4 bijlage 3 bij brief Eindrapport klimaatvoetafdruk gem Amsterdam
Tekst van het document
KLIMAATVOETAFDRUK 2022 GEMEENTELIJKE ORGANISATIE AMSTERDAM
Maart 2024
SAMENVATTING UITSTOOT GEMEENTELIJKE ORGANISATIE AMSTERDAM 615 KTON CO₂E
De gemeente Amsterdam heeft nauwkeurig de scope 1, 2 en 3 uitstoot van de gemeentelijke organisatie over het jaar 2022 in kaart gebracht. De totale uitstoot van de gemeentelijke organisatie bedraagt ongeveer 6151 kiloton (kton) koolstofdioxide-equivalent (CO₂e). Scope 1 (0,3%) & scope 2 (0,1%) omvatten samen 0,4% van de totale voetafdruk. 99,6% van de emissies vallen binnen scope 3. Dit zijn indirecte emissies waar de gemeente wel invloed op, en gedeelde verantwoordelijkheid voor heeft, maar geen directe controle over heeft. Een aanzienlijk deel van de uitstoot, namelijk 77%, is gerelateerd aan de aankoop van (kapitaal)goederen en diensten. Dit omvat de uitstoot die vrijkomt bij alle werken, leveringen en diensten die door de gemeente zijn aangekocht. Daarnaast vormt 12% van de gemeentelijke uitstoot het resultaat van investeringen van de gemeente, hier vallen o.a. alle deelnemingen onder. Ongeveer 5% van de uitstoot is toe te schrijven aan downstream geleasede activa, oftewel de gebouwen die eigendom zijn van de gemeente maar niet door de gemeente zelf worden gebruikt. De uitstoot die voortkomt uit de verwerking van het afval van de gemeente bedraagt circa 4%. De overige 2,4% van de uitstoot is verdeeld over diverse andere categorieën zoals bijvoorbeeld zakelijk reizen, woon-werk verkeer en upstream transport en distributie.
De uitstoot is voor 26,9% gebaseerd op primaire gegevens, waarbij fysieke eenheden verstrekt door leveranciers zijn omgezet naar CO₂e. De overige 73,1% is berekend met secundaire gegevens, waarbij de uitstoot is bepaald op basis van de uitgegeven euro's per sector.
De stijging ten opzichte van 2019 is grotendeels te wijten aan een bredere analyseomvang, waarbij een groter deel van alle uitgaven en data over de uitstoot van de investeringen zijn meegenomen. Het wordt aanbeloven om de data kwaliteit te verbeteren, CO2-reductie bij leveranciers te stimuleren en een focus op het verminderen van de uitstoot van het eigen vastgoed (downstream leased activa) te houden. 1De investering in AEB is niet meegenomen in het overzicht. Inclusief AEB zou de totale uitstoot 1.840 kiloton CO₂e bedragen,
waarbij 71% wordt toegeschreven aan investeringen. 1 kiloton = 1 miljoen kg
2
INHOUDSOPGAVE
01
02
03
Aanleiding en introductie
Methodologie
Klimaatvoetafdruk Amsterdam
p.4-7
p.8-12
p.13-21
04
A1
Conclusies en aanbevelingen
Bijlagen
p. 22-24
p. 25-43
01
AANLEIDING EN INTRODUCTIE
4
DE AANLEIDING Klimaatverandering verwijst naar de langdurige veranderingen in de gemiddelde temperatuur, neerslagpatronen, windpatronen en andere klimatologische factoren van de aarde. Deze veranderingen worden grotendeels toegeschreven aan menselijke activiteiten, met name de uitstoot van broeikasgassen zoals koolstofdioxide (CO₂) en methaan (CH₄) als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen, ontbossing en industriële processen. Op dit moment bevindt de wereld zich in een periode van versnelde klimaatverandering. De wetenschappelijke consensus is duidelijk dat de aarde opwarmt en dat deze opwarming voornamelijk het gevolg is van menselijke activiteiten. Dit wordt ondersteund door talrijke waarnemingen, zoals stijgende temperaturen, smeltende ijskappen en gletsjers, stijgende zeespiegel, veranderingen in neerslagpatronen en toegenomen frequentie van extreme weersomstandigheden zoals hittegolven, droogte, overstromingen en stormen.
In dit rapport onderzoeken we de relatie tussen de activiteiten van de gemeentelijke organisatie in Amsterdam en de resulterende uitstoot, die bijdraagt aan klimaatverandering. Het is van cruciaal belang om een diepgaand begrip te hebben van hoe de activiteiten van de gemeente het klimaat belasten, gezien de aanzienlijke uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt.
5
INTRODUCTIE Projectdoel De gemeente Amsterdam streeft ernaar om in 2030 een volledig duurzame organisatie te zijn. Om dit te bereiken, heeft ze vijf belangrijke klimaatdoelen vastgesteld: klimaatadaptatie, CO2neutraliteit, duurzaam denken en doen, circulariteit, en energie opwekken en besparen. De bedrijfsvoering is CO2-neutraal wanneer alle uitstoot in scope 1 en 2 tot nul zijn teruggebracht en wanneer de uitstoot in scope 3 maximaal verminderd is. Om deze doelen tastbaar te maken, heeft de gemeente over het jaar 2019 een nulmeting uitgevoerd van de scope 3-uitstoot van haar organisatie. Deze meting wordt periodiek herhaald om nieuwe inzichten te krijgen en de methodologie en volledigheid ervan verder te verbeteren. Het doel hiervan is om een beter inzicht te krijgen in de scope 3-emissies en zo de beweging van emissiereductie te versnellen.
Green office, gemeente Amsterdam De Green Office is het duurzaamheidsplatform binnen de gemeente Amsterdam. Het rapporteert over de CO₂ - en energievoetafdruk en monitort de voortgang ten aanzien van de duurzaamheidsdoelen voor de eigen organisatie. De Green Office heeft Climate Neutral Group (hierna CNG) gevraagd om de scope 3 analyse uit te voeren, datakwaliteit in kaart te brengen, incl. verbetervoorstellen, en het gesprek over emissiereductie op gang te brengen.
Anthesis - Climate Neutral Group Anthesis - Climate Neutral Group, opgericht in 2002 als een sociale onderneming, heeft als missie de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden Celsius voor toekomstige generaties. Door samen te werken met organisaties, hun producten en hun diensten willen we bereiken dat er in 2050 geen CO2 meer wordt uitgestoten. We kijken naar wat nodig is en laten zien dat het altijd kan met respect voor de organisatie, haar stakeholders en haar directe omgeving. Onze erkende methodes zorgen ervoor dat de resultaten die je bereikt als je werkt aan Zero CO2 geloofwaardig en transparant zijn. We laten organisaties doen waar ze goed in zijn: binnen de grenzen van de planeet, zinvol en met echte waarde. 6
NULMETING 2019 In 2022 werd een nulmeting uitgevoerd door Metabolic en CircularIQ, waarbij gekeken werd naar het jaar 2019 om de circulariteit en de uitstoot van broeikasgassen van de gemeentelijke organisatie in kaart te brengen. Uit dit onderzoek bleek dat de klimaatvoetafdruk in 2019 191 kton CO₂e bedroeg. De nulmeting in 2019 richtte zich zowel op de CO₂-voetafdruk als op de circulariteitsindex van de gemeente. Hierbij lag de focus voornamelijk op materialen, waarbij diensten buiten beschouwing zijn gelaten. Daarnaast zijn een aantal relevante categorieën niet meegenomen in de analyse zoals 3.4 upstream transport & distributie, 3.5 afvalverwerking en 3.15 investeringen. Dit onderzoek is herhaald voor het jaar 2022, waarbij alleen de klimaatvoetafdruk is geanalyseerd. De opdracht werd opnieuw uitgevoerd met als doel de datakwaliteit te verbeteren, een bredere scala aan categorieën te omvatten en een completere voetafdruk te produceren.
