4. adviezen stadsdelen inclusief beantwoording.docx
Tekst van het document
De voorgenoemde tijdelijke ateliers kunnen mogelijk niet ingepast worden in de nieuwe ontwikkelingen in deze gebieden. De ateliers zijn in de nieuwe situatie afhankelijk van de beschikbare ruimte in de nieuwe programmering, of zij kunnen mogelijk de nieuwe huurprijs niet opbrengen. Het verdwijnen van deze broedplaatsen zal het aantal beschikbare ateliers voor kunstenaars in Noord flink doen afnemen. Van bestaande tijdelijke broedplaatsen die ook een belangrijke buurtfunctie hebben, is het gewenst dat deze bij herontwikkeling in het gebied behouden blijven zodat het sterke opgebouwde bestaande sociaal-culturele netwerk behouden blijft. Ook wil het DB meegeven dat de gemeente ervoor moet waken om atelier- en broedplaatsen te veel te reguleren. Deze plekken gedijen juist bij vrijheid en de mogelijkheid om een eigen invulling aan hun plek en leefgemeenschap te geven. 1.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen?
In het stadsdeel staan veel tijdelijke voorzieningen en broedplaatsen onder druk vanwege hun tijdelijke contracten in ontwikkelgebieden. De toekomst van deze voorzieningen is voor een groot deel afhankelijk van de nieuwe programmering in de te ontwikkelen gebieden en de huurprijzen in de nieuwe situatie. Voor de gebieden waar de plannen voor gebiedsontwikkeling nog niet vastliggen, liggen ook goede kansen om nieuwe ateliers en broedplaatsen te realiseren. Het stadsdeel ziet hier ook belangrijke kansen om deze in combinatie te ontwikkelen met andere maatschappelijke voorzieningen, zoals buurtkamers. Het Hamerkwartier wordt getransformeerd naar een gemengd woon- en werkgebied met creatieve en productieve bedrijvigheid. Hier bevinden zich diverse tijdelijke culturele voorzieningen (o.a. nachtcultuur) die de levendigheid in het gebied vergroten. In het Hamerkwartier liggen goede kansen om nieuwe ateliers en broedplaatsen toe te voegen in combinatie met de huidige culturele voorzieningen die reeds aanwezig zijn. Aandachtspunt hierbij is dat de opgebouwde culturele infrastructuur met bijbehorend netwerk niet verloren gaat en straks ook bij de nieuwe ontwikkelingen behouden kan blijven en verder wordt versterkt.
Het biedt kansen voor bewoners van omliggende buurten voor het vergroten van de betrokkenheid bij het gebied, het gevoel van eigenaarschap en om het artistieke en creatieve potentieel te verwezenlijken. Kansen liggen er ook om lokale verbindingen met de aanwezige maatschappelijke organisaties verder te versterken. Nieuwe broedplaatsen kunnen hierbij een belangrijke verbindende rol spelen. Centrumgebied Amsterdam Noord rondom het Buikslotermeerplein en Station Noord is volop in ontwikkeling. In het gebied worden duizenden nieuwe woningen met voorzieningen toegevoegd. Ook hier liggen er goede kansen om ateliers en broedplaatsen toe te voegen aan de nieuwe ontwikkelingen. In de nieuwe wijk Elzenhagen Zuid is een nieuwe broedplaats voorzien in combinatie met een buurtkamer. Deze komt in de nog te ontwikkelen Noordbuurt van Elzenhagen Zuid. De Modestraat op het Buikslotermeerplein is jaren geleden als broedplaats begonnen en heeft inmiddels op sociaal- en cultureel gebied een belangrijke buurtfunctie. De broedplaats heeft een groot netwerk in de buurt opgebouwd en buurtbewoners weten de Modestraat goed te vinden. De Modestraat functioneert tevens als soort van buurtkamer en heeft een actieve culturele programmering. Vanwege de tijdelijkheid van hun contract zal de Modestraat naar elders moeten verhuizen.
Het stadsdeel ziet graag dat de Modestraat vanwege de sterke verbindende sociaal-
culturele functie voor het gebied behouden blijft en in de nieuwe ontwikkelingen wordt meegenomen, en er voor een eventuele tijdelijkheid ook een oplossing gevonden wordt. In De Banne vinden momenteel diverse ontwikkelingen plaats en wordt er onder meer voorzien in een nieuw cultureel centrum van de Rietwijker. In deze nieuwe broedplaats komen naast de theaterzaal ook ateliers voor kunstenaars. De huidige Rietwijker met theater en ateliers wordt gesloopt als het nieuwe cultureel centrum is gerealiseerd. Op de NDSM-werf bevinden zich vele ateliers voor kunstenaars. De NDSM-loods is een permanente broedplaats en ook de Y-helling en de X-helling die momenteel gerenoveerd wordt is permanent bestemd voor creatieve bedrijvigheid en ruimtes voor kunstenaars. De broedplaatsen Treehouse NDSM en MACA zijn tijdelijk en lopen op de wat langere termijn af. Treehouse heeft ruim 100 ateliers waar ook veel muzikanten een studio hebben en heeft ook een paviljoen van 100 m2 waar evenementen als concerten, workshops en exposities plaatsvinden. De afgelopen paar jaar is ook de samenwerking met Tuindorp-Oostzaan opgezocht en vinden er activiteiten met de buurt plaats. Het stadsdeel streeft ernaar om broedplaatsen als MACA en Treehouse NDSM te behouden in het gebied. In de Buiksloterham zal broedplaats De Ceuvel vanwege de tijdelijkheid van hun contract moeten plaatsmaken.
Het stadsdeel ziet graag dat het deel met de ateliers die zullen verdwijnen elders terugkomen in Noord en bij voorkeur in het gebied zelf. Het stadsdeel ziet ook kansen voor nieuwe ateliers en broedplaatsen op wijk- en buurtniveau. Kunst en cultuur moet voor iedereen om de hoek bereikbaar zijn en buurtgerichte culturele voorzieningen spelen hierin een belangrijke rol. Nieuwe ateliers en broedplaatsen in bijvoorbeeld vrijgekomen gebouwen kunnen een verbindende functie zijn. Met name in de gebieden waar kunst en cultuur nog niet zo goed is vertegenwoordigd, is er behoefte aan ateliers en broedplaatsen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Tuindorp-Oostzaan, de Molenwijk en met name ook in het oostelijk deel van Noord rondom Nieuwendam en de Waterlandpleinbuurt waar relatief weinig culturele voorzieningen zijn. Noord-oost komt nu nauwelijks voor in het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid. Zo kan voor Noord-oost – met haar Waterlandpleinbuurt – dit beleid een belangrijke en cruciale brug slaan voor de vele getalenteerde jongeren die daar wonen. Het Groene Veld behoort tot de rafelranden en vrijplaatsen die vanuit het Atelier- en Broedplaatsenbeleid wordt ondersteund. Hier is plek voor experiment en er vinden ook activiteiten met buurtbewoners plaats. Het stadsdeel vindt het belangrijk dat voor deze vrije ruimte en rafelranden zoals het Groene Veld ruimte wordt gegeven.
