CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3a. Tuindorp Oostzaan II_Bijlagen bij toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingplan ‘Tuindorp Oostzaan II’ (VN2024-005647)30.158 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

27

2.7

Het Hogeland In de jaren tachtig werd in het plangebied wederom uitgebreid. Ten zuidoosten van het Terrasdorp komt in de plaats van de sportvelden de wijk Het Hogeland, die wordt begrensd door de Werktuigstraat, Zijkanaal I, de Klaprozenweg en de Stenendokweg. Dit terrein ten noorden van de NDSM was lange tijd gereserveerd voor de uitbreiding van de scheepsbouw. Eind jaren zeventig, toen de uitbreiding niet meer nodig bleek wegens teruglopende scheepsbouwactiviteiten, ontwikkelde de gemeente er, in samenwerking met woningcorporaties, woningbouw. De buurt is ook bekend onder de naam de Werfbuurt, door de straatnamen die zijn ontleend aan de ambachten die men bedreef op de scheepswerf. De entree vanaf de Klaprozenweg loopt via het voormalige Kemal Atatürk terrein. Hier woonden in de jaren zestig en zeventig de Turkse gastarbeiders in houten barakken, die naar Nederland waren gehaald door de NDSM. Een gedenkteken herinnert nog aan deze geschiedenis; de barakken zijn gesloopt. In verschillende fasen is het gebied bebouwd. De eerste woningen zijn opgeleverd in 1983-1984, de laatste in 1988-1989. Het Hogeland kent verschillende woningtypologieën, passend bij de bouwtijd waarin behoefte was aan meer variatie.

De wijk is onder meer opgebouwd uit eengezinswoningen in laagbouw rondom groene hoven zoals aan de Tegenhouderstraat; gesloten bouwblokken met geschakelde laagbouwwoningen in de omgeving van de Kraandrijverstraat; en vrijstaande appartementencomplexen in vier lagen aan de Kabelgaststraat. Een leefgemeenschap voor “zwakzinnigen” in laagbouw is geïntegreerd binnen de reguliere woonbebouwing. Langs de Klaprozenweg staan enkele bedrijfspanden. Verder kent Het Hogeland voorzieningen als een kinderboerderij, speel- en sportplekken waaronder een Cruijff-court. Groenstroken, waterlopen, voortuinen en boombeplanting geven de wijk een relatief groen karakter.

Woonblokken aan de Werktuigstraat, Tegenhouderstraat en Klinkerweg, 1985 (SAA: B00000036691

Rijtjeshuizen met voortuinen en boombeplanting in de Werktuigstraat en laag- en hoogbouw aan de Strekkerweg

28

3

Betekenisvolle structuren, elementen en bebouwing

3.1

Cultuurhistorisch betekenisvolle elementen en structuren Tuindorp Oostzaan maakt deel uit van het van rijkswege beschermde stadsgezicht Amsterdam Noord vanwege de belangrijke stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische betekenis. Zie ook Bijlage I met de motivatie van de selectiecommissie. Nadere typering te beschermen waarden x de nog gave stedenbouwkundige structuur, die bepaald wordt door een hiërarchische structuur aan de hand waarvan de verschillende stedelijke ruimtes zijn gegroepeerd. x de samenhang tussen het tuindorp en de historische (landschappelijke) elementen zoals de waterlopen en dijkdorp Oostzaan. x de samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet, de architectonische uitwerking en de inrichting van de openbare ruimte. x de uitgebalanceerde verhoudingen tussen openbare, semi- openbare en privé ruimtes, die in combinatie met de open structuur in belangrijke mate bijdragen aan het gemeenschappelijk karakter. x de samenhangende bebouwingskarakteristieken die in de woongebieden worden gekenmerkt door bakstenen laagbouw met mansarde-, wolf- en zadeldaken en waarvan ritmische accenten zijn aangewend in de vorm van eentreepartijen, dakkapellen, en de afwisseling tussen de nokken haaks op en evenwijdig aan de straat.

x de verschillende zichtlijnen die op bijzondere wijze visueel besloten worden, bijvoorbeeld door middel van verspringende rooilijnen, bijzondere gebouwen en U-vormige hofjes.

