4 - Bijlage 4 - OIS CO2 uitstoot memo 2018 en berekeningen methode
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
CO2‐uitstoot in 2018
CO2‐uitstoot in 2018 Memo | maart 2021
De gemeente Amsterdam wil de CO2‐uitstoot op haar grondgebied met 55% terugdringen in 2030 en tot 95% in 2050, ten opzichte van het peiljaar 1990. Om de CO2‐uitstoot te monitoren, brengt OIS de CO2‐uitstoot van de stad in kaart. Dit is nu voor het jaar 2018 gedaan. De totale CO2‐uitstoot in 2018 was 4.960 kton, vrijwel gelijk aan de uitstoot in 2017. Elektriciteitsverbruik door huishoudens in woningen, zakelijke markt, de bouw en industrie zorgt voor de grootste uitstoot (39%), volgend door respectievelijk gas en warmte verbruik en overige broeikasgassen van maatschappelijke gebouwen, woningen en de zakelijke markt (25%). Uitstoot door haven en industrie is 18% van de totale uitstoot en mobiliteit 17%. In deze memo wordt dieper op de uitstoot van 2018 in gegaan. De methode voor het berekenen van de CO2‐uitstoot is uitgebreider beschreven in het achtergronddocument Methode berekeningen CO2‐uitstoot.
De gemeente Amsterdam wil de CO2‐uitstoot op haar grondgebied met 55% terugdringen in 2030 en tot 95% in 2050, ten opzichte van het peiljaar 1990. De aanpak hiervoor is beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 20501. Om de CO2‐uitstoot te monitoren, brengt OIS de CO2‐uitstoot van de stad in kaart. Dit is nu voor het jaar 2018 gedaan. Het beschikbaar komen van data over CO2‐emissies loopt ongeveer 1,5 jaar achter. Voor de berekeningen van de Amsterdamse emissies zijn we vooralsnog daarvan afhankelijk. Een update van de cijfers volgt bij de volgende klimaatrapportage in 2022. We streven ernaar om de actualiteit te verhogen. Om de CO2‐uitstoot te berekenen kijken we naar het verbruik van elektriciteit, gas en warmte in Amsterdam. De uitstoot van alle broeikasgassen wordt gemonitord, de uitstoot van overige broeikasgassen (bijvoorbeeld methaan en lachgas) wordt omgerekend naar CO2‐emissies. De databronnen2 die we gebruiken voor het bepalen van de CO2‐uitstoot zijn: ‐ De Landelijke Klimaatmonitor (RIVM), voor CO2‐emissies. ‐ De Emissieregistratie, voor uitstoot door brandstofverbruik en overige broeikasgassen. ‐ Data over warmteverbruik van Vattenfall. ‐ En data van de Emissieautoriteit over de uitstoot van de VU en het AMC door gasverbruik.
De methode voor het berekenen van de CO2‐uitstoot is uitgebreider beschreven in het achtergronddocument Methode berekeningen CO2‐uitstoot.
1
Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. https://www.amsterdam.nl/bestuur‐ organisatie/volg‐beleid/coalitieakkoord‐uitvoeringsagenda/gezonde‐duurzame‐ stad/klimaatneutraal/ 2 De gebruikte gegevens voor de berekeningen van 2018 uit de landelijke Klimaatmonitor, de Emissieregistratie en de Emissieautoriteit zijn gedownload op 7 december 2020.
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
CO2‐uitstoot in 2018
De CO2‐uitstoot bepalen we per transitiepad, de volgende transitiepaden zijn vastgesteld: Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Elektriciteit, en Haven en Industrie. In het transitiepad Elektriciteit is het verbruik van elektriciteit opgenomen. In de andere transitiepaden het verbruik van gas en warmte en uitstoot van overige broeikasgassen. De CO2‐uitstoot wordt berekend per uitstootcategorie en gemeentelijke portefeuille. De uitstootcategorieën zijn gedefinieerd vanuit de behoefte voor een indeling die rekening houdt met de bedrijfstakken (CBS SBI‐indeling) en de portefeuilles van de wethouders. Onder het transitiepad Elektriciteit valt bijvoorbeeld de uitstoot van huishoudens in woningen, maar ook van de zakelijke markt, de bouw en de industrie. Onder Gebouwde omgeving valt de uitstoot van maatschappelijke gebouwen, woningen en de zakelijke markt door gas en warmte en overige broeikasgassen. Onder Haven en industrie valt afvalverbranding door de AEB, bouw, industrie en binnenscheepvaart en visserij. Onder Mobiliteit valt de uitstoot van het verkeer, inclusief mobiele voertuigen, railverkeer, veren en recreatievaart. In het achtergronddocument Methode berekeningen CO2‐uitstoot wordt schematisch de relatie tussen de transitiepaden, portefeuilles en uitstoot categorieën weergegeven.
