4. Advies vergunningaanvraag windturbines NIJP 1.0 voordracht college (002).pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam
College van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Voor deze, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Datum
9 mei 2023 WIND-NYP/CD-20230510 Uw zaaknummer 11949922 Ons kenmerk Onderwerp
Positief advies op vergunningaanvraag windturbines Noorder IJ-plas
Geacht college,
De huidige klimaat- en energiecrises onderstrepen de urgentie om in te zetten op schone en duurzame energie. Windenergie is een zeer belangrijk onderdeel van de energietransitie waarin we onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen en zo de ergste gevolgen van de klimaatcrisis een halt toe roepen. Daarom zet het college van B&W van Amsterdam (in vervolg: het college) in op het benutten van het potentieel aan windenergie in Amsterdam waar dat mogelijk is zonder dat het onaanvaardbare risico’s voor gezondheid of natuur oplevert. De ontwikkeling van de windturbines bij de Noorder IJ-plas heeft een lange geschiedenis. Het doet het college deugd dat er een vergunningaanvraag ligt voor de realisatie van drie windturbines. De aanvraag is het resultaat van een lang en in de ogen van het college zorgvuldig proces waar goed naar de belangen van alle betrokkenen gekeken is en waar de milieueffecten goed onderzocht zijn. Het heeft uiteindelijk geleid tot een aanvraag voor drie windturbines die geen onaanvaardbare risico’s voor gezondheid en natuur opleveren en geen grote (milieu-)gevolgen hebben op de bestaande woningen en woningbouwlocaties in de omgeving. De ontwikkeling van deze drie windturbines draagt bij aan het halen van de verduurzamingsdoelstellingen van Amsterdam en de RES Noord-Holland Zuid 1.0.
Daarbij bedraagt de totale gemiddelde jaarproductie (afgerond) 29.000 tot 47.000 MWh. Dat komt overeen met het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van 13.600 tot 22.300 Amsterdamse huishoudens. De aanvraag voor deze vergunning is in lijn met het beleid van de gemeente Amsterdam om op deze locatie windturbines te realiseren.
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 2 van 11
Positief advies In uw e-mail van 3 april 2023 heeft u het college om advies gevraagd over de vergunningaanvraag. Middels deze brief geeft het college aan positief ten aanzien van de vergunningaanvraag te staan en het college verzoekt u dan ook de vergunning met in achtneming van dit advies te verlenen. De aanvraag is door de initiatiefnemers getrapt ingediend. De voorliggende aanvraag betreft de afwijking van het bestemmingsplan. Zodra verklaring van geen bedenkingen is afgegeven door provinciale staten volgt de aanvraag voor de daadwerkelijk te realiseren turbines met afmetingen (het bouwdeel). Het college staat achter deze aanpak, omdat zo vroeg besloten is waar turbines komen en er zorgvuldige uitwerking komt voor de bouwactiviteiten om zo min mogelijk effect op natuur en landschap te hebben. Op 20 april 2023 heeft stadsdeelcommissie Noord ook advies gegeven op het conceptadvies van het college. De relevante onderdelen hiervan zijn verwerkt in het definitieve advies van het college aan ODNZKG. Het college zal nog formeel reageren op het advies van de stadsdeelcommissie. Uit het MER blijkt dat de voornaamste gevolgen van windturbines betrekking hebben op een 5-tal onderwerpen: 1. gezondheid (geluid en slagschaduw), 2. natuur, 3. veiligheid, 4. landschap en 5. ruimtelijke ontwikkelingen.
Ook blijkt uit het MER dat de nadelige gevolgen middels het treffen van maatregelen kunnen worden beperkt of weggenomen. In deze brief geeft het college haar overwegingen op deze 5 onderwerpen mee en adviseert hoe deze in de vergunningvoorschriften verwerkt kunnen worden. Het college verzoekt u ook de aanvraag voor het bouwdeel voor advies aan het college voor te leggen. Onderstaand wordt per onderwerp steeds eerst de overweging van het college benoemd, en daarna het advies van het college wat in de vergunningvoorschriften verwerkt kan worden.