Dit is tevens ook een wens van de stadsdeelcommissie, zoals is omschreven in de adviesaanvraag van het nieuwe Kunstenplan 2025-2028: “Tenslotte wil de commissie pleiten om ondanks de gebiedsontwikkeling de rafelranden van Noord en tijdelijke culturele voorzieningen zoveel mogelijk te behouden en een permanent karakter te geven.” Haven-Stad wordt een toekomstig woon-werkgebied waar duizenden woningen en voorzieningen komen, o.a. in het gebied van het Cornelis Douwesterrein en Melkweg Oostzanerwerf. Hier liggen kansen om in een vroegtijdig stadium van de planvorming rekening te houden met nieuwe broedplaatsen en mogelijk ook in combinatie met nieuwe culturele- en maatschappelijke voorzieningen.
2.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Ateliers en broedplaatsen worden terecht als cruciaal, belangrijk en als kloppend hart van de wijk en omgeving aangeduid. Het DB snapt en ondersteunt ook het voornemen om de komende jaren meer dan ooit aan de slag te gaan om de broedplaatsen toegankelijk en divers te maken. Maar het DB wil waken voor overvraging en een zorg meegeven. In het nieuwe beleid staat namelijk terecht de constatering dat kunstenaars op – en meestal onder – het bestaansminimum leven. Kunstenaars zijn onafhankelijke, creatieven en geen maatschappelijk werkers. Aan de ene kant op bestaansminimum je beroep uitoefenen, maar aan de andere kant zo’n maatschappelijke verantwoordelijkheid dragen mag geen onrealistisch wensdenken zijn. Verder adviseert het DB een meer integrale kijk op broedplaatsen, waar verschillende diensten (grondzaken, cultuur, wonen), woningcoöperaties, broedplaatsen en projectontwikkelaars samenwerken om concrete doelen te realiseren. Geef atelier- en broedplaatsen daarin een beschermde status en ondersteun deze initiatieven desgewenst vanuit het stadsdeel, bijvoorbeeld bij het nieuw te ontwikkelen Hamerkwartier.
Kunst en cultuur moet voor iedereen bereikbaar zijn en buurtgerichte culturele voorzieningen, waaronder broedplaatsen spelen hierin een belangrijke rol. Het DB kan zich daarom ook goed vinden in het nieuwe beleid dat onder meer gericht is op het maken van toegankelijke broedplaatsen en het versterken van de verbinding met de wijken. Belangrijk hierin is ook om vanuit de broedplaatsen de verbinding te stimuleren met zowel buurtbewoners als samenwerkingen met andere culturele- en maatschappelijk instellingen in Noord. In nieuwe wijken kunnen broedplaatsen bijvoorbeeld in combinatie met een buurtkamer ontwikkeld worden. De nachtcultuur staat vanwege de tijdelijke voorzieningen onder druk in Noord. Alle nachtclubs in bijvoorbeeld het Hamerkwartier zijn tijdelijk van aard en zullen op termijn een nieuwe plek moeten zoeken. Het DB kan zich daarom goed vinden in het nieuwe beleid dat stimuleren van (nacht)programmering in broedplaatsen mogelijk maakt. Bij nieuwe broedplaatsen kan dit in de programmering voor interessante combinaties tussen dag- en nachtactiviteiten zorgen. Noord heeft veel jonge makers die er wonen en of werken en het stadsdeel ziet graag meer aandacht voor jonge makers en cultuureducatie. Met de stijgende inwonersgroei van Noord, en dus ook jonge makers, zal de vraag naar kunst- en cultuureducatie ook de komende jaren steeds groter worden.
Het meer zichtbaar maken van kunst- en cultuureducatie blijft een prioriteit en broedplaatsen kunnen hierin een belangrijke bijdrage leveren. Het DB kan zich ook goed vinden in het nieuwe beleid dat broedplaatsen ruimte geeft voor kunstenaars om hun talenten te ontwikkelen.
4.4 Stadsdeel West Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Meegestuurde stukken:
Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 Kunst en Cultuur Economische Zaken en Cultuur 11 november 2023 9 januari 2024 Concept Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden? De DB’s zijn gevraagd om gebiedsgerichte input aan te leveren op basis van het concept Atelieren Broedplaatsenbeleid 2023 - 206. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur:
West 12 en 19 december 2023 5 december 2023
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: - (Art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of - (Art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB-advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (Art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (Art. 30, lid 5) Adviesvraag College: 5.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen? 6. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Conceptadvies DB: Het Dagelijks Bestuur van West is tevreden met de ambities zoals geformuleerd in het Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026. Broedplaatsen bieden makers betaalbare ruimte om hun werk te creëren en te presenteren en vervullen daarmee een belangrijke functie in de culturele
infrastructuur van de stad. Dat er ondanks de schaarse ruimte niet alleen wordt ingezet op behoud van de huidige voorraad, maar ook toevoeging van nieuwe locaties wordt door het dagelijks bestuur erg gewaardeerd. Op dit moment weten nog niet alle Amsterdammers een plek in de bestaande broedplaatsen te vinden, en de samenhang tussen een broedplaats en de buurt waar deze is gevestigd kan worden versterkt. Dat in het nieuwe broedplaatsenbeleid naast de realisatie van ruimte ook wordt ingezet op het toegankelijk en divers maken van (bestaande) broedplaatsen sluit mooi aan bij het streven van West om te werken aan een kunst- en cultuuraanbod waar zoveel mogelijk bewoners zich in herkennen en wat goed aansluit bij de sociale context van de wijken. 1.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen?
Ook in West is ruimte voor (nieuwe) ateliers en broedplaatsen schaars. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van de inzet die Bureau Broedplaatsen de komende tijd wil doen met betrekking tot behoud van de huidige locaties en verlening van bestaande huurcontracten. Veel van de broedplaatsen in West bestaan al een geruim aantal jaren en hebben hun waarde bewezen. Op plekken waar gebiedstransformatie plaatsvindt is het belangrijk in gesprek te gaan met de ontwikkelaars of er ruimte is voor een permanente broedplaats. Zoals het behoud van een broedplaatsfunctie met nachtcultuur in het project Mercatorpark. En de toevoeging van een broedplaats in het nieuw te ontwikkelen gebied Sloterdijk. 3.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen?
