaar
conditie
goed
goed
matig
status
zonder gebrek
zonder gebrek
attentieboom
standplaats gebreken
plantvak geen
plantvak geen
verharding ophoging maaiveld, geen wortelaanlopen zichtbaar
takvrije ruimte (m)
geen
2,0
2,5-4,5
maatregel
Al aangepast in nieuw plan
Al aangepast in nieuw plan
kappen
boomnummer
10
11
12
boomsoort
Tilia europaea 'Zwarte Linde'
Tilia europaea 'Zwarte Linde'
Tilia europaea 'Zwarte Linde'
kroondiameter n-z (m)
7,5
7,0
6,5
kroondiameter o-w (m)
8,5
9,0
7,5
stamomtrek (cm)
129
119
112
stamdiameter (cm)
41,08
37,90
35,67
opkroonhoogte (m)
6
3,2
4,0
hoogte (m)
18,2
11,6
18,0
toekomstverwachting
5-10 jaar
5-10 jaar
5-10 jaar
conditie
matig
matig
matig
status
attentieboom
risicoboom
attentieboom
standplaats gebreken
verharding ophoging maaiveld, geen wortelaanlopen zichtbaar
verharding holte en rotting stamvoet, ophoging maaiveld, geen wortelaanlopen zichtbaar
verharding ingerotte snoeiwond op 350cm hoogte
takvrije ruimte (m)
2,5-4,5
2,5
2,5
maatregel
kappen
kappen
kappen
boomnummer
13
14
15
boomsoort
Tilia europaea 'Zwarte Linde'
Prunus cerasifera 'Nigra'
Tilia cordata 'Greenspire'
kroondiameter n-z (m)
11,3
4,8
14,3
kroondiameter o-w (m)
11,4
5,4
10,7
stamomtrek (cm)
150
55
163
stamdiameter (cm)
47,77
17,52
51,91
opkroonhoogte (m)
5,1
2,2
4,5
hoogte (m)
20,1
7,1
18,2
toekomstverwachting
> 15 jaar
10-15 jaar
>15 jaar
conditie
goed
redelijk
goed
status
zonder gebrek
zonder gebrek
zonder gebrek
standplaats
verharding
verharding
verharding
takvrije ruimte (m)
2,5-4,5
2,5-4,5
4,5
maatregel
behouden
kappen
kappen
gebreken
geen
15 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat boomnummer
16
17
boomsoort
Tilia europaea 'Palida'
Tilia europaea 'Palida'
kroondiameter n-z (m)
11,4
9,8
kroondiameter o-w (m)
8,1
8,1
stamomtrek (cm)
149
139
stamdiameter (cm)
47,45
44,27
opkroonhoogte (m)
5,1
4,6
hoogte (m)
17,8
19,8
toekomstverwachting
>15 jaar
>15 jaar
conditie
goed
goed
status
zonder gebrek
zonder gebrek
standplaats
verharding
verharding
gebreken
geen
geen
takvrije ruimte (m)
4,5
4,5
maatregel
behouden
behouden
boomnummer
935
936
934
boomsoort
Sorbus aucuparia
Prunus cerasifera 'Nigra'
Malus cv
kroondiameter n-z (m)
7,3
6,3
3,3
kroondiameter o-w (m)
5,6
6,5
3,3
stamomtrek (cm)
80
65
25
stamdiameter (cm)
25,48
20,70
7,96
opkroonhoogte (m)
2,0
2,4
2,4
hoogte (m)
7,6
8,0
4,8
toekomstverwachting
5-10 jaar
1-5 jaar
>15 jaar
conditie
matig
slecht
goed
status
afgekeurd
afgekeurd
zonder gebrek
standplaats
gazon
gazon
gazon
gebreken
holte, rotting snoeiwond
scheefstand, rotting stam
stambeschadiging
takvrije ruimte (m)
2,5
2,0
2,0
maatregel
kappen
kappen
behouden, verplanten
boomnummer
933
932
931
boomsoort
Fraxinus excelsior
Fraxinus excelsior
Quercus robur
kroondiameter n-z (m)
11,1
8,7
7,6
kroondiameter o-w (m)
10,2
9,3
11,8
stamomtrek (cm)
103
88
103
stamdiameter (cm)
32,80
28,03
32,80
opkroonhoogte (m)
3,5
3,2
3,3
hoogte (m)
11,9
11,5
9,6
toekomstverwachting
10-15 jaar
10-15 jaar
>15 jaar
conditie
redelijk
redelijk
goed
status
attentieboom
attentieboom
zonder gebrek
standplaats gebreken
gazon essentaksterfte, lichte vorm
gazon essentaksterfte, lichte vorm
gazon geen
takvrije ruimte (m)
2,0-4,5
2,0-4,5
2,0-2,5
maatregel
kappen
kappen
kappen
Bomen De Key
16 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat boomnummer
1084
937
939
boomsoort
Fraxinus excelsior 'Diversifolia'
Fraxinus excelsior
Sorbus aucuparia
kroondiameter n-z (m)
15,6
15,9
5,5
kroondiameter o-w (m)
13,9
16,3
4,6
stamomtrek (cm)
132
146
69
stamdiameter (cm)
42,04
46,50
21,97
opkroonhoogte (m)
3,3
3,9
4,0
hoogte (m)
15,9
14,9
8,0
toekomstverwachting
10-15 jaar
10-15 jaar
1-5 jaar
conditie
redelijk
redelijk
slecht
status
attentieboom
attentieboom
afgekeurd
standplaats gebreken
gazon dood hout
gazon dood hout, essentaksterfte in lichte vorm, wortelschade
gazon gedeelte top verw, boktor(?), beschadigd bastweefsel, afsterving
takvrije ruimte (m)
2,0-4,5
2,0-4,5
4,0
maatregel
kappen
kappen
kappen
boomnummer
938
940
941, monumentaal
boomsoort
Sorbus aucuparia
Sorbus intermedia
Aesculus hippocastanum
kroondiameter n-z (m)
6,2
7,6
15,3
kroondiameter o-w (m)
4,6
7,5
12,4
stamomtrek (cm)
63
109
227
stamdiameter (cm)
20,06
34,71
72,29
opkroonhoogte (m)
3,0
2,5
2,5
hoogte (m)
7,6
7,6
15,8
toekomstverwachting
1-5 jaar
>15 jaar
>15 jaar
conditie
slecht
goed
goed
status
afgekeurd
zonder gebrek
attentieboom
standplaats gebreken
gazon geen
gazon beschadigde wortels, lichte vorm kastanje bloedingsziekte
takvrije ruimte (m)
