3b. Bestemmingsplan - Bijlagen bij de Toelichting.pdf
Tekst van het document
Het Amsterdam-Rijnkanaal aan de westzijde van Sluisbuurt: In de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is aangegeven dat het plaatsgebonden risico kleiner is dan 10-6 en dat het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Het woningaantal dat in het bestemmingsplan Sluisbuurt is vastgelegd in artikel 31.3 verandert niet door voorliggend initiatief voor reparatie van omissies in de regels van het bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende partiële technische herziening geen verandering met zich meebrengt ten opzichte van het groepsrisico dat eerder bij vaststelling van het bestemmingsplan aanvaardbaar is geacht. Ad 4. Transport buisleidingen In paragraaf 4.6.2.4 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is aangegeven dat ten oosten van het bestemmingsplangebied Sluisbuurt een hoge druk aardgasleiding aanwezig is. Voor de betreffende leiding, gelegen buiten het bestemmingsplangebied Sluisbuurt geldt dat de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour niet buiten de leiding ligt. Ook voor deze bron wordt dus voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico.
Voorts is ten aanzien van het groepsrisico in paragraaf 4.6.2.4 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt aangegeven dat het invloedsgebied van de ondergrondse aardgastransportleiding 170 meter bedraagt aan weerszijden van de leiding en dat Sluisbuurt daarbuiten valt. Een verantwoording groepsrisico is voor de voorliggende partiële technische herziening dan ook niet aan de orde. Conclusie Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt.
4.8
Verkeer en parkeren
4.8.1
Verkeer
Uitgangspunten Sluisbuurt Uit paragraaf 2.3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is op te maken dat voor de ontwikkeling van Sluisbuurt als een van de uitgangspunten voor de ruimtelijke opgave is bepaald dat de Sluisbuurt wordt ontworpen op basis van beleidsprincipes van "De Bewegende Stad". Aangegeven is dat daarin fietsen, lopen, sporten en bewegen centraal staan en de auto een ondergeschikte rol krijgt. In het Gemeente Amsterdam
blz. 38
Stedenbouwkundig Plan Sluisbuurt is uitgegaan van circa 5.500 woningen in zo divers mogelijke typologieën en circa 100.000 m² bvo aan niet-woonfuncties. Uit paragraaf 2.3.5 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is op te maken dat de Sluisbuurt voor de auto ontsloten wordt via twee toegangswegen op de Zuiderzeeweg en dat er een verkeerscirculatieplan is gemaakt. Daarover is in de toelichting van het bestemmingsplan aangegeven dat er in de hoofdopzet gekozen is voor een centraal gelegen straat met (doorgeluste) smallere dwarsstraten die aansluiten op die straat. In de toelichting wordt die centrale straat nog de "Hoogstraat" genoemd, maar op moment van opstellen van voorliggende partiële herziening heet deze straat inmiddels de "Rudi van Dantzigstraat". Het overgrote deel van de deelgebieden van voorliggend plangebied ligt aan de Rudi van Dantzigstraat. Over de bereikbaarheid van de Sluisbuurt is in paragraaf 2.3.5 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt onder meer aangegeven dat bij de ontwikkeling van Zeeburgereiland en Sluisbuurt in het bijzonder, conform Amsterdams beleid, aandacht is besteed aan een goede multimodale bereikbaarheid.
In Amsterdam gelden twee normen voor wat betreft de afstand tot OV-haltes: 90% van de adressen in een gebied moet binnen 800 meter van een halte aan het Hoofdinfrastructuur OV liggen óf binnen 400 meter van een andere halte. De IJtram is Hoofdinfrastructuur OV. De gehele Sluisbuurt valt binnen de afstand van 800 meter.
bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)
blz. 39
Afbeelding: Verkeerscirculatieplan (Bron: paragraaf 2.3.5 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt) Analyse plangebied partiële herziening Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen en onderzocht op uitvoerbaarheid. De bouwvlakken en het woningaantal dat in het bestemmingsplan Sluisbuurt is vastgelegd in artikel 31.3 veranderen niet door voorliggend initiatief voor reparatie van omissies in de regels van het bestemmingsplan. De reparatie is dan ook van dien
Gemeente Amsterdam
blz. 40
aard dat het niet raakt aan de wegenstructuur die eerder voor het ontwikkeling van Sluisbuurt is opgezet. Dat geldt ook voor de afwegingen over andere verkeersgerelateerde afwegingen die eerder voor de ontwikkeling van Sluisbuurt zijn gemaakt. Het aspect verkeer vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt. 4.8.2
Parkeren
Uitgangspunten en planregels voor Sluisbuurt Auto's Over parkeren is in paragraaf 2.3.5 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt gesteld dat voor Sluisbuurt een auto-arm woonconcept wordt gehanteerd. En dat een consequentie van het auto-arme woonconcept van de Sluisbuurt is het hanteren van een beperkte parkeernorm voor auto's. Aangegeven is dat door de gemeenteraad bij de vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan Sluisbuurt een maximum aantal parkeerplaatsen is vastgelegd van 1.920 parkeerplaatsen in gebouwde voorzieningen en 240 in de openbare ruimte. In paragraaf 3.4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven dat de Sluisbuurt in de Nota Parkeernormen Auto als een "B-locatie" is aangeduid. Hierbij bestaat naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm. Binnen de ambities van de Sluisbuurt als autoluwe wijk met een hoogwaardige openbare ruimte en de beschikbare ruimte is het parkeerbeleid integraal onderdeel geweest van het Stedenbouwkundig Plan. Een consequentie van het auto-arme woonconcept van de Sluisbuurt, gericht op langzaam verkeer en hoge verblijfskwaliteit, is het hanteren van een beperkte parkeernorm voor auto's.
Bij vaststelling van het Stedenbouwkundig Plan heeft de raad de parkeernorm voor woningbouw in de Sluisbuurt voor de eerste tenders op gemiddeld 0,5 vastgesteld en wordt de norm stapsgewijs naar beneden bijgesteld met als doel te komen tot een gemiddelde parkeernorm van 0,3 voor de buurt als geheel. Ruimtelijk gezien wordt - uitgaande van een gemiddelde parkeernorm van 0,3 - het aantal parkeerplaatsen in de Sluisbuurt gemaximaliseerd op 240 parkeerplaatsen in de openbare ruimte en 1.920 parkeerplaatsen in gebouwde voorzieningen. Voor woningbouw wordt voor de verschillende categorieën van woningbouw de bandbreedte van de normen gevolgd. Het hoogstedelijk karakter van de Sluisbuurt, de nabijheid van de stad, het principe van de bewegende stad en de aanwezigheid van alternatieve vervoerswijzen maken het hanteren van maatwerk voor het plangebied aanvaardbaar. De aanpak van de parkeerstrategie wijkt af van de Nota Parkeernormen Auto in die zin dat het volgens het beleid aan ontwikkelaars wordt overgelaten om binnen de normen die aan woninggrootte zijn gekoppeld parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Om te voorkomen dat voor de laatste blokken geen parkeerplaatsen meer beschikbaar zijn, zal via het instrument van tendering, in afwijking van het beleid de gemeente per cluster regie voeren op het aantal parkeerplaatsen.
Fietsparkeren In paragraaf 3.4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is aangegeven dat het plangebied voor wat betreft de Nota fietsparkeren onderdeel is van "zone 1" waar het fietsgebruik het hoogst is (vergelijk centrum). Aangegeven is dat de gemeente de minimum fietsparkeereis bepaalt aan de hand van de normen voor fietsparkeren met een minimum van 2 fietsparkeerplaatsen per woning. Deze eisen worden meegenomen in de bouwenveloppen. Gemaakte afweging voor de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt In paragraaf 3.4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is aangegeven dat het parkeerbeleid leidend is voor de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en dat het bestemmingsplan
bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)
blz. 41
de ruimte biedt voor de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen. In de regels van het bestemmingsplan is het maximaal aantal toegelaten parkeerplaatsen vastgelegd (N.B. In artikel 31.5 van de planregels is bepaald dat bij de uitvoering van het plan ten hoogste 240 parkeerplaatsen in de openbare ruimte en maximaal 1.920 parkeerplaatsen in gebouwde voorzieningen worden gerealiseerd). Om te voorkomen dat voor de laatste blokken in het geheel geen parkeerplaatsen meer beschikbaar zijn, blijft de gemeente in de Sluisbuurt de regie voeren over het aantal parkeerplaatsen in de Sluisbuurt en waar die moeten komen door dit vast te leggen via de bouwenveloppen. Bij de uitwerking van de bouwclusters wordt gestuurd op het aantal parkeerplaatsen zowel voor de auto als de fiets. Analyse en conclusie plangebied partiële herziening Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen en onderzocht op uitvoerbaarheid. Het woningaantal en het aantal parkeerplaatsen dat in het bestemmingsplan Sluisbuurt is vastgelegd in respectievelijk artikel 31.3 en artikel 31.5 verandert niet door voorliggende partiële herziening van de regels van het bestemmingsplan.
