CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Advies JPA Regionaal Beleidskader HGKM en SG.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld (VN2025-018472)2.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies: Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld 16 oktober 2025 Inleiding Jeugdplatform Amsterdam is gevraagd om advies uit te brengen op het nieuwe regionale beleidskader over huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld (vanaf nu: HGKM & SG). Om tot een advies te komen, hebben wij een werkgroep georganiseerd. De groep bestond uit vijf jongvolwassenen die allemaal op hun eigen manier ervaring hebben met deze thema’s. Een beleidsmedewerker van de gemeente heeft tijdens de werkgroep een aantal gerichte vragen aan de groep kunnen voorleggen. De input die wij tijdens deze werkgroep hebben opgehaald is het startpunt van dit advies. Daarnaast hebben wij gebruikgemaakt van signalen die Jeugdplatform Amsterdam eerder heeft opgehaald en van een aantal onderzoeken uitgevoerd door Cliëntenbelang Amsterdam, zoals de onderzoeken Gevangen in

de Thuissituatie en Zorg in het alledaagse leven. Tot slot hebben wij een professional gesproken die zich bezighoudt met de plegeraanpak, om zo ook het perspectief van plegers mee te kunnen nemen in dit advies. Om te beginnen onderschrijft Jeugdplatform Amsterdam de ambities zoals beschreven in het beleidskader. Zoals in het beleidskader al gesteld: de ambities zijn groots en verreikend en het stellen van prioriteiten is nodig. Dit advies kan helpen om prioriteiten te stellen die aansluiten bij de ervaringen, wensen en behoeftes van jongeren en ouders zelf. De punten die wij aandragen kunnen daarnaast worden gebruikt voor de nadere invulling van het preventiebeleid, die per gemeente nog vorm moeten krijgen. Proactieve verantwoordelijkheid van de omgeving Jongeren en ouders zijn het eens: het is voor iemand die zelf in een situatie van HGKM of SG verkeert heel erg lastig om de situatie van onveiligheid zelf bespreekbaar te maken, laat staan om concrete stappen te ondernemen richting hulp. Het is daarom van groot belang dat de omgeving (onder andere school, buren en andere ouders) signalen oppikt, bespreekbaar maakt bij de slachtoffers zelf en hen begeleid richting hulp als zij dat willen, zónder daarbij de regie uit handen te nemen. Het is volgens heel belangrijk dat er niks wordt gedaan zonder overleg met en toestemming van de jongere of ouders waar het om gaat.

School wordt door veel jongeren benoemd als belangrijkste partij om mogelijke onveiligheid te signaleren. Vastlopen op school, bijvoorbeeld bij veel verzuim, pestgedrag of een stagnatie in de ontwikkeling, kan een signaal zijn dat er meer aan de hand is. Gesprekken hierover moeten gevoerd worden door iemand waar het kind een klik mee heeft, hierdoor vinden 1

jongeren het makkelijker om zich open te stellen. Dit is niet altijd een verzuimcoördinator, de mentor of een vertrouwenspersoon. Het is daarom belangrijk dat alle professionals die werkzaam zijn in een school handelingsbekwaam zijn op het gebied van HGKM & SG, zodat zij adequaat kunnen handelen als kinderen vanuit vertrouwen bij hen aankloppen om hun thuissituatie te bespreken. Hoewel de school een logische plek is om situaties van HGKM en SG met jongeren bespreekbaar te maken, is dat bij ouders minder logisch. Voor ouders is het belangrijk dat het bespreekbaar maken van vermoedens van onveiligheid gericht is op begrip voor de situatie en meedenken over mogelijkheden voor hulp. Een goede verbinding tussen scholen en de sociale basis is hierbij van groot belang. Het is belangrijk dat het eerste contact gelegd wordt door iemand die niet verbonden is aan een organisatie met een focus op veiligheid, zoals Veilig Thuis, maar die breed kan meedenken over hulp. Hoe je een melding van onveiligheid communiceert is cruciaal om een ingang te vinden voor een gesprek. De insteek zou moeten zijn dat mensen in hun omgeving zich zorgen maken en er mogelijk hulp nodig is, en dat je in gesprek wil om te kijken waarbij je kan helpen, zonder vermoedens van onveiligheid te benoemen. Vertrouwen is ook voor ouders een belangrijke voorwaarde om (on)veiligheid bespreekbaar te maken.