7
02
METHODOLOGIE
8
Scope 1
AFBAKENING EMISSIEBRONNEN PER SCOPE
Scope 2
Directe emissies uit eigen/gecontroleerde bronnen
Indirecte emissies van ingekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling
GHG Protocol Corporate Standard
Scope 3
Overige indirecte emissies uit de waardeketen
De emissies zijn in kaart gebracht volgens de richtlijnen van het GHGprotocol, een internationaal erkend protocol dat de voorschriften geeft voor het berekenen van een voetafdruk. Het GHG-protocol verdeelt de emissiebronnen in drie scopes. 3.8 Transport en distributie
Ingekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling
3.7 Woonwerkverkeer
3.6 Geleasede activa
3.1 Ingekochte goederen en diensten
Bedrijfsfaciliteiten
Bedrijfsvoertuigen
Binnen scope 1 vallen alle emissies die plaatsvinden binnen de organisatie zelf. Voorbeelden zijn uitstoot door het gebruik van bedrijfsvoertuigen of het verbranden van brandstoffen op bedrijfslocatie.
3.9 Transport en distributie
3.10 Verwerking van verkochte producten
Scope 2 omvat alle emissies van ingekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling, waarvan de daadwerkelijke uitstoot elders plaats vindt.
Vluchtige uitstoot 3.11 Gebruik van verkochte producten
3.5 Afval Process uitstoot
3.2 Kapitaalgoederen
3.15 Investeringen
3.12 End-Of-Life 3.3 Brandstof en energie gerelateerde activiteiten
3.4 Zakelijk reizen
Upstream activiteiten
3.13 Geleasde activa
Rapporterende organisatie
3.14 Franchisen
Downstream activiteiten
Tot slot omvat scope 3 alle uitstoot die zich voordoen in de waardeketen van de organisatie. Hieronder vallen categorie 3.1 tot en met 3.15 en valt te denken aan de uitstoot veroorzaakt wordt door leveranciers, de uitstoot die plaatsvindt binnen de scope 1 & 2 van investeringen, zakelijk reizen van medewerkers, en andere activiteiten buiten de directe controle van de organisatie.
AFBAKENING OPERATIONELE CONTROLE Methodes
Er zijn verschillende methodes die gekozen kunnen worden voor een voetafdruk. De gekozen en tevens meest gangbare methode is de operationele controle methode, waarbij gekeken wordt naar de operationele controle binnen verschillende onderdelen van de gemeente. Wanneer er operationele controle is, wordt de uitstoot van de entiteit beschouwd als 'eigen’ en meegenomen binnen alle scopes en categorieën. Een voorbeeld hiervan zijn alle directies en programma’s van de gemeente, hier heeft de gemeente operationele controle over.
1
2
Aandelen methode
Financiële methode
De gemeente heeft geen operationele controle over haar deelnemingen, deze zijn meegenomen in categorie 15: investeringen.
3
Operationele controle methode
Organisaties rapporteren broeikasgasemissies op basis van hun aandeel in het eigen vermogen van de activiteit, wat hun economisch belang weerspiegelt.
Een organisatie neemt 100% van de broeikasgasemissies op waarover ze financiële controle heeft, en negeert de uitstoot van activiteiten waarin ze een belang heeft maar geen financiële controle heeft. Financiële controle over een activiteit betekent dat de organisatie het financiële en operationele beleid kan beïnvloeden om economische voordelen te behalen, zelfs als ze minder dan 50% van het aandelenkapitaal heeft.
Een organisatie rapporteert 100% van de broeikasgasemissies waarover ze operationele controle heeft, en negeert de uitstoot van activiteiten waarin ze een financieel belang heeft maar geen operationele controle heeft. Operationele controle betekent dat de organisatie of haar 10 dochterondernemingen het operationele beleid kunnen beïnvloeden en implementeren, zoals vaak het geval is wanneer de organisatie de exploitant van een faciliteit is.
WERKPROCES¹
1
2
De gemeente Amsterdam heeft een lijst aangeleverd waar alle uitgaven over het jaar 2022 in stonden. Deze dataset met +- 400.000 regels is gecategoriseerd met behulp van de leveranciers en de inkoopcategorieën (‘Pia codes’).
Er is een inventarisatie van de beschikbare data gedaan.
Alle leveranciers zijn ingedeeld in verschillende categorieën: a) Maatwerkanalyse (primaire data)
3
4
• Opgevraagde data beschikbaar • Opgevraagde data niet beschikbaar b) Diensten c) Overig (Kleine leveranciers <€2.000.000) d) Uitgesloten
De emissies zijn berekend op basis van de beschikbare data of op basis van secundaire data
¹Voor meer informatie over de gebruikte methodes zie de bijlage, pagina’s 33-43
11
GEANALYSEERDE UITGAVEN¹ - 2022 € 347.731.953 Een crediteur met een negatieve waarde
€ 715.819.462 Maatwerk - Opgevraagde data niet beschikbaar - Secundaire data
Het is geen emissiepost zoals belastingen en heffingen Het is bestemd voor een andere overheidsinstantie Uitgesloten uitgaven 326.876.975
€ 515.617.628 Maatwerk - Opgevraagde data beschikbaar – Primaire data
21% 29%
Meegenomen uitgaven Totale uitgaven gemeente
21%
(€2.767,038) 29% Meegenomen uitgaven 2.440.930.063
¹ Omvat scope 1, 2 en categorieën 3.1 & 3.2 goederen en diensten, 3.3 energie, 3.4 transport, 3.5 afval, 3.6 zakelijk reizen en 3.15 investeringen. Categorie 7 valt niet binnen deze analyse omdat de personeelskosten niet zijn meegenomen in deze analyse. Categorie 13: geleased vastgoed valt niet binnen deze analyse omdat er binnen deze categorie geen uitgaven zijn, en het dus niet op uitgaven geanalyseerd kan worden.
€ 506.890.346 Diensten - data niet opgevraagd – Secundaire data
\ € 702.602.626 Overig - Kleine leveranciers - data niet opgevraagd – Secundaire data 12
03
KLIMAAT VOETAFDRUK
13
UITSTOOT GEMEENTELIJKE ORGANISATIE AMSTERDAM 615 KTON CO₂E
De gemeente Amsterdam heeft nauwkeurig de scope 1, 2 en 3 uitstoot van de gemeentelijke organisatie over het jaar 2022 in kaart gebracht. De totale uitstoot van de gemeentelijke organisatie bedraagt ongeveer 6151 kiloton (kton) koolstofdioxide-equivalent (CO₂e). Scope 1 (0,3%) & scope 2 (0,1%) omvatten samen 0,4% van de totale voetafdruk. 99,6% van de emissies vallen binnen scope 3. Dit zijn indirecte emissies waar de gemeente wel invloed op, en gedeelde verantwoordelijkheid voor heeft, maar geen directe controle over heeft. Een aanzienlijk deel van de uitstoot, namelijk 77%, is gerelateerd aan de aankoop van (kapitaal)goederen en diensten. Dit omvat de uitstoot die vrijkomt bij de alle werken, leveringen en diensten die door de gemeente zijn aangekocht. Daarnaast vormt 12% van de gemeentelijke uitstoot het resultaat van investeringen van de gemeente, hier vallen o.a. alle deelnemingen onder. Ongeveer 5% van de uitstoot is toe te schrijven aan downstream geleasede activa, oftewel de gebouwen die eigendom zijn van de gemeente maar niet door de gemeente zelf worden gebruikt. De uitstoot die voortkomt uit de verwerking van het afval van de gemeente bedraagt circa 4%. De overige 2,4% van de uitstoot is verdeeld over diverse andere categorieën zoals bijvoorbeeld zakelijk reizen, woon-werk verkeer en upstream transport en distributie.