gazon dood hout, beschadigd bastweefsel, zwam stamvoet & wortels, rotting, holte, insect 2,5
2,0
2,5
maatregel
kappen
kappen
behouden
Afbeelding 5; inventarisatie en BVC bomen van De Key en de Gemeente Amsterdam
17 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
6.2
Groeiplaatsonderzoek
Tijdens het eerste onderzoek op het terrein van De Key is er een groeiplaatsonderzoek gedaan bij de bestaande bomen. De resultaten hiervan zijn meegenomen in dit onderzoek. Deze zijn hieronder weergegeven. In afbeelding 7 en 8 zijn de locaties van de boringen (paars) en proefsleuven (blauw) weergegeven. Van de rood omcirkelde bomen is aangegeven dat ze gekapt moeten worden. De boorprofielen zijn in afbeelding 9 weergegeven. Hier is te zien hoe de opbouw van de grond is. Aansluitend zijn in afbeelding 10 de meetgegevens van twee peilbuizen weergegeven.
Afbeelding 6; proefsleuven, boorprofielen en te kappen bomen
Afbeelding 7; proefsleuven, boorprofielen en te kappen bomen
18 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Profiel 1 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
0-60
zware zavel
organische stof 8-15% humusrijk
60-120 kleiarmzand 0-2,5% humusarm wortels aanwezig tot -70cm maaiveld, roestvlekken vanaf -100cm maaiveld Profiel 3 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
0-30
zware zavel
8-15% humusrijk
30-60
lichte zavel
2,5-8% humeus
Profiel 2 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
0-40
zware zavel
8-15% humusrijk
40-50
lichte zavel
2,5-8% humeus
50-120 kleiig zand humusarm tot -70cm maaiveld wortels aanwezig, roestvlekken aanwezig vanaf -90cm maaiveld
Profiel 4 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
0-40
zware zavel
8-15% humusrijk
60-120 kleiarmzand 0-2,5% humusarm tot -70cm maaiveld wortels aanwezig
40-120 kleiarmzand 0-2,5% humusarm tot -70cm maaiveld wortels aanwezig
Profiel 5 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
Profiel 6 diepte in cm t.o.v. maaiveld
grondsoort
organische stof
0-50
lichte zavel
8-15% humusrijk
0-60
lichte zavel
8-15% humusrijk
50-60
lichte klei
2,5-8% humeus
60-70
lichte klei
2,5-8% humeus
60-120 kleiarmzand 0-2,5% humusarm tot -70cm maaiveld wortels aanwezig
70-120 kleiig zand 2,5-8% humeus tot -80cm maaiveld wortels aanwezig
Afbeelding 8; boorprofielen
E04227 Freatisch Locatie Adres Status Straathoogte x-coördinaat y-coördinaat datum 24-4-2020 9-3-2020 15-1-2020 13-11-2019 5-9-2019 4-7-2019 17-5-2019 19-3-2019 15-1-2019 29-11-2018 24-9-2018 4-7-2018 16-1-2017
E04227 Jan Tooropstraat 73 Actief -0,87 m + NAP 117484 486475 meting NAP -1,74 -1,52 -1,63 -1,5 -1,84 -1,78 -1,82 -1,89 -1,75 -1,9 -1,79 -1,91 -1,71
E040824 Freatisch Locatie E040824 Adres Piet Mondriaanstr hk Jan Tooropstraat Status Actief Straathoogte -0,8 m + NAP x-coördinaat 117472 y-coördinaat 486579 datum 24-4-2020 9-3-2020 15-1-2020 5-9-2019 4-7-2019 17-5-2019 19-3-2019 15-1-2019 29-11-2018 24-9-2018 4-7-2018
meting NAP -1,89 -1,69 -1,8 -1,97 -1,9 -1,98 -2,05 -1,87 -2,07 -1,91 -2,04
Afbeelding 9; grondwaterstanden van het Waternet
19 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
7
Analyse
In het voorgestelde ontwerp is duidelijk weergegeven wat er plaats zal gaan vinden op deze locatie, Hierdoor zal voor een aantal bomen geen plaats zijn. Andere bomen zullen met kleine tot geen aanpassing van het ontwerp in te voegen zijn. In het ontwerp is er uitgegaan van dat er 16 bomen zullen verdwijnen en er minimaal 30 terug komen. Wel is er rekening gehouden met de inrichting van groen en van nieuwe bomen. Bomen in eigendom van de gemeente Boom 1 tot en met 8 staan buiten de voorgestelde herinrichting en er heeft hier recent al een herinrichting plaatsgevonden. Boom 9, 10, 11 en 12. Deze lindes zijn niet te behouden. Deze lindes hebben een matige conditie en levensverwachting. Ook heeft hier grondophoging plaatsgevonden waardoor er kans is op wortelrot. Er zijn nu geen wortelaanlopen, meer, te zien. Ook heeft één van de bomen een holte en rotting aan de stamvoet. Deze zal door de gemeente nader onderzocht moeten worden. Boom 13, beeldbepalende linde. Deze kan behouden worden in de herinrichting. Boom 14 en 15. Beide bomen staan op de plaats van de nieuwbouw. Gebouw is niet te verplaatsen. Beide bomen verwijderen. Boom 16 en 17. Beide bomen zijn beeldbepalende lindes. De voorgestelde parkeerplaatsen zouden moeten vervallen en de groeiplaats voor beide bomen zal moeten worden vergroot. Bomen in eigendom van De Key De conditie van de bomen is over het algemeen goed.