Wanneer het gesprek op gang is gebracht kan je samen werken aan een vertrouwensrelatie en kan het gesprek over (on)veiligheid op een meer gelijkwaardig niveau gevoerd worden. Tot slot: als de omgeving zich betrokken en proactief op moet, betekent ook dat er aandacht moet zijn voor hoe zij vervolgens verder worden meegenomen in het proces. Zo krijgen wij signalen dat buren na het maken van een melding bevraagd worden, maar daarna niet meer op de hoogte worden gehouden. Dat vinden zij moeilijk, juist omdat zij zich betrokken voelen en zorgen maken. Wij begrijpen dat dit een lastige kwestie is vanwege privacyregels. Anderzijds krijgen wij ook signalen van buren dat er tijdens het maken van melding soms juist te weinig rekening wordt gehouden met privacy. Bijvoorbeeld door het noemen van de namen van de buren waarover een melding wordt gemaakt. Op het gebied van betrokkenheid en privacy is er dus nog werk aan de winkel. Het is goed om hier aandacht voor te hebben. Brede maatschappelijke bewustwording Jongeren vinden dat er nóg meer aandacht moet komen voor bewustwording over de thema’s HGKM & SG. Bewustwording is ook nodig om te zorgen dat de omgeving signalen kan oppikken en hier op een juiste manier naar kan handelen. Jeugdplatform kan zich vinden in het belang van inzetten op bewustwording, wat ook in het beleidskader beschreven wordt.

Jongeren weten namelijk vaak niet dat zij in een onveilige situatie zitten. Dit komt doordat er maatschappelijk gezien een beperkt beeld is van wat deze termen inhouden én doordat

2

jongeren vaak pas weten dat hun situatie niet normaal is wanneer zij deze kunnen vergelijken met anderen. Zo vertelden twee jongeren:

“Ik wist niet dat er in een relatie ook sprake kan zijn van seksueel geweld. Ik dacht altijd: je bent samen, dus dan kan het geen verkrachting zijn.” “Ik heb nu pas door dat wat ik meemaakte ook huiselijk geweld is. Ik wist niet dat emotionele mishandeling óók kindermishandeling is.” Het is dus belangrijk dat het gesprek wordt gevoerd over wat HGKM & SG inhouden, waarbij er extra aandacht moet zijn voor de niet-fysieke vormen van geweld. Jongeren willen leren hoe zij geweld kunnen herkennen bij zichzelf én bij anderen. Zij pleiten voor campagnes op televisie en sociale media, waarbij er gebruik wordt gemaakt van rolmodellen zoals influencers en ervaringsdeskundigen. Een initiatief dat wordt genoemd als een goed voorbeeld dat mogelijk uitgebreid kan worden is de Week tegen de Kindermishandeling. Het is volgens jongeren belangrijk dat campagnes gericht op bewustwording direct worden gekoppeld aan duidelijke, toegankelijke informatie over waar je naartoe kunt als je (vermoedelijk) in een situatie van HGKM of SG verkeert. Bewustwording gaat hand in hand met voorlichting en goede informatievoorziening. School wordt door jongeren genoemd als een belangrijke plek om door middel van voorlichting aandacht te besteden aan HGKM & SG.