De uitstoot is voor 26,9% gebaseerd op primaire gegevens, waarbij fysieke eenheden verstrekt door leveranciers zijn omgezet naar CO₂e. De overige 73,1% is berekend met secundaire gegevens, waarbij de uitstoot is bepaald op basis van de uitgegeven euro's per sector. 1De investering in AEB is niet meegenomen in het overzicht. Inclusief AEB zou de totale uitstoot 1.840 kiloton CO₂e bedragen,
waarbij 71% wordt toegeschreven aan investeringen. 1 kiloton = 1 miljoen kg
14
UITSTOOT GEMEENTELIJKE ORGANISATIE AMSTERDAM 615 KTON CO₂E
Een aantal categorieën zijn niet relevant voor de gemeente Amsterdam. Dit zijn de categorieën 3.9: upstream transport, 3.10: verwerking van verkochte producten, 3.11: gebruik van verkochte producten, 3.12: end-of-life emissies, 3.14: franchisen. Deze categorieën zijn niet relevant voor de gemeente omdat de gemeente geen commercieel bedrijf is dat producten verkoopt. De hiernaast staande grafiek wordt door het document heen gebruikt als legenda. Hiermee wordt in rood aangegeven over welke categorieën de betreffende pagina gaat.
Scope 1
2
Scope 2
1
3.1 & 3.2 Goederen en diensten
471
3.3 Energie 3.4 Transport
5
1
3.5 Afval 3.6 Reizen 3.7 Woon-werkverkeer 3.13 Geleased vastgoed 3.15 Investeringen
24
0
6
32
73
15
INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN PER PROGRAMMA
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten 4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed
In de uitgavenlijst van de gemeente Amsterdam kwamen 10 programma’s terug, hierbij zijn er 4 programma’s samen verantwoordelijk voor >90%* van de totale uitstoot: • • • •
2. Openbare ruimte, water, groen, vervoer; 1. Bouwen, Wonen en Duurzaamheid 6. Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit B. Bestuur en organisatie
471.372
3. Energie
15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Verdeling uitstoot ingekochte goederen en diensten per programma (in ton CO₂e) (excl. ‘Onbekend’ – 137 kton CO2e)
Deze uitsplitsing is alleen mogelijk voor de uitstoot omtrent categorie 3.1 & 3.2 ingekochte goederen en diensten omdat deze informatie via de uitgaven is geclassificeerd per directie en programma. Er is echter ook uitgavendata die niet is geoormerkt per programma, waardoor niet kan worden opgemaakt binnen welk programma deze uitstoot plaatsvind. Deze data (gelabeld als ‘Onbekend’) is verantwoordelijk voor 137 kton aan uitstoot. In de bijlage, p.27 is een totaaltabel weergegeven van de uitstoot en datakwaliteit per programma. In de bijlage op p.28 is een uitsplitsing per deelprogramma te vinden. *exclusief ‘Onbekend’ data
16
INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN PER DIRECTIE
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten 4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
Op verzoek van de gemeente Amsterdam is er ook gekeken naar de uitgaven en daarmee corresponderende uitgaven per directie.
471.372
3. Energie
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Verdeling uitstoot ingekochte goederen en diensten per directie (in ton CO₂e)
In de uitgavenlijst van de gemeente Amsterdam kwamen 53 directies terug, hierbij zijn er 15 directies die samen verantwoordelijk zijn voor >90% van de totale uitstoot. Dit zijn de directies die in de figuur hiernaast zijn weergegeven. 3 directies: Verkeer en Openbare ruimte, Onderwijs, Jeugd en Zorg en Grond en Ontwikkeling zijn samen verantwoordelijk voor ~55% van de voetafdruk. In de bijlage, p.26 is een totaaltabel weergegeven van de uitstoot en datakwaliteit per directie.
17
DATAKWALITEIT VERGELIJKING 2019 - 2022 1
2 Deze analyse - 2022 In 2022 gaf de gemeente Amsterdam €2,76 miljard uit, waarvan €326 miljoen werd uitgesloten. In totaal zijn 88% van de uitgaven meegenomen. Van de emissies komt 29% van de uitgegeven euro’s van leveranciers met minder dan €2 miljoen omzet bij de gemeente Amsterdam, waarbij de emissies zijn berekend met secundaire data. Van de meegenomen uitgaven werd bij 21% van de uitgaven de leverancier aangemerkt als dienstenleverancier, waarbij de emissies ook zijn berekend met secundaire data. Van de uitgaven is 50% gecategoriseerd als uitgaven aan leveranciers waarvoor primaire data moet worden opgevraagd. Van deze categorie is voor 21% van de uitgaven de data opgevraagd en verkregen, waarbij primaire data is gebruikt. Echter, 29% van de uitgaven waar data voor opgevraagd werd was niet beschikbaar, dus zijn deze emissies ook meegenomen op basis van secundaire data.
2 1 Nulmeting - 2019 In 2019 bedroegen de uitgaven van de gemeente Amsterdam €2,25 miljard, waarvan €553 miljoen werd geclassificeerd als materiële uitgave. Van dit bedrag werd het achterliggende materiaalgebruik van ongeveer een derde (€199 miljoen) vastgesteld, voornamelijk bij de grootste projecten en leveranciers. Voor nog een derde van de materiële uitgaven (€173 miljoen) werden materiaalstromen geschat via extrapolatie, terwijl de achterliggende materiaalstromen van de resterende uitgaven (€182 miljoen) niet werden achterhaald of geschat, waardoor deze niet werden meegenomen in de analyse. In totaal zijn 16% van de uitgaven meegenomen. 18
UITSTOOT VERGELIJKING 2019 - 2022 1
2 Deze analyse - 2022 In 2022 betrof de totale voetafdruk van de gemeentelijke organisatie in Amsterdam 615 kiloton CO₂e. Deze stijging is te verklaren door het toepassen van een andere scope, waarbij meer is meegenomen, zoals te lezen op de vorige pagina. Merendeel van de emissies zijn toe te schrijven aan categorie 3.1 & 3.2 ingekochte (kapitaal) goederen en diensten. Een ander groot deel van de uitstoot is toe te schrijven aan 3.15 investeringen.
2
1
Nulmeting - 2019
In 2019 betrof de voetafdruk 191 kiloton CO₂e. 65% van deze emissies zijn toe te schrijven aan categorie 3.2 aangeschafte kapitaalgoederen. Daarnaast is 25% van de uitstoot toe te schrijven aan 3.13 downstream geleasde activa.
19
DATAKWALITEIT AANBEVELINGEN
•
Tijdens het onderzoek is gebleken dat veel data die nodig is om een CO 2-voetafdruk te bepalen nog niet beschikbaar is. Dit gaat om informatie over aangekochte hoeveelheden materiaal en werkuren. Met deze fysieke eenheden kunnen door middel van externe databases een nauwkeurige inschatting gemaakt worden van de uitstoot.
•
Het is zelfs nog beter als de gemeente Amsterdam zelf leveranciers om een benadering van de CO2-uitstoot per project vraagt. Door de (beoogde) uitstoot van een project mee te laten wegen in de aanbestedingen, wordt de markt uitgedaagd om een project zo klimaatvriendelijk uit te voeren.
•
Daarom is op de volgende pagina een data-hiërarchie opgesteld die de gemeente moet helpen in het streven naar zo scherp mogelijke data om de uitstoot van de CO 2-bij inkoop in kaart te brengen.
•
Steeds meer grote leveranciers hebben hier informatie over, of moeten dit op korte termijn in kaart gaan brengen conform de nieuwe CSRD-wetgeving1. Dus een uitvraag naar CO2-uitstoot per project wordt steeds kansrijker. Hierom is gekozen om samen met de Green Office een onderzoek te starten naar het proces van uitvragen van grote aanbestedingen. De resultaten van dit onderzoek zijn op het moment van schrijven echter nog niet bekend en worden op een later moment gerapporteerd.
