3a. Toelichting_bijlagen 7e herziening Landelijk Noord.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 41
betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten', te weten: De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project In het bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 3 woningen planologisch mogelijk gemaakt. Het totale plangebied heeft een oppervlak van 1880 m2. Het totale verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt 804 m2, een afname van 726 m2. De omvang van het project in relatie tot de drempelwaarden in lijst D is relatief klein. Plaats van het project Het plangebied ligt op de hoek van 't Voorwerf en Broekergouw in het buitengebied van Amsterdam ten noorden van de stad. Het plangebied wordt globaal als volgt begrensd: noorden: oosten: zuiden: westen:
de in 2017 gerealiseerde woonwijk Broekergouw Zunderdorp; bestaande woning aan 't Voorwerf 13; 't Voorwerf; de Broekergouw.
Kenmerken van het potentiële effect De voor het milieu relevante wijzigingen die in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd, hebben betrekking op: de wijziging van de geldende agrarische bestemming naar een woonbestemming. In de hiervoor beschreven paragrafen in dit hoofdstuk is nagaan of er milieueffecten optreden ten gevolge van het plan. Uit de beoordelingen volgt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de nieuwe woningen of de omgeving van het plangebied. De graafwerkzaamheden in het plangebied moeten als saneringswerkzaamheden worden uitgevoerd. Ook is een inventariserend archeologisch onderzoek nodig. Dit wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. Dit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 43
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Planvorm
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels zijn het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De regels van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan. Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking.
De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks bindende werking ten aanzien van burgers. Van de verschillende bestemmingen wordt in de volgende paragraaf toegelicht wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
5.2
Bestemmingsregeling
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de bestemmingsomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. In dit hoofdstuk wordt elk artikel van de planregels kort toegelicht.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
5.2.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. 5.2.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Wonen De woningen in het plangebied hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. Gronden met die bestemming zijn bestemd voor het wonen, met inbegrip van beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en short stay. In de specifieke gebruiksregels is bepaald dat beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn toegestaan tot maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning. Gebouwen, woningen, mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd. Door middel van aanduidingen op de verbeelding is de maximale bouw- en goothoogte gereguleerd. De mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen zijn primair voorzien buiten het bouwvlak. In afwijking en aanvulling van de regeling voor bijbehorende bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' uitsluitend een bijbehorend bouwwerk toegestaan voor het parkeren. Om te borgen dat ter plaatse van het plangebied de boerderij qua omvang, positionering en verschijningsvorm wordt teruggebouwd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In de voorwaardelijke verplichting is bepaald dat de omgevingsvergunning uitsluitend verleend mag worden wanneer het ingediende bouwplan voldoet aan het in de bijlage opgenomen bouwplan.
Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' is opgenomen ter bescherming van archeologische waarde. In deze dubbelbestemming wordt een aantal bouwmogelijkheden afhankelijk gesteld van een omgevingsvergunning. Dit omdat in het kader van rechtstreeks bouwrecht geen onderzoek verplicht mag worden gesteld en geen afwegingen mogen worden gemaakt. Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien door onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische resten aanwezig zijn. 5.2.3
Hoofdstuk 3 en 4 Algemene regels en slotregels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Artikel 6 Algemene bouwregels bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 45
In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de regels voor grondwaterneutrale kelders opgenomen. In dit artikel is de verbodsbepaling opgenomen om onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders (in de ruime zin van dit bestemmingsplan) te bouwen of te vergroten. Het verbod geldt in het hele plangebied. In de zone met gebiedsaanduiding 'overige zone 1' geldt een absoluut verbod. Afwijking van het verbod is binnen deze gebiedsaanduiding uitsluitend mogelijk op basis van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd. Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen.
Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding (oftewel de plankaart) aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is de voorwaardelijke verplichting voor het parkeren opgenomen om te borgen dat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Artikel 12 Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
Gemeente Amsterdam
blz. 46
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 47
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In artikel 6.12 lid 1 Wro is geregeld, dat bij elk voorgenomen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, een exploitatieplan verplicht is. Het bestemmingsplan zal een dergelijk bouwplan inhouden. Echter gelden wel uitzonderingen op de noodzaak een exploitatieplan op te stellen, zoals geregeld in artikel 6.12 lid 2 Wro. De belangrijkste uitzondering is, dat een exploitatieplan niet noodzakelijk is als het kostenverhaal van de grondexploitatie 'reeds anderszins is verzekerd'. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan, omdat een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer is gesloten. Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie, zoals bedoeld in de Wro, is daarom anderszins verzekerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 48
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 49
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan verzonden aan: 1. 2. 3.
Provincie Noord-Holland; Brandweer Amsterdam-Amstelland; Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
Van de drie vooroverlegpartners zijn reacties ontvangen. 1. Provincie Noord-Holland. Het plangebied is aangeduid als MRA landelijk gebied waar in beginsel geen kleinschalige woningbouwontwikkeling is toegestaan. Met toepassing van artikel 6.9, lid 4 OVNH2020 kan hiervan worden afgeweken als sprake is van de functiewijziging van een karakteristieke boerderij. In het verleden stond hier een monumentale boerderij die door brand is verwoest. Het plan ziet op de herbouw van de voormalige boerderij, die wordt gesplitst on drie grondgebonden woningen. Het plan is voorgelegd aan het adviesteam ruimtelijke kwaliteit (ARK). De beoordeling van het ARK luidt: Met het terugbouwen van de hooihuisboerderij is opnieuw sprak e van een k arak teristiek e boerderij. Ondank s het feit dat de oorspronk elijke bebouwing niet wordt hergebruik t (want verbrand) maar in nieuwbouw terugk eert. Karakteristiek zit hier in het type van de voor Waterland kenmerk ende hooihuisboerderij. Het volume keert door inbouw van drie woningen in enigszins vergrote hoofdvorm terug, maar blijft evengoed bijdragen aan de identiteit van Waterland. Omdat de hoofdvorm reeds is vergroot verdient het uit oogpunt van ruimtelijk e k waliteit aanbeveling geen verdere volumina toe te voegen De provincie heeft vragen gesteld over de terreininrichting en aanzicht van de planlocatie in de toek omstige situatie.