1. Gezondheidsrisico’s Overweging Het MER en de ruimtelijke onderbouwing laten duidelijk zien wat de mogelijke gezondheidsrisico’s zijn. In de vergelijking van de drie onderzochte alternatieven blijkt dat het alternatief 3x160m het minste effect op de gezondheid van omwonenden heeft. Dat gaat enerzijds over geluid en anderzijds over slagschaduw. In opdracht van gemeente Amsterdam is een expertgroep gezondheid ingesteld. Zij hebben geadviseerd over toe te passen normen voor gezondheid1. Het college conformeert zich aan dit advies zolang er nog geen landelijke regelgeving is. Als deze normen niet overschreden worden vindt het college dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s op de gezondheid. Ten aanzien van geluid geeft de adviesgroep aan:
1
https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/976728/definitieve_advies_expertgroep_gezondheidseffect en_windturbines.pdf
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 3 van 11
Maak gebruik van een standaardwaarde en een grenswaarde. Onder de standaardwaarde zijn er geen belemmeringen om nieuwe windturbines te plaatsen; boven de grenswaarde kan het bevoegde gezag geen vergunning verlenen. Hanteer een standaardwaarde van 42 dBA. Deze is vergelijkbaar met standaardwaarden van weg- en railverkeer. Hanteer een grenswaarde van 45 dBA. Deze grenswaarde is ook geadviseerd door WHO en RIVM. Als het geluidniveau boven de standaardwaarde ligt, dient beargumenteerd te worden waarom het geluidniveau niet kan worden gereduceerd en de hogere waarde afgewogen tegen andere belangen. Hanteer voor laagfrequent geluid een aparte norm vergelijkbaar met de norm voor laagfrequent geluid in Denemarken.
Het voorkeursalternatief (VKA) lijkt sterk op het alternatief 3x160m. Weliswaar is de locatie van de zuidelijke turbine circa 100 meter naar het westen opgeschoven in verband met de helikoptervliegroute en de hoogspanningsverbinding van TenneT. Daarnaast krijgt de turbine bij het Coenplein een lagere tiphoogte (150 meter in plaats van 200 meter) in verband met de aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding. Deze aanpassingen hebben beperkte milieueffecten, maar leiden niet tot een andere conclusie welk alternatief de minste milieueffecten heeft. In de deelrapporten MER is per alternatief een representatieve turbine onderzocht om een goede vergelijking tussen de alternatieven te hebben. In het project-MER zijn de effecten van het VKA onderzocht met een bandbreedte, zodat duidelijk wordt wat de minimale en maximale effecten zijn. In de ogen van het college is dat goed gebeurd. Het betreft de volgende bandbreedtes: Minimaal 44 en maximaal 255 woningen tussen de 42 en 45 dBA. Er is sprake van een cumulatief effect ten opzichte van bestaande geluidssituatie. In de meeste gevallen betreft dat een toename van maximaal 1 dBA. Bij maximaal 15 woningen is de toename maximaal 3 dBA. Uit het MER blijkt dat het aantal ernstig gehinderden met 13-34 toeneemt. Ten opzichte van de huidige situatie is dit een toename van 0,5% - 1,3%.
