3a. Oud West 2018 4e herziening_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Oud West 2018 4e Herziening
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Oud West 2018 4e herziening
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.E2203BPSTD-VG01
Datum print
22 Augustus 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Data-analyse groenpercentage particuliere tuinen
7
Bijlage 2
Advies GGD
17
Bijlage 3
Onderzoek HvA, de hittebestendige stad
23
Bijlage 4
Advies Rainproof
153
Bijlage 5
Cultuurhistorische analyse binnentuinen
161
Bijlage 6
Cultuurhistorische verkenning Oud-West
297
Bijlage 7
Vergelijking bouwblokken
337
Bijlage 8
Nota van beantwoording zienswijzen
365
Bijlage 9
Nota van wijzigingen
395
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)
blz. 5
Bijlagen bij toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)
blz. 7
Bijlage 1
Data-analyse groenpercentage particuliere tuinen
Gemeente Amsterdam
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
Een onderzoek naar het groenpercentage en het vergroeningspotentieel van de Nederlandse particulierentuin 10 oktober 2019
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener De Nederlandse particulierentuin bestaat voor 36% uit vegetatie en is dus voor iets meer dan een derde ‘groen’. Dit blijkt uit een omvangrijke data-analyse op basis van openbare bronnen die is uitgevoerd door Deloitte in samenwerking met Climate Adaptation Services (CAS). Ook blijkt dat er grote verschillen zijn tussen buurten en gemeenten. Zo zijn de tuinen van Rotterdammers maar liefst drie keer groener dan de tuinen van Amsterdammers. Het aandeel groen in tuinen kan relevant zijn voor beleidsmakers, omdat vegetatie in bewoond gebied zorgt voor verkoeling, goede afwatering, biodiversiteit en CO2-vermindering.
2
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener De Nederlandse particulierentuin is gemiddeld voor 36% bedekt met groen. Het is voor het eerst dat door middel van data-analyse feitelijk is vastgesteld hoe hoog het groenpercentage is in de tuinen van Nederland. Dit onderzoek laat op landelijk, gemeentelijk en buurtniveau zien hoe groen de tuinen zijn. Ook is berekend hoeveel oppervlakte deze tuinen in beslag nemen. Op basis daarvan is te bepalen wat het vergroeningspotentieel is in gemeenten en in buurten. De vijf grootste steden In stedelijke gebieden zijn deze positieve effecten van vegetatie extra welkom, met name de verkoeling die het met zich meebrengt kan van waarde zijn in steden. In stedelijk gebied kan warmte namelijk minder goed weg en in stenen wordt hitte lang vastgehouden. Dit zogeheten Urban Heat Island-effect zorgt ervoor dat het in Nederlandse steden soms tot 8°C warmer is dan in de rest van het land1. Dit onderzoek zoomt daarom extra in op de vijf grootste steden van Nederland. Zo is voor deze steden berekend met hoeveel graden Celsius de temperatuur zou kunnen dalen als al het vergroeningspotentieel in zijn volledigheid zou worden benut. Rotterdammers hebben drie keer groenere tuin dan Amsterdammers Uit deze analyse komen aanzienlijke verschillen tussen gemeenten en buurten naar voren.
Misschien wel het opmerkelijkste verschil vinden we terug tussen de grote steden. Zo blijkt dat de tuinen in Rotterdam (gemiddeld voor 33% bedekt met vegetatie) maar liefst drie keer groener zijn dan de tuinen in Amsterdam (gemiddeld voor 11% bedekt met vegetatie). Bovendien blijkt dat lage percentage groen in de Amsterdamse tuinen, voldoende voor het predicaat ‘de Nederlandse gemeente met de minst groene tuinen’.
4 40 9,3 3
datasets zijn gebruikt per berekening. Alle vier openbaar en gratis toegankelijk
cloud-computers door heel Europa hebben 2 weken lang, 24 uur per dag gerekend
miljoen adressen in Nederland zijn geanalyseerd
miljard m² tuin is gecontroleerd op het percentage groen
De terminologie in dit rapport Particulierentuin (vanaf nu ‘tuin’): een tuin die zich in een perceel met een woonfunctie bevindt. Vegetatie (vanaf nu ‘groen’): grond die volgens de NDVI-index een waarde heeft van 0,2 of hoger wordt beschouwd als vegetatie (zie volgende hoofdstuk). Groenpercentage: het percentage groen per m² per particulierentuin in een bepaald gebied. Vergroeningspotentieel: het aantal m² aan tuin in een bepaald gebied dat nog bedekt kan worden met groen.
1Steeneveld et al. 2011. Quantifying urban heat island effects and
human comfort for cities of variable size and urban morphology in the Netherlands
3
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
Hoe 3 miljard vierkante meter aan tuin is geanalyseerd Eenvoudige adresgegevens hebben uiteindelijk geleid tot nauwkeurige data over het groenpercentage per tuin. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit in zijn werk is gegaan. Deze data-analyse is onder te verdelen in drie fasen die beantwoorden aan drie vragen. Waar zijn woningen op de begane grond? Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat een tuin zich op de begane grond moet bevinden. In deze stap zijn woningen op de begane grond geïdentificeerd. Het verzamelen van de benodigde data is begonnen bij de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Hieruit zijn alle 9,3 miljoen adressen in Nederland opgehaald. Van elk adres is vervolgens nagegaan of het gaat om een woonfunctie. Ook is gecontroleerd of het een uniek pand betreft. Hierdoor is een pand met meerdere woonlagen maar een keer meegeteld.
Woningen van Nederland Alle 9,3 miljoen Nederlandse adressen woonfunctie?
nee
ja uniek pand?
5,2 miljoen unieke panden met woonfunctie
ja
nee
Waar precies bevinden zich deze tuinen? Per pand zijn de coördinaten van het pand opgehaald bij de BAG en de perceelcoördinaten bij de Basisregistratie Kadaster (BRK). Deze zijn gecombineerd om alleen de coördinaten van alleen de tuin over te houden. Panden zonder tuin vallen hier af.
Berekening tuincoördinaten
Pand
Perceel
Tuin
Welk deel van deze tuinen bestaat uit groen? Met de coördinaten is het juiste stuk luchtfoto opgehaald uit Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK). Er is gebruik gemaakt van een infraroodluchtfoto uit 2018 waarop groen (vegetatie) rood oplicht. Met deze methode is gras goed van kunstgras te onderscheiden, wat op basis van een gewone foto moeilijk is. Voor iedere pixel in de weergave van de tuin is vervolgens de NDVI-waarde berekend. NDVI staat voor Normalized Difference Vegetation Index en is de internationale standaard voor het meten van vegetatiekwaliteit. Elke pixel krijgt een waarde tussen de -1 (water) en 1 (bebossing). Een NDVI-waarde van hoger dan 0,2 geldt als ‘groen’. Uiteindelijk is zo per m² het groenpercentage vastgesteld.
Gewone foto versus infraroodfoto
Gras
Kunstgras
4
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
De tuinen van Nederland in kaart Nu het groenpercentage voor alle Nederlandse tuinen berekend is, blijkt dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten en buurten. Op de online interactieve kaart kun je de gegevens vinden van de tuinen in jouw gemeente en jouw buurt. Op de kaart van Nederland zijn alle gemeenten vertegenwoordigd door een gekleurde stip. Hoe donkerder groen de stip, hoe groener de tuin gemiddeld in deze gemeente. Hoe donkerder rood, hoe lager het groenpercentage. Het globale beeld is dat de Nederlandse tuin een stuk groener kan. Uit de analyse van de 3 miljard vierkante meter aan Nederlandse tuin blijkt dat 36% daarvan is bedekt met groen. De verschillen zijn echter groot. Een mogelijke verklaring ligt in de oppervlakte van tuinen. Uit deze analyse blijkt namelijk dat hoe groter de tuin is, hoe hoger het groenpercentage. Wassenaar de groenste, Amsterdam de minst groene tuinen Het hoogste groenpercentage in tuinen wordt gehaald in de gemeente Wassenaar. Maar liefst 70% van de tuin is hier bedekt met groen. Amsterdam scoort het laagst: slechts 11% van de tuinen in Amsterdam is bedekt met groen.
Nederland - 36%
Groene en minder groene buurten Op de kaart van gemeenten is elke buurt vertegenwoordigd door een stip. Ook hierbij geldt: hoe donkerder groen de stip, hoe groener de tuin gemiddeld in de buurt. Hoe donkerder rood, hoe lager het groenpercentage.