Daarnaast wordt er in het achtergronddocument weergegeven welke specifieke SBI codes binnen elke uitstoot categorie vallen en binnen welke portefeuilles.
Bevindingen CO2‐uitstoot 2018 De totale CO2‐uitstoot in 2018 was 4.964 kton, dat is vrijwel gelijk aan de uitstoot in 2017, toen was de uitstoot 5.005 kton3. In 2018 is 147 kton uitstoot van overige broeikasgassen (3%). Transitiepad Elektriciteit zorgt voor de grootste uitstoot (39%), volgend door respectievelijk Gebouwde omgeving, Haven en Industrie en Mobiliteit. De verhouding aan CO2‐uitstoot naar transitiepaden was gelijk in 2017. Figuur . CO ‐uitstoot naar transitiepad in percentages,
In Tabel 1 staat de uitstoot naar transitiepad per jaar. Ondanks een landeljike trend van een licht dalende CO2‐emissiefactor voor het opwekken elektriciteit4 is, door toegenomen elektriciteitsverbruik in de zakelijke markt, de totale uitstoot door elektriciteit vrijwel gelijk gebleven vergeleken met vorig jaar. Het aardgasverbruik van woningen is iets toegenomen, 3
De uitstoot in 2017 is berekend met data gedownload in oktober/november 2019 CBS (2021). Rendementen en CO2‐emissie van elektriciteitsproductie in Nederland, update 2019 https://www.cbs.nl/nl‐nl/achtergrond/2021/08/rendementen‐en‐co2‐emissie‐van‐ elektriciteitsproductie‐in‐nederland‐update‐2019
4
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
CO2‐uitstoot in 2018
maar daarentegen is het verbruik in maatschappelijke gebouwen en de zakelijke markt gedaald. Hierdoor is de uitstoot gelijk gebleven in 2018 ten opzichte van 2017 voor de Gebouwde omgeving. De uitstoot door de industrie is licht toegenomen, maar de uitstoot van het AEB is wat gedaald. Dit zorgt voor een lagere CO2‐uitstoot voor het transitiepad Haven en industrie. Voor Mobiliteit is de uitstoot vrijwel constant gebleven. Tabel 1. CO2‐uitstoot naar transitiepad in kton, 2017 en 2018 transitiepad Haven en industrie
CO2‐uitstoot 2017 CO2‐uitstoot 2018 verschil 915 891 ‐24
Mobiliteit
875
865
‐10
Elektriciteit Gebouwde omgeving
1.965
1.957
‐8
1.250
1.250
0
Totaal
5.005
4.964
‐41
In Figuur 2 staan de percentages CO2‐uitstoot van het totaal naar specifieke categorieën per transitiepad. De verschillen ten opzichte van vorig jaar zijn minder dan 1% voor alle uitstootcategorieën. De grootste uitstoot wordt veroorzaakt door elektriciteitsverbruik, gas‐ en warmteverbruik in de zakelijke markt (donkergroen), gevolgd door elektriciteitsverbruik, gas‐ en warmteverbruik door huishoudens in woningen (groen), afvalverbranding door het AEB (rood), en wegverkeer op de Amsterdamse wegen (blauw). De zakelijke markt neemt 28% van de CO2‐uitstoot voor haar rekening, volgend door de categorie woningen, die goed is voor 22% aan uitstoot. Bij de zakelijke markt is 22% uitstoot door elektriciteit, 5% door gasverbruik en 1% door warmteverbruik en overige broeikasgassen. Bij woningen is 8% het elektriciteitsgebruik van huishoudens, 13% het gebruik van aardgas en 1% warmteverbruik en overige broeikasgassen. Afvalverbranding en verkeer zijn ook substantiele bijdragers aan uitstoot in Amsterdam. Figuur 2. CO2‐uitstoot per transitiepad naar uitstootcategorie, in percentages van totaal, 2018*
*Veren, railverkeer en recreatievaart is slecht 0,1% van het totaal en daarom niet duidelijk te zien in de grafiek. Valt onder transitiepad mobiliteit
Figuur 3 toont het percentage CO2‐uitstoot van het totaal naar de portefeuilles binnen de gemeente, met daarbij in welke categorie(en) de uitstoot valt. De meeste uitstoot valt onder de portefeuille Economische Zaken, volgend door Bouwen en Wonen en Verkeer,Vervoer en Luchtkwaliteit. De uitstoot van de zakelijke markt (donkergroen) vindt voornamelijk binnen de portefeuille Economische Zaken plaats. Dit betreft een uitstootaandeel van 24%; waarvan 18% door elektriciteitverbruik, 4% door gasverbruik in de gebouwde omgeving, 1% door warmteverbruik in de gebouwde omgeving en 1% door overige broeikasgassen. De overige uitstoot van 4% van de zakelijke markt valt onder de portefeuille Verkeer,
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
CO2‐uitstoot in 2018
Vervoer en Luchtkwaliteit. Dit betreft de uitstoot door het elektriciteitsverbruik van het (openbaar) vervoer. Figuur 3. CO2‐uitstoot per portefeuille naar uitstoot categorie, in percentages van totaal, 2018*
*Veren, railverkeer en recreatievaart is slecht 0,1% van het totaal en daarom niet duidelijk te zien in de grafiek. Valt onder de portefeuilles Water (recreatievaart), en Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (veren en railverkeer).
