4. Antwoord aan Gemeente ASD April 2022 def.
Tekst van het document
Amsterdam, 22 April 2022 Geachte heer Baron, beste Ger, Op 23 maart ontvingen wij namens de gemeente een verzoek om toe te lichten of en op welke wijze Proditione Media BV tegemoet is gekomen aan afspraken in de subsidieaanvraag van oktober 2017. Dit verzoek ontvingen wij na een eerder gesprek (d.d. 4 februari 2022) waarin wij het e.e.a. al mondeling hadden toegelicht. Dit alles is het gevolg van een artikel aan de hand van mevrouw Hella Rottenberg in de Trouw van 3 februari 2022. In dit artikel deed mevrouw Rottenberg voorkomen alsof de in de subsidieaanvraag genoemde personen (zie Appendix A.) niet waren geraadpleegd over het vermelden van hun naam in de subsidieaanvraag en suggereerde hierbij dat er dus mogelijk sprake was geweest van fraude. In het artikel worden meerdere ‘consultants’ genoemd die allen beweerden dat zij niet op de hoogte waren dat hun naam werd genoemd op de door ons ingezonden subsidieaanvraag en dat zij ook niet of nauwelijks door het cold caseteam (CCT) zijn geconsulteerd. Navraag van onze zijde bij meerdere mensen op deze lijst maakte meteen al duidelijk dat velen van hen wel op de hoogte waren van deze vermelding en/of geen enkel bezwaar hadden bij de vermelding van hun naam op de aanvraag. Die mensen zijn kennelijk niet door mevrouw Rottenberg benaderd of zijn bewust buiten het artikel gehouden.
Het gehele Anne Frank Cold Case Diary project besloeg een periode van zes jaar (2016 – 2021). Het daadwerkelijke onderzoek betrof een periode van zo’n vijf jaar (2017 – 2021). In die periode is er veel gebeurd. Het aanvankelijke projectplan met het team van de in de aanvraag genoemde personen (21 in totaal – zie appendix A.) werd gedurende deze periode een aantal keren aangepast. Soms omdat mensen vertrokken, soms omdat wij zelf afscheid van ze namen en soms omdat gerezen onderzoeksvragen specifieke aanvullende kennis vereiste waarvoor nieuwe mensen werden gezocht, van wie de namen ook op de website werden genoemd. Van alle op de subsidielijst genoemde personen claimen er slechts vier niet te hebben geweten dat hun namen op een subsidieverzoek aan de gemeente Amsterdam stond vermeld. Die vier verklaarden, volgens mevrouw Rottenberg, ook dat ze nauwelijks aan het onderzoek hebben meegewerkt. Deze vier personen zijn: Gertjan Broek, David Barnouw, Hubert Berkhout en Guus Meershoek. Op grond van dit artikel werd in de media gesuggereerd dat er mogelijk sprake zou zijn van frauduleus handelen en dat de gemeente om die reden een gegronde reden zou hebben het subsidiebedrag van 100.000 euro terug te vorderen van Proditione Media BV.
Na een eerdere mondelinge toelichting is Proditione Media gevraagd ook nog schriftelijk te reageren op de ophef die is ontstaan naar aanleiding van het artikel in Trouw. Op verzoek van de gemeente willen we, los van deze specifieke vraagstelling, ook nog even kort ingaan op een aantal andere projectresultaten die in de subsidieaanvraag werden aangestipt alsook stilstaan bij de kwaliteit van het onderzoek zelf. We hebben het dan over: • • •
ontwikkeling van specifieke AI-software; schenken van de onderzoeksresultaten aan de instellingen die meewerkten met het onderzoek; kritiek op onderzoek.