De partiële herziening is van dien aard dat er geen strijd is met het aantal parkeerplaatsen dat volgens artikel 31.5 van de planregels maximaal in de openbarre ruimte en in gebouwde voorzieningen mag worden gerealiseerd. Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt.
4.9
Water
Kader Op grond van artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Analyse en conclusie plangebied partiële herziening In de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt is een uitgebreide waterparagraaf opgenomen. Voor de beschrijving van de waterhuishouding wordt verwezen naar die waterparagraaf (paragraaf 5.2 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt). Daaruit is onder meer op te maken dat het plangebied onder andere valt binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en dat Waternet de zorg voor het oppervlaktewatersysteem uitvoert in opdracht van AGV. De gemeentelijke watertaken omvatten zorgplicht voor grondwater, afvalwater, hemelwater en drinkwater. In opdracht van Amsterdam voert Waternet met name de grondwaterzorgtaak, de zorg voor afvoer en behandeling van afvalwater en de drinkwatervoorziening uit. Voorts is uit de waterparagraaf van het bestemmingsplan Sluisbuurt op te maken dat in verband met het deelaspect "waterveiligheid", de beschermingszone van de primaire en secundaire waterkering op de verbeelding van het bestemmingsplan is opgenomen met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering.
In artikel 26.2 van de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt is bepaald dat op die gronden met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering alleen mag worden gebouwd ten dienste van de bestemming zoals bedoeld in artikel 26.1. In artikel 26.1 is aangegeven dat die gronden bestemd zijn voor waterkeringen, waterstaatkundige voorzieningen, het onderhoud en instandhouding van dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering, watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen. Overige water-gerelateerde aspecten die in de waterparagraaf van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt voor de gehele ontwikkelopgave van Sluisbuurt zijn beschouwd, zijn "Watersysteem en oppervlaktewater", "Waterbergingsopgave", "Hemelwater", "Grondwater" en "Waterkwaliteit". Dit betreft aspecten die al dan niet gedeeltelijk van belang zijn voor het inrichten van het plangebied en het Gemeente Amsterdam
blz. 42
bebouwen van het plangebied en dergelijke aspecten zijn dus al in het kader van het bestemmingsplan Sluisbuurt onderzocht en afgewogen op consequenties. Voorliggende partiële herziening heeft niet tot doelstelling om de locaties waar mag worden gebouwd te veranderen. De partiële herziening is dan ook van dien aard dat er geen strijd is met de betreffende specifieke water gerelateerde belangen. Het aspect water vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt.
4.10
Natuur
Kaders Wet natuurbescherming - Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De beschermde soorten zijn onderverdeeld in soorten van de Habitatrichtlijn, soorten van de Vogelrichtlijn en Nationale soorten. Voor projecten dient bepaald te worden of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming mogelijk een belemmering kunnen zijn. Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000 gebied, moet worden onderzocht of het project significante gevolgen kan hebben op de beschermde habitats in de natuurgebieden. Natuurnetwerk Nederland (voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur) en natuurverbindingen In navolging van artikel 2.10.2 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn bij provinciale verordening de gebieden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vormen. Het NNN (voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), is een belangrijk middel om de hoofddoelstelling van het natuurbeleid te bereiken: natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als essentiële bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving.
Hoofdgroenstructuur, Amsterdams beleid Onderdeel van het Amsterdamse groenbeleid is de hoofdgroenstructuur van Amsterdam. Deze was onder meer opgenomen in de Structuurvisie Amsterdam 2040 (vastgesteld in 2011). Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. Het is de leidraad voor inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting en vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. Hierop zijn twee uitzonderingen die integraal waren opgenomen in de structuurvisie, waaronder de Hoofdgroenstructuur. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. In 2022 heeft een nieuw beoogde hoofdgroenstructuur van het nog vast te stellen Beleidskader Hoofdgroenstructuur voor inspraak ter inzage gelegen (concept heeft ter inzage gelegen tot en met 13 februari 2022). Analyse en conclusie plangebied partiële herziening Voor de gronden waarvoor geldt dat reparatie van de planregels aan de orde is (zie afbeeldingen in paragraaf 2.3) geldt dat die geen onderdeel zijn van Natura 2000 gebied, Natuurnetwerk Nederland of de hoofdgroenstructuur van Amsterdam.