Colofon Bestuur en Organisatie
Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS)
Amstel 1
Weesperstraat 113‐117
1011 PN Amsterdam
1018 VN Amsterdam
Telefoon: 020 5522048
Telefoon: 020 251 0333 data.amsterdam.nl
Opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid
Auteurs: Simone Wesseling, Mersiha Tepic s.wesseling@amsterdam.nl m.tepic@amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Methode berekeningen CO2-uitstoot
Methode berekeningen CO2-uitstoot Achtergronddocument | maart 2021
De gemeente Amsterdam wil de CO2-uitstoot op haar grondgebied met 55% terugdringen in 2030 en tot 95% in 2050, ten opzichte van het peiljaar 1990. De aanpak hiervoor is beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Om de CO2 uitstoot te monitoren, brengt OIS de CO2 uitstoot van de stad in kaart. Voor de berekening van CO2-uitstoot in Amsterdam zijn de landelijke Klimaatwet keuzes gevolgd, die gebaseerd zijn op de ‘IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories’ uit 2006 en de ‘EU-monitoringsmechanisme-verordening’ uit 2013. Dat betekent dat de uitstoot van alle broeikasgassen, zoals CO2, methaan en lachgas wordt gemonitord. In navolging van de Greenhouse Gas (GHG) protocol gaat het bij het programma Amsterdam Klimaatneutraal en deze berekening over scope 1 en 2 emissies. Scope 1 emissie betreft de directe uitstoot door de gebouwde omgeving en vervoer (aardgas en benzine) en productie gerelateerde activiteiten binnen de gemeentegrenzen. Scope 2 betreft de indirecte uitstoot die gerelateerd is aan het elektriciteits- en stadswarmteverbruik in de stad. Om de CO2-uitstoot te berekenen kijken we naar het verbruik van elektriciteit, gas en warmte in Amsterdam. Met een CO2-kental wordt het verbruik omgerekend naar CO2-emissies. De databronnen die we gebruiken het bepalen van de CO2-uitstoot zijn: - De Landelijke Klimaatmonitor (RIVM), voor CO2-emissies.