285.000 voetbalvelden Naast het groenpercentage is ook het vergroeningspotentieel berekend voor Nederland en voor de afzonderlijke gemeenten en buurten. Dit vergroeningspotentieel is het totaal aan vierkante meters per tuin die tijdens de analyse niet bedekt was met groen. Voor heel Nederland komt dit vergroeningspotentieel neer op 1,4 miljard m². Ter vergelijking, dit is meer dan 14 keer de oppervlakte van de gemeente Utrecht of 285.000 voetbalvelden.
Wassenaar - 70%
Amsterdam - 11%
Groenpercentage per m2 tuin 0%
100%
5
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
De 5 grootste steden van Nederland Een blik op de vijf grootste steden van Nederland toont dat er grote verschillen zijn in de hoeveelheid groen die stedelingen in hun tuinen hebben. Zo blijken Rotterdammers drie keer groenere tuinen te hebben dan Amsterdammers. Van de vijf grootste steden van Nederland haalt geen enkele een groenpercentage dat gelijk is aan of hoger dan het landelijk gemiddelde. Rotterdam komt nog het meeste in de buurt met een groenpercentage van 33%. Als buurgemeente van Wassenaar (70%) heeft Den Haag een flink lager groenpercentage, namelijk 31%. Eindhoven (23%) en Utrecht (16%) volgen op plek 3 en 4. Amsterdam scoort met 11% het laagst. Het lage groenpercentage in steden kan mogelijk gedeeltelijk worden verklaard door de tuinen die in steden gemiddeld kleiner zijn dan in de rest van het land. Groenpercentage 33%
Den Haag
31%
8,2 8,6
23%
Utrecht Amsterdam
Op het gebied van vergroeningspotentieel liggen de vijf steden minder ver uiteen. Amsterdam heeft als stad met het laagste groenpercentage ook in absolute zin het hoogste vergroeningspotentieel.
Vergroeningspotentieel in miljoen m²
Rotterdam
Eindhoven
Vergroeningspotentieel
16% 11%
10,0 8,3 11,5
6
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
De temperatuur in de vijf grootste steden Nu het vergroeningspotentieel van de vijf grootste steden van Nederland berekend is, kan ook worden gekeken naar wat het effect op de temperatuur zou zijn van het volledig benutten van dit vergroeningspotentieel. De reden dat in dit onderzoek expliciet wordt gekeken naar de vijf grootste steden, is dat meer groen in deze stedelijke gebieden relatief zeer waardevol zou kunnen zijn. Steden zijn gemiddeld 3°C en soms tot zo’n 8°C warmer dan de rest van het land. Dit komt onder meer doordat stenen warmte vasthouden waar groen juist zorgt voor verkoeling. Uit eerder onderzoek blijkt dat voor elke 10% toename van groen in de gehele buurt (en dus niet alleen in tuinen), de temperatuur in de buurt met 0,6°C daalt. Daarmee rijst de vraag, wat als de vijf grootste Nederlandse steden hun volledige vergroeningspotentieel zouden benutten? Zou dit kunnen leiden tot een vermindering van het Urban Heat Island-effect dat zorgt voor het verschil in temperatuur tussen steden en de rest van het land?
temperatuur in de vijf grote steden met de hieronder weergegeven graden zou dalen. Het gaat hierbij slechts om het benutten van het vergroeningspotentieel van tuinen. Als ook het vergroeningspotentieel van de openbare ruimte zou worden berekend en benut zou dit effect veel sterker kunnen zijn. Voor het berekenen van de overige positieve effecten van groen (verkoeling, goede afwatering, biodiversiteit en CO2vermindering) bleken geen modellen voor handen die toepasbaar zijn op deze dataset (op landelijk, gemeente- en buurtniveau).
Benutten van het vergroeningspotentieel
Eindhoven
Als de bevinding van het effect van groen op de temperatuur in buurten wordt doorgetrokken naar het gehele stedelijke gebied, betekent dit dat bij het benutten van het volledige vergroeningspotentieel, de
Utrecht
Potentiele temperatuurdaling in °C * Rotterdam Den Haag
Amsterdam
0,23 0,47 0,68 0,53 0,42
* De potentiele temperatuurdaling in °C is ter indicatie berekend voor de vijf grootste steden maar is in principe voor elke gemeente te berekenen. 7
Nederlandse tuin kan bijna drie keer groener
Contact
Louise van Loon Senior manager Monitor Deloitte Mobiel: +31630648986 Werk: +31882886565 E-mail: lvanloon@deloitte.nl
Marloes de Raad Manager Deloitte Consulting Analytics & Cognitive Mobiel: +31682019098 Werk: +31882886072 E-mail: mderaad@deloitte.nl
Frank ten Have Partner Deloitte Financial Advisory Mobiel: +31652615018 Werk: +31882882462 E-mail: ftenhave@deloitte.nl
Auteurs •
Louise van Loon
•
Marloes de Raad
•
Frank ten Have
•
Maarten Snijders
•
Roos Klaassen
•
Sophie Slinkert
•
Naomi Verdult
•
Sandy Hofland (CAS)
•
Koen Veenenbos (CAS)
•
Arjen Koekoek (CAS)
•
Fons Mentink
•
Pim Peeters
•
Evert Haasdijk
•
Pouya Zarbanoui
•
Erica Kostense-Smit
•
Danielle Schuitemaker
8
Deloitte refers to one or more of Deloitte Touche Tohmatsu Limited ("DTTL"), its global network of member firms, and their related entities. DTTL (also referred to as "Deloitte Global") and each of its member firms are legally separate and independent entities. DTTL does not provide services to clients. Please see www.deloitte.nl/about to learn more. Deloitte is a leading global provider of audit and assurance, consulting, financial advisory, risk advisory, tax and related services. Our network of member firms in more than 150 countries serves four out of five Fortune Global 500® companies. Learn how Deloitte’s approximately 286,000 people make an impact that matters at www.deloitte.nl. This communication contains general information only, and none of Deloitte Touche Tohmatsu Limited, its member firms, or their related entities (collectively, the “Deloitte network”) is, by means of this communication, rendering professional advice or services. Before making any decision or taking any action that may affect your finances or your business, you should consult a qualified professional adviser. No entity in the Deloitte network shall be responsible for any loss whatsoever sustained by any person who relies on this communication. © 2019 Deloitte The Netherlands Designed by CoRe Creative Services. RITM0329175
blz. 17
Bijlage 2
Advies GGD
Gemeente Amsterdam
Gezondheid en Welzijn - GGD Advies op bebouwing in binnentuinen De binnentuinen van Oud West zijn van groot belang voor een prettig leefklimaat en voor de gezondheid van de bewoners. Het is belangrijk dat de binnentuinen niet verder verstenen en/of (visueel) verdichten. In de zomer heeft de stad te maken met hittegolven en de verwachting is dat in de toekomst de temperaturen verder zullen stijgen en er vaker hevige regenval zal plaatsvinden. Gezondheidsrisico’s van hitte Het probleem Hoge temperaturen vormen een risico voor de gezondheid. Als gevolg van klimaatverandering zal het aantal hete dagen (en nachten) per jaar stijgen. Het is daarom waarschijnlijk dat hitte gerelateerde ziekten in de toekomst vaker plaats zullen vinden.1 Het is belangrijk dat Oud-West rekening houdt met hitteproblematiek en inspeelt op de te verwachten ontwikkelingen. Oud-West behoort tot de dichtst bebouwde woonomgevingen van Amsterdam. Door het zogeheten stedelijk hitte-eilandeffect is het vooral in de avond en ’s nachts een paar graden warmer dan op het platteland. In Nederlandse steden is het soms tot 8°C warmer dan in de rest van het land.2 De gebouwde omgeving en de inrichting van de stad kunnen ervoor zorgen dat de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties onaangenaam hoog worden door de afwezigheid van schaduw door bomen en uitstraling van materialen zoals stenen en asfalt.