Voor wat betreft het aspect "soortbescherming" en de aspecten "effecten op beschermde natuur- of groengebieden" geldt dat dat aspecten betreft die al dan niet gedeeltelijk van belang zijn voor het inrichten van het plangebied en het bebouwen van het plangebied. bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)
blz. 43
Dergelijke aspecten zijn in het kader van het bestemmingsplan Sluisbuurt onderzocht en afgewogen op consequenties. Voorliggende partiële herziening heeft niet tot doelstelling om de locaties waar mag worden gebouwd te veranderen. De reparatie is dan ook van dien aard dat er geen strijd is met de betreffende specifieke natuur gerelateerde belangen. Het aspect natuur vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt.
4.11
Archeologie en cultuurhistorie
Kaders Archeologie: Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. Cultuurhistorie: Om een stabiele en meer structurele basis te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, is in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen niet alleen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden onder de grond, maar ook met waarden boven de grond. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan moeten verbinden voor het bestemmingsplan. Analyse en conclusie plangebied partiële herziening Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen. Voorliggende partiële herziening heeft niet tot doelstelling om de locaties waar mag worden gebouwd te veranderen. De partiële herziening is van dien aard dat het niet raakt aan eventuele archeologische waarden in de bodem of eventuele cultuurhistorische waarden in de omgeving.
Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, zijnde een reparatie van de planregels van bestemmingsplan Sluisbuurt.
4.12
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Ingevolge artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit betreft bouwplannen die genoemd zijn in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voorliggende partiële technische herziening betreft ten opzichte van het bestemmingsplan Sluisbuurt geen nieuwe bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Bro. Dit betekent dat het vaststellen van een exploitatieplan in de zin van artikel 6.12 Wro voor deze voorliggende partiële technische herziening niet aan de orde is. Financiële uitvoerbaarheid Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen en onderzocht op uitvoerbaarheid. Voorliggende partiële herziening heeft niet tot doelstelling om de locaties waar mag worden gebouwd te veranderen of het bouwprogramma te veranderen. In dat opzicht is het aannemelijk te veronderstellen dat voorliggende partiële technische herziening geen nadelige economisch effecten heeft op de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan Sluisbuurt.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)
blz. 45
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Waar de overige paragrafen van deze bestemmingsplantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de bestemmingsplanregels. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemming en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven.
Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.
5.2
Planvorm
Voorliggend plan is een reparatie op onderdelen van de planregels van het op 28 november 2018 vastgestelde bestemmingsplan Sluisbuurt met planidentificatienummer NL.IMRO.0363.M1711BPGST-VG01. De reparatie vindt plaats door met voorliggend partiële herziening te bepalen dat enkele onderdelen van de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt worden gewijzigd. Daarbij wordt in de regels van voorliggend plan aangegeven hoe de desbetreffende nieuwe bepaling luidt en moet worden gelezen. Tevens wordt bepaald dat de overige regels van het op 28 november 2018 vastgestelde bestemmingsplan van overeenkomstige toepassing zijn en blijven. Dit maakt dat bestemmingsplan Sluisbuurt en voorliggende partiële herziening, na vaststelling, in samenhang moeten worden gelezen.