Er wordt een grotere focus gelegd op de positionering van de broedplaats in de wijk. Broedplaats BOUW heeft in een pilot kunnen laten zien hoe waardevol het is om niet alleen ruimte te bieden aan makers, maar ook te programmeren en daarmee een openbare functie in de buurt te vervullen. Het dagelijks bestuur is dan ook erg tevreden dat de succesvolle pilot wordt omgezet in een subsidieregeling Programmering in broedplaatsen en ziet hierin kansen voor broedplaatsen in West. Bureau Broedplaatsen geeft daarnaast aan in gesprek te gaan met alle stadsdelen om in buurten op te halen wat de behoefte is. Het dagelijks bestuur ziet kansen in West voor de realisatie van een broedplaats gericht op gedeelde geschiedenis, vrouwelijke makers of kunstenaars actief in de breedste zin van woordkunst. Advies stadsdeelcommissie: De stadsdeelcommissie West heeft kennisgenomen van het conceptadvies van het Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 welke wij grotendeels onderschrijven. Het advies van het DB willen wij graag aanvullen op de volgende punten: In het licht van het voorgestelde toetsingskader voor ateliers (beschreven op pagina 21 van het concept beleid bij 2.15 Commissie voor Ateliers en (Woon)Werkpanden Amsterdam, onder het kopje Huurdersselectie individuele ateliers en atelierwoningen), waarbij het genoemde
toetsingskader een basistoets voor broedplaatsen en een toptoets voor ateliers3. Voorheen werden de genomen criteria van de huidige basistoets toegepast voor de atelierverhuur. Wij begrijpen het opnemen van de strenge toptoets als een onderscheidende maatregel van de ateliers van de broedplaatsen, waarin het professionaliteitscriterium zwaarder weegt. Wel uit de stadsdeelcommissie zorgen over criteria 3 van de toptoets en of deze toetsing ook van toepassing is op de huidige huurders. De focus van het criterium ligt op internationaal en nationaal toptalent. Hiervoor willen wij uw aandacht vestigen op de mogelijke gevolgen voor de diversiteit binnen de kunstenaarsgemeenschap in Amsterdam. Het voorgestelde criterium, zoals geformuleerd in het beleidsdocument en het toetsingskader, benadrukt aantoonbaar succes op internationaal of nationaal topniveau. Hoewel het streven naar excellentie wordt gewaardeerd, is het belangrijk om te overwegen hoe dit criterium kan bijdragen aan het verlies van lokaal gebonden talent en diversiteit binnen ateliers. Belang van Lokaal Talent Lokale kunstenaars, die wellicht niet op het hoogste internationale niveau opereren, spelen vaak een essentiële rol in het onderhouden van de artistieke en culturele banden binnen de stad.
Deze kunstenaars hebben vaak een diepgaande verbinding met de lokale gemeenschap en zijn in vergelijking met nationaal en internationaal talent beter beschikbaar om bij te dragen aan maatschappelijke programmering die specifiek gericht is op de behoeften van de buurt. Het criterium dat uitsluitend gericht is op internationale en nationale erkenning kan het verdwijnen van deze waardevolle lokale bindingen tot gevolg hebben. Dit is ook bevestigd door de inspreker jl. bij het oordeelsvormende moment bij dit agendapunt. Behoud van Diversiteit: Een beleid dat uitsluitend gericht is op internationaal en nationaal toptalent kan leiden tot een gebrek aan diversiteit van lokaal en nationaal/internationaal actieve kunstenaars binnen ateliers. Diversiteit is niet alleen van artistiek belang, maar ook van sociaal en cultureel belang. Het zorgt voor een rijke mix van (lokale/nationaal/globale) perspectieven en stimuleert een levendige interactie tussen kunstenaars met verschillende achtergronden en visies. Daarom adviseert de stadsdeelcommissie: 1. Duidelijkheid toetsingskader voor huidige huurders: Maak duidelijk of huidige huurders ook getoetst worden aan de genoemde Top toets of horen zij zich te behouden aan de gestelde criteria in het verleden wat bij de basistoets aansluit? 2.
Inclusief Toetsingskader: Overweeg een meer inclusief toetsingskader waarin naast internationale en nationale erkenning ook ruimte is voor lokale prestaties en bijdragen aan de lokale gemeenschap. 3. Maatschappelijke Impact Waarderen: Neem de impact op de lokale gemeenschap en maatschappelijke betrokkenheid op als waardevolle criteria bij de beoordeling van kunstenaars voor (verlenging van) een atelier. Finaal advies DB: Het Dagelijks Bestuur van West is tevreden met de ambities zoals geformuleerd in het Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023-2026. Broedplaatsen bieden makers betaalbare ruimte om hun werk te creëren en te presenteren en vervullen daarmee een belangrijke functie in de culturele infrastructuur van de stad. Dat er ondanks de schaarse ruimte niet alleen wordt ingezet op behoud van de huidige voorraad, maar ook toevoeging van nieuwe locaties wordt door het dagelijks 3 https://www.amsterdam.nl/kunst-cultuur/ateliers-broedplaatsen/procedure-reageren-op-
beschikbaar-aanbod/
bestuur erg gewaardeerd. Op dit moment weten nog niet alle Amsterdammers een plek in de bestaande broedplaatsen te vinden, en de samenhang tussen een broedplaats en de buurt waar deze is gevestigd kan worden versterkt. Dat in het nieuwe broedplaatsenbeleid naast de realisatie van ruimte ook wordt ingezet op het toegankelijk en divers maken van (bestaande) broedplaatsen sluit mooi aan bij het streven van West om te werken aan een kunst- en cultuuraanbod waar zoveel mogelijk bewoners zich in herkennen en wat goed aansluit bij de sociale context van de wijken. 1. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen? Ook in West is ruimte voor (nieuwe) ateliers en broedplaatsen schaars. Het dagelijks bestuur onderschrijft het belang van de inzet die Bureau Broedplaatsen de komende tijd wil doen met betrekking tot behoud van de huidige locaties en verlening van bestaande huurcontracten. Veel van de broedplaatsen in West bestaan al een geruim aantal jaren en hebben hun waarde bewezen. Op plekken waar gebiedstransformatie plaatsvindt is het belangrijk in gesprek te gaan met de ontwikkelaars of er ruimte is voor een permanente broedplaats. Zoals het behoud van een broedplaatsfunctie met nachtcultuur in het project Mercatorpark.
En de toevoeging van een broedplaats in het nieuw te ontwikkelen gebied Sloterdijk.
2. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Er wordt een grotere focus gelegd op de positionering van de broedplaats in de wijk. Broedplaats BOUW heeft in een pilot kunnen laten zien hoe waardevol het is om niet alleen ruimte te bieden aan makers, maar ook te programmeren en daarmee een openbare functie in de buurt te vervullen. Het dagelijks bestuur is dan ook erg tevreden dat de succesvolle pilot wordt omgezet in een subsidieregeling Programmering in broedplaatsen en ziet hierin kansen voor broedplaatsen in West. Bureau Broedplaatsen geeft daarnaast aan in gesprek te gaan met alle stadsdelen om in buurten op te halen wat de behoefte is. Het dagelijks bestuur ziet kansen in West voor de realisatie van een broedplaats gericht op gedeelde geschiedenis, vrouwelijke makers of kunstenaars actief in de breedste zin van woordkunst. Tenslotte adviseert het DB: 1. Duidelijkheid toetsingskader voor huidige huurders: Maak duidelijk of huidige huurders ook getoetst worden aan de genoemde Top toets of horen zij zich te behouden aan de gestelde criteria in het verleden wat bij de basistoets aansluit? 2.
Inclusief Toetsingskader: Overweeg een meer inclusief toetsingskader waarin naast internationale en nationale erkenning ook ruimte is voor lokale prestaties en bijdragen aan de lokale gemeenschap. 3. Maatschappelijke Impact Waarderen: Neem de impact op de lokale gemeenschap en maatschappelijke betrokkenheid op als waardevolle criteria bij de beoordeling van kunstenaars voor (verlenging van) een atelier.
