4. Bijlage 3 bij brief, Onderzoek onder huurders.pdf
Tekst van het document
Ipsos I&O rapportage
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten In opdracht van de gemeente Amsterdam
www.ipsos-publiek.nl www.ipsos-publiek.nl
Inhoudsopgave
Colofon
Introductie
03
Rapportnummer
2025/039
1. Context
09
Datum
04-03-2025
2. Stemproces
15
Uitgevoerd door
Ipsos I&O
3. Uitvoering & huidige ervaringen
20
Onderzoeksteam
Ronnie Maathuis
Conclusies & aanbevelingen
25
Bijlage 1 – zienswijzen stakeholders
28
Bijlage 2 – gespreksleidraad
31
Vincent Heerink Contactpersoon gemeente
Sarah Sikkel
2
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
Introductie
Introductie
Inleiding Achtergrond & onderzoeksdoelstelling
Gedragsbepalers
De afgelopen jaren is de gemeente Amsterdam actief geweest in diverse buurten om woningen aardgasvrij te maken en aan te sluiten op een warmtenet, met wisselende resultaten. Aansluiting op het warmtenet was voor huurders onderdeel van het voorstel tot renovatie en/of verduurzaming van de betreffende huurcomplexen. De woningcorporaties hebben op een bepaald moment de bewoners hiertoe een aanbod gedaan. Aansluiting op het warmtenet was telkens onderdeel van dit aanbod, waarover men een stem voor of tegen kon uitbrengen.
Binnen de onderzoeksvraag zijn er mogelijk verschillende elementen die de beslissing van huurders kunnen beïnvloeden. Zowel kennis, houding, emoties, behoeften en omstandigheden kunnen een rol spelen. Binnen de laatste categorie verwachten we dat er naast sociale en fysieke omstandigheden ook het handelen en de communicatie van de gemeente Amsterdam en woningcorporaties een rol zullen spelen. Dit onderzoek hanteert het onderstaande model met meerdere indicatoren om de deelvragen te kaderen (gebaseerd op het CASI-model voor gedragsbepalers):
De gemeente wil begrijpen waarom huurders van woningcorporaties de ene keer wel instemmen met de aansluiting op het warmtenet, en de andere keer niet. Dit onderzoek heeft daarom als doel deze beweegredenen te achterhalen en de hieruit opgedane lessen te destilleren, borgen en implementeren in de aanpak voor toekomstige aardgasvrijtrajecten in de gemeente Amsterdam. Hoofdvraag: Waarom willen huurders van woningcorporaties in de gemeente Amsterdam wel of niet dat hun woning wordt aangesloten op warmtenet?
Keuze wel/niet aansluiting warmtenet
4
Introductie
Onderzoeksopzet Het onderzoek is uitgevoerd in drie opeenvolgende fases: Fase 1: Deskresearch Een exploratie van bestaande artikelen, publicaties en onderzoeken over het onderwerp. De deskresearch biedt zoveel als mogelijk al een beantwoording van de onderzoeksvraag. Daarnaast legde de deskresearch lancunes in de kennis bloot, wat heeft geleid tot een aanscherping van de gespreksleidraad voor de interviews.
Fase 2: Huis-aan-huis-werving Enquêteurs van Ipsos I&O zijn bij huurcomplexen langs de deur gegaan om bewoners te werven voor interviews. Een korte vragenlijst bood daarnaast een eerste overzicht van de verschillende motivaties om voor of tegen de aansluiting op het warmtenet te stemmen. Fase 3: Groepsgesprekken Kwalitatief onderzoek door middel van diepte-interviews met bewoners op een toegankelijke locatie in de buurt of bij hen thuis. Met behulp van een semigestructureerde gespreksleidraad zijn de attitudes en ervaringen met betrekking tot aansluiting op het warmtenet uitgediept door de moderatoren van Ipsos I&O. Er is gesproken met bewoners die over het aanbod gestemd hebben en die zijn teruggekeerd na renovatie.
Voorafgaand aan het onderzoek hebben de betreffende huurders een brief ontvangen als aankondiging van het onderzoek en een eerste mogelijkheid om zich aan te melden voor de interviews. Met de communicatie en de planning van het onderzoek is er rekening gehouden met de vergoedingsregeling over de vastrechtkosten. Bij vragen van huurders konden de enquêteurs doorverwijzen naar de gemeente. Het veldwerk vond plaats van 8 oktober tot en met 18 december 2024. De enquêteurs van Ipsos I&O zijn langs de deuren gegaan bij huurcomplexen in de stadsdelen Nieuw-West en Noord. Het betroffen woningen van de woningcorporaties Stadgenoot, Alliantie, Rochdale, Eigen Haard en Ymere. Sommige huurcomplexen waren al aangesloten op het warmtenet, terwijl bij andere de aansluiting nog gaande was of gepland staat. Ook waren er complexen waarbij als gevolg van een negatieve stemuitslag de aansluiting op het warmtenet niet doorging. De gemeente heeft de deelname van de huurcomplexen en de opzet van het onderzoek afgestemd met de betreffende woningcorporaties. Er is gekozen voor huurcomplexen waar huurders recentelijk een aanbod hebben ontvangen over de aansluiting op het warmtenet en stemming heeft plaatsgevonden. Enkele huurcomplexen vielen hiermee buiten de scope van het onderzoek.
Andere complexen zijn niet meegenomen omdat de woningcorporatie en/of bewonersvertegenwoordiging dat expliciet niet wilde(n), zoals in het geval van de K-torens in stadsdeel Zuid-Oost van woningcorporatie Lieven de Key. 5
Introductie
Responsoverzicht In totaal zijn er 1.142 adressen bezocht. Als huurders na twee pogingen niet gesproken waren, zijn er middels een kaartje contactgegevens achtergelaten. Aan de deur zijn er 139 enquêtes afgenomen. Uiteindelijk hebben 31 huurders meegedaan aan een interview. Onderstaande tabel toont de gerealiseerde aantallen per huurcomplex en de status van de aansluiting op het warmtenet.
Een indicatieve weergave Dit rapport is gebaseerd op kwalitatief onderzoek en dat is per definitie niet-representatief. De bevindingen bieden een indicatief beeld van de attitudes, ervaringen en gedragingen van de bewoners uit de complexen.
Stadsdeel
Woningcorporatie
Huurcomplex
Warmtenet?