Waarderingskaart 4 uit de Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht Amsterdam Noord, RCE, 2014.

29

Waarderingskaart (2016) met de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van het AUP gebied Terrasdorp.

Waarderingskaart (2016) met de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten van het AUP gebied Tuindorp Oostzaan-West.

In het plangebied zijn ook monumentale bomen, zie daarvoor http://maps.amsterdam.nl/monumentaal_groen

30

3.2

Cultuurhistorisch betekenisvolle bebouwing

Ordekaart (2016): de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten zijn gewaardeerd volgens de systematiek van de Welstandsordekaarten, met uitzondering van de prestedelijke bebouwing aan de Oostzanerdijk en de uitbreidingen vanaf de jaren tachtig.

Paars – Orde 1: De geregistreerde en beoogde rijks- en gemeentelijke monumenten Rood – Orde 2: Monumentwaardige bouwwerken met een nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis; Oranje – Orde 3: Karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde; Geel – Basisorde: Voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit, of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren

Voor historische kernen en linten plus de woonwijken uit de periode 1970-1985, waartoe Het Hogeland behoort, zijn ordekaarten in de maak, maar nog niet vastgesteld. Een stadsbrede inventarisatie en selectie van monumentwaardige gebouwen is nog niet gemaakt. Een dergelijk project omvat een gemeentebrede aanpak en daar is vooralsnog geen sprake van. Ditzelfde geldt voor de nog recentere verdichtings- en transformatiegebieden binnen het plangebied. Het feit dat deze projecten nog niet zijn uitgevoerd, wil niet zeggen dat er geen sprake van cultuurhistorische waarden kan zijn.

31

4

Conclusie en advies

Resumé Tuindorp Oostzaan is begin jaren twintig zorgvuldig ontworpen als arbeiderswoonwijk. Een laagbouwwijk van eengezinswoningen met tuinen en voorzieningen tegen een zo laag mogelijk huur. De tuindorpen in Amsterdam Noord maken onderdeel uit van een bijzondere fase in de ontwikkeling van de volkshuisvesting, een fenomeen dat Nederland internationaal op de kaart heeft gezet. Door de doordachte stedenbouwkundige opzet en daarmee samenhangende uitwerking van de architectuur en openbare ruimte met mee ontworpen groenaanleg zijn bijzondere woonwijken met herkenbare buurtjes en een hoge ruimtelijke ontwerpkwaliteit gerealiseerd. Door de besloten of juist doorgaande zichtlijnen, bijzondere doorzichten, samenhangende architectuur, kleinschalige bakstenen bebouwing, het beeldbepalende daklandschap met karakteristieke beeldbepalende kappen en groenstructuur waarbij sprake is van een subtiele overgang tussen openbare en (semi)privé buitenruimtes is de relatie van het tuindorp met de pre-stedelijke bebouwing sterk. Bovendien zorgen dit soort karakteristieken voor het typische dorpse karakter. Het plangebied grenst aan het historische gegroeide, prestedelijke bewoningslint aan de Oostzanerdijk, eveneens beschermd stadgezicht en het dijklichaam is provinciaal monument.

De kwaliteit van de bijzondere stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden zijn op nationaal niveau erkend met de aanwijzing tot rijks beschermd stadsgezicht. Om die reden is het van belang om bij planontwikkeling rekening te houden met de bijzondere ruimtelijke karakteristieken en deze zorgvuldig te borgen in het bestemmingsplan . Tuindorp Oostzaan is in loop der decennia een aantal maal uitgebreid. Al in de jaren twintig met de zuidwestelijke strook met strokenbouwbebouwing aan weerszijden van de Vegastraat. In de jaren vijftig is het uitgebreid met Terrasdorp die van het eerder deel wordt gescheiden door het naoorlogse sportpark en omliggend groen. Terrasdorp vormt met de opvallende hoeveelheid aan verkavelingstypen een belangrijke schakel in de rijk geschakeerde Amsterdamse stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke ontwikkelingen halverwege de 20ste eeuw. Eind jaren vijftig wordt Oostzaan-West toegevoegd, waar is voortgeborduurd op de stedenbouwkundige experimenten in Terrasdorp en elders in de stad. Eengezinswoningen in haakvormige hovenverkaveling bepaald de ruimtelijke structuur. Bejaardenwoningen in laagbouw nemen tevens een belangrijke plaats in. In al deze nieuwe wijken staat het concept van laagbouwwoningen in een wijk met doorstromend en openbaar-semi-openbaar en privé geschakeld groen centraal en wordt het verder ontwikkeld.