1
Gebruik van de namen De website van het cold case diary project (www.coldcasediary.com) was een openbare website. Alle daar genoemde mensen hebben expliciet ingestemd met vermelding van hun naam en waren -zonder uitzondering- enthousiast over het project. De interesse om mee te werken aan een onderzoek met een FBI-agent en een geheel nieuwe wijze van kijken naar deze oude, maar nog altijd spraakmakende zaak, was groot. Over de jaren dat het onderzoek zich uitstrekte waren al onze consultants steeds bereid mee te denken over specifieke vraagstukken of het beantwoorden van vragen. In al die tijd is er dan ook nooit één klacht gekomen van deze mensen over het feit dat hun namen op onze website stonden vermeld. Sterker nog, een enkele keer hebben mensen zelfs specifiek gevraagd om hun naam toe te voegen. Daarnaast is er een aantal keer op verzoek van betrokkenen iets aangepast aan de functieomschrijvingen. Dit betrof bijvoorbeeld de heer Broek, die in overleg met zijn werkgever (Het Anne Frank Huis) vroeg iets aan te passen aan de wijze waarop hij op de site vermeld stond. Slechts één keer is ons gevraagd om een naam te verwijderen van onze website (en wel door David Barnouw op 7 juni 2021 – ruim na het formele onderzoek) wat ook meteen is gedaan.
Over het aanvragen van een subsidie bij de gemeente Amsterdam hebben wij nooit geheimzinnig gedaan. Daar is altijd openlijk over gesproken. Wij waren in 2017 op zoek naar financiering van dit kostbare onderzoeksproject en daarbij speelde (naast crowdfunding, media inkomsten en financiering) ook subsidie een belangrijke rol. Wij waren dan ook zeer dankbaar voor het vertrouwen van de gemeente Amsterdam in ons project en de toegekende subsidie van 100.000 euro. Dat in die subsidieaanvraag ook de namen zijn genoemd van de teamleden die op dat moment medewerking hadden toegezegd en als zodanig ook op onze website vermeld stonden, kan dan ook moeilijk een verrassing zijn geweest. Uit het artikel in Trouw blijkt ook niet dat deze vier mensen claimen dat zij ongevraagd op de website van het project stonden. Zoals wij het begrijpen gaat het hier louter om de vermelding van deze namen op de subsidieaanvraag. Het kan zijn dat niet iedereen op deze lijst expliciet is gevraagd of hun naam ook op een subsidieaanvraag mocht worden genoemd, maar wij zijn ervan uitgegaan dat wanneer iemand aangeeft te willen meewerken en expliciet toestemming geeft tot gebruik van zijn of haar naam op de website, wij hun naam ook mogen vermelden op een subsidieaanvraag.
Als hierover van onze kant ook maar enigszins twijfel had bestaan hadden wij evengoed kunnen besluiten om in de subsidieaanvraag een simpele link op te nemen naar onze website met daarop de namen van de medewerkers. Had dat ook maar iets uitgemaakt voor de subsidieaanvraag? Wij menen van niet. Los daarvan was in oktober 2017 nog niet geheel duidelijk hoe wij het onderzoek zouden gaan organiseren. Daar is pas later zicht op gekomen toen op instigatie van FBI-agent Vince Pankoke het team werd ingedeeld in een kernteam van vaste CCT leden, die allen een geheimhoudingsovereenkomst (NDA) hadden getekend en tegelijk volledige toegang hadden tot alle onderzoeksinformatie en de zogenaamde Subject Matter Experts (SME’s), die in een aantal gevallen geen NDA hadden getekend en dus ook niet tot de zogenaamde ‘Circle of Trust’ behoorden. Zij werden enkel geconsulteerd met betrekking tot specifieke onderzoeksvragen. De informatie stroomde in principe alleen van buiten naar binnen en zelden van binnen naar buiten. Hoe vaak ze geconsulteerd zouden gaan worden was in 2017 nog niet bekend. Wel was van meet af aan duidelijk dat de vier hierboven genoemde personen als externe medewerkers werden gezien en niet op fulltime basis zouden participeren in het onderzoek. In de subsidieaanvraag stonden zij om die reden dan ook vermeld als ‘consultants’.
Op grond van de dynamiek van het onderzoek en de diverse vraagstukken waarmee we onderweg te maken kregen moge duidelijk zijn dat sommige consultants vaker werden geraadpleegd dan anderen.