1Corporate Sustainability Reporting Directive
DE DATA-HIËRARCHIE #
Soort data
Voorbeelddata
5
Uitgaven-data in €
€1.000.000
Niet uitgesplitst naar goederen en diensten (huidige situatie)
Gebruikte emissie factor
Voordeel
Nadeel
EEIO1
+ Data is al beschikbaar, geen aanvullende handling verreist
- Zeer lage nauwkeurigheid - Huidige winst door duurzaamheidsinitiatieven niet zichtbaar in resultaten
EEIO
+ Weinig aanvullende dataverzameling nodig, enkel verdeling tussen goederen en diensten.
- Lage nauwkeurigheid - Huidige winst door duurzaamheidsinitiatieven niet zichtbaar in resultaten
COAL
4
Uitgaven-data in € Uitgesplitst naar goederen en diensten
€600.000 in goederen €400.000 in diensten
3
Data in fysieke eenheden
2.000 ton baksteen 4.000 ton cement 200 manuren
LCA-databases EcoInvent DuboCalc
+ Data is beschikbaar en kan worden vastgelegd + Geen LCA-eis
- Beperkte nauwkeurigheid - Aannames doen op subtype materiaal - Wisselen naar een duurzamere leverancier met hetzelfde materiaal niet terug te zien in de resultaten
OIL
Gewicht, oppervlak, volume, werkuren
2
Data in kgCO2
Baksteen - 40.000 kgCO2 Cement – 80.000 kgCO2 Manuren – 2.000 kgCO2
Primaire bron leverancier
+ Hoge nauwkeurigheid + onderscheid tussen leveranciers met hetzelfde materiaal zichtbaar + spoort de markt aan om actiever met CO₂reductie aan de slag te gaan
- Moeilijk te verifiëren - Valse claims mogelijk
1
Data in kgCO2 met NMDgeverifieerde LCA.
Baksteen - 40.000 kgCO2 Cement – 80.000 kgCO2 Manuren – 2.000 kgCO2
NMD of andere LCA-database
+ Nauwkeurig + Volledig + Spoort de markt aan om actiever met CO₂reductie aan de slag te gaan
- Niet elke leverancier zal hier in het begin aan kunnen voldoen.
Leverancier zelf verantwoordelijk voor CO₂-data
CO₂-data is geverifieerd door externe partij
1EEIO = Environmentally-extended input output
04
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
22
CONCLUSIES • Gemeente Amsterdam heeft de CO2-voetafdruk van de gehele organisatie voor scope 1, 2 en 3 voor 2022 opgesteld. De totale voetafdruk is 615 kton, exclusief de emissies van de deelneming in AEB. Inclusief AEB is de uitstoot van de gemeentelijke organisatie 1.857 kton • De totaal bekende CO2-uitstoot binnen de stadsgrenzen van Amsterdam was in 2022 3.247 kton1. De impact van de gemeentelijke organisatie is, inclusief AEB, 1.857 kton. Dit betekent dat de (deels) indirecte impact van de gemeentelijke organisatie vergelijkbaar is met de ~57% van de totale uitstoot binnen de stadgrenzen van Amsterdam. Zonder AEB komt dit neer op 19% • Ten opzichte van de nulmeting in 2019 is de voetafdruk in 2022 substantieel hoger (615 kton in 2022 vs 196 kton in 2019). Dit komt omdat in de analyse over 2022, 88% van alle uitgaven van de gemeente is meegenomen, vergeleken met 16% van de uitgaven in 2019. Ook is over 2022 alle uitstoot van de deelnemingen meegenomen. Dit om een zo compleet mogelijk beeld van de totale CO 2-voetafdruk te presenteren. De voetafdruk is hoger, maar dit komt voornamelijk door een uitbreiding van de onderzoeksscope.
• Om een compleet beeld van de voetafdruk te geven is veel data nodig. Veel van deze data was echter nog niet beschikbaar en daarom is voor ~73% van de voetafdruk met secondaire data gewerkt op basis van uitgaven. Dit komt voornamelijk door ontbrekende data bij ingekochte (kapitaal)goederen en diensten en afval. Voor de overige categorieën is de datakwaliteit hoger en is gemiddeld voor ~80% van de uitstoot met primaire data gewerkt. 23 1Bron: klimaatmonitor
AANBEVELINGEN • De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen jaren stevige stappen gezet in het in kaart brengen en reduceren van de voetafdruk. De focus heeft hierbij met name gelegen op de categorieën die onderdeel zijn van de CO2-prestatieladder (scope 1, 2, zakenreizen en woon-werkverkeer). Het valt aan te bevelen om de focus te verschuiven naar de andere grote categorieën binnen scope 3: • Ingekochte goederen en diensten − bijvoorbeeld aanleg en onderhoud wegennet of uitvoering GWW werkzaamheden
• Downstream leased assets • Investeringen • Voor ingekochte goederen en diensten is de data nog niet van voldoende kwaliteit om grote uitspraken te doen over reductiepotentieel. Het is echter wel belangrijk om te beseffen dat het uitvragen van CO2-data (idealiter zo hoog mogelijk in de data-hiërarchie (p.19)) de markt zal uitdagen om bij grote projecten meer nadruk op CO2-reductie te leggen wat waarschijnlijk gelijk tot reductie zal leiden. • Parallel hieraan is het belangrijk om de dataverzameling over ingekochte goederen en diensten binnen de gemeente te stroomlijnen opdat het elk jaar eenvoudiger wordt om deze analyse te herhalen en te verbeteren. Het nadeel van de gebruikte uitgavenmethode is dat de uitstoot met name gerelateerd wordt aan de totale uitgaven. Geeft een directie meer geld uit, dan stijgt de uitstoot mee. Voor sommige directies met veel uitgaven kan dit een overschatting betekenen. Het is echter wel goed dat directies met hoge uitgaven extra focus leggen op het achterhalen van de uitstootgegevens van deze uitgaven. • Tot slot de aanbeveling om de focus op downstream leased assets (eigen vastgoed) te vergroten. De uitstoot van deze categorie (32 kton) is groter dan de totale uitstoot van scope 1, 2 en zakenreizen (13 kton) en bestaat voor 99% uit aardgasgebruik.
Dit is een categorie waar de gemeente Amsterdam als eigenaar relatief veel invloed heeft, en niet alleen bijdraagt aan CO2-reductie maar ook aan het worden van een fossielvrije/ aardgasloze stad. 24
05
BIJLAGEN
25
BIJLAGEN LEESWIJZER Totalen
Uitsplitsing per directie/programma
Methodologie per scope 3 categorie
p. 27 en 28 geven aanvullende informatie over de totaaluitstoot van de gemeente Amsterdam.
Op p. 29-32 staat aanvullende informatie over de onderverdeling tussen directies en programma's.
Op p. 33-43 staat per scope 3 categorie aanvullende informatie hoe deze categorie is berekend en wat de bron van deze informatie is.
26
UITSTOOT GEMEENTELIJKE ORGANISATIE AMSTERDAM – INCLUSIEF AEB 1.857 KILOTON CO2E In het jaar 2022 heeft de gemeentelijke organisatie nauwkeurig de scope 1, 2 en 3 emissies in kaart gebracht. De totale uitstoot van de gemeentelijke organisatie bedraagt ongeveer 1.857.229 kiloton koolstofdioxide-equivalent (CO₂e) wanneer je de AEB meerekent.
Van deze uitstoot is 75,8% gebaseerd op primaire gegevens, waarbij de fysieke eenheden verstrekt door leveranciers zijn omgezet naar CO₂e. De overige 24,2% is berekend met secundaire gegevens, waarbij de uitstoot is bepaald op basis van de uitgegeven euro's per sector. Een aanzienlijk deel van de uitstoot, namelijk 71%, is gerelateerd aan de investeringen (deelnemingen) van de gemeente. Van deze emissies kan 94% toegewezen worden aan de AEB.
Daarnaast vormt 25% van de gemeentelijke uitstoot het resultaat van de ingekochte goederen en diensten van de gemeente. Ongeveer 2% van de uitstoot is toe te schrijven aan downstream geleasede activa, oftewel de gebouwen die eigendom zijn van de gemeente maar niet door de gemeente zelf worden gebruikt. De emissie die voortkomt uit de verwerking van het afval van de gemeente bedraagt circa 1%. De overige 1% van de uitstoot is verdeeld over diverse andere categorieën.