In de jaren tachtig wordt tot slot Het Hogeland gebouwd, in de zuidoosthoek. Conclusies en aanbevelingen in relatie tot het nieuwe bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan / Oostzanderdijk: Algemeen: Het ruimtelijke en bebouwingskarakter van het tuindorp is van grote waarde. Geadviseerd wordt daarom om een conserverend bestemmingsplan op te stellen, met een dubbelbestemming die gericht is op behoud en versterking van de bijzondere van de stedebouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden. Dit zou onder meer tot uitdrukking moeten komen in het vastleggen van de straten- en pleinen, groenstructuur, waterlopen en bebouwingskarakter. Dit impliceert het precies vastleggen van rooilijnen, bebouwingsvlakken, goot- en nokhoogtes, kapvormen; het als groen bestemmen van de voor-, zij- en achtertuinen en openbaar groen (incl. de uitgegeven stukken); en het als water bestemmen van de waterlopen en waterpartijen. De overgang tussen openbaar, semi-privé en privégroen is kenmerkend voor zowel de voor- als naoorlogse tuindorpen. In het bestemmingsplan zouden de verschillende groenstructuren als zodanig vastgelegd moeten worden.

Verder vraagt dit om het opnemen van voorschriften omtrent omvang en plaats van bebouwing, uitbreidings(on)mogelijkheden in de tuinen en door regels te stellen aan de erfafscheidingen met betrekking tot hoogte, karakter en mate van transparantie in relatie tot de ligging aan de openbare ruimte. Hieronder wordt daar per aspect verder op ingegaan.

32

Tuinen: doorzichten en groen

Uitbouwen Om de ruimtelijke waarden van de bijzondere open structuur en de aaneenschakeling van de groene ruimtes te kunnen behouden is het cruciaal dat de tuinen die direct bijdragen aan de openbare groene belevingskwaliteit van het tuindorp zo veel mogelijk onbebouwd blijven. Geadviseerd wordt daarom om uitbouwen aan de voor- en zijkanten zijn daarom niet toe te staan. Voor de afweging van mogelijkheden van overige locaties is belangrijk dat de bestaande doorzichtlijnen vanaf de openbare ruimte tussen / achter de bouwblokken open blijven. Het gaat er niet zozeer om of vanuit een doorzichtlijn tussen bouwblokken door zicht is op een achtergevel (al dan niet met een uitbouw) van een daarachter gelegen woonblok - die zijn immers nu ook al zichtbaar. Maar het gaat erom dat de beleving van de open, groene aaneengeschakelde buitenruimtes intact blijft en niet dichtslibt dan wel overheerst wordt door verstening. Op basis van deze uitgangspunten is uitbouwen aan de achterzijde op een beperkt aantal locaties mogelijk. In die situaties geldt evengoed dat de verhouding bebouwd/onbebouwd vanaf de voorgevel tot de achterperceelsgrens en dus de hoeveelheid groenmassa van belang is voor het behoud van het tuindorpkarakter. Geadviseerd wordt daarom om te voorkomen dat het percentage bebouwd oppervlak groter wordt dan het percentage onbebouwd groenoppervlak.