2
Gertjan Broek Van alle vier genoemde consultants is Gertjan Broek zonder meer de belangrijkste geweest. Hij was voor het CCT de deur naar het archief van het Anne Frank Huis en was als onderzoeker naar het verraad een van de grootste experts in deze zaak. Hij was als historicus in dienst van het Anne Frank Huis en om de onafhankelijkheid en dus objectiviteit van het onderzoek te waarborgen is hij daarom nooit lid van het kernteam geworden. Wel is er veel en frequent contact met hem geweest. Ook is Gertjan Broek diverse malen geïnterviewd door (leden van) het CCT. Een aantal van die interviews is op video vastgelegd (zie foto onder).
Hoewel Gertjan Broek contact had met meerdere leden van het CCT beperken we ons hier alleen tot zijn contacten met Vince Pankoke omdat we menen dat dat al voldoende is om aan te tonen dat hij wel degelijk heeft meegewerkt aan het project. Voor Vince Pankoke alleen al geldt dat wij beschikken over meer dan zestig emailwisselingen die, indien noodzakelijk, bij ons ingezien kunnen worden. Ook telt Vince Pankoke in zijn agenda meer dan 10 persoonlijke afspraken met Gertjan Broek. Daarnaast heeft Gertjan Broek met grote regelmaat gezorgd voor toegang tot de (soms gesloten) archieven van het Anne Frank Huis en ons (scans van) documenten aangeleverd die in de database van het CCT zijn opgenomen.
(Interview Gertjan Broek voor CCT in zogenaamde ‘Black Box’ – 25 Mei 2017)
Aangezien Gertjan Broek niet behoorde tot het kernteam, werd hij als consultant alleen geraadpleegd wanneer hij iets kon betekenen voor het onderzoek maar werd er bijna geen informatie met hem gedeeld over de voortgang van het onderzoek. Wel hebben we hem en de Anne Frank Stichting al voor het einde van het onderzoek een kopie van de database van ons zogenaamde Residents Project geschonken. Dit betrof een database met alle mensen en hun achtergronden die rondom Prinsengracht 263 woonden in de periode 1943/1944. Dat Gertjan Broek niets wist van de subsidieaanvraag is mogelijk, maar niet erg waarschijnlijk. Niet alleen was dit nooit een geheim, het is ook besproken in de diverse gesprekken met zijn werkgever: de Anne Frank Stichting. We beschikken ook over een uitvoerige mailwisseling met hem en het Anne Frank Huis over de wijze waarop hij als teamlid mocht worden genoemd op onze website. David Barnouw Ook David Barnouw was al zeer vroeg betrokken bij het onderzoek en was zeer enthousiast over de aard en opzet daarvan. Hij was als consultant ook aanwezig bij een kick-off bijeenkomst op 18 november 2018 op het kantoor van Xomnia te Amsterdam. Hiervoor waren alle op de subsidielijst genoemde personen uitgenodigd.
3
David Barnouw was zelfs zozeer betrokken dat hij in oktober 2017, direct na de subsidieaanvraag, een artikel over het CCT-onderzoek schreef voor het blad Argus en dat ondertekende met “David Barnouw is consultant bij het Cold Case Team” (zie foto hieronder). In de loop der tijd is er met regelmaat contact geweest met de heer Barnouw, zij het altijd als consultant en niet als lid van het kernteam. Dat hij niet nauwer betrokken werd is deels toe te schrijven aan het feit dat hij dat zelf niet wilde alsook aan zijn weigering een Non-Disclosure Agreement (NDA) te tekenen. Deels ook omdat de heer Barnouw een financiële vergoeding eiste voor eventuele video interviews en wij op grond van journalistieke integriteit nooit betaalden voor interviews. Om die reden is hij, anders dan vele andere consultants, nooit gefilmd. Vince Pankoke meldt dat hij tussen 2017 en 2021 zo’n 11 mailcorrespondenties heeft gehad met David Barnouw en dat hij hem in deze periode tenminste tweemaal persoonlijk heeft gesproken. Deze mails zijn bij ons op te vragen, maar bevatten ook persoonlijke informatie over privéaangelegenheden en openbaarmaking vereist een zekere mate van censuur over die teksten. Zoals vermeld, in juni 2021 deed hij opeens het verzoek of zijn naam van onze website kon worden gehaald.