27
TOTAALTABEL UITSTOOT GEMEENTE AMSTERDAM 2022
Exclusief AEB
Inclusief AEB
2022
2022
614.973 tonCO2
Scope 1 Scope 1
Scope 2 Scope 2
Scope 3
1.949 ton CO₂e
0,3%
1.949 ton CO₂e
632 ton CO₂e 632 ton CO₂e
612.392 ton CO₂e
% maatwerk 0,3%
100,0%
0,1%
100,0%
1.857.229 tonCO2
Scope 1 Scope 1
Scope 2
0,1%
Scope 2
Scope 3
99,6%
0,1%
1.949 ton CO₂e
632 ton CO₂e 632 ton CO₂e
1.854.648 ton CO₂e
100,0%
0,0%
100,0%
0,0%
99,9% 12,3%
4.730 ton CO₂e
0,3%
100,0%
1.282 ton CO₂e
0,1%
99,9%
23.970 ton CO₂e
1,3%
0,0%
6. Zakelijke reizen
317 ton CO₂e
0,0%
100,0%
7. Woon-werkverkeer
5.777 ton CO₂e
0,3%
100,0%
8. Upstream geleasede activa
NVT ton CO₂e
NVT ton CO₂e
9. Downstream transport en distributie
NVT ton CO₂e
NVT ton CO₂e
10. Verwerking van verkochte producten
NVT ton CO₂e
11. Gebruik van verkochte producten
NVT ton CO₂e
11. Gebruik van verkochte producten
NVT ton CO₂e
12. Verwerking van verkochte producten
NVT ton CO₂e
12. Verwerking van verkochte producten
1,7%
92,2%
70,8%
99,3%
471.372 ton CO₂e
76,6%
12,3%
471.372 ton CO₂e
% maatwerk 0,1%
25,4%
1&2. Ingekochte (kapitaal)goederen en diensten
1&2. Ingekochte (kapitaal)goederen en diensten
1.949 ton CO₂e
2. Aangeschafte kapitaalgoederen
NVT ton CO₂e
100,0%
3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten
99,9%
4. Upstream transport en distributie
3,9%
0,0%
5. Afval
317 ton CO₂e
0,1%
100,0%
7. Woon-werkverkeer
5.777 ton CO₂e
0,9%
100,0%
8. Upstream geleasede activa
NVT ton CO₂e
9. Downstream transport en distributie 10. Verwerking van verkochte producten
2. Aangeschafte kapitaalgoederen
NVT ton CO₂e
3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten
4.730 ton CO₂e
0,8%
4. Upstream transport en distributie
1.282 ton CO₂e
0,2%
5. Afval
23.970 ton CO₂e
6. Zakelijke reizen
13. Downstream geleasede activa 14. Franchises 15. Investeringen
Scope 3 upstream Scope 3 downstream
TOTAAL
31.602 ton CO₂e
5,1%
92,2%
14. Franchises
NVT ton CO₂e 73.341 ton CO₂e
13. Downstream geleasede activa
11,9%
86,8%
15. Investeringen
507.449
Scope 3 upstream
104.943
Scope 3 downstream
614.973 ton CO₂e
TOTAAL
NVT ton CO₂e 31.602 ton CO₂e NVT ton CO₂e 1.315.597 ton CO₂e
507.449 1.347.199
1.857.229 ton CO₂e
28
UITSTOOT PER PROGRAMMA De totale uitstoot van categorie 3.1 & 3.2 ingekochte goederen en diensten is ~471 kton CO2 en deze uitstoot is onderverdeeld tussen de verschillende programma’s. In de uitgavenlijst van de gemeente Amsterdam kwamen 10 programma’s terug, hierbij zijn er 4 directies die samen verantwoordelijk zijn voor >90% van de totale uitstoot: 2. Openbare ruimte, water, groen, vervoer; 1. Bouwen, Wonen en Duurzaamheid; 6. Gezondheid, Zorg, Jeugd, Opvang en Diversiteit; B. Bestuur en organisatie Ook is gekeken naar het %maatwerk per programma. Dit houdt in, welk deel van de uitstoot zijn bepaald op basis van primaire data en welk deel van de uitgaven is bepaald op basis van de EEIO-factoren. Hier is te zien dat voor veel programma’s het grootste deel van de emissies is ingeschat op basis van EEIO, omdat aanvullende data niet beschikbaar is. De uitstoot is ingeschat door middel van de PIA-codes te koppelen aan de meest geschikte EEIO factor.
Programma naam 8 Veiligheid
Totaal
Relatief
% maatwerk
4.430
1,34%
1,90%
129.495
39,24%
63,12%
3 Economie, kunst, cultuur en erfgoed
1.925
0,58%
1,94%
5 Onderwijs
4.359
1,32%
0,11%
4 Sport
3.529
1,07%
0,37%
7 Werk, inkomen en participatie
10.761
3,26%
2,49%
6 Volksgezondheid, jeugd en zorg
64.519
19,55%
1,59%
1 Ruimtelijke ontwikkeling, bouwen, wonen
73.208
22,18%
5,81%
B B. Bestuur en organisatie
36.764
11,14%
4,54%
A A. Algemene dekkingsmiddelen
1.045
0,32%
0,51%
2 Openbare ruimte, water, groen, vervoer
Onbekend Onbekend
137.286
0,60%
Het nadeel van deze methode is dat de uitstoot hiermee met name gerelateerd wordt aan de totale uitgaven. Geeft een directie meer geld uit, dan stijgt de uitstoot mee. Voor sommige directies met veel uitgaven kan dit een overschatting betekenen. Het is echter wel goed dat directies met hoge uitgaven extra focus leggen op het achterhalen van de uitstootgegevens van deze uitgaven.
29
Programma Afval en Grondstoffen
UITSTOOT PER DIRECTIE
In de uitgavenlijst van de gemeente Amsterdam kwamen 53 directies terug, hierbij zijn er 15 directies die meer dan 1% van de uitgaven en samen verantwoordelijk zijn voor >90% van de totale uitstoot. 3 directies: Verkeer en Openbare ruimte, Onderwijs, Jeugd en Zorg en Grond en Ontwikkeling zijn samen verantwoordelijk voor ~55% van de voetafdruk.
Het nadeel van deze methode is dat de uitstoot hiermee met name gerelateerd wordt aan de totale uitgaven. Geeft een directie meer geld uit, dan stijgt de uitstoot mee. Voor sommige directies met veel uitgaven kan dit een overschatting betekenen. Het is echter wel goed dat directies met hoge uitgaven extra focus leggen op het achterhalen van de uitstootgegevens van deze uitgaven.