Uit het MER blijkt dat er, afhankelijk van het nog nader te bepalen windturbinetype, 0-45 woningen boven de grenswaarde zitten. Daarvoor dienen maatregelen getroffen te worden zodat deze ook aan de 45 dBA Lden voldoen. In het MER staat omschreven wat ernstig gehinderden zijn. Daarbij geldt dat hoe hoger de geluidsbelasting (decibel) is, hoe meer mensen overlast ervaren. Daarom is een analyse gemaakt van de huidige mate van (geluids)overlast en de toename van deze overlast als gevolg van de komst van windturbines. In de bestaande situatie zijn er circa 2800 ernstig gehinderden door de aanwezigheid van snelwegen, haven, vaarweg het IJ, industrie en vliegverkeer. Gezien het grote belang van verduurzaming en de beperkte geluidstoename ten opzichte van de bestaande situatie is het college van mening dat deze milieueffecten acceptabel zijn en geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s oplevert en dat voldaan wordt aan het advies van de expertgroep. Aanvullend is het college van mening dat hinder tot een minimum beperkt moet
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 4 van 11
worden. Het college verzoekt de initiatiefnemers bij de selectie van de turbineleverancier aandacht te voor vragen om hinder te minimaliseren, bijvoorbeeld door toepassing van de laatste technieken. De adviesgroep adviseert verder om voor slagschaduw als grenswaarde uit te gaan van een belasting van gevoelige objecten van maximaal 17 dagen per jaar waarop een gevoelig object niet meer dan 20 minuten slagschaduw mag hebben. Daarnaast adviseert de expertgroep slagschaduw zoveel mogelijk te reduceren. Uit het MER blijkt dat er zonder mitigerende maatregelen niet voldaan wordt aan het advies van de expertgroep gezondheid. In de vergunningaanvraag is aangegeven hoe aan de grenswaarde voldaan wordt bij alle woningen. Dat is voor het college afdoende. Het college hecht er grote waarde aan dat vergunningvoorschriften handhaafbaar zijn en deze moeten dan ook gemonitord worden. Hiervoor kan aangesloten worden bij de “Standaard meetmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines”. Hiervoor is nodig dat gedurende een representatieve periode (minimaal drie maanden) een permanente geluidmeting gedaan wordt om de behaalde geluidwaarden in beeld te krijgen. Ook vindt het college dat er zorgvuldig met klachten van gehinderden omgegaan moet worden. Het college verzoekt de initiatiefnemers een klachtenprocedure op te laten stellen.
Daarnaast hebben de initiatiefnemers aangegeven bij de woningen Zijkanaal H-weg ‘near to zero’ in te gaan voeren. Dat betekent dat op deze woningen in principe geen slagschaduw optreedt of voor hooguit enkele minuten. Het college staat positief ten aanzien van dit voorstel. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan het advies van de expertgroep gezondheid. Voorstel voorschriften Op basis van bovenstaande overwegingen adviseert het college het volgende in de voorschriften te verwerken over het beperken van gezondheidsrisico’s. Met deze voorschriften wordt voldaan aan het advies van de expertgroep gezondheid. Met betrekking tot geluid: Sluit aan bij het advies van de expertgroep gezondheid en neem als norm in de vergunning voor geluid op: 42 dBA Lden als standaardwaarde en 45 dBA Lden als grenswaarde. Indien niet aan 45 dBA Lden voldaan wordt dient aangetoond te worden met welke (bron)maatregelen hier wel aan voldaan kan worden. Neem in vergunningvoorschrift regels op ten aanzien van het voorkomen van laagfrequent/ tonaal geluid. Dit voorschrift moet toetsbaar en handhaafbaar zijn.
