4. Bijlage 3 bij brief: Participatieplan Warmteprogramma fase 3.docx
Tekst van het document
Vastgesteld door: [naam bestuurder, naam portefeuille], op datum: xx.xx.xxx Opdrachtgever: Directie:
Participatieplan Warmteprogramma Fase 3: Voorbereiding op de uitvoering en milieu-effectenrapportage Inleiding Amsterdam moet in 2050 aardgasvrij zijn. Het warmteprogramma is een stappenplan om buurten aardgasvrij te maken. Het programma beschrijft: welke warmte-oplossing het best past in een buurt (wat), in welke volgorde buurten overstappen op duurzame warmte (wanneer) en hoe de uitvoering en samenwerking tussen gemeente, partners en bewoners geregeld wordt (hoe). Een participatieplan is een plan waarin staat hoe en wanneer bewoners en organisaties mee kunnen doen en mee kunnen praten. In dit participatieplan staat hoe bewoners en stakeholders (dat is een ander woord voor belanghebbenden) betrokken worden bij de voorbereiding op de uitvoering van het warmteprogramma. Wat is er tot nu toe al gebeurd? In 2024 is gestart met het maken van het warmteprogramma. Dit proces is verdeeld in drie fases, waarvan er twee al zijn uitgevoerd:
Fase 1: , Samen met bewoners en stakeholders zijn de uitgangspunten vastgesteld voor de warmtetransitie. De warmtetransitie is de overgang van aardgas naar duurzame alternatieven voor verwarming en koken.
Fase 2: Samen met deskundigen uit de groep met stakeholders zijn scenario's gemaakt voor duurzame warmte per buurt. Daarnaast is begonnen met het maken van een milieueffectrapportage (plan-MER). Dit is een rapport waarin wordt onderzocht wat de gevolgen van de keuzes zijn, voor mens, natuur en leefomgeving. Bewoners en stakeholders konden reageren op de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), waarin staat wat er in de plan-MER onderzocht gaat worden.
Wat gaan we doen? Dit participatieplan gaat over fase 3. Dat is de laatste fase en die gaat over de voorbereiding op de uitvoering. In deze fase worden plannen en instrumenten (hulpmiddelen) uitgewerkt om de uitvoering mogelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld Draaiboeken (wat moet er gebeuren in verschillende buurttypes?), Betaalbaarheidskaders (hoe maken we de overstap betaalbaar voor Amsterdammers?) of de Participatievisie (hoe betrekken we Amsterdammers bij de vervolgstappen?).Het doel van fase 3 is om samen met bewoners en stakeholders de uitvoering van de warmtetransitie voor te bereiden. Dit moet technisch haalbaar, sociaal acceptabel en financieel betaalbaar zijn. Het warmteprogramma en de plan-MER worden in 2026 vastgesteld. Met de voorbereiding op de uitvoering van het warmteprogramma bedoelen
we: hoe gaan Amsterdamse buurten duurzaam van het aardgas? De voorbereiding op de uitvoering van het warmteprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: De randvoorwaarden van aanwijsbevoegdheid van de gemeente Amsterdam onder de WGIW De participatievisie en uitgangspunten De draaiboeken voor de warmtetransitie, betaalbaarheid, doenvermogen De bronnenstrategie, Het beleid voor bodemenergie, De ruimtelijke plannen voor warmtesystemen De kavelstrategie. Bij fase 3 hoort ook participatie rond de plan-MER (milieueffectrapportage) en het maken van een publieksversie van het warmteprogramma. Bewoners, warmtegemeenschappen (dat zijn initiatiefnemers die hun buurt aardgasvrij willen maken) en stakeholders worden intensief betrokken. Dit gebeurt onder andere via een bewonersadviesgroep en de bestaande expertgroep.