Concreet gaat het om de volgende punten: uitwerk ing erfinrichting en wijze waarop park eren is opgelost. type erfbeplanting, het wenselijk als gebiedseigen erfbeplating wordt toegepast en het park eren groen wordt ingepast. Reactie gemeente Bovengenoemde onderdelen zijn aangeleverd en nogmaals getoetst door het ARK (zie o.a. Bijlage 11 en paragraaf 2.4. De reactie luidt: ARK adviseert positief over het plan na overlegging van de aanvullende informatie, eerdere opmerk ingen zijn verwerk t. Wel ziet ARK graag dat er bij de beplanting wordt gek ozen voor soorten die passen bij het historische cultuurlandschap. Verder wil het ARK graag uitgezocht hebben of het oude slotenpatroon (aan de noordk ant van het perceel) hersteld k an worden. Geconcludeerd wordt dan ook het plan in overeenstemming is met de instructieregels voor de geldende werk ingsgebieden. Wel de opmerk ing dat bij de beplanting te k iezen voor soorten die bij het historische cultuurlandschap passen. Indien mogelijk is het voorstel het oude slotenpatroon te herstellen. De aanvullingen / opmerk ingen ten aanzien van beplanting en het slotenpatroon worden meegenomen in de verdere uitwerking van het plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
2. Brandweer Amsterdam - Amstelland De reactie van de brandweer is dat geen relevantie is met Externe Veiligheid. Derhalve zijn er geen opmerkingen. Wel wordt aandacht gevraagd voor een goede bereikbaarheid en adequate waterwinning ten behoeve van de brandweer. Voor informatie over een toereikende bereikbaarheid en voldoende bluswatervoorziening wordt verwezen naar de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Bouwbesluit 2012. Dit wordt bij de nadere uitwerking van het plan meegenomen en wordt met de brandweer afgestemd. 3. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Onderstaand is puntsgewijs de reactie van het hoogheemraadschap weergegeven. Bestaand watersysteem Het bestemmingsplan gebied bevindt zich grotendeels in het peilgebied 5620-2 met een streef waterpeil van NAP-2,00 meter. Dit peilgebied wordt vanuit het zuiden gevoed uit het waterlandsboezempeil (NAP-1,56 meter) en watert af via de stuw in de hoofdwaterloop ten westen van plangebied in de blokbemaling Zunderdorp (5620-1) met een streef waterpeil van NAP-2,29 meter. Zie ook onderstaande kaar van het bestaand watersysteem.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 51
De secundaire waterloop direct grenzend aan het bestemmingsplangebied heeft een waterpeil van NAP-2,00 meter en loopt dood langs de weg aan de oostzijde van het bestemmingsplangebied. Doordat deze waterloop doodloopt kan deze niet doorgespoeld worden en zijn er wel eens waterkwaliteitsproblemen. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Verbetering watersysteem Het hoogheemraadschap ziet meerwaarde om binnen deze ontwikkeling de doodlopende waterloop langs de weg Broekergouw weer doorstroombaar te maken door deze te verbinden naar de wegsloot ten noorden van het plangebied. Dit kan via een waterloop (of duiker) die middels een stuw overstort in het lagere peilgebied. Reactie gemeente Er zijn geen concrete plannen om de watergang aan te passen. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen wordt dit voorstel waar mogelijk betrokken.
Gemeente Amsterdam
blz. 52
Toelichting - waterparagraaf In paragraaf 4.4 Water en Bijlage 7 wordt ingegaan op de wateraspecten van de ontwikkeling. Het beleidskader van Water ontbreekt nog in het bestemmingsplan. Hierin dient in ieder geval de Keur 2016 worden opgenomen en het Waterplan (WBP6). Zoals in de waterparagraaf staat aangegeven vindt er geen verhardingstoename plaats bij deze ontwikkeling. In de waterparagraaf wordt onder het kopje Waterkwantiteit gesteld dat het onderhoud van de watergang bij de Wegeigenaar ligt. Het onderhoud van baggerwerkzaamheden ligt inderdaad bij de wegeigenaar maar de jaarlijkse maaiwerkzaamheden liggen bij de aangrenzend eigenaar. Dus de perceeleigenaar heeft hier eenzijdig ook een rol in. Dit betekent dus ook dat de waterloop middels een obstakelvrije zone bereikbaar moet blijven om onderhoud te kunnen plegen. Het oostelijke bijgebouw staat hierbij te dicht op de waterloop om goed (machinaal) onderhoud te kunnen plegen. In de waterparagraaf wordt onder het kopje Afvalwater en Riolering gesproken over enkelvoudig rioolsysteem. Duidelijker is om aan te geven dat alleen het huishoudelijk afvalwater (DWA) op de bestaande riolering wordt aangesloten. Het afstromende regenwater kan rechtstreeks naar de omringende waterloop worden geloosd.