- De Emissieregistratie, voor uitstoot door brandstofverbruik en overige broeikasgassen. - Data over warmteverbruik van Vattenfall. - En data van de Emissieautoriteit over de uitstoot van de VU en het AMC door gasverbruik. Overige broeikasgassen worden met de Global Warming Potentials volgens IPCC AR5 omgerekend naar CO2-equivalenten. IPCC AR4 werd gebruikt voor berekeningen van de CO2uitstoot vóór 2018. Alle categorieën die volgens de Klimaatwet niet in de scope zitten zijn niet meegenomen in analyse (zowel bij CO2 en overige broeikasgassen). In Tabel 1 staat een overzicht met welke uitstoot niet is meegenomen in de berekeningen. De uitstoot die wel is meegenomen komt terug in Tabel 2 en 3. Tabel 1. Categorieën die niet meetellen bij de CO2-berekeningen Categorie Internationale scheepvaart: - binnenscheepvaart - zeescheepvaart (incl. cruises) Internationale luchtvaart Hemwegcentrale (opwek elektriciteit door kolen- en gasverbranding)
CO2-uitstoot in Amsterdam in 2017
Databronnen
50 kton 100 kton
Emissieregistratie
onbekend
-
3.360 kton
Emissieregistratie
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Methode berekeningen CO2-uitstoot
Verbranding van biomassa onbekend Verbranding van het organische deel van 970 kton de afvalverbranding Oxidatie van veenbodems
Emissieregistratie/RIVM Emissieregistratie en inschatting gemeente Amsterdam op basis van landbouwareaal
20 kton
De CO2-uitstoot veroorzaakt door het opwekken van elektriciteit en warmte tellen we eveneens niet mee, omdat deze opgewekte energie voor een deel ook buiten Amsterdam wordt verbruikt. Door de grote verbondenheid van de gemeente Amsterdam bij het Afval en Energie Bedrijf (AEB) is ervoor gekozen om de uitstoot van het AEB door de verbranding van het nietbiogene deel van het afval wel volledig mee te tellen bij de uitstoot van de gemeente Amsterdam, ook al wordt een deel van de elektriciteit die bij het AEB wordt opgewekt buiten Amsterdam verbruikt. Aangezien de uitstoot door afvalverbranding in de landelijke elektriciteitsemissiefactor van het CBS niet wordt meegenomen, is er geen sprake van dubbeltellingen. De CO2-uitstoot wordt berekend per transitiepad. Naar het landelijke voorbeeld gaat het om de volgende transitiepaden: Gebouwde omgeving, Mobiliteit, Elektriciteit, en Haven & Industrie. Voor Elektriciteit kijken we naar al het elektriciteitsverbruik via het laag-, midden-, en hoogspanningsnet. Het elektriciteitsverbruik dat achter de meter wordt opgewekt (zoals door zonnepanelen) is niet meegenomen in het elektriciteitsverbruik. Dit heeft geen consequenties voor de totale CO2-uitstoot, omdat elektriciteitsverbruik uit zonnepanelen geen CO2-emissies veroorzaakt. Voor Gebouwde Omgeving en Haven & Industrie kijken we naar warmteverbruik en aardgasverbruik.
Dit gaat om aardgas dat verstookt is in individuele ketels, aardgas verstookt in collectie warmte-installaties, warmte uit de AEB en warmte uit de Diemencentrale. Voor Mobiliteit kijken we naar modelmatige data over uitstoot door brandstofverbruik. Voor alle paden, behalve elektriciteit, kijken we ook naar uitstoot door overige broeikasgassen. Tabel 2 geeft een overzicht van welke data voor welk transitiepad is gebruikt. Data over warmteverbruik ontvangen we van Vattenfall en is niet openbaar, de andere data zijn wel openbare data. Tabel 2. Overzicht met databronnen per transitiepad Transitiepad Elektriciteit
Broeikasgas CO2
Data Data over indirecte uitstoot door elektriciteitsverbruik
Databronnen Landelijke Klimaatmonitor
Gebouwde omgeving
CO2
-Data over directe uitstoot door aardgasverbruik -Data over warmteverbruik (AEB en Diemencentrale)
-Landelijke Klimaatmonitor
-Warmte-emissiefactoren -Data over directe uitstoot door aardgasverbruik van de VU en het AMC Overige broeikasgassen Modelmatige data over alle uitstoot van overige broeikasgassen
-Vattenfall (niet openbare data) -Vattenfall -Emissieautoriteit
Emissieregistratie
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Haven en industrie
CO2
Methode berekeningen CO2-uitstoot
-Uitstoot door afvalverbranding -Aandeel biogeen/niet-biogeen bij afvalverbranding -Data over directe uitstoot door aardgasverbruik industrie -Data over warmteverbruik industrie -Warmte-emissiefactoren -Modelmatige data over directe uitstoot door brandstofverbruik scheepvaart
Mobiliteit
-Emissieregistratie -RIVM2 -Landelijke Klimaatmonitor -Vattenfall (niet openbare data) -Vattenfall -Emissieregistratie