Wie kunnen er meedoen? Bewoners In deze fase van het warmteprogramma wordt een bewonersadviesgroep opgericht. Deze groep bestaat uit een groep bewoners uit alle stadsdelen en Weesp. Het doel is dat de groep een goede afspiegeling van de stad is. Zowel individuele bewoners als bewoners vanuit organisaties, platforms of belangengroepen kunnen meedoen. Deze kunnen iemand aanwijzen die deelneemt aan de bewonersadviesgroep namens de achterban. Deze persoon haalt meningen op en deelt de informatie van de bijeenkomsten. Als de groep toch niet divers genoeg is, organiseert de gemeente straatgesprekken in alle stadsdelen en Weesp. De bewonersadviesgroep deelt hun kennis met de gemeente om plannen beter te laten aansluiten bij de praktijk. De wethouder komt minstens één keer naar een bijeenkomst. Om zoveel mogelijk bewoners te kunnen laten meedoen is er een reservelijst met mensen en kunnen deelnemers een vergoeding krijgen. Waarom een bewonersadviesgroep? Bewoners kennen hun buurt en woning het beste. Zij weten wat er speelt, wat mensen nodig hebben en waar zorgen over zijn. Met deze kennis kunnen we plannen maken die beter passen bij de praktijk en de situatie in de buurt. De bewonersadviesgroep biedt een manier om bewoners actief te betrekken bij het warmteprogramma, zowel bij het maken als het uitvoeren.
Zij kunnen advies geven over belangrijke keuzes en meedenken over de uitvoering. Dit zorgt ervoor dat hun stem continu wordt meegenomen in het proces. De warmtetransitie is een grote verandering die jaren duurt. Met een bewonersadviesgroep werken we samen voor een langere tijd. Zo ontstaat een vast contact tussen de gemeente en de stad. Dit zorgt voor meer vertrouwen en helpt om samen te werken aan een succesvolle overgang naar duurzame warmte. Een overgang waar zoveel mogelijk mensen achterstaan. De komende maanden worden verschillende beleidskaders (plannen) en instrumenten (hulpmiddelen) ontwikkeld voor de uitvoering van het warmteprogramma. Om bewoners hierbij te betrekken, is het nodig om in korte tijd meerdere
2
participatiemomenten te organiseren. Een bewonersadviesgroep helpt om op een duidelijke en efficiënte manier goede adviezen te verzamelen. Bewoners die niet in de adviesgroep zitten, worden steeds geïnformeerd over de voortgang en resultaten van het warmteprogramma. Vóórdat het warmteprogramma wordt vastgesteld krijgen alle Amsterdammers daarnaast de mogelijkheid om hun mening te geven door een zienswijze in te dienen. Stakeholders Naast bewoners doen ook andere groepen mee. In fase 2 is een expertgroep opgericht. Hierin zitten mensen van woningcorporaties, netbeheerders, energiebedrijven en belangenorganisaties. In fase 3 komt deze groep weer samen om advies te geven over technische, juridische en maatschappelijke onderwerpen. De groep heeft veel kennis van verschillende onderwerpen. Een onafhankelijke voorzitter leidt de bijeenkomsten. De gemeente beslist hoe het advies wordt gebruikt in het warmteprogramma. De gemeente zorgt dat zowel bewoners als stakeholders op tijd informatie krijgen en advies kunnen geven. Als het nodig is organiseert de gemeente aparte bijeenkomsten voor specifieke groepen zoals natuur- en milieuorganisaties, VvE-vertegenwoordigers en -adviseurs, MKB-ers of warmtegemeenschappen.
Waarom doen we dit samen en wat is uw invloed? De gemeente heeft de regie, maar de warmtetransitie is een gezamenlijke taak van de gemeente, partners en bewoners. Het warmteprogramma laat zien hoe de stad aardgasvrij kan worden en biedt ruimte voor participatie. Het is belangrijk dat de plannen betaalbaar en uitvoerbaar zijn en dat bewoners kunnen meedoen. Door samen te werken wil de gemeente zorgen dat het warmteprogramma aansluit bij wat de stad nodig heeft. We betrekken Amsterdammers met de volgende doelen:
Beter beleid: We vragen Amsterdammers om mee te denken over het warmteprogramma. Zo wordt het programma beter, sluit het aan bij de wensen van bewoners en krijgt het meer steun.
Duidelijkheid en begrip: We informeren Amsterdammers over de keuzes in het warmteprogramma, de gevolgen daarvan en waarom bepaalde beslissingen genomen zijn.