Indien de hierboven voorgestelde nieuwe waterverbinding ruimtelijk niet in pasbaar blijkt te zijn adviseert het hoogheemraadschap om een lozingspunt van het hemelwater op de kop van de doodlopende waterloop te plaatsen om zo bij te dragen in een betere doorstroming. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Klimaatadaptatie Binnen de waterparagraaf zou ook standaard een kopje klimaatadaptatie moeten worden opgenomen. Aandachtspunten hierbij zijn dat de vloerpeilen van de woningen en nieuwe bijgebouwen voldoende drooglegging krijgen om wateroverlast in de woningen te voorkomen. De resultaten uit de watersysteemanalyse van het hoogheemraadschap geven geen gebieden aan binnen het plangebied die kwetsbaar zijn voor inundatie (zie ook bijgevoegd Inundatiekaartje bij T1000).
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 53
Verder zijn er vanuit de MRA nieuwe richtlijnen opgesteld om bij ontwikkelingen 70 mm water vast te houden en te kunnen bergen op eigen terrein. Voor deze ontwikkeling, met een afname aan verharding kan gesteld worden dat minimaal waterneutraal is en er kwantitatief een verbetering van het watersysteem optreedt. Gezien de geringe drooglegging in deze omgeving lijkt infiltratie niet echt kansrijk. Het opvangen en hergebruik van water in een regenton/silo zijn wellicht nog mogelijkheden die positief bij kunnen dragen in klimaatadaptieve maatregelen. In hoofdstuk 7 staat onder 7.1 het verkeerde Hoogheemraadschap genoemd waar het vooroverleg mee wordt gevoerd. Voor dit deel van Amsterdam is dat Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Aanpassingen vanuit de vooroverlegreacties De vooroverlegreacties leiden tot het aanpassen van het bestemmingsplan Waterbeleid toevoegen aan paragraaf 4.4
Gemeente Amsterdam
blz. 54
Aanpassen paragraaf 'afvalwater en riolering' Paragraaf klimaatadapatie toevoegen Aanpassen naamgeving Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in paragraaf 7.1 Bijlage 11 is toegevoegd n.a.v. de provinciale reactie. Ook is in paragraaf 2.4 een aanzicht van de nieuwe situatie toegevoegd (vanaf de weg). De verdere reacties leiden niet tot aanpassen van het bestemmingsplan.
7.2
Maatschappelijk overleg
Het ontwerpbestemmingsplan 7e Herziening Landelijk Noord met de daarbij behorende stukken ligt met ingang van donderdag 9 februari 2023 gedurende een termijn van zes weken ter inzage tot en met donderdag 23 maart 2023. Gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging kan een ieder zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. In deze periode zijn geen zienswijze ingediend.
7.3
Participatie
De buurt is geïnformeerd over het ontwerp bestemmingsplan. Uit de participatie zijn geen bezwaren gekomen maar zijn er twee vragen gesteld: 1.
1.
Hoe de toegang tot het perceel over de Uilengouw geregeld is? a. De desbetreffende weg is een eigenbeheer en onderhoud wat geregeld wordt door een verengingsconstruct. De voorzitter van de vereniging is akkoord over de ontsluiting. De omwonende vraagt of de nieuwbouw exact uitgevoerd kan worden zoals het aangegeven is op de tekening. a. De bewoning gaat uitgevoerd worden zoals aangegeven is op de tekeningen.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 62
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 63
Bijlage 2
Beoordeling bedrijven- en milieuzonering
Gemeente Amsterdam
blz. 69
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
Gemeente Amsterdam
Wissing B.V.
Het Voorwerf 15-17 te Amsterdam
Quickscan Wet natuurbescherming
Projectadviseur
2 juni 2020
Opleverdatum
mw. Daniëlle Best
Contactpersoon opdrachtgever
Wissing B.V.
In opdracht van
WSSG2020-5-QS1-V1
Documentcode
Isabelle Bense MSc
Rapportage
0172-204060
amber@habitus.nl
Amber Heitman MSc
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: een groot deel van het plangebied is bedekt met een hoogopgaande ruigtevegetatie.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
https://habitus.nl
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
privacyverklaring is hier te vinden.
van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing
Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron.
inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
Nick Kroese BSc
Kwaliteitscontrole
2
RESULTATEN CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN MAATREGELEN
3. 4. 5.
BIJLAGEN
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: in een deel van het plangebied is de fundering van de woning nog aanwezig.
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.
BRONVERMELDING
INLEIDING EN ONDERZOEK
1.
INHOUDSOPGAVE
16
14
7
6
4
3
uitgevoerd
door
vaste medewerker de ethische gedragscode ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen Bekijk deze hier.
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan
een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog
steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een
rapport
wordt
een
voorgenomen
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
(Wnb)
of
het
provinciaal Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: de sloot aan de zuidoostelijke grens van het plangebied is ondiep en begroeid met grote lisdodde.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te
natuurbescherming
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
aanwezig.
dier- of plantensoorten is een
bescherming. De centrale vraag luidt:
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuur-
dit
vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde
In
Voor het opsporen, vangen (met toegestane
verricht.
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als
1.2 Doel en centrale vraag
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
Indien na het onderzoek geen overtredingen
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart
is
Het
onderzoek
dierecologie of bos -en natuurbeheer.
-regelgeving.
een
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
van
overtreding van de geldende natuurwet en
is
ecologen met een hbo of wo opleiding op
sprake
(ruimtelijke)
ontwikkeling
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
onderzocht te worden of met de voorgenomen
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
dient
daarom
Er
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een
bestemmingsplanwijziging.
1.3 Criteria
1.1 Aanleiding
1. INLEIDING & ONDERZOEK
4
3.10 Andere soorten 1.11 Zorgplicht
• •
op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een
de
volgende
Wet
getoetst de
artikelen 2.4 en 4.1).
Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft
Natuur worden geregeld.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.