Verschillen in gevoelstemperatuur tussen verschillende plekken in de stad kunnen hierdoor oplopen tot 22°C.3
Kaart hitte-stress (Bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal) Deze kaart geeft het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) weer in °C. Dit is het gemiddelde luchttemperatuursverschil tussen de stedelijke en omliggende landelijke gebieden. Het stedelijk hitte-eiland effect is het sterkst 's nachts. Het zorgt ervoor dat de luchttemperatuur 's nachts niet daalt waardoor gevoelige bevolkingsgroepen (baby's, kinderen, ouderen) gezondheidseffecten ondervinden. De waarden op de kaart zijn jaargemiddelden. Het temperatuurverschil tussen stad en omringend gebied blijft daardoor onder de 3 graden. Op hete zomerdagen kan het verschil echter beduidend verder oplopen dan de waarden in de kaart, zeker tijdens de avonden als het platteland sneller afkoelt dan de stad
1
https://www.nationalgeographic.com/news/2017/06/heatwaves-climate-change-global-warming/ Steeneveld et al. 2011. Quantifying urban heat island effects and human comfort for cities of variable size and urban morphology in the Netherlands. 3 Klok, L., Rood, N., Kluck, J., & Kleerekoper, L. (2018). Assessment of thermally comfortable urban spaces in Amsterdam during hot summer days. International Journal of Biometeorology, 63(2), 129–141 2
Steden worden warmer gedurende de dag en blijven ’s nachts ook langer warm dan het platteland. De grootte van dit stedelijk hitte-eiland effect hangt sterk af van de dichtheid en hoogte van de bebouwing en van de hoeveelheid groen.4 Donkere oppervlaktes absorberen de hitte namelijk meer dan witte of groene oppervlaktes. Oud-West is een van de dichtst bebouwde gebieden van Amsterdam. Hittestress is hier een punt van zorg. Dit speelt des te meer nu de temperaturen door klimaatverandering stijgen. Cijfers laten zien dat in de afgelopen 70 jaar het aantal zomerse dagen in Amsterdam verdubbeld is. Er is een duidelijke stijgende trend.5
Kaart verharding en groen in Amsterdam en Oud West (Bron : http://www.klimaateffectatlas.nl/nl/kaartverhaalhitte)
Om de stad overdag leefbaar te houden zijn er voldoende koele plekken dicht bij de woning nodig. In de schaduw is de gevoelstemperatuur circa 10-15 graden lager dan in de zon. Schaduw is de meest effectieve manier om de gevoelstemperatuur omlaag te brengen. Daarnaast is het belangrijk om de gemiddelde dag/nacht temperatuur in de stad zoveel mogelijk te beperken. Dit kan het beste door meer verdamping te creëren. Het groen in de stad zorgt voor deze verdamping. Een hoge temperatuur, in combinatie met een hoge luchtvochtigheidsgraad zorgt voor hitte omstandigheden die een gezondheidsrisico opleveren.6 Een hoge luchtvochtigheidsgraad zorgt voor een warmere beleving van temperaturen omdat het lichaam dan moeilijker hitte kwijt kan raken. Er zijn vier manieren waarop het lichaam hitte kwijtraakt: conductie, radiatie (straling), convectie (stroming) en evaporatie (zweten). Bij hogere temperaturen moet het lichaam het vooral hebben van evaporatie. Dat gaat moeilijk wanneer de luchtvochtigheid hoog is omdat het vocht (zweet) niet goed kan verdampen.7 In Nederland ligt de gemiddelde luchtvochtigheid in de zomer rond de 70%.8 De mogelijke gezondheidsklachten door hitte lopen uiteen. Hoge temperaturen kunnen leiden tot hittestress. Hittestress vormt een bedreiging voor de gezondheid.
Het kan leiden tot verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan ook tot zwaardere aan hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: 4
http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com/ http://klimaatverandering-mra.vormgeving.com/ 6 https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/gevoelstemperatuur-bij-warm-weer 7 https://wetenschap.infonu.nl/anatomie/129754-metabolisme-thermoregulatie.html 8 https://www.airsain.nl/luchtvochtigheid-in-nederland-en-belgie 5
huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen, met mogelijk levensbedreigende gevolgen.9 Hittestress zorgt voor een groeiend aantal zieken, ziekenhuisopnamen en sterfgevallen10; arbeidsprestaties nemen af en het arbeidsverzuim neemt toe. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra). Dood door hitte zelf is echter zeldzaam. In de meeste gevallen maakt hitte een al bestaande aandoening ernstiger. Zo kan hitte leiden tot uitdroging, wat verschillende ziekten verergert, waaronder hart- en long ziekten zoals astma, COPD, hartfalen en diabetes. Hitte leidt tot een afname van waakzaamheid. Hoewel een verminderde waakzaamheid op zichzelf geen nadelig gezondheidseffect is, kan het in tal van arbeidssituaties leiden tot een verhoogd risico op fouten en ongevallen.11 Hitte beïnvloedt cognitieve functies en veroorzaakt concentratieproblemen12 en heeft een negatieve invloed op productiviteit. 13 Warme nachten verstoren de nachtrust wat de waakzaamheid van mensen nog verder kan belemmeren. Hittestress komt met name voor bij de al kwetsbare groepen. Dit zijn ouderen, baby’s, mensen met chronische aandoeningen, personen die bepaalde medicijnen gebruiken en mensen met een lage sociaal economische status omdat zij vaak al een hoge ziektelast (of zwakkere gezondheid) hebben.
Vergrijzing en het gegeven dat ouderen steeds langer thuis blijven wonen zal in de komende decennia leiden tot een grotere groep kwetsbaren.14,15 Advies Het is van groot belang dat het groen in Oud-West niet vermindert. Steden zijn met name in de avond en nacht extra warm, omdat verharding hitte vasthoudt; groen zorgt voor verdamping en koelt steden af en het zorgt voor minder opwarming. In Oud-West is het meeste groen te vinden in de binnentuinen. Openbaar groen is schaarser en alleen te vinden in het zuidelijk gelegen Vondelpark en een aantal plantsoenen en pleintjes zoals bij het Nicolaas Beetsplantsoen, Staringplein, Ten Kateplein en het Bellamyplein. Het groen zorgt er ook voor dat we ons thermisch prettig voelen. Thermisch comfort betekent: hoe wij de warmte beleven, hoe (on)aangenaam het samenspel van temperatuur, wind luchtvochtigheid en straling aanvoelt. Het thermisch comfort is een belangrijke indicator, omdat die beschrijft hoe mensen de warmte ervaren. Het groen zorgt ervoor dat we ons prettig voelen in de stad op een warme zomerse dag.16 Thermisch comfort zal in de toekomst steeds belangrijker worden, omdat mensen op zoek gaan naar thermisch aangename plekken. Groene binnentuinen spelen daarbij een belangrijke rol.
Van de vijf grootste steden, is het aandeelgroen in tuinen, in Amsterdam met 11% veruit het laagste.17 Daarentegen heeft Amsterdam met 11,5 miljoen m2 verhard tuinoppervlak ook het grootste vergroeningspotentieel. 9
https://www.quickscangezondeleefomgeving.nl/wp-content/uploads/2018/02/GGW-Factsheet-Hittev2.0.pdf van Loenhout, J.A.F., Delbiso, T.D., Kiriliouk, A. et al. Heat and emergency room admissions in the Netherlands. BMC Public Health 18, 108 (2018). https://doi.org/10.1186/s12889-017-5021-1 11 Hittestress op de Werkplek, De gezondheidsraad 2008 12 https://journals.plos.org/plosmedicine/article?id=10.1371/journal.pmed.1002605 13 https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2799237/ 14 De Meer G et al, GGD-richtlijn medische milieukunde. Gezondheidsrisico's van zomerse omstandigheden, RIVM 2012 15 https://www.rivm.nl/hitte 16 https://www.wur.nl/nl/nieuws/Resource-Stadsgroen-maakt-warmte-dragelijk.htm 17 https://www2.deloitte.com/nl/nl/pages/data-analytics/articles/state-of-state-data-analyse-brengtgroenpercentage-tuinen-in-kaart.html 10
Het is aan te bevelen de binnentuinen zo veel mogelijk onbebouwd te houden. Uitbouwen gaat in de eerste plaats vaak ten koste van het groen in de tuin, niet van het terras. Verharding maakt binnentuinen warmer. Voor de bewoners op de bovengelegen verdiepingen geldt dat met de uitbouw van de onderburen een verhard oppervlakte ‘omhoog’ komt. Als het dak warm wordt, is dit eerder voelbaar voor hen dan wanneer het terras op de begane grond warm wordt. Daarnaast is er minder plek voor bomen en groen, die voor schaduw en verdamping kunnen zorgen. Risico’s van hevige regenval op de gezondheid van bewoners Het probleem In Oud-West ligt een gemengd rioleringsstelsel. Dat betekent dat onder de straten in één rioolbuis regenwater en afvalwater van toilet, douche en wasmachine samenkomen. Het water stroomt via de riolering en een rioolgemaal naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Westpoort. Als het water gezuiverd is, loost de RWZI het schone water in het Noordzeekanaal.18 Wanneer er meer regen valt dan het rioleringsstelsel aan kan, raakt de buis vol. Het regenwater vloeit dan bij een gemengd stelsel via een overstort direct naar het oppervlaktewater, of komt op straat te staan.19 Dit noemen we riooloverstort.