Dit kan door uitbouwen niet mogelijk te maken en eventueel een bijzondere regeling op te nemen die op het behoud van bovengenoemde is gericht. Dit kan in de praktijk dus betekenen dat in bepaalde gevallen slechts zeer ondiepe of zelfs geen uitbouwen mogelijk zijn ook ligt de beoogde locatie buiten een doorzichtlijn. Ook de kapvorm kan een beletsel vormen voor uitbouwen, zoals wanneer er sprake is van karakteristieke lage uitkragende daklijsten met een stedenbouwkundige betekenis. Een en ander dient op basis van een nadere inventarisatie in kaart gebracht te worden, waarbij dezelfde methodiek gehanteerd kan worden die het Stadsdeel met MenA voor Tuindorp Nieuwendam en Buiksloot gebruikt hebben. Tuinkarakter en erfafscheidingen Daarnaast is het beschermen van de groene inrichting van de tuinen belangrijk. Hierbij zou een inrichtingsprincipe gehanteerd kunnen worden waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen voor-, zij- en achtertuinen, elk met een aparte set regels. In voortuinen (die mede gezien moeten worden als onderdeel van de groenstructuur van de openbare ruimte) is een maximale hoogte van 100 cm passend voor de erfafscheidingen. In zij- en achtertuinen die direct grenzen aan de straat is een erfafscheiding met hoogte van max. 2.00 passend, bij voorkeur met een groen karakter (zie als voorbeeld de Van der Pekbuurt).

Dit omdat hoge houten schuttingen in zijtuinen en de zijkanten van achtertuinen die aan de openbare weg grenzen de doorlopende groene zichtlijnen verstoren, het dorpse karakter van de geschakelde buitenruimte aantasten en tot een verloederd beeld van de openbare ruimte kunnen leiden. Open hoeken die oorspronkelijk bij de openbare ruimte hoorden en die later als tuinruimte door bewoners onderhouden worden, dienen als aparte categorie aangemerkt te worden. Erfafscheidingen zijn hierin niet gewenst. In met name het vooroorlogse deel van Tuindorp Oostzaan, bij bijvoorbeeld de poortgebouwen, is zichtbaar dat bewoners de grenzen van de voortuinen oprekken en zich stoepen en openbare plantsoenen als tuingebied of bergingslocatie toe-eigenen. Behalve dat dit de stedenbouwkundige structuur vertroebeld, leidt het in veel gevallen ook tot een verloederd straatbeeld. MenA adviseert het stadsdeel om de bestemmingen helder te regelen en nader beleid op te formuleren dat de kwaliteiten van de wijk ten goede komt. Dit geldt ook daar waar de achtertuinen grenzen aan de openbare ruimte met beeldbepalende plantsoenen. Directe betrokkenheid van de bewoners speelt daar vanzelfsprekend een belangrijke rol in. Voor alle tuinen wordt geadviseerd een maximaal verhardingspercentage op te nemen (iets wat ook de waterbergingskwaliteiten ten goede komt).

Verhardingspercentage Voor alle tuinen wordt geadviseerd een maximaal verhardingspercentage op te nemen (iets wat ook de waterbergingskwaliteiten ten goede komt). Daarnaast dient voorkomen te worden dat in de voor- en zijtuinen geparkeerd kan worden. Bergingen De locatie voor schuren en hun oorspronkelijke omvang precies te bestemmen en regelen i.v.m. de waardevolle doorzichten en het effect daar waar ze vanuit de openbare weg waarneembaar kunnen zijn. 33

Openbare ruimte en beplanting Niet alleen de locatie, maar ook keuze van de boom- en plantsoenbeplanting is relevant. Daarom adviseert MenA om speciaal beleid op de omgang met het groen te voeren en een beplantingsplan op te stellen dat past bij de ruimtelijke opzet van deze tuindorpen. Boomsoort en locatie komen voort uit een uitgekiende ontwerpgedachte en het is van belang dat in de toekomst te behouden, ook wanneer eventuele herplant aan de orde is. Het verdient aanbeveling de locatie van openbare groenvakken en boomlocaties nauwgezet op de kaart aan te geven. Daarnaast is het advies om een aanlegvergunningsstelsel op te nemen gericht op het betrekken van de cultuurhistorische waarden van de groeninrichting in het geval herinrichting van de groenvoorzieningen aan de orde is (te denken valt nieuwe verhardingen ten koste van groen of nieuwe beplantingsplannen die afwijken van de oorspronkelijke opzet). Bebouwing Omdat de compositie en de omvang van de bouwblokken met bijzondere kapvormen, nokken, originele dakkapellen, poorten en bouwkundige accenten een belangrijke bijdrage leveren aan het monumentale karakter van de wijk, verdient het aanbeveling hier regelgeving voor op te nemen.