Neem in voorschrift regels op ten aanzien van monitoring geluid middels metingen gedurende langere periode (minimaal drie maanden) om aan te tonen dat windturbines aan grenswaarde en normstelling laagfrequent/tonaal geluid voldoen en representatief zijn voor bepaling jaargemiddelde Lden en geef aan wanneer deze metingen plaats moeten vinden, bij voorkeur de eerste drie maanden na de formele ingebruikname. Met betrekking tot slagschaduw:
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 5 van 11
Aan te sluiten bij het advies van de expertgroep gezondheid dooreen normstelling op te nemen dat er een belasting van gevoelige objecten van maximaal 17 dagen per jaar 20 minuten mag zijn. Neem als voorschrift op dat initiatiefnemers een monitoringsplan opstellen, alsmede een jaarlijkse rapportage van gerealiseerde stilstand door slagschaduw. Dit monitoringsplan moet ter goedkeuring aan OD NZKG worden voorgelegd voordat de eerste windturbine in gebruik genomen wordt. In deze rapportage moet minimaal terug komen: o Omschrijving monitoringssysteem en hoe stilstand ingeregeld wordt. o Gevoelige objecten. o Wijze waarop in beeld gebracht wordt of er sprake van slagschaduw is (bijvoorbeeld middels lichtmeting). o Wijze waarop woningen digitaal gemodelleerd zijn. o Wijze waarop meteorologische kalender gebruikt wordt. o Omschrijving bedieningssysteem. o Wijze waarop het systeem monitort dat het totaal van 20 minuten per dag en totaal 5:40 uur per jaar per gevoelig object nooit overschreden wordt. o Omschrijving wijze waarop “near to zero” voor woningen zijkanaal H-weg geborgd wordt. o Omschrijving van welke gegevens in jaarlijkse rapportage worden opgenomen.
Algemene monitoring: o Naast bovengenoemde monitoring voor geluid en slagschaduw dient initiatiefnemer ook te voldoen aan de monitoringsverplichtingen vanuit Wet milieubeheer (art 7.37 eerste lid onder f) en (vooruitlopend op de in werking treding van de Omgevingswet) art. 11.20 van het Omgevingsbesluit.
Met betrekking tot klachten Er dient een klachtenprocedure opgesteld te worden. Hierin dient door initiatiefnemers aangegeven te worden: o Waar klachten ingediend kunnen worden. o Wat reactietermijn op klachten is. o Hoe klachten afgehandeld worden. o Hoe rapportage over klachten plaats gaat vinden.
2. Veiligheid Overweging Uit het MER blijkt dat er zorgvuldig onderzoek gedaan is naar de veiligheid. De locaties van de turbines zijn gebaseerd op veiligheidsafstanden tot installaties, hoogspanningsverbinding, vaarweg en infrastructuur. Met de voorgestelde locaties is volgens het college goed rekening gehouden met veiligheidsgevolgen. Zo zijn er geen risico’s op de leveringszekerheid van elektriciteit, vliegverkeer Schiphol, scheepvaartverkeer op het IJ en snelwegen. Ten aanzien van de helikopterroute voor vluchten van Helipoort Westpoort is afdoende afstand tot de vliegroute. Bij de tweede fase voor de aanvraag voor het bouwdeel van de vergunning dient ook aangetoond
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 6 van 11
te worden dat er geen effecten zijn op de zogwerking van de turbines of dat er afdoende mitigerende maatregelen worden getroffen. Uit het MER blijkt ook dat er mogelijke veiligheidsrisico’s zijn ten aanzien van ijsafworp op de rotorbladen. Om veiligheidsrisico’s boven openbare (vaar-)wegen, fiets- en wandelpaden te voorkomen staat in het MER dat de windturbines worden voorzien van een ijsdetectiesysteem, waarmee ijsafworp wordt voorkomen doordat de windturbines bij ijsaangroei worden stilgezet. Bij ijsdetectie zal het ijsdetectiesysteem de windturbines in zo’n positie draaien, dat afvallend ijs zo min mogelijk veiligheidsrisico’s zal veroorzaken. Voorstel voorschriften Op basis van bovenstaande overwegingen adviseert college het volgende in de voorschriften te verwerken over ijsdetectie: In de vergunning voorschriften opnemen dat er ijsdetectiesysteem moet komen waarbij afvallend ijs op fiets- en wandelpaden, wegen en waterwegen voorkomen wordt. In de aanvulling op de omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteiten ‘bouwen’ en ‘milieu’ dient meegenomen te worden welke eventuele maatregelen getroffen worden ten aanzien van de vliegroute voor helikopters. In de vergunning een verplichting opnemen om een monitoringsplan ijsdetectie op te stellen: o Welk systeem wordt toegepast.
o Verplichting jaarlijkse rapportage waarin aangegeven wordt waar stilstand geweest is door ijsdetectie.