Omdat rioolwater verontreinigd is met ziekteverwekkers kan dit gezondheidsklachten (diarree, overgeven, keelpijn of huidklachten) veroorzaken wanneer mensen met het water in contact komen.20,21 In een stedelijke omgeving, leidt hevige regenval sneller tot overbelasting van het rioleringsstelsel. Verharding zorgt ervoor dat regenwater direct naar het riool vloeit. “Door het oppervlak te verharden, kan regenwater niet meer in de grond zakken; het natuurlijke systeem van wateropvang is onderbroken.”22 Oud-West is een van de dichtst bebouwde gebieden van Amsterdam. Overbelasting van het rioleringsstelsel is hier een punt van zorg, o.a. vanwege gezondheidsrisico’s bij contact met vervuild water. Dit risico kan toenemen als we in de toekomst meer en hevigere neerslag krijgen. Advies Het is van groot belang dat de binnentuinen van Oud-West niet verder verdichten. Onverharde tuinen zijn nodig om hevige regenval te kunnen verwerken. Dit verkleint het risico dat riolen overstromen en de daarmee gepaarde gezondheidsrisico’s. Van een onverhard oppervlak wordt gemiddeld slechts 10 procent van de jaarlijkse neerslag via het riool afgevoerd – afhankelijk van de bodemsoort en met name bij hevige neerslag. De overige 90 procent infiltreert en verdampt.23 Het vergroten van rioolbuizen, waardoor extreme piekbuien wél direct verwerkt kunnen worden, is zeer kostbaar.
Groenstroken, straten en pleinen zijn dus onmisbaar om bij hevige buien water even op te slaan.24
18
https://www.rainproof.nl/de-weg-van-de-druppel https://www.rainproof.nl/de-weg-van-de-druppel 20 LCI Draaiboek 2018 - Waterrecreatie en infectieziekten 21 Butter M & Snieders R. Riooloverstorten, rioolzuivering en volksgezondheids: een literatuuronderzoek naar de microbiele belasting van oppervlaktewater. Rijksuniversiteit Groningen, 1999: 76. 22 https://waterenklimaat.nl/nl/onderzoekslijnen/klimaatbestendige-stad/kenniskrant-voor-eenklimaatbestendige-stad/natte-krant/hevige-buien-het-rioolstelsel-voorbij/ 23 https://waterenklimaat.nl/nl/onderzoekslijnen/klimaatbestendige-stad/kenniskrant-voor-eenklimaatbestendige-stad/natte-krant/hevige-buien-het-rioolstelsel-voorbij/ 24 https://waterenklimaat.nl/nl/onderzoekslijnen/klimaatbestendige-stad/kenniskrant-voor-eenklimaatbestendige-stad/natte-krant/hevige-buien-het-rioolstelsel-voorbij/ 19
Prettig leefklimaat Het probleem Amsterdam is een drukke, compacte stad waar geluidoverlast nooit geheel te vermijden is. Geluid hoort bij een levendige, bruisende stad. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er plekken zijn waar de bewoner zich kan onttrekken aan het intensieve stedelijke leven. Plekken waar rust en stilte de boventoon voert. Een groene en stille omgeving is essentieel voor het goed kunnen rusten en ontspannen.25,26,27 Lawaai is schadelijk voor de gezondheid, terwijl stille plekken in de stad juist kunnen compenseren voor de drukte van de stad, bijdragen aan herstel en ‘op adem komen’.28 Geluidbelaste locaties veroorzaken meer hinder als er ook sprake is van een druk aanzicht. Analoog hieraan neemt de hinder af als het aanzicht aangenaam is, waarbij groen door veel mensen als aangenaam wordt ervaren.28 Advies Om de stille beleving van de binnentuinen kracht bij te zetten en daarmee het verblijfsklimaat aangenaam te houden, is het van belang om de binnentuinen niet verder te verdichten. De geluiden in de binnentuinen zijn hoofdzakelijk geluiden die door mensen, dieren en weersomstandigheden worden voortgebracht. Deze "natuurlijke" geluiden worden over het algemeen als prettig en niet storend ervaren29. Op het moment dat de tuinen bebouwd worden, gaat dit ten koste van de rustgevende werking van groen en ruimtelijke beleving van de binnentuin.
Dit geldt voor de bewoners met een tuin, maar zeker ook voor de bewoners op hogere verdiepingen met uitzicht op de tuinen.
25
Quiet Areas and the Need for Quietness in Amsterdam", H. Booi en F. van den Berg, 2012. https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2006/07/04/stille-gebieden-en-gezondheid 27 https://www.gezondheidsraad.nl/documenten/adviezen/2004/06/09/invloed-van-natuur-opsociaalpsychisch-en-lichamelijk-welbevinden 28 The acoustic and visual factors influencing the construction of tranquil space in urban and rural environments tranquil spaces-quiet places? Pheasant et al. (2007) 29 https://www.atlasnatuurlijkkapitaal.nl/sites/default/files/2018-09/informatieblad_groen_en_geluid.pdf 26
blz. 23
Bijlage 3
Onderzoek HvA, de hittebestendige stad
Gemeente Amsterdam
Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte
De hittebestendige stad
dr. ir. Jeroen Kluck dr. ir. Lisette Klok dr. ir. Anna Solcerová dr. ir. Laura Kleerekoper dr. Liesbeth Wilschut dr. ir. Cor Jacobs ir. Ronald Loeve
Mei 2020
Hogeschool van Amsterdam Onderzoeksprogramma Urban Technology Faculteit Techniek ISBN: 978-94-92644-80-0 Foto omslag: Nerja, Spanje. Linda Hooijer.
Een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte
De hittebestendige stad dr. ir. Jeroen Kluck dr. ir. Lisette Klok dr. ir. Anna Solcerová dr. ir. Laura Kleerekoper dr. Liesbeth Wilschut dr. ir. Cor Jacobs ir. Ronald Loeve
Met bijdragen van: Erica Caverzam Barbosa, MSc. (Hogeschool van Amsterdam) dr. ir. Floris Boogaard (Hanzehogeschool Groningen) dr. ir. Emma Daniels (Wageningen Environmental Research) dr. Rutger Dankers (Wageningen Environmental Research) ir. Monique de Groot – Reichwein (Tauw) Kylian Postema, BSc. (Hogeschool van Amsterdam) Allard Roest, MSc. (Hanzehogeschool Groningen) Luc van Zandbrink, MSc. (Hogeschool van Amsterdam)
Mei 2020
Colofon Uitgave: Onderzoeksprogramma Urban Technology, Faculteit Techniek, Hogeschool van Amsterdam
Allard Roest, Doutsen Krol) en de Hogeschool van Amsterdam (Jeroen Kluck, Lisette Klok, Anna Solcerová, Laura Kleerekoper, Liesbeth Wilschut, Ronald Loeve, Erica Caverzam Barbosa, Kylian Postema, Luc van Zandbrink).