Het kan bijna niet dat de heer Barnouw niet op de hoogte was van de subsidieaanvraag al is het uiteraard goed mogelijk dat hij dat is vergeten. Hij was immers aanwezig op de kick-off meeting op 18 november 2017 bij Xomnia waar dit ook ter sprake is gekomen.
(Artikel geschreven door David Barnouw over het project waarin hij zichzelf ook omschrijft als consultant van het CCT – bron niet bekend)
Hubert Berkhout Als archiefmedewerker van het NIOD was Hubert Berkhout van grote waarde, maar in alle eerlijkheid niet meer dan hij voor iedere bezoeker van het NIOD-archief zou zijn geweest. Hij was al vroeg benaderd en zegde toe mee te willen werken aan het onderzoek. Ook ging hij akkoord met de verbinding van zijn naam aan het project. Hubert Berkhout is geen historicus maar archiefwetenschapper en was juist in die hoedanigheid een grote steun voor veel leden van het CCT die het NIOD veelvuldig bezochten. Anders dan andere consultants is Hubert Berkhout nooit
4
geïnterviewd voor camera. Wel heeft Vince Pankoke enkele keren een onderhoud met hem gehad en beschikt hij over zo’n 6 mailcorrespondenties met de heer Berkhout. Ook heeft hij hem een aantal keer ontmoet. Het kan zeer goed zijn dat de heer Berkhout niet op de hoogte was van de subsidieaanvraag. Het is echter uitgesloten dat zijn naam ongevraagd werd toegevoegd aan de lijst van teamleden. Hoewel uitgenodigd was hij niet aanwezig op de kick-off meeting van 18 november 2017. Guus Meershoek Mede via Gertjan Broek zijn we in contact gekomen met de heer Guus Meershoek die een expert is op het gebied van de Nederlandse politie in oorlogstijd. De eerste afspraak met hem en Vince vond plaats woensdag 27 september 2017 in Amersfoort. In dit gesprek, waar ook ondergetekende bij aanwezig was, is hem veel informatie verschaft over de aard en opzet van het project. Tijdens die bijeenkomst is hem gevraagd of hij zich wilde verbinden aan het project en of wij zijn naam mochten toevoegen aan het team. De heer Meershoek was daartoe graag bereid. In April 2018 heeft er opnieuw een bespreking met hem plaatsgevonden. Tijdens die bespreking is hij ondervraagd over zijn kennis van het Nederlandse politieapparaat gedurende de bezetting. Er is een ook een aantal keer met hem via de mail gecorrespondeerd.
Vince Pankoke telt zo’n vier mailcorrespondenties met Guus Meershoek, maar het is goed mogelijk dat andere CCT leden gedurende het onderzoek ook contact met hem hebben gehad. CCT leden hadden een grote mate van autonomie om met betrekking tot hun eigen onderzoekstraject de consultants te benaderen met specifieke vragen. Omdat de heer Meershoek een consultant was en geen lid van het CCT, werd informatie uit het onderzoek alleen met hem gedeeld als dit strikt noodzakelijk was.