De invloed van bewoners verschilt per onderdeel. Soms gaat het vooral om informatie en uitleg. Bij andere onderdelen (zoals de participatievisie of draaiboeken) werken we intensief samen met de bewoners en stakeholders. Onder het kopje “Wat gaan we doen” staat per onderdeel op welke manier bewoners en stakeholders kunnen meedoen.
Wat staat al vast?
De kaders voor alternatieven voor warmte zijn al bepaald. De keuze is beperkt tot duurzame, aardgasvrije en CO2-neutrale oplossingen. Dat is vastgelegd in de Europese en Nederlandse Klimaatwet en in de Amsterdamse Routekaart Klimaatneutraal 2050.
3
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW) verplicht Amsterdam om een warmteprogramma te maken. Het warmteprogramma beschrijft de beschikbare duurzame alternatieven en de verschillende fases van de overstap. Participatie is hierbij verplicht: de gemeente bepaalt hoe, maar moet zich houden aan de gemeentelijke participatieverordening (de participatieregels van Amsterdam). Er is voor gekozen om een plan-MER (milieueffectrapportage) te maken. Hierin wordt onderzocht wat de gevolgen zijn van het warmteprogramma op het milieu. In fase 2 is de NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau) gemaakt. Hierin staat welke onderwerpen in de plan-MER worden onderzocht, zodat de effecten duidelijk en zorgvuldig worden beoordeeld. In fase 1 zijn samen met bewoners en andere betrokkenen uitgangspunten voor het warmteprogramma gemaakt. Hoe deze uitgangspunten zijn toegepast kunt u hier teruglezen: Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026 - 2031 openresearch.amsterdam Ook de participatie over onderwerpen in fase 2 is afgerond. Over onderwerpen in alle drie de fases kunnen bewoners en betrokkenen nog wel een zienswijze indienen voordat het warmteprogramma wordt vastgesteld.
Hoe en wanneer kunt u meedoen? In fase 3 van het warmteprogramma werkt de gemeente aan verschillende bouwstenen. Hieronder staat per bouwsteen aangegeven hoe bewoners en stakeholders kunnen participeren of dat zij geïnformeerd worden. Participeren kan op verschillende manieren, namelijk: reageren, adviseren of co-creëren. 1. Publieksversie Warmteprogramma Een publieksversie van het warmteprogramma is belangrijk om de plannen begrijpelijk en toegankelijk te maken voor alle Amsterdammers. Het warmteprogramma bevat ingewikkelde informatie over de warmtetransitie, zoals technische keuzes en beleidskeuzes. Een publieksversie legt dit uit in eenvoudige taal, zodat bewoners en andere betrokkenen goed begrijpen wat de plannen betekenen voor hun buurt en woning. De bewonersadviesgroep kan reageren op het concept-warmteprogramma. Ook de expertgroep kan reageren. 2. Participatievisie De participatievisie beschrijft hoe en wanneer Amsterdammers op buurtniveau moeten worden betrokken. Het bevat duidelijke regels, geleerde lessen en hulpmiddelen (toolbox) voor de praktijk. De gemeente stelt de participatievisie vast, gebaseerd op bestaand beleid, zoals de Amsterdamse Participatieverordening, en eerdere ervaringen in de warmtetransitie. De bewonersadviesgroep en de expertgroep kunnen co-creëren. Hoewel de participatievisie de basis wordt, blijft participatie altijd maatwerk per buurt.