% maatwerk 1,5%
0,4%
Auditdienst ACAM
7
0,0%
0,0%
Basisinformatie
984
0,2%
1,9%
Belastingen
792
0,2%
0,7%
Bestuur en Organisatie/Gemeentesecretaris
2.046
0,4%
0,1%
Bijzondere Projecten
38.009
8,1%
0,0%
11
0,0%
0,4%
1.995
0,4%
1,8%
868
0,2%
0,2%
1.794
0,4%
0,4%
850
0,2%
0,2%
13.858
3,0%
5,5%
912
0,2%
0,0%
Gemeentelijk Vastgoed
15.848
3,4%
0,0%
GGD Amsterdam
19.746
4,2%
2,8%
94
0,0%
0,7%
Grond en Ontwikkeling
48.278
10,3%
4,0%
ICT
5.609
1,2%
0,0%
Ingenieursbureau
5.267
1,1%
0,1%
Inkomen
7.137
1,5%
1,3%
Juridisch Bureau
841
0,2%
0,1%
Kunst en Cultuur
687
0,1%
0,0%
3
0,0%
0,0%
Onderwijs, Jeugd en Zorg
55.895
12,0%
0,1%
Onderzoek, Informatie en Statistiek
1.091
0,2%
1,7%
Parkeren
5.191
1,1%
0,3%
Participatie
223
0,0%
0,0%
Personeel en Organisatie
1.618
0,3%
0,3%
Projectmanagementbureau
1.220
0,3%
0,1%
8
0,0%
0,0%
Ruimte en Duurzaamheid
3.177
0,7%
0,2%
Sport en Bos
9.928
2,1%
4,4%
Stadsarchief
476
0,1%
0,2%
Stadsbank van Lening
10
0,0%
0,1%
Stadsdeel Centrum
1.195
0,3%
0,8%
Stadsdeel Nieuw-West
1.490
0,3%
3,0%
Stadsdeel Noord
3.728
0,8%
0,7%
Stadsdeel Oost
1.468
0,3%
0,7%
Stadsdeel West
872
0,2%
0,8%
Stadsdeel Zuid
453
0,1%
0,6%
Stadsdeel Zuidoost
671
0,1%
0,8%
Stadswerken
29.991
6,4%
3,2%
Staf Dienstverlening en Informatie (Directie)
1.668
0,4%
0,0%
Staf Gebiedsg Werk Stadsbeheer
58
0,0%
0,2%
Staf Interne Dienstverlening (Directie)
699
0,1%
0,0%
Staf Ruimte en Economie (Directie)
1.313
0,3%
0,1%
Staf Sociaal (Directie)
1.711
0,4%
0,0%
266
0,1%
0,1%
2.496
0,5%
3,3%
154.345
33,0%
20,0%
Werk en Participatie
3.323
0,7%
0,1%
Wonen
2.445
0,5%
3,6%
Zuidas
7.788
1,7%
0,0%
Communicatie CTO innovatieteam Dienstverlening Economische Zaken en Cultuur Facilitair Bureau Financiën en Inkoop
Griffie
Monumenten en Archeologie
Ook is gekeken naar het %maatwerk per directie. Dit houdt in, welk deel van de uitstoot zijn bepaald op basis van primaire data en welk deel van de uitgaven is bepaald op basis van de EEIO-factoren. Hier is te zien dat voor veel directies het grootste deel van de emissies is ingeschat op basis van EEIO, omdat aanvullende data niet beschikbaar is. De uitstoot is ingeschat door middel van de PIA-codes te koppelen aan de meest geschikte EEIO factor.
Relatief
6.786
Bureau Interim en Advies
De totale uitstoot van categorie 3.1 & 3.2 ingekochte goederen en diensten is ~471 kton CO2 en deze uitstoot is onderverdeeld tussen de verschillende directies.
Totaal
RIEC bureau
Subsidies-, Inkoop- en Juridisch Bureau Sociaal Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte Verkeer en Openbare Ruimte
30
UITSTOOT PER PROGRAMMAONDERDEEL De totale uitstoot van categorie 3.1 & 3.2 ingekochte goederen en diensten is ~471 kton CO2 en deze uitstoot is onderverdeeld tussen de verschillende deelprogramma’s. 4 deelprogramma’s: • • • •
Verkeer, vervoer en parkeren; Grond; Individuele voorzieningen Onderhoud openbare ruimte en reiniging
zijn samen verantwoordelijk voor >55% van de voetafdruk. Er is echter ook een uitgavendata die niet is geoormerkt per programma, waardoor niet kan worden opgemaakt binnen welk deelprogramma deze uitstoot plaatsvind. Deze data (gelabeld als 'Onbekend') is verantwoordelijk voor 137 kton aan uitstoot. Ook is gekeken naar het %maatwerk per deelprogramma. Dit houdt in, welk deel van de uitstoot zijn bepaald op basis van primaire data en welk deel van de uitgaven is bepaald op basis van de EEIO-factoren. Hier is te zien dat voor veel deelprogramma’s het grootste deel van de emissies is ingeschat op basis van EEIO, omdat aanvullende data niet beschikbaar is. De uitstoot is ingeschat door middel van de PIA-codes te koppelen aan de meest geschikte EEIO factor.
Programmanaam in structuur 2022-2026 01.1 Brandweer en crisisbeheersing
Relatief
% maatwerk
69
0,0%
01.2 Openbare orde en veiligheid
4.361
1,3%
1,9%
02.1 Verkeer, vervoer en parkeren
57.009
17,3%
21,5%
02.2 Water
13.744
4,2%
9,4%
02.3 Openbaar vervoer
6.247
1,9%
2,2%
03.1 Economie en innovatie
1.465
0,4%
0,3%
04.1 Kunst en cultuur
358
0,1%
0,1%
04.2 Erfgoed
102
0,0%
1,5%
05.1 Onderwijs
4.359
1,3%
0,1%
06.1 Sport
3.529
1,1%
0,4%
07.1 Inkomensregelingen
4.646
1,4%
0,7%
07.2 Werk, participatie en inburgering
3.279
1,0%
0,1%
07.3 Armoede en schuldhulp
2.836
0,9%
1,7%
08.1 Basisvoorzieningen
18.873
5,7%
0,4%
08.2 Wijkteams
7.599
2,3%
0,2%
08.3 Individuele voorzieningen
37.831
11,5%
1,0%
216
0,1%
0,0%
09.2 Afval en grondstoffen
6.163
1,9%
0,1%
09.3 Duurzaamheid en milieubeheer
1.866
0,6%
0,1%
09.4 ruimtelijke ontwikkeling
2.239
0,7%
0,3%
327
0,1%
1,2%
10.1 Grond
54.758
16,6%
2,7%
10.2 Erfpacht
1.266
0,4%
0,1%
11.1 Bouwen en wonen
6.090
1,8%
1,5%
11.2 Onderhoud openbare ruimte en reiniging
34.315
10,4%
22,5%
11.3 Groen (incl. Bos) en dierenwelzijn
12.018
3,6%
7,4%
12.1 Burgerzaken
4.118
1,2%
0,7%
12.2 Integraal thema Democratisering
357
0,1%
2,6%
A.1 Financiering en deelnemingen
8
0,0%
0,0%
1.012
0,3%
0,5%
25
0,0%
0,0%
08.4 Diversiteit
09.5 Begraafplaatsen en crematoria
A.2 Lokale heffingen A.4 Overige eigen middelen en onvoorzien
Het nadeel van deze methode is dat de uitstoot hiermee met name gerelateerd wordt aan de totale uitgaven. Geeft een deelprogramma meer geld uit, dan stijgt de uitstoot mee. Voor sommige deelprogramma’s met veel uitgaven kan dit een overschatting betekenen. Het is echter wel goed dat deelprogramma’s met hoge uitgaven extra focus leggen op het achterhalen van de uitstootgegevens van deze uitgaven.
Totaal
0,0%
B.1
Overhead
31.963
9,7%
1,0%
B.2
Vastgoed
6.662
2,0%
0,0%
B.3
Bestuur
326
0,1%
0,3%
NA
Onbekend
137.286
0,6%
31
INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN PER DEELPROGRAMMA
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
In de uitgaven lijst van de gemeente Amsterdam kwamen 34 deelprogramma’s terug, hierbij zijn er 14 deelprogramma’s samen verantwoordelijk voor >90% Verdeling uitstoot ingekochte goederen en diensten per deelprogramma (in ton CO₂e) (excl. Onbekend – 137 kton CO2) van de totale uitstoot. Dit zijn de programma’s die in de figuur hiernaast zijn weergegeven. 4 deelprogramma’s: • Verkeer, vervoer en parkeren; • Grond; • Individuele voorzieningen • Onderhoud openbare ruimte en reiniging zijn samen verantwoordelijk voor >55%* van de voetafdruk. Er is echter ook een uitgavendata die niet is geoormerkt per deelprogramma, waardoor niet kan worden opgemaakt binnen welk programma deze uitstoot plaatsvind. Deze data (gelabeld als ‘Onbekend’) is verantwoordelijk voor 137 kton aan uitstoot. In de bijlage, p.27 is een totaaltabel weergegeven van de uitstoot en datakwaliteit per programma. *exclusief 'Onbekend' data
32
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING SCOPE 1 & 2
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Analyse
Type data en bron
Voor het berekenen van de scope 1 & 2 van de gemeente is de data die gerapporteerd is voor de CO2-prestatieladder gebruikt.
