CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. 2022-01-28, bp VG Oostzanerdijk 76_Toelichting.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oostzanerdijk 76 (ZD2022-001392)21.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Het plan is tot stand gekomen in samenwerking met de waterschappen Hollands Noorderkwartier (HHNK), Rijnland, Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en Rijkswaterstaat. Een van de ambities zoals opgenomen in het GRPA is het vaststellen van een Hemelwaterverordening.

48

Oostzanerdijk 76

14.3

Uitwerking (watertoets)

Waterstructuur/Waterkwantiteit Ruimtelijke ontwikkelingen dienen 'waterneutraal' of 'waterpositief' te worden uitgevoerd. Hiermee wordt een zodanige inrichting beoogd dat de afwenteling van problemen van (grond)waterkwaliteit of -kwantiteit op de omgeving wordt voorkomen of verminderd. Eventuele problemen moeten, waar mogelijk, opgelost worden in het gebied waar ze ontstaan. De Keur van het hoogheemraadschap stelt dat bij een verhardingstoename van meer dan 800 m² in stedelijk gebied compenserend oppervlaktewater moet worden aangelegd. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het betreft de bouw van twee nieuwe woningen op het perceel locatie van een bestaande woning. Er zal een toename aan verharding worden gerealiseerd, maar die is veel minder dan 800 m2. Dit betekent dat er geen compenserende maatregelen hoeven te worden getroffen in de vorm van het afgraven van een waterberging. Het water in de nabijheid van Oostzanerdijk 76 bestaat uit de sloot aan de voet van de dijk, die het perceel scheidt van de Stellingweg. De sloot ligt buiten de grenzen van het voorliggende bestemmingsplan, de sloot wordt niet gewijzigd. Waterkwaliteit en riolering De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater en hemelwater. Waternet voert de gemeentelijke rioleringstaak uit namens de Gemeente Amsterdam.

Afvloeiend hemelwater dient in de nieuwe situatie adequaat verwerkt te worden. In nieuwe en her te ontwikkelen gebieden wordt aangestuurd op een gescheiden rioolstelsel. Hemelwater wordt waar mogelijk niet via de riolering afgevoerd naar de zuivering, maar zoveel mogelijk geïnfiltreerd of afgevoerd naar het oppervlaktewater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Binnen het plangebied is geen sprake van activiteiten die tot gevolg kunnen hebben dat hemelwater vervuild naar het oppervlaktewater afstroomt. Daarnaast is het conform Amsterdam Rainproof van belang dat het plangebied zodanig wordt ingericht dat ook bij extreme neerslag het hemelwater zo weinig mogelijk schade en overlast veroorzaakt. Behalve extreme neerslag geven de klimaatscenario's van het KNMI aan dat tevens de kans op extreme droogte de komende jaren verder toe zal nemen. Hierdoor zal de druk op de beschikbaarheid van zoetwater in de steden tijdens extreme droogte in de toekomst toenemen. Voor het plangebied biedt de aanwezige watergang mogelijkheden om water te bergen. Daar waar geen waterberging kan plaatsvinden wordt geadviseerd om regenwater via goten naar het oppervlaktewater te geleiden.

Waterkeringen Het perceel bevindt zich binnen de beschermingszone van de provinciaal genormeerde regionale waterkering, IPO klasse V. De beschermingszone van deze waterkering beslaat het plangebied in dit bestemmingsplan en dient ingevolge het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in het bestemmingsplan te worden opgenomen.