Het is dus mogelijk dat niet alle vier van de genoemde personen expliciet op de hoogte zijn gebracht van het feit dat wij hun namen hebben genoemd bij de subsidieaanvraag voor de gemeente Amsterdam. Dat dit niet expliciet is gedaan is omdat deze mensen al expliciet hadden toegezegd zich openlijk aan het project te willen verbinden. Dat wij ervan uit zijn gegaan dat we hun namen om die reden ook mochten toevoegen aan de subsidieaanvraag lijkt ons daarmee gerechtvaardigd. Concluderend kan men stellen dat het ongevraagd noemen van hun namen op deze aanvraag hooguit onnadenkend is geweest. Dat is echter geen juridische kwalificatie. Om die reden kan er naar ons idee onmogelijk gesproken worden van frauduleus handelen. De ontwikkeling van specifieke AI-software Al in een zeer vroeg stadium waren wij in gesprek met het Amsterdamse bedrijf Xomnia. Met dit bedrijf is veelvuldig gesproken over het ontwikkelen van specifieke software die het mogelijk moest maken om enorme hoeveelheden data doorzoekbaar te maken, opdat bestaande relaties en verbintenissen die op het eerste gezicht aan het oog waren onttrokken toch zichtbaar zouden worden. Gedurende de 2017 en 2018 is er intensief samengewerkt met datawetenschappers van Xomnia. Het bedrijf heeft ons veel geleerd over de werking, de mogelijkheden en beperkingen van AIsoftware in verband met dit project.
Al snel werd duidelijk dat het specifiek hiervoor ontwikkelen van software niet alleen een enorme financiële investering zou verlangen, maar ook veel tijd zou vergen. Wij zijn dus op zoek gegaan naar een partner die al beschikte over dit soort software en die bovendien bereid zou zijn om dit voor ons aan te passen. Dat bedrijf werd gevonden in Microsoft.
Xomnia heeft wel voor ons het fundament gelegd, in de vorm van een zeer uitgebreide database in Excel, waarop later de AI-software zou worden gebouwd. Uiteindelijk is Proditione Media een samenwerking aangegaan met Microsoft USA. Microsoft wilde de AI-software voor ons ontwikkelen en is hiervoor een samenwerking aangegaan met het bedrijf Plain Concepts. Dit bedrijf heeft de Azure Blue software van Microsoft geheel op maat aangepast aan de
5
wensen van het onderzoeksteam. Onze hele database (brieven, rapporten, gescande documenten, foto’s etc. etc.) werd door Azure Blue ontsloten. Het zal duidelijk zijn dat wij weliswaar ‘eigenaar’ zijn van de database, maar niet van de Azure Blue software van Microsoft. Schenken van het onderzoeksmateriaal: Al op 14 februari 2022 is er een mail gestuurd naar Stadsarchief Amsterdam voor de overdracht van het onderzoeksmateriaal. Daar werd op dat moment niet op gereageerd. Een herinnering is verstuurd op 5 April 2022. Inmiddels ontvingen wij een reactie en wordt er gezocht naar een datum waarop de overdracht kan plaatsvinden.
Het dossier van rechercheur Van Helden, dat door het CCT werd gevonden, is inmiddels al wel overgedragen aan het Stadsarchief en wel op vrijdag 1 April 2022 (zie foto). Zoals eerder genoemd is in 2019, het gehele informatiebestand van het Residents Project met daarin alle namen en achtergronden van alle omwonenden van het achterhuis is 1944, al overhandigd aan de Anne Frank Stichting.
Foto overdracht van het Van Helden dossier aan Bert de Vries, directeur van het SAA. (Foto SAA)
Kwaliteit van ons onderzoek Het schijnt tegenwoordig nogal in de mode te zijn om grote boude uitspraken te doen in de openbaarheid en erop te vertrouwen dat deze uitspraken als ‘memes’ via sociale netwerken worden verspreid en zich vasthechten in de publieke opinie. Zo wordt mening feit en krijgt de grootste roeptoeter of de grofste aanklager zijn of haar vermeende gelijk.
De dag dat wij naar buiten traden met de resultaten van ons onderzoek (17 januari 2022) waren enkele opiniemakers en historici er als de kippen bij om ons onderzoek in diskrediet te brengen. Zelfs nog voordat men kennis had kunnen nemen van het boek - dat pas de dag daarop zou verschijnen kwamen de eerste kritische uitspraken al groots in de media. Het onderzoek zou heel veel fouten bevatten, het zou broddelwerk zijn en de eindconclusie deugde absoluut niet. De kritiek kwam uit meerdere hoeken en men buitelde over elkaar heen om dit negatieve oordeel te herhalen en publiekelijk te versterken. In de dagen die volgden op de eerste persuitingen (17 januari 2022) stonden de kranten vol met vernietigende commentaren en werd ons als CCT niet of nauwelijks nog ruimte meer geboden.