• Bijzondere nationale gebieden. In de
wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de
omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning
• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit
van
wordt onderdelen
gebiedsbescherming natuurbescherming:
aan
Voor
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de
is hier te vinden.
2020). De exacte datum van invoering is nog niet bekend.
1.5.2 Gebiedsbescherming
rekening te houden met de vrijgestelde soorten.
Naar verwachting treedt binnenkort de Omgevingswet (Ow) in werking en zal
de huidige Wet natuurbescherming hierin verweven worden (Rijksoverheid,
worden wel altijd maatregelen voorgesteld om
Kader Omgevingswet (Ow)
vrijstelling dan niet geldt.Indien van toepassing
processchema.
Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
natuurbescherming.
activiteiten
is er geen kans op het overtreden van de Wet (éénmalige)
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).
Bij
(soortbescherming),
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
of
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
NNN-toetsing
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
een
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
3.1 benoemd.
natuurverbindingen.
• Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Ecologische verbindingszones (EVZ) of
in de Verordening Ruimte zijn aangewezen, zoals:
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
Habitatrichtlijn(soorten)
3.5
•
Vogelrichtlijn(soorten)
3.1
•
Wet natuurbescherming:
Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de
1.5.1 Soortbescherming
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die
provinciaal
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
aan
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
getoetst
Daarnaast
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
wordt
1.5.3 Provinciaal beleid
1.5 Reikwijdte
5
schaarse bebouwing in de vorm van woonhuizen, agrarische bedrijven, een camping en een manege. De werkzaamheden beperken zich tot het hele perceel en een deel van de omliggende sloot.
Het plangebied ligt aan Het Voorwerf 15-17 te Amsterdam en is gelegen in de provincie Noord-
Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat
3. realisatie van drie woningen met tuin en parkeerplaats.
is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de
plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied
In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het
Algemene opmerking:
niet bekend.
De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van deze quickscan nog
het water of langs de oever gewerkt. Er zullen mogelijk zanddepots ontstaan.
zonsopkomst. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt mogelijk in
geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt mogelijk gewerkt tussen zonsondergang en
uitgevoerd zullen worden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase mogelijk extra verlichting
harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Het is onbekend of er heiwerkzaamheden
Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 6) wordt verwacht dat er mogelijk lichte trillingen en
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Figuur 1: het plangebied is rood omrand (PDOK, 2020).
het plangebied eenvoudig kunnen bereiken, omdat er geen sloten aanwezig zijn aan de noordzijde
Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.
2. bouwrijp maken terrein inclusief verwijderen beplanting;
betreft de directe omgeving van het plangebied, weergeven in Figuur 1. Dit gebied loopt verder door
aan de noordwestelijke zijde, omdat mogelijk aanwezige soorten in en rondom de bebouwing daar
1. verwijderen restanten bebouwing;
een sloot. De sloot heeft aan de zijde van het plangebied oeverbeschoeiing. Het onderzoeksgebied
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
zuidoostelijke rand van het perceel. Ook zijn er meerdere bomen recent gekapt. Hiervan zijn de
stamvoeten nog aanwezig. Het perceel wordt aan de westelijke en zuidelijke zijde begrensd door
2.2 Werkzaamheden en planning
woonhuis. Alleen de fundatie van het woonhuis is nog aanwezig. Er staat een perenboom aan de
het plangebied uit een gedeeltelijk overgroeid, braakliggend terrein met de resten van een afgebrand
van het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat uit weilanden, akkers, sloten, wegen en
2.1 Huidige situatie
2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN
6
1.330
1.900 4.500
Afstand tot plangebied (in meters)
Toelichting op de afbeelding De omgeving van het plangebied bestaat uit weilanden en
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve
Algemene opmerking:
reiken.
bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied
Natuurnetwerk Nederland
Beschermd gebied cc Natura 2000-gebied*: 'Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske' Natura 2000-gebied: 'Markermeer & IJmeer' Deze gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie.
Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden
opzichte van beschermde gebieden.
In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Noord-Holland
3.1 Beschermde gebieden
3. RESULTATEN
7
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
van landschap. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen
Natura 2000-gebieden liggen daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping
oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling;
ontwikkeling.
7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de
gebieden (PDOK, 2020; provincie Noord-Holland, 2020). Inzoomen vergroot de leesbaarheid.
Figuur 2: ligging plangebied (rode stip in cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNN-
worden.
voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten
Door de aard van de activiteit en de afstand tot een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (1.900 meter)
de soortgroepen weidevogelsoorten. Er vindt geen externe werking plaats op het NNN-gebied of
NNN-gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1.330 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een
8
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
aan het veldbezoek diverse bomen en struiken gekapt.
Impressie plangebied: in het plangebied zijn een week voorafgaand
Toelichting op de afbeelding
komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.
uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8. Soorten die wel uit het bureauonderzoek
worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die
meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel
welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich
In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en
de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt.
omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in
het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden
stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting noordoost. De weersomstandigheden tijdens
Tijdens het veldbezoek op 28 april 2020 regende het, was het circa 9 graden, volledig bewolkt en
website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken.
het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Isabelle Bense MSc. Op onze
Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 23 april 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en
3.2 Beschermde soorten
9
is
een
nadere
onderbouwing
v = voortplantingsbiotoop
lg = leefgebied
Overig en omgeving
r = rust- of verblijfplaats
w = winterverblijfplaats
p = paarverblijfplaats
z = zomerverblijfplaats
k = kraamverblijfplaats
n = nest (vogels)
Verblijfplaatsen
vm = vestiging van deze soort is mogelijk
m = beschermde functie mogelijk aanwezig
Legenda Tabel 2:
beschermde functie is uitgesloten.
te vinden over waarom een soort of
Daar
verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9.
leesbaarheid van het rapport te vergroten.