49

Oostzanerdijk 76

Afbeelding: beschermingszone regionale waterkering, perceel met rood aangeduid

De regeling in het voorliggende bestemmingsplan bestaat hieruit dat de waterkering de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' heeft gekregen en op de verbeelding staat aangegeven. In de bestemmingsregels is alleen een bestemmingsomschrijving verbonden aan de dubbelbestemming, aangezien de regelgeving hieromtrent bij een ander bevoegd gezag ligt dan de gemeente. Constructies in, op of nabij een waterkering vormen een potentieel gevaar voor de functie van de waterkering. Niet alleen kan bebouwing het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden, ook kan het toekomstige dijkverzwaring in de weg staan. Het waterkerend vermogen van een dijk wordt bepaald door de kruinhoogte, de fundering, alsmede de stabiliteit en de waterdichtheid van het beklede dijklichaam. De aanwezigheid van bebouwing kan de faalmechanismen en daarmee het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden. Het hoogheemraadschap heeft daarom bouwactiviteiten in de waterkering in haar Keur in beginsel verboden. Indien activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met het belang van de kering (bijvoorbeeld bouwwerken, kabels en leidingen, verhardingen, beplanting, etc.) moet een watervergunning aangevraagd worden bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Omdat het waterkering belang niet het enige belang is en bouwwerken in sommige gevallen verenigbaar zijn met een veilige waterkering, kan het hoogheemraadschap via een vergunning ontheffing verlenen van dit verbod. De bouw van de twee woningen betreft een invulling van een 'gat' in een dijklint, in de beschermingszone van de waterkering. Hiervoor dient op grond van de Keur een watervergunning bij het hoogheemraadschap te worden aangevraagd. De watervergunning is nodig voor de verschillende fasen van de ontwikkeling, te weten: slopen, saneren/ontgraven en bouwen woning. Het overleg hierover met het hoogheemraadschap is reeds opgestart. Op basis van het voorliggende plan ziet het hoogheemraadschap nog een aantal technische uitdagingen alvorens deze watervergunning kan worden afgegeven. Dit betreft aspecten die betrekking hebben op de technische uitwerking van het bouwplan, maar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan. Vergunningvrij bouwen nabij een waterkering is niet zonder meer toegestaan. Vanwege het bouwen in de nabijheid van de waterkering is altijd een watervergunning nodig op grond van de Keur van het hoogheemraadschap. Grondwater Uit de grondwaterzorgplicht van de gemeente volgt dat nieuwe ontwikkelingen geen structurele nadelige grondwatereffecten mogen veroorzaken op bestaande constructies, objecten, gebouwen en groen in de omgeving.

In omliggende gebieden met bestaande bouw mag geen noemenswaardige verslechtering van de grondwatersituatie optreden door de geplande ontwikkelingen. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm zoals die in het GRPA vermeld staat. Het grondwaterpeil varieert van het waterpeil van de open waterlopen tot maaiveldniveau. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet niet in gebruikswijzigingen binnen het plangebied welke ingrijpend van invloed zijn op het grondwater. In Amsterdam geldt voor nieuw- en herbouwgebieden de grondwaternorm, welke als volgt

50

Oostzanerdijk 76 luidt: "Daar waar zonder kruipruimte gebouwd wordt, mag de grondwaterstand niet vaker dan gemiddeld eens per twee jaar niet langer dan vijf dagen achtereen minder dan 0,5 m onder het maaiveld staan". Waar met kruipruimten wordt gebouwd, geldt een norm van 0,9 m. Op 15 december 2021 heeft Waternet een adviesverzoek ontvangen en het geohydrologisch rapport van Tauw d.d. 26 november 2021 (zie Bijlage 9) beoordeeld op basis van het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders. Afhankelijk van de locatie worden kelders verboden of toegestaan met eventuele mitigerende maatregelen. Het geohydrologisch rapport heeft betrekking op een kelder in een gebied waar maatregelen nodig zijn om de kelder grondwaterneutraal aan te brengen. De locatie bevindt zich in een gebied dat is aangeduid als "standstill-gebied" (zogenaamde gele gebieden). In die gebieden moet hetzelfde doorlaatvermogen op de kavel waar de kelder wordt gebouwd weer worden teruggebracht. Uit het geohydrologisch rapport blijkt dat de doorlatendheid op deze locatie verwaarloosbaar klein is, en er is geen noodzaak om specifieke mitigerende maatregelen te treffen om grondwaterneutraal te bouwen. Waternet adviseerde daarom positief (5 januari 2022). Hemelwaterafvoer Door het aanbrengen van bebouwing of tuinverharding, komt neerslag versneld tot afvoer.