3. Landschap Overweging In het MER en de ruimtelijke onderbouwing zijn de effecten op natuur en landschap goed in beeld gebracht. Aandachtspunt voor het college is met name dat er vanuit de aanleg mogelijk grote effecten zijn door de benodigde werkruimte en aanwezige beplanting en bomen en flora en fauna. De notitie “uitgangspunten landschap natuur en recreatie” dat als onderdeel bij de vergunningaanvraag zit, biedt genoeg zekerheid aan het college om zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden en inrichting.
De insteek om per turbine maatwerk te ontwikkelen spreekt het college aan. Het VKA heeft een raakvlak met het toekomstige fiets/wandelpad dam-tot-dam en bijbehorende recreatieve verblijfsplekken. De locatie van de zuidelijke windturbine in het VKA heeft geen effect op het tracé van het pad en de locaties van de verblijfsplekken. Wel zal het pad over de kraanopstelplaats lopen. Het college is van mening dat er middels goede landschappelijke maatregelen zowel de windturbine als het fietspad gerealiseerd kunnen worden. Wel dient in het landschaps- en ecologieplan aandacht besteed te worden aan de wijze waarop het fiets/wandelpad en de verblijfslocaties ingepast worden en hoe vormgeving fietspad over kraanopstelplaats eruit gaat zien. Ook is het college van mening dat er goede afstemming plaats moet vinden tussen initiatiefnemers en ontwikkelaars fietspad om meerdere redenen: o Minder ecologische impact.
Gemeente Amsterdam
2 3
Datum 9 mei 2023 Pagina 7 van 11
o Mogelijkheid werk met werk te maken. o Vermindering hinder tijdens aanleg van zowel fietspad als windturbines. Als er meerkosten aan het fietspad ontstaan door de realisatie van de windturbines dienen deze voor rekening van de initiatiefnemers van de windturbines te zijn. In de aanvraag zijn situatietekeningen opgenomen met daarop de locaties van de werkterreinen en tijdelijke werkwegen en definitieve bouwwegen. Deze tekeningen zijn niet akkoord voor het college, omdat nog niet afdoende rekening gehouden is met de aanwezige bomen, beplanting en reliëf in het gebied. Deze dienen in het landschaps- en ecologieplan opgenomen te worden. Uit het MER blijkt dat de zichtbaarheid van de windturbines groot is. In het deelrapport landschap wordt aangegeven dat obstakelverlichting een (mogelijk) storende werking heeft. Ook is aangegeven dat er maatregelen mogelijk zijn om de negatieve effecten te beperken. De regelgeving en technische mogelijkheden zijn in ontwikkeling. Zo wordt naderingsdetectie mogelijk en kunnen er dimbare lichten toegepast worden. Het college vraagt zich af of naderingsdetectie mogelijk is gezien de vliegroute van Schiphol en de Helikopterroute. Het college adviseert voorschriften op te nemen om de hinder door obstakelverlichting tot een minimum te beperken.
In de notitie “uitgangspunten landschap natuur en recreatie” is niet ingegaan op de benodigde bijgebouwen zoals een inkoopstation en de benodigde graafwerkzaamheden en realisatie van kabels en leidingen in het gebied. Dit dient ook terug te komen in het landschaps- en ecologieplan. Stadsdeel Noord is namens het college gemandateerd kapvergunningen te verlenen. In verband met bepalingen uit de Elektriciteitswet is GS bevoegd gezag voor alle Waboactiviteiten ten behoeve van realisatie windturbines. Stadsdeel Noord dient ten aanzien van de kapactiviteiten advies te geven aan GS over de te kappen bomen. Er dient een landschaps- en ecologieplan gemaakt te worden dat ter goedkeuring aan college wordt voorgelegd. De condities zullen verder uitgewerkt worden in de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en initiatiefnemers. Daarin dient, op basis van de notitie “uitgangspunten landschap natuur en recreatie” die als bijlage bij de vergunningaanvraag zit, het ruimtelijk toetsingskader Noorder IJ-plas2 en integraal raamwerk Havenstad3, het volgende opgenomen wordt: o Wijze waarop tijdelijk werkterrein en werkwegen ingericht worden waardoor er zo min mogelijk bomen gekapt worden en met zo veel mogelijk behoud van waardevolle bomen en aanwezig bodemreliëf en zo min mogelijk effect op aanwezige flora en fauna. o Overzichtslijst van de te kappen bomen en te verwijderen struiken.