6
Het onderzoek, waar wij zo’n zes jaar aan hadden gewerkt, werd afgebrand zelfs voor men er echt kennis van had kunnen nemen. Dat wij een ‘onschuldige man’ hadden veroordeeld was kennelijk zo’n zonde, dat inhoudelijke kritiek niet langer volstond. Men eiste bloed en zette het onderzoek en het onderzoeksteam publiekelijk weg als ‘bedriegers’, ‘oplichters’, fraudeurs’, ‘Shoah laaienlichters’, ‘antisemieten’ tot zelfs ‘moordenaars van Anne Frank’ (aldus de woordvoerder van het Anne Frank Fonds). Boek en onderzoek werden aangeschoten wild waarover opeens iedereen een negatief oordeel meende te mogen vellen. Gezien de aard van de kritiek hadden de meeste van deze mensen het boek niet gelezen. Mede door deze publiekelijke verontwaardiging en mogelijk in het licht van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen werd er ook vanuit de gemeentepolitiek aangedrongen op onderzoek naar vermeende fraude. De druk op de politiek liep zelfs zo hoog op dat de wethouder Touria Meliani, die het project nog had bezocht op 28 Februari 2019 en ons daar vertelde zeer onder de indruk te zijn van ons onderzoek, het onderzoek nu plots afdeed als ‘onzorgvuldig’ en ‘nalatig’.
Wij keken met verbazing toe; waarop baseerde zij haar harde negatieve oordeel? De verontwaardiging over ons boek en het onderzoek liep zelfs zo hoog op dat een team van zes historici het nodig vond om op 22 maart 2022 een rapport te publiceren waaruit zou blijken dat er werkelijk niets deugde van ons onderzoek. Op de avond van de uitreiking van het rapport, waarvoor niemand van het CCT was uitgenodigd, werd het boek zelfs uitgeroepen tot ‘antisemitisch pamflet’ dat wereldwijd verboden zou moeten worden. Onder publieke druk besloot de Nederlandse uitgeverij Ambo|Anthos daarop zelfs tot de ongekende daad om, zonder daartoe verplicht door een rechter, het boek uit de handel te nemen. Uitgeverijen tonen zich doorgaans loyaal aan hun auteurs en zouden de vrijheid van het woord moeten verdedigen tegen iedere vorm van breideling, maar kennelijk was de schuld van het CCT zo groot dat men deze principes maar even vergat. De uitkomst van ons onderzoek was daarmee zogenaamd ‘definitief onderuitgehaald’. Echter, bijna niemand nam de moeite om het onderzoeksrapport van de commissie daadwerkelijk te lezen. Ook nam bijna niemand de moeite om het boek van Rosemary Sullivan daadwerkelijk te lezen laat staan de door ons gepubliceerde tegenargumenten die wij met regelmaat publiceerden op onze website www.coldcasediary.com.
Voor wie die moeite wel nam, was het echter al heel snel duidelijk dat het onderzoeksrapport geenszins ons meest waarschijnlijke scenario op overtuigende wijze had onderuitgehaald. Het rapport bevatte een aantal verkeerde aannames en bood op zijn best een alternatieve interpretatie van feiten. Hoewel een aantal historici erin geslaagd was om interessante nieuwe informatie boven water te halen, was deze informatie niet essentieel en haalde het op geen enkele wijze de hypothese van het CCT onderuit. Het zette hooguit wat vraagtekens bij door ons gemaakte aannames; niet meer, niet minder. De strijd om de publieke opinie in Nederland was hiermee voor het CCT echter al verloren en op de avond van de presentatie besloot uitgeverij Ambo|Anthos evenwel geheel eenzijdig dat de aanschaf van het boek van Rosemary Sullivan een groter gevaar opleverde voor de Nederlandse lezer dan het inmiddels vrijelijk verkrijgbare Mein Kamf en nam het boek uit de markt. Een onbegrijpelijk, ongekend en vooral schandelijk besluit. Deze hele gang van zaken is voor alle betrokkenen van het onderzoek even onbegrijpelijk als pijnlijk. Alle betrokkenen bij het onderzoek hebben jarenlang op uiterst integere wijze meegewerkt aan dit onderzoek. Dit onderzoek beslaat immers ook veel meer dan het laatste scenario; dat wordt onder druk van oplopende emoties, allemaal van de hand gedaan.