Hier hebben we voor gekozen om de
waarvoor een overtreding verwacht wordt
In deze tabel staan enkel de soorten
Toelichting op Tabel 2:
m
a
m, vm
k, z, p, w
n
De oeverzwaluw kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: braakliggend terrein, verharding, ruigte, oever, struweel, afgesloten water en bomen. Zie Tabel 3 op pagina 11 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 5.1.1 voor de te nemen maatregelen.
Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kan aanwezig zijn, omdat
Essentieel foerageergebied:
extra geschikt als winterverblijf. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en spleten en holtes in bomen geschikt. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden. In het plangebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk in de boomholtes. Massawinterverblijfplaatsen: massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen ter hoogte van circa minimaal vier woonlagen. Deze zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, grote delen van watergangen gedempt of
in een spouwmuur of boomholte. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij
Er worden geen werkzaamheden aan gebouwen verricht. Wel wordt er een geschikte holteboom gekapt. De boom heeft diverse holtes, spleten en ruimtes onder de bast, waar vleermuizen verblijfplaatsen in kunnen hebben. De omgeving is geschikt als foerageergebied door de aanwezigheid van sloten, tuinen en bosschages. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt
van de functionele leefomgeving van de huismus. Er zijn zandige stukjes (zandbad) aanwezig en de kuilen in het plangebied kunnen vollopen met water, waardoor er poeltjes ontstaan (drinkwater). Deze elementen worden tijdens de werkzaamheden verwijderd. Aantasting van een deel van het leefgebied kan een aantasting van de nesten en rustplaatsen of van de bijbehorende de essentiële functionele leefomgeving opleveren. Bovendien kan er verstoring plaatsvinden indien er in de actieve nestperiode direct naast functioneel leefgebied en/of
In de bebouwing direct naast het plangebied (vier meter ten westen) zijn nesten van huismus mogelijk onder de
•
•
•
•
• •
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis
Huismus
zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
1 en 2
1 t/m 3
1 t/m 3
10
HR-soorten
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest
Artikel 1.11
en/of
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
Kans op overtreding Wnb2
Werkzaamheid1
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
Te verwachten functies
Toetsing aan de Wnb
Resultaten a/m/ vm
Zie Figuur 4 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10
is
een
nadere
onderbouwing
v = voortplantingsbiotoop
lg = leefgebied
Overig en omgeving
r = rust- of verblijfplaats
w = winterverblijfplaats
p = paarverblijfplaats
z = zomerverblijfplaats
k = kraamverblijfplaats
n = nest (vogels)
Verblijfplaatsen
vm = vestiging van deze soort is mogelijk
m = beschermde functie mogelijk aanwezig
Legenda Tabel 2:
beschermde functie is uitgesloten.
te vinden over waarom een soort of
Daar
verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9.
2
vm
z, w, v
r, lg
Voorbeelden voortplantingbiotoop: (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Voorbeelden geschikt terrestrisch biotoop: (teelt)akkers, zandafgravingen. Zomerverblijfplaatsen: kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels. Voorbeelden winterverblijfplaatsen: (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages/struwelen boven het grondwater.
Aanwezigheid van rugstreeppad kan wel uitgesloten worden, omdat er geen geschikte combinatie van habitats aanwezig was, voor het verwijderen van de bomen en struiken op het perceel, wat een week voorafgaand aan het veldbezoek heeft plaatsgevonden. De sloot ten zuiden van het plangebied was vegetatierijk voorafgaand aan deze kapwerkzaamheden en de kuilen waren bedekt met puin, volgens luchtfoto's.
Rugstreeppad is een zeer mobiele soort, die snel nieuwe gebieden kan koloniseren. Er zijn geen barrières aanwezig tussen de bekende waarnemingen en het plangebied. Daarom kan vestiging van rugstreeppad niet uitgesloten worden.
De vestiging van rugstreeppad kan niet uitgesloten worden, omdat: • De dichtsbijzijnde bekende waarneming is op 600 meter van het plangebied bij een sloot tussen twee weilanden. Deze waarneming is uit 2017. Er zijn ook waarnemingen bekend van april 2020 op 1.000 meter van het plangebied. • Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig. Er liggen losse stenen en stammen in het plangebied, die als zomerverblijfplaats gebruikt kan worden. In de omliggende percelen zijn struwelen en bosschages aanwezig, die als winterverblijfplaats kunnen dienen. Struwelen en bosschages waren ook aanwezig in het plangebied een week voorafgaand aan het veldbezoek. De takkenhopen en delen vergraafbaar zand, die nu in het plangebied aanwezig zijn, kunnen ook dienst doen als winterverblijfplaats voor de rugstreeppad. Ook kunnen er winterverblijfplaatsen ontstaan tijdens de werkzaamheden in de vorm van hopen vergraafbaar zand. De sloot ten zuiden van het plangebied is ondiep en kan als voortplantingsbiotoop dienen. Ook zijn er diverse kuilen aanwezig in het plangebied, die tijdelijk kunnen vollopen met water en daardoor ook geschikt worden als voortplantingsbiotoop.