De bron voor de analyse van deze categorie is de CO₂-prestatieladder. Dit overzicht is verkregen via de green office en wordt jaarlijks opgesteld.
De resultaten komen echter niet volledig overeen. Binnen de CO 2prestatieladder worden emissiefactoren voor energie-eenheden Well-toWheel (WtW) gerapporteerd. Binnen deze opdracht is deze WtW opgesplitst in Well-To-Tank (WtT) en de Tank-to-Wheel (TtW). Binnen de Scope 1 & 2 is dus alleen de TtW meegenomen.
Scope 1 & 2
Scope 3, categorie 3 Well-to-Tank (WtT)
Tank-to-Wheel (TtW)
De WtT is meegenomen in scope 3, categorie 3: Brandstof- en energie gerelateerde activiteiten. Extractie, verwerking, opslag en transport
Productie, transport, opslag, distributie
Brandstofverbruik tijdens het rijden
Well-to-Wheel (WtW)
33
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval
CATEGORIE 3.1 & 3.2: INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN; KAPITAALGOEDEREN (1)
6. Reizen 7. Woon-werkverkeer
23.970 317 5.777
13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
31.602 73.341
Analyse uitgaven De gemeente Amsterdam heeft een overzicht van alle uitgaven over 2022 gedeeld. Deze zijn geanalyseerd op de grootste crediteuren (leveranciers) & de bijhorende uitgave categorie ‘PIA codes’. Aan elke uitgave is één van de 225 PIA-codes gelinkt om deze te categoriseren. De 211 crediteuren die in 2022 meer dan €2.000.000 omzet hadden bij de gemeente Amsterdam (samen verantwoordelijk voor 71,2% van de totale uitgaven) zijn zowel handmatig als met behulp van de PIA codes geplaatst in een van de volgende categorieën: a)
Maatwerkanalyse
Daarnaast is er ook gekeken in welke scope 3 categorie de uitgaven aan een crediteur vallen. Dezelfde benadering is toegepast voor de categorieën 4 & 5.
Uitgesloten Een crediteur kan worden uitgesloten binnen categorie 1 om een van de volgende redenen: •
Het gaat om een negatieve waarde, dus er heeft geen inkoop plaatsgevonden
➢
Opgevraagde data beschikbaar
•
Het is geen emissiepost zoals belastingen en heffingen
➢
Opgevraagde data niet beschikbaar
•
Het is bestemd voor een andere overheidsinstantie e.g. gemeente/provincies/ministeries
c) Overig (<€2.000.000)
•
Het is al meegenomen in scope 1 of 2
d) Uitgesloten
•
Het is meegenomen in een andere scope 3 categorie (bijvoorbeeld categorie 4, 5 of 15).
b) Dienst
34
CATEGORIE 3.1 & 3.2: INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN; KAPITAALGOEDEREN (2)
Van alle leveranciers boven de €2.000.000 is er een screening gemaakt of deze meegenomen moesten worden als maatwerk, dienst of uitgesloten moesten worden. Een crediteur is meegenomen als maatwerk wanneer •
Er verwacht werd dat de crediteur veel CO₂ uitstoot veroorzaakt (doordat de crediteur bijvoorbeeld veelal goederen verkoopt).
•
Er al data beschikbaar was (ook bij partijen die onder de €2.000.000 drempel vielen)
•
De gebruikte methode boven categorie 4 & 5 van de data hiërarchie valt
Data beschikbaar Binnen het maatwerk zijn er verschillende routes geweest om data op te halen. Eerst is er een screening gedaan van de al beschikbare informatie. Dit is verzamelt en geanalyseerd op bruikbare gegevens.
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING
Maatwerk
Scope 1
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Verder zijn de bijbehorende contracten van de crediteuren die goederen leveren aan de Gemeente Amsterdam uitgezocht. Op basis hiervan zijn de bijbehorende contactpersonen binnen de gemeente Amsterdam gevonden. Deze contactpersonen zijn benaderd met een uitvraag naar wat de precieze uitstoot en/of materialen zijn, die zijn gebruikt binnen de afgesloten contracten. Data niet beschikbaar Wanneer er gebleken is dat de data niet beschikbaar is, is de uitstoot op basis van een input-output analyse berekend.
Met behulp van de PIA codes kan elke uitgave tot een overkoepelende categorie gecategoriseerd worden. De PIA-codes zijn gekoppeld aan een input-output (IO) emissiefactor, deze emissiefactoren staan voor een kg CO₂e per uitgegeven €. De uitgaves worden vermenigvuldigd met de IO emissiefactoren en op deze manier kunnen de emissies berekend worden.
35
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.1 & 3.2: INGEKOCHTE GOEDEREN EN DIENSTEN; KAPITAALGOEDEREN (3)
Diensten Wanneer een crediteur met meer dan €2.000.000 omzet bij de gemeente Amsterdam gecategoriseerd is als dienst, is de uitstoot op basis van een input-output analyse berekend. Dit is besloten omdat er vaak weinig materiaal bij diensten komen kijken en daardoor de uitstoot relatief lager is dan bij goederen.
Kleine crediteuren Crediteuren die minder dan €2.000.000 omzet hadden bij de gemeente Amsterdam zijn niet meegenomen in de algemene analyse die plaatsvond (zie analyse uitgaven op slide 12). Deze zijn automatisch meegenomen door middel van een input-output analyse.
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Type data en bron De bron voor de analyse van deze categorie is het uitgavenoverzicht: ‘202402_CO2_Uitgavenanalyse_2022_Anthesis’. De analyse en berekeningen die gemaakt zijn gebaseerd op de data in het uitgaven overzicht kan gevonden worden in het document ‘202402_CO2_ Berekeningen_2022_Anthesis’. De CO₂ berekeningen die gedaan zijn om het maatwerk te berekenen staan in verschillende documenten en staan gerefereerd in het berekeningendocument. Een bewerking van de op uitgaven gebaseerde CO₂ emissiefactoren van DEFRA zijn gebruikt om de input-output analyse te doen.
36
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.3: BRANDSTOF- EN ENERGIE GERELATEERDE ACTIVITEITEN
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten 3. Energie 4. Transport
471.372
4.730 1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Analyse De data gebruikt voor de brandstof- en energie gerelateerde activiteiten zijn gebaseerd op de scope 1 & 2 van de gemeente Amsterdam. Hierbij zijn de Well-to-Tank (WtT) en de Tank-to-Wheel (TtW) van elkaar uitgesplitst. De TtW is opgenomen in scope 1 & 2 en de WtT is opgenomen in scope 3, categorie 3: Brandstof en energie gerelateerde activiteiten.
Scope 1 & 2
Scope 3, categorie 3 Well-to-Tank (WtT)
Tank-to-Wheel (TtW)
Type data en bron De bron voor de analyse van deze categorie is de CO₂-prestatieladder. Dit overzicht is verkregen via de green office en wordt jaarlijks opgesteld. De gebruikte emissiefactoren komen van CO₂emissiefactoren.nl
Extractie, verwerking, opslag en transport
Productie, transport, opslag, distributie
Brandstofverbruik tijdens het rijden
Well-to-Wheel (WtW)
37
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.4: UPSTREAM TRANSPORT & DISTRIBUTIE
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Analyse
Type data en bron
De emissies in deze categorie zijn berekend door middel van dezelfde benadering als categorie 1. De transport gerelateerde emissies zijn door middel van de PIA codes die gerelateerd aan transport gefilterd (‘Aanvullend Openbaar Vervoer’, ‘Leerlingenvervoer’, ‘Chauffeursdiensten’, ‘Koeriersdiensten’, ‘Aangepast vervoer (o.m. WVG, CVV en patiëntenvervoer)’.