De aanpak kan worden aangepast aan de specifieke behoeften of situaties in een buurt. 3. Draaiboeken warmtetransitie De gemeente Amsterdam maakt draaiboeken voor een aantal verschillende soorten buurten, zoals buurten met veel rijtjeshuizen, sociale huur of appartementengebouwen. In deze draaiboeken staan duidelijke stappen, verantwoordelijkheden en verwachte tijdsplanningen. Ze bevatten standaarden voor communicatie, technische aanpak en ondersteuning voor bewoners. Draaiboeken worden samen (in co-creatie) met stakeholders gemaakt en door de 4
bewonersadviesgroep gecontroleerd om te kijken of ze uitvoerbaar zijn. Zowel de bewonersadviesgroep als de expertgroep kunnen adviseren. 4. Aanwijsbevoegdheid gemeente Amsterdam onder de WGIW De aanwijsbevoegdheid onder de toekomstige Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW) geeft de gemeente de mogelijkheid om buurten aan te wijzen waar het aardgasnet wordt afgesloten. Hiervoor is een uitvoeringsplan nodig. Dit plan moet rekening houden met een alternatieve warmtebron, haalbaarheid, betaalbaarheid en bijbehorende ondersteuning en dienstverlening. De bewonersadviesgroep en de expertgroep geven advies over de randvoorwaarden voor het toepassen van de aanwijsbevoegdheid in een buurt. Zij kunnen adviseren. Uiteindelijk maakt het bestuur de definitieve keuze. 5. Betaalbaarheid Dit product gaat over het betaalbaar houden van de warmtetransitie voor eindgebruikers. Het beleid is gebaseerd op landelijke onderzoeken en lokale analyses. Waar mogelijk worden bestaande opbrengsten en subsidies benut. Bewoners krijgen informatie over ondersteuning en mogelijkheden. Omdat bewoners al konden meedenken in eerder onderzoek en in fase 1 van het Warmteprogramma worden bewoners en stakeholders in deze fase geïnformeerd. De informatie wordt gecombineerd met informatie over het onderdeel WIGW hierboven (5). 6.
Doenvermogen Doenvermogen is het vermogen van mensen om in actie te komen en vol te houden, zelfs als het moeilijk wordt. Het gaat niet om intelligentie of digitale vaardigheden, maar om vaardigheden zoals in actie komen, omgaan met tegenslagen en volhouden. In de nota Doenvermogen beschrijft de gemeente hoe dit begrip wordt toegepast in de warmtetransitie. Ook staat erin welke hulpmiddelen en ondersteuning de gemeente biedt om ervoor te zorgen dat Amsterdammers kunnen meedoen tijdens de uitvoering van het Warmteprogramma. Het participatieniveau daarbij is adviseren. 7. Bronnenstrategie De bronnenstrategie beschrijft welke warmtebronnen in Amsterdam beschikbaar zijn, zowel nu als in de toekomst, en hoe deze kunnen worden uitgebreid. Het document laat zien welke keuzes de gemeente maakt, welke risico’s er zijn en welke alternatieven beschikbaar zijn om een duurzame warmtevoorziening te garanderen. Het doel is om een sterk en toekomstbestendig systeem van warmtebronnen te ontwikkelen dat past bij de behoeften van de stad. Bepaalde stakeholders worden gevraagd om te adviseren, andere stakeholders en bewoners worden geïnformeerd. 8. Beleid bodemenergie Dit product gaat over het maken van beleidsregels en besluiten over bodemenergie, zoals gebieden waar verschillende bronnen bij elkaar komen.
Het doel is om bodemenergie zo goed mogelijk te benutten als duurzame warmtebron en te bepalen waar extra beleidsregels nodig zijn. Dit product is een onderdeel van de bredere bronnenstrategie hierboven (8). Stakeholders worden geïnformeerd, bepaalde stakeholders kunnen mogelijk reageren. Hierbij wordt het al vastgestelde Participatieplan Bodemenergie in gebiedsontwikkeling 2025 gevolgd. 9. Ruimtelijke planvorming warmtesystemen Ruimtelijke planvorming bepaalt waar infrastructuur kan komen en hoe ruimtelijke plannen en vergunningen worden afgestemd. Dit product geeft duidelijkheid over ruimtelijke procedures, 5
hoe deze passen bij andere plannen en wanneer bewoners kunnen meedenken bij ruimtelijke keuzes. Bewoners en stakeholders worden geïnformeerd. 10. Kavelstrategie De kavelstrategie verdeelt de stad in kavels (gebieden) waar bepaalde oplossingen toepasbaar zijn. Per kavel wordt gekeken naar gebouwtypen, beschikbaarheid van bronnen en de manier van organiseren. Warmtegemeenschappen, corporaties en de bewonersadviesgroep denken mee over uitgangspunten. Met warmtegemeenschappen wordt het gesprek aangegaan, zij kunnen adviseren. Daarnaast worden ook de expertgroep, warmteleveranciers en regiogemeenten gevraagd om advies. De bewonersadviesgroep kan reageren op de uitgangspunten van de kavelstrategie. 11. Plan-MER De gemeente Amsterdam maakt een plan-MER (milieueffectrapportage) voor het warmteprogramma om de milieueffecten van de warmtetransitie goed te onderzoeken. Dit rapport laat zien wat de gevolgen zijn van de keuzes voor mens, natuur en leefomgeving, zoals de invloed op luchtkwaliteit, geluid en biodiversiteit. Het plan-MER helpt de gemeente om de juiste beslissingen te nemen en zorgt voor duidelijkheid voor bewoners en stakeholders. De gemeente wil ook in gesprek met een aantal stakeholders voor wie de invloed van de planMER groot is, zoals lokale natuur- en milieuorganisaties. Het plan is om via de expertgroep een sessie te organiseren over de plan-MER.