Er is geschikt biotoop aanwezig. Hermelijn, wezel en steenmarter kunnen in verscheidene landschappen (macrohabitats) tructuurrijke en/of geen accidenteerde terreinen met een afwisseling van bijvoorbeeld graslanden en houtwallen. Het plangebied ligt in cultuurlandschap met afwisseling van weilanden, sloten, bosschages, bermen en tuinen. In het plangebied zelf zijn takkenhopen, ruigtes en oevers aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied zijn weilanden en bosjes aanwezig. Dit maakt het plangebied en de omgeving geschikt als jachtgebied voor marters. Verblijfplaatsen: in het plangebied is een holteboom aanwezig met een holte groter dan 5 centimer doorsnede. Deze boom is echter niet dik genoeg om als geschikte verblijfplaats voor steenmarter te dienen. Er waren ook geen sporen aanwezig, die indiceren dat er een steenmarter in aanwezig is. zuidoostelijke deel van het plangebied. Deze holte loopt door onder de grond en de opening is groot genoeg voor marters om te gebruiken. Het hol is beschut door de aanwezige vegetatie. Mogelijk hebben marters zich reeds gevestigd in dit hol. Ook zijn er diverse takkenhopen aanwezig in het plangebied, die marters als verblijfplaats kunnen gebruiken. De takkenhopen liggen nog niet lang in het plangebied. De bomen waar de takken van afkomstig zijn, zijn de week voorafgaand aan het veldbezoek gekapt.
Marters kunnen zich vestigen in deze takkenhopen. Waarnemingen: er zijn waarnemingen bekend van hermelijn, wezel en steenmarter op respectievelijk 810 meter, 940 meter en 7.700 meter van het plangebied. In de afgelopen vijf jaar zijn er 25 waarnemingen van hermelijn en vijf van wezel bekend binnen drie kilometer van het plangebied.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Rugstreeppad
m, vm
1 t/m 3
1 t/m 3
Marters
leesbaarheid van het rapport te vergroten.
HR-soort
11
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4
Artikel 3.10 lid 1, 2 en 4
Kans op overtreding Wnb2
Hier hebben we voor gekozen om de
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Te verwachten functies
Toetsing aan de Wnb
waarvoor een overtreding verwacht wordt Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 Zie Figuur 4 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
Resultaten (vervolg)
In deze tabel staan enkel de soorten
Toelichting op Tabel 2:
rugstreeppad vormen.
Takkenhopen fundering woning, stammenhopen
Verharding algemeen
oeverzones met riet en grote lisdodde
Struweel
Ruigte
Oever
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Diverse kuilen in het plangebied kunnen vollopen met water en daardoor ook geschikt voortplantingsbiotoop voor
kunnen door marters als jachtgebied gebruikt worden. Hier kunnen ook diverse zorgplichtsoorten voorkomen.
komen in de pannendaken in de omliggende bebouwing en het braakliggend terrein, de ruigte en de perenboom in
een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. De holteboom kan gebruikt worden
waarnemingen. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze
Figuur 4: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante
beschermd nest, Z = Zorgplichtsoorten (zie par. 3.3)
perenboom en dode boom met holtes
Bomen of bos (niet lijnvormig)
aarde
sloten
Afgesloten water
Braakliggend terrein
Beschrijving biotoop
Aanwezige biotopen
roodstaart
mus, heggenmus, kneu
winterkoning -
graspieper, fazant, rietgors
wilde eend, waterhoen, kleine karekiet
scholekster, kleine plevier,
vink
spreeuw (holtes), pimpel-
n.v.t.
geen volledige lijst):
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
12
greppelrus in het plangebied. Deze soort is niet beschermd.
Impressie plangebied: er groeien meerdere individuen van
Toelichting op de afbeelding
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
watersalamander. In de oever worden soorten verwacht, zoals: veldmuis en bruine kikker.
In het water worden soorten verwacht, zoals: bastaardkikker, bruine kikker, meerkikker en kleine
Water en oever
woelrat en gewone pad.
In de ruigte kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: bosmuis, dwergspitsmuis, egel, huisspitsmuis,
Ruigte
mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd.
In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening
Dieren
kroontjeskruid en greppelrus. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn
robertskruid, ruwe berk, zachte berk, lijsterbes, raapzaad, wikke spec., schijfkamille, tuinwolfsmelk,
klein kruiskruid, gewone hoornbloem, look-zonder-look, gewoon speenkruid, bernagie, grote ereprijs,
gewone melkdistel, Hollandse linde, narcis, gestreepte witbol, blaartrekkende boterbloem, straatgras,
hondsdraf, kleefkruid, zilverschoon, akkerdistel, wilgenroosje, heermoes, bezemkruiskruid, bijvoet,
Planten
worden.
In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat
3.3 Zorgplicht
13
Zie paragraaf 4.2
bijlagen zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 9.
Hoofdstuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de
gegeven over de begrenzing van het plangebied en welke werkzaamheden getoetst zijn.
informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie
te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke
In 4.1 is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie
Algemene opmerking:
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
vinden waarin de vervolgstappen zijn opgenomen met een indicatieve doorlooptijd.
benodigd is, maar waarvoor wel maatregelen benodigd zijn. In Bijlage 11 is een stroomschema te
Zie paragraaf 5.1 voor informatie over hoe om te gaan met soorten waarvoor geen onderzoek
Verder zijn de plannen niet in strijd met provinciale gebiedsbescherming.
Wet natuurbescherming, namelijk door stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.