Er zijn een viertal bomen die gekapt zouden moeten worden. Dit zijn boomnummer 935, 936, 938 en 939. Hiervoor zijn de conditie en de gebreken beoordeeld en is geconcludeerd dat de levensverwachting van deze bomen zo laag is dat ze niet behouden kunnen worden met de voorgenomen plannen voor herontwikkeling. In de essen, boomnummers 932, 933, 937 en 1084, is essentaksterfte aangetroffen. Dit is nu nog in een lichte vorm, maar het verloop van deze infectie is grillig en dus moeilijk in te schatten. Hierdoor kan de conditie van de bomen snel achteruit gaan. Gezien de infectie en de ontwerpplannen zijn de essen niet duurzaam te behouden. De kastanje, boomnummer 941, heeft kastanjebloedingsziekte, maar dit is nog in een lichte vorm. De kastanje is een beeldbepalende boom voor de leefomgeving. De kastanje mag als monumentaal worden aangemerkt. De eik, boomnummer 931, heeft geen gebreken maar kan op deze locatie niet behouden worden. Wel is het mogelijk om een verplantbaarheidsonderzoek te doen naar deze eik. Hiervoor zullen voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden. De appel, boomnummer 934, is te verplanten zonder voorzorgsmaatregelen. De meelbes, boomnummer 940, is zonder gebreken. Deze boom staat in de weg voor herinrichtingsplannen, helaas is deze boom is slecht te verplanten waardoor deze niet te behouden is.
20 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Gezien de grondboringen in de huidige binnentuinen van De Key is op locatie 50cm humusrijke zavel met daaronder humusarm-humeus zand aanwezig. Zeker de eerste 50cm is een goede grondlaag voor de bomen om in te wortelen en voedsel uit te halen. Tijdens de boringen en proefsleuven is ook wortelactiviteit waargenomen tot ongeveer 70-80cm. Deze wortels zullen contact zoeken met het grondwater. In hoofdstuk 6.2 zijn bij afbeelding 10 meetgegevens van het Waternet weergegeven van twee peilbuizen dichtbij de locatie. Bij het uitvoeren van de grondboringen was geen grondwater waar te nemen. De peilbuizen geven meetgegevens van 2-3 jaar weer. Hieruit valt op te maken dat het grondwater ongeveer rond de 70-90 cm – maaiveld te vinden is. Met de proefsleuven, foto’s zijn te vinden in de bijlage 1, is de beworteling onderzocht. De proefsleuven zijn gegraven op strategisch (minimale graafafstand) gekozen plekken. Op deze locaties waren opnamewortels en stabiliteitswortels te vinden. De stabiliteitswortels hebben over het algemeen een doorsnede van minder dan 4cm. Hierdoor zal er bij het doorzagen van deze wortels weinig tot geen schade ontstaan voor de boom. In afbeelding 7 en 8 van hoofdstuk 6.2 zijn zowel de proefsleuven als grondboringen weergegeven.
21 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
BIJLAGE 1 Foto’s
Boom 941
Boom 935
Boom 936
Boom 934
22 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Boom 933
Boom 932
Boom 931
Boom 1084
Boom 937
Boom 939 23 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Boom 938
Boom 940
Boom 1, 2 en 3
Boom 4, 5 en 6
Boom 7
Boom 8 24 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Boom 14
Boom 15
Boom 9, 10, 11, 12 en 13
Boom 9
Boom 10
Ophoging maaiveld bij boom 9, 10, 11 en 12
25 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Boom 11, rotting en holte stamvoet
Boom 12
Boom 13
Boom 16
Boom 17 26 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Proefsleuf 1
Proefsleuf 3
Grondboring 1
Proefsleuf 4
Proefsleuf 10
27 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
Proefsleuf 11
Grondboring 6
28 | 29
Boom Effect Analyse Herontwikkeling complexen Johan Greivestraat en Piet Mondriaanstraat
BIJLAGE 2 Werken rond bomen
Werken rond bomen, zie hoofdstuk 2 Handboek Bomen
29 | 29
Johan Greivestraat
Bijlage 2 Omgevingsgeluid omliggende bedrijven
34
Wet Geluidhinder
Omgevingswet Voorkeurs grens waarde
Wegverkeer Railverkeer
Maximale ontheffings waarde
48 dB
LUW
Onder voorkeursgrenswaarde zijn geen maatregelen nodig (groene lijn in plattegronden).