4.5 Stadsdeel Nieuw-West Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Meegestuurde stukken:
Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 Kunst en Cultuur Economische Zaken en Cultuur 11 november 2023 9 januari 2024 Concept Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden? De DB’s zijn gevraagd om gebiedsgerichte input aan te leveren op basis van het concept Atelieren Broedplaatsenbeleid 2023 - 206. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur:
Nieuw-West 12 en 19 december 2023 9 januari 2024
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: - (Art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of - (Art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB-advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (Art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (Art. 30, lid 5) Adviesvraag College: 7.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen? 8. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Conceptadvies DB: Kunst en cultuur is het smeermiddel van de samenleving. Het is onderdeel van ons dagelijks leven, biedt verbinding, draagt bij aan ontmoeting en ontspanning. De afgelopen jaren is de invulling van broedplaatsen op de kunstenaar gericht geweest en heeft de verbinding met de omgeving een
minder grote rol gespeeld. Het DB heeft zich de afgelopen tijd hard gemaakt voor inclusieve en buurtgericht broedplaatsen. Het DB is daarom zeer blij met het nieuwe beleid waarin er meer aandacht is voor de maatschappelijke waarde van de broedplaats in de buurt. Dit sluit aan bij de kunst en cultuuragenda van het DB waarin de broedplaatsen in Nieuw-West ruimte dienen te bieden aan lokale makers en dat broedplaatsen naast atelierplekken ook steeds meer een sociale en maatschappelijke functie aannemen in de wijk. Daarom roept het DB op om in de planvorming en positionering van nieuwe broedplaatsen de lokale en maatschappelijke impact steviger te borgen. En hierin goed aan te sluiten bij de bestaande structuren en initiatieven in de wijk. Zodat ook in de evaluatie van broedplaatsen dit goed getoetst kan worden. Wat betreft het punt van atelierruimtes voor lokale makers zijn we blij te lezen dat er op pagina 6 staat: “We verruimen de toetsingscriteria op kunstenaarschap zodat meer mensen zich welkom voelen deel te nemen en we versimpelen de doorstroomregeling.” Het DB is benieuwd naar de exacte uitwerking van deze versimpeling. Het DB stelt voor om bij de 3package deal voor een percentageregeling te gaan van minimaal 20% van de makers uit Nieuw-West. Op deze manier komt ook de lokale maker en andere (internationale) makers met elkaar in contact.
Op pagina 23 wordt aangegeven dat de broedplaats XL in Zuidoost wordt opgezet om het verdwijnen van Lely, Sup en Acta op te vangen. Het DB is blij te zien dat er in de stad extra ruimte wordt gecreëerd om de terugloop tegen te gaan. Feit is echter dat de te verdwijnen plekken in o.a. Nieuw-West zijn. Gezien de stedelijke ontwikkeling en de groei van Nieuw-West waarin we een totaal aantal woningen bijbouwen ter grootte van een heel stadsdeel. Het DB roept het college daarom op om ook een verbreding van het aanbod van broedplaatsen in Nieuw-West te realiseren. In het broedplaatsenbeleid lezen we dat er een hiaat zit tussen de hoeveelheid broedplaatsen en de gebruikers ten opzichte van de lokale makers. Het DB pleit voor een sterkere integrale visie op broedplaatsen. De kracht van broedplaats de Vlugt is het open karakter van Cinema de Vlugt. De kracht van LYCKA is de publiek toegankelijke buurtkamer en haar programmering. Dit zijn van oorsprong niet de functies van een broedplaats, maar is wel de manier om de broedplaats te activeren in de buurt. Daarom roept het DB het college op om hier middelen voor beschikbaar te stellen in het nieuwe beleid om de programmering die bijdraagt aan maatschappelijke meerwaarde in de buurt. Tenslotte is het DB content met de benoemde budgetten voor nachtprogrammering.
Vanuit de bestuurlijke kunst en cultuur agenda onderzoekt het DB welke behoeften er in de avond- en nacht spelen bij de bewoners van Nieuw-West. De beschikbare budgetten kan het DB inzetten om programmering te ontwikkelen samen met makers uit Nieuw-West die bijdraagt aan culturele ontspanning voor de bewoners. Advies stadsdeelcommissie: Het DB-advies is aangenomen. Voeg de definitie en de doelen van broedplaatsen toe aan het beleidsstuk. Hier verwachten wij de volgende doelen van broedplaatsen terug te vinden: Bieden werkruimte aan beginnend creatief talent, kunstenaars en creatieve makers van diverse disciplines Stimuleren talentontwikkeling en onderlinge samenwerking en kruisbestuiving Zijn laagdrempelig en regelmatig opengesteld 2. Voeg een bijlage toe aan het beleidsstuk met alle broedplaatsen en de volgende informatie per broedplaats: het stadsdeel, de vierkante meters werkruimte, tijdelijke of permanente status en een 1.
3. 4. 5.
6. 7.
einddatum voor de tijdelijke broedplaatsen. Doorstroom betekent vaak uitstroom. Voorkom dat kunstenaars en creatieve makers de stad moeten verlaten. Breng als stadsdeelcommissie een werkbezoek aan bijvoorbeeld de Broedplaats Nieuw en Meer (vanuit gekraakt complex ontstaan), en aan Broedplaats de Vlugt en LYCKA. Maak voor stadsdeel Nieuw-West een duidelijker onderscheid tussen de functies van de Huizen van de Wijk en de functies van broedplaatsen om te voorkomen dat de broedplaatsen verdwijnen en opgaan in Huizen de Wijk en kunst alleen een sociaal maatschappelijke functie krijgt. In dit beleidsstuk staat dat zelforganisatie door kunstenaars gestimuleerd wordt. Denk daarbij vooral ook aan het zelf opzetten corporaties door kunstenaars. Dwing sociaal maatschappelijke activiteiten bij broedplaatsen niet af. Behoud de open broedplaatsen zoals ze zijn. Vraag de gesloten broedplaatsen minstens eens per jaar de deuren te openen.
Finaal advies DB: Kunst en cultuur is het smeermiddel van de samenleving. Het is onderdeel van ons dagelijks leven, biedt verbinding, draagt bij aan ontmoeting en ontspanning. De afgelopen jaren is de invulling van broedplaatsen op de kunstenaar gericht geweest en heeft de verbinding met de omgeving een minder grote rol gespeeld. Het DB heeft zich de afgelopen tijd hard gemaakt voor inclusieve en buurtgericht broedplaatsen. Het DB is daarom zeer blij met het nieuwe beleid waarin er meer aandacht is voor de maatschappelijke waarde van de broedplaats in de buurt. Dit sluit aan bij de kunst en cultuuragenda van het DB waarin de broedplaatsen in Nieuw-West ruimte dienen te bieden aan lokale makers en dat broedplaatsen naast atelierplekken ook steeds meer een sociale en maatschappelijke functie aannemen in de wijk. Daarom roept het DB op om in de planvorming en positionering van nieuwe broedplaatsen de lokale en maatschappelijke impact steviger te borgen. En hierin goed aan te sluiten bij de bestaande structuren en initiatieven in de wijk. Zodat ook in de evaluatie van broedplaatsen dit goed getoetst kan worden.