Daarnaast wordt er een aantal 1 op 1 gesprekken ingepland met een aantal milieuorganisaties. De expertgroep en de milieuorganisaties kunnen adviseren. Alle bewoners en stakeholders kunnen door middel van een zienswijze reageren. 12. Warmteprogramma (definitief) Wanneer de plan-MER en het warmteprogramma klaar zijn, wordt inspraak georganiseerd. Bewoners en andere betrokkenen kunnen dan zes weken lang een zienswijze indienen. De documenten zijn online te bekijken, bijvoorbeeld via denkmee.amsterdam/warmteprogramma. Er wordt ook gekeken of ze in de stadsdelen fysiek te zien kunnen zijn. Het participatieniveau is hierbij reageren. Een zienswijze is een reactie op het voorgenomen besluit. Hierin kunnen mensen suggesties of bezwaren aangeven. De gemeente bekijkt alle zienswijzen en geeft aan wat ermee gebeurt. Soms leiden ze tot aanpassingen in de plan-MER of het warmteprogramma. Bij de vaststelling wordt uitgelegd welke zienswijzen zijn overgenomen en welke niet, met een toelichting op de gemaakte keuzes. Vóór de publicatie van het definitieve warmteprogramma worden een aantal belangengroepen, bewonersorganisaties en bewonersplatforms via bijeenkomsten geïnformeerd over het concept warmteprogramma. Zij kunnen reageren.
Planning Op dit moment wordt nog gewerkt aan de planning voor de derde fase van het warmteprogramma. Deze planning bevat zowel de producten van de uitvoeringsstrategie als de plan-MER en de publieksversie van het warmteprogramma. Zodra de planning af is, worden mogelijke wijzigingen in dit participatieplan doorgevoerd. Wat we wel al weten: Na vaststelling van het participatieplan wordt de bewonersadviesgroep opgericht. Vanaf november 2025 komt deze groep, net als de expertgroep, bijeen tot aan de 6
vaststelling van het warmteprogramma eind 2026. Er wordt op gelet dat participatie op tijd en zo vroeg mogelijk in het proces plaatsvindt.
Communicatie Communicatie is een middel om continu in gesprek te blijven. Het doel is om duidelijke, begrijpelijke en tijdige informatie te geven en bewoners de kans te bieden om mee te praten, Er zal gebruik gemaakt worden van de volgende kanalen: denkmee.amsterdam, OpenResearch, OpenAmsterdam, nieuwsbrieven, lokale bijeenkomsten, sociale media en pers. Concrete acties zijn onder andere de publicatie van conceptdocumenten, oproepen voor de bewonersadviesgroep, lokale informatieavonden, gerichte nieuwsbrieven en samenwerking met lokale netwerken en bewonersinitiatieven. Voor ingewikkelde onderwerpen wordt altijd een publieksversie of animatie gemaakt om de informatie duidelijk uit te leggen.