o Wijze waarop onderhoudswegen en de directe omgeving van de voet van de turbines vormgegeven en ingericht worden zodat deze vanuit landschappelijk, recreatief of ecologische waarde een toegevoegde waarde kunnen hebben voor het toekomstig gebruik van het gebied als stadspark. o Wijze waarop benodigde bijgebouwen zoals een inkoopstation en de benodigde graafwerkzaamheden en realisatie van kabels en leidingen in het gebied worden gerealiseerd.
ttps://assets.amsterdam.nl/publish/pages/434879/ruimtelijk_toetsingskader_noorder_ijplas_2021.pdf https://www.amsterdam.nl/projecten/haven-stad/integraal-raamwerk/
Gemeente Amsterdam
o o
o o o o
Datum 9 mei 2023 Pagina 8 van 11
Wijze waarop fietspad dam-tot-dam en verblijfslocaties ingepast worden en hoe vormgeving fietspad over kraanopstelplaats eruit ziet. Wijze waarop rekening gehouden wordt met verwijdering van windturbine na afloop van de vergunningperiode met zo min mogelijk impact op natuur, landschap en recreatie. Wijze waarop mitigerende of, indien noodzakelijke, compenserende ecologische maatregelen uitgevoerd worden. Welke natuurinclusieve en populatieversterkende maatregelen worden getroffen om de biodiversiteit en ecologische waarden in het gebied te versterken. Locaties en type herbeplanting. Dit dienen inheemse planten- en boomsoorten gebruikt te worden Locaties en vorm waar watercompensatie gerealiseerd wordt.
Voorstel voorschriften Op basis van bovenstaande overwegingen adviseert het college het volgende in de voorschriften te verwerken over landschap: Met betrekking tot de definitieve locatie windturbines: in de vergunning de mogelijkheid op te nemen om definitieve locatie windturbine iets te kunnen wijzigen (maximale verschuiving van 10 meter) in verband met: o Landschappelijke en ecologische inpassing. o Optimaliseren landschappelijke kwaliteit fiets/voetpad dam-tot-dam en verblijfslocaties. o Voorwaarde voor verschuiving is dat er geen toename van negatieve effecten op omliggende woningen of ecologie is. Deze locaties moeten definitief zijn bij de aanvraag van het bouwdeel van de vergunning. In de aanvulling op de omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteiten ‘bouwen’ en ‘milieu’ dient in ieder geval meegenomen te worden: o De locatie van de permanente onderhoudswegen (inclusief aslast, breedte en boogstralen). o De locaties van kabel- en leidingtracés ten behoeve van de windturbines. o De locaties van gebouwen en bouwwerken. Met betrekking tot obstakelverlichting: Door initiatiefnemer moeten maatregelen getroffen worden om zichtbaarheid obstakelverlichting tot een minimum te beperken4. Er dient voorafgaand aan de bouw van de windturbines een verlichtingsplan ter goedkeuring aan Inspectie Leefomgeving en Transport voorgelegd te worden.
Daarbij dient de verlichting minimaal dimbaar te zijn en aangepast te kunnen worden aan de weersomstandigheden. Er dient een landschaps- en ecologieplan gemaakt te worden.