55 dB
Standaard waarde
63 dB
HOGERE WAARDE
Tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde is een hogere waarde nodig (geel lijn in plattegronden) De gemeente eist hierbij een geluidluwe zijde. Hiervoor zullen maatregelen getroffen moeten worden.
68 dB
Wegverkeer
DOOF
Boven maximale ontheffingswaarde wordt een dove gevel (rode lijn in plattegronden). Hierbij mogen geen te openen delen in de gevel aanwezig zijn. Er zullen maatregelen getroffen moeten worden om te ontdoven (i.v.m. het creëren van een geluidluwe zijde en spuiventilatie).
Beknopt samengevat worden in de Omgevingswet (Ow), naast de geluidgrenswaarden, de volgende wijzigingen doorgevoerd: – De geluidszones worden geluidaandachtsgebieden. De omvang van de geluidaandachtsgebieden houden verband met de hoogte van de standaardwaarden, zie volgende opsommingsstreepje. – De term voorkeursgrenswaarde wordt (formeel) de “standaardwaarde”, de term maximale ontheffingswaarde wordt (formeel) de “grenswaarde”. – De toepassing van een aftrek (tot ten hoogste 5 dB) op de berekende geluidbelastingen voor wegverkeers-lawaai komt te vervallen. – Alle geluidbelastingbijdragen die afkomstig zijn van wegen die onder één wegbeheerder vallen worden gesommeerd, waarna de beoordeling aan de geluidgrenswaarden plaatsvindt. – De dove gevel wordt (formeel) een niet-geluidgevoelige gevel. Onder een niet-geluidgevoelige gevel wordt ook verstaan zodanige bouwkundige maatregel aan het gebouw dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie niet hoger is dan de grenswaarde. – Wegen worden wel of niet meegomen op basis van verkeersintensiteit (in 2021 vanaf meer dan 4.500 voertuigen per etmaal en vanaf uiterlijk 2026 vanaf meer dan 1.000 voertuigen per etmaal), in plaats van de maximum snelheid.
Railverkeer
Grens waarde
53 dB
LUW
Onder voorkeursgrenswaarde zijn geen maatregelen nodig (groene lijn in plattegronden).
55 dB
70 dB
HOGERE WAARDE
Tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde is een hogere waarde nodig (geel lijn in plattegronden) De gemeente eist hierbij een geluidluwe zijde. Hiervoor zullen maatregelen getroffen moeten worden.
65 dB
DOOF
Boven maximale ontheffingswaarde wordt een dove gevel (rode lijn in plattegronden). Hierbij mogen geen te openen delen in de gevel aanwezig zijn. Er zullen maatregelen getroffen moeten worden om te ontdoven (i.v.m. het creëren van een geluidluwe zijde en spuiventilatie).
v.a. 4e verdieping
v.a. 5e verdieping
v.a. 2e verdieping
ca. 64 dB (spoor)
v.a. 4e verdieping v.a. 4e verdieping
v.a. 5e verdieping
v.a. 2e verdieping
ca. 64 dB (spoor)
v.a. 5e verdieping v.a. 7e verdieping
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
v.a. 1e verdieping v.a. 2e verdieping v.a. 2e verdieping
v.a. 3e verdieping
v.a. 4e verdieping v.a. 3e verdieping v.a. 1e verdieping
v.a. 3e verdieping
v.a. 1e verdieping
2e+3e verdieping
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
v.a. 1e verdieping v.a. 2e verdieping v.a. 2e verdieping
v.a. 3e verdieping
ca. 62-63 dB (metro) ca. 64 dB (spoor) v.a. 4e verdieping v.a. 3e verdieping v.a. 1e verdieping
ca. 58 dB (weg)
ca. 60-61 dB (metro) ca. 64 dB (spoor)
v.a. 3e verdieping
v.a. 1e verdieping
2e+3e verdieping
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
Ter referentie is dezelfde studie uitgevoerd m.b.v. de op dit moment vigerende regelgeving (Wet geluidhinder)
v.a. 4e verdieping
v.a. 5e verdieping
v.a. 2e verdieping
v.a. 4e verdieping v.a. 4e verdieping
v.a. 5e verdieping
v.a. 2e verdieping
v.a. 5e verdieping v.a. 7e verdieping
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
5e verdieping (t.g.v. metro) 7e verdieping (t.g.v. metro)
va. 3e verdieping (t.g.v. metro) v.a. 1e verdieping (t.g.v. metro)
v.a. 3e verdieping (t.g.v. metro)
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
Ter referentie is dezelfde studie uitgevoerd m.b.v. de op dit moment vigerende regelgeving (Wet geluidhinder)
5e verdieping (t.g.v. metro) 7e verdieping (t.g.v. metro)
va. 3e verdieping (t.g.v. metro) v.a. 1e verdieping (t.g.v. metro)
v.a. 3e verdieping (t.g.v. metro)
Quickscan omgevingsgeluid Johan Greivestraat Amsterdam
27-02-2020 06282-52468
Johan Greivestraat
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
42
Bezoekadres: Gatwickstraat 11 1043 GL Amsterdam Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder Datum Referentie
1 augustus 2022 06282-55548-05
Referentie Rapporttitel
06282-55548-05 Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
Datum
1 augustus 2022
Opdrachtgever
Woonstichting De Key Hoogte Kadijk 179 1018 BK AMSTERDAM De heer D. Duijnhouwer
Contactpersoon
Behandeld door
De heer ir. N. Divendal ir. S. Segers Cauberg Huygen B.V. Bezoekadres: Gatwickstraat 11 1043 GL Amsterdam Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam Telefoon 088-5152505