Auteurs: dr. ir. Jeroen Kluck, dr. ir. Lisette Klok, dr. ir. Anna Solcerová, dr. ir. Laura Kleerekoper, dr. Liesbeth Wilschut, dr. ir. Cor Jacobs, ir. Ronald Loeve
Redactie: Els de Roon Hertoge, Fonar
Vormgeving: Samenwerking: Deze publicatie is het resultaat van het praktijkgerichte onderzoeksproject ‘De hittebestendige stad’, uitgevoerd door een consortium van gemeenten en kennisinstellingen. Aan dit project werkten in consortiumverband mee: gemeente Amsterdam (Joyce van den Berg, Geertje Wijten), gemeente Arnhem (Hans van Ammers), gemeente Apeldoorn (Diederik Anema, Theo Straatsma), gemeente Beverwijk (Erik Warns, Bärbel Böhling, Rixt Hofman, Wouter Stolp), gemeente Breda (Vincent Kuiphuis, Sanne Verbeek), BUCH1 gemeenten (Otto van den Berg), gemeente Eindhoven (Luuk Postmes, Rosalie Franssen), gemeente Groningen (Martijn Schuit), gemeente Haarlem (Diana Bakboord, Hans Bueno, Joram de Ruijter), gemeente Leeuwarden (Pietrik Hoornstra), gemeente Rheden (Tanja Mosselman), Samenwerkingsverband RIVUS2 (Thomas Braaksma, Leander Ernst, Freddy ten Kate, Marcel Wenker, Rik Zeeuwen), gemeente Tilburg (Petra Mackowiak), GGD Amsterdam (Wouter Egas, Ben Rozema), Klimaatverbond Nederland (Madeleen Helmer), Stichting CAS (Hasse Goosen, Arjen Koekoek, Anna Stolk), Wetterskip Fryslân (Karel Veeneman), Wageningen Environmental Research (Cor Jacobs, Emma Daniels, Rutger Dankers), Tauw B.V. (Monique de Groot – Reichwein, Sanne Huisman, Ruben Keizer), Hanzehogeschool Groningen (Floris Boogaard,
1 2
4
Creja Ontwerpen
Financiering: Dit onderzoek is medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Contact: dr. ir. Jeroen Kluck j.kluck@hva.nl Hogeschool van Amsterdam, Faculteit Techniek Postbus 1025, 1000 BA Amsterdam hva.nl/klimaatbestendigestad
Meer informatie: Deze publicatie is ook online beschikbaar op: hva.nl/klimaatbestendigestad
ISBN: 978-94-92644-80-0
BUCH: Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. RIVUS is een samenwerkingsverband in de afvalwaterketen in West-Overijssel tussen de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle en Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Samenvatting Het klimaat verandert. Het wordt natter en heter. Nederland moet zich aanpassen aan het veranderende klimaat. Daarom staan de gemeenten voor de uitdaging om er vanaf 2020 voor te zorgen dat een (her)inrichting van een straat of wijk klimaatbestendig is. Voor wateroverlast en waterveiligheid weten we ongeveer hoe dat moet. Voor hitte is eigenlijk nog niet duidelijk wat er moet gebeuren. En dat is zorgelijk, want hitte kan grote problemen geven. Hitte kan leiden tot extra sterfte en zal het leven in de stad bovendien steeds vaker onaangenaam maken. Duidelijk is dat er aandacht nodig is op het sociale vlak (o.a. in de zorg), voor gebouwen (koele binnenruimtes) en voor de buitenruimte. Dit rapport richt zich op dat laatste: op het hittebestendig inrichten van de buitenruimte, omdat daar nog veel kennis ontbreekt. Stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, projectontwikkelaars, waterbeheerders en andere professionals bij gemeenten weten vaak niet welke eisen ze moeten stellen aan nieuwe hittebestendige ontwerpen van de stad, van wijken en van straten. Ze weten niet wat de gewenste hittebestendige eindsituatie van een ontwerp is en welke maatregelen nodig zijn om een hittebestendig ontwerp te realiseren. Kortom, de hitteopgave is nog onvoldoende bekend.
Daarom hebben de Hogeschool van Amsterdam, Hanzehogeschool Groningen, Wageningen Environmental Research (WENR) en Tauw een consortium gevormd met een twaalftal gemeenten en twee gemeentelijke samenwerkingsverbanden3. Onderzoekers en professionals werkzaam bij deze gemeenten hebben de afgelopen twee jaar onderzocht hoe gemeenten inzicht kunnen krijgen in de vragen wat hun hitteopgave is en welke maatregelen en ontwerprichtlijnen effectief zijn. In het eerste onderdeel van het onderzoek, over de hitteopgave, concluderen we dat vanuit het werkveld van ruimtelijke adaptatie de hitteopgave gezien kan worden als dat wat je moet doen om de stad en vooral de buitenruimte leefbaar en comfortabel te houden met het oog op hitte. De door ons ontwikkelde interactieve mindmap maakt zichtbaar welke problemen er door een hittebestendige buitenruimte kunnen worden voorkomen. We adviseren de hitteopgave voor een bepaald gebied te bepalen met getallen die aangeven hoe vaak hitte nu en in de toekomst zal optreden. Daarnaast adviseren wij drie soorten hittekaarten te gebruiken om inzicht in de hitteopgave te krijgen: temperatuurkaarten, hitterisicokaarten en toetsings- of maatregelenkaarten. Onze inzichten in de hitteopgave zijn voor een deel al verwerkt in de landelijke standaard voor hittekaarten. In het onderdeel over hittemaatregelen hebben we ervoor gekozen van twee doelen uit te gaan.
Het ene doel is tijdens hete periodes de gemiddelde luchttemperatuur in de stad zo laag mogelijk te houden. Dit kan het beste door meer verdamping te creëren. Over het algemeen leidt 10 3
De deelnemende publieke partijen zijn de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Apeldoorn, Beverwijk, Breda, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Rheden, Leeuwarden en Tilburg. Daarnaast zijn er twee gemeentelijke samenwerkingsverbanden aangesloten (RIVUS en BUCH).
5
procentpunt4 meer groen tot een verlaging van de luchttemperatuur met grofweg 0,5°C . Dat is op een hete dag natuurlijk niet veel (het verschil tussen 34,5 en 35°C), maar gemiddeld zal het overdag en ’s nachts dan toch iets koeler zijn. Het andere doel is overdag de hitte te beperken en de stad leefbaar te houden door voldoende koele plekken te creëren. Daarvoor gebruiken we de gevoelstemperatuur PET als indicator. In de schaduw is de gevoelstemperatuur 10-15°C lager dan in de zon. Schaduw creëren is dan ook de meest effectieve manier om de gevoelstemperatuur omlaag te brengen. Deze twee doelen hebben we samengevoegd in een drietal bruikbare en toetsbare ontwerprichtlijnen die gemeenten bij het (her)inrichten van hun openbare ruimte kunnen hanteren. > Afstand tot koelte: Iedere woning moet zich voldoende dicht bij een aangename en aantrekkelijke koele verblijfsplek bevinden (voorstel: binnen 300 m). > Percentage schaduw op belangrijke looproutes en in buurten: Er is op het heetst van de dag voldoende schaduw (voorstel minimaal 40%) op belangrijke looproutes, zodat essentiële functies in de stad voor iedereen bereikbaar blijven. Ook is er op het heetst van de dag op loopgebieden in buurten voldoende schaduw (voorstel minimaal 30%), zodat de buurten aantrekkelijk blijven.
> Percentage groen per buurt: Er moet zoveel groen zijn dat er verdamping kan optreden en de gemiddelde luchttemperatuur wordt beperkt (voorstel afhankelijk per wijktype). Voor deze richtlijnen hebben we duidelijke grenzen voorgesteld. We kiezen bewust niet voor visies als doelstelling (bijvoorbeeld ‘meer groen is beter’) of voor harde normen ten aanzien van temperaturen, omdat die of te vaag zijn, of niet controleerbaar of niet haalbaar. De professionals die bij een gemeente werken, kunnen deze concrete richtlijnen gebruiken bij het beoordelen van ontwerpen. De richtlijnen geven daarbij voldoende vrijheid aan de ontwerpers om zelf te bedenken hoe iets moet worden ingericht. Het onderzoeksconsortium hittebestendige stad is van mening dat met de voorgestelde richtlijnen de hitteopgave tot eenvoudige hanteerbare regels is teruggebracht, omdat de richtlijnen het mogelijk maken om hitte als een extra ontwerpeis bij een (her)inrichtingsproject te hanteren. Dus nu aan de slag! (en o ja, natuurlijk zijn er nog aanvullende onderzoeksvragen, en daar helpen we u graag mee verder in een volgend onderzoek).
4
6
Procentpunt: eenheid voor het absolute verschil tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt. Voorbeeld: een stijging van vier naar vijf procent is een stijging van één procentpunt, of een stijging van 25%.
