3a. Toename_4_jarigen_SO_definitief_SWV PO.pdf
Tekst van het document
Toename vierjarigen in het speciaal onderwijs een dossieranalyse
Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen
1 april 2022
Inhoud Woord vooraf ................................................................................................................................................... 3 De cijfers .......................................................................................................................................................... 4 Steeds meer TLV’s voor het speciaal onderwijs voor (drie- en) vierjarigen ....................................................... 4 Stijging aanvragen vanuit gespecialiseerde voorschool en regulier basisonderwijs .......................................... 4 Dossieranalyse ................................................................................................................................................. 5 Analyse van 24 leerlingen ................................................................................................................................... 5 Nadere analyse ................................................................................................................................................... 5 Bevindingen in het kort ......................................................................................................................................
6 Mogelijke verklaringen ....................................................................................................................................... 6 Aanbevelingen ................................................................................................................................................. 7
2
Woord vooraf In het schooljaar 2020-2021 is er een opvallende toename zichtbaar in het aantal vierjarigen dat een toelaatbaarheidsverklaring krijgt voor het speciaal onderwijs in vergelijking met de voorgaande jaren. Deze stijging is zichtbaar in alle vormen van speciaal onderwijs, maar het meest significant bij cluster 4. Los van een toename in het aantal aanmeldingen voor een toelaatbaarheidsverklaring vanuit gespecialiseerde voorschoolse voorzieningen, is er ook een duidelijke groei in het aantal vierjarigen dat wordt aangemeld vanuit het regulier basisonderwijs. Bij deze leerlingen wordt al op jonge leeftijd een ondersteuningsbehoefte gesignaleerd, maar wordt niet de rechtstreekse route naar het S(B)O bewandeld. Hierdoor maken de vierjarigen die eerst zijn gestart op het regulier basisonderwijs in zeer korte tijd een schoolwissel. Dit was aanleiding voor het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Amsterdam Diemen om nadere dossieranalyse te doen in samenwerking met de GGD Amsterdam. Zijn er verklaringen voor deze toename? En nog belangrijker, welke concrete adviezen kunnen hieruit voortvloeien? In dit verslag lichten we de dossieranalyse nader toe, zoeken we naar mogelijke verklaringen en doen we aanbevelingen voor zowel het onderwijs als de zorg.
3
De cijfers Voordat we inhoudelijk in de dossiers duiken kijken we naar de trends in de absolute aantallen. We vergelijken de drie afgelopen schooljaren: 2018-2019, 2019-2020 en 2020-2021.
Steeds meer TLV’s voor het speciaal onderwijs voor (drie- en) vierjarigen In 2018-2019 zijn er in totaal 93 toelaatbaarheidsverklaringen voor het speciaal onderwijs afgegeven voor (drieen) vierjarigen. Het daarop volgende schooljaar waren dit er 102 en in het schooljaar 2020-2021 is dit verder gestegen naar 150. Binnen deze totaalaantallen is het aantal toelaatbaarheidsverklaringen voor cluster 3 licht gestegen. De meest opvallende stijging is echter zichtbaar bij cluster 4. In het schooljaar 2020-2021 lag dit aantal op 105 afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen, ten opzichte van 75 in het schooljaar daarvoor. Wanneer je dit afzet tegen de daling van het totaal aantal leerlingen in het Amsterdamse en Diemense onderwijs, is deze groei in verhouding nog groter (Bron: Dienst Uitvoering Onderwijs).
Stijging aanvragen vanuit gespecialiseerde voorschool en regulier basisonderwijs Het aantal toelaatbaarheidsverklaringen dat is aangevraagd door het speciaal onderwijs is nagenoeg gelijk gebleven. Echter, aanvragen door een gespecialiseerde voorschoolse voorziening en door het regulier onderwijs zijn aanzienlijk gestegen. Ondanks dat beide stijgingen vragen oproepen, beperken wij ons in deze dossieranalyse tot de toename in aanvragen (en afgegeven toelaatbaarheidsverklaringen) vanuit het regulier basisonderwijs. Deze is in het schooljaar 2020-2021 meer dan verdubbeld ten opzichte van het jaar daarvoor (respectievelijk 24 en 11).