5.3
Artikelgewijze toelichting
Waar de overige paragrafen van deze plantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de planregeling, te weten de planregels en de verbeelding. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels en de verbeelding. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Aangezien alle onderdelen van de (digitale) verbeelding verbonden zijn met één of meer regels, wordt daarbij ook de verbeelding toegelicht. Hoofdstuk 1: In de aanhef van hoofdstuk 1 wordt bepaald dat de regels van het op 28 november 2018 vastgestelde bestemmingsplan Sluisbuurt van kracht blijven, voor zover met voorliggende partiële herziening geen wijzigingen worden aangebracht. In artikel 1 van voorliggende partiële herziening wordt bepaald dat de begrippen van artikel 1 van het bestemmingsplan Sluisbuurt niet worden gewijzigd en dat er een begrip wordt toegevoegd. Voor de toelichting daarop wordt verwezen naar paragraaf 2.4.3 (onderdeel "externe veiligheid") van voorliggende Gemeente Amsterdam
blz. 46
toelichting. Hoofdstuk 2: In de artikel 2 tot en met 11 van voorliggende partiële herziening staan de wijzigingen die met voorliggend plan in de regels van het bestemmingsplan Sluisbuurt worden aangebracht. Voor de toelichting op de wijzigingen wordt verwezen naar paragraaf 2.4.2 (onderdeel "wonen uitgesloten") en 2.4.4 (onderdeel "maximale vloeroppervlak per bouwlaag voor gebouwen met een bouwhoogte van meer dan 30 meter"). Hoofdstuk 3: In hoofdstuk 3 staan de overgangsregels en de slotbepaling. Dit betreft de standaard overgangsregels uit het Beluit ruimtelijke ordening en de slotbepaling betreft de naam van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)
blz. 47
Hoofdstuk 6 6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voortraject / inspraak
Voortraject Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen en onderzocht op uitvoerbaarheid. Het bestemmingsplan Sluisbuurt is de juridisch planologische vertaling van het Stedenbouwkundig Plan, vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2017. Voor het Stedenbouwkundig Plan is voor vaststelling een traject doorlopen van participatie en inspraak. Er zijn algemene discussiebijeenkomsten georganiseerd (Publieksdebat) en diverse informatiebijeenkomsten. Het concept Stedenbouwkundig Plan heeft 6 weken ter inzage gelegen. De Nota van beantwoording op de ingekomen reacties heeft onderdeel uitgemaakt van het raadsbesluit. Bij de vaststelling van het SP is een aantal moties en amendementen aangenomen. De planonderdelen van voorliggende partiële technische herziening zijn onderdelen uit het stedenbouwkundig plan die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt niet bezwaarlijk werden gevonden, maar juist noodzakelijk. Het stedenbouwkundig plan beoogt immers te voorzien in de nieuwbouw van woningen.
Inspraak Er vindt voor de reparatie van de omissie in de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt geen inspraak plaats op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. Artikel 2 van de inspraakverordening geeft aan dat er geen inspraak verleend wordt op bestemmingsplannen ( = voorbereiding van besluiten betreffende waarvan op grond van de Wet ruimtelijke ordening afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard). Het ontwerp bestemmingsplan wordt, conform de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter inzage gelegd (zie paragraaf 6.1.3).
6.2
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Kader art 3.1.1 Bro vooroverleg In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Hierover is een nadere afweging te maken op grond van het Besluit van 21 april 2008 tot uitvoering van de Wet ruimtelijke ordening, nota van toelichting, blz. 54; Stb. 2008, 145. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het plan. Analyse en conclusie plangebied partiële herziening Voorliggende partiële technische herziening betreft een initiatief voor reparatie van de planregels van het bestemmingsplan Sluisbuurt door de planregels beter aan te laten sluiten bij de plandoelstelling die bij vaststelling van het bestemmingsplan Sluisbuurt is overwogen en onderzocht op uitvoerbaarheid. Overleg en afstemming over de ontwikkeling van Sluisbuurt, waaronder ook de onderdelen van voorliggende partiële technische herziening, heeft met andere overheden en diensten die bepaalde belangen vertegenwoordigen al plaats gevonden in het kader van het bestemmingsplan Sluisbuurt.
Verwezen wordt naar paragraaf 8.3 van de toelichting van het bestemmingsplan Sluisbuurt. De aard en
Gemeente Amsterdam
blz. 48
omvang van de partiële herziening (gebruik van bepaalde bouwlagen) geeft geen aanleiding voor het herhalen van dat artikel 3.1.1 Bro-overleg. Het betreft immers geen wezenlijk ander planonderdeel dan datgeen dat eerder in het kader van het bestemmingsplan Sluisbuurt al is afgestemd. Dit bestemmingsplan raakt dan ook niet aan belangen van buurgemeenten, hoogheemraadschap, provincie of rijk die eerder in het kader van het bestemmingsplan Sluisbuurt zijn afgestemd. Een herhaling van overleg over hetzelfde onderwerp is in het kader van artikel 3.1.1 Bro is dan ook niet aan de orde voor voorliggende plan.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerp bestemmingsplan is conform de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 14 december 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
bestemmingsplan_Partiele technische herziening Sluisbuurt (vastgesteld)