De voorgenomen ontwikkeling is mogelijk ook in strijd met het onderdeel gebiedsbescherming uit de
direct naast het plangebied en maakt het plangebied mogelijk deel uit van de functionele leefomgeving.
worden.
x
x = maatregel of onderzoek is benodigd, (x) = onderzoek is enkel benodigd als de maatregelen niet uitgevoerd kunnen
x
zie paragraaf 4.2
Overig/opmerking
voorzorgsmaatregelen worden genomen. Daarnaast zijn er mogelijk nesten van huismussen aanwezig
Rugstreeppad
x
Marters
x
(x)
x
Vleermuizen
Onderzoek
x
x
Maatregel
Huismus
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
Soort(groep)/gebied
Tabel 4: Samenvatting conclusie
zonder jaarrond beschermd nest', marters en rugstreeppad zich vestigen in het plangebied, als er geen
en 'vogels zonder jaarrond beschermd nest' in het plangebied aanwezig zijn. Ook kunnen 'vogels
uit de Wet natuurbescherming. Er kunnen namelijk verblijfplaatsen van vleermuizen, marterachtigen
De voorgenomen ontwikkeling is naar verwachting mogelijk in strijd met het onderdeel soortbescherming
Hieronder volgt een antwoord op de centrale vraag. In tabel 4 is de conclusie samengevat.
de uitvoering gestart kan worden?
bescherming (Wnb) of het provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuur-
De conclusie geeft antwoord op de centrale vraag:
4.1 Conclusie
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
14
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
een natuurlijke oever aan de zuidzijde en is begroeid met riet.
De sloot aan de zuidwestelijke grens van het plangebied heeft
Toelichting op de afbeelding
additioneel onderzoek benodigd naar mogelijke verblijfslocaties in de takkenhopen.
peer). Indien niet aan de maatregel genoemd in paragraaf 5.1.4 voldaan kan worden, is er
weken cameravallen opgehangen worden op de mogelijke verblijfslocatie (hol onder boomvoet
voor de wezel en hermelijn (Bouwens, 2017). Tijdens deze periode dienen gedurende zes
welke globaal loopt van maart t/m augustus voor de steenmarter, en van mei t/m augustus
• Marters: Dit onderzoek dient bij voorkeur verricht te worden in de voortplantingsperiode,
(momenteel: 2017). Er zijn onder andere veldbezoeken in het voorjaar en in het najaar benodigd.
plaats te vinden tussen half mei en half oktober volgens het meest recente vleermuisprotocol
in paragraaf 5.1.3 voldaan kan worden, is onderzoek benodigd. Dit onderzoek dient globaal
• Vleermuizen: zie Tabel 2 voor de soorten en functies. Indien niet aan de maatregelen genoemd
vinden door het uitvoeren van minimaal twee veldbezoeken in de periode april t/m 20 juni.
• Er is een aeriuscalculatie • Huismus: nesten en functionele leefomgeving. Dit onderzoek dient bij voorkeur plaats te
(mogelijk) wordt overtreden, wordt hieronder de vervolgstap beschreven.
Voor iedere soort waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie
4.2 Nader onderzoek is nodig voor de volgende soorten en gebieden
15
verricht te worden naar verblijfplaatsen in de takkenhopen, zie paragraaf 4.2.
Indien het niet mogelijk is om aan deze maatregelen te voldoen, dan dient additioneel nader onderzoek
Doe dit uiterlijk binnen 10 dagen na ontvangst van dit rapport.
Maatregel: Verwijder de takkenhopen zo spoedig mogelijk uit het gebied om vestiging te voorkomen.
5.1.3 Marters
te worden, zie paragraaf 4.2.
Indien het niet mogelijk is om aan deze maatregelen te voldoen, dan dient nader onderzoek verricht
holteboom met verlichting. Voorkom sterke trillingen. Werk niet tussen zonsondergang en zonsopgang.
Maatregel: voorkom het kappen van de boom met geschikte holtes. Voorkom het beschijnen van de
5.1.2 Vleermuizen
bouwmaterialen geheel af met een stevig zeil of doek.
eind juli) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het plangebied. Of dek de
Maatregel: voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode (globaal van half maart t/m
beschermd en zal hier rekening mee gehouden moeten worden.
en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Als de soort tot broeden komt op het terrein is het nest
Vogelsoorten zoals de witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen
Witte kwikstaart en zwarte roodstaart
de vorm van zanddepots en afgravingen). Of zorg voor geleidelijke overgangen met een minimale
Voorkom vestiging van oeverzwaluw door in de periode april t/m juni steilwanden te voorkomen (in
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Indien het niet mogelijk is om buiten deze broedperiode te werken, kan maatregel 2 uitkomst bieden.
aanwezige biotopen, verwachten wij dat de broedperiode loopt van half maart t/m half augustus.
basis van het veldbezoek waarin we op aanwezige vogelsoorten hebben gelet én op basis van de
Maatregel 1: verricht de werkzaamheden buiten de broedperiode van de aanwezige soorten. Op
alle broedende in Europa inheemse vogelsoorten zijn te allen tijde beschermd.
nest zijn verboden. De meeste vogels broeden globaal tussen half maart en half augustus. Echter,
beschadigd, weggehaald of vernietigd worden. Ook verstoringen die leiden tot het verlaten van het
van instandhouding van een in Europa inheemse vogelsoort. Nesten van deze soorten mogen niet
5.1.1 Vogels zonder jaarrond beschermd nest
marterachtigen, steenmarter en rugstreeppad.
Er zijn maatregelen nodig voor de volgende beschermde soorten: vogels, vleermuizen, kleine
5.1 Maatregelen beschermde soorten
wanneer de gegeven adviezen niet passen in de uitvoering of planning.
Daarnaast wordt in paragraaf 5.4 besproken wat u kunt doen bij een wijziging van de ontwikkeling of
• 5.1 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10); • 5.2 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11); • 5.3 Bovenwettelijke maatregelen.
de uitvoering van de werkzaamheden. De maatregelen zijn opgedeeld in:
Hieronder volgen de te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens
aantoonbaar volgens de wet te werken (omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 5.4.