Overige broeikasgassen Modelmatige data over alle uitstoot van overige broeikasgassen
Emissieregistratie
CO2
Emissieregistratie
Modelmatige data over directe uitstoot door brandstofverbruik
Overige broeikasgassen Modelmatige data over alle uitstoot van overige broeikasgassen
Emissieregistratie
We rekenen de CO2-uitstoot ook door naar gemeentelijke portefeuilles waar de uitstoot binnen plaatsvindt, zoveel mogelijk ingedeeld naar branche/sector volgens de SBI-indeling van het CBS. Dit betekent dat de uitstoot van een gehele branche/sector in principe is toegewezen aan een portefeuille (op enkele uitzonderingen na die zijn toegelicht in de Tabel 3). Deze methode zorgt voor een toewijzing die, op basis van de beschikbare gegevens, zoveel als mogelijk overeenkomt met de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de portefeuilles per wethouder. Tabel 3 geeft een overzicht van hoe de transitiepaden, de portefeuilles en de uitstoot categorieën zich tot elkaar verhouden. Tabel 3. Overzicht van transitiepaden, portefeuilles en uitstoot categorieën Transitiepad Uitstootcategorie Elektriciteit Bouw (elektriciteitsverbruik)Industrie Maatschappelijke gebouwen Maatschappelijke gebouwen Maatschappelijke gebouwen Maatschappelijke gebouwen
Categorie / SBI Bouwnijverheid, SBI F
Portefeuille Grondzaken
Industrie, SBI B,D,E
Economische zaken
Kunst, amusement en recreatie, SBI R Gezondheids- en welzijnszorg, SBI Q Onderwijs, SBI P
Kunst en cultuur / Sport en recreatie1 Zorg Onderwijs
Maatschappelijke gebouwen
Openbaar bestuur en defensie, Gemeentelijk vastgoed SBI O Overige dienstverlening, SBI S Duurzaamheid 2
Woningen
Woningen
Bouwen en wonen
Zakelijke markt
Commerciële dienstverlening, SBI M, N, A, L, J, K, I, G Vervoer en opslag, SBI H
Economische zaken
Zakelijke markt
Gebouwde omgeving Maatschappelijke gebouwen (gasverbruik, warmteverbruik en Maatschappelijke gebouwen overige broeikasgassen) Maatschappelijke gebouwen Maatschappelijke gebouwen Maatschappelijke gebouwen
Kunst, amusement en recreatie, SBI R Gezondheids- en welzijnszorg, SBI Q Onderwijs, SBI P
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Kunst en cultuur / Sport en recreatie1 Zorg Onderwijs
Openbaar bestuur en defensie, Gemeentelijk vastgoed SBI O Overige dienstverlening, SBI S Duurzaamheid2
Gemeente Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Woningen
Woningen
Bouwen en wonen
Zakelijke markt
Commerciële dienstverlening, SBI M, N, A, L, J, K, I, G Vervoer en opslag, SBI H
Economische zaken
Zakelijke markt
Haven en industrie (gasverbruik, warmteverbruik en overige broeikasgassen)
Methode berekeningen CO2-uitstoot
Afvalverbranding
Bouw
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit
Uitstoot door afvalverbranding Duurzaamheid (exclusief uitstoot gerelateerd aan warmteverbruik) Bouwnijverheid, SBI F Grondzaken
Industrie
Industrie, SBI B,D,E
Binnenscheepvaart en visserij
Brandstofverbruik binnenvaart Lucht- en Zeehaven en visserij
Mobiliteit Amsterdamse wegen (brandstofverbruik en overige broeikasgassen)
Mobiele werktuigen Snelwegen
Veren, railverkeer en recreatievaart Veren, railverkeer en recreatievaart Veren, railverkeer en recreatievaart
Economische zaken
Uitlaatgassen autobussen, Verkeer, Vervoer en touringcars, lichte Luchtkwaliteit bedrijfsvoertuigen, zware bedrijfsvoertuigen, motorfietsen, brommobielen, bromfietsen en personenauto’s (zowel bebouwde kom en buitenweg als LPG, aardgas, diesel en benzine) Mobiele werktuigen Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Uitlaatgassenautobussen, Verkeer, Vervoer en touringcars, lichte Luchtkwaliteit bedrijfsvoertuigen, zware bedrijfsvoertuigen, motorfietsen en personenauto’s (snelwegen en LPG, aardgas, diesel en benzine) Railverkeer; Spoorwegen diesel Verkeer, Vervoer en personenvervoer, spoorwegen Luchtkwaliteit vrachtvervoer (diesel) Veren; Binnenvaart passagiers- Verkeer, Vervoer en en veerboten Luchtkwaliteit Recreatievaart Water
1 Van de sector ‘Kunst, amusement en recreatie’ wordt 1/3 van de uitstoot toegewezen aan Kunst en Cultuur, en 2/3 aan Sport en Recreatie. 2Deze ‘restcategorie’ is toegewezen aan de portefeuille Duurzaamheid.
Colofon Bestuur en Organisatie Amstel 1 1011 PN Amsterdam Telefoon: 020 5522048 Opdrachtgever Directie Ruimte en Duurzaamheid
Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam Telefoon: 020 251 0333 data.amsterdam.nl Auteurs: Simone Wesseling, Mersiha Tepic s.wesseling@amsterdam.nl m.tepic@amsterdam.nl