Dat leidt tot wateroverlast op naburige percelen of in de openbare ruimte. De versnelde afvoer kan worden tegengegaan door het realiseren van een waterberging die vertraagd wordt geleegd. Voor tuinen is het wenselijk om de hoeveelheid tuinverharding zoveel mogelijk te beperken. Bewoners worden door de gemeente voorgelicht over dit onderwerp en verleid om de hoeveelheid tuinverharding te beperken. Dit wordt onder andere in het kader van het project Amsterdam Rainproof al gedaan, waarbij bewoners concrete handvaten krijgen aangereikt om de tuin “regenbestendig” in te richten. Volgens "Amsterdam Rainproof" is voor een waterbestendige stad een bergingscapaciteit van 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak vereist. Dit is vertaald in het gemeentelijke hemelwaterbeleid van het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021. De gemeente wil extreme neerslag van 60 mm per uur kunnen verwerken zonder dat er schade ontstaat aan huizen of vitale infrastructuur. Daarvoor is het nodig dat de toename van verharding in de stad - waardoor neerslag snel tot afvoer komt - wordt gecompenseerd met extra berging en vertraagde afvoer. Deze waterberging moet vertraagd worden geleegd, maar moet bij een volgende bui wel weer beschikbaar zijn. Daarom is bepaald dat de waterberging in de opvolgende 60 uur moet worden geleegd op openbaar riool, maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur.

Dit is te realiseren via een maximum debiet op een pomp of via een geknepen afvoer onder vrij verval. Een waterberging met vertraagde afvoer is relatief eenvoudig aan te leggen en leidt niet tot buitenproportionele kosten. Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld door de gemeenteraad. Deze is op 11 mei 2021 in werking getreden. In de Hemelwaterverordening wordt verplicht dat bij nieuwbouw het regenwater op eigen perceel moet worden opgevangen en verwerkt. Nieuwe bouwwerken vangen de eerste 60 mm zelf op en voeren deze geleidelijk af. Voor vergunningvrije bouwwerken volstaat dat deze moeten zijn voorzien van een groen dak met minimaal 30 liter waterberging per m2.

51

Oostzanerdijk 76

Hoofdstuk 15 15.1

Juridische planbeschrijving

Totstandkoming planregeling

De planregeling van het bestemmingsplan is tot stand gekomen met het voorheen vigerende bestemmingsplan Kadoelen-Oostzanerwerf III (2013) als uitgangspunt. Grenzen van de verschillende bestemmingen en planregelingen zijn daarbij op hoofdlijnen overgenomen.

15.2

Opbouw bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een GML-bestand, regels en een toelichting. Het GML-bestand bevat de verbeelding (plankaart), waaraan de regels zijn gekoppeld. Deze vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 15.2.1 Verbeelding Op grond van artikel 1.2.3 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten alle bestemmingsplannen in elektronische vorm (digitaal) worden vastgesteld. Daarnaast moet er een versie van het vastgestelde plan in analoge vorm (papieren versie) worden gemaakt. Als er tussen beide vormen van het plan een verschillende uitleg mogelijk is, prevaleert het digitale plan. Als ondergrond voor de plankaart is een recente topografische kaart gehanteerd. Daarmee kan exact worden bepaald waar het plan is gelegen en hoe begrenzingen lopen. Om de goede leesbaarheid van de plankaart te waarborgen is gekozen voor een schaal van 1:500. De kaarten zijn voorts voorzien van een legenda en een noordpijl. Het plangebied van het bestemmingsplan is aan de hand van een plangrens (bolletjeslijn) op de analoge verbeelding weergegeven. 15.2.2 Regels In de standaarden voor vergelijkbaarheid, de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012), is voorgeschreven hoe de regels van het bestemmingsplan dienen te worden opgebouwd. Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels van dit bestemmingsplan conform de SVBP in hoofdstukken geplaatst.