Er wordt gedacht aan mentorlessen, maatschappijleer maar ook aan gym als momenten om aandacht te besteden aan deze thema’s en bijkomende onderwerpen, zoals het aangeven van grenzen. Net als bij campagnes, moet voorlichting over HGKM & SG worden gekoppeld aan informatie over waar jongeren terecht kunnen om hun situatie bespreekbaar te maken. Het betrekken van jongeren (met ervaring van HGKM & SG) bij het creëren van bewustwordingscampagnes en voorlichtingen is noodzakelijk om te zorgen dat deze goed aansluiten. Leren omgaan met spanningen Naast voorlichting specifiek over HGKM en SG pleiten wij voor structurele borging van trainingen gericht op emotieregulatie in het onderwijs, de sociale basis en de zorg. Jongeren zien gebrek aan vaardigheden in emotieregulatie als een belangrijke oorzaak van HGKM en SG. Jong geleerd is oud gedaan, dus inzetten op het aanleren van deze vaardigheden binnen scholen zou prioriteit moeten krijgen. Maar ook voor ouders moeten trainingen over emotieregulatie beschikbaar zijn. Buurthuizen maar ook bijvoorbeeld werkgevers kunnen hier een rol in krijgen. Zoals ook in het beleidskader benoemd wordt, is het belangrijk om waar mogelijk aan te sluiten bij bestaande initiatieven. Voor psycho-educatie in het onderwijs kan er bijvoorbeeld worden gedacht aan Psychologie in het Onderwijs.

3

Voor ouders kunnen trainingen over het omgaan met spanningen behulpzaam zijn. We zijn blij om te lezen dat in het beleidskader ook aandacht is voor het wegnemen van stressfactoren die voor spanningen kunnen zorgen, maar omdat dit punt niet uitgebreid aan bod komt is het lastig om te beoordelen of de aanpak ook aansluit bij de behoeften van ouders. Ouders ervaren diverse drempels die het lastig maken om passende hulp te vinden bij geldzorgen en spanningen in de relatie tussen ouders. Bij het aanvragen van financiële ondersteuning vormt bureaucratie vaak een struikelblok en wordt er volgens ouders te weinig rekening gehouden met hoge woon- en zorgkosten. Ook vinden ouders dat er te weinig aandacht is voor spanningen in de relatie tussen ouders, waarvoor ouders zelf geacht worden tijdig hulp in te schakelen. Veel ouders vinden dit lastig, omdat ze niet altijd goed kunnen inschatten waar spanningen vandaan komen en wanneer ze hulp moeten inschakelen. Het is daarom ook belangrijk om ervaren spanningen bespreekbaar te maken voordat die escaleren, zodat er op tijd passende zorg ingezet kan worden om erger te voorkomen. Toeleiden naar passende hulp Meer inzet op bewustwording over de thema’s HGKM & SG zal op termijn waarschijnlijk leiden tot meer meldingen en meer vragen om passende hulp. Deze beweging wordt in het geval van SG al gezien.

Het is belangrijk hierop voorbereid te zijn en versneld in te zetten op onder andere deskundigheidsbevordering. Hoewel lokale teams en huisartsen in het beleidskader worden genoemd als de eerstelijns partijen om te signaleren en hulp in te schakelen, is het belangrijk om bewust te zijn dat deze partijen voor zowel jongeren als ouders niet altijd de eerste aanspreekpunten zijn. Dit benadrukt dus nogmaals hoe belangrijk het is dat mensen uit de omgeving van jongeren en ouders óók goed op de hoogte zijn van hoe en waar zij hulp kunnen vinden voor de betrokkenen, zodat zij samen met hen kunnen zorgen dat zij op de juiste plekken hulp zoeken en krijgen. In het beleidskader wordt aangegeven dat gezinnen waar sprake is van HGKM of SG voorrang krijgen op jeugdhulp. Hoewel deze keuze begrijpelijk is, hebben wij twijfels bij de praktische uitvoerbaarheid ervan, mede door de lange wachtlijsten in zowel de jeugdhulp als de volwassenenhulp. Het is namelijk van belang dat er ook voor de volwassene (daders en slachtoffers) zo snel mogelijk passende hulp wordt gevonden. Ook bleek eerder dat het voor professionals vaak lastig is om te beoordelen wanneer iemand voorrang moet krijgen en moet niet vergeten worden dat hulp inschakelen vóórdat de situatie uit de hand loopt minstens even belangrijk is.