Wat gebeurt er met uw inbreng? Alle reacties worden vastgelegd in een participatieverslag. In dit verslag staat duidelijk wat is overgenomen en waarom bepaalde opmerkingen niet zijn gebruikt. Bij de formele zienswijzeprocedure krijgt iedereen die een reactie heeft gegeven een antwoord op zijn of haar punten in een Nota van Beantwoording. Belangrijke documenten verschijnen openbaar op OpenResearch en OpenAmsterdam, zodat processen en keuzes transparant zijn: Volg het beleid: van het aardgas af - Gemeente Amsterdam en Warmteprogramma Gemeente Amsterdam - openresearch.amsterdam. We delen op verschillende momenten de resultaten van het participatieproces., onder andere in nieuwsbrieven en via een mailinglist.
Vooruitblik
Eind 2025: Voortgangsnotitie Warmteprogramma wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. 2026: Ter inzagelegging, besluitvorming en vaststelling Warmteprogramma en planMER. Na 2026: De buurten die in het Warmteprogramma zijn gekozen voor uitvoering, worden hierover geïnformeerd. Ook zal er een passend buurtparticipatieplan opgesteld worden. Het participatieproces kan om verschillende redenen afwijken van dit oorspronkelijke participatieplan, zoals nieuwe inzichten, beleidsontwikkelingen of externe factoren zoals veranderingen in wet- en regelgeving. Eventuele wijzigingen lichten we toe. Voor de meest actuele informatie, bezoek denkmee.amsterdam.nl/warmteprogramma/
7
Vastgesteld door: [naam bestuurder, naam portefeuille], op datum: xx.xx.xxx Opdrachtgever: Directie:
Bijlage 1 - Stakeholderlijst Stakeholders Branche-organisatie / belangenvereniging
Koninklijke Horeca Nederland (afdeling Amsterdam)
MKB-Amsterdam Ondernemersnetwerk Amsterdam (ORAM)
Vastgoed Belang
Vastgoedmanagement Nederland (VGM-NL)
Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC)
Amsterdamse Producerende Energie Coöperaties (APEC)
Energie Samen
Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN)
Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)
Stichting VvENet
Vereniging van Nederlandse Projectontwikkeling Maatschappijen (NEPROM)
Energie-Nederland
Toezichthouder
Autoriteit Consument en Markt (ACM)
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG)
Provincie Noord-Holland (PNH)
Waternet
Warmteleverancier
Afval en Energiebedrijf Amsterdam (AEB)
Eneco
Eteck
Westpoort Warmte (WPW) / Vattenfall
Woningcorporatie
Lieven de Key
De Alliantie
Eigen Haard
Ymere
Rochdale
Stadsgenoot
Maatschappelijke organisatie
Stichting Amsterdam Fossielvrij
Extinction Rebellion
Stichting Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH)
Stichting !Woon
Regionaal Energieloket
Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)
Urgenda
Vereniging Eigen Huis (VEH)
Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB)
Oranje Energie
Bewonersinitiatief
MeerEnergie
KetelhuisWG
Werkgroep Energietransitie Nieuw Sloten
Weesp Duurzaam
Westerlicht
Duurzaam Sloten
Confucius van het gas
PHW Energie Collectief
Energiecoöperatie Oostelijk Havengebied
De Warme Reus (Energiecoöperatie Westelijke Eilanden)
De Groene Hub
Hart voor de K-Buurt
Oostoever Duurzaam
Duurzaam Slotervaart
Borgerwarmte
Red Amsterdam Noord (RAN)
Kennisinstelling
Deltares
Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO)
TNO Vector
Topconsortium voor Kennis en Innovatie Deltatechnologie (TKI)
AMS Institute
Overheid
9
Gemeente Amstelveen
Gemeente Landsmeer
Gemeente Zaanstad
Gemeente Ouder-Amstel
Gemeente Diemen
Gemeente Almere
Gemeente Haarlemmermeer
Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
Belangenorganisatie
ANMEC (Amsterdams Natuur en Milieu Educatie Centrum)
Instituut voor Natuurbeschermingseducatie Amsterdam
Natuur&Milieuteam Zuid (NMT Zuid)
Natuurvereniging De Ruige Hof
Stichting Stadslandbouw Amsterdam
Centrum voor Natuur en Milieu-educatie De Drijfsijs
Overige
Adviseurs VvE
Mokum Reclaimed
Stadsherstel
Rijkswaterstaat West Nederland
Staatsbosbeheer
Natuurmonumenten
Recreatie Noord-Holland
Groengebied Amstelland
Milieufederatie Noord-Holland
Havenbedrijf Amsterdam
RES Noord-Holland Zuid
Bijlage 2: Begrippenlijst
Warmteprogramma: De stapsgewijze routekaart van de gemeente Amsterdam om buurten stap voor stap over te laten gaan van aardgas naar duurzame warmte. Warmtetransitie: De overstap van aardgas naar andere, duurzame manieren van verwarmen en koken.