Aantal toegekende toelaatbaarheidsverklaring speciaal onderwijs – cluster 4 2018-2019 2019-2020
2020-2021
Type aanmelder
PI
ZMOK
Totaal
PI
ZMOK
Totaal
PI
ZMOK
Totaal
SO Regulier GVV
17 8 16
4 -
17 12 16
16 6 19
5 5
16 11 24
15 17 31
4 7 -
19 24 31
Noot. SO = speciaal onderwijs; regulier = regulier basisonderwijs, GVV = gespecialiseerde voorschoolse voorziening zoals MOC ’t Kabouterhuis en Kentalis.
4
Dossieranalyse Zijn er verklaringen voor de toename van het aantal afgegeven toelaatbaarheidsverklaring voor het cluster 4 aangevraagd door het regulier basisonderwijs? Zijn er bepaalde patronen te ontdekken in het traject?
Analyse van 24 leerlingen Om een antwoord te kunnen geven op deze vragen hebben wij een dossieranalyse uitgevoerd voor de 24 leerlingen die in het schooljaar 2020-2021 een toelaatbaarheidsverklaring hebben gekregen voor het speciaal onderwijs cluster 4. Deze 24 leerlingen zijn allemaal aangemeld door het regulier basisonderwijs. De informatie die het samenwerkingsverband tot haar beschikking heeft is aangevuld met geanonimiseerde informatie vanuit de GGD Amsterdam. Hieruit zijn een aantal opvallende zaken naar voren gekomen.
De 24 leerlingen in beeld ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Aanmeldingen vanuit regio: o West binnen de ring: 6 o West buiten de ring: 6 o Oost: 4 o Zuid: 8 o Noord: 0 o Zuidoost: 0 18 van de 24 leerlingen zijn eerst gestart op de reguliere basisschool; 6 leerlingen zijn direct aangemeld bij het SWV. Voor 14 van de 18 leerlingen heeft de school een arrangement ingezet. 22 van de 24 leerlingen hebben op een voorschool of KDV gezeten. 1 leerling kwam uit het buitenland, 1 kreeg deeltijdbehandeling bij MOC ’t Kabouterhuis. 14 leerlingen hadden al extra ondersteuning op de voorschool (met name vanuit Okido). Bij slechts 1 van de 24 leerlingen heeft school aangemeld zonder toestemming van de ouders/verzorgers. Bij 7 van 24 leerlingen is het Kernteam Jonge Kind betrokken. Maar bij 4 van deze 7 leerlingen wordt dit pas door school gedaan of vlak hiervoor.
Nadere analyse Via welke route is de leerling aangemeld voor een TLV? Uit bovenstaande cijfers komt naar voren dat 75% van de leerlingen eerst gestart zijn op de reguliere basisschool. Bij de overige 25% is direct een aanvraag gedaan bij het samenwerkingsverband. Soms omdat school direct bij inschrijving concludeerde dat regulier basisonderwijs onvoldoende kon aansluiten bij de onderwijs-behoefte van de leerling (in totaal 3 leerlingen). Bij 3 leerlingen is in samenwerking met de voorschool/hulpverlening bewust de zorgplicht bij een reguliere basisschool neergelegd, zodat er meteen een toelaatbaarheidsverklaring kon worden aangevraagd. Op welke manier zijn ouders betrokken? De meeste ouders hebben op eigen initiatief aangemeld bij een reguliere basisschool (21 leerlingen). Het is onduidelijk welke rol de voorschool/ kinderdagverblijf (KDV)/ hulpverlening hierin heeft gespeeld. Ook wanneer er al veel zorgen waren, zijn ouders vaak zelf naar het regulier basisonderwijs gegaan. In slechts een klein deel
5
van de gevallen gaven ouders geen toestemming aan de basisschool voor het opvragen van informatie bij de voorschool. Het merendeel van de ouders was open over voortraject. Bij slechts 1 leerling gaven ouders geen toestemming aan de basisschool om contact op te nemen met de voorschool. Opvallend is verder dat er soms een positiever beeld werd geschetst door Okido/KDV dan in werkelijkheid het geval was, dat het KDV is niet volledig geweest richting school of het KDV schatte in dat regulier wel haalbaar was. Dan ‘schrikken’ scholen als de leerlingen zijn gestart.