Kennelijk heeft dit CCT-onderzoek een gevoelige snaar geraakt in Nederland en in Amsterdam in het bijzonder en men kan zich de vraag stellen wat deze zaak zo enorm gevoelig maakt. De opmerking van wethouder Simone Kukenheim dat de littekens van de oorlog nog zeer groot en gevoelig zijn in Amsterdam, wordt bewaarheid in de hysterie die is ontstaan rondom dit onderzoek en het boek.
7
Tot zover ons antwoord op de vragen die ons schriftelijk werden gesteld in de brief van de Gemeente Amsterdam. Mocht aanvullende informatie noodzakelijk zijn dan zijn wij die uiteraard bereid te verschaffen. Met vriendelijke groet,
Namens Proditione Media Pieter van Twisk
8
APPENDIX A.
Dit betreft de namen van de mensen die in oktober 2017 zich hadden verbonden aan het onderzoek van het CCT.
Teamlijst per oktober 2017
Vince Pankoke (Ret. FBI Agent) Roger Depue (Ret. Unit Chief FBI Behavioral Unit) Laura de Korte (Criminologist) Rob Bartels (Former police officer) Christine Hoste (Historian) Marlinde Venema (Historian) Babette Smits van Waesberghe (Historian) Eline Kemps (Historian) Mattie Timmer (Media Researcher) Mary Ruth Warner (Journalist) Marius Helf (Data scientist) Robbert van Hintum (Data scientist) Quentin Plant (Technology developer) Gertjan Broek (Historian Anne Frank House) David Barnouw (Historian, Lecturer, Author) Erik Somers (Historian, Lecturer, Researcher) Eric Slot (Historian, Journalist, Researcher) Hubert Berkhout (Archivist NIOD) Leo Simais (Dutch National Police) Hans Smit (Dutch National Police) Guus Meershoek (Police Historian and Lecturer)
Lead Case Agent Criminal Profiler Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher AI Developer AI Developer AI Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant
9
APPENDIX B. Voorbeeld van de teamlijst zoals op onze website weergegeven in 2018.
Teamlijst per 25 juni 2018
Vince Pankoke Roger Depue Christine Hoste Rob Bartels José Boon Circe de Bruin Anna Foulidis Eline Kemps Laura de Korte Mary Beth Warner Marius Helf Robbert van Hintum Gerard Aalders David Barnouw Hubert Berkhout Gertjan Broek Guus van Meers Peter Kroesen Ad van Liempt Guus Meershoek Leo Simais Eric Slot Hans Smit Erik Somers
(Retired FBI Agent) (Former Unit Chief FBI Behavioral Science Unit) (Historian) (Former Police Officer) (Historian) (Historian) (Historian) (Historian) (Criminologist) (Journalist, Genealogist) (Chief Data Scientist, Xomnia) (Data Scientist, Xomnia) (Historian and Author) (Historian, Lecturer and Author) (Archivist, NIOD) (Historian and Senior Researcher Anne Frank House) (Archive Specialist, Amsterdam City Archives) (Archive Specialist, Amsterdam City Archives) (Journalist and Author) (Police Historian and Lecturer) (Dutch National Police) (Historian, Journalist and Researcher) (Dutch National Police) (Historian, Lecturer and Researcher, NIOD)
Lead Case Agent Criminal Profiler Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Researcher Datascientist Datascientist Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant Consultant
10