Wat betreft het punt van atelierruimtes voor lokale makers zijn we blij te lezen dat er op pagina 6 staat: “We verruimen de toetsingscriteria op kunstenaarschap zodat meer mensen zich welkom voelen deel te nemen en we versimpelen de doorstroomregeling.” Het DB is benieuwd naar de exacte uitwerking van deze versimpeling. Het DB stelt voor om bij de 3package deal voor een percentageregeling te gaan van minimaal 20% van de makers uit Nieuw-West. Op deze manier komt ook de lokale maker en andere (internationale) makers met elkaar in contact. Op pagina 23 wordt aangegeven dat de broedplaats XL in Zuidoost wordt opgezet om het verdwijnen van Lely, Sup en Acta op te vangen. Het DB is blij te zien dat er in de stad extra ruimte wordt gecreëerd om de terugloop tegen te gaan. Feit is echter dat de te verdwijnen plekken in o.a. Nieuw-West zijn. Gezien de stedelijke ontwikkeling en de groei van Nieuw-West waarin we een totaal aantal woningen bijbouwen ter grootte van een heel stadsdeel. Het DB roept het college daarom op om ook een verbreding van het aanbod van broedplaatsen in Nieuw-West te realiseren. In het broedplaatsenbeleid lezen we dat er een hiaat zit tussen de hoeveelheid broedplaatsen en de gebruikers ten opzichte van de lokale makers. Het DB pleit voor een sterkere integrale visie op broedplaatsen. De kracht van broedplaats de Vlugt is het open karakter van Cinema de Vlugt.
De kracht van LYCKA is de publiek toegankelijke buurtkamer en haar programmering. Dit zijn van oorsprong niet de functies van een broedplaats, maar is wel de manier om de broedplaats te activeren in de buurt. Daarom roept het DB het college op om hier middelen voor beschikbaar te stellen in het nieuwe beleid om de programmering die bijdraagt aan maatschappelijke meerwaarde in de buurt. Tenslotte is het DB content met de benoemde budgetten voor nachtprogrammering. Vanuit de bestuurlijke kunst en cultuur agenda onderzoekt het DB welke behoeften er in de avond- en nacht
spelen bij de bewoners van Nieuw-West. De beschikbare budgetten kan het DB inzetten om programmering te ontwikkelen samen met makers uit Nieuw-West die bijdraagt aan culturele ontspanning voor de bewoners. Het DB voegt onderstaande adviezen toe naar aanleiding van behandeling in stadsdeelcommissie: 1. Voeg de definitie en de doelen van broedplaatsen toe aan het beleidsstuk.
Hier verwachten wij de volgende doelen van broedplaatsen terug te vinden: Bieden werkruimte aan beginnend creatief talent, kunstenaars en creatieve makers van diverse disciplines Stimuleren talentontwikkeling en onderlinge samenwerking en kruisbestuiving Zijn laagdrempelig en regelmatig opengesteld 2. Voeg een bijlage toe aan het beleidsstuk met alle broedplaatsen en de volgende informatie per broedplaats: het stadsdeel, de vierkante meters werkruimte, tijdelijke of permanente status en een einddatum voor de tijdelijke broedplaatsen. 3. Doorstroom betekent vaak uitstroom. Voorkom dat kunstenaars en creatieve makers de stad moeten verlaten. 4. Breng als stadsdeelcommissie een werkbezoek aan bijvoorbeeld de Broedplaats Nieuw en Meer (vanuit gekraakt complex ontstaan), en aan Broedplaats de Vlugt en LYCKA. 5. Maak voor stadsdeel Nieuw-West een duidelijker onderscheid tussen de functies van de Huizen van de Wijk en de functies van broedplaatsen om te voorkomen dat de broedplaatsen verdwijnen en opgaan in Huizen de Wijk en kunst alleen een sociaal maatschappelijke functie krijgt. 6. In dit beleidsstuk staat dat zelforganisatie door kunstenaars gestimuleerd wordt. Denk daarbij vooral ook aan het zelf opzetten corporaties door kunstenaars. 7. Dwing sociaal maatschappelijke activiteiten bij broedplaatsen niet af. Behoud de open broedplaatsen zoals ze zijn.
Vraag de gesloten broedplaatsen minstens eens per jaar de deuren te openen.
4.6 Stadsdeel Zuid Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Meegestuurde stukken:
Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 Kunst en Cultuur Economische Zaken en Cultuur 11 november 2023 9 januari 2024 Concept Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden? De DB’s zijn gevraagd om gebiedsgerichte input aan te leveren op basis van het concept Atelieren Broedplaatsenbeleid 2023 - 206. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur:
Zuid 5 december 2023 9 januari 2024
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: - (Art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of - (Art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB-advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (Art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (Art. 30, lid 5) Adviesvraag College: 9.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen? 10. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Conceptadvies DB: Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid is enthousiast over de koers en de uitgangspunten van het nieuwe Atelier- en Broedplaatsenbeleid. Het geeft handvatten om door te zetten waar nu
kansen liggen. Goed dat er gedacht wordt aan het combineren van functies zoals bijvoorbeeld die van broedplaatsen met nachtcultuur. Het Dagelijks Bestuur wil graag meer ateliers en broedplaatsen in stadsdeel Zuid. In het stadsdeel zijn wel veel makers maar bijna geen broedplaatsen. Daarom vragen we met nadruk aandacht voor een aantal potentiële kansen in Zuid, zoals voor de gemeentelijke panden: - Kapel & Convict in het Beatrixpark (na de opvang van Oekraïense vluchtelingen) - Huis te Vraag (renovatie noodzakelijk) - Utrechtse brug (MLK-park) Ook kan onderzocht worden of het vastgoed in en rond het Amsterdamse bos (waar nu een ontwikkelopgave ligt), het Amstelpark en het Vondelpark geschikt is als broedplaats. De combinatie van groen en kunst geeft ruimte aan een ander soort maker dan die in hoogstedelijke gebieden en kan kunst en cultuur met de groene kwaliteiten verbinden, vergroot de attractieve waarde van het groen. In Buitenveldert en Zuidas ontbreken broedplaatsen. Het Dagelijks Bestuur ziet hier graag verandering in en wij denken hierover graag mee. Om te voorkomen dat er nog een gebied zonder broedplaatsen ontstaat, vragen we op voorhand aandacht voor het nog te ontwikkelen gebied rond Schinkelhaven. In de transformatie naar een gemengd woon-werkgebied passen hier mogelijk ook broedplaatsen en atelierwoningen.
Met name in gebiedsontwikkeling zien we kansen voor placemaking. De bouw van het Zuidas-dok geeft de mogelijkheid tot gebruik van veel ruimte in de tijdelijkheid en kan de leefbaarheid van het gebied tijdens de werkzaamheden borgen. Dit vraagt wel om extra stuwkracht en middelen en een integrale aanpak vanuit/met verschillende directies/portefeuilles. Wat betreft de doelgroepen willen wij specifiek de ouderen noemen. Stadsdeel Zuid kent veel oudere bewoners en oudere makers. Voor hen pleiten we voor voldoende toegankelijke en bereikbare voorzieningen. Het stadsdeel is graag betrokken bij de uitwerking en de realisatie van de plannen.