Daarbij is een vaste volgorde aangehouden. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgebouwd uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk worden de begrippen en wijze van meten behandeld. Deze hebben als doel begrippen in de regels te verklaren en eenduidige richtlijnen te geven op basis waarvan de bouwmaten die zijn opgenomen in de regels dienen te worden gemeten. In het tweede hoofdstuk zijn de regels opgenomen, die betrekking hebben op alle bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Het derde en vierde hoofdstuk omvat een aantal regels die niet op een bepaalde bestemming betrekking hebben, maar voor het gehele bestemmingsplan gelden. Het overgangsrecht en de anti-dubbelregel zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan.

15.3

Toelichting per bestemming

Artikel 3 Tuin De gebruiks- en bouwregels zijn een voortzetting van het geldende recht zoals dat geldt op basis van de bestemming 'Tuin-1' van het bestemmingsplan 'Kadoelen-Oostzanerwerf III'.

Artikel 4 Wonen De gebruiks- en bouwregels zijn grotendeels een voortzetting van het geldende recht zoals dat geldt op basis van de bestemming 'Wonen-1' van het bestemmingsplan 'Kadoelen-Oostzanerwerf III'. Overeenkomstig de 1e partiële herziening van het bestemmingsplan Kadoelen-Oostzanerwerf III en het Amsterdams geluidbeleid 2016 is voor de woning een geluidsluwe gevel voorgeschreven. De eis van parkeren op eigen terrein zoals opgenomen in de 1e partiële herziening van het 52

Oostzanerdijk 76 bestemmingsplan Kadoelen-Oostzanerwerf III en zoals dat inmiddels geldt op grond van het actuele parkeerbeleid (Nota parkeernormen Auto) is niet overgenomen. De toepassing van de geldende minimumnorm van 0,6 p.p. per woning komt namelijk uit op minder dan 4 parkeerplaatsen, zodat er een standaardvrijstelling van de parkeernorm geldt. Het bestaande recht om de woning(en) te gebruiken voor short stay is in dit nieuwe bestemmingsplan geschrapt omdat het gemeentelijke beleid op dat onderwerp is gewijzigd. De realisatie van nieuwe short stay voorzieningen wordt niet meer toegestaan.

53

Oostzanerdijk 76

Hoofdstuk 16

Economische uitvoerbaarheid

Ruimtelijke ontwikkelingen gaan in de regel gepaard met gemeentelijke investeringen in gemeenschappelijk te gebruiken voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, waarvan de gemeente de kosten kan en mag verhalen op de ontwikkelaar(s). Alhoewel er reeds lange tijd gemeentelijke instrumenten bestaan voor kostenverhaal, bleken deze telkens tekort te schieten, waardoor gemeenten uiteindelijk bleven zitten met gemaakte kosten die niet meer te verhalen waren. Een nieuw instrument, de Grondexploitatiewet (Grex), dient om het risico van grondexploitatie voor gemeenten te verkleinen. De Grex is als aparte wet tot stand gekomen, maar uiteindelijk ingepast in de Wro en is daarmee sinds 1 juli 2008 van kracht. In de Grex wordt de verdeling van kosten en opbrengsten bij de ontwikkeling van een bouwlocatie geregeld, voor het geval dat de gemeente niet de ontwikkelende partij is. In de fase van de bouwplantoetsing zal de aanvraag omgevingsvergunning ook moeten worden getoetst aan een op grond van de Grex opgesteld exploitatieplan, tenminste: als het noodzakelijk was een exploitatieplan op te stellen. In artikel 6.12 lid 1 Wro is geregeld, dat bij elk voorgenomen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, een exploitatieplan verplicht is. Ter illustratie: dat geldt al bij de bouw van één woning.