7
8
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
12
1.1 Aanleiding
12
1.2 Doelstelling
13
1.3 Leeswijzer
14
1.4 Kader en organisatie
15
Hitteopgave
18
2.1 Het fenomeen hitte
18
2.2 Gevolgen van hitte
21
2.3 Risico door hitte
25
2.4 Hittekaarten
26
2.5 Slimme keuzes in het weergeven van de hitteopgave
33
2.6 Conclusies
34
Hittemaatregelen
38
3.1 Doelen van hittemaatregelen in de stedelijke inrichting
38
3.2 Verkoelingsprincipes
38
3.3 Resultaten modellering: maatregelen op stadsschaal
45
3.4 Resultaten modellering: maatregelen op lokale schaal
47
3.5 Maatregelenoverzicht
55
3.6 Conclusies
59
Hitterichtlijnen
64
4.1 Richtlijnen hitte, tussen visie en temperatuurwaarde
64
4.2 Koele plekken
68
4.3 Ons advies: drie ontwerprichtlijnen voor een hittebestendige stad
73
4.4 Conclusies
84
Conclusies
88
Literatuur Bijlagen
92 104
9
Inleiding
10
1 11
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Wetenschappelijk onderzoek laat keer op keer zien dat het klimaat verandert. De internationale politiek heeft in Parijs afgesproken de temperatuurstijging te proberen te beperken tot +2°C (Verenigde Naties, 2015). De kans is echter groot dat we bij een stijging van 3 tot 4°C gaan uitkomen (IPCC, 2013). Duidelijk is dat ook als de temperatuur ‘slechts’ 2°C stijgt, het aantal warme dagen zal toenemen en er meer hittegolven in Nederland zullen optreden (KNMI, 2015). Dit betekent dat burgers meer last gaan krijgen van (extreme) hitte. Daar komt nog bij dat de steden zogenoemde hitte-eilanden zijn en dat vooral ’s nachts de temperatuur zo’n 3-4°C (Echevarria Icaza, 2017) hoger kan zijn dan op het platteland. En in grote steden als Rotterdam kan het ’s nachts wel 8°C warmer zijn (Heusinkveld en Holtslag, 2010). Bovendien wordt de groep ouderen die kwetsbaar is voor hitte groter vanwege de vergrijzing. Ook het overheidsbeleid dat ouderen langer thuis blijven wonen is een factor die in tijden van hitte de kwetsbaarheid verhoogt. Hittegolven vormen voor het komende decennium het klimaatrisico met de grootste waarschijnlijkheid en de grootste impact (>100 dodelijke slachtoffers per event) (PBL, 2015).
De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie (Deltaprogramma, 2014) beoogt dat Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samen zorgen dat Nederland in 2050 zo klimaatbestendig mogelijk is ingericht. Gemeenten, waterschappen en provincies zijn relatief ver met thema’s als overstromingsrisico’s en wateroverlast, iets minder ver met droogte en het minst ver met het thema hittestress (PBL, 2016). Duidelijk is dat hittegolven vaker zullen optreden: het aantal nachten boven 20°C neemt toe van nu ongeveer één week per jaar tot 2 à 4 weken per jaar in het jaar 2050 (Klimaateffectatlas, 2019). De maatregelen die nodig zijn, liggen op het vlak van zorg (zorgen voor de kwetsbare mensen), de gebouwen (de binnenruimte koel houden) èn de openbare ruimte (de buitenruimte aangenaam en aantrekkelijk houden). De hittebestendige inrichting van de buitenruimte is een van de onderwerpen waarvoor aandacht nodig is en waarover nog veel kennis ontbreekt. Gemeenten hebben de opgave om vanaf 2020 bij herinrichting van de stad deze voldoende klimaatbestendig te laten zijn. Over het onderwerp hittebestendig inrichten van de buitenruimte speelde bij het begin van dit onderzoek een aantal belangrijke vraagstukken die nu nog steeds actueel zijn: > Het is niet duidelijk wanneer een ontwerp (voor een herinrichting) voldoende hittebestendig is.
> Het is niet duidelijk welke maatregelen de bij de openbare ruimte betrokken professionals zouden moeten kiezen om de stad voldoende koel te houden. Ook is niet duidelijk hoe ze daarbij rekening moeten houden met verschillen in gebruik van de openbare ruimte: denk aan gebieden met veel ouderen, of winkelgebieden en andere gebieden met veel voetgangers. Kies je bijvoorbeeld voor witte daken, groene gevels of fonteinen? > Er zijn geen normen en geen duidelijke doelstellingen of richtlijnen. Zonder een goede kennis van het klimaatbestendig en vooral het hittebestendig inrichten van de stad kunnen gemeenten geen plannen maken of beoordelen die bijdragen aan de klimaatbestendigheid. Daardoor kunnen ze niet voldoen aan de opgave om vanaf 2020 klimaatbestendig te zijn.
12
1.2 Doelstelling Voor u ligt het resultaat van twee jaar praktijkgericht onderzoek dat het kennishiaat omtrent de hittebestendige inrichting in steden wil verkleinen. Ook wil het de professional handvatten geven voor een hittebestendige stedelijke inrichting van de buitenruimte. Wij richten ons op professionals met verschillende achtergronden, bijvoorbeeld: stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, hydrologen, planologen, civiel technici, klimaatambassadeurs, beleidsmedewerkers klimaatadaptatie, ontwerpers, groenbeheerders, wegbeheerders en waterbeheerders. Zij werken bij gemeenten maar ook bij bedrijven die gemeenten helpen. We hebben de ruimte genomen de nodige concepten en achtergronden uit te leggen, zodat de professionals met kennis van zaken eigen en beargumenteerde keuzes kunnen maken om de stad voldoende hittebestendig in te richten. Omdat het onderwerp nog te veel in ontwikkeling is, is dit niet een ‘kookboek’ geworden waarin staat ‘doe dit en dit’, maar een basisboek waarin in staat ‘weet dit en dit’.
Hitteopgave
Hitte in de stad d e sta digsten dige stad ebe sten Deehitt itteb
op de Een koele kijk uimte imte op de g van de buitenr kijk inrichtin itenru de bu koele van Een ting inrich
De h
Ontwerp richtlijnen
Maatregelen
k n Kluc Jeroe dr. ir. te Klok Liset dr. ir. rová Solce Anna ir. Jeroen Kluck dr. per dr. ir. reko a Klee ir. Lisette Klok dr. hut Laur dr. ir. eth Wilsc s Solcerová dr. ir. Anna dr. Liesb Cor Jacob e dr. ir. ir. Laura dr. ld Loev Kleerekoper ir. Ronadr. Liesbeth Wilschut
dr. ir. Cor Jacobs ir. Ronald Loeve
Mei 2020
Mei
2020
Figuur 1.1 Onderzoeksopzet.
13
De centrale onderzoeksvraag is: > Wanneer is een stad, wijk of straat voldoende hittebestendig? Deze vraag is opgesplitst in een aantal deelvragen verdeeld over drie onderdelen: hitteopgave, hittemaatregelen, en hitterichtlijnen zoals in figuur 1.1: 1.
Hitteopgave 1.1.
Met welke gevolgen van hitte in de stad moet je rekening houden als je de buitenruimte
(her)inricht? Wat is de hitteopgave van een stad, wijk of straat? 1.2. Welke data en kennis hebben gemeentelijke professionals nodig om te kiezen waar welke maatregelen nodig zijn? Denk hier bijvoorbeeld aan hittekwetsbaarheidskaarten. 2.
Maatregelen in de openbare ruimte en aan gebouwen 2.1. Welke maatregelen in de openbare ruimte en aan de schil van gebouwen zijn het effectiefst en efficiëntst? Denk bijvoorbeeld aan schaduw, bomen, gevelgroen, kleur en materiaal van de be strating en gebouwschil. 2.2. Welke maatregelen kunnen gemeenten toepassen? Past het bijvoorbeeld in het budget en bij het beleid, is het acceptabel, spelen er andere belangen?
3.
Ontwerprichtlijnen voor een voldoende hittebestendige inrichting van de stad 3.1. Hoe vertaal je de hitteopgave en inzichten in maatregelen naar ontwerprichtlijnen voor professionals? 3.2. Welke ontwerprichtlijnen werken in de praktijk?