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
6
1.1 1.2
Aanleiding onderzoek Leeswijzer
7 7
2
Wettelijk kader
8
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6 2.2 2.2.1 2.2.2 2.2.3
Wet geluidhinder Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden Dove gevels Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai Industrielawaai Cumulatie geluidbronnen Gemeentelijk geluidbeleid Cumulatie geluidbronnen Stille zijden Doelgroepwoningen
8 8 8 9 10 10 11 11 11 12 12
3
Uitgangspunten en invoergegevens onderzoek
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Tekeningen en planinformatie Wegverkeersgegevens Spoorgegevens Metrogegevens
13 13 14 14
4
Rekenmethoden geluidbelastingen
15
4.1 4.2 4.3 4.4
Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai en metrolawaai Nadere toelichting invoergegevens akoestische rekenmodellen Gecumuleerde geluidbelastingen Lcum
15 15 16 16
5
Berekeningsresultaten fase 1 – sociaal woongebouw
17
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3 5.4
Spoorweglawaai Wegverkeerslawaai Metro Rijksweg A10 Jan Tooropstraat Postjesweg en Robert Fruinlaan Gecumuleerde geluidbelastingen Toetsing gemeentelijk geluidbeleid: geluidluwe zijden
17 17 17 17 17 17 18 18
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 3
6
Berekeningsresultaten fase 2 – sociaal woongebouw en woontorens
20
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2
Spoorweglawaai Wegverkeerslawaai Metro Rijksweg A10 Jan Tooropstraat Postjesweg en Robert Fruinlaan Gecumuleerde geluidbelastingen Toetsing gemeentelijk geluidbeleid: geluidluwe zijden Sociaal woonblok Woontorens
20 20 20 20 20 21 21 21 21 23
7
Onderzoek aanvullende maatregelen en aanvraag hogere waarden
24
7.1 7.1.1 7.2 7.3 7.4
Maatregelen aan de bron Snelheidsbeperking: stedelijke wegen uitgevoerd als 30 km/u wegen Maatregelen in het overdrachtsgebied Maatregelen aan de ontvangzijde Aanvraag hogere waarden
24 25 26 26 26
8
Samenvatting en conclusies
28
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 4
Figuren Figuur I Figuur II
Ontwerp Overzicht rekenmodellen
Figuur II-1 Figuur II-2 Figuur II-3 Figuur II-4 Figuur II-5
Overzicht rekenmodel spoorweglawaai Overzicht rekenmodel wegverkeerslawaai Overzicht gebouwen en wegen Overzicht bodemgebieden en hoogtelijnen Overzicht waarneempunten
Bijlagen Bijlage I Bijlage II Bijlage III
Verkeersgegevens Invoergegevens rekenmodellen Rekenresultaten fase 1 – sociaal woonblok
Bijlage III-1 Bijlage III-2 Bijlage III-3 Bijlage III-4 Bijlage III-5
Rekenresultaten metrolawaai Rekenresultaten A10 Rekenresultaten Jan Tooropstraat Rekenresultaten Postjesweg / Robert Fruinlaan Gecumuleerde geluidbelastingen
Bijlage IV
Rekenresultaten fase 2 – sociaal woonblok en woontorens
Bijlage IV-1 Bijlage IV-2 Bijlage IV-3 Bijlage IV-4 Bijlage IV-5 Bijlage IV-6
Rekenresultaten spoorweglawaai Rekenresultaten metrolawaai Rekenresultaten A10 Rekenresultaten wegverkeerslawaai Jan Tooropstraat Rekenresultaten wegverkeerslawaai Postjesweg / Robert Fruinlaan Gecumuleerde geluidbelastingen
Bijlage V
Overzicht geluidluwe gevels
Bijlage V-1 Bijlage V-2
Overzicht geluidluwe gevels fase 1 – sociaal woonblok Overzicht geluidluwe gevels fase 2 – sociaal woonblok en woontorens
Bijlage VI
Rekenresultaten stedelijke wegen als 30 km/u
Bijlage VI-1 Bijlage VI-2 Bijlage VI-3
Rekenresultaten wegverkeerslawaai Jan Tooropstraat (30 km/u) Rekenresultaten wegverkeerslawaai Postjesweg / Robert Fruinlaan (30 km/u) Overzicht geluidluwe gevels – sociaal woonblok
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 5
1
Inleiding
In opdracht van Woonstichting De Key is door Cauberg Huygen een onderzoek uitgevoerd ten aanzien van het wegverkeerslawaai en het spoorweglawaai ten behoeve van het nieuw te bouwen wooncomplex aan de Johan Greivestraat in Amsterdam. Voor het nieuwbouwplan wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De projectlocatie is gelegen aan de Johan Greivestraat, ten westen van de Jan Tooropstraat en ten oosten van de spoor- en metrolijn Amsterdam Lelylaan – Amsterdam Sloterdijk. Woonstichting De Key is voornemens de huidige woongebouwen binnen het plangebied aan de Johan Greivestraat te slopen en te vervangen door een nieuw te bouwen wooncomplex. Het project omvat de nieuwbouw van een sociaal woongebouw met commerciële plint parallel aan de Jan Tooropstraat met circa 135 woningen voor jongeren en terugkeerders (sociale huurwoningen), en twee woontorens tussen de Johan Greivestraat en het spoor met circa 107 vrijesectorwoningen en mogelijk een kinderdagverblijf. Onder de woontorens is een parkeerkelder voorzien. In figuur 1.1 is de situatie van de planlocatie gepresenteerd. In figuur 1.2 is een 3D-impressie van het plan gegeven.