Oeverzwaluw
van broedende vogels. Een gunstige uitkomst van de inspectie is vooraf niet te geven.
voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke
werkzaamheden wél mogelijk zijn. Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om
ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden alsnog
Maatregel 2: laat voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitvoeren door een
Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen
Algemene opmerking:
5. MAATREGELEN
16
enkel plaatsvinden als zowel de water- als de luchttemperatuur boven de 10 graden is. Bij
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo,
geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen, egels) om
koudere temperaturen enkel na beoordeling van een ecoloog, vanwege de winterrust.
verbinding. Werkzaamheden in watergangen tijdens de periode november- maart kunnen
maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
• Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit
zaad gezet. Voor vissen geldt: werk van een dood einde van een watergang naar een
In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende
• Werkzaamheden in de watergangen dienen zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden in de
zijn nodig om schade aan individuen of populaties te voorkomen:
lateralimarginalis), zwanenmossel en gewone poelslak kunnen aanwezig zijn. De volgende maatregelen
zeelt en kleine modderkruiper. Ook waterfauna zoals grote spinnende watertor, tuimelaar (Cybister
In het plangebied kunnen algemene zorgplichtsoorten voorkomen, zoals tiendoornige stekelbaars,
voldaan kan worden.
in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met
• Werk bij voorkeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet
plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
• Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige
maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
In het plangebied kunnen soorten voorkomen zoals benoemd in paragraaf 3.3. De volgende
diverse muizensoorten. Plant nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt.
5.2.1 Zoogdieren
maatregelen minimaal benodigd om nadelige gevolgen te voorkomen.
Indien niet voldaan kan worden aan de strategie in bovenstaand kader, dan zijn de volgende
verwacht worden.
van. In paragraaf 3.3 zijn per biotoop de zorgplichtsoorten opgenomen die in het plangebied
2. Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden
1. In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden
Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd:
Strategie zorgplicht:
worden. Hieronder volgt de strategie om met deze soorten om te gaan, zie kader.
In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat
5.2 Zorgplichtmaatregelen
houtafval of stenen. Verwijder dit direct uit het plangebied.
• Zorg dat er voldoende dekking aanwezig blijft van bosschages voor bijvoorbeeld de egel en
zoals bosschages en ruigtes.
winterverblijfplaatsen ontstaan, zoals hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal (bijv. puin), hopen
de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen,
Maatregel 3: voorkom dat er in de periode april t/m eind november nieuwe zomer- en/of
tussen zonsondergang en zonsopkomst.
• Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten
zodat dieren kunnen vluchten.
• Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet
enkel toepasbaar om nieuwe vestiging in geschikt voortplantingsbiotoop te voorkomen.
dat deze direct gedempt worden. Denk hierbij aan regenplassen en bandensporen. Deze maatregel is
Maatregel 2: voorkom dat er in de periode april t/m eind augustus ondiepe wateren ontstaan of zorg
Maatregel 1: verwijder de aanwezige takkenhopen, stammenhopen en stenen direct uit het plangebied.
5.1.4 Rugstreeppad (vestiging voorkomen)
17
er ecologische, economische of sociale voordelen kunnen ontstaan. In
uitgelegd wat een groendak is en worden diverse ecologische en economische voordelen benoemd. Er is ook een handreiking groene daken ontwikkeld, waarin details staan over wat een groendak is, de voordelen en hoe een groendak kan worden aangelegd.
rapport wordt dus in principe geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk
beschermd zijn. Maar ook niet-beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast
zijn er vaak ecologische kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om
ook daar aandacht aan te geven.
vlinders en vogels een hogere waarde dan uitheemse planten. Kies bij aanplant voor streekeigen soorten van autochtoon materiaal. Vermijd daarnaast te allen tijde de aanplant van invasieve exoten, zoals japanse duizenknoop, watercrassula en grote waternavel.
Bij een vervolgmeting kan de bijdrage dan objectief worden bepaald. Vraag de projectadviseur
gerust om de folder of om meer informatie.
jongere takken door elkaar liggen, trekt dit meer soorten aan dan wanneer alle takken in een zelfde stadium van verval zitten. Laat deze eventueel begroeien met braam en/of klimop.
informatie beschikbaar ter inspiratie.
Denk aan de huismus als er een vogelschroot wordt geplaatst. Doe dit dan ter hoogte van de
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
praktijk slechts zelden) zijn ongeschikt.
of plaats een goedwerkend model
worden. Via Stichting de witte mus zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen
derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst
dienen één keer per jaar aangevuld te worden met wat verse takken. Wanneer er oude en
binnen de takkenril (soort hout, dikte van de gebruikte takken) hoe meer verschillende soorten
Plaats een takkenril. Takkenrillen bieden schuil- en verblijfplaatsen voor grondgebonden
Faunavriendelijke elementen
aanplant van inheemse struiken en bomen of leg een (grote) poel aan. Op vleermuis.net is meer
spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatregelen, zoals
In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om
bij nieuwbouw.
Raadpleeg de 'checklist groen bouwen' om te zien welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden
worden voor biologisch zaad van inheemse kruiden met een regionale herkomst.
eenvoudigste manier. Indien toch voor inzaaien wordt gekozen, dan dient bij voorkeur gekozen te
Binnen het plangebied zijn de volgende ecologische kansen of mogelijkheden aanwezig:
Nieuwbouw
is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren. Spontane ontwikkeling is de
5.3.1 Ecologische kansen
deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang met ruigtekruiden. Deze rand
Realiseer een rand of plek met ruigtekruiden. Door een plek met ruigtekruiden te realiseren en
Kies voor de beplanting voor inheemse bomen en struiken. Deze planten hebben voor insecten,