Beperking Binnen het thema van de hittebestendige stad hebben wij ons in dit onderzoek beperkt tot de hittebestendige inrichting van de buitenruimte. We leggen wel uit wat alle gevolgen van hitte in de stad zijn, maar we gaan niet nader in op adaptatiemaatregelen op het sociale vlak of met betrekking tot zorg of gedrag. Ook behandelen we niet de noodzakelijke maatregelen aan gebouwen om het binnen koel te houden. Daarnaast: hittebestendigheid is vanzelfsprekend slechts een van de vele aspecten die een rol spelen bij de inrichting van de openbare ruimte. Afweging van het belang van die verschillende aspecten is niet het doel van dit onderzoek
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over de hitteopgave. Het geeft inzicht in de manier waarop de zomerse temperaturen zich in Nederland ontwikkelen en wat de gevolgen daarvan zijn. We laten zien met welke kaarten je hitte en hittekwetsbaarheden in beeld kunt krijgen. Er volgt hieruit echter geen eenduidige definitie van de hitteopgave. Daarvoor is inzicht in de maatregelen nodig en dat vertaalt zich uiteindelijk in richtlijnen. In hoofdstuk 3 vertellen we welke hittemaatregelen er zijn en hoe deze gebaseerd zijn op verschillende verkoelingsprincipes. We leggen uit welke maatregelen bijdragen aan een stadsbrede verlaging van de luchttemperatuur en welke kunnen worden ingezet om lokaal aangename koele plekken te creëren waar de gevoelstemperatuur lager is. Daarbij geven we een overzicht van de effectiviteit van maatregelen op basis van eigen onderzoek en literatuuronderzoek.
14
Tot slot tonen we in hoofdstuk 4 een set van richtlijnen waarmee je een stad, wijk of straat hittebestendig kunt inrichten.
1.4 Kader en organisatie Het onderzoek is medegefinancierd vanuit de regeling RAAK-publiek van Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). RAAK-publiek financiert onderzoeksprojecten van hogescholen in samenwerking met de publieke sector. De regeling stimuleert samenwerking en kennisuitwisseling tussen hogescholen en professionals uit de publieke sector en heeft als doel het creëren van ruimte voor praktische innovaties die direct aansluiten op de dienstverlening door de sector. Het onderzoek is uitgevoerd door een consortium uit de publieke sector en kennisinstellingen. De volgende kennisinstellingen en specialisten vormden het projectteam: > Hogeschool van Amsterdam, faculteit Techniek, Onderzoeksprogramma Urban Technology is penvoerder en biedt een toonaangevende en diverse onderzoeksgroep op het gebied van hitte in de stad. Bovendien heeft de onderzoeksgroep veel nauwe contacten met gemeenten in de omgeving. > Wageningen Environmental Research (WENR) is het kennisadviesbureau gekoppeld aan de WUR. WENR beschikt over specialistische kennis van hitte in de stad en met name van het modelleren van temperaturen op schaal van stad en straat. > Tauw heeft veel gemeenten geadviseerd over het klimaatbestendig inrichten van de stedelijke leefomgeving.
Met deze praktijkervaring loopt Tauw voorop in het ontwikkelen van een analyse over hitte in de stad. > Hanzehogeschool Groningen, Kenniscentrum Noorderruimte doet met en voor gemeenten in NoordNederland onderzoek naar klimaatadaptatie. De specialisten van de publieke sector in het consortium kwamen uit de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Apeldoorn, Beverwijk, Breda, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Leeuwarden, Rheden en Tilburg. Daarnaast zijn er twee gemeentelijke samenwerkingsverbanden aangesloten (RIVUS5 en BUCH6). Ongeveer de helft van de gemeenten verzorgt casestudies. Alle gemeenten brengen hun eigen ervaring in over het vaststellen van de hitteopgave, over de bruikbaarheid van hittekaarten en over het zoeken naar pragmatische ontwerprichtlijnen. Daarnaast werd het onderzoek ondersteund door een divers klankbord met brede kennis over het klimaatbestendig inrichten van steden: City Deal Klimaatadaptatie, De BouwCampus, Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie, gemeenten Heemskerk en Utrecht, GGD Amsterdam, Klimaatverbond Nederland, ProRail, Provincie Noord-Brabant, Stichting CAS, VNG en Wetterskip Fryslân. Het onderzoeksbudget heeft het mogelijk gemaakt dat het onderzoeksteam, bestaande uit ervaren onderzoekers met verschillende disciplines, zich twee jaar heeft kunnen buigen over dit interessante onderwerp.
Het heeft daardoor veel vragen uit de praktijk kunnen beantwoorden en een keur aan relevante kennis beschikbaar kunnen maken voor de praktijk. 5 6
RIVUS: samenwerkingsverband tussen de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle en Waterschap Drents Overijsselse Delta. BUCH: Bergen NH, Uitgeest, Castricum, Heiloo.
15
Hitteopgave
16
2
17
2. Hitteopgave De centrale vraag die we in dit hoofdstuk willen beantwoorden, is: ‘Wat is de hitteopgave?’ Met de hitteopgave bedoelen we ‘dat wat je moet doen om je stad hittebestendig te maken’. De opgave is dus het verschil tussen hoe je wilt dat het gaat worden en hoe het nu is of wordt door klimaatverandering. Dat hoeft niet concreet te zijn, het kan juist ook globaal zijn. Vanuit het werkveld van ruimtelijke adaptatie kan de hitteopgave worden gezien als het leefbaar en comfortabel houden van de buitenruimte. Maar de hitteopgave is breder dan alleen de buitenruimte. Het gaat in de hitteopgave om alle niet-acceptabele gevolgen van hitte en hoe je die tegengaat met aanpassingen in de buitenruimte, aan gebouwen of in gedrag. Het doel van dit hoofdstuk is om gemeenten en ruimtelijke professionals handvatten aan te reiken waarmee zij de eigen hitteopgave kunnen formuleren. Daartoe leggen we uit: > wat het fenomeen hitte is en wat het hitte-eilandeffect is; > welke temperatuurscenario’s Nederland kan verwachten; > wat de gevolgen van hitte in de stad zijn; > wat het hitterisico is; > welke hittekaarten de hitteopgave in beeld kunnen brengen. Vervolgens geven we tips om de hitteopgave met hittekaarten te kunnen visualiseren. Tot slot vatten we samen hoe de hitteopgave voor de buitenruimte van een gebied kan luiden en hoe je deze kunt ondersteunen met getallen en kaartmateriaal.
NB Naast hittekaarten kunnen ook metingen helpen om inzicht te krijgen in de hitteopgave. Metingen kunnen de lucht- of gevoelstemperatuur op bepaalde momenten en plekken in de stad in beeld brengen. Als professionals bij gemeenten (of studenten) zelf metingen verrichten, vergroten zij bovendien hun inzicht in het verschijnsel van stedelijke hitte en de processen die bepalen waarom het ergens aangenaam of juist onaangenaam is. In het onderzoek hebben we twee meetmethodes verkend die ook inzicht kunnen geven in de hitteopgave. We hebben geëxperimenteerd met de thermal walk met als doel medewerkers van gemeenten het fenomeen hitte aan den lijve te laten ondervinden. Meer informatie over de thermal walk staat in bijlage 2. Een andere meetmethode die we verkend hebben maakt gebruik van mobiele apparatuur waarmee de ruimtelijke en temporele variatie in temperatuur onderzocht kan worden. Zie hiervoor bijlage 3.
2.1 Het fenomeen hitte 2.1.1 Van wereldschaal naar straatniveau Op wereldschaal zijn er grote variaties in de hitteproblematiek. In landen dicht bij de evenaar met weinig vegetatie kunnen luchttemperaturen oplopen tot 50°C. In bijvoorbeeld India vormt de hitte een groot probleem vanwege de combinatie van hoge temperaturen en weinig (financiële) mogelijkheden voor mensen om zich aan te passen aan of zich te beschermen tegen de hitte. In mediterrane landen zijn de zomers over het algemeen
18
warmer dan in Nederland en zien we dat de architectuur zich met kleine ramen, witte materialen en arcades heeft aangepast aan het klimaat. In tegenstelling tot India heerst in Nederland een relatief gunstig klimaat, met – in de afgelopen millennia – relatief koele zomers. Door klimaatverandering komen er nu echter steeds vaker hittegolven en extreem hete dagen voor, zoals we in 2019 ervaren hebben. Gebouwen en buitenruimte in Nederland zijn daar vaak nog niet op ingericht. Zo blijft de warmte dikwijls hangen in de Nederlandse voor de winter geïsoleerde huizen en zijn pleinen en straten vaak volledig verhard en zonder bankjes in de schaduw. Maar het wordt niet overal in Nederland even heet. Aan de kust is er meer sprake van een zeeklimaat, met meer wind en mildere temperaturen in zomer (zie ook tabel 2.1) en winter. In oostelijke en zuidelijke richting wordt het effect van de zee kleiner en zijn de temperaturen in de zomer hoger en in de winter lager. Daarnaast zijn er verschillen in hitte als gevolg van de inrichting en kan de hitte per wijk verschillen. Afhankelijk van de wijktypologie warmt een wijk meer of minder op (Kleerekoper, 2016). Vooral in wijken met compacte bebouwing, veel verharding en weinig groen, kunnen temperaturen enkele graden hoger zijn dan elders in de stad (Van Hove et al., 2015).