Het voorliggende bestemmingsplan ziet op de bouw van één of meer woningen, waarmee het voldoet aan de definiëring van een 'bouwplan' zoals opgenomen in Bro. Echter: er gelden wel uitzonderingen op de noodzaak een exploitatieplan op te stellen, zoals geregeld in artikel 6.12 lid 2 Wro. De belangrijkste uitzondering is, dat een exploitatieplan niet noodzakelijk is, als het kostenverhaal van de grondexploitatie "reeds anderszins is verzekerd". De gemeenteraad besluit of wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan, omdat de gemeente Amsterdam volledig eigenaar is van de gronden waarop het bestemmingsplan van toepassing is en deze gronden in erfpacht zijn uitgegeven aan de erfpachter. Een exploitatieplan is niet nodig, omdat eventuele kosten die de gemeente moet maken anderszins zijn verzekerd, namelijk via de erfpachtuitgifte.

54

Oostzanerdijk 76

Hoofdstuk 17 17.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Participatie door bewoners is, hoewel formeel juridisch niet verplicht, een vanzelfsprekend onderdeel bij het opstellen van bestemmingsplannen. Het doel van participatie rond bestemmingsplannen is om te komen tot kwalitatief betere plannen door de inbreng van bewoners en ondernemers er zo vroeg en goed mogelijk in te verwerken. Het bestemmingsplan Oostzanerdijk 76 is een postzegelbestemmingsplan, waar geen nieuwe grootschalige ontwikkeling of nieuwe beleidslijnen mogelijk worden gemaakt. Om die reden wordt voorgesteld het niveau "informeren" uit de participatieladder aan te houden. Initiatiefnemer heeft de buurt betrokken bij de voorziene ontwikkeling door deze hierover te informeren. Daarnaast heeft op 24 februari 2021 publicatie van de kennisgeving plaatsgevonden in de Staatscourant en op de gemeentelijke website (www.amsterdam.nl/bekendmakingen).

17.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro en ambtelijk overleg

17.2.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Conform het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening vindt overleg plaats met "de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn". In dat kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies voorgelegd aan: a. b. c. d.

Provincie Noord-Holland Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Rijkswaterstaat

17.2.2 Reacties Er is van één overlegpartners reactie ontvangen, waarop hierna wordt ingegaan. 17.2.2.1

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

De ontwikkeling heeft met name een raakvlak met het waterkeringbelang van het hoogheemraadschap zoals ook al is gebleken via de digitale watertoets die op 3 juni 2020 is aangevraagd. Dit waterkering belang dient beter geborgd te worden in het bestemmingsplan door verwijzing naar de Keur 2016 en de Legger Waterkeringen. Het gehele plangebied valt binnen de dubbelbestemming waterkering. Voor de ontwikkeling van de woningen is een watervergunning van het hoogheemraadschap noodzakelijk. Op basis van het voorliggende plan ziet het hoogheemraadschap nog een aantal technische uitdagingen alvorens deze watervergunning kan worden afgegeven. De watervergunning is nodig voor de verschillende fasen van de ontwikkeling, te weten: slopen, saneren/ontgraven en bouwen woning. Onderstaand aanvullingen ziet het hoogheemraadschap nog graag duidelijker terug in de verschillende onderdelen van het bestemmingsplan. Eerst wordt ingegaan op de Toelichting, Regels en Verbeelding van dit bestemmingsplan. Daarna wordt op basis van de ontwerptekeningen van de woning uit de bijlagen de technische uitwerking van de woning i.r.t. de waterkering nader toegelicht. Hierbij zijn er aandachtspunten voor de bouw van de kelder en de verschillende opties om een kelder te kunnen toestaan. Toelichting In de paragraaf Bodem (blz 24) wordt gesproken over mogelijke ontgraving/ sanering.