10
Stakeholders: Mensen of organisaties die belang hebben bij het Warmteprogramma, zoals bewoners, woningcorporaties, mensen met een grondpositie en/of energiebedrijven. Plan-MER (milieueffectrapportage): Een rapport dat onderzoekt wat de gevolgen zijn van de plannen voor het milieu, zoals lucht, natuur en gezondheid. NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau): Een document waarin staat welke onderwerpen onderzocht worden in de plan-MER. Uitvoeringsstrategie: Het stappenplan dat beschrijft hoe de plannen in de buurten in de praktijk worden uitgevoerd. Bronnenstrategie: Het plan waarin staat welke warmtebronnen (bijvoorbeeld restwarmte, bodemenergie of elektriciteit) de stad kan gebruiken om gebouwen te verwarmen. Draaiboeken: Handleidingen met duidelijke stappen en afspraken om buurten van het aardgas af te halen. Betaalbaarheidskaders: Afspraken en regels om ervoor te zorgen dat de overstap naar duurzame warmte betaalbaar blijft voor bewoners. Participatievisie: Het plan waarin staat hoe en wanneer bewoners en organisaties mee kunnen doen en mee kunnen praten in de warmtetransitie. Doenvermogen: Bewoners zijn in staat om keuzes en plannen daadwerkelijk uit te voeren Aanwijsbevoegdheid: Het recht van de gemeente om buurten aan te wijzen waar het aardgasnet wordt afgesloten.
WGIW (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie): Een landelijke wet die gemeenten de mogelijkheid geeft buurten aardgasvrij te maken. De aanwijsbevoegdheid is onderdeel van deze wet. Bodemenergie: Warmte of koude die uit de grond gehaald wordt om gebouwen te verwarmen of te koelen. Ruimtelijke planvorming: Het plannen van de ruimte in de stad, bijvoorbeeld waar leidingen en warmtenetten mogen komen te liggen. Kavelstrategie: De manier waarop de gemeente de stad verdeelt in stukken (kavels), om per gebied een passende warmteoplossing te kiezen. Warmtegemeenschappen: Groepen bewoners of organisaties die samen hun buurt aardgasvrij willen maken. Bewonersadviesgroep: Een groep bewoners die advies geeft aan de gemeente over het Warmteprogramma. Expertgroep: Een groep deskundigen van organisaties zoals energiebedrijven of woningcorporaties die de gemeente adviseert over het Warmteprogramma Zienswijze: Een officiële reactie van een bewoner of organisatie op een plan van de gemeente. Inspraakprocedure: De periode waarin bewoners hun mening of bezwaar officieel kunnen indienen bij de gemeente. Participatieverordening: De regels van de gemeente Amsterdam over hoe bewoners betrokken moeten worden bij plannen. Routekaart Klimaatneutraal 2050: Het plan van de gemeente Amsterdam om in 2050 geen CO₂ meer uit te stoten.
Congruentie: Dat plannen goed op elkaar aansluiten en elkaar niet tegenwerken. Interferentiegebieden: Gebieden waar meerdere bodemenergiesystemen elkaar kunnen beïnvloeden. Nota van Beantwoording: Een document waarin de gemeente uitlegt wat er met de reacties (zienswijzen) van bewoners en organisaties is gedaan. OpenResearch / OpenAmsterdam: Websites waar de gemeente onderzoeksrapporten en beleidsstukken deelt, informatie deelt en participatie organiseert. Publieksversie: Een eenvoudigere en duidelijkere versie van een officieel plan, speciaal gemaakt voor bewoners.
11
12