19
2.1.2 Nu en in de toekomst Door klimaatverandering zullen de gemiddelde temperaturen in de zomer en het aantal zomerse en tropische dagen in de toekomst toenemen (Tabel 2.1; KNMI, 2015). Hoeveel hete dagen en nachten we precies kunnen verwachten, hangt af van hoe de gemiddelde temperatuur wereldwijd zich gaat ontwikkelen en met welk luchtstromingspatroon Nederland te maken gaat hebben. Het KNMI heeft daarom vier klimaatscenario’s opgesteld, waarbij rekening is gehouden met een gematigd (GL en GH) of warm (WL en WH) scenario voor de gemiddelde temperatuur wereldwijd en een lage (GL en WL) of hoge waarde (GH en WH) voor het luchtstromingspatroon. Tabel 2.1 laat zien dat extreme hitte vaker zal voorkomen in de toekomst. Daarnaast blijkt dat het aantal hete dagen (nu en in de toekomst) in Zuidoost-Nederland sterk verschilt met die in Noordwest-Nederland. Het aantal zomerse en tropische dagen ligt nu met een verschil van respectievelijk 22 en 5 dagen duidelijk hoger in het zuidoosten van Nederland en dit verschil neemt in de toekomst toe. Tabel 2.1. Huidige zomerklimaat (1981-2010) en klimaatscenario’s voor 2050 voor Maastricht en De Kooy bij Den Helder (Bron: KNMI, 2015). Maastricht
De Kooy bij Den Helder
Huidig klimaat
GL 2050
GH 2050
WL 2050
WH 2050
Huidig klimaat
GL 2050
GH 2050
WL 2050
WH 2050
Gemiddelde temperatuur in de zomer (°C)
17,5
18,6
19,0
19,3
20,0
16,4
17,4
17,7
18,1
18,6
Aantal zomerse dagen per jaar7
32
40
44
47
55
9
12
14
15
19
Aantal tropische dagen per jaar8
6
9
12
13
18
1
1
2
2
4
Aantal tropische nachten per jaar9
0
1
2
4
5
0
2
2
4
5
Indicator
2.1.3 Het probleem: hitte of het stedelijk hitte-eiland? In de afgelopen 10 jaar is er steeds meer aandacht ontstaan voor het hitte-eilandeffect van de Nederlandse steden (Van Hove et al., 2015). Uit verschillende onderzoeken bleek dat de luchttemperatuur van het stedelijk gebied in Nederland door het hitte-eilandeffect enkele graden hoger kan zijn dan op het platteland (Steeneveld et al., 2011; Brandsma en Wolters, 2012). Het hitte-eilandeffect werd als nieuw probleem geformuleerd, met name voor de gezondheid van ouderen (Döpp, 2011). Door deze inzichten zijn waarschijnlijk veel klimaatadaptatie-experts onbewust en onterecht het hitte-eilandeffect gaan zien als het voornaamste hitteprobleem van steden (Martilli et al., 2020). In het werkveld lijkt het stedelijk hitte-eilandeffect soms synoniem te zijn geworden voor het hitteprobleem. Hitteproblemen in steden ontstaan echter niet alleen als gevolg van het hitte-eilandeffect. Ze ontstaan met name als gevolg van warm weer en doordat klimaatverandering het aantal hitte-extremen doet toenemen.
7 8 9
20
Een zomerse dag heeft een maximumtemperatuur van 25°C of hoger. Een tropische dag heeft een maximumtemperatuur van 30°C of hoger. Een tropische nacht heeft een minimumtemperatuur van 20°C of hoger.
Het is daarom goed om bij het definiëren van de hitteopgave helder te verwoorden waardoor hitte in de stad wordt veroorzaakt: 1.
Problemen met hitte in het stedelijk gebied ontstaan tijdens periodes met warm weer (hete dagen en hete nachten). Deze periodes komen door klimaatopwarming steeds vaker voor.
2.
Het stedelijk gebied versterkt de hitte op twee manieren: a.
Vooral in de avond en ‘s nachts zorgt het hitte-eilandeffect ervoor dat de luchttemperatuur in de stad een paar graden warmer is dan de omgeving (Steeneveld et al., 2011; Brandsma en Wolters, 2012). Het effect neemt toe als gevolg van stadsuitbreiding en -inbreiding. NB Een veelgehoord misverstand is dat het stedelijk hitte-eilandeffect de problemen overdag zou vergroten. Dat is niet waar. Overdag is het hitte-eilandeffect doorgaans klein (Oke et al., 2017).
b.
Met name overdag kan de gevoelstemperatuur op bepaalde locaties in de stad onaangenaam hoog worden. Dat komt vooral doordat daar geen schaduw van bomen is of doordat bepaalde materialen veel warmte uitstralen, zoals asfalt en baksteen en de reflectie van zonnestraling door ramen en glazen gevels of zeer lichtgekleurde oppervlakken. Verschillen in de gevoelstemperatuur tussen verschillende plekken in de stad kunnen hierdoor oplopen tot 22°C (Klok et al., 2019).
2.2 Gevolgen van hitte 2.2.1 De mindmap – overzicht van gevolgen Hitte heeft vele gevolgen. Deze zijn in te delen in vijf hoofdthema’s: netwerken, water, leefbaarheid, buitenruimte en gezondheid. Deze thema’s zie je terug in de mindmap ‘Hitte in de stad’ (Klok & Kluck, 2018; figuur 2.1). De mindmap hebben we in 2017 ontwikkeld en in 2019 een update gegeven en is nu als interactieve tool beschikbaar, als onderdeel van de gestandaardiseerde stresstest Ruimtelijke adaptatie (www.hittebestendigestad.nl/mindmap/). De mindmap ondersteunt gemeenten en lokale overheden bij de voorbereiding op de risicodialoog over hitte. Daarnaast helpt de mindmap hen om de belangrijkste problemen te verkennen die door hitte kunnen optreden en om de hitteopgave te formuleren. De interactieve mindmap toont in totaal 24 gevolgen van extreme hitte voor stedelijk gebied. Voor elk gevolg is een factsheet beschikbaar met een beknopte uitleg van het probleem. Daarin staat ook vermeld op welke manier kaarten en andere informatie het gevolg inzichtelijk kunnen maken. Iedere factsheet sluit af met suggesties voor maatregelen. In voorbereiding op de risicodialoog kun je de interactieve mindmap gebruiken om te bepalen welke gevolgen, onderwerpen of partijen bij de dialoog moeten worden betrokken. In de tool kun je namelijk aangeven of je een gevolg in deze fase van het proces wilt meenemen of niet.
Deze keuze is zichtbaar in de mindmap, zodat er uiteindelijk een overzicht ontstaat van de meest relevante gevolgen van hitte voor de gemeente in kwestie. Zo helpt de mindmap het werkveld ruimtelijke adaptatie om de gevolgen van hitte voor het ruimtelijk domein te duiden zonder de andere gevolgen te vergeten. De mindmap is vooral een tool om in gesprek te gaan en is altijd in ontwikkeling. Het kan zijn dat de mindmap voor sommige situaties niet compleet is en dat er nog andere hitteproblemen van belang zijn. Het is goed om dit te beseffen.
21
Figuur 2.1. Mindmap van de belangrijkste gevolgen van extreme hitte voor de stad.
2.2.2 Diverse oorzaken en gevolgen van hitte en diverse maatregelen Om meer grip te krijgen op de hitteproblematiek is het zinvol te onderzoeken welke fysieke aspecten van hitte de kernoorzaak zijn van de hittegevolgen. Tabel 2.2 toont voor ieder gevolg uit de mindmap op welke manier dit samenhangt met de temperatuur: de luchttemperatuur, de gevoelstemperatuur, de binnentemperatuur, de nachttemperatuur of de dagtemperatuur.