Dit kan onder meer door een koppeling van de bouwregels danwel cultuurhistorische dubbelbestemming met de ordekaart waar accenten, symmetrie en architectuureenheden op staan aangegeven Verder verdient het aanbeveling om de bestaande bouwvlakken en rooilijnen vast te leggen. In het geval van sloop/nieuwbouw is het relevant om de bestaande rooilijnen, kapvormen, minimale en maximale bouwhoogtes en kavelverhoudingen te handhaven.

Teneinde de cultuurhistorische waarde van individuele bebouwing te kunnen beoordelen bij geheel of gedeeltelijke sloopplannen, adviseren wij een regeling op te nemen met als strekking het behoud van de bijzondere historische waarden en dat bij een sloopvergunning niet eerder verleend kan worden dan nadat advies is verkregen van een deskundige, omtrent de vraag of de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad alsmede de eventueel te stellen voorwaarden. Wij adviseren u deze regeling op te nemen voor alle bebouwing in het beschermde stadsgezicht. Het verdient aanbeveling de monumenten, inclusief de monumentale bomen, op de verbeelding aan te duiden. Daklandschap, dakkapellen en zonne/energiepanelen Kapvormen: Ook de continuïteit van de dakvlakken en kapvormen van de met dakpannen gedekte daken in het vooroorlogse tuindorp is een belangrijk beeldbepalend element. Daarom wordt geadviseerd deze precies vast te leggen. Dakkapellen: De mogelijkheden voor het aanbrengen van nieuwe dakkapellen aan de straatzijdes dienen daarom zorgvuldig onderzocht te worden. Hierbij is het onder meer van belang de (on)mogelijkheden af te laten hangen van het karakter van het bouwblok en de vorm en bouwhoogte van de kap alsmede de samenhang met de architectonische eenheden.

Voor kaplagen die niet als woonruimte bedoeld zijn (en dus een te lage stahoogte hebben) wordt geadviseerd geen dakkapellen toe te staan. Daar waar dakkapellen mogelijk zijn, is het belangrijk dat ze per eenheid in een vaste ritmiek, vorm, maat en locatie op het dakvlak gepositioneerd worden, zodat er een rustig en eenduidig bebouwingsbeeld blijft en voorkomen wordt dat er willekeurig ten elkaar verspringende dakkapellen in de dakvlakken komen. Dit vergt extra aandacht ten aanzien van regelgeving hieromtrent. Voor zonne/energiepanelen wordt geadviseerd om de mogelijkheid voor het plaatsen van dergelijke voorzieningen op de dakvlakken die naar de openbare ruimte gekeerd tegen te gaan. Dit vanwege de bijzondere beeldbepalende kwaliteit van het daklandschap. Terrasdorp en Tuindorp Oostzaan-West: De wijken hebben eveneens bijzondere cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten die om een zorgvuldige borging in het bestemmingsplan vragen. MenA adviseert daarom als volgt.

34

Structuur en openbare ruimte x de kenmerkende open verkaveling met rooilijnen en bouwhoogte vast te leggen; x de openbare, semi- openbare en privé-groenvoorzieningen en waterstructuren als zodanig onderscheidend te bestemmen en te koppelen aan een aanlegstelsel dat gekoppeld is aan de cultuurhistorische waarden;

x

Behoud en versterking van de beeldbepalende doorlopende bomenstructuur als zodanig beschermen met bijvoorbeeld een aanlegstelsel waaraan cultuurhistorische waarden gekoppeld zijn.

Betekenisvolle gebouwen en bouwwerken: Advies: alle orde 1 en 2 panden en objecten, alsmede orde 3 panden aan een hoge stedenbouwkundige zone een cultuurhistorische dubbelbestemming geven waaraan een sloopregeling gekoppeld is die de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden betrekt.