4. Natuur Overweging Het onderzoek naar de natuureffecten is voor de vergelijking van de alternatieven gedaan. Voor de daadwerkelijke realisatie moet een goed beeld zijn wat de effecten en mitigerende maatregelen 4
Zie https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/obstakelverlichting
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 9 van 11
zijn, zodat er een natuurinclusieve inpassing gaat komen. Hierbij dienen de biodiversiteit en ecologische waarden in het gebied minimaal behouden te worden en waar mogelijk versterkt. Daarbij dienen inheemse planten- en boomsoorten gebruikt te worden. Dit dient ook in het landschapsplan nader uitgewerkt te worden. In dit landschaps- en ecologieplan dient ook aangegeven te worden welke mitigerende maatregelen getroffen worden en hoe er gemonitord wordt. In opdracht van gemeente Amsterdam is een expertgroep natuur ingesteld. Zij hebben geadviseerd over toe te passen criteria voor natuur5. Het college sluit zich bij dit advies aan. Daarnaast wijst het college erop dat er een landelijke aanpak: https://www.regionaleenergiestrategie.nl/bibliotheek/ruimtegebruik/res+natuur/1888743.aspx is en verzoekt deze aanpak ook te betrekken bij de uitwerking van de ecologische maatregelen. De initiatiefnemers hebben een separate ontheffing aangevraagd vanwege de mogelijke gevolgen op natuur. Het college maakt uit de aanvraag op dat geborgd is dat geen onaanvaardbare gevolgen voor de natuur als gevolg van de windturbines ontstaan. Wel is het college van mening dat er voorschriften ten aanzien van ecologische maatregelen en monitoring moeten komen.
Voorstel voorschriften Op basis van bovenstaande overwegingen adviseert het college het volgende in de voorschriften te verwerken over natuur: Er dient een landschaps- en ecologieplan gemaakt te worden. Er dient een monitoringsplan te komen waarin staat opgenomen welke monitoringsmaatregelen getroffen worden, alsmede hoe eventuele aanpassingen plaatsvinden als uit monitoring blijkt dat mitigerende maatregelen niet afdoende zijn. In het monitoringsplan moet ingegaan worden op zowel vogels, vleermuizen, in gebied aanwezige soorten fauna en flora. Daarbij dient aangesloten te worden bij het advies van de expertgroep natuur. In zowel landschapsplan- als mitigatieplan dient door initiatiefnemers aangegeven te worden op welke wijze stadsdeel Noord en het college betrokken worden.
5. Ruimtelijke ontwikkelingen Overweging Over het algemeen worden alleen milieugevolgen van zekere toekomstige (autonome) ontwikkelingen meegenomen in de referentiesituatie in het MER. Desondanks is er voor gekozen in het MER een doorkijk te geven naar de mogelijke milieugevolgen op toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen waarover nog geen concrete planologische toestemming voor is verleend. Deze zijn genoemd in de ruimtelijke onderbouwing en het MER. De mogelijke effecten hierop zijn goed in beeld gebracht. Zo staat het college achter de keuze dat er geen nieuwe turbines op het Cornelis Douwesterrein komen. Het college is namelijk van mening dat de ontwikkeling van windturbines niet ten koste mag gaan van aantallen woningen die gerealiseerd kunnen worden. Een nieuwe windturbine op het Cornelis Douwesterrein zou woningbouw aldaar uitsluiten, maar dat is bij het VKA zoals opgenomen in de vergunning niet het geval. 5
https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/976728/advies_expertgroep_energie_en_natuur_amsterda m_defintief_-_5_april_2022.pdf
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 10 van 11
Uit het MER blijkt dat er geen grote milieugevolgen zijn op de woningbouwopgaven aan de oostzijde van de A10 op zowel het Cornelis Douwesterrein als Melkweg Oostzanerweg, alsmede op de woningbouwlocaties in Oostzaan en Zaanstad. Voor de woningbouwlocaties in Oostzaan en Zaanstad geldt ook dat voor het bepalen van de milieugevolgen de woonboten in het Zijkanaal-H maatgevend zijn. Omdat er voor deze woningen al mitigerende maatregelen vereist zijn en die volgens dit advies geborgd worden in de vergunningvoorschriften, zijn tevens die gezondheidsrisico’s op een groot deel van de toekomstige woninglocaties in Oostzaan en Zaanstad weggenomen en wordt ook daar voldaan aan de voorgestelde normen uit het advies van de expertgroep gezondheid. Daarnaast ligt een groot gedeelte van de woningbouwlocaties dicht bij de snelweg en zijn hiervoor al geluidswerende (gevel-)maatregelen noodzakelijk om woningen te kunnen realiseren. Ten aanzien van slagschaduw hebben de initiatiefnemers aangeboden middels een overeenkomst vast te willen leggen dat turbines onder bepaalde voorwaarden stilgezet zullen worden als de woningbouw gerealiseerd is. Voor wat betreft uitzicht merken wij op dat hiervoor geen objectieve maatstaven bestaan en dat de toekomstige woningbouw geprojecteerd is in een al verstedelijkte omgeving.