De bron voor de analyse van deze categorie is het uitgavenoverzicht: ‘202402_CO2_Uitgavenanalyse_ 2022_Anthesis’.
De partijen die in aanmerking kwamen om meegenomen te worden als maatwerk en waar primaire data beschikbaar van was zijn specifiek berekend.
De analyse die gebaseerd is op de data in uit het uitgaven overzicht kan gevonden worden in het document ‘202402_CO2_Berekeningen_2022_Anthesis’. De CO₂ berekeningen die gedaan zijn om het maatwerk te berekenen staan in verschillende documenten en staan gerefereerd in het berekeningendocument. Een bewerking van de op uitgaven gebaseerde CO₂ emissiefactoren van DEFRA zijn gebruikt om de input-output analyse te doen.
De emissies van de andere crediteuren zijn berekend door middel van de input-output methode, waar ze gekoppeld zijn aan de IO categorie ‘Land transport services and transport services via pipelines, excluding rail transport’.
38
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.5: AFVAL DOOR PRODUCTIE
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Analyse
Type data en bron
De emissies in deze categorie zijn berekend door middel van dezelfde benadering als categorie 1. De emissies in deze categorie zijn berekend door crediteuren die de afvalverwerking doen bij de gemeente te filteren door middel van de PIA codes gerelateerd aan afval (‘Afvalverwerking (huisvuil)’, ‘Bouwafval’, ‘Overige afvalverwerking’, ‘Afvalverwerking (in en rond gebouw)’, ‘Restafval’ & ‘Papierafval’).
De bron voor de analyse van deze categorie is het uitgavenoverzicht: ‘202402_CO2_Uitgavenanalyse_ 2022_Anthesis’. De analyse die gebaseerd is op de data in uit het uitgaven overzicht kan gevonden worden in het document ‘202402_CO2_Berekeningen_2022_Anthesis’. Een bewerking van de op uitgaven gebaseerde CO₂ emissiefactoren van DEFRA zijn gebruikt om de input-output analyse te doen.
Omdat er geen primaire data aanwezig was van een crediteur in deze categorie, is alles berekend door middel van de inputoutput methode. Hier is de IO categorie ‘Waste collection, treatment and disposal services; materials recovery services’ voor gebruikt.
39
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.6: ZAKELIJK REIZEN
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970
317 5.777 31.602 73.341
Analyse Voor het berekenen van de scope 1 & 2 van de gemeente is de data die gerapporteerd is voor de CO2-prestatieladder gebruikt.
Type data en bron De bron voor de analyse van deze categorie is de CO₂-prestatieladder. Dit overzicht is verkregen via de green office en wordt jaarlijks opgesteld.
40
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.7: WOON-WERKVERKEER
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317
5.777 31.602 73.341
Analyse
Type data en bron
Er is gekeken naar het aantal reisdagen per medewerker per periode. Vervolgens is de reisafstand berekend door dit aantal reisdagen te vermenigvuldigen met de reisafstand x 2 (want retour). Het is in de huidige data niet bekend wat het vervoersmiddel is van deze woonwerk reisbewegingen. Daarom is de volgende verdeling aangehouden:
De bron voor de analyse van deze categorie is ‘2022 woonwerkverkeer en reiskosten declaraties.xlsx’. Dit overzicht is verkregen via de afdeling Personeel en organisatie (P&O) en wordt jaarlijks opgesteld.
Omschrijving
kort
midden
lang
Totaal woon-werkverkeer
Aantal
Eenheid
77.468.024 km
Woon-werkafstand kort <5 km
2.309.386 km
Woon-werkafstand midden 5-20 km
17.101.798 km
Woon-werkafstand lang >20 km
58.056.840 km
OV onbekend
25%
75%
60%
48.237.799 km
Auto-brandstofsoort onbekend
0%
10%
40%
24.932.916 km
Emissieloos (lopen, fietsen)
75%
15%
0%
4.297.309 km
Dat wil zeggen, er is aangenomen dat van de korte afstand-kilometers (<5 km) 25% met het openbaar vervoer en 75% via een emissieloze reis (fietsen, lopen) wordt uitgevoerd.
In dit overzicht staat per medewerker een periode, het aantal reisdagen en de woon-werkafstand. Het overzicht is een spreadsheet met ~45.000 regels. In dit document zijn door CNG een aantal formules (gekleurde cellen) toegevoegd om: • Het totaal aantal dagen in 2022 te bepalen • Het % reisdagen per week te bepalen • De totaal afgelegde afstand in 2022 te bepalen
De gebruikte emissiefactoren komen van CO₂emissiefactoren.nl
De lange afstanden gaan voor 40% met de auto en voor 60% met het openbaar vervoer. Als er in de toekomst nauwkeurigere data beschikbaar komt dan kunnen deze aannames worden overschreven.
41
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.13: DOWNSTREAM GELEASDE ACTIVA
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602 73.341
Analyse
Type data en bron
Deze categorie betreft alle panden die de gemeente Amsterdam wel in eigendom heeft, maar niet zelf gebruikt voor eigen huisvesting, bijvoorbeeld scholen, sporthallen en zwembaden.
De bron voor de analyse van deze categorie is een bewerking van : ‘20221229_Amsterdam_Vastgoedlijst_CO2’. Dit overzicht is verkregen via de green office en wordt jaarlijks opgesteld. De gebruikte emissiefactoren komen van CO₂emissiefactoren.nl
De data die is gebruikt voor het bepalen van de voetafdruk komt uit de vastgoedlijst van de gemeente. In deze lijst staat het energiegebruik over 2022 per pand. Bij 86% van het aantal panden is dit werkelijk gebruik en voor de overige 14% is dit ingeschat op basis van kentallen. Hierdoor komt het er op neer dat 93% van de gerapporteerde kWh elektriciteit en m 3 aardgas gebaseerd is op werkelijk verbruik. Op basis van deze data zijn de energiedragers (kWh, m3 & GJ) bepaald en zijn deze vermenigvuldigd met de bijbehorende emissiefactoren van CO₂emissiefactoren.nl. Voor kWh is met groene stroom gerekend aangezien de gemeente Amsterdam voor álle gemeentelijke panden groene stroom inkoopt. Als dit niet was gedaan dan had de uitstoot van deze categorie met ~15 kton hoger uitgevallen. 99% van deze uitstoot is gerelateerd aan de verbranding van aardgas. 42
METHODOLOGIE DATAVERZAMELING CATEGORIE 3.15: INVESTERINGEN
Scope 1
1.949
Scope 2
632
1&2. Goederen en diensten
471.372
3. Energie
4.730
4. Transport
1.282
5. Afval 6. Reizen 7. Woon-werkverkeer 13. Geleased vastgoed 15. Investeringen
23.970 317 5.777 31.602
73.341
Analyse Deze categorie betreft de bedrijven, stichtingen en verenigingen (hierna volgend: investeringen) waar de gemeente een financieel belang in heeft. Dit zijn de deelnemingen van de gemeente Amsterdam. De uitstoot voor de gemeente in categorie 15 zijn berekend door de totale uitstoot van een investering te vermenigvuldigen met het aandeel dat de gemeente heeft in de investering.
Type data en bron De bron voor de analyse van de investeringen is een bewerking van het document ‘Overzicht_deelnemingen’, waar het aandeel dat de gemeente heeft in een investering uitkomt. Daarnaast is er gebruikt gemaakt van het ‘deelnemingen jaarverslag’ waar jaarlijks de emissies van de deelnemingen in opgenomen worden. Daarnaast is er gebruik gemaakt van een aantal bronnen zoals websites van investeringen. De precieze afkomst hiervan kunnen gevonden worden in het tabje ‘15. investeringen’ in het document ‘Amsterdam_Model_Emissies2022’. 43