Advies stadsdeelcommissie: De stadsdeelcommissie Zuid stelt met genoegen vast dat de gemeente Amsterdam veel waarde hecht aan een stevig atelier- en broedplaatsenbeleid, en daarin de komende jaren blijft investeren. De commissie onderschrijft de relevantie hiervan, omdat ateliers en broedplaatsen een belangrijk deel uitmaken van de kunst- en creatieve sector van onze stad. Amsterdam heeft daarin een naam hoog te houden, en dat geldt niet het minst voor ons stadsdeel. Ongeveer negentig jaar geleden kwamen in Zuid de nog steeds bestaande atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat; het eerste complex in zijn soort in Nederland. Tientallen beroemde kunstenaars hebben hier gewoond, onder wie de beeldhouwers Charlotte van Pallandt, Gerrit Jan van der Veen - de verzetsheld die zijn naam gaf aan de straat die eerst de Euterpestraat heette - en last but not least Jan Wolkers. De atelierwoningen zijn er nota bene gekomen in de crisisjaren dertig. Dat zegt veel over de wijsheid van het toenmalige stadsbestuur om ook in moeilijke tijden de toegevoegde waarde van kunst te verankeren in het gemeentebeleid. Net zoals het huidige college onverminderd blijft investeren in ateliers en broedplaatsen, als onderdeel van het kunst- en cultuurbeleid. Niet makkelijk, gegeven de (door o.a.
ondoordacht beleid veroorzaakte) woningnood die ook gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van broedplaatsen en atelierwoningen. We zitten weliswaar niet in een crisis zoals begin jaren dertig, maar de financiële middelen van de gemeente worden de
komende jaren schaarser. Het verdient dan ook lof dat er ook op deze vorm van kunst en cultuur niet wordt bezuinigd. Dit staat in contrast met de insteek van de nieuwe, grote partijen in de Tweede Kamer en hun plannen op het gebeid van cultuur, wat mogelijk tot bezuinigingen in het kunstbeleid zal leiden op langer termijn. De commissie kan zich eveneens goed vinden in het conceptadvies van het dagelijks bestuur over het voorgenomen beleidsplan van de gemeente. In aanvulling op dit advies geeft de commissie onderstaande overwegingen mee aan het DB. Schaarste is het probleem dat ook vele andere onderwerpen raakt in Amsterdam. Toch willen we aandacht vragen voor de volgende onderwerpen binnen het beleid en ook specifiek in Zuid. Ateliers en atelierwoningen: Er is een schrijnend tekort aan werkplekken voor kunstenaars. Velen kunnen de combinatie van wonen en een atelier huren niet betalen. Anderen kunnen er ook geen vinden en zijn zelfs genoodzaakt om tijdelijk te stoppen. Ook atelierruimtes die niet alle gebruikelijke voorzieningen hebben, kunnen soms volstaan. . Een gematigde huurprijs is leidend. Daarnaast is de mogelijkheid om tussentijds spullen te kunnen laten liggen van belang. De atelierwoningen zijn ontzettend geliefd. Circa een op de tien atelierwoningen in de gemeente bevindt zich in Zuid.
De commissie zou het toejuichen als zowel het totale aantal atelierwoningen in de stad als het procentuele aandeel hiervan in Zuid zou stijgen, en roept via het DB het college op om zich hiervoor in te spannen. Kunstenaars in Zuid hebben laten weten dat ze het door de gemeente genoemde aantal atelierwoningen (39) betwisten. Ze zijn voorts bang dat de huidige (ijzeren) voorraad niet beschermd kan worden. Ook zouden de corporaties dreigen met verkoop van de woningen. Het is van belang om het aantal atelierwoningen in kaart te hebben, en we vragen de gemeente derhalve om een overzicht van deze woningen in ons stadsdeel. Voorts dringen we aan op heldere afspraken met de corporaties over op zijn minst bestendiging, maar bij voorkeur uitbreiding van het aantal. Deze uitbreiding van de atelierwoningen zou bijvoorbeeld in Buitenveldert waar er momenteel nog geen bestaan. Doorstroomregeling: Kunstenaars die thans woonachtig zijn in een atelierwoning ervaren vaak stress en onzekerheid als gevolg van de in 2016 ingestelde doorstroomregeling. De commissie heeft begrip voor het feit dat het aantal plekken beperkt is en een zekere doorstroom derhalve gewenst is, maar heeft ook oog voor de onzekere situatie van de kunstenaars.
Daarom roept de commissie het college op om ook de mogelijkheid van natuurlijke doorstroom nadrukkelijk te betrekken bij de in 2025 te verrichten evaluatie van de doorstroomregeling. Op die manier kan meer binding tussen deze kunstenaars en de buurt ontstaan, en kunnen de kunstenaars investeren in de woning waar zij verblijven. Als alternatief zou er op z’n minst hulp bij het vinden van een nieuwe woning geboden moeten worden. Broedplaatsen: Terecht stelt het DB dat in Buitenveldert en op de Zuidas broedplaatsen ontbreken, en hier graag verandering in te zien. De commissie is echter van mening dat broedplaatsen en werkplekken in het gehele stadsdeel te vinden moeten zijn. We pleiten voor een meer integrale gemeentelijke
strategie voor broedplaatsen, waarbij verschillende diensten (grondzaken, cultuur, wonen) samen werken om concrete doelen te realiseren. - Op basis hiervan zou de gemeente de samenwerking kunnen aangaan met belanghebbenden, waaronder in de eerste plaats de groep kunstenaars zelf. Maar ook zien we mogelijkheden voor samenwerking met projectontwikkelaars om te kijken naar mogelijkheden voor het toevoegen van ruimte voor kunstenaars in de stad en in hun bestaand (commercieel) vastgoed. Dit zou gestalte kunnen krijgen door prijsdifferentiatie, zodat huurders van creatieve ruimten een lagere huur kunnen betalen. - Kleine groepen kunstenaars die zelf een broedplaats maken met 10-20 plekken en 500 – 800 m² kennen een andere dynamiek. Dit zijn wellicht ook meer atelier-werk-gebouwen waar kruisbestuiving kan ontstaan maar waarbij een maatschappelijke functie geen doel is. Deze plekken zijn net zo belangrijk voor kunstenaars, maar ze zijn heel moeilijk rendabel te maken. We pleiten ervoor hier oog voor te hebben en een rendabele exploitatie mogelijk te maken. - Een buurt waar broedplaatsen een belangrijke toevoeging kunnen zijn, is zoals gezegd Buitenveldert. Wij geven de gemeente in overweging om de gemeentewerf aan de Heenvlietlaan een optopping te geven om daar ook plekken voor kunst te kunnen realiseren.
Een andere potentiële plek in Buitenveldert is de Kastelenstraat, waar volgens bewoners sprake is van leegloop en verloedering . Daarnaast kunnen we ons voorstellen dat er mogelijke werkplekken gecreëerd kunnen worden in gebouwen van de VU. Sommige staan tijdelijk leeg in afwachting van sloop. We zien daar graag concrete plannen voor uitgewerkt worden. - Het Havenstraatterrein is een rafelrand die gaat verdwijnen. Huidige huurders geven aan dat de ruimte die is ingetekend voor kunst minimaal is. We hopen op een waardige afspiegeling tegen prijzen die daadwerkelijk door kunstenaars betaald kunnen worden. - Niet alle broedplaatsen hoeven voor altijd te zijn, maar uiteindelijk zal er door de tijdelijkheid ook meer aanbod verdwijnen dan erbij komt. Voor de broedplaatsen en rafelranden die uiteindelijk weg moeten, is duidelijkheid belangrijk. De makers zitten nu vaak in onzekerheid. We verzoeken om duidelijke termijnen aan te geven en niet steeds met drie maanden te verlengen; dat komt de kwaliteit van de ruimte ook niet ten goede. Vaak duurt het lang voordat er iets gebeurt met het pand nadat de makers de broedplaats hebben moeten verlaten, dit levert veel frustratie bij hen op. - Veel broedplaatsen hebben een tijdelijke periode van drie tot zeven jaar. Daarna komen er heel vaak meerdere verlengingen van een half tot anderhalf jaar.