Bevindingen in het kort ▪ ▪
▪ ▪
Er wordt goed gesignaleerd. De kinderen zijn allemaal in beeld en er wordt passende ondersteuning aangeboden (logopedie, Okido, onderzoek, etc.). Er lijkt weinig te worden doorgepakt wanneer ouders niet meewerken of geen toestemming geven voor bepaalde inzet of onderzoeken in de voorschoolse periode. Bij 11/24 leerlingen werken ouders niet (volledig) mee. Bij één van deze leerlingen wordt een Veilig Thuis melding gedaan. De aanmeldingen zijn niet evenredig over de stad verdeeld. Er zijn geen aanmeldingen vanuit de regio’s Noord en Zuidoost. Aanname: het lijkt alsof de route richting het SO niet duidelijk is voor de betrokken instanties. Wie neemt ouders mee naar het SO als al duidelijk is dat het regulier basisonderwijs onvoldoende kan aansluiten bij de onderwijsbehoefte van de leerling?
Mogelijke verklaringen De waargenomen groei roept direct een vraag op: waar kan die groei door worden verklaard? Het is aannemelijk dat één van de verklaringen ligt in de gevolgen van Covid-19. Hierdoor was er mogelijk minder contact met gezinnen en waren de voorscholen gedeeltelijk gesloten. Ook financiële onzekerheid en bijkomende stress bij ouders en daarmee in gezinnen kan een rol spelen. Hoe groot het aandeel is van Covid-19 is met deze dossieranalyse niet inzichtelijk geworden. Wel zit er een winstwaarschuwing in de verklaring vanuit de pandemie. Ook dit schooljaar en komend schooljaar zullen er nog gevolgen zichtbaar zijn van de pandemie. Hier kan men dus tijdig op anticiperen. De pandemie is geen factor waar men (direct) invloed op kan uitoefenen. Om die reden is ook gekeken naar mogelijke andere verklaringen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Wanneer ouders niet of onvoldoende mee willen werken wordt er nauwelijks ‘opgeschaald’. Voorschoolse voorzieningen (en andere betrokken instanties) hebben onvoldoende kennis van de verschillende vormen van onderwijs. Welk type onderwijs is passend bij welke onderwijsbehoefte. Ouders gaan niet in op het advies vanuit de voorschool/hulpverlening voor speciaal (basis)onderwijs, maar melden toch aan bij een reguliere basisschool. Reguliere basisscholen doen bij aanmelding van ouders onvoldoende onderzoek naar de onderwijsbehoefte van een leerling óf krijgen niet alle benodigde informatie. Binnen de betrokken instanties bij het jonge kind (0-4 jaar) is mogelijk onvoldoende op de hoogte van de route richting het speciaal onderwijs. Kinderen kunnen namelijk door ouders ook direct worden aangemeld bij het speciaal (basis)onderwijs.
6
Aanbevelingen De dossieranalyse en de mogelijke verklaringen geven meer inzicht in de processen en patronen rondom de aanmelding van kinderen met een ondersteuningsbehoefte. Vanuit deze inzichten doen we een aantal aanbevelingen. ▪ ▪
▪
▪
▪ ▪
Geef voorlichting aan voorschoolse voorzieningen over de vormen van onderwijs en over de aanmeldroute richting het speciaal onderwijs. Voer gesprekken met de JGZ/GGD over het meenemen en doorpakken bij ouders die niet of onvoldoende mee willen werken in het traject. Ga na welke rol het Kernteam Jonge Kind hierin speelt of kan spelen. Zorg voor structureler overleg tussen de voorschoolse voorzieningen en het samenwerkingsverband. Bespreek daarin bijvoorbeeld anonieme casuïstiek. Op die manier kan het samenwerkingsverband vroegtijdig meedenken over de onderwijsbehoefte van een leerling. Realiseer (meer) gespecialiseerde voorschoolse voorzieningen die reeds verbonden zijn aan of nauw samenwerken met het speciaal onderwijs. Op die manier is er een meer natuurlijke en laagdrempelige overstap naar het speciaal onderwijs. Er zijn geen aanmeldingen uit de regio Noord en Zuidoost. Dit vraagt om verdiepend onderzoek. Zijn er hier aanmeldingen gemist of weet men hier de routes richting het speciaal onderwijs beter te vinden? Tot slot een oproep aan de ‘Denktank het Jonge Kind’ om de samenwerking op te zoeken en na te gaan hoe we met elkaar de kinderen in de stad zo snel mogelijk op de best passende onderwijsplek kunnen laten starten.
7