Adressen
Enquêtes
Interviews
Nieuw-West
Stadgenoot
Blomwijckerpad
Ja, 70% draagvlak opgehaald - 2020
180
15
3
Nieuw-West
Stadgenoot
Braak en Bosch
Ja, 70% draagvlak opgehaald – 2024
160
9
4
Nieuw-West
Alliantie
Klarenburg
Ja, 70% draagvlak opgehaald – medio 2022
169
15
4
Nieuw-West
Rochdale
Staal Vlugt
Ja, 70% draagvlak opgehaald – begin 2024
12
5
-
Noord
Eigen Haard
Bovenkruier
Ja, 70% draagvlak opgehaald - 2021
80
25
4
Noord
Eigen Haard
Grondzeiler
Nee, onvoldoende draagvlak opgehaald - 2021
80
28
4
Noord
Alliantie
• • • • •
Nee, onvoldoende draagvlak opgehaald – medio 2023
400
25
8
Noord
Ymere
• Gentiaan • Geel
Ja, 70% draagvlak opgehaald – 2019 en 2023
37
17
4
1.118
139
31
Totaal
Handmolen Paltrok Rosmolen Schipmolen Watermolen
6
Introductie
Achtergrondinformatie complexen De huurcomplexen verschillen in aanbod en proces. In onderstaande tabel wordt weergegeven welke soort aansluiting in het aanbod zit en of de renovatie in bewoonde of onbewoonde staat wordt uitgevoerd, aangevuld met andere achtergrondinformatie. Voor alle complexen geldt dat er naast aansluiting op het warmtenet óók sprake is van een algemene renovatie en verduurzaming van de woning. Huurcomplex
Soort aansluiting
Blomwijckerpad
Collectief met individuele afleverset (IWAS)
Braak en Bosch
Individueel
*Bij Klarenburg betaalt De Alliantie vastrecht en verbruik aan Vattenfall. De Alliantie factureert vastrecht en verbruik door aan huurders. Vastrecht voor bewoners is veel lager dan bij individuele aansluitingen.
Renovatieproces Renovatie in bewoonde staat en met behoud van de huurovereenkomst. Er is géén sprake van een verhuizing of Stadsvernieuwingsurgentie. Tijdens renovatie konden bewoners naar een logeeradres.
Klarenburg
Collectief*
Renovatie in bewoonde staat. Onder de renovatie viel de vervanging van het warmtedistributienet.
Staal Vlugt
Individueel
Renovatie in onbewoonde staat binnen en buiten de woning.
Bovenkruier
Individueel
Renovatie in bewoonde staat.
Grondzeiler
Individueel
Renovatie in bewoonde staat.
Handmolen, Paltrok, Rosmolen, Schipmolen, Watermolen
Individueel
Renovatie in bewoonde staat met maatwerking waar nodig.
Individueel
Renovatie in onbewoonde staat. Huurders konden na renovatie terugkeren naar eigen woning, verhuizen naar een andere woning in de buurt of verhuizen uit de buurt via een Stadsvernieuwingsurgentie. Huurders die binnen de Van der Pek-buurt bleven, woonden tijdens de renovatie elders.
Gentiaan, Geel
Extra achtergrondinformatie
Inpandige warmteverliezen zijn hoog in de zomer. De kosten van verbruik zijn gestegen voor een deel van de bewoners. De bewoners zijn ouderen voor wie stookkosten hoog zijn. Er is een bewonerscommissie actief.
Voor Molenwijk werd een buurtuitvoeringsplan en buurtovereenkomst vastgesteld in samenwerking met de gemeente, Vattenfall/WPW en Eigen Haard. Voor complexen van De Alliantie is er een bewonersgroep voor het project: Projectcommissie Woongebouwen. Geen huurverhoging gevraagd voor de renovatie. Huurders ontvingen een verhuiskostenvergoeding en een vergoeding voor de overstap naar elektrisch koken. Het gaat hier om losse woningen die als complex een aanbod kregen.
7
Introductie
Leeswijzer Na de introductie start het rapport met de hoofdconclusie en de aanbevelingen. De hoofdconclusie valt uiteen in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken presenteren de bevindingen op chronologische volgorde met betrekking tot het proces dat de huurders hebben doorlopen. Hoofdstuk 1 behandelt de context en het vertrekpunt van waaruit de huurders het stemproces over de aansluiting op het warmtenet zijn aangegaan. Hoofdstuk 2 gaat in op het stemproces en de motivaties om voor en tegen aansluiting te stemmen. Hoofdstuk 3 bevat de ervaringen die huurders hebben met de uitvoering van de verduurzaming, als ook de ervaringen van huurders die al gebruikmaken van het warmtenet.
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Context
Stemproces
Uitvoering & huidige ervaringen
8
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
1. Context
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Context
Stemproces
Uitvoering & huidige ervaringen
www.ipsos-publiek.nl
1. Context
Discomfort eigen woning en leefomgeving zorgen vaak voor negatief vertrekpunt huurders Tijdens de gesprekken met de huurders is aan het begin telkens gevraagd in wat voor complex zij wonen en of dat ze hun buurt kunnen omschrijven. Dan komt vaak naar voren dat het vertrekpunt voor veel bewoners negatief is geweest in aanloop naar het aanbod tot renovatie en/of verduurzaming. Woningen kunnen in slechte staat verkeren, bijvoorbeeld door achterstallig onderhoud in de vorm van tocht, schimmel of vocht. Het komt ook vaak voor dat men klachten heeft over de leefbaarheid van de buurt, zoals door afval in portieken of op straat. Men spreekt bij enkele huurcomplexen over onveilige gevoelens ‘s avonds op straat en in de buurt. Sommige bewoners geven aan dat problemen ontstaan doordat er in gebouwen of buurten relatief veel mensen bij elkaar wonen met een lage sociaaleconomische status. Mede door de aanwezigheid van meerdere nationaliteiten en niet-Nederlands-sprekenden is er gebrek aan social cohesie. De warmtetransitie wordt binnen deze context gezien als een extra belasting, terwijl men eerst de bestaande problemen aangepakt wil zien. Huurders kunnen het gevoel hebben dat de gemeente en/of de woningcorporatie onvoldoende doen om problemen aan te pakken. Het blijkt in het geval van gebreken of overlast vaak lastig om als huurder zelf wat voor elkaar te krijgen.
Bewoners zoeken weleens contact met hun woningcorporatie maar krijgen doorgaans niet de hulp die ze willen of verwachten. Dit kan hen ontevreden maken en/of bijdragen aan een beperkt vertrouwen in de woningcorporatie. Ze voelen zich niet gehoord of ervaren een gebrek aan respect en erkenning voor hun problemen.
“Het was vroeger de ‘Goudkust’. Mijn ouders zeiden echt: waar begin je aan? Zo'n dure huur en een chique wijk. Nu schaam ik me soms als de mensen op visite komen.”