Figuur 1.1:
Situatie projectlocatie
Figuur 1.2:
3D-impressie nieuwbouwplan
Binnen het plan worden het sociaal woonblok en de twee woontorens (mogelijk) gefaseerd gerealiseerd (in tijd). De eerste fase betreft het sociaal woonblok aan de Jan Tooropstraat, daarna volgen de twee woontorens met het mogelijke kinderdagverblijf en parkeerkelder. Daartoe zijn er twee scenario’s onderzocht: Het eerste scenario betreft de ontwikkeling van alleen het sociaal woongebouw. Er wordt in dit scenario geen rekening gehouden met de afschermende werking van de woontorens. Het tweede scenario betreft de ontwikkeling van zowel het sociaal woonblok als de twee woontorens.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 6
1.1
Aanleiding onderzoek
Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Overtoomse Veld’ geldt voor de projectlocatie de bestemmingen ‘Wonen-1’, ‘Gemengd-1’, ‘Tuin-2’, ‘Verkeer-1’ en ‘Groen’. Voor het project is het nodig om het bouwvlak en hoogte van de nieuwe bebouwing en de nieuwe gebouwfunctie (wonen) in het bestemmingsplan mogelijk te maken. De beoogde sloop/nieuwbouw is derhalve niet inpasbaar binnen het huidige bestemmingsplan. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is een akoestisch onderzoek Wet geluidhinder noodzakelijk. De planlocatie bevindt zich volgens de Wet geluidhinder binnen de geluidzones van het wegverkeer op de Jan Tooropstraat, de Postjesweg / Robert Fruinlaan en de Rijksweg A10. De planlocatie is tevens gelegen binnen de geluidzones langs het spoortracé Amsterdam Lelylaan-Amsterdam Sloterdijk en de metrolijnen 50/51. Om die redenen is voor de planlocatie een onderzoek Wet geluidhinder nodig. De locatie is niet gelegen binnen de geluidzone rond een gezoneerd industrieterrein. Onderzocht is of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden, vervolgens of bij uitwerking hogere grenswaarden krachtens de Wet geluidhinder kunnen worden aangevraagd en waar zo nodig maatregelen moeten worden toegepast. Tevens is getoetst aan het gemeentelijk geluidbeleid. 1.2
Leeswijzer
In deze rapportage zullen eerst de aspecten uit de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid, die op dit plan van toepassing zijn, aan bod komen. Vervolgens zullen de invoergegevens, de uitgangspunten, de berekeningen en de toetsing van de berekende geluidbelastingen worden beschreven. Tevens zal worden ingegaan op de aanvullende bepalingen uit het gemeentelijk geluidbeleid van de gemeente Amsterdam.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 7
2
Wettelijk kader
2.1
Wet geluidhinder
Ten behoeve van dit geluidonderzoek is gebruik gemaakt van de Wet geluidhinder, zoals deze geldt per 1 mei 2017 (Stb. 2017, 131). Er worden nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (woningen) mogelijk gemaakt. 2.1.1 Systematiek grenswaarden en verzoek tot hogere grenswaarden In de Wet geluidhinder en in het Besluit geluidhinder worden respectievelijk voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai twee typen grenswaarden benoemd: de zogenaamde voorkeursgrenswaarde en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde. Per geluidbron (per weg, per spoorweg en per industrieterrein) wordt aan de grenswaarden getoetst. Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een zogenaamde hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het College van Burgemeester en Wethouders (B en W). Het vaststellen van een hogere waarde door B & W is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen of verkeersreducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels). 2.1.2
Dove gevels
De Wet geluidhinder benoemt grenswaarden voor de geluidbelastingen op de gevels van geluidgevoelige gebouwen. Dove gevels zijn echter gevels waarvan de geluidbelastingen op deze gevels niet hoeven te worden getoetst aan deze grenswaarden. Dove gevels zijn: gevels zonder aanwezige te openen delen en die voldoen aan een karakteristieke geluidwering van tenminste het verschil van de geluidbelasting en een waarde van 33 dB, onderscheidenlijk 35 dB(A); gevels met bij uitzondering te openen delen, mits deze delen niet grenzen aan een geluidgevoelige ruimte (slaap-, woon- of eetkamer). Voorbeelden zijn: een raam in een gevel van een besloten keuken met een vloeroppervlakte van minder dan 11 m²; een raam in een hal van een woning; een nooduitgang.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 8
2.1.3
Wegverkeerslawaai
Zones langs wegen Conform hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder (zones langs wegen) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. Indien een spoorlijn niet in de Regeling geluidplafondkaart milieubeheer of in de Regeling zonekaart spoorwegen geluidhinder als spoortracé is aangewezen, worden de geluidbelastingen vanwege die spoorlijn aangemerkt als wegverkeerslawaai. In dit onderzoek is dit aan de orde met betrekking tot de metrospoorlijnen 50 en 51. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg of spoor, is afhankelijk van het aantal rijstroken of sporen en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie tabel 2.1. Of sprake is van een stedelijk of buitenstedelijk is onder meer de ligging van de geluidgevoelige functie van belang: de geluidgevoelige gebouwen zullen zijn gelegen binnen de bebouwde kom (binnenstedelijk). Bij de beoordeling van de geluidbelasting vanwege een autosnelweg (A10) op een geluidgevoelige functie wordt altijd de normering voor buitenstedelijk gebied gehanteerd, ook al ligt de bestemming binnen de bebouwde kom. Tabel 2.1:
Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg Aantal rijstroken Zonebreedte [m]
Stedelijk
Buitenstedelijk
1 of 2
-
200
3 of meer
-
350
-
1 of 2
250
-
3 of 4
400
-
5 of meer
600
In het kader van de Wet geluidhinder is de planlocatie gelegen binnen de geluidzones langs de volgende wegen: De A10 heeft ter hoogte van de planlocatie 6 rijstroken. De zonebreedte bedraagt 600 m zodat de planlocatie binnen deze zone is gelegen (buitenstedelijk). De Jan Tooropstraat en de Postjesweg / Robert Fruinlaan hebben elk ter hoogte van de planlocatie 2 rijstroken. De zonebreedte bedraagt 200 m zodat de planlocatie binnen de zones langs deze wegen is gelegen (binnenstedelijk). De zonebreedte langs de metrosporen (lijn 50 en 51) bedraagt 200 m zodat de planlocatie binnen de zones langs de metro is gelegen (binnenstedelijk). Grenswaarden geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer De voorkeursgrenswaarde vanwege wegverkeerslawaai bedraagt 48 dB en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde 53 dB (buitenstedelijke situatie, A10) of 63 dB (binnenstedelijke situatie, Jan Tooropstraat, Postjesweg / Robert Fruinlaan en metro). Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 9
2.1.4
Spoorweglawaai
Zones langs spoorwegen Het spoortracé Amsterdam Lelylaan-Amsterdam Sloterdijk is het meest nabijgelegen spoortracé. De zonebreedte langs een spoorweg wordt conform het Besluit geluidhinder bepaald door de waarden van de geluidproductieplafonds (zie tabel 2.2) ter plaatse van referentiepunten langs de hoofdspoorweg. De geluidproductieplafonds ter plaatse van referentiepunten, die achter een geluidscherm zijn gelegen, worden niet beschouwd, wel die van de eerste voorkomende referentiepunten voorbij de beëindigingen van het geluidscherm. Ter plaatse van het maatgevende referentiepunt 37763 geldt een geluidproductieplafond van 54,5 dB. De zonebreedte langs het spoor bedraagt 100 m. Daarmee zijn de twee woontorens binnen de zone langs het spoor gelegen (ca. 77 m afstand). Het sociaal woonblok aan de Jan Tooropstraat is echter ca. 125 m van het spoor gelegen en ligt daardoor buiten de geluidzone van het spoor. Tabel 2.2:
Zonebreedten spoorwegen voor de geluidproductieplafondklassen
Hoogte geluidproductieplafond
Breedte zone (in meters)
Kleiner dan 56 dB
100
Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB
200
Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB
300
Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB
600
Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB
900
Gelijk aan of groter dan 74 dB
1.200
Grenswaarden geluidbelasting ten gevolge van railverkeer De voorkeursgrenswaarde vanwege spoorweglawaai bedraagt voor woningen 55 dB, de maximaal te verlenen ontheffingswaarde 68 dB. 2.1.5
Industrielawaai
Het project is niet gelegen binnen de geluidzone rond een gezoneerd industrieterrein, zoals te zien is in figuur 2.1 op de volgende pagina. Industrielawaai hoeft dan ook niet te worden onderzocht.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 10
Figuur 2.1:
2.1.6
Geluidzone (geel) industrieterrein Westpoort (paars), rood: planlocatie
Cumulatie geluidbronnen
Indien een plan geluid ondervindt van meer dan één geluidbron, dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Er dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen (art. 110a en 110f van de Wgh). 2.2
Gemeentelijk geluidbeleid
In dit rapport wordt uitgegaan van het Amsterdams geluidbeleid vastgesteld per 5 maart 2019 door B&W van de gemeente Amsterdam. 2.2.1
Cumulatie geluidbronnen
Indien hogere waarden worden aangevraagd en het plan is gelegen binnen de zones van meerdere geluidbronnen, dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidbronnen. Er dient te worden aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen (art. 110a en 110f van de Wgh). Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 11
Conform het gemeentelijk geluidbeleid is er sprake van een onaanvaardbare geluidbelasting als de gecumuleerde geluidbelasting meer dan 3 dB hoger is dan hoogste van de maximaal toelaatbare ontheffingswaarden. Op plaatsen waar dit wordt geconstateerd moeten extra maatregelen worden getroffen teneinde te voldoen aan de op het wegverkeerslawaai afgestemde grenswaarde van LVL,cum = 66 dB (63+3). 2.2.2
Stille zijden
Conform het gemeentelijk geluidbeleid dienen woningen waarvoor hogere grenswaarden worden vastgesteld in principe te beschikken over een stille zijde. Hiervan kan alleen worden afgeweken op grond van zwaarwegende argumenten. De afwijking dient daarbij te worden beperkt. Een woning met een dove gevel dient altijd een stille zijde te hebben. Stille zijden hebben een per bronsoort (weg, spoor, industrie) gesommeerde geluidbelasting van maximaal de voorkeursgrenswaarde (48 dB voor wegverkeerslawaai, 55 dB voor spoorweglawaai en 50 dB(A) voor industrielawaai). Verblijfsruimten, vooral de slaapkamers, moeten grenzen aan de stille zijde, zodat deze op een natuurlijke wijze geventileerd (spuiventilatie) kunnen worden, zonder geluidhinder ervan te ondervinden. 2.2.3