De programmering die bij aanvang in de planning voor de vooraf afgesproken periode wordt gemaakt, is vaak lastig om voor een kortere verlengingsperiode weer met enthousiasme aan de gang te krijgen. De verlengingsperiodes zouden wat langer perspectief moeten krijgen om de culturele programmering beter te ondersteunen. - Bij tenders wordt nu vaak aan partijen meegegeven dat er een bepaald aantal m²’s broedplaats gerealiseerd moet worden. Om het broedplaatsbeleid kracht bij te zetten kunnen we ook de tendereisen omdraaien: er dient een broedplaats gerealiseerd te worden van een x-aantal m²’s, waarbij ook m²’s wonen en m²’s maatschappelijk etc. gerealiseerd moeten worden. - Voor de huidige normen voor bouwen voor kunstenaars is handhaving van de afspraken cruciaal. De afspraken lijken niet altijd nagekomen te worden door de ontwikkelaars, waardoor er op papier meer lijkt gerealiseerd te worden dan daadwerkelijk gebeurt.
Verruiming aanbod:
Onze stad kent - gelukkig - ruimte voor kunstenaars en dit beleid zet in op het versterken en bestendigen daarvan. Echter, de meeste broedplaatsen en ateliers in deze stad zijn ingericht voor beeldende kunstenaars. Onze stad, die een conservatorium, een theaterschool, meerdere dansacademies en een verscheidenheid aan performing arts opleidingen rijk is, heeft echter ook veel uitvoerende en podiumkunstprofessionals - van musici tot theatermakers en dansers. Deze (jonge) professionals gaan na hun opleiding vaak aan de slag als freelancer. De ruimte voor deze groep om - betaalbaar - te creëren en repeteren is echter te beperkt. De fysieke ruimte die een podiumkunstenaar nodig heeft, wijkt tevens af van de behoefte van een beeldend kunstenaar. Een musicus heeft een ruimte nodig met voldoende geluidsisolatie, voor een danser is een ander type vloer gewenst. Er zijn in de stad slechts twee broedplaatsen met een specifieke focus op deze groep: De Sloot in Nieuw-West en De Dapper in Oost, waarvan de laatste helaas nog niet gerealiseerd is. Wij verzoeken het college daarom in het beleid meer rekening te houden met behoefte van de verschillende kunstdisciplines in onze stad bij het ontwikkelen van broedplaatsen en hierbij expliciet aandacht te hebben voor kunstenaars in de disciplines podiumkunsten, waaronder theater, dans en (elektronische) muziek.
Budget: Voor het opzetten van broedplaatsen, woningen, werkplekken en alle randvoorwaarden daaromheen lijkt het budget onvoldoende. De vraag is om meer in kaart te brengen hoe samenwerking kan worden gezocht binnen bijvoorbeeld volkshuisvesting, sociaal domein en andere portefeuilles die daadwerkelijk betrokken zijn bij of profijt hebben van de kunstenaars in de stad. Bijvoorbeeld bij ACTA, waar kunstenaars en statushouders samenwonen, wat voor opleving van de buurt en voor co creatie heeft gezorgd. Nachtcultuur: We zijn verheugd over dat Amsterdam het belang van het nachtleven inziet. Verschraling van het aanbod is al tijden ingezet. We hopen dat deze kaalslag op de sector kan worden teruggedraaid. Daarmee hopen we ook dat er ruimte gevonden kan worden in Zuid voor een lokale nachtclub voor onze jongeren. Daarbij pleiten we er wel voor dat een dergelijke voorziening niet ten koste gaat van het wooncomfort van omwonenden en van groen. Minderheidsadvies: Liberaal Zuid, de VVD-fractie, fractie Sebastiaan Hooft, CDA-fractie en Partij voor Betaalbaar leven: - Willen benadrukken dat de exportwaarde van de Nederlandse elektronische-muziekscene door meerdere onderzoeken wordt geschat op 154 miljoen euro per jaar en dat deze industrie daarmee een belangrijk cultureel exportproduct is.
In '2.7 We stimuleren (nacht)programmering in broedplaatsen' van het Atelier- en broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 wordt deze industrie weliswaar genoemd, maar komt volgens Liberaal Zuid, de VVD-fractie, de CDA-fractie, fractie Sebastiaan Hooft en Partij voor Betaalbaar Leven onvoldoende naar voren dat deze industrie een mooie bijdrage kan leveren aan Amsterdam (en Amsterdam-Zuid) als creatieve handelsstad en creatief stadsdeel. Dit vernieuwde atelier- en broedplaatsenbeleid is juist een mooie gelegenheid en het perfecte moment voor Amsterdam-Zuid om ervoor te zorgen dat de elektronische-muziek-scene in Amsterdam weer floreert en blijft bijdragen aan de economie en internationale reputatie van Amsterdam, met een goed doordachte aanpak, voldoende aandacht voor omwonenden en andere stakeholders en de juiste investeringen. Liberaal Zuid, de VVD-fractie, fractie Sebastiaan Hooft, en Partij voor Betaalbaar leven:
-
Eens met '2.10 We organiseren doorstroom' van het Atelier- en broedplaatsenbeleid 2023 – 2026. Het is belangrijk ernaar te streven zoveel mogelijk kunstenaars de mogelijkheid te bieden om zich te ontwikkelen in ruimtes binnen broedplaatsen en ateliers. Het jongerenhuurcontract van 5 jaar fungeert als vliegwiel voor jongeren om zich artistiek en commercieel te ontwikkelen. De jongeren waren op de hoogte van de termijn toen zij deze huurcontracten aangingen, de periode van 5 jaar is lang genoeg om er een 'thuis' van te maken maar ook lang genoeg om op zoek te gaan naar een andere woon- en atelierruimte. Gezien de schaarste aan (atelier)woningen is het daarentegen na de 5 jaar mooi om de ruimte vrij te maken voor andere kunstenaars en deze ook dezelfde kansen te bieden. Bovendien is dit beleid ontwikkeld op basis van de Aanpak Amsterdamse Volkshuisvesting.