Tuinen, uitbouwen, erfafscheidingen Erfafscheidingen: De voor en achter, privé en gemeenschappelijke tuinen leveren visueel een cruciale bijdrage aan de openbare ruimte en het wijkbeeld, het is advies is daarom om regels met betrekking tot de erfafscheidingen op te nemen daar waar de tuinen aan de openbare ruimte grenzen en dat te relateren aan de regels voor uit- en (zie hieronder). Verder wordt geadviseerd om voor voortuinen en achtertuinen die grenzen aan een prominente openbare ruimte (zoals hoven en pleinen) een erfafscheiding van maximaal 100 cm toe te staan.

Uitbouwen: De tuinen dragen ook als aaneengesloten onbebouwde groene massa bij aan de kwaliteit van de wijken en het straatbeeld. Het is daarom wenselijk om het vergroten van woonruimte onder voorwaarden alleen direct aan de achtergevels toe te staan en met een vaste diepte- en hoogtemaat waarbij voldoende tuinruimte overblijft. Het advies is verder om de bijgebouwen niet vergunningsvrij toe staan anders dan binnen de contouren van de oorspronkelijke bergingen. Overig: Daarnaast adviseert MenA om naast de regels in het bestemmingsplan beleid te ontwikkelen die samen gericht zijn op behoud en versterking van de groenstructuur. Die is immers van belang en kan worden gezien als contravorm van de bebouwing. Het vervult vanuit stedenbouwkundig perspectief een structurerende rol. Daarbij valt onder meer te denken aan de materialisering/groene karakter waarmee eigenaren privé danwel gemeenschappelijk tuinen die grenzen aan de openbare ruimte kunnen afschermen. Immers, zodra dit aan de hand van allerhande schuttingen gebeurt, leidt dat niet alleen tot een sterk verlies van de groene kwaliteit van Terrasdorp en Tuindorp Oostzaan-West, maar ook tot een verloederde wijkbeeld.

35

Bronnen & l iteratuur

Voor deze CHV is voor een belangrijk deel gebruik gemaakt van: K. Volkers red., Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht Amsterdam Noord, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort, 2012 Aardse, H., Statema, M. ‘Van licht, lucht en groen word je een 'beter' mens: Een cultuurhistorische analyse van de tuin in de Amsterdamse stedenbouw’, Cultuurhistorische Verkenning Monumenten en Archeologie, Amsterdam. Yttje Feddes, De Groene Kracht, De transformatie van de Westelijke Tuinsteden, 2011 Daarnaast zijn de volgende bronnen en literatuur geraadpleegd: J.L. Smit, Het nieuwe sportcomplex “De Meteoor” bij Tuindorp Oostzaan, in Werk in Uitvoering, september 1955 Hoofd Afdeling Stadsontwikkeling, Het Tuindorp Oostzaan, in Werk in Uitvoering, februari 1958 Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg, Pracht in prefab; het Nemavo-Aireysysteem in Amsterdam, Amsterdam, 2014 L. Platvoet, Stappen door de Nieuwe Stad, Tochten langs de jongste woningbouw in Amsterdam Noord, Amsterdam, 1998. R. Meijer red., Atlas Gordel 20-40, Stedelijke Woningdienst, Amsterdam, 2000 AUP-waarderingskaarten, gemeente Amsterdam, 2016 Stadsarchief Amsterdam (SAA) Archief Monumenten & Archeologie Amsterdam

36

Bijlage I: Motivatie beschermd stadsgezicht Amsterdam Noord

37

38

39

40

Advies Begeleidingscommissie MSP Amsterdam – Noord, 10 januari 1995

41

Colofon Datum: Status: Redactie: Tekst:

14 maart 2017, actualisatie januari 2020 concept Hester Aardse Victorien Koningsberger

© Monumenten & Archeologie, Gemeente Amsterdam, 2020 Postbus 10718, 1001 ES Amsterdam, 020-2514900 De kennis uit deze uitgave mag door derden gebruikt worden voor niet-commerciële doeleinden mits van bronvermelding sprake is. Bij vermenigvuldiging op enigerlei wijze voor commerciële doeleinden voorafgaande schriftelijke toestemming van M&A nodig. M&A aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. M&A doet zelf altijd haar uiterste best rechthebbende te vermelden en waar nodig om toestemming voor gebruik te vragen. Mocht u van mening zijn dat uw copyright geschaad is dan verzoeken we contact met ons op te nemen.

42

blz. 100

bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14215918/1