Deze werken zijn ook watervergunningplichtig i.v.m. de aanwezige waterkering. Ook andere aanvullingen in het

55

Oostzanerdijk 76 binnentalud of de onderberm van de dijk zijn watervergunningplichtig. Beantwoording: ter verduidelijking is dit aandachtspunt naar aanleiding van de reactie opgenomen in de paragraaf Bodem In paragraaf 9.1.2.2. (blz 28) wordt ingegaan op Vergunningvrij bouwen vanuit het gemeentelijke beleidskader. De Waterwet biedt voor bouwen in en nabij een waterkering echter geen mogelijkheid voor vergunningsvrij bouwen. De keur, de legger en beleid van HHNK zijn van toepassing, met watervergunningsplicht. Beantwoording: ter verduidelijking is dit aandachtspunt naar aanleiding van de reactie opgenomen in de paragraaf 9.1.2.2 en 14.3. In de Waterparagraaf hoofdstuk 13 staat het waterbeleid en de belangrijkste aandachtspunten uit de watertoets aangegeven. Voor deze ontwikkeling is de waterkering het belangrijkste belang. In de paragraaf is het kopje Waterkering weggevallen in de voorgaande tekst wat de leesbaarheid bemoeilijkt. Verzocht wordt de opmaak aanpassen. Beantwoording: dit is verwerkt Verder wordt er op pagina 40/41 nog gesproken over een Primaire waterkering. De waterkering is inmiddels herwaardeerd en het betreft sinds 2017 een provinciaal genormeerde regionale waterkering, IPO klasse V (waterverordening, bijlage 1E). Beantwoording: dit is verwerkt Regels In artikel 7 Waterstaat – Waterkering wordt slechts summier ingegaan op deze dubbelbestemming.

Het hoogheemraadschap verzoekt om binnen dit artikel op te nemen dat er schriftelijk advies moet worden ingewonnen bij de water(kering)beheerder. En aan te vullen dat binnen de dubbelbestemming de Keur en de Legger van toepassing is. Beantwoording: aan dit verzoek wordt geen gevolg gegeven. Het is immers in strijd met het recht om in het bestemmingsplan dergelijke bepalingen op te nemen. Daar is vaste jurisprudentie over, zoals in de uitspraken 201309154/1/R1 (ECLI: ECLI:NL:RVS:2015:328) d.d. 11 februari 2015, r.o. 9.3 e.v. en 201402158/1/R1 (ECLI:NL:RVS:2015:2254) d.d. 15 juli 2015, r.o. 34.3 en 35.4 Voor ingrepen en activiteiten die invloed hebben op waterstaatkundige werken, boezemland en watergangen dient een watervergunning aangevraagd te worden. In het keurgebied gelden verbods- en gebodsbepalingen ten aanzien van het onderhoud en het gebruik van wateren, oevers en waterkeringen zowel bovengronds als in de grond. Tevens worden in de Keur de verplichtingen (o.a. meld- en meetplicht) ten aanzien van het aanvoeren, onttrekken, lozen en afvoeren van water aangegeven. Naast de eventueel vereiste gemeentelijke omgevingsvergunning is veelal ook een vergunning ingevolge de Waterwet vereist. Nadere informatie is te verkrijgen bij het hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier, de water(kwaliteit- en kwantiteit) beheerder van het gebied.

Beantwoording: deze toelichting wordt voor kennisgeving aangenomen Verbeelding Geen opmerking, waterkering is als dubbelbestemming opgenomen op de verbeelding. Beantwoording: deze constatering leidt niet tot planaanpassing Bijlagen Ten aanzien van het bouwplan / de feitelijke uitvoering heeft het Hoogheemraadschap aandachtspunten benoemd. Beantwoording: deze aandachtspunten vergen uitwerking in het bouwplan, maar staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg en leidt niet tot planaanpassing

56

Oostzanerdijk 76

17.3

Ontwerpbestemmingsplan

17.3.1 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen met ingang van 9 september 2021. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend. Deze is behandeld in de 'Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen', die aan deze toelichting is gevoegd als Bijlage 10. 17.3.2 Ambtshalve wijzigingen Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen gemaakt: 1. Regels, Toelichting en Verbeelding zijn aangepast aan het op 7 oktober 2021 vastgestelde paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders; 2. de aanhef van de definitie van 'peil' is gewijzigd in "Voor zover in de planregels niet anders is aangegeven, wordt onder het peil verstaan:" Bij de vaststelling door de raad op [datum] is wel/geen amendement aangenomen, wat heeft geleid tot de volgende wijziging in de regels: PM

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344078/1