Indien gewenst, kan bij de stedenbouwkundige inpassing van de woningbouw te zijner tijd rekening gehouden worden met de dan bestaande windturbines. Bovendien geldt een eventueel effect met name voor de eerste linie bebouwing van de betreffende locatie en daarmee voor een beperkt aantal woningen. De gemeenteraad van Zaanstad heeft recentelijk besloten dat na 2040 besloten wordt óf het Havenkwartier ten behoeve van woningbouw ontwikkeld gaat worden.
Voorstel voorschriften Op basis van bovenstaande overwegingen adviseert het college een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen. Bij het bepalen van deze termijn spelen meerdere punten een rol: het halen van de klimaatdoelstellingen in 2030 en 2050, de verstedelijkingsopgaven en de levensduur van de windturbine. Om naar de omgeving ook duidelijkheid te geven adviseren wij een concrete einddatum in de vergunning hebben. Wij verzoeken u deze ook op te nemen in de voorschriften. Concreet stelt het college het volgende voor: De windturbines dienen uiterlijk 31-12-2053 buiten bedrijf genomen te zijn. De windturbines met bijbehorende installaties en verhardingen dienen uiterlijk 31-12-2054 verwijderd te zijn. Van de windturbines dient de fundering volledig verwijderd te zijn. Heipalen dienen tot minimaal 2 meter onder maaiveld verwijderd te zijn en alle permanente en tijdelijke verharding dient verwijderd te worden en ingericht worden in aansluiting met het omliggende gebied. In overleg met gemeente kan besloten worden deel van de fundering en verharding te laten liggen, indien deze vanuit landschappelijk, recreatief of ecologische waarde een toegevoegde waarde hebben. Hiervoor dient dan expliciet toestemming gevraagd te worden aan college.
Gemeente Amsterdam
Datum 9 mei 2023 Pagina 11 van 11
Tot slot Het college verzoekt u bovenstaande overwegingen en voorstellen ten aanzien van de voorschriften in de vergunning op te nemen. Daarnaast verzoekt het college ook om advies gevraagd te worden voor de aanvulling op de aanvraag ten aanzien van de activiteiten bouwen en milieu. Tevens vraagt het college uw aandacht voor de op deze aanvraag van toepassing zijnde Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen. Daarin wordt ook in EU-verband gewezen op de hoge urgentie van de realisatie van duurzame energieprojecten in de lidstaten vanuit het oogpunt van volksgezondheid en openbare veiligheid. Door de gemeente Amsterdam wordt met initiatiefnemers een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de zomer van 2023. Die richt zich onder meer op het vastleggen van afspraken over mitigerende maatregelen ten behoeve toekomstige ontwikkelingen en de wijze waarop omwonenden kunnen meeprofiteren van de windopbrengst. Ook wordt hierin een opstalrecht voor initiatiefnemers geregeld. Graag ontvang het college een afschrift van de verleende vergunning. Indien u nog vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met Joos de Bakker, procesmanager wind, joos.de.bakker@amsterdam.nl. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Zita Pels Wethouder Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie