CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

4. 16-2-2022 advies monumentbomen systematiek & criteria

RAAD 10 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake bescherming van en zorg voor bomen VN2023-0123173.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Criteria plaatsing op lijst van beschermwaardige houtopstanden Operationalisatie door CBH, vastgesteld 16 februari 2022

A. Inleiding De Amsterdamse bomenverordening biedt het college de mogelijkheid om een lijst beschermwaardige houtopstanden vast te stellen. Het gaat hierbij om houtopstanden die gezien hun bijzondere karakter extra aandacht en bescherming behoeven & verdienen bovenop de bescherming die de bomenverordening al biedt aan reguliere houtopstanden. Exclusiviteit Het betreft dus nadrukkelijk niet een lijst van alle mooie bomen in Amsterdam. Voor plaatsing op de lijst moet een houtopstand zich in minstens één opzicht duidelijk onderscheiden. Alleen dan houdt de lijst bijzondere betekenis en blijven de extra inspanningen voor behoud haalbaar en verdedigbaar. Naar verwachting zal tussen de 1 à 2 % van het geregistreerde bomenbestand in Amsterdam hieraan voldoen. Bij de beoordeling van de mate waarop een boom zich duidelijk onderscheidt, kijkt de commissie allereerst naar Amsterdam als geheel met overig Nederland als referentie daarbij. Gezien de verscheidenheid in leeftijd en (stedenbouwkundige) opbouw van de verschillende stadsdelen kijkt de commissie in zijn advisering ook naar de bijzondere betekenis van de houtopstand voor het betreffende stadsdeel. Het is voor alle bewoners van belang ook in hun nabije omgeving bijzondere bomen te kunnen ervaren.

Bloeiende boomhazelaar Hortus Amsterdam Boom en houtopstand Bij plaatsing op de lijst wordt in principe elke individuele boom die onderdeel vormt van de houtopstand expliciet aangewezen. Een houtopstand in de zin van de bomenverordening kan echter ook bestaan uit meerdere bomen, hakhout, boomvormers of andere houtachtige gewassen - met minimale stamomtrek van 31 cm op 1m30 hoogte - die onderdeel uitmaken van een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen. Houtige 1

klimplanten die zelf de minimale stamomtrek hebben, kunnen zowel zelfstandig als tezamen met de boom waarin ze klimmen worden aangewezen als beschermwaardige houtopstand. Meest in het oog lopend zijn de oude Blauwe regens & Wilde wingerds tegen gevels in Zuid & Centrum.

120-jarige Blauwe regen, Amstel 169-171 Extra aandacht en bescherming De bomen op deze lijst krijgen niet alleen extra juridische bescherming, maar ook qua beheer zal meer inspanning geleverd worden om deze bomen zo vitaal mogelijk te behouden. Voor gemeentelijk bomen betekent dit dat in de budgetten rekening wordt gehouden met hogere normkosten. Voor particuliere bomen heeft de gemeente een subsidieregeling1. Indien er zwaarwegende omstandigheden zijn waarom een boom op de lijst niet te handhaven is op de huidige plek, dan is het uitgangspunt dat de boom verplaatst wordt naar een nieuwe locatie. Een recent voorbeeld hiervan is de iep op het Waterlooplein met een voor die soort zeldzame heksenbezem. Groeiplaatsbescherming Conditievermindering van de bomen door nadelige ingrepen in de groeiplaats (zoals verdichting, wortelbeschadigingen, grondwaterpeilveranderingen), wordt veelal pas jaren later echt zichtbaar2. 1

Deze regeling bleek in 2021 uitgeput vanwege het beroep op andere groensubsidies. Naar aanleiding hiervan heeft de commissie op 22-12-2021 een ongevraagd advies uitgebracht. 2 Net zoals de gevolgen van maaischade na enkele jaren resulteren in zodanige aantastingen dat veiligheidskap onvermijdelijk wordt.

2

Maar is wel een van de belangrijkste oorzaken dat bomen in de stad niet oud worden. De bomenverordening biedt weliswaar juridische bescherming voor bomen, maar is niet toegesneden op adequate bescherming van de groeiplaats. Naast het zetten van beschermwaardige houtopstanden op de lijst ex art. 10 van de bomenverordening, vraagt effectieve bescherming hiernaast zowel het opnemen van de groeiplaats in het omgevingsplan als inspectie en handhaving bij werkzaamheden.

N.B. In de Amsterdamse situatie zal het wortelpakket door obstakels e.d. vaak een andere vorm hebben dan de afgebeelde cilindrische

B. De criteria nader beschouwd De bomenverordening noemt zes waarden waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden bij de beslissing over plaatsing op de lijst van beschermwaardige houtopstanden. a. b. c. d. e. f.

de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische betekenis van de houtopstand; de natuurwaarde van de houtopstand; de zeldzaamheidswaarde van de houtopstand; de ouderdom van de houtopstand; de levensverwachting van de houtopstand.

Omgang met de criteria In de toelichting bij de bomenverordening worden de criteria (art. 12) verder toegelicht. De commissie houdt op de volgende manier rekening met die criteria. 3

a. Beeldbepalende waarde Voor de beeldbepalende waarde van een houtopstand beoordeelt de commissie of deze door zijn verschijningsvorm onvervangbaar is voor het karakter van zijn omgeving. De subjectieve beoordeling hiervan wordt ondersteund door objectieve gegevens zoals het plantjaar van de boom, de stam- en kroondiameter en de hoogte. Tevens geldt hierbij de stedenbouwkundige of landschappelijke context van de locatie als belangrijke factor. Voorbeeld is de Vleugelnoot bij de Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Smartenkerk3, of de rode beuk van Sloten in de tuin van de parochiewoning. Voorbeelden bij Zuidoost zijn enkele relatief oude en beeldbepalende bomen op de begraafplaats in Driemond. Het kan zijn dat de beeldbepalende waarde raakt aan de cultuurhistorische betekenis van de houtopstand. Zie verder onder cultuurhistorische betekenis. b. Cultuurhistorische betekenis De cultuurhistorische betekenis wordt bepaald doordat de houtopstand is verweven met de omgeving of met een belangrijke of bijzondere gebeurtenis in het stadsdeel in het recente of verdere verleden. Ook een relatie met vroegere functies of gebruiken kan deze waarde nader invulling geven, zoals bijvoorbeeld een functie als markeringsboom bij de begrenzing van een bepaald gebied of als baken langs wegen en rivieren.

Grofweg is er onderscheid te maken in twee aspecten: het ruimtelijke aspect van de cultuurhistorie (i) en het verhaal en de betekenis ervan (ii). Een houtopstand kan zowel op een van beide als op beide aspecten cultuurhistorische betekenis hebben. I Ruimtelijke kwaliteit en ontwerp Bomen die onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of monument hebben vaak grote cultuurhistorische waarde. Dit zijn bomen die onderdeel zijn van het ontwerp en het aanzicht van het stadsgezicht of monument bepalen. Houtopstanden kunnen ook buiten beschermde stadsgezichten en monumenten van meer dan gewone waarde zijn vanwege de positie van de houtopstand binnen een bijzonder ruimtelijk plan, een stedenbouwkundig ontwerp of een park – en tuinontwerp. Het gaat hier om de samenhang tussen stedenbouw en de opzet van het groen (bijvoorbeeld de ‘bomentaal’) of het deel uitmaken van een specifiek waardevol ontwerp van een (tuin)architect of stedenbouwkundige. Denk hierbij aan de Italiaanse populieren of paardenkastanjes die op sleutelposities zijn gepositioneerd in het ruimtelijk ontwerp van Berlage voor Amsterdam Zuid. Een later voorbeeld is de structuur van iepen aan de noordoever van de Sloterplas. Ook kan het zijn dat houtopstanden deel uitmaken van een bijzondere park- of tuinaanleg, bijvoorbeeld ontwerpen van Springer, Mien Ruys of Jakoba Mulder.

Ook de leilinden die onlosmakelijk deel uitmaken van de tuininrichting van de 3

Tegenover de Onze-Lieve-Vrouw van de Zeven Smartenkerk, aan de overkant van de Aalbersestraat, staat een grote

solitaire Vleugelnoot. Deze boom dreigde te sneuvelen voor een bouwblok van het project Marchanthof. Gezien de context in relatie tot de kerk, de aantasting van de ruimte en vooral vanwege de aanwezigheid van de boom, moest het geplande bouwblok wijken. De boom heeft daardoor als belangrijkste factor bijgedragen aan een verbeterde omgeving van de monumentale kerk.

4

monumentale boerderij Akerstein in Sloten zijn vanwege de ruimtelijke samenhang met het pand van monumentale waarde. Een voorbeeld waarbij de houtopstanden deel uitmaken van een tuinaanleg bij een monument, is de populieren bij de Hollandsche Schouwburg4. II Verhaal, betekenis en cultuurhistorie Een houtopstand kan een markering zijn van een bijzondere historische gebeurtenis, of juist de context of symboliek van een plek duiden waar bepaalde gebeurtenissen of rituelen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden. Een markeringsboom bij een begrenzing van een bepaald gebied heeft cultuurhistorische waarde. Evenzo een lindeboom op een kerkplein, waaronder huwelijken zijn voltrokken en berechtingen hebben plaatsgevonden. Ook een oude treurboom op een begraafplaats heeft deze kwaliteit. De houtopstand is hier deel van een verhaal of vertelt een verhaal. Ook kan de houtopstand ‘toeschouwer’ geweest zijn bij een bijzondere gebeurtenis. Ook herdenkingsbomen die ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen zijn geplant, vallen onder dit criterium. Denk bij dit criterium aan ‘’de boom die alles zag’’ in de Bijlmer en de treures op het voormalige kerkhof in Oud Osdorp. Of aan de bomen van het Leidsebosje, die op een van oudsher belangrijke plek in de stad zijn gesitueerd: als deel van de verdedigingswerken (stadswallen) en nu een attractieve plek in de openbare ruimte.

Watercipressen Nadezjda Mandelstamstraat

Ook kan het zijn dat de ruimtelijke context geheel is veranderd, maar de bomen deze (stedelijke) verandering hebben ‘overleefd’. Denk hierbij aan de canadapopulieren bij de entree van het KNSM4

Hier is het samenspel van de aard van de bomen, de plaatsing en het herdenkingskarakter van de Schouwburg van belang. De bomen zijn (nog) niet monumentaal maar in potentie wel. Te overwegen valt dit ensemble (ook) te laten vallen onder ‘verhaal, betekenis en cultuurhistorie. I.t.t. de verdwenen grote bomen voor het Namenmonument, ondersteunen en benadrukken de bomen bij de Hollandsche Schouwburg de betekenis van het herdenkingsmonument.

5

eiland of de watercipressen bij de Nadezjda Mandelstamstraat5. De houtopstanden zijn hier van waarde vanwege de gelaagdheid, de transformatie van de stad met behoud van het oorspronkelijk groen(ontwerp). Zij geven betekenis aan het (stads)landschap en maken het leesbaar.

Dakplatanen Gaasperpark Ook de groep dakplatanen in het Gaasperpark zijn in het stadsdeel uniek in hun vorm en markeren een bijzondere plek die herinnert aan het voormalige entreegebied voor de Floriade. Onder cultuurhistorisch waardevolle houtopstanden vallen dus onder andere: • Bomen die een belangrijke waarde zijn binnen een bijzonder ruimtelijk ontwerp, waaronder bomen beschreven als redengevend onderdeel bij een beschermd stadsgezicht of monumentaal park (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening) en/of UNESCOgebied, • Bomen als onderdeel van een ensemble met een historisch bouwwerk (conform Monumentenwet of Erfgoedverordening), • Herdenkingsboom (bijv. Ooggetuigenboom, Koningsboom, Geboorteboom, Verzetsboom). • Bomen die anderszins een specifieke historische (markerings)functie hadden (bijv. Gerechtslinde, Bakenboom, Grensboom) c. Natuurwaarde Bij de advisering over het plaatsen van een houtopstand op de lijst van beschermwaardige houtopstanden wordt door de commissie bij het criterium natuurwaarde – conform de toelichting in bij de bomenverordening - vooral gekeken naar de betekenis van de specifieke houtopstand voor het herbergen van zeldzame dieren en planten. Dat neemt niet weg dat veteraanbomen ook een belangrijke algemenere functie hebben als drager van biodiversiteit.

De commissie kijkt daarom voor de beoordeling van natuurwaarde specifiek of bij verlies van de boom, een andere boom die functie wel of niet zomaar kan overnemen. 5

Vier stuks uit 1966 (ID 537451, ID 537443, ID 537444, ID 537445, geplant begin jaren 70?), aangevuld met extra exemplaren in 2003 (na de sloop-nieuwbouw).

6

Een boom kan bovendien een uitzonderlijk hoge ecologische waarde vertegenwoordigen door een rijke bloei die belangrijk is voor insecten als er in die omgeving in die periode weinig voedsel te halen valt. De boom kan hiernaast een bijzondere biotoop vormen waarbij het verdwijnen van de boom onomkeerbare schade zou geven aan beschermde soorten die van deze plek afhankelijk zijn zoals een oude klimop die een rijkdom aan leven herbergt. Dan is ook de klimop in combinatie met de boom beschermwaardig.

Natuurtuin De Wiedijk. Populier met oude dikke klimop, die bovendien gastheer is voor de zeldzame klimopbremraap (Orobanche hederae).

7

d. Zeldzaamheidswaarde De commissie kijkt bij haar beoordeling van de zeldzaamheidswaarde naar de mate waarin de houtopstand in dendrologisch opzicht van een zeldzame soort of variëteit is, weinig voorkomt in Amsterdam of in het stadsdeel, een bijzondere groeivorm heeft of de dikste, oudste of hoogste is. Een boom of houtopstand is extra waardevol als bijzonderheid indien deze bij kap niet makkelijk meer door herplant met een nieuw exemplaar vervangen kan worden. Dat kan dus ook gelden voor een boomtechnisch onooglijk scheve oude boom die echter om zijn karakteristieke vorm wordt gewaardeerd en als herkenningspunt in een park dient, of als speelboom belangrijk is. De commissie zal niet adviseren elke net afwijkende cultivar van willekeurige leeftijd op basis van zeldzaamheid op de lijst te zetten. Dan is het einde zoek. Zoals Professor Jan Lever in 1993 al schreef in zijn voorwoord van het boek “Waardevolle bomen in Amsterdam”, de stad is één groot Arboretum. Maar voor oudere cultivars die dreigen te verdwijnen en autochtoon genenmateriaal van inlandse soorten ligt dit anders. Dat laatste zullen we in Amsterdam niet snel aantreffen, maar cultuurhistorisch belangrijke cultivars als de Bea Schwarziep en Christine Buismaniep verdienen zeker een plek op de lijst.

Klimboom Sarphatipark

8

e. Ouderdom Door de stadse dynamiek worden de bomen in Amsterdam gemiddeld niet ouder dan 43 jaar, en daarmee oudere bomen al snel schaars. In de Amsterdamse Bomenverordening is bewust geen harde leeftijdsgrens opgenomen voor plaatsing op de lijst. De groensituatie in de stad is namelijk te divers om met een algemene minimumleeftijd te werken. Zuidoost als jong stadsdeel heeft in 2011 een ondergrens van 30 jaar gehanteerd met als extra clausule dat de boom dan wel ook bijzonder moet zijn op een ander criterium. De commissie gaat voor Amsterdam uit van een grens van 50 jaar of ouder als een goed criterium, tenzij er specifieke redenen zijn om ook een jongere boom aan de lijst toe te voegen. Denk in Zuidoost aan de in 2003 geplante herdenkingsboom voor de afschaffing van de slavernij. Een boom van 80 jaar of ouder zal in het algemeen alleen al op grond van de leeftijd een plaats op de lijst verdienen, tenzij er specifieke redenen zijn om dat niet te adviseren. Zoals bijvoorbeeld bij geringe resterende levensverwachting. f.

Levensverwachting

De verordening geeft geen harde grens voor de resterende levensverwachting van de houtopstand. De commissie sluit zich bij haar adviezen aan bij de gangbare grens van een minimumverwachting van 10 jaar. Aanvullend zal de commissie kijken naar de duurzaamheid van de boomsoort: hoe oud kan de boom worden en kan dat op deze plek? Linden en eiken kunnen veel ouder worden dan de meeste populieren of (treur)wilgen, maar alleen op een daarvoor geschikte plek. Een niet onderheide duurzame boomsoort zal bijvoorbeeld op de meeste plaatsen in het Vondelpark - vanwege de grondwaterproblematiek en bodemdaling - niet veel langer meegaan dan een populier. Daarnaast worden specifieke soorteigenschappen meegewogen, zoals takbreuk op latere leeftijd bij treurwilgen en canadapopulieren of bijvoorbeeld opdruk van verharding door cipressen en vleugelnoten.

9

C. Aanvullende uitgangspunten voor de commissie Bomenlanen De verordening laat toe om houtopstanden aan te wijzen, en een houtopstand kan 1 of meer bomen bevatten. De commissie meent desondanks dat terughoudend moet worden omgegaan met het aanwijzen van hele lanen zoals dat eerder wel plaatsgevonden heeft in bepaalde stadsdelen. Laanstructuren zouden in het algemeen onder een ander beschermingsregime moeten vallen, zoals die van hoofdbomenstructuur in de hoofdgroenstructuur. De te beschermen waarde is in de meeste gevallen namelijk eerder de structuur dan de individuele bomen. Plaatsing van hele lanen op de lijst van beschermwaardige houtopstanden moet beperkt blijven tot heel uitzonderlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld als er sprake is van cultuurhistorische waarden van de laan en de bomen zich ook individueel duidelijk onderscheiden op andere criteria. Dit geldt in Nieuw-West bijvoorbeeld wel voor de Essenlaan op de Nico Broekhuysenweg, maar niet voor de laan ‘Olympische’ elzen op de Han Hollanderlaan (Sportpark Ookmeer). En bijvoorbeeld in Zuidoost onderscheiden de linden van de waarderingslaan in het Nelson Mandelapark zich individueel absoluut niet als uitzonderlijk.

Essenlaan Nico Broekhuysenweg

Kampioenbomen De commissie kijkt ook of er bomen in een stadsdeel zijn van een uitzonderlijke betekenis, van een klasse apart. Als dat niet op het niveau van Nederland of Amsterdam is, dan toch overduidelijk voor het betreffende stadsdeel. Die uitzonderlijkheid kan bijv. liggen in het zijn van de dikste, hoogste, 10

oudste, zeldzaamste, e.d., maar ook in het bijzondere verhaal achter de boom, zoals bij de Anne Frankboom het geval was. De adviescommissie adviseert deze kampioenbomen specifiek als zodanig te benoemen. Dit heeft weliswaar geen direct rechtsgevolg, maar heeft wel een belangrijke functie vanuit educatief en promotioneel oogpunt. Op Amsterdams niveau komt bijvoorbeeld de boomhazelaar in de Hortus Amsterdam in aanmerking voor deze titel en de laatste oorspronkelijke Italiaanse populier voor het Hilton Hotel. Denk verder aan de Hollandse iep op de Oudemanhuispoort, de Wilhelminalinde op de binnenplaats van het Amsterdam Museum en de Witte Moerbei op het Roelof Hartplein.

Herdenkingsbomen Vaak is bij het zoeken naar een locatie voor een herdenkingsboom een bijzondere plek bedacht. Door de locatie kan de herdenkingsboom misschien nu nog niet een monumentale functie hebben, maar in de toekomst zeker uitgroeien tot een beschermwaardige boom. Per herdenkingsboom worden boomsoort, standplaats en historie gewogen en vervolgens beargumenteerd geadviseerd om ze op de lijst te plaatsen of niet. De commissie adviseert – net als bij laanstructuren – om terughoudend te zijn met het plaatsen van herdenkingsbomen e.a. op de lijst van beschermwaardige houtopstanden. De commissie beperkt dit tot uitzonderlijke omstandigheden. Bijvoorbeeld als de boom zich ook 11

duidelijk onderscheidt op andere criteria. Of als de herdenking nationale betekenis heeft. Zo heeft bijvoorbeeld de Julianalinde aan de Noordzijde Sloterplas als boom nog geen onderscheidende kwaliteiten, maar wel de potentie om echt oud te worden. En bovendien heeft Juliana als koningin op 7 oktober 1952 de Westelijke Tuinsteden geopend, wat deze boom i.i.g. meer betekenis geeft dan de Willem-Alexanderlinde en Amalialinde die ook met een speciaal hekje in Nieuw-West staan. Ander waardevol groen Er zijn voorbeelden waarbij de houtopstanden (nog) niet de exclusiviteit hebben om op de lijst geplaatst te worden, maar wel zodanig waardevol zijn dat het van belang is deze in beeld te hebben bij het beheer van projecten en het groenonderhoud. Dit type houtopstand is te scharen onder ‘ander waardevol groen’. Dit zal bijvoorbeeld voor een deel van de herdenkingsbomen gelden. Of bijvoorbeeld voor de groep honingbomen in het Beatrixpark. Maatschappelijke betekenis voor buurt, stadsdeel of stad Een boom kan op vele mogelijke manieren uniek zijn. Zo kan een omgevallen boom een prachtige monumentale klimboom worden of door andere zeldzame toepassingen juist uniek zijn. Mooie voorbeelden zijn de bekende omgevallen kastanjebomen of vleugelnoten in de parken van Amsterdam.

Beschermde status dode boom Dode bomen verliezen wat de commissie betreft hun plaats op de lijst van beschermwaardige houtopstanden, tenzij het een bijzondere veteraanboom betreft die ook als dode boom een grote beeldbepalende of cultuurhistorische waarde heeft. Bomen van een zodanige buitencategorie dat ze ook na hun dood zulke waarden vertegenwoordigen komen echter in Amsterdam praktisch niet voor. De commissie adviseert in de regel om bij het verlies van een monumentale boom te kijken of de groeiplaats geschikt (te maken) is voor een beschermde toekomstboom, maar de groeiplaats niet automatisch daarvoor te behouden. Soms zal een nieuwe boom op die plek nooit kunnen uitgroeien tot een grote monumentale boom. Waar dat wel kan, is dat echter wenselijk. Dit uitgangspunt wordt ondersteund door de motie van de gemeenteraad op 19 september 2019, die uitspreekt:

Bij de uitwerking van het precieze vervangingsplan waar mogelijk optimale groeiomstandigheden te creëren, zodat een nieuw geplante boom kan uitgroeien tot een grote monumentale boom Het verlies van de monumentale status van een dode boom, laat onverlet dat deze boom de status van ecologische boom kan krijgen indien die veilig kan blijven staan. Niet overal zal het laten staan van dode bomen echter passend zijn. In het Rijksmonument Vondelpark zal dit bijvoorbeeld beperkt moeten blijven tot de ecologisch beheerde delen van het park, tenzij er zeer hoge ecologische waarden in het geding zijn met het behoud van een specifieke dode boom.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14423140/1