Wanneer ouders aankloppen voor hulp (bijvoorbeeld medisch, ggz, financieel) kan dit een belangrijk moment zijn om signalen van mogelijke onveiligheid op te pikken. Een instrument dat hiervoor in het leven geroepen is de Kindcheck. Wij krijgen signalen dat er in de 4

volwassenen-ggz nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt van de Kindcheck en dat er vaak geen actie uit voortkomt omdat er sprake is van handelingsverlegenheid. Het lijkt ons van groot belang om te zorgen dat professionals handvatten hebben om na het invullen van de Kindcheck over te kunnen gaan op concrete actie indien nodig. Jongeren geven aan dat er tijdig doorverwezen moet worden naar de ggz wanneer er sprake is van trauma. Dit is ook belangrijk in het doorbreken van intergenerationele overdracht van trauma. Lastig hieraan is dat trauma vaak pas goed te behandelen is wanneer iemand er echt last van krijgt. In ieder geval is het belangrijk dat de jongere de ruimte krijgt om over diens ervaringen te praten en dat er tijdig opgeschaald kan worden naar traumatherapie indien nodig. Dit is belangrijk is het verwerkingsproces en het herstel. Expertiseplatform en CSG Het Expertiseplatform en de fysieke locatie hiervan krijgen een centrale rol in het bestrijden van HGKM. Het CSG is een (goed) voorbeeld voor hoe dit centrum kan werken. Jongeren zijn positief over het CSG en pleiten voor meer fysieke locaties om de vindbaarheid en zichtbaarheid van laagdrempelige hulp te vergroten.

Een belangrijke kanttekening bij de fysieke locatie van het Expertiseplatform is dat jongeren benadrukken dat gesprekken over HGKM op een veilige en neutrale plek moeten plaatsvinden, niettemin om argwaan van plegers te voorkomen. Wij vragen ons daarom af of onderbrengen van het Expertiseplatform bij Veilig Thuis drempelverhogend zal werken, omdat zij, zoals breed bekend, een negatieve reputatie hebben waarbij direct wordt gedacht aan uithuisplaatsingen. Wij weten dat er bij Filomena in Rotterdam zorgvuldige afwegingen zijn gemaakt over het onderbrengen van de fysieke locatie bij Veilig Thuis en verwachten dat er in Amsterdam met dezelfde zorgvuldigheid keuzes hierover zijn gemaakt, maar worden graag geïnformeerd over de beweegredenen hierachter. Ook vragen wij ons af in hoeverre er bij het Expertiseplatform ook met en vanuit ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid gewerkt zal worden. Dit wordt in elk geval niet genoemd

in

het

beleidskader.

Wij

pleiten

voor

het

expliciet

borgen

van

ervaringsdeskundigheid bij het Expertiseplatform. Deskundigheidsbevordering Jeugdplatform Amsterdam is blij te lezen dat deskundigheidsbevordering op veel plekken in het beleidskader genoemd wordt. Er lijkt hier namelijk zeker nog een slag te slaan: jongeren en ouders voelen zich te vaak niet gehoord of goed geholpen door professionals. Een aantal punten komen naar voren die belangrijk zijn voor de grondhouding, zowel in de benadering van (potentiële) slachtoffers als plegers:

5

•

Gesprekken over HGKM & SG moeten proactief worden aangegaan door professionals, de verantwoordelijkheid hiervoor zou niet bij de jongere of de ouders moeten liggen;

•

Vertrouwen is essentieel en moet leidend zijn. Als het vertrouwen verbroken wordt, bijvoorbeeld door schending van privacy of door beslissingen te maken waar niet open en transparant over is gecommuniceerd, trekken zowel slachtoffers als plegers zich vaak terug en raken zij dus uit zicht. Wij erkennen dat dit op gespannen voet kan staan met de meldcode, maar willen toch benadrukken hoe belangrijk dit gevonden wordt.

•

De insteek van de eerste gesprekken moet zijn: ‘hoe houd ik zicht op deze persoon?’ In plaats van ‘hoe los ik dit probleem nu op?’

•

Jongeren, ouders en plegers willen het gevoel van controle behouden, de regie ligt bij hen. Dit betekent onder andere dat een professional hun tempo moet aanhouden en zich bewust moet zijn dat bewustwording en het accepteren van hulp tijd nodig heeft;

•

Gesprekken moeten open en zonder oordeel gevoerd worden, geef geen onnodige lading aan het verhaal;

•

Er moet aandacht zijn voor de gelaagdheid die komt kijken bij HGKM & SG, zoals loyaliteit naar de pleger, de tweestrijd tussen liefde en angst en angst voor en onzekerheid over de gevolgen. Dut kunnen redenen zijn dat jongeren en ouders terughoudend zijn in het vragen en aannemen van hulp. Maak deze gelaagdheid bespreekbaar en vraag wat zowel slachtoffers als plegers nodig hebben om hiermee om te gaan;

•

Er moet tijdig en sensibel (zonder oordelen en verwijten) doorgevraagd worden naar eventuele spanningen in de thuissituatie wanneer ouders aankloppen voor hulp bij bijvoorbeeld geldzorgen, of wanneer er voor een kind hulp wordt ingeschakeld;

•

Hulp moet cultuursensitief zijn. Het is niet altijd nodig dat een hulpverlener dezelfde culturele achtergrond heeft, maar wél dat deze kennis heeft van een bepaalde culturele achtergrond. Hierdoor ontstaat er meer begrip en sluit de hulp beter aan.

Plegeraanpak Jeugdplatform Amsterdam is blij te zien dat er in het beleidskader uitgebreid aandacht wordt besteed aan een plegeraanpak. Want: enkel inzetten op de bredere maatschappij en de slachtoffers van HGKM & SG heeft onvoldoende tot verbetering geleid. Ondersteuning voor plegers is essentieel in het voorkomen van erger én van herhaling. Ook jongeren benadrukken het belang van open gesprekken, juíst met plegers. Een nieuwsgierige houding is hierbij essentieel: waar komt het gedrag vandaan? Welke denkbeelden gaan hierachter schuil en waar haalt iemand die vandaan? Hulp voor plegers is nog onvoldoende beschikbaar en staat nog in de kinderschoenen; zo is er maar één lotgenotengroep van plegers van HGKM in heel Amsterdam. Het aantal 6

supportgroepen voor plegers (zoals de mannensupportgroep van Blijf) moet worden uitgebreid. Professionals vinden het vaak lastig als iemand zich meldt als pleger. Daardoor verloopt het eerste contact met plegers (wat op zichzelf al zeldzaam is, dat zij zelf aan de bel trekken) vaak onhandig, waardoor zij weer uit het zicht raken. Er moeten concrete handvatten komen voor professionals om hiermee om te gaan. Wij onderschrijven daarom sterk de inzet op meer deskundigheidsbevordering, zéker als het gaat om het werken met plegers. Uitgangspunten zijn hierbij hetzelfde als eerder beschreven. Tot slot HGKM & SG zijn thema’s waar een enorm taboe op rust, en waar zowel slachtoffers als plegers moeilijk over praten vanwege het stigma dat eraan vastkleeft. Zij zijn bang voor oordelen en onbegrip, hebben eerdere negatieve ervaringen gehad met instanties die betrokken worden in situaties van onveiligheid of verhalen hierover gehoord. Hier moeten de gemeente en alle betrokken partijen zich bewust van zijn en blijven. Het inzetten van ervaringskennis, zoals ook is gedaan door Jeugdplatform Amsterdam te betrekken, is hierbij cruciaal. Wij denken graag mee over de concrete uitvoering van het beleidskader, bijvoorbeeld over de invulling van het lokale preventiebeleid.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413745/1