Doelgroepwoningen
Bij huisvesting specifiek gericht op jongeren/studenten/starters gaat het vaak om kleine eenheden (al dan niet zelfstandig) die éénzijdig op een gevel georiënteerd zijn. Als deze op een geluidbelaste locatie worden gerealiseerd, is het vaak niet goed mogelijk om de (enige) buitengevel stil te maken. In deze situaties kunnen de kosten van het nemen van maatregelen voor het terugbrengen van de geluidbelasting onevenredig hoog zijn. In dat geval kan worden afgezien van het realiseren van een stille zijde. In het besluit tot het vaststellen van hogere waarden dient dit nader gemotiveerd te worden. Hierbij dient aan de orde te komen hoe de doorstroom van jongeren/studenten geborgd wordt: bijvoorbeeld door het sluiten van zogenaamde campuscontracten, jongerencontracten, tijdelijke huurovereenkomsten etc. Opgemerkt wordt dat deze uitzondering alleen geldt voor zover voor deze woningen een hogere waarde wordt vastgesteld. Indien de woningen worden gebouwd met een dove gevel dan dienen de woningen altijd te worden voorzien van een stille zijde. 2.2.4
Kinderdagverblijf
Mogelijk wordt in de noordelijke woontoren (torens aan spoorzijde) een kinderdagverblijf opgenomen op de 1e en 2e verdieping. Een exacte situering van dit mogelijke kinderdagverblijf is nader te bepalen. Conform de Wet geluidhinder is een kinderdagverblijf een geluidgevoelige functie en dient een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Het gemeentelijk geluidbeleid benoemd geen specifieke maatregelen voor een kinderdagverblijf zoals bijvoorbeeld een geluidluwe gevel of geluidluwe buitenruimte. Om een aanvaardbaar verblijfsklimaat te borgen zal in de situering van het kinderdagverblijf rekening gehouden worden met de optredende geluidbelastingen.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 12
3
Uitgangspunten en invoergegevens onderzoek
3.1
Tekeningen en planinformatie
Voor het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van het VO-ontwerp, zie bijgevoegde figuur I. De tekeningen zijn opgesteld door Arons en Gelauff Architecten d.d. 7 mei 2021 (woontorens) en 3 november 2021 (sociaal woonblok). Daarnaast zijn de overige parameters (hoogte, bodemgesteldheid et cetera) geïnventariseerd door middel van Google Earth en de hoogtekaarten van de website van het Actueel Hoogtebestand Nederland. In figuur 3.1 is de situatie en een 3D-impressie van het plan weergegeven.
Figuur 3.1:
Situatie (links) en 3D-impressie (rechts) nieuwbouwplan
Binnen het nieuwbouwplan worden het sociaal woonblok en de twee woontorens (mogelijk) gefaseerd gerealiseerd (in tijd). De eerste fase betreft het sociaal woonblok aan de Jan Tooropstraat, daarna volgen de twee woontorens met parkeerkelder. Daartoe zijn er twee scenario’s onderzocht: Het eerste scenario betreft de ontwikkeling van alleen het sociaal woongebouw. Er wordt in dit scenario geen rekening gehouden met de afschermende werking van de woontorens. Het tweede scenario betreft de ontwikkeling van zowel het sociaal woonblok als de twee woontorens. 3.2
Wegverkeersgegevens
Stedelijke wegen De verkeersgegevens van de wegen (inclusief OV-bussen) zijn ontleend aan de website van dienst V&OR van de gemeente Amsterdam https://maps.amsterdam.nl/verkeersprognoses/. De uurintensiteiten op deze website zijn afkomstig van het Verkeersmodel Amsterdam (VMA 3.5). Gebruikt zijn de verkeersintensiteiten voor het peiljaar 2035, die bekomen zijn middels interpolatie van de gegevens voor de jaren 2030 en 2040. In het VMA zijn eveneens de OV-lijnen (OV-bussen) opgenomen. De bussen zijn ingevoerd onder de middelzware voertuigcategorie.
Nieuwbouw wooncomplex Johan Greivestraat in Amsterdam; akoestisch onderzoek Wet geluidhinder
06282-55548-05 1 augustus 2022 Pagina 13
De verkeersgegevens uit het VMA zijn gehanteerd in dit onderzoek. Voor alle gemotoriseerde verkeer geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur. Voor alle wegdekken is het referentiewegdek (standaard dicht asfaltbeton) ingevoerd. In bijlage II zijn de gehanteerde verkeersgegevens opgenomen. Rijksweg A10 De verkeers- en weggegevens van de Rijksweg A10 zijn conform het geluidregister van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (versie 5 november 2021). De verkeersintensiteiten in het geluidregister voor dit rijkswegtracé gelden voor het peiljaar 2008, om die reden geldt een plafondcorrectiewaarde (toeslagcorrectie op de geluidbelastingen) van 1,5 dB. 3.3
Spoorgegevens
De spoorweggegevens van het spoortracé Amsterdam Lelylaan-Amsterdam Sloterdijk zijn conform het geluidregister spoor van ProRail (versie 5 november 2021). De verkeersintensiteiten in het geluidregister voor dit spoortracé zijn gebaseerd op toekomstprognoses, om die reden bedraagt de plafondcorrectiewaarde (toeslagcorrectie op de geluidbelastingen) 0,0 dB. 3.4