10
1. Context
Huurders delen klimaatzorgen maar zijn kritisch over warmtenetten Over het algemeen maken de bewoners zich zorgen over het milieu en klimaatverandering. Ze begrijpen dat het verduurzamen van de woningen, en van het gas afgaan in het bijzonder, positief kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Aardgasvrij vindt men ook positief met betrekking tot geopolitieke redenen (stoppen met aardgas in Groningen en onafhankelijk worden van Rusland). In principe draagt men graag hun steentje bij en/of ziet men de noodzaak in om van fossiele brandstoffen af te stappen.
Negatieve berichtgeving in de media en negatieve verhalen van andere huurders blijken een grote invloed te hebben op de attitudes en percepties van de gesproken huurders. Een voorbeeld is een huurcomplex waar een tijdelijke gasgestookte installatie nodig bleek, ondanks de aansluiting op het warmtenet. Dit versterkte bij huurders van een ander nog nietaangesloten complex hun twijfels over de haalbaarheid en efficiëntie van het systeem. Ook verhalen van huurders over hoge energiekosten bij aangesloten complexen dragen bij aan de weerstand.
De meningen van de huurders zijn verdeeld over de vraag of warmtenetten een goede oplossing zijn voor de huurcomplexen om te verduurzamen en van het gas af te gaan. Over het algemeen is de kennis over warmtenetten en stadsverwarming beperkt onder de huurders. Men kan vaak niet of nauwelijks uitleggen om wat voor systeem het gaat en welke impact het op hun energiekosten en kostenopbouw (vast versus variabel) zal hebben.
Slechts een klein deel van de huurders lijkt zich op voorhand relatief meer te hebben verdiept in de informatie over warmtenetten. Zo benadrukken enkele huurders dat de duurzaamheid van een warmtenet mede afhangt van de bron. De herkomst van de warmte uit vuilverbranding roept vragen op. Deze huurders willen graag meer informatie van de woningcorporatie of gemeente over de duurzaamheid van de gebruikte bronnen. Enkele andere huurders vertellen dat ze zelf andere systemen zoals een (hybride) warmtepomp voorgesteld hadden, maar dat hun plan door de gemeente en de woningcorporatie van tafel is geveegd. Ze ervaarden de communicatie met deze partijen als niet-constructief.
Sommige huurders geven aan zich nooit verdiept te hebben in de materie, andere zijn kritisch over de informatievoorziening vanuit de woningcorporatie of gemeente. Zij geven bijvoorbeeld aan dat informatie vooral ging over de ruimtelijke impact van het systeem (zoals waar leidingen komen te lopen) en over de impact op het koken, en dat basale informatie over het onderliggende systeem ontbrak (zoals hoe en waar warmte wordt opgewerkt). Ook geven enkele huurders aan dat ze een visie van de gemeente misten met betrekking tot de bredere toekomstplannen voor de stad.
“ Het aardgasvrij maken van woningen kan beter zijn voor het milieu, maar misschien niet altijd.”
11
1. Context
Perceptie van een valse keuze onder sommige huurders Tijdens de gesprekken komt naar voren dat een deel van de bewoners het aanbod van de woningcorporatie en het daaraan gekoppelde stemproces niet als een keuze ervaart. Sommige bewoners verwachten dat de verduurzaming sowieso wel plaats zal vinden, ongeacht de uitslag van de stemming. Men ziet de aansluiting op het warmtenet als onvermijdelijk en het stemproces als een ‘moetje’, wat bij een deel van de bewoners resulteert in een onverschillige stem vóór het aanbod. Anderen steken de hakken in het zand en stemmen om deze reden tegen.
•
Perceptie van belonen/straffen: Sommige bewoners krijgen een financiële beloning of een pannenset in het vooruitschiet bij een positieve stem. Anderen vernemen juist dat een stem tegen het warmtenet zal betekenen dat het verbeteren van de woning (bijvoorbeeld door isolatie) ook uitgesteld wordt. Renovatie en verduurzaming is namelijk bij de meeste huurcomplexen als één pakket voorgelegd, waarover één stem kon worden uitgebracht. Het ervaren “alles-of-niets”-karakter van een dergelijk voorstel dwong huurders om te kiezen tussen een ingrijpende renovatie met stadsverwarming of helemaal geen verbeteringen aan hun woning. Dit beperkte hun keuzevrijheid en leidde tot gevoelens van onmacht.
•
Ervaren gebrek aan frontvorming: Sommige bewoners signaleren uiteenlopende belangen bij de woningcorporatie en de gemeente. Zij vermoeden bijvoorbeeld dat de woningcorporatie vooral gefocust lijkt op renovatie en dat zij de aansluiting op het warmtenet in hetzelfde proces er doorheen probeert te drukken. Enkele bewoners geven aan van de woningcorporatie te horen dat de aansluiting op het warmtenet vooral een plan van de gemeente is. In de media lezen zij dat de gemeente Amsterdam van het aardgas wil.
Bij de verschillende huurcomplexen lijken een tweetal elementen in meer of mindere mate bij te dragen aan de perceptie van een nietbestaande/valse keuze:
“Was meer een moetje.”
“ Het gaat toch gebeuren.”
“Het had geen nut om tegen te stemmen.”
12
1. Context
Rommelige processen; modelwoningen cruciaal voor impressie Veel huurders ervaren het proces in aanloop naar het stemmen over het aanbod als rommelig en onbevredigend, wat bij een deel lijkt te leiden tot minder draagvlak voor de woningcorporatie en/of voor het aanbod zelf: Proefkonijnen vs. early adopters
Modelwoning cruciaal voor de perceptie
Meerdere huurders geven aan zichzelf als proefkonijn te zien in het proces. Ze kennen geen andere situaties in de buurt of uit het nieuws waarin woningen op deze manier (massaal) van het gas af gaan.
In aanloop naar de stemming over de aansluiting op het warmtenet hebben de huurders vaak een modelwoning kunnen bezichtigen. Voor veel huurders lijkt dit een belangrijk moment in de beeldvorming. Het gaf een negatieve indruk als men zag dat de woning ruimte zou gaan inleveren of dat pijpleidingen zichtbaar door de woning komen te lopen.
Daarnaast ervaren sommige huurders het als een rommelig proces waarbij de betrokken partijen zoals de gemeente, woningcorporatie en energieleverancier zelf niet altijd goed lijken te weten waar het heengaat. Zo zijn er soms tussentijdse wijzigingen in de plannen of het proces, wat tot twijfels en onzekerheid leidt. Sommigen begrijpen de rommeligheid deels omdat het voor de gemeente en de woningcorporaties ook nieuw is. En een enkeling ziet de nieuwigheid juist als iets positiefs: het maakt hen juist early adopters binnen de warmtetransitie.
“Ik heb nog niet zoveel vertrouwen in het warmtenet. Het mag zich eerst wel een paar jaar gaan bewijzen. En daar hoef ik geen proefkom in te zijn.”
Andersom, heeft de modelwoning in een enkel geval juist een te rooskleurig beeld geschept, wat later voor de eigen woningen tegenviel. Ook dat blijkt niet goed voor het vertrouwen. Met de modelwoning als een van de weinige informatiepunten doen de bewoners qua warmtenetten vooral kennis op over het uiterlijk van de installatie in woningen, in combinatie met de aangeboden informatie over elektrisch koken (onder meer via een kookboek). Kennis over wat het fundamenteel is en hoe het werkt blijft vaak achterwege.
13
1. Context
Collectieve organisatie en vaste aanspreekpunten waardevol Het hebben van een bepaalde vorm van bewonersvertegenwoordiging en/of vaste aanspreekpunten bleken voor de huurders waardevolle elementen in de aanloop naar het stemproces: Organisatiegraad van invloed op (ervaren) inspraak
Vast, persoonlijk aanspreekpunt spreekt aan
De huurcomplexen verschillen in de mate waarin de huurders zich als collectief verenigd hebben. Er zijn ook complexen waar enkele huurders een fanatieke campagne/lobby hebben ingevoerd, bijvoorbeeld met een petitie. Collectieve organisatie maakte het bij sommige complexen mogelijk om afspraken te maken met de woningcorporatie of het aannemersbedrijf, al ging dit niet altijd even soepel. Anderzijds, kan het leiden tot gevoelens van onrechtvaardigheid en oneerlijkheid wanneer zij het idee hebben dat andere complexen anders behandeld worden.
Meerdere bewoners refereren naar specifieke medewerkers van de woningcorporaties die fysiek aanwezig zijn om vragen te beantwoorden of bewoners te helpen. Dit persoonlijke, meer informele contact lijkt een passende manier te zijn om bewoners op hun eigen gelegenheid te informeren. Vervolgens delen zij opgedane informatie en ervaringen vaak weer verder met buren.
Huurders zijn veelal op de hoogte welke complexen wat voor elkaar hebben gekregen, en signaleren dat collectieve organisatie een positieve impact kan hebben op hun inspraak als brug tussen de woningcorporatie en de huurders. Het ontbreken van een commissie wordt gezien als een gemis in het participatieproces en kan bijdragen aan een gevoel van machteloosheid als huurder.
Andersom, zijn er ook huurders met ervaringen over vele wisselingen in contactpersonen van de woningcorporaties, aannemer of buurtregisseurs. Deze wisselingen lijken een relatief grote negatieve stempel te kunnen drukken op hoe zij tegenover organisaties en instituties staan. Ze vinden het lastig wanneer vaste aanspreekpunten wegvallen.
Door negatieve verhalen uit andere huurcomplexen of uit ervaringen in het eigen complex, staan sommige huurders niet te springen om zelf een (nieuw) bewonerscommissie op te richten. Eerdere commissies bleken bijvoorbeeld niet divers of representatief genoeg of werden geteisterd door ‘vriendjespolitiek’. Dit kan leiden tot apathie en wantrouwen. 14
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
2. Stemproces
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Context
Stemproces
Uitvoering & huidige ervaringen
www.ipsos-publiek.nl
2. Stemproces
Verbetering eigen woning vaak hoogste prioriteit De huurders uiten verschillende motivaties om voor of tegen het aanbod van de woningcorporatie te stemmen. Tijdens de gesprekken blijken dit de belangrijkste motivaties om vóór het aanbod te stemmen: •
Verbetering van de woning: Volgens een groot deel van de huurders is de aansluiting op het warmtenet niet van invloed geweest van hun stem voor of tegen. De meeste huurders kiezen namelijk sec voor een verbetering van hun woning. De renovatie leidt tot een oplossing van problemen en tot meer comfort, soms zelfs onder het mom van ‘het kan alleen maar beter worden’. Voor sommige bewoners is het een mogelijkheid voor verbetering zonder dat dat tot een huurverhoging leidt. Onderdeel van meer comfort in huis is voor sommigen dat ze nu meerdere ruimtes (badkamer, slaapkamer) kunnen verwarmen.
•
Lagere energiekosten: Een deel van de bewoners stemt voor omdat ze verwachten dat de energiekosten omlaag gaan door de verduurzaming. Of dat het in ieder geval niet tot een stijging leidt. Lagere energiekosten kunnen ontstaan door lagere tarieven voor elektriciteit ten opzichte van aardgas, maar ook door betere isolatie van de woning als gevolg van de bovengenoemde renovatie.
•
Naast lagere kosten speelt ook de controle over het eigen verbruik een belangrijke rol in het kostenaspect. Dit speelt met name onder de huurders die in het verleden van blokverwarming gebruikmaakten en daardoor afhankelijk waren van het verbruik van anderen. “Voor mij was de hoofdzaak brandgevaar. Er was bij mij op de galerij een vrouw die helemaal de weg kwijt was. Je hield je hart vast als die aardappelen op ging zetten.”
•
Veiligheid: een aantal bewoners geeft aan graag voor aardgasvrij te gaan omdat dit het huurcomplex veiliger maakt. Met name omdat er veel mensen dicht op elkaar wonen, wordt koken met elektriciteit als veiliger gezien dan koken op aardgas met minder kans op brand- en ontploffingsgevaar. Een bijkomend voordeel is dat inductieplaten makkelijker schoongemaakt kunnen worden.
•
Klimaat: Zorgen over klimaatverandering worden breed gedeeld. Het wordt vaak genoemd als een motivatie om voor te stemmen. De vraag is of het meer een aanvullend voordeel is op het moment dat praktische voordelen zoals een comfortabelere en veiligere woning afgedekt zijn.
•
Onvermijdelijkheid vs. vertrouwen: Een deel van de huurders ziet het stemproces als een ‘moetje’ en dat de aansluiting er toch wel gaat komen uiteindelijk. Uit deze stemmen spreekt enige gelatenheid en onverschilligheid, waarbij men zichzelf ziet als een machteloos proefkonijn met beperkte inspraak. Voor een enkele huurders gold dat ze niet tegenstemden om vooral andere huurders niet te dwarsbomen, ook al hadden ze zelf twijfels.
•
Andere huurders waren bij het stemmen positiever en vertrouwden erop dat het wel goed zou komen, en dat de woningcorporatie en gemeente ook baat hebben bij een verbetering. Dit aanvankelijke vertrouwen heeft binnen sommige huurcomplexen later een deuk opgelopen door tegenvallende renovatiewerkzaamheden.
•
Sociaal: De meeste huurders geven aan dat je stem iets is wat je voor jezelf bepaalt. Dat wil overigens niet zeggen dat men nooit oog heeft voor andermans belangen. Enkele huurders geven aan ‘ja’ te hebben gestemd om zo andere huurders niet in de weg te zitten. 16
2. Stemproces
Huurders stemmen vooral tegen omdat zij overlast en hoge kosten verwachten Een deel van de huurders uit de verschillende huurcomplexen heeft tegen het aanbod over de aansluiting op het warmtenet gestemd. Ook hebben we aan huurders die vóór stemden gevraagd wat voor hen de redenen geweest hadden kunnen zijn om tegen te stemmen. Negatieve media en bewonersverhalen: Veel huurders geven aan dat zij in de media of van andere huurders in Amsterdam negatieve verhalen hoorden over de landelijke warmtetransitie, of over de aansluiting van huurcomplexen op het warmtenet in Amsterdam in het bijzonder. Men is vaak goed op de hoogte van de situatie van bewoners in andere complexen, ongeacht de betreffende woningcorporatie. Negatieve verhalen bestaan er met name ten aanzien van de verwachte overlast en hoge energiekosten, zie de volgende punten. Verwachte overlast: Een deel van de huurders stemt tegen het aanbod omdat ze verwachten dat de verbouwing en eventuele tijdelijke verhuizing tot veel overlast gaat leiden. Overlast zowel binnenshuis als met betrekking tot de leefbaarheid in de buurt. Ze hebben eigen eerdere negatieve ervaringen of horen verhalen van bewoners uit andere huurcomplexen. Ze benoemen hierbij onder meer overlast door lawaai, stof, en bouwafval.
“Jammer dat alleen Vattenfal het levert. Dat er geen concurrentie is. Dan krijg je prijsvrijheid en dat de prijzen naar beneden gaan.”
Hogere energiekosten: Een deel van de huurders stemt tegen omdat ze verwachten dat de energiekosten omhoog gaan door de verduurzaming. Of dat het in ieder geval niet tot een daling leidt. Deze perceptie wordt versterkt door de ervaren monopoliepositie van de leverancier van het warmtenet. Veel bewoners ervaren minder keuzevrijheid hierdoor: in het geval van hogere energiekosten zou je normaal gesproken gaan ‘shoppen’, wat in dit geval niet mogelijk is. Sommige huurders hebben vragen over de kostenopbouw. In enkele gevallen heeft dit betrekking op het vastrecht (soms drie keer hoger dan bij aardgas) en hoe dit is opgenomen in de afbetaling van de installatie. Ook de compensatieregeling leidt op voorhand tot vragen, waarbij de uitleg en berekening van de woningcorporatie summier kon zijn. Ook kan de kostenbesparing ten opzichte van aardgas sommige huurders als oneerlijk overkomen, omdat de afschrijving van een HR-ketel daarin mee is genomen, terwijl huurder zo’n ketel nooit zelf zouden betalen. Naast hogere eigen kosten, kan het huurders tegen de borst stuiten als zij verwachten meer te moeten betalen dan andere huurders. Ervaren ongelijkheid leidt tot gevoelens van onrechtvaardigheid, wat afbreuk doet aan de acceptatie van de plannen. Ook kan men zich zorgen maken over de betaalbaarheid voor minder draagkrachtige buren.
Zelf willen enkele huurders best iets meer betalen vanwege duurzaamheid, maar niet ten koste van anderen. 17
2. Stemproces
Inleveren op woonruimte en beperkte communicatie andere belangrijke motivaties om tegen te stemmen Inleveren op woonruimte:
Anders koken:
In de modelwoning merken sommige bewoners op dat ze met de aansluiting op het warmtenet zullen inleveren op de ruimte in hun woningen. Door gebrek aan vierkante meters worden bijvoorbeeld loze ruimtes vaak op onorthodoxe wijze benut voor de opslag van spullen. Een nieuwe, extra pijpleiding in huis kan men dan niet altijd goed gebruiken. Flexibiliteit hierin wordt ook niet altijd geboden, zowel vooraf niet door de woningcorporatie of gedurende het bouwproces niet door de aannemer. Een ander genoemd negatief gevolg van de aansluiting is verlies van daglicht in de woning.
Aanvankelijk zagen sommige huurders op tegen een andere manier van koken door de switch van aardgas naar elektriciteit. Zo maakten zij zich zorgen over de geschiktheid van hun pannen en de investering in nieuw materiaal die dus nodig zou zijn. Toch lijkt dit argument om tegen te stemmen minder dominant te zijn geweest dan eerdergenoemde redenen.
Beperkte communicatie/inspraak: Sommige bewoners geven aan dat de slechte communicatie van de woningcorporatie een reden was om tegen te stemmen. Ze vinden het bijvoorbeeld onduidelijk door de wijzigingen van plannen en procedures gedurende het proces. Anderen vinden het proces oneerlijk of onrechtvaardig als ze het idee hebben dat bewoners van andere complexen (wel) afspraken hebben kunnen maken en/of bepaalde voorwaarden hebben kunnen afdingen bij de woningcorporatie of het aannemersbedrijf. Denk bijvoorbeeld aan vloerverwarming, gebruik van betere materialen, flexibiliteit in de ruimtelijke indeling, gunstige wisselwoning, etc.. “Ik had tegengestemd, omdat wij zoveel ruimte moesten opgeven. Ik had net een nieuwe linnenkast, maar die moest ook weg.”
Geen eenduidige verschillen tussen typen nee-stemmers: Er zijn twee typen nee-stemmers: (1) nee-stemmers uit huurcomplexen met meer dan 70% ja-stemmers en waar de renovatie wel is doorgegaan; (2) nee-stemmers uit huurcomplexen met minder dan 70% ja-stemmers en waar de renovatie niet is doorgegaan. Op basis van de bevindingen kan niet goed worden geduid in hoeverre deze twee typen nee-stemmers van elkaar verschillen. Tijdens de gesprekken hebben we plenair gevraagd wat in algemene zin redenen kunnen zijn om ‘nee’ te stemmen, en zijn we niet ingegaan op wat men individueel daadwerkelijk gestemd heeft om eventuele spanningen aan tafel te voorkomen.
“Als je een gasplaat had, kreeg je een inductieplaat. Je kreeg pannen. En een cursus kon je doen: elektrisch koken bij het buurthuis. Dat was wel echt netjes verzorgd.”
18
2. Stemproces
Niet iedereen wordt bereikt Hoewel veel huurders goed op de hoogte lijken te zijn van de status in andere huurcomplexen die in vergelijkbare situaties zitten, geven velen aan dat het komen tot een stem voor of tegen niet iets is wat je met je buren bespreekt. Zij zeggen dat je daarin je eigen afweging maakt. En het zijn met name de meer kwetsbare huurders, die vaak de Nederlandse taal ook niet machtig zijn, die zich af lijken te sluiten voor wat er in het huurcomplex of in de buurt gaande is. Daarnaast is het volgens huurders zo dat het proces van (schriftelijke) voorlichting vooraf ineffectief en problematisch wordt als veel huurders de Nederlandse taal niet machtig zijn en/of niet kunnen lezen. Het is hun aanname dat een deel van de huurders überhaupt geen communicatie tot zich krijgt. Een huurder vertelt over een flyer in het Arabisch van de woningcorporatie (mogelijk over een ander onderwerp), maar dat dat geen nut heeft als er veel analfabeten wonen.
“Is het dan zo'n stemming wat je dan ook met buren bespreekt? Nee nee, je doet het allemaal alleen, je doet het zelf.”
19
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
3. Uitvoering & huidige ervaringen
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Context
Stemproces
Uitvoering & huidige ervaringen
www.ipsos-publiek.nl
3. Uitvoering & huidige ervaringen
Vaak tegenvallende renovatiewerkzaamheden Bij de meeste huurcomplexen waar de renovatie en aansluiting op het warmtenet heeft plaatsgevonden geven veel huurders aan dat ze de werkzaamheden tegen vonden vallen. Bijvoorbeeld omdat door de werkzaamheden schade in hun woning ontstaat, schade onvoldoende hersteld wordt of gemaakte afspraken niet nakomen geworden. De huurders benoemen specifieke problemen zoals lekkages, defecte ventilatiesystemen en geluidsoverlast van het verwarmingssysteem. In sommige gevallen heeft de verbouwing een negatieve impact op de leefbaarheid van de buurt door bijvoorbeeld puin of afval op straat. Of door defecte straatverlichting, wat voor een onveiligere sfeer zorgt. Een deel van de huurders geeft aan dat ze niet voor het aanbod gestemd zouden hebben als ze de impact van de renovatie van tevoren geweten hadden. Huurders richten hun teleurstelling of frustratie doorgaans niet op de werklui. Zij zijn het gewend dat er voor dergelijke klussen vaak veel verschillende groepen professionals van verschillende nationaliteiten tijdelijk werkzaam zijn. Bewoners maken vaak een praatje of bieden eten en drinken aan. Soms kunnen ze ter plekke afspraken maken over werkzaamheden op hun verdieping om overlast te beperken. De frustratie is vooral aan het adres van het aannemersbedrijf en de woningcorporatie van een vermeend gebrek aan ondersteuning.
“Wat ik het ergste vond van die hele verbouwing, was dat ze de boel vernielen. Er wordt niet opnieuw geschilderd. Dan moet je nu zelf een schilder gaan betalen.”
21
3. Uitvoering & huidige ervaringen
Positieve en negatieve ervaringen met aangesloten warmtenetten Over de aansluiting op het warmtenet is een deel van de aangesloten huurders een stuk positiever dan over de werkzaamheden om daartoe te komen. De nieuwe manier van koken was vaak even wennen, maar pakt vaak naar tevredenheid uit. De meeste bewoners hebben snel warm water en krijgen de woning snel en comfortabel verwarmd, wat vaak een verbetering is van de oude situatie. Een deel geeft aan eerst de winter af te willen wachten om tot een goed oordeel te kunnen komen. Echter, niet alle aangesloten huurders zijn positief. Hoewel zij de milieuvriendelijkheid, veiligheid en het kookgemak ervan inzien, overheersen bij deze groep de zorgen. Het trage verwarmen van de woonkamer en gebrek aan controle over de temperatuur kunnen leiden tot frustratie. Technische problemen zoals lekkages, storingen en geluidsoverlast nadat het warmtenet al in gebruik genomen was, kunnen de ontevredenheid versterken. Evenals moeizame communicatie hierover met het onderhoudsbedrijf en/of de woningcorporatie.
Betaalbaarheid Ten aanzien van de energiekosten is er enige verdeeldheid. Sommige huurders claimen meer te zijn gaan betalen, andere zeggen dat ze minder betalen of dat de kosten hooguit gelijk zijn gebleven. Het ervaren gebrek aan transparantie in de facturering en de overstap naar individuele meters heeft bij sommige huurders geleid tot verwarring en angst over toekomstige kosten. Het verwijderen van het blokverwarmingssysteem, dat sommige huurders vanwege hun locatie in het gebouw gratis of zeer goedkope verwarming bood, is ook een punt van discussie. Het gebrek aan inzicht in kosten en kostenopbouw (zoals vast versus variabel) maakt dat bewoners zich nog moeilijk kunnen verplaatsen naar een debat over betaalbaarheid en rechtvaardige verdeling. Men probeert eerst grip te krijgen op de impact op het eigen huishouden. Binnen dat kader is ook de vraag over het wel of niet oprichten van een publiek warmtebedrijf nog een brug te ver.
22
3. Uitvoering & huidige ervaringen
Troebel toekomstperspectief bij de niet-aangesloten huurders Binnen de huurcomplexen waar de aansluiting op het warmtenet niet heeft plaatsgevonden vanwege te veel stemmen tegen, heerst een troebel toekomstperspectief. Hoewel sommige huurders hopen op positieve veranderingen zoals lagere energiekosten en een comfortabelere woning, overheerst bij velen de bezorgdheid. Men vreest juist voor een stijging van de kosten en gebrek aan controle over de temperatuurregeling. Ook de afhankelijkheid van de warmteleverancier en de onduidelijkheid over toekomstige compensatieregelingen komen in de gesprekken aan bod. Negatieve verhalen uit aangesloten huurcomplexen in de buurt versterken het sentiment. De huurders uiten gevoelens van onzekerheid en machteloosheid ten aanzien van de toekomst. Men mist een helder perspectief en concrete garanties van de betrokken partijen. De wens naar meer inspraak en zeggenschap over de eigen woonsituatie is sterk aanwezig. Een deel van de huurders reageert gelaten dat het een kwestie van tijd is dat het warmtenet er alsnog doorheen wordt gedrukt.
“Het zou helpen als de gemeente vooraf met inwoners gaat praten over de voors en tegens. Dan krijg je feedback en ga je die weer verwerken. Duurt wel wat langer maar ga je wel meer sympathie voor terugkrijgen.”
23
3. Uitvoering & huidige ervaringen
Geen verschillen te duiden tussen de stadsdelen Op basis van de hypotheses en de wens op beleid op maat te kunnen formuleren, is bij de opzet van dit onderzoek er rekening mee gehouden om in de analyse verschillen tussen de stadsdelen te kunnen duiden. Echter, op basis van de bevindingen kunnen we geen verschillen duiden in de attitudes, ervaringen en gedragingen tussen de stadsdelen NieuwWest en Noord op algemeen niveau. De samenstellingen van de gesprekken waren divers en niet de koppelen aan demografische kenmerken om op stadsdeelniveau met elkaar te vergelijken. Of het renovatie en verduurzaming als pakket zijn aangeboden, de mate waarin bewoners afspraken hebben kunnen maken met uitvoerende partijen en de mate waarin bewoners zich door de woningcorporatie gehoord voelen, lijken de dominante factoren waarop de huurcomplexen van elkaar verschillen.
24
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
Conclusies & aanbevelingen
Conclusies & aanbevelingen (I) De meeste huurders van woningcorporaties in Amsterdam lijken omwille van lagere energiekosten, een veiligere woning en een beter klimaat open te staan voor aansluiting op het warmtenet. Echter, men stemt vaak vóór aansluiting louter omdat zij tegelijkertijd moeten instemmen met een renovatie van de woning. De keuze voor een warmtenet sneeuwt onder wanneer het verbeteren van de woning de grootste prioriteit heeft. Daarnaast zorgen met name een gebrek aan kennis en een gebrek aan vertrouwen in de woningcorporatie voor een beperkt draagvlak. Persoonlijk, informeel contact en afspraken via bewonerscollectieven met de uitvoerders zorgen voor acceptatie en flexibiliteit gedurende het proces. Hoewel de renovatie qua overlast vaak tegenvalt, zijn aangesloten huurders uiteindelijk vaak positief over de werking van het warmtenet. Er schuilt een grote kracht in het delen van ervaringen met buren en stadgenoten. Dit zijn niet alleen ervaringen over het resultaat, maar ook over het proces. Hier liggen kansen voor zowel de woningcorporaties als voor de gemeente ten aanzien van toekomstige aardgasvrijtrajecten.
Dit onderzoek heeft als doel de beweegredenen van huurders te achterhalen en de hieruit opgedane lessen te destilleren, borgen en implementeren in de aanpak voor toekomstige aardgasvrijtrajecten in de gemeente Amsterdam. Op basis van de bevindingen doen we de volgende aanbevelingen om toekomstige aardgasvrijtrajecten te verbeteren: •
Koppel het stemmen voor aansluiting op het warmtenet los van de stem voor renovatie als het doel is om zuiver de attitude ten aanzien van een warmtenet te duiden en om het gevoel van een vrije keuze te vergroten. In veel praktijkgevallen is het een pakketkeuze en gaan huurders voorbij aan de keuze voor aansluiting omdat het verbeteren van de woning de hoogste prioriteit heeft. Meer cynisch gesteld, lijkt het aanbieden van een pakketkeuze de kans op een stem vóór aansluiting op het warmtenet onder huurders te vergroten.
•
De uitvoering van de renovatie en de aansluiting kunnen wellicht juist beter wél op hetzelfde moment plaatsvinden zodat men maar in één periode overlast ervaart.
•
Promoot als gemeente de keuze voor aansluiting op het warmtenet door in communicatie de meest aansprekende en relevante voordelen te benoemen. Op basis van de bevindingen zijn dat het vergroten van de veiligheid in het huurcomplex, een duurzamer alternatief omwille van het klimaat en een groter wooncomfort als gelijktijdig ook de woning wordt verbeterd, bijvoorbeeld in de vorm van betere isolatie. Ook lagere energiekosten zijn een groot voordeel, maar wanneer deze niet gegarandeerd kunnen worden, zorg dan in ieder geval voor een beter begrip van de kostenopbouw (vast vs. variabel). 26
Conclusies & aanbevelingen (II) •
•
•
Vergroot het vertrouwen in de woningcorporaties onder huurders. Wanneer de woningcorporaties gedurende het jaar weinig tot geen gehoor geven aan individuele verzoeken van huurders voor bijvoorbeeld reparaties, leidt dit tot een beperkt draagvlak op het moment dat de woningcorporaties een beroep doen op de huurders omtrent de aansluiting op het warmtenet. Het vertrouwen in de woningcorporatie moet eerst teruggewonnen worden, voordat er een aanbod voor warmte gedaan wordt. Stimuleer de organisatiegraad binnen huurcomplexen, bijvoorbeeld met behulp van Stichting !WOON. Via bewonerscollectieven kunnen er betere afspraken en voorwaarden voor de verduurzaming worden afgedwongen. Enige mate van inspraak en flexibiliteit kan al voor een relatief grote mate van acceptatie zorgen. Een kanttekening is dat in bestaande collectieven vaak een kleine groep van dezelfde bewoners voor een dominante inspraak zorgt. Het is van belang om te monitoren of de behoeften breed gedeeld zijn. Zorg wat betreft informatievoorziening over warmtenetten voor een vast aanspreekpunt per huurcomplex in de vorm van een persoon die de tijd kan nemen om met bewoners in gesprek te gaan. Korte, informele en meer spontane gesprekken lijken beter te werken dan eenmalige, formele, geplande informatieavonden. Het is lastig om te adviseren of dit vanuit de woningcorporatie of gemeente zou moeten.
Wel kunnen we stellen dat huurders in ieder geval gebaat zijn bij continuïteit voor het opbouwen van een vertrouwensband.
•
•
Kapitaliseer als gemeente de kracht van mond-op-mond-reclame, wat als mechanisme een versterkend effect lijkt te hebben in deze huurcomplexen: •
Deel positieve praktijkverhalen en laat bewoners van verschillende complexen met elkaar in gesprek gaan. Besteed ook aandacht aan de uitleg van wat een warmtenet precies is en leg beter uit waarom er slechts sprake is van één energieleverancier.
•
Waak voor een tunnelvisie op schriftelijke voorlichting. Wees bewust dat met brochures en folders niet iedereen bereikt wordt. Men kan de Nederlandse taal niet machtig zijn of analfabeet zijn, waardoor ook vertalingen niet van toepassing zijn. Denk ook aan beeldende communicatie in de vorm van fysieke contactmomenten en video/vlogs om bewoners te bereiken die niet of nauwelijks lezen.
Wees als woningcorporatie bewust van de impact die modelwoningen kunnen hebben op de attitude en derhalve op het stemgedrag van huurders. Ruimte is vaak schaars in de woningen en de wijze waarop de aansluiting wordt ingebouwd kan zeer nadelig uitpakken in de praktijk.
27
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
Bijlage 1 Zienswijzen stakeholders
Bijlage
Zienswijzen stakeholders (I) Ymere
De Alliantie
Wij herkennen de punten uit dit rapport en zien de gemeente als de leidende partij bij de keuze voor een duurzame warmteoplossing op wijkniveau. Voor onze huurders staan betaalbaarheid en wooncomfort voorop. Wanneer deze aspecten goed op elkaar aansluiten, is een warmtenet een goede oplossing voor Ymere en haar huurders. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol, niet alleen bij de besluitvorming, maar ook in de communicatie en informatievoorziening over het warmtenet. Wij werken dan ook graag samen met de gemeente en partners zoals Stichting !WOON bij dit soort projecten. Als een warmtenet de juiste oplossing blijkt, heeft dit vaak gevolgen voor de woning, zoals het vervangen van leidingen en radiatoren, extra isolatie en de overstap naar elektrisch koken. Daarom wordt de aansluiting op een warmtenet vaak gecombineerd met woningverbeteringen en onderhoud. Om de overlast voor huurders zoveel mogelijk te beperken, kiezen we er vaak voor om deze werkzaamheden in één pakket en zoveel mogelijk op één moment uit te voeren. Uiteraard gebeurt dit altijd in overleg met onze huurders.
Het is goed dat de gemeente Amsterdam het initiatief heeft genomen om dit onderzoek stadsbreed uit te voeren. Het is belangrijk om te weten wat huurders in het algemeen vinden van warmtenetten. We herkennen een groot deel van de uitkomsten van dit onderzoek en vinden de conclusies en aanbevelingen waardevol. Als corporatie zien we dit onderzoek als een goed vertrekpunt om met de samenwerkende organisaties vooruit te kijken en verbeteringen door te voeren.
Eigen Haard
Wij hebben het bewonersonderzoek naar warmtenetten met interesse gelezen en kunnen ons vinden in de resultaten van het rapport. De bevindingen bieden een helder inzicht in de behoeften en verwachtingen van de bewoners, en wij ondersteunen de voorgestelde aanbevelingen.
Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties De bevindingen uit het onderzoek zijn herkenbaar en onderschrijven het belang van een eerlijk verhaal en goed aanbod voor huurders. De Amsterdamse Woningcorporaties hebben een grote opgave in het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en het overgaan naar een aardgasvrije bron. In deze opgave staat wooncomfort en betaalbaarheid voor de huurder voorop. Een goed totaalaanbod voor de overstap naar een warmtenet is daarom essentieel; een comfortabele woning en een betaalbare energierekening. Daarnaast herkennen we de kansen uit het onderzoek om processen te verbeteren, de kwaliteit van de woningen te vergroten en nog meer samen te werken met de partijen in de stad om overlast voor bewoners te beperken. De aanbeveling om de aansluiting op het warmtenet in de stemming los te trekken van de renovatie is begrijpelijk, maar geeft ons wel grote zorgen of er dan nog voldoende draagvlak zal zijn voor de overstap naar een warmtenet. 29
Bijlage
Zienswijzen stakeholders (II) Federatie Amsterdamse Huurderskoepels De FAH is tevreden met het onderzoek dat is gedaan naar de beweegredenen om wel of niet in te gaan op een aansluiting op het warmtenet. Wij herkennen de gevoelens van bewoners dat er weinig keuze over is wanneer benodigde verbeteringen van het complex (zoals onderhoud en isolatie) gekoppeld worden aan een aansluiting op het warmtenet. Dit sluit aan bij onze algemene oproep dat een overstap naar warmtenet op zichzelf iets moet opleveren voor bewoners. Dit gaat breder dan alleen het financieel aanbod, maar ook een duidelijk proces, inspraak en begrijpelijke nota's. Stichting !WOON De uitkomsten van het onderzoek zijn herkenbaar. Bewoners stemmen voor of tegen een renovatievoorstel waar de warmtetransitie onderdeel van uitmaakt. Uit enkel een stem valt niet op te maken waar precies voor of tegen is gestemd. Het is dus goed dat dit onderzoek is gedaan en meer inzicht is ontstaan hoe huurders tegen warmtenet aankijken bij renovaties. Ontbrekend motivatie om voor renovatie met warmtenet te kiezen Binnen het onderzoek is geen onderscheid gemaakt tussen renovaties in bewoonde staat en renovaties in onbewoonde staat.
In de praktijk zien we dat bij de laatste categorie projecten het verkrijgen van een stadsvernieuwingsurgentie voor veel huurders een reden kan zijn om in te stemmen met een vernieuwingsvoorstel. Voor hen is dan niet de kwaliteit van de renovatie van belang, maar het verkrijgen van een “wildcard” om hun woonpositie te verbeteren. Bevestiging praktijkervaringen Het onderzoek onderschrijft wat !WOON ziet en hoort in de praktijk van de warmtetransitie. De uitkomsten komen ook overeen met de constateringen in het PBL rapport “Aardgasvrij: een goed idee, maar…”(van augustus 2024). Het laat de noodzaak zien om bewoners, en dus ook huurders, tijdig te betrekken bij de opgaven voor de energietransitie en ze serieus te nemen. Enkele ervaringen die in het rapport terugkomen: - Bewoners leggen nadruk op het (verander) proces, partijen leggen in hun beleving de nadruk voornamelijk op het project en doelen - Een goed plan verkoopt zichzelf. Om zo ver te komen zijn goede randvoorwaarden, wederzijds vertrouwen en contact nodig. Dat vraagt inspanning van alle betrokkenen en is niet altijd eenvoudig - De kwaliteit van de uitvoering van renovaties vraagt aandacht - Garandeer bij de overstap op warmtenet dat de installatie doet wat hij beloofd.
30
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
Bijlage 2 Gespreksleidraad
Gespreksleidraad (I)
32
Gespreksleidraad (II)
33
Gespreksleidraad (III)
34
Onderzoek onder huurders van Amsterdamse corporatiewoningen naar de overstap op warmtenetten
Ipsos I&O Enschede
Ipsos I&O Amsterdam
Zuiderval 70
Piet Heinkade 55
Postbus 563
1019 GM Amsterdam
7500 AN Enschede
T (020) 308 48 00
T (053) 200 52 00
E www.ipsos-publiek.nl
E info@ioresearch.nl
Amstelveenseweg 760
KVK-nummer 08198802
1081 JK Amsterdam