Partij voor Betaalbaar leven (PvBL)is van mening dat de gemeente de creatieve sector te veel als een soort tijdelijke voegenkit ziet tussen de overgang van een bepaald gebied naar een andere bestemming. De creatieve sector wordt te veel gebruikt als tijdelijke- en te weinig als structurele aanvulling op het aanbod van een buurt, wijk of straat. Kortom, er wordt te veel gesold met mensen die hun hart en ziel inzetten voor een breder aanbod dan alleen het officiële c.q. het commerciële. Er is qua “rafelranden” al zo verschrikkelijk veel verdwenen uit Amsterdam, een ontwikkeling die PvBL als decennia met lede ogen aanziet. Uit diverse gesprekken met kunstenaars en andere betrokkenen is het PvBL duidelijk geworden dat er min of meer 2 groepen creatieven te onderscheiden zijn: 1) Een groep die meer behoefte heeft aan samenwerking met anderen en meer geneigd is om een breder (socialer) aanbod te bieden (meer buurtfuncties, beetje horeca etc.) Deze groep lijkt qua opzet meer kansen te bieden op een stuk zelfvoorziening (het genereren van eigen inkomsten) hetgeen de PvBL zeker toejuicht. 2) Een “groep” van min of meer autonome creatieven die meer behoefte hebben op individuele basis te werken, vaak omdat ze al wat verder op weg zijn in het vinden van hun eigen richting en waar de eigen werkplek (atelierwoning) om ongestoord te kunnen werken, hoog op de verlanglijst staat.
Een gegeven waar PvBL zich ook goed in kan leven, maar waarbij het terecht lijkt dat er aan deze individuen een hogere zelfredzaamheid verwacht mag worden. Finaal advies DB: Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuid is enthousiast over de koers en de uitgangspunten van het nieuwe Atelier- en Broedplaatsenbeleid. Het geeft handvatten om door te zetten waar nu kansen liggen. Goed dat er gedacht wordt aan het combineren van functies zoals bijvoorbeeld die van broedplaatsen met nachtcultuur. Het Dagelijks Bestuur wil graag meer ateliers en broedplaatsen in stadsdeel Zuid. In het stadsdeel zijn wel veel makers maar bijna geen broedplaatsen. Daarom vragen we met nadruk aandacht voor een aantal potentiële kansen in Zuid, zoals voor de gemeentelijke panden: - Kapel & Convict in het Beatrixpark (na de opvang van Oekraïense vluchtelingen) - Huis te Vraag (renovatie noodzakelijk) - Utrechtse brug (MLK-park) Ook kan onderzocht worden of het vastgoed in en rond het Amsterdamse bos (waar nu een ontwikkelopgave ligt), het Amstelpark en het Vondelpark geschikt is als broedplaats. De combinatie van groen en kunst geeft ruimte aan een ander soort maker dan die in hoogstedelijke gebieden en kan kunst en cultuur met de groene kwaliteiten verbinden, vergroot de attractieve waarde van het groen.
In Buitenveldert en Zuidas ontbreken broedplaatsen. Het Dagelijks Bestuur ziet hier graag verandering in en wij denken hierover graag mee. Om te voorkomen dat er nog een gebied zonder broedplaatsen ontstaat, vragen we op voorhand aandacht voor het nog te ontwikkelen gebied rond Schinkelhaven. In de transformatie naar een gemengd woon-werkgebied passen hier mogelijk ook broedplaatsen en atelierwoningen. Met name in gebiedsontwikkeling zien we kansen voor placemaking. De bouw van het Zuidas-dok geeft de mogelijkheid tot gebruik van veel ruimte in de tijdelijkheid en kan de leefbaarheid van het gebied tijdens de werkzaamheden borgen. Dit vraagt wel om extra stuwkracht en middelen en een integrale aanpak vanuit/met verschillende directies/portefeuilles. Wat betreft de doelgroepen willen wij specifiek de ouderen noemen. Stadsdeel Zuid kent veel oudere bewoners en oudere makers. Voor hen pleiten we voor voldoende toegankelijke en bereikbare voorzieningen. Het stadsdeel is graag betrokken bij de uitwerking en de realisatie van de plannen.
Naar aanleiding van het advies stadsdeelcommissie Zuid: Het DB begrijpt dat er aandacht is voor atelierwoningen. Dit is echter niet los zien van het grotere probleem van het tekort aan betaalbare woningen in Amsterdam. Het DB vraagt net als de stadsdeelcommissie aandacht voor het behoud van atelierwoningen. Het toevoegen van atelierwoningen is ingewikkelder, omdat dat ten koste gaat van andere doelgroepen waarvoor ook een tekort aan woonruimte is. Voor het DB staan de stadsbrede afspraken over de verdeling van woonruimte voorop. De suggesties die zijn gedaan voor Buitenveldert en het Havenstraatterrein acht het DB strijdig met vastgesteld stedelijk beleid, gebiedsontwikkeling of door het DB en stadsdeelcommissie ondersteunde uitvoeringskeuzes en ruimtelijke ambities voor de toekomst (w.o. die in de Verkenning Buitenveldert). De algemene notie om wanneer zich kansen voordoen deze te benutten voor extra broedplaatsruimtes delen wij vanzelfsprekend wel, zeker ook wanneer dat in Buitenveldert het geval is. Met uitzondering van bovenstaande punten verzoeken wij het college om ook dit advies van de stadsdeelcommissie Zuid te betrekken bij de uitwerking van het AtelierBroedplaatsenbeleid.
4.7 Stadsdeel Zuid-Oost Onderwerp adviesaanvraag: Portefeuille: Directie: Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Meegestuurde stukken:
Atelier en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 Kunst en Cultuur Economische Zaken en Cultuur 11 november 2023 9 januari 2024 Concept Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden? De DB’s zijn gevraagd om gebiedsgerichte input aan te leveren op basis van het concept Atelieren Broedplaatsenbeleid 2023 - 206. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur:
Zuid-Oost 23 januari 2024
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022: - (Art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of - (Art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB-advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (Art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (Art. 30, lid 5) Adviesvraag College: 11.
Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op of naar aanleiding van de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste locaties van broedplaatsen? 12. Heeft u gebiedsgerichte opmerkingen of aanvullingen op de het voorgenomen Atelier en Broedplaatsenbeleid als het gaat om potentiële of gewenste profielen / doelgroepen van broedplaatsen? Conceptadvies DB: n.v.t. Advies van de Stadsdeelcommissie:
Aan de Stadsdeelcommissie is advies gevraagd maar is niet gegeven door de beperkte tijd. Finaal advies DB: In Zuidoost richten we ons op de ontwikkeling van een veelbelovende broedplaats naast Equinox in Amstel III (grootte van 20.000m2), waar afdeling Grond en Ontwikkeling en Bureau Broedplaatsen een cruciale rol spelen als mede-initiators. Het is essentieel om nu een doordacht plan te formuleren voor de ontwikkeling van deze broedplaats. Echter, te midden van deze positieve ontwikkelingen rijst de zorgwekkende constatering dat het aantal broedplaatsen in Zuidoost drastisch is afgenomen, zonder adequaat vervangend aanbod. Het opvallende gegeven dat eerder broedplaatsen verdwijnen dan verschijnen, ondanks aanwezige leegstand, vormt een uitdaging voor de culturele dynamiek van het gebied. In het Paasheuvelweggebied is de gebiedsontwikkeling momenteel vertraagd door het faillissement van de ontwikkelaar (Certitudo). Dit brengt niet alleen een impasse met zich mee maar ook een kans om de identiteit van het gebied te herdefiniëren. Het dagelijks bestuur adviseert om het Paasheuvelweggebied in de tijdelijkheid te transformeren tot een broedplaatszone c.q. vrije zone, waarmee niet alleen de impasse wordt doorbroken maar ook een impuls wordt gegeven aan de tijdelijkheid.